Onafhankelijk en onbaatzuchtig;
voor uw dagelijkse portie geestelijk verzet.
Hoei Boei, de enige site met zowel Gerard Reve
als Harry Potter aan haar zijde.
Posts tonen met het label Muziek (uitroepteken). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Muziek (uitroepteken). Alle posts tonen
David Bowie duikt in eigen verleden op nieuw album

En toen was daar opeens die nieuwe single. Een prachtig melancholisch nummer waarin Bowie
Tango "Habanera" - Janusz Popławski !
Steven Bernstein & Sly

Roxy Music keert terug naar beginjaren
Locatie: Entertainment Centre, Sydney, 25.2.2011
Hoewel ik al jaren fan ben van Roxy Music waren de concerten met vier van de originele leden tot nu toe compleet langs me heengegaan. Een afkeer van wat ik voor het gemak maar het ‘ouwelullencircuit’ noem, gekoppeld aan een nog grotere afkeer van het latere werk van Roxy Music - waarbij ik duid op de vroege jaren ’80 –, toen het originele geluid van de eerste serie platen was verzand in de ‘adult rock’ van Avalon en Flesh and Blood, zorgde voor een volstrekte apathie waar het de hereniging in 2001 van Bryan Ferry, Phil Manzanera (gitaar), Andy Mackay (hobo, saxofoon) en Paul Thompson (drums) betrof.
Met het klimmen der jaren is mijn afkeer van beide hierboven genoemde aspecten vrijwel geheel verdwenen, maar desondanks duurde het tot twee weken terug voor ik eindelijk besloot kaartjes te kopen voor het Roxy Music-concert in het Sydney Entertainment Centre. Het besef dat dit wel eens de laatste (en in mijn geval enige) kans zou zijn een van mijn meest geliefde bands te zien in combinatie met een kleine zoektocht op Internet veranderde mijn scepsis in een met de dag sterk toenemend enthousiasme. De setlist zoals die circuleerde op het net beloofde veel; geen gemakkelijke buiging naar het publiek middels een serie crowdpleasers, maar een nadruk op vooral de eerste drie albums Roxy Music, For your Pleasure en Stranded.
Met volle capaciteit is er in het Sydney Entertainment Centre ruimte voor 12.000 bezoekers, maar voor dit concert was een mindere setting voldoende, al leek het er sterk op dat de rond de 6.000 stoelen tellende kleinere versie van de zaal uitverkocht was. De gemiddelde leeftijd van het publiek maakte duidelijk dat Roxy Music nauwelijks een jonger publiek aanspreekt, helaas. Maar misschien dat de prijs van de kaartjes (omgerekend tussen de 100 en 120 Euro) daar ook debet aan was. In ieder geval kregen we voor die behoorlijk prijzige tickets een concert dat in alle opzichten de moeite meer dan waard was. Roxy Music was absoluut fantastisch.
Bryan Ferry bleef de eerste vier nummers centraal achter de microfoon, maar vanaf het vijfde nummer -If there is something van het eerste album - nam hij plaats achter de toetsen. Met een elfkoppige band, inclusief een toetsenist en lokale beauty queen Georgie (achternaam helaas vergeten) die afwisselend toetsen en sax speelde, was dat misschien geen eerste vereiste, maar Ferry had er duidelijk lol in. Van de op internet zo vaak vernomen afstandelijkheid richting publiek was hier weinig te merken. Ook de andere heren maakten duidelijk dat deze toer meer is dan wat easy cash en dit voor de eerste periode zo karakteristieke nummer maakte nog eens duidelijk hoezeer Roxy Music veel meer was en is dan Bryan Ferry plus aanhang, met een zeer bepalende rol voor zowel Mackay als Manzanera die beiden regelmatig – letterlijk – in the spotlight werden gezet om hun virtuositeit te tonen. En het mooie was dat dat elke keer zo uitermate genietbaar was en verre bleef van het irritante gepiel waar de nodige uitgesponnen solo’s nogal eens in kunnen verzanden. ‘Powerhouse’ Paul Thompson speelde ondertussen met verve de rol van onnadrukkelijk zeer nadrukkelijk aanwezige drummer. Het was opvallend genoeg vooral in de Neil Young cover Like a Hurricane dat zijn tegelijkertijd subtiele en o zo krachtige drumgeluid het best tot uiting kwam, en natuurlijk in het slotnummer For Your Pleasure, waarin Thompson als laatste van de oude club het podium verliet, maar niet nadat hij nog een keer had laten zien en vooral horen waarom hij door zoveel drummers als invloed wordt aangehaald.
Van de setlist ontbrak Sentimental Fool van Siren. Daarvoor in de plaats kregen we Let’s stick together. Geen Roxy Music-nummer (want Ferry solo) en een duidelijke buiging naar het publiek dat tijdens dit nummer helemaal uit z’n dak ging. Geen probleem, de sfeer was fantastisch en we hadden tegen die tijd al zoveel prachtigs gehoord en gezien, en er volgde nog veel meer.
Begeleid door inventieve beelden op een groot scherm achter de band en met twee danseressen geheel in de stijl van de vroege platen, maakte Roxy zijn status als art-rock band helemaal waar. ‘Het was alsof Pop-Art plotseling in volle glorie Top of the Pops binnenstapte’, zo omschreef iemand in een documentaire afgelopen week het debuut van Roxy Music (met de hit Virginia Plain) in het Britse programma in 1972. Ik kan me nog herinneren hoe het Nederlandse muziekblad Oor in de jaren ’80 een Roxy-overzichtsartikel plaatste onder de kop ‘Is dit kunst?’, wellicht refererend aan de vraag die bij lancering van de band zo vaak werd gesteld . Een antwoord hangt uiteraard af van de interpretatie van het begrip ‘kunst’, maar met nummers als het eerdergenoemde If there is something en het zeer Europese (Berlijn jaren ‘20) Bitter-Sweet van Country Life kwamen ze verdomd dicht in de buurt, daarbij geholpen door beelden die duidelijk waren geïnspireerd op kunst uit het interbellum in landen als Duitsland en de Sovjet-Unie.
Het nummer Do the Strand werd begeleid door de fotoseries die ten grondslag lagen aan de hoezen van de Roxy-albums, met daarbij o.a. een hele reeks variaties op de in Nederland en de VS verboden hoes van Country Life. Roxy speelde wel het nummer Prairie Rose van dit album, naar verluidt Ferry’s ode aan zijn toenmalige geliefde Jerry Hall die hem in ‘77 verliet voor Mick Jagger, maar Hall, in de gedaante van de Siren op de cover van het gelijknamige vijfde Roxy-album, was de opvallende afwezige in deze serie beelden. Misschien toch nog een bitter-sweet memory na al die jaren.
Kees Bakhuzyen
Zie ook Country Life.
Uit de diepten van de ziel – Station to Station van David Bowie in deluxe uitvoering
“A wonderful analogy: religion is for people who believe in hell, spirituality is for people who’ve been there. For me that makes a lot of sense.” Iedereen die een beetje op de hoogte is van het leven van David Bowie weet dat zijn woorden uit ’95 vooral betrekking hebben op de jaren ’75 en ’76. Na het succes van de ‘plastic soul’ van Young Americans vestigde Bowie zich in Los Angeles, waar hij vooral op melk en cocaïne leefde. De woning die hij betrok in LA spreekt boekdelen: met de ramen hermetisch gesloten, lijkt het grote huis aan de Sunset Strip nog het meest op een onneembare vesting, de verblijfplaats van een kluizenaar. Opvallend genoeg – of misschien ook wel niet – maakte Bowie in deze tijd met Station to Station een van zijn beste platen. De cd is nu opnieuw uitgegeven in een deluxe uitvoering met twee bonus cd’s.
Station to Station bevat enkele van de mooiste nummers die Bowie ooit maakte. Het begint met het ruim 10 minuten durende titelnummer waarin Bowie refereert aan The Thin White Duke, de naam van zijn alter-ego uit deze periode. Onderverdeeld in een langzamer eerste deel en een meer up-tempo en uitermate swingend tweede gedeelte, vormt dit nummer de brug tussen Bowie's soulperiode en de zogenaamde ‘Berlijnse’ trilogie van Low, “Heroes” en Lodger die hier direct op volgde. Voor het eerst klinken invloeden door van Duitse electronische bands als Kraftwerk en Neu – een invloed die vooral in de jaren daarna naar voren zou komen. Bowie geeft zich over aan (Kabbalah) mystiek maar er is ook ruimte voor eenvoudige en optimistiche geluiden wanneer hij zingt “It’s not the side effect of the cocaine, I’m thinking that it must be love.”
Interviewen
Toen Ischa en ik vorige week 's avonds laat een ommetje maakten door die bloedmooie Amsterdamse binnenstad, werden wij aangesproken door twee lieftallige jongedames, die ons vroegen of wij inderdaad Ischa Meijer en Cor Galis waren.
'Jazeker,' beaamden Izzybootje en ik, om 't hardst - want het is nu eenmaal erg leuk om 's avonds laat op straat herkend te worden door twee lieftallige jongedames.
'O, wat leuk,' kreten de beide lieftallige jongedames.
'Ja, hè!' riep Izzymansje de Luuks - want die gaat altijd, bijkans instinctmatig, te ver.
'Want wij hebben laatst op school een luisterproef gedaan met een van uw radio-interviews,' verklaarde de ene lieftallige jongedame.
'Juist, ja,' murmelde onze kleine presentator, volmaakt verguld.
'Wat is dat, eigenlijk - een luisterproef?' informeerde ik, nieuwsgierig.
'Dan draait onze leraar Nederlands zo'n interview via de band af,' antwoordde de andere lieftallige jongedame. 'En dan moeten wij er vragen over beantwoorden.'
'Zo in de trant van: wat bedoelt de interviewer hier eigenlijk mee?' schreeuwde Izzepis, zowat over z'n toeren.
'Misschien gaat het ook soms over de antwoorden van de geïnterviewde,' opperde ik.
"En ten slotte maken we dan met z'n allen een analyse van het hele vraaggesprek,' vertelde de ene lieftallige jongedame.
'Een analyse!' juichte Izzyolieootje - zo ongeveer in katzwijm.
'Ja,' zei de andere lieftallige jongedame. 'En in het geval van dat interview van u hebben we zo'n beetje gekeken wie er van u beiden gewonnen had.'
'Gewónnen!' riep ik ontzet uit.
'Ja,' zei de ene lieftallige jongedame. 'Want de heer Meijer voert over het algemeen in wezen geen vraaggesprekken, maar strijdgesprekken. Tenminste - dat zei onze leraar Nederlands.'
'En wie had er volgens jullie gewonnen?' vroeg Ischa, met een beetje schuim om zijn mond.
'U,' zeiden de beide lieftallige jongedames, volmaakt unisono.
En na ons beleefd gegroet te hebben, liepen ze verder.
'En?' vroeg ik aan Izzybooliebootje. 'Ben je nu tevreden?'
Maar hij zei niets.
Hij staarde enigszins wazig voor zich heen.
'Jammer, hè,' zei ik, 'dat er geen Olympische medaille bestaat in de categorie zwaargewicht-worstelgesprek.'
'Inderdaad,' verzuchtte ons ventje.
'Dus je bent er inderdaad trots op dat je er bij die kinderen als winnaar uit de bus bent gekomen,' zei ik, uitermate moedeloos. 'Terwijl je niet eens weet wie je tegenstander nu eigenlijk was.'
'Verdomd!' fluisterde het kereltje. "dat ben ik vergeten te vragen.' En toen, lieve luisteraars - toen moest ik toch zó lachen, zo verschrikkelijk hard lachen.
En ten slotte lachte het vragenworstelaartje ook maar mee.
Want als het op egotrippen aankomt, wint-ie zelfs nog van zichzelf.
Hahahahahaha.
Hé, jôh, stap maar weer eens over je eigen schaduw heen, en zing een liedje, kleine prijsinterviewer, ja, zing, zing, zing!
Uitgesproken door Cor Galis, 31 maart 1992.
Uit: Zing m'n jongen zing!
Cor Galis leest Ischa Meijer
Prometheus
1997
Muziek!
Billie Holiday - Who Loves You
Een heerlijk swingend nummer om het jaar te beginnen. Dit is zo'n nummer dat het altijd zal blijven doen bij mij. Het ademt de lay-back swing waarvan ik hou. Een hele band in een feilloze harmonie. Opname: één microfoon... We spreken over 1936. Eenvoudige woorden, en die unieke frasering en ontroering van Billie Holiday, die toen 21 jaar was.
Opvallend mooi trompetspel van Irving "mouse" Randolph... zo goed als onbekend. Het immer lyrische gefluister van de sax van Ben Webster. De opnames zijn bijna 75 jaar oud.. Het klinkt veel frisser dan veel troep die dagelijks onze oren teistert.
Over het orkest van Teddy Wilson schrijft Garry Giddins het volgende:
The Wilson sessions are among the preeminent glories of recorded jazz, brisk and pointed and incredibly swinging.
They were made largely for the juke box trade, which in the ghastly years of the Depression emerged as the largest market for records.
Yet as brief and spontaneous as they are, these exemplary tracks overflow with detail and invention, rarely wasting a second, with each player obliged to make a personal, identifiable statement in just a few measures.
Enjoy!
WHO LOVES YOU
Who loves you
Ask yourself the question
Who loves you, sweetheart
And tell me who thinks of you
A million times a day
And who's blue and lonely, honey
When you're away
Say, who needs you
Needs you every minute
Who fell for you from the start
Oh who just longs for your caresses
You don't have to take three guesses
Who loves you, sweetheart
B. Davis / JF Coots
Teddy Wilson & his orchestra
Recorded Broadway New York 21 oct 1936
Irving "Mouse" Randolph: trumpet
Vido Musso: clarinet
Ben Webster: tenor sax
Teddy Wilson: piano
Alan Reuss: guitar
Milt Hinton: string bass
Gene Krupa: drums
Voor de puristen, ietsje meer info over de swingende trompet van Irving "mouse" Randolph hierr.
Johan Gerber
Abonneren op:
Posts (Atom)