Herdenken en feesten

Naar aanleiding van koningsdag merkte een buitenlandse journalist op, dat wij niet de koning vieren maar onszelf. De laatste jaren zijn de herdenking op 4 en de viering van 5 mei een gevoelig item geweest. Wat herdenken en vieren we dan eigenlijk? Steeds duiken er nog verhalen en geschiedenissen op, die verwijzen naar de oorlogsjaren. Een voormalig dienstmeisje op het buitenverblijf van Hitler in Zuid-Duitsland, inmiddels 89 jaar, vertelt over de lievelingstoetjes van de zoetekauw. Er bestaan mannenclubs die nog altijd actief zoeken naar verborgen bunkers in de Hollandse duinen. En ze vinden ze ook. Soms met tastbare herinneringen uit de oorlogstijd. Een vergane stoel. Lege wijnflessen. De minieme rest van een soldatenlaars. Historici brengen huizen in kaart waar Joden ondergedoken zaten en opgepakt werden met achterlating van spullen waarvan nieuwe bewoners nog altijd overblijfselen ontdekken in de kelder of tussen muren. Houdt die oorlog dan nooit op? Waarover gaat het dit jaar? Voor en na De Dam. Wat betekent het begrip vrijheid voor ons?


De speurtocht naar het Joodse verleden krijgt gestalte in een project van het Joods Historisch Museum. Op 3 en 4 mei zijn in een aantal steden adressen te bezoeken van waaruit in 1942 en ’43 de toenmalige bewoners zijn gedeporteerd. Overlevenden, (klein)kinderen of huidige bewoners vertellen de verhalen. Op 4 en 5 mei zijn in Amsterdam bovendien 27 ‘huizen van verzet’ open. Ook hier vertellen mensen over wat er in de oorlog in de betreffende huizen gebeurde. Verzet, onderduiken, deportatie, illegale activiteiten, verraad. Ook toen dacht niet iedereen hetzelfde over vrijheid. Zo wordt in het pand Zeedijk 63 het verhaal van Bet van Beeren verteld, die er café Het Mandje dreef. Ze huisvestte joden in de kelder, verborg wapens op zolder maar liet ook Duitse soldaten in het café toe. Een soort moeder Courage. De huizen in het project (www.huizenvanverzet.nl) zijn de dragers van verhalen over dappere daden, collaboratie en verzet.

Op 5 mei komt voor het Paleis op De Dam een kunstwerk te staan van Atelier van Lieshout, Het Orakel geheten. Het Comité 4 en 5 mei gaf Joep van Lieshout de opdracht een kunstobject te ontwerpen dat iets zegt over wat vrijheid nu voor ons betekent. Het is een robotachtige constructie (2,5 m hoog) geworden dat ongefilterde sms-boodschappen uitspreekt. De mond gaat open en dicht, de oogleden openen zich en de oogbollen draaien in de constructie. Is het orakel uitgesproken, dan draait de kop. Burgemeester Van der Laan zal de eerste sms naar het orakel sturen. Daarna kan iedereen zijn boodschappen laten verkondigen. Van schuttingtaal, politiek incorrecte teksten tot stichtelijke woorden. Vrijheid van meningsuiting heet dat. Volgens Van Lieshout geeft het orakel een afspiegeling van onze maatschappij, het legt bloot wat er leeft. Zijn constructie verwijst volgens de ontwerper ook naar de totale controle over het individu in onze informatiesamenleving. Bas Heijne uitte in de NRC kritiek: de kans is groot dat Het Orakel een nare samenleving laat zien; je schept daarmee ook een nare samenleving. Arjen van Veelen noemde in dezelfde krant Het Orakel ‘eerder oubollig dan schokkend’. In P&W reageerde Halbert Zijlstra verrassend positief op het kunstwerk, zonder te weten dat het flink gesubsidieerd is.

Vrijheid en verzet vormen het thema van de vele documentaires en speelfilms die op 5 mei in Het Ketelhuis in Amsterdam te zien zijn. Afleveringen van VPRO’s Tegenlicht en films als De club van lelijke kinderen – alleen de kinderen die niet lelijk zijn mogen mee op schoolreisje. Elke film geeft weer een ander beeld van (on)vrijheid. Opvattingen over vrijheid zijn een identiteitskwestie. Ze zeggen iets over hoe mensen in het leven staan en wat ze wat dat betreft van anderen verwachten. Ook op de Nieuwmarkt staat een groot filmscherm voor 600 toeschouwers, waar onder andere La vita è bella van Benigni is te zien, een film die bij uitkomst in 1994 door sommigen als schokkend werd ervaren, omdat daarin tragische èn komische kanten van een concentratiekamp getoond worden.

In Amsterdam worden er op diverse plekken vrijheidsmaaltijden georganiseerd. De moraal is hier even belangrijk als het eten. De Vrijheidsmaaltijd van de UVA gaat vergezeld van een debat over gevaren voor de vrijheid, met name de actuele bedreiging van onze privacy. In het hoofdgebouw van de VU aan de Boelelaan kunnen de dinergangers kennis nemen van het studentenleven in oorlogstijd. Over tentamens doen in het geheim en onderduikers in de universitaire gebouwen. Bij het filmmuseum Eye aan de IJpromenade staat zelfs een tafel van 330 meter, waaraan plaats is voor 1000 Amsterdammers. En er zijn ook multiculturele straatdiners, waar zoveel mogelijk culturen welkom zijn, zoals in Bos en Lommer.

Op bevrijdingsdag vindt de eerste Godwin-lezing plaats in het Amsterdamse Verzetsmuseum. Hans de Zwart, directeur van digitale burgerrechtbeweging Bits of Freedom, zal de moderne datahonger van overheden in historisch perspectief plaatsen. Waren de bevolkingsregisters in de jaren veertig niet te goed georganiseerd? Wie een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog maakt, krijgt al gauw een ‘Godwin’ naar zijn hoofd. Dat risico gaat De Zwart bewust aan door te stellen: “Volgens Primo Levi, een overlever van Auschwitz, was alleen kunnen zijn in het kamp schaarser en kostbaarder dan brood. Als je dit uitlegt, kunnen mensen hopelijk beter inzien welke vrijheden ze op dit moment langzaam aan het opgeven zijn.” 

Zo zijn er nog tal van andere herdenkingsbijeenkomsten en bevrijdingsfeesten en –festivals. Een belangrijke plaats nemen de theatermanifestaties in, die plaatsvinden onder de overkoepelende aanduiding Theater na De Dam, een project dat in 2010 is gestart door Jaïr Sanders en Bo Tarenskeen. Zij vinden dat theater bij uitstek geschiedenissen concreet kan maken. Theater na De Dam omvat theateroptredens, theatrale lezingen en theaterprojecten met jongeren, waarin theatermakers hun statements over oorlog, vrede en vrijheid maken. Dit jaar in dertien steden. In Leiden treedt bijvoorbeeld de cast van de musical Soldaat van oranje op met verschillende andere groepen. Toneelgroep Maastricht houdt een theatrale lezing van het eerder gespeelde Mephisto gebaseerd op de roman van Klaus Mann uit 1936, waarin een steracteur tijdens de opkomst van het Naziregime verstrikt raakt tussen zijn carrière en geweten. De Rotterdamse Schouwburg presenteert Kamp van Hotel Modern. Deze groep roept met honderden poppetjes en een enorme maquette een dag uit het leven van Auschwitz op. En het Noord-Nederlands Toneel brengt in Groningen een voorstelling met jongeren over de jeugd van 1946. Hoe beleef je vrede en vrijheid? In zijn onlangs in het Nederlands vertaalde boek Het woeste continent. Europa in de nasleep van de tweede Wereldoorlog prikt Keith Lowe de mythe van het sprookjesachtige einde van de oorlog door. De werkelijkheid na 1945 was hard en gruwelijk. Europa was een brandbom.

De meeste voorstellingen vinden plaats in Amsterdam. In maart zag ik een lezing van het nieuwe toneelstuk Dames van de Beethovenstraat van Wanda Reisel, gedaan door vijf bekende actrices. Het stuk gaat over een aantal flamboyante dames, de meesten van Duits-Joodse afkomst, die begin jaren dertig hun land ontvluchtten en neerstreken in de Beethovenbuurt in Amsterdam. Op 4 en 5 mei wordt de voorstelling gespeeld door het gezelschap Parels voor de Zwijnen in het Hilton Amsterdam, een locatie waar sinds jaar en dag (joodse) bruiloften plaatsvinden. In het stuk bereidt één van de dames, Lotte, samen met haar vriendinnen de bruiloft voor van haar achterkleindochter. Dat roept bij haar allerlei herinneringen op aan het jaar 1942, toen haar grote liefde op de dag van de bruiloft verdween. Haar hartsvriendin Irma blijkt hier meer van te weten.
Marga Minco heeft veel geschreven over de Tweede Wereldoorlog. Het gebeurde is een monoloog over de schrijfster, die als enige van een Joods gezin in een rijtjeshuis wist te ontkomen. Te zien in het Apollo first theater in Amsterdam.

In theater De Roode Bioscoop, dat ingrijpend verbouwd gaat worden, speelt Theatergroep Flint een selectie van liederen en teksten die gezongen en gespeeld werden in en rond de Tweede Wereldoorlog. Het gaat daarin om kwesties als collaboratie, in het verzet gaan, of gewoon doorgaan. Koninklijk theater Carré doet voor de vierde keer mee aan Theater na De Dam met een muziektheaterprogramma van actrice en zangeres Hadewych Minis. Zij leest fragmenten voor uit Leven en Lot van Vassili Grossman, brieven van een Oekraïense Jodin aan haar zoon in Moskou vlak voor haar deportatie naar een kamp. De lezing wisselt ze af met muziekoptredens, samen met bijzondere muzikanten, een reis van toen naar nu, van wanhoop naar hoop, van Bach, Schubert, Purcell, via Nina Simone naar Jeff Buckley en Amsterdam huilt van Zwarte Riek. Heel speciaal wordt haar optreden met het Zo! Gospel Choir, waarvan ze in P&W van 2 mei al een voorproefje gaf. 

Toneelgroep Amsterdam leest onder de titel Totterdood in de Stadsschouwburg uit de rijke Nederlandse oorlogsliteratuur, waarin slachtoffers, daders, helden en meelopers figureren. Fragmenten uit het werk van Claus, Mulisch, Boon, Hermans, Vroman, Durlacher, Armando en anderen. Hitler is dood is de titel van een voorstelling van de Vlaamse groep Braakland in Frascati. Naar de bekroonde tekst van Stijn Devillé over de Neurenberg-processen, waar geallieerden een nieuwe moraal proberen te ontwikkelen en beklaagden meningsverschillen uitvechten. Over jong zijn en keuzes maken gaat Niemand had eraan gedacht mij te waarschuwen in Theater Bellevue, een montage van twee monologen.

Oorlog en Vrijheid. 1945 en 2014. Grootouder en kleinkind. Dat is het thema van de voorstelling Mijn opa is jouw oma niet in het Universiteitstheater. Vier acteurs van theatercollectief Rij 7 zijn bij hun grootouders te rade gegaan over hun oorlogstijd. Ze maken zich op voor het bevrijdingsfestival (bijvoorbeeld in het Westerpark in Amsterdam). Dansen op straat zullen ze en zwaaien naar de geallieerden. Alsof het opnieuw 1945 is. Jongerentheater De Gasten treedt op in de buitenlucht, op het Kastanjeplein in Oost, direct na de herdenking op De Dam. Het is een interactieve voorstelling, waarin het gaat over de kracht van het woord, hoe je daardoor misleid kunt worden. Over het individu versus de groep. Over je eigen ideeën tegenover het meelopen met de massa.

Zoals een kleine groep van jongeren tegenwoordig (weer) streng in de christelijke leer is, de zogenaamde fundamentalisten, zo zijn er ook jongeren die heel nauwgezet herdenken. De 3G generatie bijvoorbeeld, jongeren van wie de grootouders de holocaust hebben meegemaakt. Zoals Natascha van Weezel (27), kleinkind van vier Holocaust-overlevenden, van wie de documentaire Elke dag 4 mei afgelopen week op tv te zien was. Of die jongen die in Israël een tatouage wil laten zetten van het kampnummer van zijn oma. Maar ook buiten deze kring van oorlogskleinkinderen is de roep hoorbaar om strikt te herdenken. Advocaat Loonstein onderneemt juridische acties om het herdenken van (‘goede’) Duitsers te voorkomen. Filosoof Rik Peels (1983) schreef in een pamflet, dat de herdenking zuiver moet zijn. Ze moet (weer) een duidelijk en helder moreel kompas bieden. Hij vraagt ons recht in de leer van het herdenken te zijn.

Dit is nog maar een kleine greep uit de theaterprogramma’s die na de herdenking op De Dam gepland staan. Ze gaan vooral over keuzes maken, vrijheid, oorlog, verzet, privacy. Vrijheid lijkt een eenvoudig begrip. Eenduidig ook. Je zou denken dat iedereen daar een soortgelijke opvatting over heeft. Waarschijnlijk is er echter geen begrip dat complexer is. Het Orakel op De Dam zal het demonstreren. Wat je denkt over vrijheid zegt wie je bent. Opvattingen over vrijheid onthullen veel over hoe mensen in het leven staan. Dat blijkt in elke discussie over vrijheid. Of je het begrip benadert vanuit individueel perspectief, of meer vanuit instituties, het impliceert meestal ook een oordeel over het vrijheidsbegrip van anderen. De filosofe Hanna Ahrend benadrukte dat het debat over vrijheid steeds opnieuw gevoerd moet worden. Zodra alles voorspelbaar is, houdt vrijheid op te bestaan. Het neo-liberale standpunt plaatst vrijheid in het centrum van de markt. Vrijheid is de mogelijkheid je behoeften te bevredigen. Ook hier ontstaat spanning, wanneer een kleine groep over het meeste geld gaat beschikken. De democratie dan. Die garandeert – door de constante wisseling van macht – een grote mate van vrijheid. Geen politicus is zeker van zijn/haar plaats. Maar ook de democratie toont tekorten. Het begrip vrijheid is een relationeel begrip. Vrijheid voor de een kan onvrijheid voor de ander betekenen. Het begrip bevindt zich in een voortdurend spanningsveld, waardoor het steeds opnieuw bevraagd moet worden. Dat gebeurt in ieder geval op 4 en 5 mei op grote schaal. Voor wie het wil zien en horen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen