Wederom actueel, bovenaan gezet speciaal voor Michiel Middendorf, directeur van World Forum. Kritisch islamboek tóch gepresenteerd in Den Haag.
Frans Groenendijk (56 jaar), docent wiskunde op een middelbare school, schreef het boek 'Islamofobie? Een nuchter antwoord'. Hij gaf het in eigen beheer uit. Enkele kritische vragen die ik de auteur per email voorlegde.
Vraag 1.
Er verschijnen de laatste jaren nogal wat boeken over 'de islam' en aanverwante onderwerpen, geschreven door gezaghebbende en kritische schrijvers als Ayaan Hirsi Ali, Nahed Selim, Arabist Hans Jansen, rechtsgeleerden Afshin Ellian en Paul Cliteur, om auteurs als Bat Ye'or, Bruce Bawer, Robert Spencer, Christopher Caldwell en Rodney Stark maar niet te noemen. Ik heb uw boek niet gelezen, wel doorgebladerd en her en der wat fragmenten gelezen en het viel me daarbij op dat u onderwerpen aansnijdt waarover genoemde auteurs en anderen reeds uitgebreid gepubliceerd hebben.
Waarom zou de lezer uit het grote, gevarieerde aanbod boeken over dit onderwerp juist uw boek moeten lezen?
Frans Groenendijk:
Vraag 1 en 2 beantwoord ik graag in samenhang. Het is echt een eer om in een alinea genoemd te worden met deze mensen, maar ik heb aan mijn afkomst uit een arbeidersgezin ook geen last van valse bescheidenheid overgehouden. Ik heb mezelf deze vragen ook gesteld en er zelfs in het voorwoord iets over aangestipt.
Hoewel er uiteraard ook overlap is, is mijn boek heel anders dan dat van elk van hen.
Het belangrijkste verschil zit in mijn volkomen politieke en zodoende ook niet louter analyserende insteek. Op een prominente plaats op “De Webstek bij het Boek” heb ik het weinig bekende citaat van Churchill opgenomen waarin hij niet de Koran met Mein Kampf vergelijkt maar Mein Kampf met de Koran. “Churchill bekeek het mohammedanisme en het Arabische imperialisme zoals elke rationeel denkende staatsman zou doen: in het licht van de realiteit, geopolitieke verhoudingen en internationale macht” staat daar nog bij. Niet dat ik mezelf nu neer wil zetten als staatsman, maar rationeel denkend ben ik wel en ik probeer uit het optreden van de grootste Brit die ooit geleefd heeft, wel degelijk inspiratie te putten. Daarnaast heb ik het boek geschreven als “ex-linkse, maar niet rechtse” politicus. Juist vanwege mijn linkse geschiedenis en bekendheid met de manier van discussiëren binnen GroenLinks en PvdA-kring, is mijn betoog voor hen hopelijk goed te volgen. Ik ben in dit verband ook blij dat juist het GroenLinks Kamerlid van Marokkaanse afkomst, Tofik Dibi, toegezegd heeft bij de officiële presentatie van het boek een eerste exemplaar in ontvangst te komen nemen.
Mijn insteek lijkt een beetje op die van de onvolprezen onderzoeksjournalist Carel Brendel, schrijver van Het verraad van Links, die op HoeiBoei gelukkig ook vaak te lezen is. Islamofobie? heeft echter een meer historische en meer internationale invalshoek en focust ook veel sterker op het mohammedaanse gedachtegoed zèlf. Een cruciale passage die dit verheldert staat in het hoofdstuk over trouwen binnen de familie, genitale verminking en eerwraak:
“Wanneer je bovenstaande tot je door laat dringen wordt het verdedigen van het mohammedaanse gedachtegoed ineens heel veel moeilijker. De Mauretaanse cultuur en niet de officieel vastgelegde invloed van sharia, is bepalend voor het voortbestaan van de praktijk van het letterlijk vetmesten van meisjes voor de huwelijksmarkt. De Pakistaanse cultuur en niet de officiële mohammedaanse grondslag van dat land is bepalend voor het grote aantal vrouwen dat er vermoord wordt omdat ze met iemand van eigen keuze willen trouwen. Teheranse vrouwen die onvoldoende gesluierd zijn worden opgepakt vanwege de politieke lijn van Ahmadinejad in plaats van door het theocratische karakter van die staat. Als dat allemaal waar is, hoe kunnen we dan nog om de constatering heen dat het beschaafde gezicht van het mohammedanisme in Nederland en andere westerse landen te danken is aan de westerse cultuur en niet aan de mohammedaanse ideologie? Of wat minder omzichtig geformuleerd: dat het mohammedanisme voor velen in Westerse landen niet zo bedreigend overkomt is te danken aan het feit dat het mohammedanisme hier nog niet zo veel invloed heeft”.
In Islamofobie? gaat het ook over grote lijnen. Terwijl anderen een oorlogszuchtige of juist een vredelievende passage uit hoofdstuk 8 onder de loep nemen, wijs ik op de naam van dat hoofdstuk -“De (oorlogs)buit”- en vraag me hardop af wat een hoofdstuk met zo’n titel doet in een ‘heilig’ boek.
Het vertrouwen om een boek te ‘durven’ schrijven over dit onderwerp ontleen ik aan een hoge mate van respectloosheid. Respect is immers (volgens Van Dale) “eerbied uit hoogachting of angst” en hoogachting noch angst is bij de benadering van het mohammedaanse gedachtegoed op zijn plaats. Het kind dat riep dat de keizer naakt was, hoefde helemaal niet over heel speciale kwaliteiten te beschikken: het missen van ongezonde remmingen volstond. Het weblog dat “De Webstek bij het Boek” gaat begeleiden heet niet voor niets “Keizers & Kleren”.Vraag 2.
U heeft in uw opleidingscarrière geen islam georiënteerde studie gevolgd. Wat geeft u het vertrouwen om dan zo'n uitgebreid boek over dit onderwerp te schrijven?
Zie bij antwoord vraag 1.
Vraag 3.
Heeft u ook andere boeken geschreven?
Frans Groenendijk:
Wel eens een artikel in een tijdschrift van enig nvieau en een oplage van enkele duizenden, maar een boek nog nooit. Best spannend.
Vraag 4.
De betekenis en de zinvolheid van het woord islamofobie staan zeer ter discussie. Was het niet verstandiger uw boek een inhoudelijk concretere titel te geven?
Frans Groenendijk:
Nee, juist niet. Ik ben echt zeer tevreden over de titel. De kreet ‘islamofobie’ is het vaandel waaronder de belangrijkste politieke manifestatie van het mohammedanisme, de OIC, zij aan zij met extremisten en verdwaasden uit het Westen, de vrijheid van meningsuiting aanvallen: de moeder van alle vrijheden in de woorden van Salman Rushdie. Mijn bedoeling en hoop is dat Islamofobie? als een nucleaire boemerang op deze acties terug zal slaan. Bovengenoemde Winston Spencer Churchill voorspelde al dat de volgende grote confrontatie er vooral een zou zijn van ideeën. Hij merkte ook op dat een nieuw fascisme zich vermoedelijk zou tooien met de term anti-fascistisch. We zijn nu getuige van de juistheid van beide voorspellingen. Ik hamer ook op het belang van de correcte term ‘mohammedanisme’ in plaats van het verdoezelende en verwarrende ‘islam’. Woorden zijn belangrijk in de ideologische strijd.
Vraag 5.
Uw schrijfstijl is bijzonder zakelijk, ja nuchter te noemen- dat schrijft u met gepaste trots zelf - zelfs in het korte hoofdstuk dat 'over mijn moeder' heet, houdt u dat consequent vol. In het algemeen lijkt enige vorm van zelfspot u vreemd te zijn, terwijl u in een noot op pagina 298 uw teleurstelling uit over de wat cynische toon van 'Barry Oostheim' die in zijn artikel 'Dhimmitude op Nederlandse universiteiten' een onthutsend beeld schetst van de propagandabolwerken voor het mohammedanisme binnen westerse universiteiten.
Kunt u zich voorstellen dat een ironische (of desnoods cynische toon) een artikel of boek beter leesbaar maakt en dat de boodschap dan evengoed overkomt?
Frans Groenendijk:
Bedankt voor het compliment. Zelfspot is wel aanwezig in het boek maar ik geef toe dat het er niet dik boven op ligt wanneer ik bijvoorbeeld schrijf over mijn actie om stenengooiende Marokkaanse jongens tot bedaren te brengen. Ironie is zeker een sterk stijlmiddel -ik ben er helaas niet zo sterk in- maar cynisme is bij dit thema, is eigenlijk bij elk politiek thema misplaatst, al was het maar omdat steeds weer blijkt dat dit lang niet door iedereen begrepen wordt. Een cynische toon versterkt reeds overtuigden in hun opvatting maar overtuigt zelden iemand.
Vraag 6.
U komt uit een katholiek gezin maar bent al jaren atheïst. Toch staat er op pagina 327 te lezen, daar waar informatie over de auteur wordt gegeven, dat uw verjaardag samenvalt met de feestdag voor de patroonheilige van Barcelona 'Virgen de la Merced' en dat "dat patroonschap teruggaat op de tijd van de mohammedaanse overheersing van het Iberisch schiereiland toen de orde van Merced werd opgericht. De orde der mercedarios had als doelstelling het bevrijden van katholieke gevangen uit de handen van de mohammedaanse heersers. In het bijzonder werden tot slaaf gemaakte mensen vrijgekocht."
Heeft u uzelf een dergelijke taak of rol toebedacht? Wilt en gaat u Nederland 'redden'?
Groenendijk:
Dat was dus juist een beetje verhulde zelfspot. Toen ik een aantal mensen wees op dat grappige toeval schreef er een iets terug in de trant van “Nomen est omen”. Tegelijkertijd vond ik het een goede kapstok om nog eens extra de aandacht te vestigen op een deelonderwerp van het mohammedanisme-debat waarbij ik altijd de grootste moeite heb om niet te gaan schuimbekken: slavernij. Het idee om lieden die mensen, kinderen zelfs, tot slaaf gemaakt hebben, geld te geven om hen weer vrij te laten is zo walgelijk. Mijn weerzin daartegen leidde tot deze alinea in het boek: “In de documentaire ‘My Slave, My Infidel’ [over Soedan] wordt gesproken van 200.000 mensen die tot slaaf zijn gemaakt. Helaas is er ook sprake van initiatieven om ze vrij te kopen. Helaas, want het is toch werkelijk absurd dat de daders niet met geweld aangepakt worden”.
En dan nog wat over dat ‘redden’ van Nederland. Wie op zo’n vraag een antwoord geeft dat uitgelegd kan worden als iets dat ook maar ruikt naar een beetje ‘ja’, zet zichzelf daarmee behoorlijk te kakken. Een deel van de problemen waar we vandaag de dag in het Westen mee te kampen hebben is echter de verdachtmaking van alles wat aan mannelijk optreden doet denken. Het Westen heeft meer behoefte aan het vergroten van het aantal mannen dat zich er niet voor schaamt ballen te hebben, dan aan één ‘redder’. Ik verwijs in dit verband graag naar een interview dat de Deense psycholoog Nicolai Sennel gaf aan het blog ‘The Gates of Vienna’, in Nederlandse vertaling te lezen bij ‘Het Vrije Volk’. Hij sprak van een gebeurtenis die bij hem een omslag in het denken te weeg bracht: “Tien jaar geleden hadden we een verschrikkelijk voorval in Denemarken. Vier jonge moslimjongens sleepten een meisje aan haar haren door de grootste winkelstraat in Kopenhagen en probeerden haar te verkrachten. Ondanks dat ze schreeuwde en het duidelijk was dat er iets vreselijks aan de hand was, greep niemand in. Stelt u zich dat eens voor: een meisje wordt door de meest drukke straat in Denemarken gesleept -waar veel omstanders zijn- en niemand doet iets om ze te stoppen.
Niet actief te proberen in te grijpen -zelfs als u daarmee het risico loopt dat uw collega's, vrienden of familie kritiek op u zullen gaan hebben, of dat u een blauw oog oploopt- is waarschijnlijk het ergste wat men het eigen zelfvertrouwen, persoonlijke ethiek en menselijke waardigheid kan aandoen. Als we alleen maar bereid zijn om zwakkeren te helpen als het zonder enig risico voor onszelf is, zijn wij een stelletje waardeloze lafaards.”
Een van de meest optimistisch stemmende ervaringen vorig jaar was dan weer dat een vrouwelijke collega(docent) tegenover mij verzuchtte dat het voor jongens zo’n ontzettend slechte ontwikkeling is dat ze in het basisonderwijs bijna uitsluitend vrouwelijke leerkrachten tegen komen. Ik bedoel: dat vrouwen, en meer specifiek vrouwelijke docenten, dat zo benoemen: dat stemt hoopvol.
Vraag 7.Toch even een persoonlijke vraag, als u die wilt beantwoorden. Heeft uw directe omgeving (gezin, familie, vrienden) u gesteund bij dit project?
Groenendijk:
Een dochter van vrienden, een nu 16-jarig meisje -ooit noemde ze mij “een soort tweede vader”- was zwaar geschokt toen ze alleen nog maar het onderwerp van mijn boek hoorde. Onmiddellijk werd het door media en school ingestampte vergif van de demonisering van Wilders en iedereen die zich geen fel tegenstander van hem noemt, actief. Inmiddels heeft ze zich er al wat mee verzoend, haar ouders slikken mijn argumenten niet voor zoete koek maar we kunnen er inmiddels goed over discussiëren.
In een dubbeluur met een vierde klas VWO op vrijdagmiddag liet ik eens, gevraagd naar de besteding van mijn vrije tijd, los dat ik een politiek boek aan het schrijven was. Nog voordat ik naam of thema genoemd had, was onmiddellijk de vraag of ik “voor of tegen Wilders” was. Toen ik antwoordde dat ik het met een aantal punten van Wilders eens was, steeg een beschaafd gejuich op.
Nadat hij het hele boek in hoog tempo had uitgelezen was mijn broer volledig ‘om’: hij is nu een zeer actieve verkoper van het boek. Wat betreur ik het lot van die arme meneer Wilders die niet alleen gehaat wordt door de links-extremisten, maar ook nog een rare oudere broer heeft die het nodig vond om bij Pauw & Witteman op gemaakt-beschaafde wijze zijn broer een mes in de rug te steken.
Vraag 8.
U hebt voor de voorkant van uw boek een foto gekozen van drie zwaar en in 't zwart ingepakte schoolmeisjes in Iran. De meisjes zitten op een bankje en zijn op de rug gefotografeerd. Waarom heeft u toch voor deze deprimerende foto van moslims uit een ver land gekozen? Is het niet
verontrustend genoeg dat in Nederland een zeer grote groep hoofddoekdragende meisjes en kinderen is ontstaan? Heeft u zelf meisjes in uw klas (gehad) die een hoofddoek dragen? Hoe gaat u daarmee om? Is het een onderwerp van discussie of zijn dit maar details in een veel groter geheel?
Groenendijk:
De belangrijkste reden om voor deze foto te kiezen was de ontdekking, de schokkende ontdekking, dat verschillende mensen uit mijn omgeving de foto helemaal niet afschrikwekkend vonden. In het boek zelf schrijf ik over de foto: “Valt deze strikte, uniforme vorm van sluiering überhaupt (nog) op? Ziet men dit als folklore of ziet men (ook) een link met bijvoorbeeld de gebeurtenissen in Iran -voorjaar 2008- toen alleen in de hoofdstad Teheran al tienduizenden vrouwen door de ‘religieuze politie’ werden opgepakt vanwege onvoldoende gesluierd in de openbare ruimte verkeren? Ziet men verband met het opmerkelijk grote aandeel van vrouwen in de protesten na de ‘verkiezingsoverwinning’ van Ahmadinejad in 2009?”. Ik wil mensen er dus mee aan het denken zetten.
De leerlingen met hoofddoek die ik op school tegenkom beschouw ik op de eerste plaats als kinderen, op de tweede plaats als leerlingen, op de derde plaats als meisjes en pas op een van de laatste plaatsen als gesluierde. Als maatschappelijk verschijnsel beschouw ik de hoofddoeken als een groot kwaad -ik ben er zeker voor wat betreft openbare scholen voorstander van dat het dragen ervan daar verboden wordt- maar ik doe mijn stinkende best om dit niet te laten doorschemeren in mijn omgang met deze individuele kinderen. De grootste moeite kost me dat bij een iets oudere would-be bekeerlinge, voor wie de mohammedaanse uniformering gewoon een vorm van provocatie is. Overigens is dat tegelijk een reden om er juist helemaal geen aandacht aan te besteden. Er zijn ook leerlingen die wel eens ergens een hakenkruis tekenen: daar moet je ook niet overspannen op reageren.
De voor dit onderwerp meest relevante passage uit mijn boek luidt: “De verbondenheid van mohammedaanse sluiering met de onderdrukking van tientallen miljoenen vrouwen elders in de wereld straalt ook af op de minder extreme vormen ervan. Natuurlijk is het gebrek aan solidariteit van die gesluierde vrouwen met de onderdrukte vrouwen hier en vooral elders in de wereld teleurstellend, maar een gebrek aan solidariteit met vrouwen in verre landen is bepaald niet uniek voor in het Westen woonachtige mohammedaanse vrouwen en meisjes”.
Vraag 9.Wat zijn nu uw plannen? Gaat u een nieuw boek schrijven, lezingen geven of op uitnodiging meedoen aan discussiepanels?
Groenendijk:
Plannen genoeg, maar die hangen natuurlijk sterk af van de ontvangst van dit boek. Overdag heb ik trouwens nog een voltijdbaan. Wel eens zwaar, de ene les veel leuker dan de andere, zelfs met dezelfde klas, maar regelmatig toch wel bevredigend en in ieder geval elke dag anders en elke dag leerzaam. Het gerucht dat werken in het onderwijs je geestelijk jong houdt, klopt echt.
------------
Een voorpublicatie uit het boek Islamofobie? Een nuchter antwoord kunt u hierr lezen en hierr kunt u het boek bestellen. Reageren kan ook op islamafobie.nl .
Enkele publicaties van Frans Groenendijk uit het archief van Hoeiboei: Israël is niet veilig voordat het islamofascisme overwonnen is en Een top-NSB-er als getuige tegen de jodenstaat.