Zijn we na al die jaren iets opgeschoten?

Annelies_small-1
"Ik had nooit verwacht nog eens voor de vrijheid van meningsuiting de barricaden op te gaan", zei Rutte in 2008 bij de opening van de zogeheten Vrijdenkersruimte. Nu de VVD de kans krijgt 't fossiele godslasteringswetje uit 1932 de nek om te draaien hebben de liberalen niet de ballen het te doen! Dankzij minister J. Donner (Justitie), grootvader van Piet Hein Donner – opzet bestaat – lijken we meer op een land als Iran dan menigeen denkt. Het valt echt niet aan hier in vrijheid opgegroeide Iraniërs uit te leggen waarom we niet met deze wet hebben afgerekend. For old time's sake?

Geestig, grimmig en genadeloos

Dick_small-1
Een hellend vlak. Daarop een groot rotsblok. Daar om heen en daarover bewegen zich vijf mannen. Ze versjouwen rotsblokken. In de bergen. Waarom ze dat doen, hoe lang al en hoe lang nog, dat komen we niet aan de weet. Aan het einde van dit toneelstuk is er sprake van, dat de mannen afgelost zullen worden. Door wie, wanneer, dat is niet duidelijk. Hoewel...het stuk eindigt met het beeld waarin de mannen blazen op een soort lange midwinterhoorns. Hun roep wordt beantwoord. Ergens ver weg klinkt een zelfde soort geluid. Het is 1982 en Ik zit in het Shaffy Theater, het tegenwoordige Felix Meritis aan de Keizersgracht in Amsterdam, en vind het prachtig. Het is een nieuw soort muziektheater. Je voelt aan het publiek in de zaal, dat het zich ervan bewust is dat hier iets bijzonders gebeurt. Het is de tweede voorstelling (Graniet) van De Mexicaanse Hond, een afsplitsing van

EIS OOK EEN EURO

Arabist_jansen

De eis van een euro is minder absurd en ongevaarlijk dan de lacherige commentaren veronderstellen. Als iedereen die zich beledigd voelt, een euro van de belediger mag eisen, kan dat raar oplopen. Met de kosten van een niet zo dure advocaat erbij, kan dat een groeisector worden waar veel geld omgaat.

Volgens de theologie van de islam hoort een moslim zich diep beledigd te voelen als iemand bijvoorbeeld zegt: ‘Ik vind de bijbel eigenlijk beter dan de koran’, of: ‘Mohammed heeft de koran zelf geschreven, het is hem niet door de engel Gabriel gedicteerd’. Of ook: ‘Neuqen met een meisje van negen jaar oud heet in het Nederlands pedofilie’. En al helemaal: ‘De islamitische sharia is ondemocratisch, oneerlijk en onbillijk, schept rechtsonzekerheid en chaos, en moet nergens ingevoerd worden. We moeten onze eigen wetten en regels blijven maken via de traditionele gekozen wetgevende vergaderingen’.

Abdul-Jabbar van de Ven is jongerenimam. Dat is geen beschermde titel, je hoeft er geen imam-opleiding voor gevolgd te hebben. Je hoeft er zelfs geen jongere voor te zijn. De heer Van de Ven heeft niet even veel aanhang en prestige als een echte imam. Toch is het hem gelukt zijn aanhangers enkele honderden aanklachten tegen de cartoonist Gregorius Nekschot te laten indienen. Daarop heeft de Nederlandse politie zoals bekend actie ondernomen. Justitie heeft jarenlang het leven van Nekschot verzuurd en bemoeilijkt. Desalniettemin is het niet tot een proces gekomen. Die schande is Nederland ten minste gespaard gebleven.

Laten we ons even voorstellen dat een echte imam zijn gelovigen oproept te gaan klagen over belediging van de islam, en dat de rechter elke klacht honoreert met een euro. De schade voor wie zegt: ‘Mijn wetten zijn beter dan die van de islam’ kan in de tienduizenden lopen.

Zeker kamerleden moeten dan gaan uitkijken, want een groepje frontsoldaten van de islam is begonnen er op aan te dringen dat ook bij discussies in de Tweede Kamer de islam gerespecteerd wordt. Maar dat kan helemaal niet: iedereen die zich tot lid van een wetgevende vergadering laat kiezen, verkeert in de waan dat hij beter wetten kan maken dan God zelf. Wie aan die waan lijdt, is volgens de regels van de sharia nog niet jarig. Althans, zo stelt de islamitische theologie het. Lees er Sayyid Qutb, Ibn Taymiyya, Jad al-Haqq, Tantawi, Qaradawi en ongetelde anderen in heden en verleden maar op na.

In hoe verre zullen de gewone gelovigen weerstand (kunnen) bieden aan de druk die hun imam mogelijk uitoefent om zo’n eis van een euro in te dienen? Op de lange duur moeten we daar niet te optimistisch over zijn. De dreiging om een weigering een euro te eisen als ‘uittreding uit de islam’ te beschouwen, is op korte of lange termijn effectief. En de regels van de islamitische sharia kunnen zeker gebruikt worden om te rechtvaardigen dat iemand die weigert zich beledigd te voelen, inderdaad als een uittreder bestempeld moet worden. We weten inmiddels dat islam op uittreding de doodstraf stelt, en dat als de overheid hier zijn plicht verzuimt, particulier initiatief dat verzuim informeel goed kan maken.

Sinds de Dag der Benadeelden in het Wildersproces, vrijdag 27 mei 2011, staat het ons weer scherp voor de geest wat er met Nederland zal gaan gebeuren als de huidige frontsoldaten van de islam lakens mogen uitdelen. Dat is de moslims niet echt aan te rekenen, maar de huidige generatie frontsoldaten zou er goed aan doen zich een beetje achter de linies buiten het bereik van vijandelijk vuur terug te trekken.

Ondanks alles, eerlijk is eerlijk, dat zulke bevuiling van het gezag van de overheid in het algemeen en de rechterlijke macht in het bijzonder überhaupt mogelijk is gemaakt, ligt niet aan de islam maar aan de Nederlandse wet- en regelgeving, plus de wonderlijke neiging tot islamofilie binnen het justitieapparaat. Het is te betreuren dat de rechtbank niet geoordeeld heeft dat het proces moest worden afgelast. Daar een reden voor te bedenken was voor deze knappe juristen niet zo moeilijk geweest. Zelfs de contaminatie van de wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende bevoegdheden van de overheid, vlees geworden in de persoon van Tom Schalken, was achteraf geredeneerd daar een goed excuus voor geweest.

Maar goed, voorlopig mogen we in Islamsterdam vooral hopen dat ketterprocessen toch maar eerlijk gevoerd zullen worden, en dat de schade tot een euro beperkt blijft. Contra-Jihad is trouwens ook mogelijk: bij elk boek waarin ongelovigen beledigd worden, de uitgever aanpakken en een euro eisen? Wie begint?

HansJansen

Bob Dylan 70

Door Kees Bakhuyzen

Op 27 april jongstleden had ik het genoegen Bob Dylan voor de eerste keer in mijn leven live te zien en te horen. Kritieken en reacties van devote fans beloofden weinig goeds. Dylan’s stem zou volledig op zijn, hij zou klinken als een ouwe kraai, hij speelde te weinig classics, communiceerde niet met het publiek en hij weigerde consequent het gebruik van schermen en video, waardoor de 12.000 aanwezigen in het Sydney Entertainment Centre zich moesten richten op de kleine figuren op het podium in de verte waarvan het zicht niet veel prijsgaf omtrent de identiteit van de muzikanten, of het moest de inmiddels uit duizenden herkenbare hoed van Dylan zelf zijn. Ik had het voorbeeld van de man naast mij moeten volgen door een verrekijker mee te nemen. Gemiste kans.

Aan bovenstaaande kritieken heb ik niet veel toe te voegen, al was met ‘All along the watchtower’, ‘A hard rain’s a gonna fall’ en ‘Like a Rolling Stone’ en verschillende nummers van erkende meesterwerken Blood on the Tracks (’75) en Highway 61 Revisited (’65) de kritiek van ‘te weinig classics’ onterecht. Maar ondanks al die kritiek verliet ik het concert met slechts twee gedachten: Dylan is – nog steeds – een genie en het wordt de hoogste tijd dat ik mijn geringe collectie Dylan-albums eens aanvul met al zijn klassieke platen.

Love him or hate him; ik ken genoeg voorbeelden van beide kampen. Zij die met hem weglopen en voor wie hij bijna niets fout kan doen (deze diehard fans zijn vaak iets ouder dan ik ben) of degenen die direct afhaken bij die stem – ‘niet om aan te horen’. Ik ben in de loop der jaren langzaam gaan overhellen naar het eerste kamp. Liefde op het eerste gezicht was het niet. Mijn oudste broer wist met zijn collectie platen mijn enthousiasme voor Neil Young, Lou Reed en Led Zeppelin op te wekken, maar die dubbel-lp met Bob Dylan’s Greatest Hits deed me niet zo veel. Toen eenmaal de punk en new wave periode aanbrak – door mijn jongere neef en mijzelf met veel passie onthaald – werd Bob Dylan definitief bijgezet in de ‘ouwe lullen parade’; goed voor onze oudere broers, zussen, nichten en neven – terwijl wij er ons uiteraard hardnekkig tegen afzetten. Onderwijl moesten we erkennen dat ‘Changing of the guards’ van die nieuwe Dylan Street Legal (’78) toch eigenlijk wel een goed nummer was.

Street Legal prijkt inmiddels in mijn cd-kast en inderdaad, ‘Changing of the guards’ blijft prachtig, evenals veel andere nummers op deze ondergewaardeerde plaat. Helaas speelt Dylan dit nummer nooit live, evenmin als mijn ultieme Dylan-song, het ruim 14 minuten durende ‘Sad eyed lady of the Lowlands’ van mijlpaal Blonde on Blonde uit ’66. De plaat die mij begin jaren ’90 eindelijk het kamp van de Dylan-fans binnenloodste. Inmiddels heeft ook Blood on the Tracks zich definitief genesteld in de hogere regionen van mijn ‘favoriete platen ooit’.

Dylan wordt vandaag [24.5.2011] 70. ‘De stem van een generatie’, of zo u wilt ‘de ouwe neuzelaar’. Ik heb van begin tot eind genoten van het concert en er gaat bijna geen dag voorbij of het komt wel even langs in mijn herinnering. Teleurgestelde fans of niet, voor mij blijft Dylan spelen tot hij er letterlijk bij neervalt. As the Aussies say: Good on ya mate!

Dagelijks portie betaalbaar internet

Door Annelies van der Veer

3 ½ uur rijden en G en ik zijn in de Ardennen. We komen er al jaren, hetzelfde comfortabele vakantiehuis, de onveranderde prachtomgeving. Niets nieuws onder de zon behalve voortschrijdend internetgebruik. Je kent dat wel. Zonder internet kun en wil je eigenlijk niet meer. Ook niet tijdens je vakantie, en er moet af toe nog een online klusje geklaard kunnen worden. Dus belde G. onze provider om een toch-nog-duur-maar-goedkoper-kan-het-niet internationaal internetbundeltje aan te schaffen. We hebben zo'n dongeldingetje en het simmetje daarvan steek je dan in een nog handiger meeneem-apparaatje zodat je rondom het huis online kunt zijn met alle internetdingen die je maar wilt. Ja, emailen, twitteren, webbrowsen maar geen youtube filmpjes want dan ben je zo door je 'voordelige' MB'tjes heen en wordt het kassa-ching 2-euro-zoveel per MB naar de provider.

Wie schetst onze verbazing als er 3 dagen

Lees verder in Metro of op de Metro-site hierr.

Trial of Geert Wilders

Arabist_jansen

The Dutch will, from now on, have to live with unpredictable limitations of the freedom of speech and, even worse, with the legality of attempts to sabotage the foundation of all Western politics: the separation of the three traditional powers of the Western state: the executive, legislative and judicial power.

The Amsterdam court charged with condemning the elected member-of-parliament Geert Wilders decided today that the trial must go on where it derailed last fall. In October and November 2010 it became known that Justice Tom Schalken (Amsterdam) had dinner with one of the few expert witnesses the court had allowed to the defense of Mr Wilders. This dinner took place a few days before the witness had to appear in court. These contacts could easily be understood as attempts to influence the witness. It is actually rather difficult to understand them in any other way.

Judge Tom Schalken, we now know, also had played a role in the executive when as a functionary of the Ministry of Justice he formulated the laws that make it possible for Geert Wilders to be summoned to court by private citizens even when the state prosecutor does not see a winnable case. He, moreover, had been active behind closed doors, influencing Dutch opinion makers; and published ‘scholarly’ articles arguing the case against political dissidents like Mr. Wilders. Finally, as the crown on all this work, he had signed (and probably personally written) the order that imposed on the prosecutor the duty to go to trial to get Mr. Wilders condemned.

Nevertheless, the Amsterdam Court did not see a problem here, and Dutch justice will run its course. Or, actually, the Court did see the problems, but did not think they were relevant to what they were doing to Mr. Wilders. Only decades of studying and practicing law in the Netherlands will help outsiders to understand this decision, but it is seriously to be doubted whether sane young men and women will take the trouble to do so.

The trial, hence, goes on where it got derailed in the fall of 2010. From now on, someone who speaks in the Netherlands about Islamic theology, law or religious practice will have to be extremely careful. Librarians will have to clean their shelves: books from whatever period may have to be removed. Tourists who bring books or newspapers with them from the outside world must hope for the best. Publishers and bookshops will surely spontaneously understand their patriotic duties. The multicultural state shall have its way.

It goes without saying that Christianity, Judaism and Atheism cannot receive similar protection from the multicultural state – because if that were the case, the Koran and all handbooks of Mohammedan law would have to be forbidden because of the offensive and abusive language these religious texts employ when discussing non-Muslim religious viewpoints. And, as we all know, to forbid Islamic books would be a very unmulticultural thing to do indeed.

Olifantenpad

Door Dick Gilsing

De mens is geneigd de kortste weg te nemen. We houden niet van omwegen. Waar het kan, proberen we de kortste route te volgen. Desnoods wijken we van gebaande wegen af om zo snel mogelijk ons doel te bereiken.

Ik betrapte mezelf op dit instinctmatig handelen, toen ik laatst overstak. Ik wachtte keurig op het groen van het voetgangerslicht en deed mijn eerste stappen op het zebrapad. Ik was op weg naar de supermarkt schuin aan de overkant. Onwillekeurig week ik van het zebrapad af om de afstand naar mijn doel te bekorten. Ik verkeerde niet in tijdnood. Toch maakte ik deze afsteker. Toen ik mij bewust werd van mijn burgerlijke ongehoorzaamheid tegenover de officiële route, zag ik aan de overkant een agent in dienst. Hij wachtte mij zichtbaar vergenoegd op. “Dat is dan 35 euro”, zei hij. “Wat?” “35 euro, U week van het zebrapad af.” Ik wilde iets verschrikkelijks zeggen, maar hield me op tijd in. “Ik betaal u niet.” “U krijgt een bon van me”, lichtte de agent toe. “Een bon?”. “Dit is strafbaar”, voegde hij eraan toe. “U krijgt een bon van me. Als u was aangereden, had u geen enkel verhaal gehad“. “Ik geef u mijn naam niet”, zei ik stoer. “Dan gaat u mee naar het bureau.” “Dat is goed, hoe bent u?” Even was het stil. Toen antwoordde de agent: “Op de fiets.” “Goed”, zei ik. “Waar staat uw fiets?” Hij wees naar zijn dienstrijwiel een eindje verderop. “Dan ga ik achterop zitten.” De agent liep langzaam naar zijn fiets. Onverhoeds reed hij de andere kant op. Z’n fiets had niet eens op slot gestaan.

Ongelijk had de wetsbeschermer niet. Ik beging een overtreding en daar moet je voor boeten. Het is een ingesleten gewoonte van me, dat maken van afstekertjes en het afsnijden van bochten. En niet alleen van mij. Er is onlangs een prachtig boek over verschenen, waarin de bewijzen van deze instinctrest worden getoond in 74 foto’s van zogenaamde olifantenpaadjes. Zo heet deze uitgave ook: Desire Lines. Olifantenpaadjes De foto’s zijn door Jan-Dirk van der Burg gemaakt. Schrijver en bioloog Maarten ’t Hart heeft ‘dit schuwen van omwegen’ van een korte toelichting voorzien. Hij is altijd al gefascineerd geweest door olifantenpaadjes, ‘desire lines’ zoals de Engelsen ze noemen. Eigenlijk zijn het uitgesleten monumenten van stil verzet. Een massaal verweer tegen de door ontwerpers en planners gedicteerde loop- en fietsroutes. Sierlijke paden zijn het vaak. Prachtig bedacht. Mooi ontworpen. Met lussen die in esthetisch opzicht onberispelijk ogen. Maar net als omlaag stromend water zoekt de mens de kortste weg. De lussen worden afgesneden. Er is één iemand die daarmee begint. Dan volgen er meer. Ontstaat er zo een alternatief paadje – dat is nooit kaarsrecht, ’t Hart wijst op de flauwe lus die daarin altijd aanwezig is - dan houdt op een gegeven moment iedereen zich daaraan, zoals olifanten dat doen. En dan begint een voorspelbaar en vermakelijk proces. De autoriteiten proberen hindernissen op te werpen bij deze afsteekpaadjes. Er wordt een hek neergezet. Er wordt een greppel gegraven. De obstakels worden vervolgens door de gebruikers verwijderd. Dan verschijnen er prikkeldraadversperringen. En de greppels worden sloten. Maar ook deze obstakels verhinderen niet dat de gebruikers de zich eenmaal verworven kortste weg niet meer laten ontnemen. Je zou zeggen: waarom spannen al die planologen zich zo in om prachtige routes te ontwerpen als hier toch binnen de kortste keren op bepaalde punten van afgeweken wordt? Laat de mensen zelf hun wegen banen. Laat het aan hen over zelf hun weg te zoeken. Die vinden ze heus wel. De kortste weg. Net zoals olifanten.

Toch ontstaan er natuurlijk problemen als mensen te veel hun eigen route gaan bepalen. Zeker als ze zelf - in figuurlijke zin - afstekertjes maken en desire lines ontwikkelen. Alternatieve afstudeerroutes bijvoorbeeld in het onderwijs. Uit de nood geboren. Dat wel. Laten we dat heel duidelijk stellen. Wat moet je in een noodsituatie, ontstaan door uit de hand gelopen marktgericht denken en gecreëerd door megalomane bestuurders? Maar het is wel buiten de kaders van de wet. En dus strafbaar. Er is er één die begint. Dan volgen er meer. En binnen de kortste keren is er die nieuwe route. Pijnlijk. Voor iedereen. Zeker ook voor degene (de eerste gebruiker) naar wie die nieuwe route dan genoemd gaat worden.

Veel mannen hebben opgemerkt, dat DSK te intelligent zou zijn om zich aan een kamermeisje te vergrijpen. Als de nood zo hoog geweest zou zijn, zo is de redenering, dan had iemand die 3000 dollar neerlegt voor een hotelsuite toch gemakkelijk een aantal escortgirls kunnen bestellen in plaats van zijn positie met dit vergrijp (als, als…) te riskeren. (Vele vrouwen merken op, dat er over het kamermeisje in kwestie wordt gezwegen). Of speelde ook hier een instinctmatige aandrift om de kortste route te nemen? Door iemand die door zijn machtspositie geen zicht meer had op wat wel en niet geoorloofd is?

Het laatste woord is daar nog niet over gezegd. In zijn toelichting op het ontstaan van olifantenpaadjes schrijft bioloog Maarten ’t Hart: “(…) de mens gebruikt zijn verstand maar het dier handelt instinctmatig. (…) Inmiddels kijkt men daar veel genuanceerder tegenaan. Verbazingwekkend is immers hoeveel zelfs vrij primitieve organismen kunnen leren, en omgekeerd is het ook verbazingwekkend hoeveel instinctresten nog in ons handelen terug te vinden zijn.” Ik ben me daar iedere keer dat ik een olifantenpad neem van bewust. En natuurlijk ook wanneer ik een zebrapad betreed.

Over Ybo Buruma contra Geert Wilders

Afbeelding 157
 
Update 3: 22.5.2011

Update 2: 13.3.2011 Wederom Bovenaangezet omdat Ybo Buruma in de Hoge Raad dreigt te belanden waar Wilders terecht bezwaar tegen heeft gemaakt en waar hij een motie over zal indienen in de Tweede Kamer.

Bovenaangezet op gezag van Ybo Buruma: De rechter zal spreken over Wilders (en hierr), [29.9.2010}

Ybo Buruma - niet te verwisselen met de Amerikaanse publicist Ian Buruma - is een gerenom­meerde hoogleraar strafrecht en droeg bij aan het laatste verkiezingsprogramma van de PvdA. In het Neder­lands Juristenblad (afl. 2007/31) schreef hij een kort stuk met de kop 'Wilders, Mussolini en de burgerlijke samenleving'. Ik zal de laatste alinea daarvan, waarin Buruma de vergelijking met Mus­solini maakt, bij gedeeltes in haar geheel citeren alvorens die aan te vallen, zodat de lezer het precies kan volgen. Buruma:

'Het was niet alleen een affront voor de moslims toen Wilders zei dat de Koran moet worden verboden. Per implicatie zei hij daarmee: 'Ik, Kamerlid Wilders, vind dat er geen gemeen­schap van mensen mag zijn die de zin van hun leven ontlenen aan de Koran.' Daarom is zijn opmerking meer dan een onbe­tamelijke rimpeling in de ver­houdingen en meer dan stemver­heffing namens de 'bedreigde burgers'. Het is een aanval op de pluralistische democratie zelf.'
Hoezo? Was het dan ook een aanval op de democratie zelf toen de Hoge Raad in 1987 besliste dat Mein Kampf in Nederland niet mag worden verkocht? Dit funeste boek heeft met de Koran ge­meen dat Adolf Hitler er, behalve politieke doeleinden, een hele levens­be­schouwing in ontvouwde. Buruma zegt daar niets over.

De implicatie die Buruma aangeeft klopt wel. Toevallig weten we echter dat Wilders niet de hele Koran veroordeelt. Eerder kwam hij met de opzienbarende uitspraak dat islamieten de helft

KATHLEEN EN HERMAN

Gisteren gekeken naar Reyers Laat. Predikant van dienst was deze keer Monseigneur Van Rompuy. U kent hem wel, de man die een lucratieve bijverdienste heeft als predikant van Europa. Sorry, als president van Europa. Daar heeft hij de taak op zich genomen Europa aan de buitenwereld te verkopen als een exclusief katholiek gebied. Zo is hij o.a. ambassadeur van Europa bij de parochieraad van Vaticaanstad. Bij de jaarlijkse purperen pensenkermissen, ook wel zaligverklaringen genaamd, is hij dan ook een graag geziene gast. Hij wist deze keer ons aangenaam te onderhouden met de mededeling dat hij van een officiële trip naar China op kosten van Europa (uw kosten dus) misbruik had gemaakt om de banden tussen Vaticaanstad en de Chinese katholieke hiërarchie nauwer aan te halen. Deze grootinquisiteur is hiermee niet aan zijn proefstuk, maar het zij zo. Oude koeien laten we in de gracht.


Tweede in de rij was Kathleen Cools, een zelfverklaarde diva van de Vlaamsche TV. Zij begon met ons gerust te stellen: zij gelooft niet in een God. Maar wel heeft ze haar bloedjes van kinderen lid gemaakt van de katholieke kerk, gedoopt en geplechtigcommunied en de verplichting wekelijks naar de mis te gaan. Zelf gaat ze ook naar de mis maar gelooft niet in God. Waarschijnlijk gaat ze om een uur van het gezaag van haar teerbeminde af te zijn, of om in alle rust te kunnen breien. Zelf zegt ze dit te doen uit respect voor onze tradities en verleden.

Ivan Basyn

Zwart-wit-gevlekt

zwartwitgevlekt

Spotprent Peter van Straaten over misbruik gestolen uit museum

Meer info hierr.

Amsterdam-Oost, het wonderland van Fatima Elatik

Door Carel Brendel


Amsterdam-Oost gaat onder Fatima Elatik van affaire naar affaire. De afgetreden stadsdeelvoorzitter kon terugkeren door een massieve lobby van de plaatselijke PvdA-leiding. Daarna volgden nieuwe toestanden met subsidies en dure debatavonden. Een nog onbekend wapenfeit: De aanstelling van een radicaliseringsexpert die zich verheugde over de moord op Theo van Gogh: “Joepie wat ben ik vandaag zo vrolijk.”

De Amsterdamse politiek kent vreemde verschijnselen. Maar het wonderlijkste van alles is wel de hardnekkigheid, waarmee

Academische bundels

Arabist_jansen
Een universiteit is een academische organisatie. Dat wil zeggen dat wat er daar gebeurt niet alleen moet passen binnen wat we in Nederland van organisaties gewend zijn, maar ook moet voldoen aan de eisen die de internationale  wetenschapsbeoefening pleegt te stellen. Het is niet zo eenvoudig aan beide pakketten van eisen tegelijkertijd te voldoen. Bij de samenstelling van academische bundels wordt dat zichtbaar. Voelbaar. En dat is niet altijd leuk.

Kijk, dat werkt zo. Het idee wordt geboren. Hoog en laag in de afdeling waar het plan is ontsproten wordt gevraagd een stuk bij te dragen. Onderzoekers en publicisten van elders worden uitgenodigd. Financiering wordt veilig gesteld. Inrichting, onderwerp en lengte van de bijdragen wordt afgesproken. Er worden nog meer auteurs benaderd. Er worden deadlines vastgesteld. Die kunnen niet te dichtbij liggen, want iedereen heeft al zo zijn plannen, en daar zat deze bundel wel zeker niet bij. Nu krijgen we een periode van rust.

Op de datum van de afgesproken deadline wordt er geen enkel artikel ingeleverd. De redacteur stuurt nu een herinnering rond, en de meeste auteurs beginnen met nadenken, en schrijven. Een paar maanden later wordt er een aantal artikelen ingeleverd. Een jaar na de deadline is het meeste vaak wel binnen. Maar wat blijkt, tot grote schrik van de eindredacteur/organisator van de bundel? De meest prestigieuze namen, die de meeste macht uitoefenen binnen de academische organisatie waar hij zelf onder valt, hebben nog niets ingeleverd.

Er breekt nu een periode van beleefd soebatten aan. Gewoon een bundel uitgeven zonder bijdragen van deze niet-inleveraars is sociaal binnen de eigen organisatie niet haalbaar. Dat zou de heersende mandarijnenstand wraakzuchtig maken. Dat zou de soebattende redacteuren persoonlijk de kop kunnen kosten, in academische zin dan altijd nog. De mandarijnen kunnen immers het voetvolk maken en breken.

De vroege inleveraars worden nu langzaam steeds bezorgder. Tegen de tijd dat de bundel verschijnt, is hun bijdrage verouderd! De vroege inleveraars zijn degenen die binnen de organisatie de minste macht en invloed hebben. Zij zouden (als ze nog jong zijn) zo’n extra publicatie er bij goed kunnen gebruiken. Gaan ze navraag te doen over de verschijning van de bundel, dan zijn ze in de ogen van de redacteur zeurpieten. Dat is nadelig voor hun carrière. Gaan ze er niet achterheen, hebben ze in het beginstadium van hun onderzoeksloopbaan weken lang niks uitgevoerd dat tot enig resultaat heeft geleid. Dat is ook nadelig, zij het minder dan zeuren. Toch kan (gelukkig alleen in zeldzame gevallen) bij een beoordeling voor een vaste aanstelling zo’n moeilijk verklaarbare periode van ogenschijnlijk niets doen een beginneling noodlottig worden.

Nu gebeurt er een wonder. Bij een kop koffie in het buitenland, tijdens een congres of een onderzoeksreis, biedt een redacteur van een gezaghebbend wetenschappelijk tijdschrift plotsklaps de mogelijkheid het stuk in dat tijdschrift te publiceren! Dat is vele malen prestigieuzer dan die suffe bundel van de eigen faculteit, maar de onmiddellijke leidinggevende raadt het sterk af om op dat aanbod in te gaan, in het belang van de sociale harmonie binnen de lokale dierentuin: ‘Als het stuk eerst in dat prestigieuze blad komt te staan, hoeft het niet meer in die bundel te komen’. Dat klopt natuurlijk.

De vroege inleveraar zucht, maar legt zich er bij neer. Uiteindelijk zou het ook raar zijn als die bundel uitkomt zonder een stuk van hem erin. En voor een geheel nieuw stuk voor die bundel is het te laat, bovendien is het verschijnen van dat nieuwe stuk even onzeker als de verschijning van die bundel als geheel. En de redacteur van de bundel zal haast zeker gaan zeggen dat het nieuwe stuk ‘niet binnen de overeengekomen opzet van de bundel past’. Een poging het oorspronkelijke stuk terug te halen en een nieuw stuk aan te leveren zou haast zeker ook als ‘gezeur’ worden opgevat, met alle noodlottige gevolgen van dien.

Vroege inleveraars die niet jong meer zijn, kunnen één ding doen: er van dromen dat er postuum ooit een bundel van hen zal worden uitgegeven met daarin alle bijdragen die ze geschreven hebben voor academische bundels die niet zijn doorgegaan omdat de machtigste mandarijnen uit het vakgebied het hebben laten afweten, vaak omdat hun huis verbouwd moest worden, of hun tuin opgeknapt.

Maar ja, die postume bundel van zo’n inleveraar-op-tijd is natuurlijk wel verouderd als-ie verschijnt. En niet alleen verouderd, hij verraadt al evenzeer dat de auteur zich niet voldoende heeft weten aan te passen aan de alleszins redelijke eisen van de organisatie die belast was met het plannen van de wetenschapsproductie.

Er verschijnen tot op de dag van vandaag academische bundels die op deze manier tot stand gekomen zijn. Ze passen binnen de hiërarchie van de academie. Het komt niet zo vaak voor dat het veelgeciteerde bestsellers worden.

HansJansen

... ons bestaan is een voortschuifelen geworden

Maar mijn gedachten werden onderbroken door een mededeling die plotseling uit de scheepsroeper klonk. In die tijd bestonden er nog geen elektrieke stemmen, dus het geluid van de spreker moest op eigen kracht door metalen buizen naar een grote holle paddestoel op het dak reizen die naar één zijde geknikt was, een wereldtrompet dus van waarschuwingen en bevelen. Ons kleine, even hulpeloze als onschuldige landje leefde onder de Duitse terreur, die volgens de huidige kranten en de hedendaagse media het enige, wreedste en gruwelijkste onrecht was uit de gehele wereldgeschiedenis. Van de nieuwe terreur die later zoude komen had toen niemand nog enig vermoeden, al zag men die wel reikhalzend tegemoet: de massaal opgestapelde betonnen doodkisten waarin men de verrekijk van de medemens niet behoeft te zien maar wel dag en nacht moet horen want afzetten is slecht voor het toestel. Het volk aan de macht, het woord zegt het al, en het wordt er niet beter op, alleen maar erger, ook door de geloofsafval. Als er geen God meer is, dan is er ook geen medemens meer. Ik bedoel dus dat de elektireke stem de stem van het menselijk hart tot zwijgen heeft gebracht: ons bestaan is een voortschuifelen geworden, met de lift naar beneden en misschien ook naar boven als hij het nog doet, volgepist of niet, je moet maar zien dat je er aan went. (...)

Uit: Het Boek Van Violet En Dood - Gerard Reve, pag. 200/201, Uitg. L.J. Veen

Kerk in Actie spreekt zich zichzelf tegen inzake Israel bashing

Naar aanleiding van ons persbericht 'Wanneer stopt ook de PKN met het financieren van
Israel-bashen?' ( http://www.likud.nl/pers030.html ) is Kerk in Actie met een reactie gekomen,
onder de titel 'Kerk in Actie wil Israël niet beledigen'

Daarin staan allerlei tegenstrijdigheden en onjuistheden:

1. Over de steun aan Sabeel Nederland

Op de vraag of Kerk in Actie de Vrienden van Sabeel financieel ondersteunt wordt het volgende
antwoord gegeven:
a. "Nee, Kerk in Actie geeft geen financiële steun aan de Nederlandse stichting Vrienden van Sabeel."
b. "Wel kan er in voorkomende gevallen op omschreven activiteiten worden samengewerkt."

>>> Draai de volgorde van de punten a. en b. om en u ziet dat Kerk in Actie zichzelf tegenspreekt.


2. Over de band met Sabeel Nederland

"Deze organisatie [de Nederlandse stichting Vrienden van Sabeel] stelt zelf prioriteiten en is
verantwoordelijk voor haar eigen daden en uitspraken."

Strikt formeel klopt dit. Echter:


De vrouw waar het allemaal om ging


Over de motivatie achter het toenemende geweld in Egypte tegen christenen en hun kerken circuleren vele verhalen. Het meest gehoorde verhaal gaat over een of meerdere afvallige christenvrouwen die zich tot de islam zouden hebben bekeerd en met moslimmannen zijn getrouwd. Volgens de geruchten worden zulke vrouwen tegen hun zin in kerken gevangen gehouden. Moslims eisen hun onmiddellijke vrijlating en willen daarom de kerken bestormen en doorzoeken. Als ze worden tegengehouden gaan ze over tot geweld tegen christenen, brandstichten van hun kerken, maar ook de huizen van christenen in de buurt van de kerk worden aangevallen en beroofd.

Lees hierr verder.

De Koerdische Nakba

Door: Missing Peace 

Jeruzalem, 18 mei 2011

Het voornemen om via de VN unilateraal een onafhankelijke Palestijnse staat uit te roepen zonder vredesakkoord is niet alleen een recept voor oorlog, maar zal ook gevolgen hebben voor andere uitstaande onafhankelijkheidclaims, de Koerdische voorop.
Terwijl  zondag jl. de hele wereld zich bezig hield met  de Palestijnse Nakba en de door Syrie en Hizbollah georganiseerde provocaties en infiltraties bij Israels noordgrens, werden in het grensgebied in Turks Koerdistan 12 Koerden gedood door het Turkse leger.
Dat gebeurde toen zij probeerden Turkije binnen te komen vanuit Irak.

In tegenstelling tot de Palestijnse Arabieren kunnen de Koerden echter niet rekenen op de sympathie en steun van de wereld bij hun streven naar een onafhankelijke Koerdische staat.
De PKK, die in sommige opzichten te vergelijken is met de PLO, staat zelfs op de lijst van terroristische organisaties.
Dit terwijl de 25 miljoen Koerden een van de oudste volken ter wereld zijn en stelselmatig worden onderdrukt in drie van de vier landen waar zij zich al 4000 jaar ophouden.

De onrust die zich verspreidde over de Arabische wereld gedurende de laatste paar maanden, houdt uiteraard ook de Koerden bezig.
De Koerdische bevolking in Turkije, Irak en Syrië heeft zich niet stil gehouden en zag in dat dit de kans was om een verbetering van hun rechten te eisen.
Gezien de ontwikkelingen met de Koerden in Iran, Turkije en Syrië en het ontbreken van enige internationale steun voor hun strijd voor onafhankelijkheid, is het maar zeer de vraag of een Koerdische opstand zal kunnen slagen.

De echte Nakba
Terwijl de ene mythe na de andere over de Palestijnse Nakba wordt geproduceerd, vond de echte Nakba plaats in Koerdistan.
Dat was in de jaren twintig van de vorige eeuw, toen de Koerden op eenzelfde wijze werden bedrogen door de geallieerden als de Joden in Palestina, maar vooral in Noord Irak tussen 1987 en 1991 tijdens de Iraakse genocide op het Koerdische volk.
(zie de time line van Koerdistan hier: http://timelines.ws/countries/KURDISTAN.HTML)
Sadam Hoessein vermoordde in die jaren meer dan 230.000 Koerden en vernietigde 4000 Koerdische dorpen. In 1991 vluchtten een miljoen Koerden de bergen in op de grens met Turkije waar zij letterlijk in de val zaten.

Dit en de beschrijving van de onderdrukking van de Koerden hieronder maakt de ongezonde en gevaarlijk obsessie duidelijk met het Palestijnse- Israelische conflict.  
De president van de PA Mahmoud Abbas,  bekende gisteren in de New York Times wat zijn motieven zijn en wat het echte doel is van zijn huidige acties.
Hij deed dat in een artikel waarin hij de geschiedenis herschreef en duidelijk maakte wat hij bedoelt met ‘thuisland’ en wie voor hem het Palestijnse volk vormen. Ook maakte hij duidelijk dat hij op internationalisering van het conflict met Israel uit is en niet op vrede. Dat is volgens hem het doel van de VN erkenning van de Palestijnse staat.


Spreektekst Homophotoon NVSH ("kat met een u")

Poesje7pretweekend1

Elke sekonde worden op aarde vier mensen geboren
Elke vijf sekonden zijn het er twintig, en
Een van die twintig
Een op elke twintig die geboren worden
Een op die twintig zal, als hij een man is een
Man, en als hij een vrouw is een
Vrouw lichamelijk liefhebben
Elke vijf sekonden op deze aarde wordt iemand geboren die zal worden genoemd
Homoseksueel ('t is niet wáár!!!)
Homofiel (alsjeblieft!!!), of


Osama´s vergeten slachtoffers

Door Henryk M. Broder

Ik zit in Vik, 200 kilometer ten oosten van Reykjavik, aan de IJslandse Zonnekust en ik ben blij dat het om 22.30uur nog zo helder is dat men buiten een krant kan lezen. Het weer is geweldig, de “islendiga Kjötsupa” bij Vikurskani zeer de moeite waard, en zojuist hoorde ik van een jonge Duitse, die in IJsland woont, de zin: “Ik zoek een baan, het maakt niet uit waar!” Voordat ze naar IJsland kwam, heeft ze in Australië en Nieuw-Zeeland gewerkt, hierna gaat ze naar Schotland.

Het was een prachtige dag. Morgen zullen we Einar in Hella ontmoeten en later godsbewijzen bij Vegamot bewonderen. In IJsland respectievelijk op IJsland kun je heel gauw vergeten dat daarbuiten alleen maar idioten rondlopen die er bij een Vitello Tonnato en Château Montrose over klagen dat de Amerikanen Osama Bin Laden “in koelen bloede” zouden hebben vermoord i.p.v. hem op te pakken en voor het gerecht te brengen, bij voorkeur een Duitse rechtbank en het liefst die rechtbank, die Demjanjuk er zojuist toe heeft veroordeeld zijn levensavond in een bejaardenhuis door te brengen.

En zoals kameraad toeval het wil, struikel ik over een tekst op de CNN-homepage: “Bin Laden´s other victims: Stories from decades of terror”, waarin de aanslagen worden opgesomd, waarbij Osama de hand in het spel had. Dat zijn uiteraard veelal onbewezen vermoedens en speculaties, want er bestaat noch een lidmaatschapskaart die Osama´s lidmaatschap van Al-Qaida bewijst noch heeft men hem ooit op heterdaad betrapt.

Maar wanneer je deze tekst op de CNN-homepage hebt gelezen, dan zou je toch heel graag de decadente Osama-fans in Duitsland in hun kont willen schoppen en daarna vragen: zijn jullie nog wel helemaal goed wijs? De alerte prieelfilosoof Precht, de ouwe zak uit Kreuzberg Ströbele, de verwarde mevrouw Däubler-Gmelin, de postseniele meneer Alt.

Nou ja. Dat alles meegekregen en uitgehouden te hebben, en daarbij – afgezien van uitzonderingen van menselijke zwakheden – fatsoenlijk gebleven te zijn, dat heeft hen hard gemaakt, de Duitse “goedmenschen”. Dit is een nooit geschreven en nog te schrijven roemrijke bladzijde in hun historie.

[Link naar Broders verwijzing: Himmler, Heinrich (NSDAP) "Posener Rede", 4.10.1943.]

Bron:

Vertaald uit het Duits door: E.J. Bron

De oude man en de veel, veel grotere zonde


“Jullie spotten met mij!” roept de oude man uit. 't Liefst staat hij op en loopt weg maar dat kan hij niet. Dat gaat niet meer zo makkelijk. Zijn heup ligt dwars. Tegenover hem zitten zijn dochter en schoonzoon, voor de rest is de gezellige gemeenschappelijke ruimte van het ouderencomplex leeg. Het is nog te vroeg voor de paar vaste gasten, die zullen later komen.

De dochter en haar man stoppen abrupt met lachen, pa's uitbarsting doet hen schrikken. Wat hebben ze verkeerd gezegd? Híj wilde toch over zijn verleden praten, over z'n ex-vrouw, hun (schoon)moeder, hij was toch degene die wilde duiden? Dat hij er op z'n 75e, zo'n 25 jaar na de scheiding, op terug wil komen, is al pijnlijk genoeg maar misschien is er dan toch sprake van enig voortschrijdend inzicht? Zo hoopt zijn dochter, enigszins tegen beter weten in. Als het hem helpt z'n hart te luchten dan willen zij best luisteren en commentaar geven. Als volwassenen, als gelijkwaardigen. Want wat heeft hij er anders aan?

Is het dan zo vreemd dat zijn dochter hem er voorzichtig op wijst – ze zal toch niet de eerste zijn van wie pa het hoort? - dat het voor haar moeder misschien niet zo prettig moet zijn geweest dat hij, ook al waren het de jaren zestig, steeds maar weer vreemd ging? Dat zijn belofte zich te beteren niets waard bleek? Dat z'n vrouw, haar moeder, er na al die jaren van opnieuw en opnieuw proberen genoeg van had gekregen?

Hoe had hij dan gewild dat ze hadden gereageerd op zijn opmerking dat hij niet anders kon omdat al die vrouwen met wie hij vreemd ging, zich aan hem hadden opgedrongen, zich hadden aangeboden, zelfs letterlijk met hun benen wijd? Dat ze níet om deze bespottelijke woorden in lachen waren uitgebarsten maar hem begripvol hadden aangekeken en 'm een klopje op zijn schouder hadden gegeven? Tuurlijk pa, je kon niet anders, je had totaal geen eigen wil in dezen. Het was allemaal voorbestemd, die vrouwen kon je niet versmaden, onmogelijk om niet met hen naar bed te gaan, en dat had allemaal niets te maken met je relatie met de vrouw met wie je toen getrouwd was. Moeder. Had hij zo'n reactie verwacht?

Het lijkt erop, want spotten, zelfs met iets bespottelijks, is in de ogen van de oude man een veel, veel grotere zonde.

Annelies van der Veer

Humor

Door Dick Gilsing

“Prachtig en je ziet ze helemaal niet zitten”, zegt Herman van Beter Horen in de nieuwste versie van de reclamespot van deze hoorspecialist. De gelukkige is Ruud Gullit die zich heeft aangediend (‘U kunt binnenlopen zonder afspraak’) met hoorproblemen. Dat wil zeggen: hij kan de mensen tijdens wedstrijdbesprekingen steeds minder goed verstaan. Het ‘begrip ‘verstaan’ is in deze context geen gelukkige keuze van reclamebureau N=5. Natuurlijk kan Gullit de spelers van Terek Grozny in Tsjetsjenië minder goed verstaan dan die van de club waarvan hij daarvoor trainer was (Los Angeles). Haha. Het feit dat Gullit nu voor de omstreden Ramzan Kadirov werkt, heeft al genoeg grappen gegenereerd en Gullit het nodige commentaar in de media opgeleverd. En wat doet iemand die dan nu anderhalf miljoen op jaarbasis verdient ook nog in een spotje van Beter Horen? De grap in het reclame-item is gebaseerd op het contrast tussen de oude en de jonge Gullit. Dit verschil wordt niet uitgelegd. We zien het. In het spotje van Beter Horen waarin Suarez figureerde was de grap gestoeld op de woorden bank en kaartje die in de voetbalwereld iets anders betekenen dan in de winkelruimte van de hoorspecialist. Bank en kaartje werden ook in beeld gebracht maar de grap bleef eigenlijk te veel in deze woordspeling hangen. De act van Gullit is leuker. Zijn haar is gemillimeterd als hij binnenkomt met zijn probleem. Herman biedt hem ter oplossing een hoortoestelletje aan om de ‘hoorleeftijd te verlagen’. En hij belooft Gullit dat hij weer zal horen als een jonge vent. In het volgende shot zien we – vanuit het perspectief van Herman - de trainer (nog steeds in diezelfde winkelruimte) staan met lange dreadlocks en een snor (zoals iedereen hem kent als voetballer). Zo zie je dat hoortoestelletje inderdaad helemaal niet zitten. Met uitgestreken gezicht (voor zover we dat nog kunnen zien) bedankt trainer Gullit de hoorspecialist Herman en hij verlaat de zaak, nagekeken door Herman. Waarna de pay-off volgt.

Humor is de laatste tien jaar een steeds meer gebruikt verleidingsmiddel in de

Het is vreemd, maar



(...) Het is vreemd, maar het is mij wel eens, alsof ik vroeger niet goed wakker was, als ik terugkijk. Ik bedoel vroeger wilde ik heel beroemd worden, beroemder dan wie ook. Pas later, veel later, toen ik tegen de veertig jaren oud was, begreep ik dat het onzin was, naar beroemdheid te verlangen, en te begeren voort te leven in een straatnaam die niemand meer kan thuisbrengen en in citaten in schoolagendaas, met dingen die je nooit gezegd hebt. Ik begon van lieverlede te denken: neen, roem is het niet. Geld, en de daarmede te kopen rust en afzondering, dat is belangrijk. Reizen zonder de angst van met te weinig geld te komen zitten; niet afhankelijk zijn van de gunsten van autoriteiten, huiseigenaren, uitgevers. Op de centen letten dus, en zakenman zijn. Dat heb ik gedaan, en aldus ben ik één van de twee, drie schrijvers die in Nederland van hun eigen werk leven. Maar tenslotte vond ik ook dat niet wezenlijk belangrijk. Nu denk ik: als ik iets zou kunnen schrijven, dat iemand zou ontroeren, en geven, ja, wat? Geluk? Bestaat dat wel, geluk? Alles is toch ongeluk - leven, geboren worden...? Maar als ik iets zou kunnen schrijven dat iemand in dat ongeluk zou kunnen troosten, zoals de Moeder van God, en God Zelf in de persoon van de Heilige Geest wel eens iemand kunnen troosten, dan zou dat toch iets goeds zijn, dat misschien welgevallen zou vinden bij God? Je gaat wel door veel droefheid, voordat je die afstand gevonden hebt. (...)

Gerard Reve

(Gerard Reve. Uit: Klein Gebrek Geen Bezwaar. Pag. 101. Brief aan A. Roland Holst, 30 augustus 1971.)

TV-vraaggesprek


Kijk daar zit weer een heer in 't beeld
die aan een and're heer iets vraagt.
Dit is toch iets wat nooit verveelt,
zo'n vraaggesprek is steeds geslaagd.

Zo, u ben dus meneer Van Boor.
Juist juist, en u maakt muizevallen.
Dat is wel iets bijzonders hoor.
Hoeveel wel? Noemt u eens getallen...
Zo zo, drieduizend muizevallen?
En doet u dat voor uw plezier?
Hoe lang maakt u al muizevallen?
Wel wel, sinds achttienhonderd vier?
En u bent zeker wel van plan
om door te gaan, meneer Van Boor –
met muizevallen maken dan?
O juist, u gáát er dus mee door.
Wel wel, zo zo, ik dank u, hoor,
en dit was dan meneer Van Boor.

Dat is zo fijn, voor u en mij:
ons toestel staat er niet voor niets,
er gaat geen uitzending voorbij
of Iemand vráágt aan Iemand iets.

Vertelt u eens, meneer Van Mook:
u eet alleen maar tafelkleedjes?
Zo zo, de franjes eet u ook?
O juist, bij stukjes en bij beetjes.
En mag ik vragen, sinds wanneer
eet u uitsluitend tafelkleedjes?
O, sinds Colijn. Wel, dank u zeer,
wij zijn erg dankbaar en tevreden.
Wij vonden 't interessant. U ook?
En dit was dan meneer Van Mook.

Zo gaat het elke avond verder.
Vertelt u eens, meneer Den Herder:
u klimt 's nachts altijd in de bomen?
Wel dat is interessant, meneer,
hoe bent u daar zo toe gekomen?
Hoezo, en waar en sinds wanneer?
Hoe lang verzamelt u al touwtjes?
Al veertig jaar? Is 't werkelijk waar?
Hoe lang kijkt u al naar de vrouwtjes?
O juist, al sinds uw tweede jaar.
Hoe lang springt u al over hekken?
Sinds vierendertig? Och och och...
Hoe lang zijn er al vraaggesprekken?
En Hoe Lang houden wij ze nog?

Annie M.G. Schmidt

(Uit: Tot hier toe. Gedichten en liedjes voor toneel, radio en televisie 1938-1985, pag. 38--381, uitg. Querido.)

Minder bekende laatste woorden

Polygamie en Jihad

Arabist_jansen

Polygamie en Jihad horen bij de officiële leer van de islam, en er is een verband tussen die twee. Wanneer er mannen meer dan één vrouw kunnen huwen, blijven er mannen over, die buiten de boot vallen. Die mannen kunnen daarentegen wel aan de vrouw komen als ze op Jihad gaan. De islam geeft moslims dan ook het recht naar bed te gaan met vrouwelijke krijgsgevangenen. Laatst was er een in Afghanistan, die na afloop een koekje had gekregen, en ze was daar heel blij mee geweest.

Het gaat niet aan om, zoals Mohammed Rabbae tijdens het Wildersproces deed, te roepen ‘ik heb maar één vrouw’. De regels en wetten van de islam staan het toe om met vier vrouwen gehuwd te zijn, en dat komt in de praktijk dan ook voor. De regels van de islam staan het bovendien toe naar bed te gaan met krijgsgevangenen, en dat komt in de praktijk ook voor.

Er zijn überhaupt minder vrouwen dan mannen in de islamitische wereld, omdat ouders hun dochters minder goed verzorgen dan hun zonen. En dat overschot aan zonen moet iets. In Lampedusa landen dan ook alleen mannen uit Tunesië, en het gerucht wil dat ze de meisjes over boord hebben gegooid, en laten verdrinken. Zonder gedegen onderzoek is daar niets over te zeggen, maar de moslimmannen die merken dat ze over zijn, zullen uit alle macht proberen dat te repareren. Desnoods in het heidense Westen waar discriminatie en islamofobie welig tieren.

Voor de inpassing van de islam in de moderne wereld zijn de officiële leerstellingen van de islam over de rechten van de vrouw dan ook van groot belang. Als de vrouw juridisch dezelfde rechten krijgt als een man, vooral het recht om een eigen partner te hebben die ze niet hoeft te delen met een ander, zoals ook een moslimman zijn vrouw niet hoeft te delen met andere mannen, dan valt de motor achter de Jihad weg. Gelijke rechten betekent misschien thuis wel oorlog, maar buiten de deur geen Jihad meer.

Strategisch kan echt niets en niemand aan de Islam tippen. Het gebruik van geweld is niet alleen doel op zichzelf, het is ook een permanente afleidingmanoeuvre. De gewelddadige Jihad als die van Osama bin Laden vertroebelt de westerse blik op de islam. Door het Jihad-spektakel ontgaat het de meeste Westerlingen dat ondertussen stilletjes elders de sharia wordt ingevoerd. Erger nog, als die spectaculaire Jihadistische bloedige acties maar worden gestopt, werken we opgelucht en vrijwillig mee aan de invoering van de sharia. Dat wil zeggen: de invoering van Jihad en polygamie.

Is jouw gewetensnood groter?

In Duitsland is een helpdeskmedewerker die het gesprek steevast beëindigt met “Jezus houdt van u”. De opdringerigheid van sommige gelovigen... Ik eindig een gesprek toch ook niet met “jouw God is dood”? De werkgever ontslaat de diepgelovige telefonist die in de baas z'n tijd zijn religie aan klanten uitvent. De vrome man stapt vervolgens naar de rechter omdat hij vindt dat zijn vrijheid van godsdienst en meningsuiting is ingeperkt. Eerst stellen rechters de man in 't gelijk maar de werkgever gaat in beroep. Met succes. De rechtbank oordeelt “dat de man niet in gewetensnood zou zijn gekomen als hij zijn vrome afscheidsgroet had weggelaten”.

Hear, hear! Interessante uitspraak. De rechter die 'religieuze gewetensnood' als meetbaar en beoordeelbaar gegeven hanteert. Dat zet me wel aan het denken want hoe meet de rechter die gewetensnood en waartegen zet hij deze af? Moeten er eerst klachten binnenkomen, en zo ja, hoeveel? Is de ene religieuze groet erger dan de andere? En hoe zwaar weegt de gewetensnood van een klant of van een collega?

Als de christen met een beroep op 'geen gewetensnood' mag worden ontslagen waarom dan niet die hoofddoekdraagster van een Almelose speelgoedzaak? Ook deze werkgever vroeg na klachten van een klant z'n werknemer de hoofddoek op het werk af te doen. Best mogelijk dat die klant in gewetensnood was geraakt omdat hij wel weet dat die doek hier door een minderheid in vrijheid kan worden gedragen maar

Lees (en reageer) evt. verder in Metro of op de Metro-site hierr.

Wafa Sultan: Speech in Copenhagen, May 8 2011

You need to install or upgrade Flash Player to view this content, install or upgrade by clicking here.

Everzwijn

WitMetGeel

Wit Met Geel

WitMetGeel

Filmlessen: learning or teaching

Door Dick Gilsing

Soms probeer ik jonge mensen iets te laten ontdekken in films, wat ze er in eerste instantie niet in gezien hadden. Of onbewust wel maar ze konden er nog geen betekenis aan geven. Of ze zagen het wel maar begrepen het niet als onderdeel van een geheel. Dat iets kan een detail zijn, zoals de lange camerabeweging van boven naar beneden, die begint bij een vertrekkend personage op de 12e verdieping en eindigt, wanneer dit personage het gebouw op de begane grond verlaat, ondersteund door muziek van Henny Vrienten, in Left Luggage (1998) van Jeroen Krabbé. Of de manier waarop Alain Delon in Le Samouraï (1967) van Jan-Paul Melville zijn hoed opzet en zich door de film beweegt als een roofdier, soepel en altijd op zijn hoede, klaar om toe te slaan. Of hoe Woody Allen in Annie Hall (1977) spot met de ‘wetten van de vierde wand’ door zijn semi-intellectuele verontwaardiging recht in de camera af te reageren. Of hoe we in het begin van Caché (2006)van Haneke volkomen op het verkeerde been worden gezet. Dat zijn dus details. Het kan ook gaan om het contrast tussen twee personages, komisch zoals tussen de Brooklyn-neger en de Oostduitse taxichauffeur in Night on Earth (1991) van Jim Jarmusch , of dramatisch zoals tussen Ledger en Gyllenhaal in de ‘gay cowboymovie’ Brokeback Mountain (2005) van Ang Lee. Ook kan het gaan om de ontwikkeling van een personage door de hele film heen, zoals die van Harrison Ford in Witness (1985) van Peter Weir, van een hard boiled grootsteedse politierechercheur die geweld niet schuwt tot een vreedzaam verdediger van law and order. Of de bijzondere structuur in het net in Nederland uitgekomen Blue Valentine (2010). Soms zoeken we ook naar de onderliggende symboliek van een film als geheel. Om die helder te krijgen liet ik mijn studenten onlangs twee films vergelijken die in ieder geval bij hun release controversieel waren: Schindler’s List (1993) van Spielberg en La vita ѐ bella (1997) van Begnini. We betrokken daar ook documenten bij van het in januari 2007 in De Balie in Amsterdam georganiseerde symposium over de vraag in hoeverre de Holocaust nog een moreel ijkpunt is en citaten uit het boek De Holocaust is voorbij. Afrekenen met Hitlers erfenis (2010) van Avraham Burg, voormalig parlementslid voor de Israëlische Arbeiderspartij. Evenals fragmenten uit de bij het genoemde symposium en op het IDFA-festival van december 2006 vertoonde documentaire van Marcus J. Carney, die in zijn film The end of the Neubacher Project (2006) de pijnlijke geschiedenis van zijn (Oostenrijkse) familie blootlegt, die altijd de Holocaust heeft ontkend. We kwamen dus beslagen ten ijs. En we kwamen er ook aardig uit. We vonden de douche-scѐne van Spielberg kitsch en we concludeerden dat hij Schindler indrukwekkend maar ook kritiekloos had neergezet. We vonden het documentaire zwart-wit van De Amerikaan authentieker dan de bordkartonnen sprookjeskleuren van de Italiaan. Maar we vonden het jongetje dat opgaat in het spel dat Holocaust heet, ook ontwapenend. En de verhouding tussen vader en zoon vertederend. Maar wie schetst mijn verbazing, of liever verbijstering, toen ik , en wij allemaal, erachter kwamen dat bijna 50 % van de aanwezigen niet wist, wanneer WO II precies had plaatsgevonden. Waarschijnlijk van 1930 tot 1935. Of misschien wel later. Zo ongeveer in de buurt van 1950. Er waren genoeg i-pads aanwezig om dat even te checken. Maar toch. Verbijsterend.

Er bestaat een bijzonder lezenswaardig boek, waarin filmlessen organisch zijn opgenomen. De Filmclub (2008) van David Gilmour. Wanneer deze Canadese filmcriticus merkt, dat school voor zijn puberzoon een drama dreigt te worden en dat hij hem op deze manier kwijt zal raken, doet hij hem een onconventioneel voorstel. Hij hoeft niet meer naar school. Hij hoeft ook niet te gaan werken. Maar dan moet hij wel drie films per week gaan zien, die zijn vader voor hem uitkiest. Samen zien ze van alles. Romantische komedies , de Franse Nouvelle Vague, westerns, horror, James Bond, internationale klassiekers, de film noir, rampenfilms, Fellini. Van Apocalpyse Now tot Last Tango in Paris, van Rosemary’s Baby tot Casablanca, van Blue Velvet tot Basic Instinct. Films van Hitchcock, Kurosawa en Scorcese. Films met Marlo Brando, James Dean, en Nicholson, met Audrey Hepburn, Mia Farrow, en Julia Roberts. En via de film raken ze in gesprek over het leven. Over meisjes, muziek, werk, geld, drugs, liefde en vriendschap. Ontroerend zijn de nostalgie van de vader die zijn zoon loslaat, en de verwondering van de tienerzoon die het leven ontdekt. Samen komen ze er in de Italiaanse klasieker Ladri di biciclette (1948) achter, dat we wat we als goed of kwaad betitelen laten afhangen van wat op dat moment onze behoeften zijn. En dat Le souffle au coeur (1971) van Louis Malle in wezen gaat over ‘een levensfase waarin allerlei dingen een diepe indruk maken, waarin de specie nog niet is uitgehard’ (Gilmour).

Double Healix is een organisatie in Haarlem, die lezingen en trainingen verzorgt – nationaal en internationaal - op het gebied van leiderschap en duurzaamheid, onder leiding van psychotherapeut, leiderschapstrainer, duurzaamheidsadviseur en filmkenner Manfred van Doorn. Zijn Double Healix model is gebaseerd op De held met de duizend gezichten (Ned. Vert. 1990) van Joseph Campbell (uitgewerkt door Christian Vogler in The Writers journey 3rd ed. 2007), waarin de held een aantal stadia doorloopt alvorens tot inzicht te komen. Dit verhaalmodel is heel goed vergelijkbaar met de narratieve structuur van films, waarin de hoofdpersoon een soortgelijke ontwikkeling doormaakt. Het Double Healix model kent twaalf stappen, vier meer dan in het acht- stappenmodel dat Paul Ruven en Marjan Batavier in hun boek Het geheim van Hollywood (2008) hanteren. Van Doorn is een veel gevraagd spreker en trainer die volle zalen trekt waarin hij met door hun bedrijf gestuurde employees de reis doorneemt van stap 1 (proloog) tot stap 12 (elixer), aan de hand van vele filmfragmenten. Daarbij behoort een boek (Het wiel opnieuw uitvinden, - dat wiel was volgens mij al uitgevonden), waarin de twaalf fasen in de reis uitgelegd worden, en toegelicht met vele beelden en stills uit films. De proloog (fase 1) wordt bijvoorbeeld geïllustreerd aan de hand van het begin van American Beauty (1999) waarin de slapende held niet weet dat hij zijn einde al weet. Fase Twee (oproep tot avontuur) wordt ons duidelijk gemaakt aan de hand van o.a. de oproep in een gouden doosje in Amélie (2001) . Fase vier (mentor): Van Doorn noemt de geest uit de fles in Aladdin die nieuwe mogelijkheden tevoorschijn tovert. Mij lijkt de filmoperateur (Philippe Noiret) in Nuovo Cinema Paradiso (1988) ook een hele goede. Enfin, als je in de zaal zit bij Manfred van Doorn, dan krijg je – in de loop (of reis als je wilt) van twaalf lezingen (1 stap van tweeëneenhalf uur ter waarde van 50 euro per keer) een groot aantal filmfragmenten voorgeschoteld, die alle de fasen in het verhaal van de held, en in de reis van het leven, verduidelijken. Ook Lajos Egri vergeleek in zijn standaardwerk The art of dramatic writing (1960) de plotpunten in een dramatisch verhaal met de fasen in het leven. Ook op dit punt was het wiel dus al uitgevonden. Maar goed: het is altijd leuk om filmfragmenten te bekijken. Niet meer vertoond met oude video-apparatuur, maar met de allermodernste middelen. En die d o e n het. Daar betaal je dus ook voor. Dat bedrag hebben mijn studenten er niet voor over. Hun workshops zijn gesubsidieerd. De apparatuur weigert soms dienst. Maar ze krijgen (je durft het bijna niet meer te zeggen) wel waar voor hun geld.

In dat gesubsidieerde onderwijs zitten nogal wat obstakels die goed onderwijs blokkeren. Daar staan op dit moment de kranten vol van. Met name het HBO-onderwijs heeft het zwaar te verduren. En terecht. Volgens een onderzoek van de Vereniging Medezeggenschap Hogescholen onder 11 overwegend grote hbo-instellingen blijkt dat van het personeel op een hogeschool slechts 57 % geregistreerd staat als docent. Dat percentage ligt in de werkelijkheid een stuk lager, omdat veel van hen geen of maar voor een gedeelte onderwijs geven. Zij zijn ook teamleider, coördinator, kwaliteitszorgmedewerker, voorlichter, onderwijsadviseur, toetscontroleur, ontwerper van competenties, bewaker van beheersindicatoren, en nog zo wat.

Enkele jaren geleden rekende de Tilburgse hoogleraar Jan Bouwens uit, dat op een bepaalde hogeschool bij elf opleidingen 21 % werd besteed aan onderwijs, inclusief het voorbereiden van lessen en het nakijken van werkstukken en tentamens. Verreweg het meeste geld gaat naar huisvesting. Naar kosten voor overhead. Naar representatie. En naar kwaliteitsmeting. Deze meting betreft niet zozeer de kwaliteit van een docentencorps maar vooral de mogelijkheid van inwisselbaarheid van individuele docenten. Het liefst moet elke docent alles kunnen geven. En dat kan als alle stof gegoten is in een onderwijsmal die bepaald wordt door vooraf vastgestelde beheersindicatoren en toetscriteria.

Ook in het middelbare onderwijs speelt deze scheefgroei in de verhouding overhead- onderwijs een steeds grotere rol. Getuige ook de onlangs verschenen boeken van Graa Boomsma en Jan Blokker jr. In Uit de school en Bedrog & Onbenul betogen beide schrijvers, dat het hen gaat om kennisoverdracht. Kennis, kennis, kennis. En ze wijzen de ‘terreur van het competentiegerichte leren’ af. Al decennia lang, zo schrijven beide docenten/schrijvers, is het zo dat de beleidsmakers de besluiten nemen en deze vervolgens bij de docenten neerleggen met de woorden: Nu mogen jullie zeggen hoe we het gaan implementeren. Of: uitrollen over het veld, en waar dan de piketpaaltjes moeten komen te staan. Een variant op de managementclaus die ik zelf vanaf ongeveer de eeuwwisseling talloze malen kreeg voorgehouden: dit zijn de kaders; je bent zelf professioneel genoeg om die naar behoren in te vullen. Professionaliteit betekent dan niet meer de kunst om een vak en de context daarvan over te brengen aan jonge mensen, maar de ontwikkeling van een handigheid om binnen beperkte tijd en met beperkte middelen een groot pakket van zeer uiteenlopende taken uit te voeren. Geen wonder dat behalve studenten ook kwaliteitscontroleurs dan even niet meer weten hoe je “de door jouw en jou collega’s aangevraagde camera’s “ moet spellen. “Kennisoverdracht is niet nodig”, is nog steeds een door onderwijsmanagers gebezigde kreet. Immers: “Je kunt het allemaal opzoeken.” Natuurlijk. Je kunt het allemaal opzoeken. Dat vindt Frank Furedi ook. Maar in zijn onlangs in Nederlandse vertaling (van Willem van Paassen) verschenen De terugkeer van het gezag – Waarom kinderen niets meer leren maakt hij duidelijk, dat leerlingen en studenten dat niet zo maar doen. Informatie kun je opzoeken. Maar kennis verwerf je je. Die komt niet zo maar aanwaaien. Daar moet je moeite voor doen. In ons huidige onderwijsbestel gaan we er te veel vanuit, dat kinderen, leerlingen en studenten overal en op elk moment wel iets leren. Teaching is learning geworden volgens Furedi. Ook hij stelt dat er weer kennis onderwézen moet worden door docenten die hun gezag ontlenen aan vakkennis. Niet door een enkeling maar door een team van vakbekwame docenten die elkaar niet controleren maar inspireren. Een team, want ons onderwijs kan niet rusten op die ene meester in Etre et avoir (documentaire 2002) of Entre les murs (geënsceneerde documentaire 2008). Of dichterbij: Meester Ben (documentaire 2008)) op een zwarte school in Den Haag. Hoe inspirerend hun werk ook is. Er is meer nodig. Op de eerste plaats een vakkundig docententeam, dat gestuurd wordt door inspirerende leiders. Gestuurd in de zin van gecoacht, geïnspireerd en gefaciliteerd. Gefaciliteerd met middelen als goede leslokalen en goede apparatuur, een werkbaar rooster, genoeg scholingsmogelijkheden. Dat zijn basisvoorwaarden. Waarom moeten docenten daar steeds om vragen? En dan natuurlijk een overhead die ten dienste staat van het onderwijs en de organisatie daarvan. Niet een overhead die het speeltje is van megalomane bestuurders zoals die er in de afgelopen 12 jaar te veel zijn geweest. Het is ongelooflijk hoeveel er het afgelopen decennium is scheefgegroeid: onderwijs geëxploiteerd alsof het louter een bedrijfsaangelegenheid is, een ongehoorde vorm van marktdenken dat heeft geleid tot veel te grote opleidingen met te weinig docenten, een veel te sterke ontwikkeling van het competentiegericht leren, de enorme schaalvergroting en bureaucratisering, de zogenaamd klantvriendelijke benadering van studenten bij wie te weinig een onderzoekshouding wordt aangekweekt. Het is óók ongelooflijk wat er ondanks al deze obstakels toch gepresteerd is, wat er dankzij studenten, docenten en hun directe leidinggevenden tot stand is gekomen aan waardevolle projecten en maatschappelijke bijdragen. En dan bedoel ik niet die projecten die alleen maar ter meerdere eer en glorie van bepaalde bestuurders waren opgezet.

Okee. De Tweede Wereldoorlog zoeken we op. En in deze tijd van het jaar kan toch bijna niemand ontgaan, wanneer die ook al weer was. De media vertellen het ons. En anders de meester of juffrouw in de klas. Maar het is ook belangrijk het hoe en het waarom daarvan te leren begrijpen. Dat zoek je niet zo maar even op. Daarvoor is teaching nodig. En bewuste sturing, zoals Bo Tarenskeen en Jaïr Stranders nu doen op de avond van 4 mei, na de dodenherdenking op de Dam. Vanaf 21.00 u zijn er 20 voorstellingen in verschillende theaters in Amsterdam. Waarom? T & S: Wij willen de historische achtergrond van WO II weer meer concretiseren. Door de theatervoorstellingen krijgt de geschiedenis weer betekenis, komt deze dichtbij. Als je een specifiek verhaal uit de geschiedenis tilt, wordt dat een anker. We willen de stilte op de Dam nog meer diepte geven, we hopen dat over drie á vier jaar het samenkomen in theaters op 4 mei vanzelfsprekend wordt. Niet alleen in Amsterdam. Eén van die voorstellingen is Bent van Martin Sherman (een gay love story in een concentratiekamp tijdens WO II). Ik zag begin jaren ’80 een indrukwekkende enscenering met Joop Keesmaat en Siem Vroom. Nu in De Engelenbak in de regie van Gerardjan Rijnders. Bent werd in 1997 verfilmd.

Een mooi initiatief waarbij kennis, gevoel en inzicht georganiseerd en kritisch worden doorgegeven. Teaching dus.

Mast

Mast

WEL OF NIET OP DE TV?

Arabist_jansen
Waarom zou iemand niet als gast of als ‘deskundige’ op de tv willen komen om zijn verhaal te vertellen of zijn visie te geven?

De programma’s zijn vaak saai, zeer saai. Als het voor iemand in de studio al lastig is zijn aandacht er bij te houden, kan je gerust voorspellen dat ‘de kijkers thuis’ wellicht ook wat minder geboeid zijn. Toch is dat geen serieus bezwaar: zelfs als er weinig mensen het volhouden om te kijken, zijn het er toch altijd nog veel meer dan het aantal luisteraars dat je in een zaaltje bij elkaar kunt krijgen. Het is anderzijds natuurlijk wel een beetje gênant tegenover familie en vrienden in een programma te zitten dat echt gewoon vervelend en saai is.

Sommige programma’s zijn meer actiejournalistiek dan journalistiek. Voor een goed doel moet alles kunnen, en veel mensen zullen het wel goed vinden als een programmamaker de waarheid licht geweld aan doet ter wille van het goede. Maar soms gaat de actiejournalistiek wel heel ver, en zijn de vertoonde beelden meer actie dan journalistiek. Of helemaal geen journalistiek meer, en alleen nog maar actie, zoals de preek van de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie Joop van Riessen die bij Pauw en Witteman betoogt dat hij best een gekozen politicus wil [laten?] mollen. Presentatoren die zoiets laten gebeuren zijn meer activist dan journalist.

De cartoonist Gregorius Nekschot heeft vastgezeten, gelukkig kort, voor het geven van zijn mening over de islam. Geert Wilders staat terecht voor uitspraken die een niet-jurist moeilijk anders kan zien dan als het geven van een mening. Presentatoren, publiek en politie maken geen scherp onderscheid tussen het brengen van een bericht (‘er zijn moslims die de koran beschouwen als license to kill’) en het geven van een mening (‘de koran is een license to kill’). Wie niet kan voorspellen hoe de onvoorspelbare en niet altijd even nuchtere Nederlandse rechtspraak zal gaan reageren, kan beter niet aanschuiven in een tv-programma. Niet alleen het uitspreken van een mening kan strafbaar zijn, wat al bedenkelijk genoeg is in een vrij land, ook het brengen van een bericht kan tot tijdrovende moeilijkheden leiden.

Regelmatig op de buis verschijnen leidt tot reacties die even moeilijk te omschrijven als te verdragen zijn. ‘Stalken’ is misschien een goed woord, omdat het zo’n vaag woord is. ‘Beledigen’ of ‘bedreigen’ zijn beide woorden die in de gewone betekenissen de zaak niet helemaal dekken. Maar het dagelijks een handvol e-mail berichten ontvangen dat je een ‘ziofuck’ bent; op straat, bij de supermarkt en in het openbaar vervoer aangestaard en vervolgens vijandig aangesproken te worden; per e-mail uitgelegd te krijgen dat je als een varken geslacht moet worden, het moet je hobby maar zijn. (Om derden niet op ideeën te brengen worden de idiootste zaken uit dit genre maar weggelaten.) Leven zonder e-mail, openbaar vervoer en supermarkt is mogelijk, maar moeilijk. Gelukkig zijn er elke dag weer nieuwe mensen op de buis die de aandacht afleiden en de druk zodoende verminderen.

Er zijn dan ook vier factoren van belang bij de afweging om wel of niet op de tv willen komen: Saai, actie, justitie, stalken. Het is geen wonder dat de media zo veel begaafde jonge mensen in dienst hebben die full-time het land afbellen om interessante ‘gasten’ en ‘deskundigen’ over te halen om toch in godsnaam maar op de buis te willen komen, want zonder ‘gasten’ geen tv.

De ballade van de vermoorde politicus (1948-2002)




Zes uur, zes uur heeft geslagen
het nieuws gaat over het land
met lichte stap komt naar buiten
een man - hij zakt naar de grond

Als een boom die door de zagen
gekerfd wordt tot halfweg zijn stam
en eigener beweging omvalt
zo is, zo is deze man

Die, neergeschoten wordend - wie
o wie loste het schot? Die schoten
niet te tellen? - op zijn knieën
gaat, nog steeds rechtop

Een man ligt op het plaveisel
van het nieuwscentrum van het land
uit zijn glanzend hoofd, teer en dooraderd
komen zwarte bloedvlechten, lang

Ik zeg, zeg jullie de waarheid
die ik denk en waarin ik geloof
en ik doe, doe nooit als die anderen
minder dan ik beloof -

Een held is in alle tijden
iemand met persoonlijke moed
de moed om het publieke menen
van wie woorden smijten als stenen

als eenling te blijven weerstaan;
om je waarheid steeds weer te zeggen
geen zwijgen je op te laten leggen
held word je, je wordt niet zo geboren

het lot wijst je daartoe aan -
Het zorgvuldig pak ligt verfrommeld
das los, aan het hemd kleeft bloed
op de borstkas drukt men naar leven

en onder de schoen ligt een voet.
Zeven uur, zeven uur heeft geslagen
het nieuws dreunt over heel het land
op straat, tussen vreemden bezweken

hard sterfbed, door iedereen bekeken
zijn lijk prijkt in kleur op de krant.
Waar was jij, toen je het hoorde?
is de vraag van een vriend die mij belt;

ik stond in de keuken en verstijfde
op de radio was men verbijsterd, jij?
Ik zat, dan weer stond voor het raam
en zag het steeds donkerder worden

ons uitzicht is heden verdwenen
niets is ons meer overgebleven
twaalf uur, het heeft twaalf uur geslagen
ik heb het twaalf uur horen slaan -

Maar, op de doodse parkeerplaats
van het nieuwscentrum onder de maan
heeft het bloed, dat zich niet weg liet vegen
zijn bericht in beton neergeschreven;

Ik zal kruipen, waar ik niet kon gaan

Elly de Waard

Uit: Proeven van moord

Dorstige koeien

Dorstige koeien

IN MEMORIAM, de onbekende Nederlander JOSEPH DANK 15-2-1908 – 14-5-1941.

Joseph Dank werd op 15-2-1908 te Amsterdam geboren. Zijn ouders waren Jan Dank en Nanette de Jong. Hij huwde op 19-3-1931 te Amsterdam en werd vader van een dochter. Zijn echtgenote en dochter hebben de oorlog overleefd. Joseph was filmoperateur van beroep. Op 22 en 23 februari 1941 vonden op en in de omgeving van het Waterlooplein te Amsterdam de eerste razia’s op Joodse Nederlanders plaats. Circa 427 mannen, de berichtgevingen daarover zijn niet eensluidend, werden opgepakt en via Schoorl naar het beruchte concentratiekamp Büchenwald, gemeente Weimar, Duitsland, afgevoerd, en nadien naar het nog verschrikkelijker Mauthausen in Oostenrijk getransporteerd. Slechts drie van hen zouden de oorlog hebben overleefd. Joseph Dank behoorde tot de opgepakte mannen. Mauthausen bleef hem bespaard, hij overleed in Büchenwald op 14-5-1941, nog geen drie maanden nadat hij werd opgepakt. Joseph Dank is daarmee misschien wel de eerste, enkel en alleen vanwege zijn Joodse afkomst in ons land opgepakte Nederlander, die om het leven kwam. Zijn moeder, Nanette de Jong, werd onder erbarmelijke omstandigheden naar Sobibor in het uiterste Oosten van Polen getransporteerd en is daar op 9-7-1943 op nauwelijks te bevatten barbaarse wijze om het leven gebracht. Zijn vader overleed vóór 1940.

De geallieerde bezettingsmachten in Duitsland hebben de Duitse gemeenten kort na de overgave opgedragen overlijdensakten op te maken van buitenlanders die gedurende de oorlog in hun gemeente zijn overleden. Zo ook de gemeente Weimar, gelegen in de Russische bezettingszone. De akten werden later overgedragen aan de landen van herkomst van de overledenen. Ook van Joseph Dank is er zo’n akte. Volgens die akte overleed Joseph als gevolg van griep. De akte is grondig, maar de opgegeven doodsoorzaak moet men nemen voor wat het waard is.

J.M. Slaats

Fokstier

Het monster is dood. Osama (ik zag vanavond op tv ook ‘Usama’ voorbijkomen) Bin Laden - vijand nummer 1 van het vrije Westen – is naar verluidt doodgeschoten door een kleine groep speciaal daartoe getrainde Amerikanen. Ik zeg ‘naar verluidt’, niet omdat ik het feit op zich niet geloofwaardig zou vinden, maar omdat vanavond het nieuws werd verspreid dat Bin Laden reeds begraven was – ‘at sea’. Binnenkort worden de ‘I’ve seen Elvis’ verhalen overvleugeld door de ‘I’ve seen Osama’ verhalen. We hebben tenslotte nooit zijn dode lichaam gezien. De Australische Ex-Guantanamo Bay- gevangene Mahmoud Habib gaf vanavond alvast te kennen dat hij twijfelde of Bin Laden echt dood was. Uiteraard voegde hij daar in één adem aan toe dat niet Bin Laden, maar Bush en Howard de echte schurken waren.

Ach, laat ik er hier niet teveel op ingaan. Wat moet je er in godsnaam nog op zeggen? Opvallend was natuurlijk wel dat Bin Laden niet ergens in een of andere duistere grot bivakkeerde, maar gewoon in een of andere villa in een plaats vlakbij de Pakistaanse hoofdstad Islamabad. Dat geeft te denken. Maar ik ben uiteraard niet de enige die dat opmerkt en de experts vallen al over elkaar heen om hier een verklaring voor te geven. Dodgy is het natuurlijk wel allemaal, om maar eens een lekker Australisch woord te gebruiken.

Nee, wat mij vanavond vooral is bijgebleven was het bericht dat Bin Laden senior maar liefst 50 kinderen vaderde. 50! Ik hoorde vroeger wel eens van katholieke families die een zwik van zestien koters op de wereld hadden gebracht – meneer pastoor kwam tenslotte regelmatig informeren waar de volgende bleef en tegen zo’n ouwe kinderfrunniker wil je geen nee zeggen, of niet soms? – en op de Bible belt van de Veluwe - in de nabijheid waarvan ik het grootste deel van mijn jeugd doorbracht – hoorde je ook wel van families waarbij de vader volgens de eigen kinderen ‘zichzelf het huis uitneukte’, het zaad mocht tenslotte ‘niet verloren gaan’ – maar 50 kinderen? Waar hebben we hier mee te maken? Een soort veredelde fokstier? Ja, je kan natuurlijk je gade continue blijven opzadelen met een nieuwe dikke buik (de lezer vergeve mij dat ik hier niet respectvol over de liefde praat) maar zelfs dan lukt het nog niet om er 50 te produceren. Daar heb je toch wel een kleine harem voor nodig. En zelfs dan moet je nog flink produceren.

50 – Ik moet het eerder gehoord hebben, maar ik kan er nog steeds niet bij.

Kees Bakhuyzen