Van oude mensen die vroeger iets meegemaakt hebben

"Ik heb het altijd vreemd gevonden," vertelt de tweeëntachtigjarige vrouw met wie ik aan de praat raak op een bankje langs de Hollandse heide, "ik heb het altijd vreemd gevonden wat mijn moeders zuster zei toen ze, 't was enkele jaren na de oorlog, bij ons thuis kwam in een bontjas die ze net had gekocht: 'Het is eigenlijk niks voor mij, een bontjas, maar een joodse verkoper heeft me betoverd.'"

Ze kijkt me van opzij aan en voegt er snel aan toe: "Terwijl mijn familie toch echt niet antisemitisch was. Altijd vreemd gevonden..."

Ik geloof 't graag, zowel dat haar familie niks tegen Joden had als dat ze
de opmerking van haar tante bizar vond want dat wás die ook, en dan zo vlak na die oorlog waarin miljoenen Joden waren vermoord, puur omdat ze, 't blijft onbevattelijk, Joden waren. 

"Koekoe" roept een koekoek dwars door ons gesprek waardoor ik me nog beter richt tot deze vrouw want zo vaak tref je niet iemand van deze leeftijd met wie je 't over iets anders kunt hebben dan de kinderen, kleinkinderen, ziektes en ander ongemak. Dat je maar met weinig mensen een zinnig gesprek kunt voeren, is trouwens ook haar ervaring. 

Van het onuitroeibare 'alledaags antisemitisme' volgt vanzelf de tweede wereldoorlog. De nachtelijke bombardementen herinnert ze zich nog goed. "O ja," zegt ze, "wij woonden toen in Amsterdam. Wij waren....," ze aarzelt en zegt dan, "neutraal, maar je wist natuurlijk nooit waar die bommen zouden vallen. Ik was een kind maar voor mijn ouders moet die angst vreselijk geweest zijn 

Mijn gedachten gaan naar Hanny Michaelis en haar verbluffende oorlogsdagboeken waar ik vorig jaar versteld van stond: Lenteloos voorjaar en De wereld waar ik buiten sta. Michaelis, die geen kind meer was toen de oorlog uitbrak maar een jonge levenslustige volwassene, heeft de wereld zonder 't zelf te weten met haar dagboeken een van de meest indringende oorlogsdocumenten nagelaten. Indringend omdat het geen fictie betreft, geen mooischrijverij maar de rauwe oorlogswerkelijkheid met de dagelijkse discriminerende feiten naar Joden toe, steeds wat meer, 
steeds wat verder, steeds wat toegeeflijker en dat beschreven door een puberend meisje van 17, 18, 19 jaar dat steevast hopeloos verliefd was en dat van joodse afkomst was en het ook niet wilde geloven. Totdat....

Als je deze 1800 pagina's tellende dagboeken hebt gelezen, durft 
geen zinnig mens meer krankzinnige vergelijkingen te maken met zogenaamde onderdrukten van deze tijd (moslims) en de joden in de Tweede Wereldoorlog. Tenminste zo zou het moeten zijn want Michaelis' dagboeken logenstraffen die vergelijkingen vanuit het verleden (1940-'45) allemaal en wel ge-na-de-looos.

De oude maar vitale vrouw naast me, zegt de naam Hanny Michaelis
weinig, totdat ik aanvul dat ze een tijdje met Gerard Reve getrouwd is geweest, dan weet ze wel wie ik bedoel. "O ja, die! Ik ben altijd geïnteresseerd over de oorlog te lezen," zegt ze en ze bedankt me voor de tip én het gesprek. Dit overkomt me zelden. Doorsnee oudjes hebben niet het lef om over 'gevoelige sociale onderwerpen' te denken, laat staan hardop te spreken, die geloven 't allemaal wel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten