Voor de ander

Heeft ze even niet opgelet? 

Tuurlijk wel.

Ze heeft gezien dat 't supermarktpersoneel een mondkapje is gaan dragen. Zo'n ineffectief kapje dan.

Sinds vorige week. En voltallig.

Ook Simon, hét gezicht van de broodafdeling, Simon die zich 't afgelopen half jaar door de winkel had bewogen alsof er geen nieuw virus te vrezen viel.

Ze heeft dat gezien, er 't hare van gedacht.
Geen uitgebreid gezellig praatje meer met hem durven maken.

En de meisjes. De steeds vriendelijke en behulpzame meisje die bij de zelfscankassa's 'n oogje in 't zeil houden terwijl ze staan te kletsen, die met plezier de groentes uit haar handen nemen om ze te wegen, zegeltjes aanreiken dan wel een door haar eigen gehaastheid gevallen tomaat voor d'r oprapen en daardoor moeiteloos de gewenste anderhalve meter afstand negerend, ook zij zijn zo'n monduniform gaan dragen zónder hun behulpzame gedrag wezenlijk te veranderen.

Het bevreemdde haar toch. 

Hoe kon dit dorp, deze oase van rust na ruim zeven maanden existentiële nonchalance en nuchterheid zich plotsklaps onderwerpen aan de strengste regels?

"Why?" 

Zou Ischa Meijer (1943-1995) terecht hebben gevraagd en net zo lang dóór hebben gezaagd totdat hij 'n bevredigend antwoord had gekregen. 

Ze snakt zo naar gezond verstand. 

Ernstig zieken of doden vallen er hier immers niet te betreuren anders had ze 't wel gehoord. Maar dat deze razendsnelle onderwerping niet veel goeds voorspelt, laat zich raden.

En nu dit. 

Nog geen week later is zijzelf de enige zonder mondkap in 'haar' supermarkt!

"99% van de klanten draagt nu een mondkapje," leert ze bij navraag van Annet, het al even zo vertrouwde supermarktgezicht als Simon. 

Maar nu dan mét mondkapje. Annet!

"Ach, als 't helpt dan is 't een kleine moeite," voegt Annet er gelaten aan toe. Zonder overigens mij, ongemondkapte, te bekritiseren of te verplichten. (Neen, er heerst hier nog 'n restje beschaving, mag 't alsjeblieft?)

Wat nu?

Ze móet nu een beslissing nemen. 

Morgen zal ze boodschappen doen, zo veel is zeker. O ja, het is 'n kleine moeite met deze nieuwe groepstrend mee te doen. Maar waar eindigt die? 

Waarom voelt 't zo beroerd zo'n vod? Waar komt die enorme aversie toch vandaan? 

Als de RIVM bij 't begin van de uitbraak zo'n ding tijdelijk had verplicht, had ze er mogelijk begrip voor gehad. 

Maar nu? 

Met de kennis van nu (o.a. géén killervirus) en in diezelfde roekeloze supermarkt, na bijna acht maanden, niet met het virus in aanraking te zijn gekomen, maar vooral, na álles wat er op persco's gezegd is en besloten....?

De betutteling is te erg. De misinformatie te veelvuldig, de indoctrinatie enorm.

Ze kan daar niet als een mak schaap aan voorbijgaan. Nooit immers is het "why?" beantwoord zoals zij, weerbare democratische burger, mag verwachten. Waar ze recht op heeft.

Doe het dan voor de ander, zo'n mondkapje, is een veelgehoord argument. 

Ja hoor.

Maar weet u, 

die ander is zij ook.

Annelies van der Veer
18 oktober 2020















Geen opmerkingen:

Een reactie posten