Onafhankelijk en onbaatzuchtig;
voor uw dagelijkse portie geestelijk verzet.
Hoei Boei, de enige site met zowel Gerard Reve
als Harry Potter aan haar zijde.
TRUTH IS IRRELEVANT, CENSORSHIP IS GOOD
For the Dutch TV coverage of the hatespeech trial against Lars Hedegaard I asked the opinion of Anita Bay Bundegaard of “Politiken”: “The trial is necessary and we see too few of them. His statements stigmatize. They form dangerous opinions. Countering his arguments like in the American model won’t do: we don’t have that self-censorship. It has to be enforced”. But reporting from the Amsterdam courtroom on the process against Geert Wilders (leader of the Party For Freedom, key holder of the Dutch right wing minority Cabinet, and living in constant hiding), who stands trial for his critique on Islam, Koran, Muslims and multi-culturalism in his movie “Fitna” and newspapers, I see how the sinews of society shatter now political opinion is taken to court. Moreover, what began a year ago as a jolly Wilders bashing, has mutated into a Machiavellian rot that gnaws at the trust of the Dutch in their judicature. Of course, we Dutch merely present to you Danes a distorted mirror image. Your system works, doesn’t it. Hedegaard got his “genuine” acquittal. So, what’s to worry?
Suddenly paused on October 22nd 2010, Wilders’ case re-started on February 7th to end in July. Shown live on TV it’s clear that Wilders is not to blame for the legal system’s crashing. He holds eerily still except for a few angry interviews about his “show trial”, and this week’s courtroom mantra on how Europe’s culture-relativists aide Islam to alter the free West into an enslaved Eurabia. We will wither in the doom of dhimmitude if we don’t take a stand. Without freedom there’s no creativity: where’re the Muslim Mozart or the Koran Kafka, there’re none. And so on. Wilders’ groomed lawyer Bram Moszkowicz merely pleas against the trial’s legality; a non-suit is what he aims for.
Dutch Law hinges on the thought that its legal system is guileless, its judiciary is above all parties, and that truth decides. Every now and then there’s a fuck up, but that goes with any trade. So when Paul Velleman, the Public Prosecutor, opened his requisitory with “it’s irrelevant whether Wilders speaks the truth or not, what matters is whether his critique is illegal”, he baffled the many uninformed Dutch. He unveiled the potentially censoring bias of articles 266 and 137e/d on (group) insult, hate speech, and inciting hateful discrimination. Articles such as these stem from the 1930ies to protect the public freedom of Jews against the Nazis. European Court jurisprudence modernized them to include new-age notions like “the right not to be offended in your religion”. Like the Danish article 266b that facilitated the trials against Jesper Langballe and Lars Hedegaard, these articles aren’t geared towards ascertaining the truth, but to weigh sensitivities. Langballe, Hedegaard, and Wilders have not been charged with slander, but with being brutally offensive. And whether that equals illegal discriminatory hate speech is, when all boils down, merely a matter of taste.
“Wilders’ critique is distasteful, but functional; it is not illegal”, Public Prosecution concluded in Spring 2008 after investigating the filed charges. His “shocking and disturbing” rhetoric belongs to a European whistleblowing debate on Islam and multi-culturalism. They concluded so even after having been pressurized by the very top of their own Justice Department, to prosecute Wilders “no matter what”. This was amidst the Fitna crisis when the previous Cabinet tried to censor Wilders’ movie before its first showing. Still, in 2009 the leading lawyer Gerard Spong used a moot law by which the Amsterdam Court could decree Public Prosecution to prosecute Wilders. The Court jumped to the occasion. The police was asked to hand out to complainants ready-made forms on which they could mark the correct accusation. And to cow Public Prosecution further the Court listed a 24 pages indictment that stipulated the desired result: “The Court (…) expects that prosecution will lead to a conviction”. However, in October 2010 the Public Prosecutor chided the Court’s indictment to be “wrong, concocted and flawed”. Velleman then defied the Court entirely by concluding that “Wilders’ criticizing of Islam and Muslims does not cause Intrinsic Conflicting Dichotomy and does not incite hate. We ask for a complete acquittal”. Never before had the Dutch witnessed an ugly civil war in their judicature.
But ugly got dirty.
De schijn-elite van de valse munters
door Sjors Remmerswaal
Een boek geschreven door Martin Bosma, vanaf 2006 Kamerlid voor de PVV. Hij heeft een beroepsachtergrond in de journalistiek en hij heeft politicologie aan de Universiteit van Amsterdam gestudeerd en sociologie aan de New School for Social Research te New York. Hij wordt door velen geduid als de intellectuele kracht achter Wilders. Zijn boek is vlot geschreven, maar tevens
Welk islamdebat?
Men zegt wel eens dat het in Vlaanderen de goede kant op gaat met het debat over de multiculturele samenleving en de islam. Men vergist zich. Nederland is op dat vlak - onder anderen dankzij Geert Wilders - gidsland. Terwijl Nederlandse islamkritische columnisten - Nahed Selim, Elma Drayer, Nausicaa Marbe, Amanda Kluveld, Michiel Hegener, Afshin Ellian, Sylvain Ephimenco, Hafid Bouazza, Carel Brendel, Machteld Allan, Hans Jansen, etc. - man en paard noemen over de islam, gaat men in Vlaanderen nog steeds een debat ten gronde over dit belligerent en totalitair systeem uit de weg.
NRC Handelsblad publiceerde in juli van dit jaar een opinie van 1500 woorden met als titel: ‘Moslims, bevrijd uzelf en u kunt alles’. Daarin stond geschreven: ‘De islam ontneemt moslims hun vrijheid. Dat is jammer, want vrije mensen zijn in staat tot grote dingen, zoals de geschiedenis heeft geleerd. De Arabische, Turkse, Iraanse, Indiase, Indonesische volkeren hebben een enorm potentieel. Als ze niet de gevangenen van de islam zouden zijn, als ze zich konden bevrijden van het juk van de islam, als ze Mohammed niet meer tot rolmodel zouden nemen en zich zouden ontdoen van de duivelse Koran, dan zouden ze in staat zijn tot grote dingen, niet alleen ten bate van zichzelf, maar van de hele wereld.’ Het zou een citaat kunnen zijn van een groot filosoof, maar het is van de leider van de Nederlandse Partij Voor de Vrijheid, Geert Wilders. De brief verscheen later, licht ingekort, in De Standaard. Arthur Schopenhauer, Gustave Flaubert, Jacob Burckhardt, Winston Churchill, Czesław Miłosz, Aldous Huxley, Michel Houellebecq, Claude Lévi-Strauss en anderen wisten al dat de islam niet deugt, maar ze zouden vandaag zoals Geert Wilders op een schandelijke wijze worden berecht. En ze zouden door mensen als Jean-Luc Dehaene en Rob Riemen - een fascist vermomd als antifascist - “een gevaar voor de democratie” worden genoemd. Men vergist zich helaas van vijand. Er zijn immers gutmenschliche politici die verklaren dat de sharia bij een twee derde meerderheid moet kunnen worden ingevoerd (de Nederlandse Minister van Justitie Piet Hein Donner in 2006). Ook zijn er domme en/of opportunistische arabisten die, gesponsord door bepaalde olielanden, op geruststellende toon opperen dat de sharia voor 98 procent overeenkomt met het Nederlandse recht (de Nederlandse arabist Maurits Berger in 2007). De verschrikkelijke beelden van de geseling van een vrouw die ons pas bereikten uit Soedan, laten zien wat er zoal in dat verschil van ‘slechts 2 procent’ zit.
Het feit dat er naast de VN een Organization of the Islamic Conference (OIC) bestaat, die 57 (islam)landen telt met inbegrip van de Palestijnse Autoriteit, en inclusief landen zoals Mozambique en Togo waar moslims niet eens een meerderheid vormen, zou al
Laatste Nieuws - Zaterdag 25 december 2010
Den Haag - Koningin Beatrix is ontstemd over het naar buiten brengen van het nieuws van de arrestatie van terreurverdachten door het Openbaar Ministerie op Eerste Kerstdag net nadat zij haar 31ste Kersttoespraak had gehouden voor radio en televisie. Dat zeggen bronnen rond het Koninklijk Huis in de Hofstad.
Koningin Beatrix die in haar Kerstrede opriep om een ander te behandelen zoals jezelf behandeld wilt worden, doet vooral een ondubbelzinnige oproep aan de autochtone Nederlanders om meer ruimte en begrip te tonen voor de immigranten die een andere cultuur ons land binnen brengen. De Koningin leek tijdens haar toespraak persoonlijk geraakt en blijkt zich ook grote zorgen te maken over de politieke
Laatste Nieuws - Donderdag 23 december 2010
Laatste Nieuws - Dinsdag 21.12.2010
Halsema: 'Ik ben gemaakt voor de televisie en daar ook door gevormd. Nu er steeds minder vrouwen bij de televisie werken is het goed om te weten dat de Vara dat wil veranderen.' Het nieuwe Vara programma dat Halsema gaat presenteren heet: 'Houd je zelf voor de gek' en gaat over jonge mensen die niet willen toegeven aan hun roeping om politicus te worden. De Vara hoopt op die manier het socialisme onder de jongeren weer nieuw leven in te blazen. Op de vraag wat een voormalig voorzitter van Groen Links in de Tweede Kamer gaat verdienen bij de Vara, antwoordde Korvinus dat hij het nieuwe salaris van Wouter Bos zojuist heeft gehoord (400.000 op jaarbasis, red) en dat Femke beslist niet onder doet voor Bos. De voorzitter van de omroep ziet in Femke de toekomst van de Vara. Zowel Cees Korvinus als Femke Halsema zijn leden van Groen Links.
Paul van Weel
Laatste Nieuws - woensdag 15.12.2010
Op de vraag aan Cohen waarom hij de oversteek wilde maken, zei de oud-burgemeester van Amsterdam dat hij naar Koningin Wilhelmina wilde gaan om raad te vragen over de huidige politieke situatie van ons land.
Daarbij merkte Cohen op dat hij altijd al een 'Engelandvaarder' had willen zijn. In de nabijheid van de politicus werd ook Martijn van Dam opgemerkt. Op de vraag wat hij in IJmuiden deed, gaf hij als antwoord dat hij Cohen kwam uitzwaaien. De havenpolitie heeft de partijleider van de arbeiderspartij later op de avond kunnen overtuigen dat de zee te ruw is voor een veilig overvaren naar Engeland. Job Cohen liet zich zeer geëmotioneerd in een geblindeerde auto naar huis brengen.
Paul van Weel
Moslims veranderen niet
Velen voor mij hebben enkel en alleen gesproken over het recht dat de overheid je biedt om in alle vrijheid je religie te kiezen. Mensen zoals Femke Halsema van Groen Links. Nog geen twee jaar geleden zat ze bij het programma Pauw en Witteman te vertellen dat zij een wetvoorstel wilde indienen voor de bescherming van afvalligen, vooral de gevallen die met bedreiging en intimidatie te maken krijgen. Wat is daar uiteindelijk van terecht gekomen? Niks.
Vrijheid van religie is en blijft een taboe in de moslimgemeenschap. Ook Nederlandse moslims vergeten maar al te graag dat zij in Nederland en in de hele westerse wereld hun religie vrij mogen belijden. Een vrijheid die joden, christenen, hindoes etc. in een groot deel van de islamitische wereld niet hebben. In veel moslimlanden staat zelfs de doodstraf op het belijden of verspreiden van een ander geloof dan de islam.
Maar ook in Nederland staat de gewetensvrijheid in de moslimgemeenschap onder druk. Veel moslims kunnen hun geloof niet vaarwel zeggen zonder bedreigd en verstoten te worden door hun familie en vrienden.
De Nederlandse Grondwet (artikel 6) is heel duidelijk: ‘Een ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Hier garandeert de staat dat een ieder van ons de vrijheid een religie te kiezen, van religie te veranderen, een persoonlijke invulling te geven aan de religie of om er voor te kiezen geen religie te hebben. Dat is de verticale werking. Maar hoe zit het met de horizontale werking? Geven de burgers, moslims in het bijzonder, anderen de vrijheid van religie te veranderen of geen religie aan te hangen? Het antwoord daarop is overtuigend nee.
In Nederland wonen imams die denken dat Nederland Saoedi-Arabië of Iran is. En daarbij prediken zij haat en geweld jegens andersdenkenden, afvalligen en homoseksuelen. Zij zijn een onderdeel van het probleem, maar niet het probleem zelf. We moeten ook ons zelf in de spiegel durven aan te kijken. Nederland heeft haar eigen identiteit verloren. Wij zien alle ellende in het nieuws en zien het voor onze ogen gebeuren maar gaan vervolgens over tot de orde van dag. Solidariteit volgens links intellectualisme is slechts voor types die op duizenden kilometers hier vandaan wonen, maar mensen die hier op het punt staan bedreigd, uitgesloten en uit de familie verbannen te worden, laten ze vallen als een baksteen.
Ik ben er daarom ook van overtuigd dat de basis van onze Nederlandse maatschappij gevormd moet worden door een consistente cultuur, principes en respect voor de westerse cultuur. Duidelijke normen en waarden en consequenties, die een baken en richtlijn vormen voor iedere inwoner van ons land. De tijd voor rechtvaardigheid en solidariteit is nooit morgen, maar altijd hier en nu.
Ehsan Jami
Een deurwaarder uit 628

Het Topkapi Paleis in Istanbul herbergt vele schatten van de islam. Behalve dat het een van de oudste exemplaren bezit van de Koran, een collectie opmerkelijke relikwieën van de mens Mohammed, herbergt het ook aantal brieven van hem.
Bij het grote publiek zijn de brieven van Mohammed nagenoeg onbekend. Er is wel geopperd dat ze niet authentiek zijn, maar de archivaris van het Topkapi dacht daar waarschijnlijk anders over. In een klein, met heiligheid omgeven zaaltje, waar een soort van imam bij voortduring de koran reciteert, ligt een brief van Mohammed met daar naast de Engelse vertaling.
Rond het jaar 628, een kleine 5 jaar voor zijn dood, schrijft Mohammed de bewuste brief naar de gouverneur van Egypte: “From Muhammad, the servantand Prophet of Allah, to al-Muqawqis, the leader of the Coptic tribe.” Het gaat hier om de Koptische gemeenschap in Egypte die aan westelijke zijde de uiterste grens vormde van het Arabisch schiereiland. Mohammed komt direct tot zaken en zet onverbloemd wereldlijk voordeel tegenover maatschappelijke ondergang: “There is safety and security for those believers who follow the correct path. Therefore, I invite you to accept Islam. If you accept it, you shall find security, save your throne, gain twice as much reward for having introduced Islam to your followers.” Vervolgd zijn brief door onmiddellijk de consequenties te benoemen bij een ‘verkeerde’ keuze: “If you refuse this invitation, let the sin of the calamity which awaits your followers be upon you.” Dan laat Mohammed de touwen iets vieren en zoekt de rechtvaardiging van zijn verzoek in een verondersteld gemeenschappelijk uitgangspunt: “You too are People of the Book; therefore, let us come to a word common between us and you, that we worship none but Allah and shall not associate anyone with Him. Let us not abandon Allah and take others for Lord other than Him.” Kort en zakelijk sluit hij af met: “If you do not consent to this invitation, bear witness that we are Muslims.”
Iedereen krijgt in zijn leven wel eens te maken met een deurwaarder. Terecht of onterecht, men schrikt er niettemin altijd van. Maar belangrijker is hier de vraag waar de ‘vrede’ van de islam is vertegenwoordigd in deze brief. Nu is het nog wel voor te stellen dat zeden en gewoonten aan vorm veranderen op de golven van de tijd, maar hier sprak een politicus en geen Profeet. Het verschil daartussen mag wellicht flinter dun zijn, de tijd wordt door die combinatie niet ingehaald.
Het is wel duidelijk dat de islam met deze brief geen religie vertegenwoordigt maar een politieke overtuiging onder de vlag daarvan. Zij geeft ook direct het antwoord op de vraag of de islam vrede is. Zij kan dat niet zijn eer alle debiteuren hebben betaald en voor het aardse gericht uitspraak is gedaan waarbij het goed is te bedenken dat genade niet voor recht heeft te gelden.
Rens Herman Wiegeraad
De omstreden bronnen van de Islam
In deze Engelstalige tekst The evidence says Muhammad existed wordt opnieuw, en wel op karikaturale wijze gesuggereerd dat Petra Sijpesteijn (hoogleraar Arabische taal en cultuur aan de universiteit in Leiden) het traditionele islamitische verhaal bevestigt. Dat zou in volstrekte tegenspraak zijn met het radio-interview hieronder. Haar kennende spreekt ze niet met twee tongen, en dus lijkt het eerder een geval van religieus dan wel politiek correct getinte verslaggeving over haar wetenschappelijk onderzoek. In het radio-interview is duidelijk te horen dat Petra geen enkel punt weerlegt van bevindingen van de zogenaamd "polemische" onderzoekers. Ze loopt wel diplomatiek om de kernpunten heen.
Radio-interview: Islam op papyrus hierr.
Hier een Engelse toelichting: "Petra Sijpesteijn is digging through piles of unread papyrus fragments from the formative 7th and 8th centuries in Egypt. Contrary to what theNederlandse Wereldomroep reports, she finds nothing that supports the painstakingly detailed traditional accounts of Islamic expansion. In the recent Radio 1 interview she speaks plain unambiguous Dutch but the reporters also don't get it. They ask her to confirm that the early Muslims were peaceful - as Dutch politics hopes them to be. The answer that her findings in fact don't even prove that Muslims as such existed in these early days, and that there were the usual preparations for war, but that there was nothing Islamic about that, that answer is burried in naive, uneducated chatter.
The Nederlandse Wereldomroep article is equally uninformed, but it is also hate-mongering by suggesting a rift between Professor Sijpesteijn and her dissident colleagues: it deliberately misrepresents the well-published position of these scholars regarding the spread of Islam. On the basis of the existing evidence they argue for an inverted scenario of gradual spread of an Arab or Arab-Persian empire before the establishment of the formal religion. Professor Sijpesteijns findings confirm nor contradict this alternative. That is the real news."
Thomas Milo
Claire Berlinsky: Ban the Burqa
De beslissing om de hoofddoek te dragen moet eerder worden gezien op de manier waarop men die beslissing in de Verenigde Staten zou zien wanneer men besluit een clan-gewaad of nazi-opsmuk te gaan dragen. Ja, je bent vrij dit te doen, maar nee, je kunt dit niet dragen en verwachten te worden aangenomen door de overheid om aan schoolkinderen les te geven, en nee, we gaan niet samen beweren dat deze keuze geen diepere en duistere betekenis heeft van politieke en culturele aard.
Verbod op de boerka is zonder twijfel een vreselijke aanval op het ideaal van godsdienstvrijheid. Het is het teken van een wanhopige samenleving. Niemand wil dat die dingen zo ver komen dat dit nodig is, maar het is niet anders.
(...)
Dat kan allemaal waar zijn. En toch moet de boerka verboden worden. Alle vormen van versluiering moeten worden verboden of sterk afgeraden en gestigmatiseerd. De argumenten tegen een verbod zijn samenhangend en principieel. Ze zijn ook hol en ontoereikend. Ze slagen er niet in om met een belangrijk feit rekening te houden, en dat feit is: Wanneer Europa nu geen verzet biedt tegen het dragen van de sluier - en de daarachterliggende opvatting over vrouwen en hun plaats in de samenleving – zal binnen een generatie in veel steden in Europa geen vrouw meer ontspannen en comfortabel kunnen rondlopen.
Lees hierr verder.
Afvalligheid in de islam
Ibn Warraq, Meulenhoff, 2008. Vertaling Bernadette de Wit.
Bestellen?
Afvalligheid in de islam: Koran, hadieth, documenten en gevalsbeschrijvingen 5
Definities
Het Arabische woord voor geloofsverlater is moertadd, ‘hij die de islam de rug toekeert’, en afvalligheid wordt aangeduid door irtidaad en ridda. Ridda lijkt te zijn gebruikt voor afstappen van de islam tot ongeloof (in het Arabisch koefr) en irtidaad van de islam tot een ander geloof.6 Iemand die uit moslimse ouders geboren is en later de islam afwijst, wordt een moertadd fitri genoemd, waarbij fitri ‘natuurlijk’ betekent. Het kan ook ‘instinctief, inheems, aangeboren of ingeschapen’ betekenen. Wie zich bekeert tot de islam en dat geloof vervolgens verlaat, wordt moertadd milli genoemd, van milla, ‘religieuze gemeenschap’. De moertadd fitri kan worden gezien als een tegennatuurlijk persoon, die de natuurlijke loop der dingen ondermijnt, wiens afvalligheid een moedwillige, opstandige daad van verraad is tegen God en het ene ware geloof; ook verraadt hij de gemeenschap en laat deze in de steek. De moertadd milli is een verrader van de moslimgemeenschap en al even ontwrichtend.
Elke mondelinge ontkenning van enig principe van het moslimgeloof wordt als afvalligheid beschouwd. Als je bijvoorbeeld verklaart dat het heelal altijd heeft bestaan of dat God materiële substantie heeft, dan ben je een afvallige.
Buruma's en Kokkelmannen
Je kan de klok erop gelijk zetten.
Er gebeurt iets in of rond een rechtszaak en de Buruma's leggen eerst in de Volkskrant en dan bij de Kokkelmannen van de publieke omroep (inderdaad 3 x de Volkskrant) het volk uit hoe het allemaal zit. Dat volk heeft er immers niet voor doorgeleerd en de bovenmeesters wel. Hoewel slechts voor een enkeling een universitaire rechtenstudie te hoog gegrepen zou zijn, houden de vele Buruma´s (maar ook Bram M en Gerard S) graag vol dat het recht een echt, zelfs ingewikkeld vak is. Dus laten al die brave PvdA/D66 Kokkelmannen zich door al die brave PvdA/D66 kamergeleerden na iedere blunder steeds weer uitleggen dat rechters in Nederland heus wel integer, onpartijdig en professioneel zijn. We hebben het tenslotte niet over het buitenland, ook al leveren types als Tom Schalken keer op keer het bewijs dat rechtspraak - ook in Nederland - in essentie een kwestie is van politieke voorkeuren, nevenfuncties en ''ons kent ons'. Alleen wereldvreemde Buruma's en Kokkelmannen zijn nog niet zover.
Jonkheer de SL was advocaat bij de Brauw Blackstone Westbroek maar werd vanwege zijn nestgeur - zonder enige rechterservaring- meteen raadsheer in de Hoge Raad. Daar stelden ze in al hun wijsheid ooit vast dat je wel Leeg is Leeg maar niet Vol is Vol mag roepen. Zijn kantoorgenoot jonkheer H, gedaagde in een miljoenenclaim, liet zich eveneens in de HR benoemen. Hij was weliswaar al plaatsvervangend raadsheer maar zijn buitenlandse tegenstander, zwaar genaaid, wist van niks. Mr. S ook al een kantoorgenoot beet een tegenpartij ooit toe wat die dacht te bereiken omdat de rechter immers goed bevriend met hem was. Dat zijn ze bij de Brauw en al die andere pluche kantoren allemaal zodat kantoorgenoot T heel attent vroeg of zijn klant nog een voorkeur had voor een bepaalde rechter. En mr B plande een ruzie, lokte een zeer spoedeisend kort geding uit en belde ter plekke rechtstreeks de bevriende, al klaarzittende vice-president
Tja, en dan heb je nog de echte domoren zoals vice president N. Die stuurde zijn vonnis ter goedkeuring eerst aan z'n bevriende procespartij. Helaas, maakte een secretaresse een foutje en stuurde het concept per ongeluk ook aan de tegenpartij. Dus is N nu raadsheer in de Hoge Raad. De vis begint tenslotte te stinken bij de kop want in hun hele bestaan heeft de HR met zoveel boter op het hoofd nog nooit een rechter wegens corruptie durven ontslaan. Die hebben we wel als we Tom Schalken moeten geloven voor de VARA microfoon in 1999 : "...afgezien van corrupte rechters en officieren die je overal hebt..." Hij moet vice president Westenberg op het oog hebben gehad die nota bene door zijn eigen collega's op meineed werd betrapt maar - erg Nederlands - niet de bak in ging maar met vervroegd pensioen werd gestuurd inclusief bonus. Het beeld van 100% integere rechters werd statistisch in ieder geval niet verstoord. Dat deed ook wijlen vice president Stolk niet die ongestraft met een kindermoordenaar omging en de andere kant opkeek. Tenslotte moest ook de Deventer moordzaak hoe dan ook definitief de doofpot in. En gaat het per ongeluk met een bevriende relatie toch een keer fout zoals met de veroordeelde keurslager Eddy de Kroes uit Wassenaar, dan is er altijd nog wel een magistraat van de staande club die ervoor zorgt dat je de gevangenis niet van binnen te zien krijgt. Dus waarom zou de Turkse crimineel SB een rechter niet gewoon hebben gechanteerd (waar staat dat magistraten niet van kinderporno houden?) of via een envelope met inhoud hebben omgekocht?
Neem het Haagse parket met prachtige halleluja teksten op de website over eerlijkheid, integriteit etc. Maar aangiftes tegen vriendjes moeten weggewerkt worden dus wat doe je dan? Simpel...niets. En wordt er navraag gedaan dan seponeer je alsnog omdat door het tijdsverloop het inmiddels onmogelijk is geworden om het misdrijf wettelijk en overtuigend te bewijzen.
Hoofd OvJ Hofstee liet zelfs weten dat een onderzoek niets had opgeleverd "omdat het onmogelijk was gebleken de gegevens omtrent het arbeidsverleden van verdachte te achterhalen en hij zelf voor verhoor niet wenste te verschijnen....". Sommige daders voeren nu eenmaal zelfs de regie over hun opsporing en vervolging en om dat binnenskamers te houden benoem je dus Buruma tot baas van de commissie evaluatie afgesloten strafzaken. Volstrekt ongevaarlijk mag hij samen met de Kokkelmannen het nieuws beheersen en Wilders tegenspreken die gewoon gelijk had met zijn opmerking over de rechtspraak. Maar ja, Wilders is dan ook geen PvdA/D66 professor.
mr P.P.M. Ruijs,
onderzoeker IRM (Integriteit Rechterlijke Macht) rapport 1996
De nationale blinde vlek: Marokkanen ‘kunnen niet van hun dubbele nationaliteit af’
Je kon erop wachten tijdens het Zweedse-paspoorthypje: wanneer komt de fabel dat die arme Marokkanen voor eeuwig aan hun geboortenationaliteit vastzitten? Ditmaal was het premier Rutte. En alle media beaamden het haastig, zoals eerder in het debat over de dubbele nationaliteit van oud-staatssecretaris Al Bayrak. Raar dat geen Haagse journalist of parlementariër uitzoekt hoe het zit. Waarom toch telkens dat bange, gedresseerde gedrag als het om moslims gaat?Dag twee van het debat over de regeringsverklaring. De Kamer ondervraagt Mark Rutte over de kwestie van de dubbele nationaliteit. Het woord islam of islamitische landen wordt angstvallig vermeden, zelfs als het over Iran, Turkije of Marokko gaat. Rutte maakt wel een, besmuikt, onderscheid. Hij blikt terug op de formatie van 2007, toen hij Balkenende erop wees dat de Turkse overheid ‘beperkingen en verplichtingen’ oplegt aan haar buitenslands verblijvende onderdanen. Rutte, op 2:41:49 van het rechtstreekse verslag van de NOS: ‘Ik heb toen bewust niets gezegd over de heer Aboe Taleb, waarbij dat niet mogelijk is.’
Even later (2:59:45) doet Rutte de vraag van Cohen, wat hij zou doen als het om een Marokkaans lid van het kabinet ging, en niet een Zweeds, af met de opmerking dat ‘een Marokkaanse nationaliteit überhaupt niet opgegeven’ kan worden. En de kranten bauwen dit weer na zonder het te checken: de Marokkaanse overheid ‘verbiedt’ het.
Helaas, de regering en het parlement zijn in commissie verkeerd geïnformeerd. (En dat had voorkomen kunnen worden als ze eens wat vaker Hoeiboei lazen.) In 2007 dook ik voor deze site in de Marokkaanse nationaliteitswet om te kijken of het echt zo is dat een geëmigreerde Marokkaan niet van zijn nationaliteit af kan. Welnu, de conclusie luidt: Marokkaanse Nederlanders kunnen wel degelijk assimileren. Als ze maar willen en durven.
Volgens artikel 19, eerste lid, van de code de la nationalité marocaine uit 1958 kunnen meerderjarige Marokkanen die vrijwillig een buitenlandse nationaliteit verworven hebben, via een beschikking toestemming krijgen voor het opgeven van hun Marokkaanse nationaliteit. De artikelen 25 tot en met 29 beschrijven de te volgen procedure.
Prominente Marokkanen alhier, zo ook Ahmed Aboe Taleb, en hun helpers bij de overheid en in de media, beweren dat die toestemming nooit wordt gegeven door de koning.
Nou èn, dacht ik, wat let je om een poging te wagen? Op 4 maart 2007 mailde ik het goede nieuws over artikel 19 aan de (toen nog) staatssecretaris en ik verzocht hem de aanvraag in werking te stellen om zo het goede voorbeeld te geven aan landgenoten die last hebben van inmenging van de Marokkaanse overheid in hun leven. (Omdat je de tot slachtofferisme geneigde medemens altijd moet geruststellen dat je ze niet aanvalt, voegde ik er geheel ten overvloede aan toe dat ik niet aan zijn loyaliteit twijfelde.)
‘Ik ben ervan overtuigd’, schreef ik, ‘dat het in het belang van de Marokkaanse Nederlanders is als u uit vrije wil een daad stelt door van dubbel in enkel te veranderen. Het zou hen helpen bij hun integratie en het zou het sinds 9/11 verslechterde imago van de Marokkaanse gemeenschap ook internationaal met sprongen verbeteren. Om over hun kansen op de arbeidsmarkt maar niet te spreken, uw portefeuille.’
Aboe Taleb antwoordde op 23 maart 2007:
Geachte mevrouw De Wit,
Ik dank u voor uw bericht over mijn dubbele nationaliteit. Het geeft mij de gelegenheid om enkele misverstanden recht te zetten.
In tegenstelling tot wat in uw e-mail en in het door u aangehaalde weblog staat geschreven, kan iemand niet zelf om intrekking van de Marokkaanse nationaliteit vragen. Wel kan de Marokkaanse regering die nationaliteit intrekken. Maar van deze mogelijkheid wordt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik gemaakt. Voor zover mij nu bekend is, heeft de Marokkaanse regering slechts eenmaal de nationaliteit van iemand ingetrokken, wat overigens op een later moment weer ongedaan is gemaakt.
Uitgangspunt voor de Marokkaanse overheid is en blijft dat Marokkanen hun nationaliteit niet kunnen verliezen.
Als u kijkt naar wat ik de afgelopen jaren heb gedaan, dan hoop ik dat daaruit voor u duidelijk wordt dat mijn loyaliteit bij Nederland ligt.
Tot zover het antwoord van de staatssecretaris.
Nog dezelfde dag mailde ik terug dat het van tweeën één is: als Aboe Taleb gelijk heeft, dan zou de Marokkaanse wet ongelijk hebben. Of de wet wordt in dat land niet gehandhaafd. Wil hij dit gewaagde standpunt voor zijn rekening nemen?
Ik plakte mijn vertaling van de relevante wetsartikelen eronder en stelde hem een aantal vragen.
1. Hoe rijmt u de actieve formulering in artikel 25 van de code de la nationalité marocaine, waarin wordt gesteld dat in het buitenland genaturaliseerde Marokkanen ‘een aanvraag’ kunnen indienen voor afstand doen van hun Marokkaanse nationaliteit, met uw bewering dat ‘men niet zelf om intrekking’ kan vragen en dat alleen de Marokkaanse overheid dat kan? Op welk Marokkaans wetsartikel beroept u zich bij uw interpretatie?
2. Bent u op de hoogte van artikel 19 van genoemde code? En dan met name lid 5, waarin wordt gesteld dat Marokkanen in buitenlandse publieke of legerdienst zes maanden de tijd krijgen om ontslag te nemen – en indien ze het bevel daartoe van de Marokkaanse overheid negeren, wordt hun Marokkaanse nationaliteit automatisch ingetrokken. Ik ben geen jurist, maar mij schijnt het toe dat uw Marokkaanse nationaliteit u reeds afgenomen had moeten worden toen u wethouder werd in Amsterdam, of mogelijk al daarvoor (afhankelijk van hoe de Marokkaanse overheid aankijkt tegen uw dienstverband bij de SER en het CBS).
3. Of heeft u wellicht bij de Marokkaanse regering een beroep gedaan op ontheffing krachtens artikel 20 van de code, zonder dat wij in Nederland dit wisten? Daarin staat dat de in artikel 19 genoemde beschikking tot het intrekken van de Marokkaanse nationaliteit kan worden herroepen als blijkt dat de betrokkene onmogelijk kan aftreden.
Ik dankte de staatssecretaris bij voorbaat voor het beantwoorden van deze moeilijke, maar belangrijke vragen.
Er kwam geen antwoord.
Op 27 juli 2007 deed ik een nieuwe poging.
Ik feliciteerde Abou Taleb met de onderscheiding die hij tijdens zijn vakantie in Al Hoceima van de Marokkaanse koning mocht ontvangen en herinnerde hem aan zijn reputatie van openheid. Daarop meldde de afdeling voorlichting ‘dat de beantwoording van uw nadere vragen nog wel enige tijd zal vergen.’
Het waren geen ‘nadere’ vragen, maar alla. Helaas heb ik niets meer van Aboe Taleb noch de voorlichter vernomen. Tikkeltje te wild, amigos?
Ik begreep er niets van. Hoe kon het dat de Marokkaanse overheid al die tijd had zitten slapen. Ze hadden de polychorische Riffijn jaren geleden moeten denaturaliseren! Met hun eigen wet in de hand! Inmiddels kreeg ik veel reacties op mijn onderzoekje. De snel geërgerde moslim Madjnun vond dat ik maar moest gaan koken en ‘collectief belachelijk’ moest worden gemaakt omdat ik de termen decreet en beschikking door elkaar haalde. Hij bracht het begrip allégéance perpétuelle ter sprake, de eeuwige trouw die moslims, gedwongen, aan hun land, geloof en koning moeten schenken, de diepere reden dat een Marokkaan nooit van zijn nationaliteit af kan. Deze eeuwigdurende verbintenis zou beschreven staan in een internationaal verdrag uit 1880, en internationale verdragen staan boven nationale wetten.
De allégeance perpétuelle wordt in de slotbepalingen van de code de la nationalité marocaine omschreven als een fundamenteel en constant principe van het binnenlandse recht: niemand mag van nationaliteit veranderen zonder uitdrukkelijke toestemming van het wettig gezag van Marokko.
Een uitzondering op dit principe bestaat in artikel XV van het Verdrag van Madrid van 3 juli 1880, waarin wordt gesteld dat een reeds in den vreemde genaturaliseerde onderdaan van Marokko, die terugkeert, zal moeten kiezen: óf hij onderwerpt zich geheel aan de wetten van het koninkrijk óf hij verlaat het land.
Eén van de weinige Marokkaanse specialisten op het gebied van internationaal privaatrecht, Khalid Berjawi van de universiteit van Souissi-Rabat, zegt in een op diverse weblogs overgenomen interview met de Marokkaanse krant Le Soir Echos dat de eeuwige trouw slaat op de koning, de commandant van de gelovigen. Om deze band te begrijpen, moeten we terug naar het verleden. Tot de kolonisatie betekende het begrip nationaliteit niets in de moslimwereld. ‘Je had aan de ene kant het gebied van de islam en aan de andere kant het gebied van de ongelovigen’, legt Berjawi uit. ‘Waar je bijhoorde, werd eerst en vooral bepaald door het geloof.’
Na hun onafhankelijkheid moesten de moslimlanden het nationaliteitsbegrip in hun manier van denken opnemen, maar echt soepel ging dat niet. ‘Daar komt nog bij dat de grondwet van alle islamitische landen unaniem bevestigt dat de islam staatsgodsdienst is; de sharia is verweven met hun rechtssysteem.’ Dit aspect van de Marokkaanse grondwet kan en mag nooit veranderd worden, zegt diezelfde grondwet. 99 procent van de Marokkanen is althans officieel soennitisch moslim, zij dienen te geloven dat de Koran het ongeschapen, onveranderlijke woord van Allah is. Mino’s, moslims in name only, durven hier niet voor uit te komen.
De allégeance perpétuelle staat volgens Berjawi niet alleen in de wet gegrift, maar geldt als heilig en onschendbaar. Inderdaad wordt ‘in de islamitische wet ieder kind als moslim geboren en zo sterft men ook. Men gaat als Marokkaan het graf in. En in de praktijk is er geen enkele ontheffing mogelijk, zelfs al voorziet de wet daarin.’ [cursivering BdW]
Verlies van de Marokkaanse geboortenationaliteit kan slechts bij zeer hoge uitzondering worden toegestaan en alleen op grond van ‘objectieve criteria’. Sinds de onafhankelijkheid van 1956 is geen enkel geval van ontheffing bekend. ‘In de hele geschiedenis van Marokko,’ preciseert Berjawi, ‘zijn slechts twee uitzonderingen bekend, en dat waren beiden burgers met het joodse geloof.’ [Noot BdW: in de code de la nationalité, alsmede het personen- en erfrecht, nemen joden, nog slechts minder dan 0,1 procent van de bevolking, een aparte (dhimmi)status in.]
Goed. Deze expert zegt het dus ook: de Marokkaanse overheid laat geen enkele onderdaan ontsnappen. Maar dan is er toch iets dat ik niet begrijp. Waarom durft geen EU-Marokkaan met een beroep op artikel 19 van de nationaliteitswet intrekking aan te vragen bij M6? Ze klagen toch altijd steen en been over de wurggreep van de koning? Waar zijn ze bang voor? Ze wonen nu in een democratische rechtsstaat die het individu beschermt. Hoe meer Marokkanen in de diaspora dit zouden doen, des te groter de kans dat de internationale media eens boven water brengen welke belangen hiermee gemoeid zijn. En dan zal de koning uiteindelijk een keer verantwoording moeten afleggen over het niet uitvoeren van zijn eigen wet.
Met een beroep op dat internationale verdrag uit 1880 komt Marokko op den duur niet meer weg. Marokko sloot dit verdrag onder druk van merendeels koloniale mogendheden, Frankrijk, Spanje, Italië, Portugal, de Verenigde Staten, Engeland, Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden, Noorwegen, België en Nederland. Maar het land is inmiddels al meer dan veertig jaar onafhankelijk, het koloniale tijdperk is voorbij. Waarom zich dan nog achter dat verdrag met de dar al-harb verschuilen?
In een historisch overzicht van verdragen waarin de VS betrokken is, las ik dat de eeuwigdurende verbintenis tot in de negentiende eeuw ook deel uitmaakte van de Amerikaanse wet, maar geleidelijk werd afgeschaft. Artikel XV van het verdrag van Madrid van 1880 wordt in dit overzicht dan ook ‘verouderd en zonder gevolgen’ genoemd.
Vooral dat laatste, zonder gevolgen, is interessant. Dat suggereert dat de juristen die het overzicht samenstelden, van mening zijn dat Marokkanen niet bang meer hoeven te zijn voor de allégeance perpétuelle, lees: de koning. Een Engelstalig studieboek over nationaliteit en stateloosheid in het internationale recht van Paul Weis (Sijthoff & Noordhoff International, Alphen aan den Rijn, tweede en herziene druk, 1979) beschrijft hoe disputen tussen landen over naturalisaties van geëmigreerde onderdanen die wilden terugkeren, waarna ze in dienst moesten, ertoe hebben geleid dat diverse landen verdragen hebben gesloten om deze oorzaak van conflicten weg te nemen. Er is geen enkele reden voor Marokko (en Turkije, for that matter) om niet hetzelfde te doen met de landen waar de diaspora woont.
Misschien is dit zelfs al in wording – en anders kan Rutte de volgende stap zetten nu hij weet hoe het zit. Een ANP-bericht van 5 maart 2007:
Onderzoek naar Kamerlid PvdA
DEN HAAG - PvdA-fractievoorzitter Jacques Tichelaar laat onderzoeken of het advieswerk van zijn partijgenoot Khadija Arib in Marokko ongewenste invloed heeft op haar lidmaatschap van de Tweede Kamer.[…]
PvdA-vicepremier Bos kondigde dit weekeinde aan dat hij overleg wil met landen als Marokko en Argentinië die het hun onderdanen verbieden hun nationaliteit in te ruilen voor een andere. Bos wil dat mensen zelf kunnen kiezen of zij een of meerdere paspoorten hebben.
Ik ga ervan uit dat burgemeester Aboe Taleb hiermee afdoende is ingelicht. Hij weet wat hem te doen staat. Can do. Waar een wil is, is een weg. Om zich van de tentakels van Mohammed VI en zijn Stasi-achtige Amicalesvriendjes te bevrijden, hoeft hij alleen de fiets te pakken en een brief met zijn groene paspoort te bezorgen op het adres Calandstraat no. 11 te Rotterdam, het Marokkaanse consulaat. Wees een vent, Ahmed, en uw landgenoten zullen volgen.
Bernadette de Wit
"Het gaat allang niet meer over Wilders"
Er lopen in dit land blijkbaar rechters rond die ook aanklager mogen zijn. Dat wist ik niet. Niet dat ik er 's nachts wakker van lig. Daar ben ik te oud voor. Maar, om met eerdere woorden te spreken, een onbehaaglijk gevoel heb ik er wel bij. Met de trias politica heeft het in ieder geval helemaal niets te maken. Dat een van diezelfde rechters vervolgens, in welke setting dan ook, en of het nou wel of niet van fatsoen getuigt om daarover uit de school te klappen, een van de getuigen van de verdediging probeert te beïnvloeden, is... stuitend, erger nog, onverdedigbaar. Dat het vergoelijkt wordt door de voorzitter van de raadskamer waarvan betreffende rechter deel uitmaakt is... het wordt steeds erger. Het gaat allang niet meer over Wilders.Nu kan ik me voorstellen dat Thorbecke en de zijnen destijds bedacht hebben dat, gegeven de mogelijkheid dat het Openbaar Ministerie op enig moment corrupt zou zijn, of om een andere reden volledig de weg kwijt zou zijn, dat het gerechtigd is sommige rechters, als laatste hoeders van de democratie zeg maar, in het landsbelang, de macht te geven om ipso solo tot vervolging over te gaan, en dus niet alleen recht over mensen te spreken, maar ook aanklager van die mensen te zijn. Uitgaand van de integriteit van de heer Schalken cum suis, moeten zij oprecht hebben gedacht dat dit moment was aangebroken.
Wat ik vooral stuitend vind aan de gang van zaken is dat deze zelfde heren, die denken uit landsbelang naar het allerlaatste middel te hebben moeten grijpen, door niet alleen zowel als rechter en aanklager op treden, maar zelfs getuigen van de tegenpartij te beïnvloeden, dat deze heren nog steeds niet door hebben dat ze zelf datgene aantasten dat ze denken te verdedigen, namelijk de rechtsstaat zelf.
Dat ze dat nog steeds niet door hebben blijkt uit de uitspraken van de voorzitter van het Hooggerechtshof, die, godbetert, Wilders verwijt de rechststaat aan te tasten. Meneer de voorzitter, zoals gezegd, het gaat allang niet meer om Wilders. Ik zal u een vingerwijzing geven. Mijn vertrouwen in de rechtsstaat wordt pas dan hersteld als u, de heer Schalken en de voorzitter van de kamer waar hij lid van is, opstappen. Over landsbelang gesproken.
Daarna kan de rechtszaak tegen Wilders opnieuw aanvang nemen. Ik wil namelijk nog steeds weten welk grondrecht in dit land primaat heeft, het recht op vrije meningsuiting of het recht om niet beledigd te worden...
Michiel Nijk
IMES-wetenschappers bedrijven politiek en verdraaien hun eigen onderzoeksresultaten
Eerder schreef ik een artikel in het NRC Handelsblad over het salafisme-onderzoek. Nadat ik het rapport gelezen had, moest ik namelijk concluderen dat dit rapport helemaal niet bewees dat het salafisme geen bedreiging vormde voor de democratie, zoals de IMES-onderzoekers in allerlei media – van het NRC Handelsblad tot en met de NOS – beweerd hadden. Integendeel: het rapport maakte duidelijk dat het salafisme een buitengewoon democratie-vijandige stroming is. Hoe konden de onderzoekers dan het omgekeerde stellen?Op 11 oktober 2010 kreeg ik antwoord op deze vraag. Onderzoekers Ineke Roex, Sjef van Stiphout en Jean Tillie van het IMES reageerden die dag in het NRC Handelsblad op mijn kritiek. Het begin van hun betoog kon ik goed volgen. ‘De conclusie of het salafisme en de gevoeligheid daarvoor een bedreiging vormen voor de democratie, staat of valt bij de opvatting wat die bedreiging dan behelst.’ Daarmee kon ik niet anders dan hartgrondig instemmen. Vervolgens kwamen zij met hun eigen definitie van een bedreiging: ‘Wij hebben deze bedreiging opgevat als het gewelddadig bestrijden van de Nederlandse democratie en rechtsstaat.’
Goed, dacht ik. Dan kan ik meteen controleren of die definitie van ‘een bedreiging voor de democratie’ volgens hun eigen rapport hun eigen conclusie rechtvaardigt. Dat bleek om de volgende vier redenen niet het geval te zijn:
1. Er zijn volgens het rapport ook salafisten die openlijk zeggen geweld goed te keuren als legitiem middel. Deze salafisten opereren op enige afstand van de officiële salafistische organisaties, maar zij vormen volgens de definitie van de onderzoekers wél een bedreiging voor de democratie.
2. De salafisten binnen de officiële organisaties die geweld zeggen af te keuren geven aan dat zij dit doen omwille van strategische redenen. Zij zeggen dat de gewelddadige jihad onder de huidige omstandigheden in Nederland de islamitische gemeenschap eerder schaadt dan baat. Dat is een strategische, maar geen principiële veroordeling van geweld. Mochten de gelovigen morgen tot de conclusie komen dat de gewelddadige strategie meer voor- dan nadelen oplevert, dan kan morgen alsnog voor geweld gekozen worden. Uit een instrumenteel-strategische veroordeling van geweld als middel kunnen – gezien het feit dat de omstandigheden kunnen veranderen - geen garanties worden afgeleid voor een niet-gewelddadige toekomst. Daarom kan alleen gesteld worden dat de onderzoekers in de afgelopen periode nauwelijks salafisten konden vinden die zeiden dat de democratie en rechtsstaat gewelddadig bestreden moesten worden. Dat zegt niets over de geweldloosheid van het salafisme in het algemeen.
3. De salafisten die zeggen geweld als middel af te keuren, hoeven niet op hun woord geloofd te worden. Het moge duidelijk zijn dat predikers en aanhangers van orthodox-islamitische moskeeën die door de AIVD nauwlettend in de gaten worden gehouden niet snel openlijk zaken zullen zeggen die het voortbestaan van deze moskeeën in grote problemen zou kunnen brengen. Daaruit kan alleen geconcludeerd worden dat de meeste salafisten in Nederland geweldloosheid met de mond belijden, niet dat zij ook echt geweldloos zijn.
4. De verondersteld geweldloze salafisten in Nederland kunnen ook gebruik maken van broeders in het buitenland die geweld niet schuwen. Het rapport laat het transnationale karakter van het salafisme buiten beschouwing. Daarmee blijft het mogelijk dat de democratie en de rechtsstaat gewelddadig bestreden worden vanuit transnationaal opererende netwerken die niet zijn onderzocht.
Het is niet al te moeilijk om aan de hand van het rapport en wat algemeen bekend is aan te tonen dat er salafisten zijn die ‘de Nederlandse democratie en rechtsstaat gewelddadig bestrijden.’ De conclusie zou dus moeten zijn dat er van het salafisme een potentiële bedreiging uitgaat voor de democratie.
Maar de onderzoekers komen tot een andere conclusie. Dat komt, omdat zij hun definitie van een bedreiging voor de democratie tussen de regels door aanpassen. Zij schrijven: ‘De vraag of zij [orthodoxe moslims, YS] als groep klaar staan om de Nederlandse democratie gewelddadig omver te werpen, moet (…) met “nee” worden beantwoord.’ Omdat de orthodoxe moslims niet ‘als groep klaarstaan’ om met machinegeweren en raketwerpers het Binnenhof, Paleis Soestdijk en Hilversum te bestormen is er volgens de onderzoekers geen sprake van een bedreiging voor de democratie.
De nieuwe impliciete definitie van de onderzoekers van een bedreiging voor de democratie is dat alleen een groep die de mogelijkheden heeft om op korte termijn een staatsgreep te plegen de democratische rechtsstaat kan bedreigen. Daarmee wijken zij niet alleen af van hun eerdere definitie, maar ook van wat de salafisten zelf denken. De salafisten zien zelf namelijk meerdere manieren om hun doel – het afschaffen van de democratische rechtsstaat – te bereiken. Vanwege dit verschil van mening over hoe orthodoxe moslims precies een einde kunnen maken aan de democratie, ontstaan de drie groepen salafisten die door het rapport onderscheiden worden: apolitiek, politiek en jihadistisch. Deze drie stromingen verschillen van mening over de middelen om de democratische rechtsstaat te vernietigen, maar zij streven wel alle drie ditzelfde doel na
1. De apolitieke salafisten ‘zijn felle tegenstanders van de democratie’ (p.20). ‘Ze zijn ervan overtuigd dat de islamitische staat van onderaf opgebouwd moet worden, door middel van da’wa [bekering, YS], kennisvergaring en opvoeding.’ (p. 20) ‘De term “apolitiek” kan voor verwarring zorgen, doordat ook deze salafi’s een ideaal nastreven waarbij zij menselijke wetten als inferieur beschouwen aan de wetten van Allah. Ook zien zij de islam als een holistisch kader dat alle sectoren van het menselijk bestaan bepaalt en ordent, dus ook het politieke bestel.’ (p. 21)
2. De politieke salafisten beschouwen de democratie als een trein die je brengt naar de gewenste bestemming: de islamitische heilstaat. Politieke salafisten willen gebruikmaken van democratische instituties om politieke macht te verkrijgen. Wanneer zij die macht eenmaal hebben, kunnen de verworvenheden van de democratische rechtsstaat langzaam vervangen worden door de wetten van de islamitische heilstaat. (p.21)
3. De jihadisten ‘geloven dat de verdragen met de “ongelovige landen”, zoals Nederland verbroken zijn en dat daarom geweld, ongehoorzaamheid aan de wet en verzet toegestaan zijn.’(p.21) In Nederland heeft het Jihad-salafisme zich niet georganiseerd in moskeeën en organisaties. Jihadistische opvattingen komen voor in informele netwerken en onder enkele individuen die moeilijk zichtbaar zijn.’ (p. 22)
De drie stromingen zijn ‘modelmatig’, schrijven de onderzoekers, ‘de scheidslijn is niet altijd duidelijk te trekken’ (p.23). Een apolitiek salafist kan vrij makkelijk van strategie veranderen en zich aansluiten bij het politiek salafisme of bij het jihadisme.
Centraal in alle drie de vormen van het salafisme staat met andere woorden de verachting voor de democratische rechtsstaat en het streven om deze te veranderen in een islamitische theocratie. In het bepalen van wat een ‘bedreiging voor de democratie’ is, concentreren de onderzoekers zich op de middelen, terwijl het logischer lijkt zich om zich te concentreren op de doelen die de aanhangers van deze ideologieën willen bereiken. Stel dat nazistische groepen niet massaal klaar zouden staan om de Nederlandse democratie gewelddadig omver te werpen. Stel dat er misschien wat nazistische groepjes en individuen zijn die in het verborgene dergelijke fantasieën koesteren, maar stel dat het overgrote deel – evenals de salafisten - inziet dat dit in Nederland op dit moment geen haalbaar streven is. Met de door de onderzoekers gebruikte criteria zou je in dat niet geheel denkbeeldige geval ook moeten concluderen dat het nazisme geen bedreiging vormt voor de democratie. Toch zou het NRC Handelsblad een krantenkop met de strekking ‘nationaal-socialisme vormt geen bedreiging voor de democratie’ nooit plaatsen. De reden hiervoor is dat het volkomen duidelijk is dat het nationaal-socialisme een politieke ideologie is die de democratie tracht te vernietigen, en dat ideologieën met een dergelijk doel in potentie een bedreiging vormen voor de democratie.
Hoe groot is nu de acute dreiging die uitgaat van de salafisten voor de democratie? Dat is afhankelijk van hun dreigingsmacht. Vaak wordt daarbij alleen gekeken naar aantallen. Veertigduizend tot vijfenzestigduizend mensen is slechts 0,7 procent van de Nederlandse bevolking, wordt dan gezegd. Dat is een stuk kleinere groep dan die op de PVV van Wilders heeft gestemd. Van zo’n kleine groep kan daarom geen dreiging uitgaan. Dit is om twee redenen een vergissing. Ten eerste kan van een radicale en gewelddadige minderheid zo’n dreiging uitgaan dat de meerderheid besluit om sommige dingen - zoals het tekenen van de profeet Mohammed, het openlijk uiten van homoseksuele gevoelens, het openlijk dragen van een keppel of het openlijk niet dragen van een hoofddoek - maar niet meer te doen. Ten tweede is het in een geglobaliseerde wereld, waarin 1 miljard moslims wonen niet meer zinvol om over minderheden te spreken op het niveau van de natiestaat. Zoals de cartoonrellen hebben aangetoond, kan een kleine islamitische minderheid op het nationaal niveau soms rekenen op de gewelddadige steun van een omvangrijke islamitische groep op het niveau van de wereld..
Ook is het een vergissing om te stellen dat Geert Wilders’ PVV de echte dreiging voor de democratie zou zijn. Wilders is weliswaar vaak grof, beledigend en ongenuanceerd, maar hij is wel een democraat. Voor zover Wilders discriminerende wetgeving wil invoeren ten opzichte van moslims, doet hij dat met het oogmerk om de tolerantie in de samenleving jegens andersdenkenden te beschermen, niet met het doel intolerantie te bevorderen. Het is niet zo dat PVV-aanhangers een ander ‘frame’ gebruiken dan PVV-bestrijders. Beide hebben het over het belang van tolerantie en vrijheid en beide onderschrijven het belang van de lessen uit de Tweede Wereldoorlog. Alleen zien PVV-aanhangers radicale moslims als een bedreiging voor de democratie, de tolerantie en de vrijheid, terwijl PVV-bestrijders rechtspopulisten zien als een bedreiging voor de democratie, de tolerantie en de vrijheid. In het ‘frame’ van de salafisten daarentegen zijn democratie, tolerantie, vrijheid en de lessen van de Tweede Wereldoorlog helemaal geen intrinsiek waardevolle zaken. Integendeel.
De onderzoekers van het IMES laten met de wijze waarop zij hun onderzoek presenteren zien dat zij tot de PVV-bestrijders horen. Hun onderzoek dient een politiek doel: het moet uitleggen waarom de PVV-aanhangers wetenschappelijk gezien ongelijk hebben en de PVV-bestrijders wetenschappelijk gezien gelijk. De onderzoekers, zo schrijven zij zelf op de site van het IMES, ‘weerleggen de stelling dat de orthodoxe Islam een politieke ideologie zou zijn die de Nederlandse democratie onderuit wil halen.’ Als dit waar zou zijn, zou dat natuurlijk geweldig nieuws zijn voor al diegenen die het rechts-populisme van Wilders’ PVV willen bestrijden. Maar helaas voor de PVV-bestrijders wordt dit helemaal niet weerlegd in het rapport waarin geschreven staat dat ‘een overtuiging die islamitisch extremisme kenmerkt en ook samengaat met orthodoxie’, het idee betreft ‘dat het nastreven van een goddelijke samenleving een plicht is die alle middelen heiligt, inclusief geweld.’ (p. 294)
Het probleem is hier niet alleen dat de wetenschap wordt gebruikt om politiek te bedrijven. Erger is dat de waarheid – de politieke ideologie van de salafisten vormt een bedreiging voor de democratie - door ‘wetenschappers’ wordt afgedaan als een illusie. Het gevaar wat dreigt van de hetze tegen mensen als Fortuyn, Hirsi Ali en Wilders is dat de dragende instituties van onze democratische rechtsstaat - evenwichtige journalistiek, onafhankelijke rechterlijke macht en objectieve wetenschap - hun onparijdige karakter opofferen aan een tot mislukken gedoemde strijd tegen islamcritici. Wat de IMES-onderzoekers hadden moeten zeggen, is dat uit hun onderzoek geconcludeerd kan worden dat er op dit moment geen acute dreiging van het salafisme voor het voortbestaan van de Nederlandse democratie en rechtsstaat uitgaat. Dan had ik minder problemen gehad met de conclusies van dit rapport, al had er dan wel serieuze aandacht besteed moeten worden aan wat ‘dreigingsmacht’ precies is.
Yoram Stein
Surf ook eens naar Yoram Stein Weblog
Zeg ken jij de moezelman?
De formatie van een nieuw kabinet is weer ter hand genomen. Complicerende factor is steeds de visie op de islam. Het is treurig dat er binnen het CDA nog steeds lieden zijn die niet willen onderkennen dat de islam een politieke ideologie is. Deze CDA-ers zouden eens te rade moeten gaan bij Dr. Abraham Kuyper, één van de stichters van de christen-democratie in Nederland, oprichter van de Vrije Universiteit, hoogleraar godgeleerdheid, en minister-president. Hij zou ongetwijfeld met de PVV in zee zijn gegaan. Hieronder een fragment uit zijn essay ‘Het raadsel van den islam’, dat hij schreef na een lange reis door het midden-oosten.
Toon Verberg
“De islam brak door met een stuwkracht, waaraan niets weerstand bood, dreef al wat het vond voor zich uit en wierp het neder. []
Religie als privaatzaak was voor Mohammed een ondenkbare gedachte. Monotheïsme beteekende voor hem dat er naast of onder Allah geen enkele andere beheerschende of beslissende macht denkbaar was, noch in ’s mensen wil, noch in de macht van den Staat. Voor alle levensrichting en voor alle levensexistentie gold en besliste alleen Allah’s wet en wil. En zulks niet eerst in het heden, maar ’t was evenzoo in het verleden geweest, en tot in de verste toekomst kon het niet anders zijn. []
Zijn godsdienst zou de absolute religie, de religie der wereld, de eenige religie zijn, en de kring van het Mohammedanisme moest uit dien hoofde heel de wereld in zich opnemen en beheerschen. []
De islam onderhandelde met geen macht ter wereld als zijns gelijke, maar eischte steeds dat men capituleerde d.w.z. dat men in beginsel de overhoogheid van den Islamitischen Gebieder erkende, en alle vredesvoorwaarden als gunst van hem aannam. []
Men had òf den Islam te aanvaarden en werd dan opgenomen onder de geloovigen; òf men had de Dschizyah, het hoofdgeld, te betalen, en werd dan een ‘Zimmi’; òf eindelijk, had men te sterven door het zwaard. []
Wie nu het betalen van het hoofdgeld koos, deed in die betaling zelve acte van onderwerping, en ontving, zoo hij Christen was, daarmeê de pijnlijke dulding. Alles werd er bij die dulding op toegelegd, om de overwonnen Christen sociaal neer te drukken. Toen Omar Jerusalem had ingenomen, schreef hij in het decreet van capitulatie, dat “de Christenen in hun kerken en kapellen vrijelijk hun eeredienst mochten uitoefenen, mits op voorwaarde, dat elke Mohammedaan er ten allen tijde, bij dag en bij nacht, bij tegenwoordig mocht zijn; dat hun eeredienst nooit op straat zou komen; dat ze hun kinderen nooit in den Khorân zouden laten neuzen; dat ze niemand tot hun religie zouden overhalen; dat ze niemand zouden beletten Muzelman te worden; dat ze in hun samenkomsten aan de Mohammedanen steeds de hoogste eereplaatsen zouden inruimen; dat ze nooi in het Arabisch, de heerlijke taal van den Islam, zouden schrijven; dat ze nooit Mohammedaansche namen zouden aannemen; dat ze nooit op groote zadels zouden rijden; dat ze nimmer wapenen zouden dragen; dat ze hun baard zouden afscheren; dat er nooit een kruis op hun kerken zou geplant worden; dat ze nooit klokken zouden luiden; dat ze hun dooden zonder uitwendig vertoon zouden begraven; dat ze op hun erf nooit een slaaf zouden ontvangen, die aan een Muzelman behoorde; dat ze nooit in de huizen der Moeslim zouden ingluren, en dat ze nooit tegen een Moezelman een hand zouden opheffen.” Deze voorwaarden hadden ze bij capitulatie te aanvaarden voor zich en voor hun nakomelingen. En bleek het ooit, dat een dezer voorwaarden niet stiptelijk werd nagekomen, dan kenden ze contractueel zelven aan Omar het recht toe, om alle geweld tegen hen te plegen, dat aan den Opperheer tegenover opstandelingen toekomt. In Egypte werden deze voorwaarden zelfs nog verzwaard, en de Christenen verplicht steeds een houten blokkruis van enige ponden zwaar om den hals te dragen, en werden ze gebonden aan een voorgeschreven, zeer donkere en schier onteerende kleederdracht.. Diep moest elke Christen het gevoelen, dat de Muzelman een hooger soort wezen was.[]
Aan den Islam komt heel de wereld toe, en de tot den islam bekeerden bezitten recht en roeping, om die wereldheerschappij uit te oefenen, en er niet enkel geestelijk, maar ook met het zwaard voor te strijden. []
Op de door velen gekoesterde verwachting, dat onze hogere cultuur allengs den geest van den Islam bezweren zou, moet niet te sterke hope worden gebouwd. De Mohammedaansche bevolking weet zeer wel haar profijt te doen met de vruchten der hogere beschaving. Maar de ziel van het volk blijft islamitisch. []
De Islam is een religie voor mannen, en de vrouwen staan er buiten.”
Dr. A.Kuyper ’s Gravenhage 1907
Interculturele communicatie in Amsterdam: Jihad Alariachi legt burgers langs islamitische meetlat
Dit verhaal begint in februari 2007. Op een christelijke basisschool in het Amsterdamse stadsdeel Westerpark wordt eens per jaar een zogeheten ‘juffenverjaardag’ gehouden - geen echte verjaardag natuurlijk maar een gelegenheid om de juffen en meesters in het zonnetje te zetten vanwege hun inspanningen voor de kinderen. Een van de organiserende ouders regelt de cadeautjes en plannen per e-mail, maar ontvangt de volgende reactie van een vader van Turkse afkomst. “Goede morgen beste ouders, met respect waardeer ik dat het een cultuur geworden is hier in het land om verjaardagen te vieren, maar wij, familie van (naam) mogen uit geloofsoverwegingen geen verjaardagen en andere religieus getinte feestdagen vieren. Ik (wij) verwachten(en) hiervoor begrip van jullie.”
Een van de ouders, zelf een westerse allochtoon, reageert op de mail met onder meer de volgende tekst: “Dag (naam). Net zoals jij ben ik geen christen. Maar allebei hebben wij onze kinderen op een christelijke basisschool geplaatst. Ik ben blij met het hoge niveau van onderwijs en dat mijn kinderen met verschillende rassen, culturen en godsdiensten in aanraking komen. Het is goed dat onze school zo tolerant is.
Ik hoef geen christen te zijn om te genieten van het zingen van kerstliedjes. Ik hoef geen moslim te zijn om te genieten van de hoogtepunten van islamitische kunst. Ik hoef geen jood te zijn om te genieten van klezmer muziek. Ik hoef geen boeddhist te zijn om te genieten van de vrede die straalt uit een boeddhabeeld.
De verjaardag van de juffen en meesters op school is geen christelijk feest maar een gelegenheid om ze te bedanken voor alles wat ze voor ons doen. Het afwijzen van zo'n feest lijkt op ondankbaarheid en daarom ook op intolerantie. U vraagt om begrip maar voor mijn gevoel zonder zelf begrip te tonen.
Als wij onze kinderen willen leren om in vrede te leven met respect voor elkaar, dan moeten wij elkaars feesten en gebruiken, normen en waarden accepteren, begrijpen en delen. Ik reageer omdat de grote problemen die wij nu in Nederland hebben onder andere een resultaat zijn van het onvoldoende reageren in het verleden.
Hoogachtend (naam)”
Tot zijn verbazing krijgt hij het volgende antwoord: “Geachte de heer (naam), met uw geleerdheid krijg ik bijna de neiging om een voorstel in te dienen bij Inholland Academie u als kandidaat docent interculturele communicatie voor te dragen waar ik in deze hoedanigheid reeds jaren functioneer. In ieder geval is mijn advies aan u om mijn mail met ogen van een neutrale analist te bestuderen alvorens erop te reageren. mvg, (naam)”
De verbijsterde ontvanger plaatst de correspondentie op de website van Oudersonline.nl met de volgende verzuchting: “Interculturele communicatie? Deze aardige man geeft les in interculturele communicatie? Hij stuurt zijn kinderen naar een christelijke school om ze vervolgens te verbieden om met christelijke feesten mee te doen, en zelfs de juffenverjaardag is in de ban! En hij mag les geven in interculturale communicatie? Ik ben bijna sprakeloos (nou, bijna). Geen wonder dat het de laatste jaren zo slecht gaat met de interculturele communicatie in Nederland! Groet (naam)”
Ongeveer 3,5 jaar verstrijkt er na deze interculturele botsing in Westerpark. Totdat er op 25 augustus 2010 opeens een e-mail in het postvak valt, verzonden door Jihad Alariachi, landelijk bekend als een van de Meiden van Halal, het gelijknamige tv-programma waarin de drie zussen Esmaa, Hajar en Jihad Alariachi bekende Nederlanders langs hun islamitische meetlat legden. Sommigen vinden de zussen geestig, anderen ergeren zich vooral aan de grote mond van het drietal. Nederland Bekent Kleur vond Jihad eerder dit jaar geschikt om een festival tegen onverdraagzaamheid te presenteren ondanks haar homofobe uitspraken. NBK-voorman René Danen schrapte echter haar optreden na protesten vanuit de homowereld.
Burgemeester Job Cohen stelde de programmamaakster per 1 januari 2009 aan als coördinator van de gemeentelijke afdeling ABC Interculturele Communicatie, onderdeel van de Bestuursdienst. Als coördinator wijst ze ambtenaren en voorlichters er op dat ze heel veel respect moeten hebben voor de wensen van zeer orthodoxe moslims, en zet ze burgers die er anders over denken weg als voorstanders van assimilatie.
Dat blijkt uit de tekst van de brief die de bezorgde ouder 3,5 jaar na het juffenfeest-incident mocht ontvangen van Jihad Alariachi:
“Geachte heer (naam),
Op zoek naar interessante informatie over Interculturele Communicatie op het web stuitte ik op u mail aan oudersonline.nl in 2007. Deze ging over een mailwisseling tussen u en een Turkse vader over de verassingsverjaardag van de juffrouw. Zoals uw neiging om te reageren op iets wat u verbaast voelde ik mij geroepen om te reageren op wat ik heb gelezen. Ik werk als adviseur Interculturele Communicatie voor de gemeente Amsterdam, maar ik reageer vanuit mezelf als persoon, als Jihad met uiteraard de kennis die ik heb op het gebied van Interculturele Communicatie.
Ik verbaas mij dat u het raar vindt dat hij als docent Interculturele Communicatie niet wilt dat zijn kind meedoet aan verjaardagen. U geeft aan dat iemand die zo denkt eigenlijk onmogelijk Interculturele Communicatie kan doceren. Ik denk dat u dan geen idee heeft wat Interculturele Communicatie inhoudt. En uw definitie van Interculturele Communicatie is blijkbaar dat iedereen hetzelfde moet zijn en doen. Het docentschap en zijn kind meelaten doen aan verjaardagen staat eigenlijk los van elkaar.
De meeste theorieën over Interculturele Communicatie gaan uit van verschil in referentiekader en dat wij allemaal ons eigen gedrag ‘normaal’ vinden en dus ook onze eigen NORMEN en waarden hebben. Zo kijken we ook naar anderen, via ons eigen cultureel referentiekader. Die hebben we tenslotte allemaal, allochtoon of autochtoon. Als wij zo kijken naar iemand met een ander cultureel referentiekader dan kan dat botsen, leiden tot onbegrip of zorgen voor miscommunicatie.
Het gaat erom dat je niet oordeelt over de ander alleen omdat het in jouw referentiekader wordt gezien als abnormaal. Definities kunnen enorm verschillen maar de waarde erachter is vaak hetzelfde. En daar gaat het om. Het gaat erom dat de waarde hetzelfde is en niet de manier waarop dat zich uit. Bijvoorbeeld; het begrip respect. Respect binnen collectivistische samenlevingen (culturen zoals vaak Turkse, Marokkaanse) betekent dat je niet altijd de waarheid zegt. Met de waarheid kun je tenslotte iemand kwetsen en het gevoel van de ander gaat voor het spreken van de waarheid. Als je dat niet doet dan heb je geen respect. Iedereen heeft als waarde Respect.
Maar hoe dat zich uit is in iedere samenleving anders. In individualistische samenlevingen (zoals Nederland en het groten deel van Europa) is de waarheid heel belangrijk en als dat betekent dat het je relatie tot een ander kan verstoren dan is dat zo. Je spreekt koste wat kost de waarheid en dat wordt ook gezien als een vorm van respect. In beide voorbeelden is respect de waarde, maar hoe er mee wordt omgegaan is totaal verschillend. Er is geen goed of fout. U zult wellicht denken dat het eerste voorbeeld fout is omdat uw definitie overeenkomt met die van een individualist. En omdat uw omgeving ook dezelfde definitie deelt, daardoor bent u misschien geneigd de ander als fout te zien.
Graag reageer ik op uw mailwisseling. Hieronder citeer ik u en leg ik uit waarom u dingen anders ziet dan de meneer met wie u mailde.
In de eerste alinea zegt u het volgende: ‘Net zoals jij ben ik geen Christen. Maar allebei hebben we onze kinderen op een Christelijke basisschool geplaatst. Ik ben blij met het hoge niveau van het onderwijs en ik ben blij dat mijn kinderen met verschillende rassen, culturen en godsdiensten in aanraking komen. Het is goed dat onze school zo tolerant is’.
Ik denk dat hij die alleen maar zal beamen, dus wat dat betreft delen jullie dezelfde waarde en toch vind er miscommunicatie plaats of onbegrip. Meneer respecteert de juf maar wil dat op een andere manier uiten. Hij wil nl ook zijn religie respecteren die het vieren van verjaardagen verbiedt. U zei het volgende: ‘Het afwijzen van zo'n feest lijkt op ondankbaarheid en daarom ook op intolerantie.’ U koppelt het weigeren om zo een feest te vieren direct aan ondankbaarheid. Maar dat heeft meneer niet gezegd. Hij is ook heel dankbaar maar wil dat misschien op een andere manier uiten. Hij is daardoor ook niet intolerant. U kijkt hier vanuit uw eigen referentiekader en daardoor botst deze mailwisseling. Hij vroeg u niets voor niets zijn mail neutraal te analyseren.
U zei ook het volgende: ‘Als wij onze kinderen willen leren om in vrede te leven met respect voor elkaar, dan moeten wij elkaars feesten en gebruiken, normen en waarden accepteren, begrijpen en delen’. Je kunt elkaars feesten en normen en waarden accepteren en begrijpen maar daar niet aan mee willen doen. Meneer geeft aan dat hij het zelf niet wil vieren, hij ontneemt jullie toch niet het recht om de verjaardag wel te vieren? Ik denk dat het belangrijk is om kinderen te leren dat je eigen keuzes hebt en dat je elkaar moet accepteren en begrijpen maar dat je gedrag niet hoeft te kopiëren.
U zei: ‘Ik hoef geen Christen te zijn om te genieten van het zingen van kerstliedjes. Ik hoef geen Moslim te zijn om te genieten van de hoogtepunten van islamitische kunst. Ik hoef geen Jood te zijn om te genieten van klezmer muziek. Ik hoef geen Boeddhist te zijn om te genieten van de vrede die straalt uit een boeddha-beeld’. U kunt genieten van Islamitische kunst als christen of van Klezmer muziek, maar niet iedereen is als u. Ook hier gaat u er vanuit dat anderen net als u ‘moeten’ of kunnen zijn. U moet iemand ook in zijn waarde laten als die geen Christen is en niet wil genieten van Klezmer of Islamitische kunst verwerpt.
En u zegt als laatste : ‘Geen wonder dat het de laatst jaren zo slecht gaat met de interculturele communicatie in Nederland.’ Meneer (naam), het gaat juist zo slecht omdat men niet snapt dat Interculturele Communicatie inhoudt dat iemand ook kan afwijken van de ‘norm’ in Nederland. Om goed geïntegreerd te zijn hoef je nog niet te assimileren. Je kunt prima jezelf blijven met een andere cultuur en toch goed functioneren in deze samenleving. Die hoef je niet overboord te gooien, want daar gaat het niet om. Daar zit de miscommunicatie of de slechte integratie niet in. Die zit juist in vaak de superieure houding van mensen ten opzichte van andere culturen. We moeten ons focusen op waarden, want die zijn universeel. En we moeten meer openstaan voor verschillende denkwijzen, dat is juist een verrijking. Zowel op de werkvloer als in de maatschappij.
Mijn excuses voor de lange email. Ik wilde even het een en ander verhelderen. Ben ook wel benieuwd hoe het is afgelopen op school? En uiteraard ben ik benieuwd naar uw reactie hierop."
Die reactie liet niet snel op zich wachten. Op zijn website reageerde de door Alariachi van ‘gedwongen assimilatie’ beschuldigde vader als volgt: “Dag Jihad.
Mooi dat je reageert op mijn brief na zoveel tijd, maar jouw reactie bevreemdt me.
Hier in de buurt (Amsterdam West) worden blanke vrouwen door Marokkaanse jongeren voor hoer uitgescholden. Homo’s worden mishandeld. Joden kunnen zich niet vertonen. Moslimvrouwen durven niet naar buiten zonder hoofddoek. Snackbars hier in de buurt durven geen varkensvlees meer te serveren en moeten zich als ‘halal‘ afficheren. En nu mogen van jou moslims niet eens met verjaardagen meedoen? Wat zijn onze prioriteiten?
Ik had er misschien bij moeten melden dat de school vooraf als voorwaarden aan alle ouders stelt dat alle kinderen meedoen met alle activiteiten – dus ook met feesten van elkaars godsdiensten (kerst en suikerfeest), met schoolreizen en met andere bezigheden. Maar als je ‘intercultureel communiceerder‘ ben, mag je je blijkbaar aan alle regels onttrekken.
Ik begin steeds meer het gevoel te krijgen dat ‘uitburgeren‘ belangrijker is dan ‘inburgeren‘ in Amsterdam en dat een tolerant land zoals Nederland met steeds meer intolerantie van radicale moslims rekening moet houden. Terwijl een Marokkaan die bij de politie Rotterdam voor Marokko spioneert een taakstraf krijgt, riskeert een Nederlandse vrouw die meeloopt met een demonstratie in Iran de doodstraf en mogen niet-moslims in moslimlanden niet eens eten overdag tijdens ramadan, alcohol drinken of naar de kerk gaan.
Volgens mij is er behoefte aan jouw betrokkenheid en inmenging maar dan wel om moslim allochtonen te laten integreren in plaats van radicaliseren. Maar in jouw taalgebruik schijnt dat nog altijd ‘assimileren‘ te heten. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat de Gemeente Amsterdam in jou een geschikte ‘Coördinator ABC Interculturele Communicatie‘ heeft.”
Wordt vervolgd?
Carel Brendel
In Memoriam: Ton van Duinhoven (12 mei 1921-26 augustus 2010)
Ton van Duinhoven is na een lang ziektebed op 89-jarige leeftijd thuis in Amsterdam overleden. Of zoals hij als suppoost van Crooswijk ooit over ene 'Jaap Zwart' zei: 'eindelijk opgesodemieterd'. Misschien nu geen bekende Nederlander meer, maar er waren tijden dat je uitkeek naar een verse aflevering van het toen incorrecte en satirsche Hadimassa. Ik vond het als puber al lollig. Van Duinhoven maakte dat je niet naar de plee ging tijdens de reclameblokken. Er kon er een van Jamin langskomen. Geboren in Schiedam als Antonius Mechel van Duinhoven op 12 mei 1921, werd hij na de oorlog eerst sportjournalist bij Het Parool, voor hij als veelzijdig artiest bekendheid kreeg. Hij zong, hij acteerde, hij schreef.
Hij schitterde bij Hadimassa naast andere goeie tiepetjesspelers als Kees van Kooten en Wim de Bie. Later kon in kleur met hem gelachen worden. Als gezicht van Jamin bijvoorbeeld, waar hij een dikke vinger in de pap had bij het bepalen van het script voor de reclames. Daar zaten juweeltjes tussen. Op de planken deed hij soms meer serieus werk, waaronder Shakespeare. Niet echt het makkelijkste acteurswerk. Ook hier oogstte hij veel lof mee.
Een geweldige vent. Als god bestaat, heeft hij vast wel een prettig plekje voor hem boven. Grote Groet en rest in peace meneer van Duinhoven.
Een special over hem bij AVRO's Close Up
Michiel Mans
Surf ook eens naar Meermetmans
Geloven in of met de FNV
Het was enkele weken geleden het begin van de ramadan, de islamitische vastenperiode. Je zou het bijna vergeten, waar het niet dat het in alle kranten en in het televisienieuws verkondigd wordt. Niet raar omdat de wereld miljoenen moslims telt. Wel raar, omdat er bij deze media voor christelijke, heidense of hindoeïstische feestdagen nauwelijks aandacht is. Uiteraard heb ik wel interesse in politieke systemen, culturen en geloven van buiten Europa. Zo ook de islam.Toch is haar komst wel opmerkelijk. Zonder enige discussie in het zuilensysteem gepropt, inclusief massa’s subsidies en wettelijke bescherming van het bekende godslasteringartikel. Het is boeiend te zien dat Wilders nu de islam op haar godsdienststatus aanvalt. Niet ten laatste omdat er geen register is in Nederland dat vastlegt wat wel of niet een godsdienst is. Hij heeft dus wel degelijke een punt. Wat viel te verwachten is de leegte bij de voorstanders van de islam in Nederland, ook op dit punt. We weten dus niet hoe ze de toekomst van de islam in Nederland zien.
De socialistische vakbond gaat inmiddels wel op de vertrouwde weg verder. We moeten zoals blijkt uit een persbericht en dito artikel op de webstek, respect gaan opbrengen en zelfs in privétijd leren omgaan met de vastende mohamedaan. We worden door de FNV uitgenodigd om gezellig samen te gaan eten, uiteraard zonder alcohol en varkensvlees en met ritueel geslacht dierenvlees. Want daar zal de FNV uit ‘respect’ waarschijnlijk wel geen woord over loslaten.
In hetzelfde artikel blijkt dat de FNV voor de vrijheid van meningsuiting, vrijheid van gedachte, geweten, godsdienst en levensbeschouwing is. Dat klinkt uiteraard veel beter dan de harde werkelijkheid, want ze houdt en passent wel een lijstje bij met organisaties waarvan het lidmaatschap onverenigbaar is met het lidmaatschap van de bond. Tot zover de vrijheid van gedachte dus.
Het is wel boeiend te zien hoe de sociaaldemocratie en haar instituties zijn gedraaid. Vroeger in verzuild Nederland, kon men daar terecht om te ontsnappen aan godsdienst, nu anno 2010 word je er door de FNV naartoe getrokken. Al met al is er dan ook enkel een degelijke rationele uitleg voor dit alles. Zorg dat je je achterban bedient, anders lopen ze weg, de manier waarop is niet van enige relevantie. Ik vraag me af of met deze draaikonten onze rechtstaat geen gevaar loopt…
Sjors Remmerswaal
Surf ook eens naar http://sjorsremmerswaal.nl/







