vrijdag 3 juli 2009

Het Grote Bat Ye'or Interview - in drie delen (1)

Dhimmies

De begrippen Dhimmitude en Eurabia zijn in de gehele wereld gemeengoed geworden en dat is geheel te danken aan het jarenlange onderzoek van de historica Bat Ye’or. Hoogtepunten uit haar omvangrijke werk zijn: The Decline of Eastern Christianity waarin zij de geschiedenis van de ondergang van het christendom onder de islam beschrijft en Eurabia, waarin zij de medeplichtigheid van Europese politici aan de huidige islamisatie documenteert.

Barry Oostheim heeft voor Hoeiboei enkele prangende zaken met haar doorgenomen. Zie ook inleiding. 'Het Grote Bat Ye'or Interview' bestaat uit drie delen.

Deel 1: Bat Ye’or over Dhimmitude

Barry Oostheim: Uw beschrijving van dhimmitude kan opgevat worden als een archetypische psychologische conditie van de mens, onder welk totalitair systeem dan ook. Het komt voort uit angst en intimidatie en resulteert in lafheid, zelfcensuur en zelfmarginalisatie. Is het in die zin ook van toepassing op bijvoorbeeld het fascisme en communisme?
Bat Ye’or: Er zijn ongetwijfeld overeenkomsten. Maar Dhimmitude vloeit voort uit een specifiek historisch verschijnsel, Jihad: de territoriale veroveringsdrift en collectieve onteigening van niet-islamitische volkeren, gevoed door religieuze strijd. Dhimmitude is dus niet alleen de psychologische staat van diegenen die er aan ten prooi vallen, maar het is een geheel van religieus gerationaliseerde vooroordelen, militaire regels en het navolgen daarvan. Kortom een complete levenswijze geconditioneerd door angst.

Wanneer en hoe werd u zich bewust van het feit dat dhimmitude tegenwoordig nog steeds een realiteit is die de verhoudingen bepaalt tussen moslims en niet-moslims?
Deze realiteit drong pas tot mij door toen ik in Engeland de betekenis van vrijheid leerde kennen, nadat ik in 1957 Egypte moest verlaten. Toen ik enkele jaren later Tunesië, Marokko en Libanon bezocht viel mij het behoedzame gedrag van de daar wonende Joden op en het herinnerde mij aan mijn eigen situatie in Egypte. Dat probeerde ik te analyseren in mijn boek The Dhimmi dat in 1985 verscheen in Engeland. De Libanese burgeroorlog en het Israelisch- Arabisch conflict passen ook in dit patroon.

Hoe past het dan in het jihad-dhimmi patroon?
Omdat Joden en christenen volgens de islamitische wet allebei dhimmi’s zijn. Daarom mogen zij hun minderwaardige positie niet aanvechten. Dat deze onderdrukte dhimmi-gemeenschappen onafhankelijkheid zouden nastreven, is onacceptabel en dus wordt een onafhankelijke Joodse staat op alle mogelijke manieren bestreden, om de Joden weer in een afhankelijke dhimmi-positie terug te dwingen.

Ook de christenen in Libanon hebben een lange geschiedenis van verzet tegen de onderdrukking van islamitische veroveraars. Dankzij het Franse leger werden zij in de negentiende eeuw, verlost van moordpartijen en slavernij en verkregen zij enige rechten en autonomie. Maar de jihad-ideologie herleefde weer in het kielzog van de Arabische oorlogen tegen Israel. In Libanon wist de PLO met hulp van bondgenoten de macht van de christenen te breken. In die jaren steunden de Europese regeringen de strijd van de Palestijnen tegen de christenen in Libanon omdat zij bang waren voor een toename van Palestijns terrorisme in hun eigen steden.


Op uw site las ik in 2001 hoe de Libanees-christelijke leider Bashir Gemayel, al in 1982, de term dhimmitude gebruikte. Dat deed hij in een gepassioneerde overwinningsspeech, nadat hij de Libanese presidentsverkiezingen had gewonnen. Zijn volgelingen riep hij op niet langer in dhimmitude te leven en hun kerken te herbouwen. Later, op diezelfde dag werd hij in een aanslag vermoord.
Had hij het van u?
In die tijd gebruikte ik de term dhimmitude regelmatig in gesprekken met mijn Libanese vrienden. Gezamenlijk hebben wij het uitvoerig besproken en een paar van hen stonden in contact met Gemayel. In 1983 heb ik het voor het eerst in een Italiaans artikel gebruikt en ook in een lezing die ik in Washington gaf. Het kostte mij toen zeer veel moeite om mijn boeken en artikelen gepubliceerd te krijgen omdat zulke ideeën in die dagen resoluut werden afgewezen. Nu is dat in feite niet veel anders. Waar ik maar kon, probeerde ik de werkelijkheid van de dhimmitude uit te leggen als een structureel historisch patroon dat zich in zeer uiteenlopende samenlevingen, telkens weer volgens hetzelfde patroon voltrekt. Omdat mijn werk op zoveel weerstand stuitte, wist ik dat de term dhimmitude nooit ingang zou vinden als bekend was dat ik de uitvinder was. Daarom was ik dankbaar dat Gemayel het gebruikte in een historisch bewogen toespraak vlak voor de aanslag op zijn leven. Hij voelde de betekenis natuurlijk instinctief aan. Hij en zijn volk ondergingen het als een dagelijks kwellende werkelijkheid. Toegeschreven aan Gemayel was het voortaan voor mij veel gemakkelijker om het te gebruiken en het meer bekendheid te geven.

Toen ik in 1995 in Parijs deelnam aan een seminaar over dhimmitude met vertegenwoordigers van verschillende christelijke dhimmi-gemeenschappen, werd ik benaderd door een Libanese christen die mij er voor bedankte dat ik Gemayel de credits had gegeven voor dhimmitude. Hij vertelde mij dat ik, een Joodse Schrijfster hun de sleutel had gegeven tot het begrijpen van hun eigen geschiedenis, maar dat deze term nooit door de christenen geaccepteerd zou zijn als zij hadden geweten van wie het kwam.

Wat zijn de voorbeelden van hedendaags Europese dhimmitude?
Ik beschrijf in mijn boek Eurabia verschillende voorbeelden van dhimmitude zoals de Europese huiver voor het beledigen van de islam, terwijl kritiek op andere religies geen haan doet kraaien. Terrorisme als een tactiek van de jihad creëert in de westerse samenleving een gevoel van kwetsbaarheid. Onveiligheid in bijvoorbeeld scholen en de publieke ruimte, ondermijnt de wet en het respect voor de mensenrechten van iedereen behalve van de daders. De internalisering en institutionalisering van dit gevoel van onzekerheid is het directe gevolg van het verzuimen van de Europese regeringen om de terreur als zodanig te benoemen en te behandelen. Het begon met de Palestijnse aanslagen in de jaren zeventig en tachtig, tegen Europese Joodse burgers in synagogen, restaurants en vliegtuigen. In plaats van af te rekenen met het Palestijns terrorisme, gaven de Europese regeringen liever de schuld aan Israel.

Dergelijke ontkenning van de jihadistische wortelen van de terreur zijn een weergave van het traditionele angstvallig kruiperige dhimmi-reflex. Liever tonen Europese leiders zich bezorgd over de mogelijke vernedering en uitsluiting van Arabieren. Maar er is geen volk dat zo omzichtig wordt behandeld als zij. Zonder enige controle betaalt de Europese belastingbetaler via de EU miljarden aan de Palestijnse Jihad. Dat kan je vergelijken met de wijze waarop vroeger dhimmi’s werden afgeperst om een soort van bescherming af te kopen. Toen onlangs in Irak, een christelijke gemeenschap weigerde om nog langer voor hun veiligheid te betalen werd hun bisschop ontvoerd en vermoord. In andere woorden: bescherming is geen onvervreemdbaar recht maar een gunst waarvoor je moet betalen.

Dhimmi’s moesten altijd de superioriteit van de islam over de ongelovigen erkennen en diep respect betuigen tegenover de islam. Net zoals tegenwoordig Europese leiders dat doen in diverse toespraken, waarin zij bevestigen dat Europa haar beschaving en wetenschap te danken heeft aan de Arabieren. Zoals bijvoorbeeld Hans Dietrich Genscher, die verklaarde hoeveel Europa de Arabieren verschuldigd was, of Chirac die in Le Figaro verklaarde dat “de Europese wortels net zo goed islamitisch zijn als christelijk”. Op een Unesco top in 2001 beweerde hij weer dat “de Arabische cultuur de Europese architectuur, poëzie en wiskunde, bepaald heeft”. Alsof de Faraonische, Griekse, Romeinse en Byzantijnse architectuur afstamt van de Arabische Bedoeïenentent.

Onder leiding van president Obama heeft nu ook Amerika, de meest machtige christelijke natie, zich bij de Europese Dhimmi-club gevoegd. “Onze beheersing van de pen” hebben wij volgens hem van de Arabieren. Alsof de oude Egyptenaren, Hebreeuwers, Chinezen, Grieken en Romeinen nog niet konden schrijven voor de zevende eeuw.

Deze culturele islamisering leidt uiteindelijk tot de claim dat de westerse beschaving in wezen islamitisch is. Een mening die trouwens wijdverbreid is in de islamitische wereld. In mijn boek citeer ik talloze uitspraken waarin de Europeanen worden beschuldigd de wetenschap van de Arabieren te hebben gestolen. Onze cultuur, verleden en beschaving is dus niet langer meer van ons. Wij hebben helemaal niets voortgebracht. De verworvenheden waarvan wij naïef dachten dat het Europese ontdekkingen waren, worden door anderen geclaimed.

De vervalsing van de Europese geschiedenis komt overeen met het uitwissen van de pre-islamitische beschavingen in het Midden-Oosten, Azië en Afrika.

Was u zich als tiener in Egypte bewust van het psychologische fenomeen dhimmitude?
Wij waren nu eenmaal gewend om zo te leven. Hoewel er progroms waren en een klimaat van onveiligheid en virulent antisemitisme, was ik mij niet bewust van de gevaren. Dit was normaal. Pas toen ik Egypte moest verlaten, besefte ik dat ik onder een juk had geleefd. Het bestuderen en analyseren van dhimmitude als historisch verschijnsel bevrijdde mij van mijn ketenen.

Wordt vervolgd. Volgende keer: 'Bat Ye'or over Eurabië'.

La Route au Sud (12)

La_route_au_sud_12

donderdag 2 juli 2009

Amanda & Stephan

AmandaStephansanders_2

Persbericht

Interviews in de zomer. Obalive op Radio 5 & www.obalive.nl

Presentatie: Amanda Kluveld & Stephan Sanders

Vrijdagen 3, 10, 17, 24 & 31 juli 2009: 19.00-21.00 uur.

Historica/publiciste Amanda Kluveld en schrijver/presentator Stephan Sanders presenteren in de zomermaand juli een reeks interviews met bijzondere gasten. Tien uur levendige Radio waar diepgang niet geschuwd wordt en het mes soms niet van tafel gaat!

Vrijdag 3 juli 2009 Radio 5:


19.00-20.00 uur: Amanda Kluveld interviewt Bart Jan Spruyt
20.00-21.00 uur: Stephan Sanders interviewt Anet Bleich

Voor het complete overzicht, surf naar het weblog van Amanda Kluveld: hierr.

La Route au Sud (11)

La_route_au_sud_11

woensdag 1 juli 2009

Rapporteur of propagandist

Arabist_jansen

Maarten van Rossem en ik zijn beiden redelijk op de hoogte van de ‘wetenschappelijke’ literatuur over onze onderwerpen, respectievelijk Amerika en de wereld van de islam. Maarten van R. leest Amerikaanse boeken en kranten, ik lees Arabische boeken en kranten. Sinds zo’n twintig jaar, eigenlijk langer al, doen we daarvan op de buis of de radio wel eens verslag, een enkele keer zelfs samen. Ik herinner me tenminste dat ik begin jaren negentig bij het uitbreken van de oorlog tegen Iraq, ter bevrijding van Koeweit, vele malen, soms haast dagelijks, naast en tegelijk met Maarten in tv-programma’s heb gezeten. Maar toen kende ik hem al, het moet dus eerder begonnen zijn.

Beiden wisten we wel eens iets niet, wie regelmatig in studio’s zit raakt alleen al daardoor het contact met het laatste nieuws een beetje kwijt, maar we werden op ons woord geloofd. Niemand riep tegen ons dat we politieke propaganda bedreven. We zaten daar omdat we door onze opleiding en door ons werk aan de universiteit, feiten kenden die voor de nieuwsberichtgeving relevant zouden kunnen zijn, en waarvan het minder waarschijnlijk was dat een leek of een niet-specialist ze ook kende. Daar werden we verzocht over te babbelen omdat er nu eenmaal niet altijd voldoende beelden beschikbaar zijn om alle beschikbare tv-tijd te kunnen vullen. Bovendien zijn beelden duurder dan babbel.

Ergens tussen toen en nu is er veel veranderd. Ik realiseerde me dat eigenlijk pas voor het eerst volledig in het voorjaar van 2009, tijdens een programma waarin ik zat samen met Tofik Dibi (GroenLinks), op 27 maart. Maar er waren natuurlijk al vele gelegenheden eerder dat er me iets begon te dagen. Kort na de moord op Theo van Gogh zat ik veel in programma’s, onder andere om antwoord te geven op de vraag hoe in andere landen op vergelijkbare moorden gereageerd was.

Naar aanleiding daarvan gingen de zusjes Azough, de een journaliste en de andere kamerlid voor GroenLinks, in de weken daarna redacties waar ik voor had opgetreden afbellen, om navraag te doen: waarom ‘zo’n controversieel Arabist als Hans Jansen’ gevraagd was iets te schrijven of te zeggen voor de krant, of de rubriek, van de redactie die ze aan de lijn hadden. De zusjes hebben (denk ik) inderdaad wel een artikel gemaakt dat ergens verschenen is, en waarin je hopelijk iets van de verbazing van de redacteuren aan wie die vraag gesteld werd, kunt horen doorklinken.

Er zal wel meer gebeurd zijn dat mij gelukkig ontging, uiteindelijk zou ik normaal gesproken ook niets van die telefoontjes van de Azoughjes gehoord moeten hebben. Maar ik merkte geleidelijk aan dat ik langzaam maar zeker niet meer als rapporteur maar als propagandist werd gecast. Had dat te maken met de ontwikkeling van mijn persoonlijke opvattingen, of weerspiegelde het veranderingen in de maatschappij die buiten mij om plaats hadden? Ik denk het laatste.

Met name in het genoemde gesprek met Dibi, dat hij overigens schitterend won, verpletterend haast, was dat heel zichtbaar. Wat de politicus Dibi zei, werd als belangwekkende informatieve neutrale filosofie gepresenteerd. Wat ik daarentegen beweerde werd als propaganda neergezet, terwijl het beweringen waren die in de wandelgangen en collegezalen van dozijnen academische instituten op deze planeet te horen zijn. En terwijl het verhaal van Dibi rechttoe rechtuit toegesneden was op de toevallige politieke situatie in Nederland op de late avond van 27 maart 2009.

Had er ooit wel eens iemand over Maarten van Rossem geschreven dat hij ‘Amerikavijandig’ was? Of dat hij een bekend ‘Amerika-criticus’ was? Of dat hij door de pro-Amerikaanse Amerikadeskundigen ‘niet meer serieus’ werd genomen? Het zou kunnen, maar als het zo is, is het mij ontgaan.

Eigenlijk is het toch niet zo voor de hand liggend, dat een politicus als belangeloze neutrale welwillende rapporteur optreedt, maar daarentegen de wetenschapper als partijdige vooringenomen politieke propagandist. Anderzijds knap van de politici om het in stijgende mate zo geënsceneerd te krijgen.

Ik denk dat het voor de frissigheid van de Nederlandse media goed is wanneer er nog meer over zulke zaken wordt nagedacht dan het geval is. Politici en godsdienstfanaten verstaan nu eenmaal de kunst zowel hun kletskoek als hun koek te vermommen als een neutraal en bezadigd wetenschappelijk vertoog. Wetenschappers, met een heel enkele uitzondering, presenteren hun verhalen vaak knullig, al was het alleen maar omdat ze leven in een wereld waar twijfel en onzekerheid niet alleen hogere ogen gooien dan in de grotemensenwereld, maar ook nog eens een keer vaker aan de orde zijn.

Redacties moeten zorgen dat ze ver boven de beide groepen staan, en dienen te beletten dat kijkers en lezers een rad voor de ogen wordt gedraaid. De kijker hoort te weten wie hij ziet. De lezer hoort te weten wie hij leest. Propagandisten horen zich niet te vermommen als rapporteur, en omgekeerd.

O ja, voor de reaguurders: dat wetenschap even subjectief is als godsdienst, politiek, poëzie en schilderkunst, dat standpunt is al vrij lang geleden achterhaald door de feiten. Natuurlijk is er wel eens wat, maar water kookt in alle culturen bij 100 graden. Rechts rijden is maar een afspraak van benepen en domme burgermensen onderling, maar ook u gaat maar liever niet links rijden. En geloof me, de frisse eerlijkheid van als propaganda verpakte propaganda verkwikt het hart en zal uw dagen verlengen. Voor de rest van de discussie zijn een onbeperkt aantal andere websites beschikbaar.

HansJansen

La Route au Sud (10)

La_route_au_sud_10

dinsdag 30 juni 2009

Vertaling Toespraak Wafa Sultan

Wafawilders_2

Toespraak van Wafa Sultan* op de Free Speech and Islam Conference in Christiansborg Palace Kopenhagen 14 juni 2009.


Hallo allemaal. Hartelijk dank voor uw uitnodiging om hier aanwezig te zijn op deze conferentie. Het is mij een eer om hier vandaag aanwezig te zijn.

Twee jaar geleden, tijdens de turbulente nasleep van de Deense Mohammed-cartoons, reisde ik naar uw mooie land om mijn dankbaarheid uit te drukken voor uw moed om pal te staan voor onze westerse waarden zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van geweten. Zoals u zich wellicht herinnert stelde ik toen dat het publiceren van de cartoons een eerste stap betekende om moslims van over de hele wereld te leren om te gaan met kritiek en respectvol te luisteren naar hoe anderen tegen hun religie aankijken.

Sindsdien heb ik intensief de Arabische media gevolgd, en ik kan u verzekeren dat de publicatie van die cartoons een belangrijke rol heeft gespeeld voor een beweging in de goede richting. In die crisis werd de islamitische ideologie, die uitblinkt in haat, geweld en intolerantie, door buitenstaanders aan de kaak gesteld. De cartoonepisode liet een ander voorbeeld zien en betekende zo een definitief keerpunt.

Maar moslims vinden het nog steeds moeilijk om verantwoordelijkheid te accepteren voor hun acties, en de vraag is waarom. Moslims zijn al meer dan 1400 jaar gegijzeld door hun godsdienstige systeem. Ze zijn eenvoudig nooit blootgesteld aan de wereld buiten hun islamitische beperkte gevangenis. Ze volgen blindelings hun dogma en zijn in het geheel niet in staat tot zelfreflectie en zelfkritiek.

Voor moslims is zelfevaluatie en het uitdagen van de eigen religie een puur taboe. Volgens Bernard Lewis, en ik bevestig dat, verwerpen moslims alles wat nieuw is. Aan de andere kant heeft de westerse politieke correctheid, veroorzaakt door angst, onder de paraplu van het multiculturele geloof, een belangrijke ondersteunende rol gespeeld voor de moslims om vast te houden aan hun overtuigingen en gedragingen, zonder enige behoefte aan hervorming.

Islamisten interpreteren het zwijgen en de softe aanpak van de westerse samenleving als een capitulatie voor hun eisen, en daardoor hebben ze de indruk gekregen dat ze de aan de winnende hand zijn bij hun mars naar de onderwerping van alle anderen aan de islam en de sharia-wetgeving.

Onlangs las ik het artikel ‘In de Casbah van Rotterdam’ van Julio Mittu. (Ik hoop dat ik zijn naam zo goed uitspreek). Het artikel beschrijft op schokkende wijze hoe Rotterdam, de op één na grootste stad van Holland, uitgroeit tot de eerst moslimstad van Europa.

In het krantenartikel stond een citaat van Ismaili, een Rotterdams raadslid, in de vorm van een brief die zij vorig jaar schreef, waarin zij het volgende stelt: “Luister goed jij vuile gek, wij blijven hier. Júllie zijn hier de allochtonen. Met Allah aan mijn zijde vrees ik niks en niemand. Een advies als ik zo vrij mag zijn bekeer je tot de islam en vind rust in je hart.”

Het is duidelijk dat de beschuldiging van Ismaili 15 of zelfs 10 jaar geleden niet afgedrukt zou zijn. Omdat destijds moslims zoals Ismaili zich nog een te zwakke minderheid voelden om zo’n schrikbarende bewering of aankondiging openbaar te maken. Nu hun populatie substantieel is gegroeid hebben de islamisten meer macht en lef gekregen om openlijk hun ware intenties uit te drukken.

De meerderheid in de westerse wereld beschouwt het begrip vrijheid als iets vanzelfsprekends. Men vergeet dan de geschiedenis van de Europese strijd die nodig was om de eeuw van de Verlichting te bereiken, om een seculiere liberale democratie te vestigen. Daarom is het algemene publiek onwillig om deze kostbare waarden te beschermen. Tegelijkertijd doorzien ze niet de ware aard en de bedoelingen van de moslims, en de onderliggende principes waardoor ze gedreven worden.

In de westerse cultuur is geweld een laatste toevlucht. In de moslimcultuur is het een instinctieve reactie. Het gevolg daarvan is, dat - terwijl barbaarse acties zoals eerwraak, verkrachting van niet-moslims, en georganiseerd vandalisme door moslims in Europses steden plaatsvinden - regeringsfunctionarissen en gezagsgetrouwe burgers, de liberale academische elite, de liberale media, en de voorstanders van de interreligieuze dialoog legitimeren dat de door de sharia goedgekeurde doctrines worden ingeweven in de westerse sociale structuur, waardoor een schadelijke ‘syncretistische’ verhouding ontstaat.

Aan de ene kant wordt in de moskeeën, op scholen en thuis aan de jonge moslims onderwezen dat niet-moslims kaffers zijn, ongelovigen, die geen respect verdienen, dat moslims nooit moeten assimileren in de westerse samenleving, dat de dood meer waard is dan het leven, dat Joden varkens en apen zijn, dat het verkrachten van niet-moslims geen misdaad is en dat het is toegestaan om je vrouw te slaan om haar te disciplineren, en ik zou nog lang door kunnen gaan met het opsommen van onacceptabele moslimactiviteiten die door de shariawetgeving zijn toegestaan. Aan de andere kant horen we totaal onredelijke boodschappen over tolerantie van Europese leiders, zoals een proces door een Nederlands gerechtshof tegen Geert Wilders wegens ‘haatzaaien’.

In plaats van zijn recht op vrije meningsuiting te verdedigen wordt Wilders gestraft vanwege het feit dat hij de strijd tussen de islamisering van het Westen en de noodzaak om de vrije wereld te beschermen bespreekbaar maakt. In plaats dat men het recht van Wilders op zijn voorkeur voor de ware liberale waarden verdedigt tracht men hem het zwijgen op te leggen en wordt hij beschouwd als een racistische islamofoob. Ik geloof dat de Nederlandse zaak tegen Wilders een uitdrukking is van de machtige invloed van de Organisation of the Islamic Conference op de Europese instituties.

Zoals u wellicht weet streeft deze Organisatie, een associatie van 57 islamitische staten, naar een resolutie van de Verenigde Naties die kritische dissidente stemmen tegen de islam zou kunnen verbieden. Dit initiatief is uiterst destructief en gevaarlijk. Ik dring krachtig aan op de nederlaag van dit voorstel.

Zoals in de zaak van de heer Wilders blijkt, is het liberale establishment, toegejuicht door de groeiende moslimpopulatie, in staat om met succes iedereen die de islam bekritiseert af te schilderen als oorlogshitser, anti-vrede, rechts extremist, racist en islamofoob. Op dit moment is deze sfeer van multiculturalisme wel heel navrant geworden, en bijgevolg is de toon van de oppervlakkige politieke correctheid niet in staat gebleken het gevaar onder ogen te zien van het onkruid dat kon groeien in de westerse tuin, het onkruid dat uiteindelijk de humanistische schoonheid van die tuin zou kunnen vernietigen.

Na ‘11 september’, en meer specifiek na de rel met de Deense cartoons, beseffen gelukkig een aantal moedige individuen in het Westen het enorme aspect van de islamitische cultuur en hebben ze zich er krachtig tegen uitgesproken. De heer Wilders is vandaag bij ons. Hij is één van deze moedige leiders. Hij is een echte held die ondanks allerlei obstakels zijn welzijn riskeerde om op te komen voor onze veiligheid. Door de documentairefilm Fitna te produceren stelde de heer Wilders het publiek in staat om het verband te onderzoeken tussen de islamitische leer en de manifestaties van de islamitische teksten, waarbij de uiteindelijke conclusies aan de kijker werden overgelaten.

Ik, als Arabische, ben er van overtuigd, dat naarmate er meer mensen in het Westen de waarheid over de islam te weten zouden komen, er nog veel meer de voetstappen van Geert Wilders zouden volgen.
Daarom doe ik een beroep op westerse regeringsfunctionarissen om de islamitische principes te bestuderen aan de hand van de oorspronkelijke Arabische teksten, zonder verdraaiing of verbloeming.

Eén van die principes is een zeer gevaarlijk islamitisch concept: in het Arabisch bekend onder de naam al-taqiyya. Het staat moslims toe, sterker nog, het beveelt moslims om te liegen en te misleiden om het uiteindelijke doel te bereiken: het onderwerpen van de wereld aan de islam en de sharia-wetgeving.

De islamisten, die de politieke ideologie volgen die er naar streeft om de niet-moslims te onderwerpen, gebruiken het concept van al-taqiyya. Ik geloof dat de taqiyya van de moslims en de onwetendheid van het Westen aangaande de ware bedoelingen van de islamisten allebei ons recht schenden om de waarheid te leren kennen, of hun bedoelingen nu slecht zijn of onopzettelijk. De relatie tussen die twee is het recept voor onherstelbare schade aan de liberale democratie en de waarden van de vrijheid, de basis van de Europese Unie.

Het is duidelijk dat de mensen in het Westen en in het bijzonder de leidinggevenden, die hun leven leiden volgens de westerse morele code waarmee ze zijn opgegroeid, weigeren individuen te beoordelen op basis van hun religie, en dat is hun goed recht. Maar ze hebben niet het recht om zich af te sluiten voor het feit dat de islam niet alleen maar een religie is, maar dat het bovendien een politiek doctrine is, die probeert zich aan anderen op te leggen door middel van geweld.

Dat is nu juist precies het punt dat de heer Wilders zo krachtig naar voren probeert te brengen en het is precies hetgeen wordt gesymboliseerd in de vlag van Saoedie Arabië. Kijkt u alstublieft eens naar die Saoedische vlag. De tekst op de vlag luidt: Er is geen God dan Allah en Mohammed is zijn profeet. Onder deze godsdienstige bewering is een groot zwaard afgebeeld. Het staat voor de superioriteit van de islam, en voor de ambitie om die met geweld op te leggen aan de niet-moslim. De vlag toont zo het onderliggende fundament van de islam.

U kent wellicht het gezegde dat er een heel dorp voor nodig is om een kind sociaal gezond op te laten groeien. In die geest doe ik een appel op alle verenigde volkeren, landen en naties, om er voor te zorgen dat dat eeuwige kind wordt beschermd, onze dierbare vrijheid, om moedig te zijn en vierkant achter de heer Wilders te gaan staan teneinde de liberale democratie te beschermen als onze hoogste prioriteit.

Ik doe een beroep op u om alstublieft goed te beseffen dat zij die hun geschiedenis vergeten gedoemd zijn om die geschiedenis te herhalen, en dat zij die hun vijand niet kennen nooit in staat zullen zijn om die vijand te verslaan. Zoals de wijzen zeiden zal het Congress nooit een wet maken die de de vrijheid van meningsuiting beperkt. Er is geen vrijheid zonder de vrijheid om kritiek te uiten en om een redelijke beschaafde discussie te kunnen voeren: er zijn geen waarden zonder wederzijds respect.[sic]

Het dreigen met geweld is iets voor criminelen, niet voor de beschaving. U, als het Deense volk, staat bekend om uw geschiedenis als strijders tegen het kwaad. Ik geloof dat het Deense volk inderdaad de eer verdient voor het schieten van de eerste bres in de islamitische gevangenismuur. Ik ben er zeker van dat u daardoor een deur hebt geopend en anderen in de Europese Unie de moed hebt gegeven om zich nu aan te sluiten bij de strijd tegen de ontwikkeling die onze manier van leven en onze kernwaarden bedreigt. Daarvoor breng ik u een eresaluut.

Ten slotte: de grote Thomas Paine, één van de grondleggers van de Verenigde Staten, stelde: “Indien er moeilijkheden moeten zijn, laat ze er dan zijn in mijn dagen, zodat mijn kind in vrede kan leven.” Dus laten we nú afrekenen met deze troebelen, zodat onze toekomstige generatie in vrede moge leven.

Heel veel dank.

* Wafa Sultan (Banias, Syrië, ca. 1959) is een Amerikaanse psychiater van Syrische afkomst die in Los Angeles leeft en de relatie tussen de religies becommentarieert. Ze gaat hierbij uit van haar vaststelling dat, in tegenstelling tot andere religies zoals het Christendom, het Jodendom, het Hindoeïsme of het Boeddhisme, de voornaamste bron van religieus geweld voortspruit uit de islam.

Vertaling: Henk - Hoeiboei

Wafa Sultan, Copenhagen, 2009 from IFPS on Vimeo.