
De begrippen Dhimmitude en Eurabia zijn in de gehele wereld gemeengoed geworden en dat is geheel te danken aan het jarenlange onderzoek van de historica Bat Ye’or. Hoogtepunten uit haar omvangrijke werk zijn: The Decline of Eastern Christianity waarin zij de geschiedenis van de ondergang van het christendom onder de islam beschrijft en Eurabia, waarin zij de medeplichtigheid van Europese politici aan de huidige islamisatie documenteert.
Barry Oostheim heeft voor Hoeiboei enkele prangende zaken met haar doorgenomen. Zie ook inleiding. 'Het Grote Bat Ye'or Interview' bestaat uit drie delen.
Deel 1: Bat Ye’or over Dhimmitude
Barry Oostheim: Uw beschrijving van dhimmitude kan opgevat worden als een archetypische psychologische conditie van de mens, onder welk totalitair systeem dan ook. Het komt voort uit angst en intimidatie en resulteert in lafheid, zelfcensuur en zelfmarginalisatie. Is het in die zin ook van toepassing op bijvoorbeeld het fascisme en communisme?
Bat Ye’or: Er zijn ongetwijfeld overeenkomsten. Maar Dhimmitude vloeit voort uit een specifiek historisch verschijnsel, Jihad: de territoriale veroveringsdrift en collectieve onteigening van niet-islamitische volkeren, gevoed door religieuze strijd. Dhimmitude is dus niet alleen de psychologische staat van diegenen die er aan ten prooi vallen, maar het is een geheel van religieus gerationaliseerde vooroordelen, militaire regels en het navolgen daarvan. Kortom een complete levenswijze geconditioneerd door angst.
Wanneer en hoe werd u zich bewust van het feit dat dhimmitude tegenwoordig nog steeds een realiteit is die de verhoudingen bepaalt tussen moslims en niet-moslims?
Deze realiteit drong pas tot mij door toen ik in Engeland de betekenis van vrijheid leerde kennen, nadat ik in 1957 Egypte moest verlaten. Toen ik enkele jaren later Tunesië, Marokko en Libanon bezocht viel mij het behoedzame gedrag van de daar wonende Joden op en het herinnerde mij aan mijn eigen situatie in Egypte. Dat probeerde ik te analyseren in mijn boek The Dhimmi dat in 1985 verscheen in Engeland. De Libanese burgeroorlog en het Israelisch- Arabisch conflict passen ook in dit patroon.
Hoe past het dan in het jihad-dhimmi patroon?
Omdat Joden en christenen volgens de islamitische wet allebei dhimmi’s zijn. Daarom mogen zij hun minderwaardige positie niet aanvechten. Dat deze onderdrukte dhimmi-gemeenschappen onafhankelijkheid zouden nastreven, is onacceptabel en dus wordt een onafhankelijke Joodse staat op alle mogelijke manieren bestreden, om de Joden weer in een afhankelijke dhimmi-positie terug te dwingen.
Ook de christenen in Libanon hebben een lange geschiedenis van verzet tegen de onderdrukking van islamitische veroveraars. Dankzij het Franse leger werden zij in de negentiende eeuw, verlost van moordpartijen en slavernij en verkregen zij enige rechten en autonomie. Maar de jihad-ideologie herleefde weer in het kielzog van de Arabische oorlogen tegen Israel. In Libanon wist de PLO met hulp van bondgenoten de macht van de christenen te breken. In die jaren steunden de Europese regeringen de strijd van de Palestijnen tegen de christenen in Libanon omdat zij bang waren voor een toename van Palestijns terrorisme in hun eigen steden.
Op uw site las ik in 2001 hoe de Libanees-christelijke leider Bashir Gemayel, al in 1982, de term dhimmitude gebruikte. Dat deed hij in een gepassioneerde overwinningsspeech, nadat hij de Libanese presidentsverkiezingen had gewonnen. Zijn volgelingen riep hij op niet langer in dhimmitude te leven en hun kerken te herbouwen. Later, op diezelfde dag werd hij in een aanslag vermoord.
Had hij het van u?
In die tijd gebruikte ik de term dhimmitude regelmatig in gesprekken met mijn Libanese vrienden. Gezamenlijk hebben wij het uitvoerig besproken en een paar van hen stonden in contact met Gemayel. In 1983 heb ik het voor het eerst in een Italiaans artikel gebruikt en ook in een lezing die ik in Washington gaf. Het kostte mij toen zeer veel moeite om mijn boeken en artikelen gepubliceerd te krijgen omdat zulke ideeën in die dagen resoluut werden afgewezen. Nu is dat in feite niet veel anders. Waar ik maar kon, probeerde ik de werkelijkheid van de dhimmitude uit te leggen als een structureel historisch patroon dat zich in zeer uiteenlopende samenlevingen, telkens weer volgens hetzelfde patroon voltrekt. Omdat mijn werk op zoveel weerstand stuitte, wist ik dat de term dhimmitude nooit ingang zou vinden als bekend was dat ik de uitvinder was. Daarom was ik dankbaar dat Gemayel het gebruikte in een historisch bewogen toespraak vlak voor de aanslag op zijn leven. Hij voelde de betekenis natuurlijk instinctief aan. Hij en zijn volk ondergingen het als een dagelijks kwellende werkelijkheid. Toegeschreven aan Gemayel was het voortaan voor mij veel gemakkelijker om het te gebruiken en het meer bekendheid te geven.
Toen ik in 1995 in Parijs deelnam aan een seminaar over dhimmitude met vertegenwoordigers van verschillende christelijke dhimmi-gemeenschappen, werd ik benaderd door een Libanese christen die mij er voor bedankte dat ik Gemayel de credits had gegeven voor dhimmitude. Hij vertelde mij dat ik, een Joodse Schrijfster hun de sleutel had gegeven tot het begrijpen van hun eigen geschiedenis, maar dat deze term nooit door de christenen geaccepteerd zou zijn als zij hadden geweten van wie het kwam.
Wat zijn de voorbeelden van hedendaags Europese dhimmitude?
Ik beschrijf in mijn boek Eurabia verschillende voorbeelden van dhimmitude zoals de Europese huiver voor het beledigen van de islam, terwijl kritiek op andere religies geen haan doet kraaien. Terrorisme als een tactiek van de jihad creëert in de westerse samenleving een gevoel van kwetsbaarheid. Onveiligheid in bijvoorbeeld scholen en de publieke ruimte, ondermijnt de wet en het respect voor de mensenrechten van iedereen behalve van de daders. De internalisering en institutionalisering van dit gevoel van onzekerheid is het directe gevolg van het verzuimen van de Europese regeringen om de terreur als zodanig te benoemen en te behandelen. Het begon met de Palestijnse aanslagen in de jaren zeventig en tachtig, tegen Europese Joodse burgers in synagogen, restaurants en vliegtuigen. In plaats van af te rekenen met het Palestijns terrorisme, gaven de Europese regeringen liever de schuld aan Israel.
Dergelijke ontkenning van de jihadistische wortelen van de terreur zijn een weergave van het traditionele angstvallig kruiperige dhimmi-reflex. Liever tonen Europese leiders zich bezorgd over de mogelijke vernedering en uitsluiting van Arabieren. Maar er is geen volk dat zo omzichtig wordt behandeld als zij. Zonder enige controle betaalt de Europese belastingbetaler via de EU miljarden aan de Palestijnse Jihad. Dat kan je vergelijken met de wijze waarop vroeger dhimmi’s werden afgeperst om een soort van bescherming af te kopen. Toen onlangs in Irak, een christelijke gemeenschap weigerde om nog langer voor hun veiligheid te betalen werd hun bisschop ontvoerd en vermoord. In andere woorden: bescherming is geen onvervreemdbaar recht maar een gunst waarvoor je moet betalen.
Dhimmi’s moesten altijd de superioriteit van de islam over de ongelovigen erkennen en diep respect betuigen tegenover de islam. Net zoals tegenwoordig Europese leiders dat doen in diverse toespraken, waarin zij bevestigen dat Europa haar beschaving en wetenschap te danken heeft aan de Arabieren. Zoals bijvoorbeeld Hans Dietrich Genscher, die verklaarde hoeveel Europa de Arabieren verschuldigd was, of Chirac die in Le Figaro verklaarde dat “de Europese wortels net zo goed islamitisch zijn als christelijk”. Op een Unesco top in 2001 beweerde hij weer dat “de Arabische cultuur de Europese architectuur, poëzie en wiskunde, bepaald heeft”. Alsof de Faraonische, Griekse, Romeinse en Byzantijnse architectuur afstamt van de Arabische Bedoeïenentent.
Onder leiding van president Obama heeft nu ook Amerika, de meest machtige christelijke natie, zich bij de Europese Dhimmi-club gevoegd. “Onze beheersing van de pen” hebben wij volgens hem van de Arabieren. Alsof de oude Egyptenaren, Hebreeuwers, Chinezen, Grieken en Romeinen nog niet konden schrijven voor de zevende eeuw.
Deze culturele islamisering leidt uiteindelijk tot de claim dat de westerse beschaving in wezen islamitisch is. Een mening die trouwens wijdverbreid is in de islamitische wereld. In mijn boek citeer ik talloze uitspraken waarin de Europeanen worden beschuldigd de wetenschap van de Arabieren te hebben gestolen. Onze cultuur, verleden en beschaving is dus niet langer meer van ons. Wij hebben helemaal niets voortgebracht. De verworvenheden waarvan wij naïef dachten dat het Europese ontdekkingen waren, worden door anderen geclaimed.
De vervalsing van de Europese geschiedenis komt overeen met het uitwissen van de pre-islamitische beschavingen in het Midden-Oosten, Azië en Afrika.
Was u zich als tiener in Egypte bewust van het psychologische fenomeen dhimmitude?
Wij waren nu eenmaal gewend om zo te leven. Hoewel er progroms waren en een klimaat van onveiligheid en virulent antisemitisme, was ik mij niet bewust van de gevaren. Dit was normaal. Pas toen ik Egypte moest verlaten, besefte ik dat ik onder een juk had geleefd. Het bestuderen en analyseren van dhimmitude als historisch verschijnsel bevrijdde mij van mijn ketenen.
Wordt vervolgd. Volgende keer: 'Bat Ye'or over Eurabië'.






