Het Ezelproces

Wederom actueel! Vandaag, 16 april 2013,  stemt de Tweede Kamer de wet op godslastering waarschijnlijk weg.

De makers van het televisieprogramma 'God bestaat niet', Muntz en Van de Wint schreven eind juni 2005 op hun website: ".......God is voor ons een verzamelnaam voor het geloof in een opperwezen. Echter voorzichtigheid is geboden. Dat is de realiteit van ons huidige vaderland. Het is duidelijk dat 'God bestaat niet' de denkbeeldige grens aangeeft van wat momenteel mogelijk is in ons land. God neuken in de gedaante van een ezel, zoals Reve deed, zou nu niet meer kunnen. Wij blijven ver binnen die denkbeeldige grens van toen, wat aangeeft dat we op de weg terug zijn."

Het zou Gerard Reve wel verbaasd hebben dat hij ooit God in de gedaante van een ezel geneukt
zou hebben. Maar hoe zit het dan ook al weer met die ezel en waarom had Gerard Reve in 1966 niets te vrezen? Hoeveel allochtonen, het woord blijft nog even in zwang, weten van dit zogeheten ezelproces? En is de grens van wat wel en niet gezegd kan worden definitief verlegd? Leggen we ons daar dan bij neer of zijn we in staat te doen wat Salman Rushdie onlangs zei: "Juist in tijden van grote crisis moet een samenleving de grootst mogelijke openheid betrachten. Alles moet op tafel komen, alles moet besproken worden. Dat is de enige weg naar een oplossing."?

geschiedenis en: artikel 147, lid 1 Wetboek van Strafrecht
Op 1 juni 1932 werd door de anti-revolutionaire minister J. Donner (Jawel, de grootvader van de huidige minister van Justitie. Van toeval is geen sprake.) het wetsartikel op de smadelijke Godslastering ingediend. Directe aanleiding was de communistische agitatie tegen 'God, Nederland en Oranje', zoals die in de jaren dertig vooral in 'De Tribune' tot uiting kwam. Godsdienst werd door de communisten gezien als opium van het volk. In hun partijblad verschenen destijds teksten met titels als "Weg met het Kerstfeest", vanwege de huichelarij die er rondom dit feest bedreven wordt en ook verscheen er een prent waarop twee arbeiders de bijl aan het Kruis zetten. Commotie bleef niet uit bij wat zich toen het christelijke deel der natie noemde.

Hoewel al enkele jaren na de invoering van dit gelegenheidswetje werd gepleit het in te trekken, maakt het tot op de dag van vandaag deel uit van het Wetboek van Strafrecht. Het artikel luidt: Met een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van ten hoogste tweehonderd veertig gulden wordt gestraft: hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, door smalende Godslasteringen op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat. Wel een verschil met wat het rechtsstelsel van de islam, de sharia, in petto heeft voor godslasteraars: de doodstraf. Deze straf is daadwerkelijk voltrokken in Pakistan, Iran en Afghanistan. Artikel 147, 1 is - tot aan de (Van het) Reve-zaak - slechts vijf maal toegepast: in twee gevallen volgde vrijspraak.

Gerard Reve en de gewraakte passages
Twee teksten in het werk van Gerard Reve waren aanleiding voor het Tweede-Kamerlid ir. C.N. van Dis (Staatkundig Gereformeerde Partij) schriftelijke vragen te stellen in de kamer. Hij drong daarin aan


op het nemen van maatregelen. De eerste tekst 'Brief aan mijn Bank' werd in 'Dialoog, tijdschrift voor homofilie en maatschappij' gepubliceerd (1965) en de tweede tekst betreft een gedeelte uit Reves veelgelezen boek 'Nader tot U' (1966).

De eerste tekst luidt: ........"Als God zich opnieuw in de Levende Stof gevangen geeft, zal hij als Ezel terugkeren, hoogstens in staat een paar lettergrepen te formuleren, miskend en verguisd en geranseld, maar ik zal Hem begrijpen en meteen met Hem naar bed gaan, maar ik doe zwachtels om Zijn hoefjes, dat ik niet te veel schrammen krijg als Hij spartelt bij het klaarkomen."

De tweede tekst die een duidelijke relatie met de eerste heeft, gaat als volgt
"En God Zelf zou bij mij langs komen in de gedaante van een éénjarige, muisgrijze Ezel en voor de deur staan en aanbellen en zeggen: "Gerard, dat boek van je - weet je dat Ik bij sommige stukken gehuild heb?"

"Mijn Heer en mijn God! Geloofd weze Uw Naam tot in alle Eeuwigheid! Ik houd zo verschrikkelijk veel van U", zou ik proberen te zeggen, maar halverwege zou ik al in janken uitbarsten, en Hem beginnen te kussen en naar binnen trekken, en na een geweldige klauterpartij om de trap naar het slaapkamertje op te komen, zou ik Hem drie keer achter elkaar langdurig in Zijn Geheime Opening bezitten, en daarna een present-eksemplaar geven, niet gebrocheerd, maar gebonden - niet dat gierige en benauwde - met de opdracht 'Voor de oneindige, zonder woorden'."

de God van je tante versus de God van Reve
Reves God is wellicht niet die van de lezer, als die al een God aanbidt maar Gerard Reve had en heeft als ieder ander mens het recht zijn eigen visie op de incarnatie te hebben. Reve die uit een communistisch milieu komt, een perverse tak van het christendom, zoals hij zelf zegt, heeft wel altijd aan God gedacht. En dat zijn God niet die van een man als SGP'er Van Dis is, die zegt te weten dat Reve in gezelschap van de duivel op zijn tong zal moeten kauwen en dat een homoseksueel die echt gelooft niet mogelijk is, mag duidelijk zijn. Ook verschilt Reve van de aanbidders van de God van Nederland, die het als vanzelfsprekend aanvaarden dat een deel van de mensheid gered en een ander deel voor eeuwig verdoemd zal zijn. Wat voor 'godsdienstige gevoelens' hebben die mensen eigenlijk? Het is de plaatsing van het ene Godsbegrip, van het ene Godsbeeld, tegenover het andere, hetgeen eerder op een godsdiensttwist lijkt. Gerard Reve vond het dan ook niet de taak van de rechter om het ene Godsbeeld tegen het andere te verdedigen, wat in feite de heer Van Dis wel eiste.

Gerard Reve moest niets hebben van 'de God van je tante', in zijn pleitrede zegt hij "U kent ze stellig wel die nimmer aflaten te berichten, hoe groots en verlossend toch wel hun buitengewoon juiste geloof is, hoe uitzonderlijk goed hun God, die hen dagelijks in alles gratis van advies dient, het nu juist met hén meent; die precies weten wie gered wordt en wie niet, en die mij opbellen om mij te melden dat ik, mits ik mijn beestachtige zondigheid zou kunnen loslaten, de heerlijkheid deelachtig kan worden die de hunne is, omdat zij 'de Zoon hebben' - het laatste woord is tekenend - en die mij bij voorbeeld een evangelisatieblaadje toesturen, met een pijl naar de naar buiten gevouwen kop van een artikel, dat getiteld is: 'Gangster werd getuige van Christus'.

De schrijver misgunt niemand zo'n (of een ander) Godsbeeld maar hij mag ook uitbeelding geven aan het zijne. En "Ik bezit geen statisch Godsbeeld maar als ik van God een definitie zou moeten geven, dan zou die thans luiden: 'God is het diepst verborgene, meest weerloze, allerwezenlijkste en onvergankelijkste in onszelf'. Korter en beter door Iemand anders geformuleerd ten aanhoren van dat onuitroeibare slag lieden, dat altijd wil weten of het Koninkrijk Gods een absolute dan wel een constitutioneel-parlementaire monarchie zal zijn: 'Het Koninkrijk Gods is binnen in U'.


vrijspraak en godsdienstvrijheid
Gerard werd vrijgesproken van 'smalende Godslastering' maar Reve nam er geen genoegen mee dat hij wel van Godslastering beschuldigd bleef want dat zou gevolgen voor zijn nering kunnen hebben. Dus ging hij in hoger beroep al waar hij in 1967 volledig vrij werd gesproken.


Want wat is godsdienstvrijheid vroeg Reve zich af? Het enige juiste antwoord gaf hij zelf in zijn pleitrede: "In de eerste plaats: het recht om er een godsdienst op na te houden, en die openlijk en ongehinderd te belijden; ten tweede; het recht er géén godsdienst op na te houden, een recht waaraan in ons land nog wel het een en ander mankeert - ik noem alleen maar de nog maar zeer ten dele geëindigde achterstelling van bij voorbeeld de humanisten bij de subsidiëring van zielszorg en andere sociale arbeid - en, ten derde: het recht om het geloof in het algemeen, of enige godsdienstige idee in het bijzonder, welke dan ook, te bestrijden en te bespotten. Het is niet de taak van een moderne, pluralistische, democratische rechtsstaat de aanhangers ener godsdienstige overtuiging een speciale bescherming te verstrekken, die hij de aanhangers van bij voorbeeld een politieke overtuiging onthoudt. Om het kort en krachtig te zeggen: deze wet verleent de godsdienstige burger een volstrekt ongrondwettelijke bevoorrechting."
Volgens Gerard Reve zijn religieuze symbolen onkwetsbaar voor welke spot ook waarbij hij nog op de inconsequentie wijst die deze Godslasteringswet met zich meebrengt, zo zou hij wel strafbaar zijn als hij zou zeggen "God is een grote klootzak" maar als hij zou schrijven: "De Heilige Maagd is een vuile hoer" dan zou hij niet strafbaar zijn. Voor De Heilige Maagd zouden ook andere buitenchristelijke symbolen kunnen worden ingevuld: Boeddha, Krishna. Die krijgen geen bescherming volgens de wet. Deze wet "die in strijd is met de beginselen ener moderne rechtsstaat, en die koren op de molen is van de vijanden der vrijheid' hoort maar op een plek thuis: in de prullenmand.

vrijheid van mening
Het bovenstaande in ogenschouw nemende, zou het logisch geweest zijn als in 1968 de genadeslag aan deze wet was toegebracht want die wet is niet alleen dood maar hij stinkt ook nog. Maar we zitten er in 2005 nog steeds mee, sterker nog de huidige minister van Justitie Donner pleit er zelfs voor deze wet aan te scherpen. De absurditeit en de domheid van deze wens moge inmiddels duidelijk zijn.
Gerard Reve voorzag dat zelf al want hoewel zijn 'zaak' klein en min of meer lachwekkend mag schijnen, hij is wel van principieel belang voor de toekomst van de traditionele burgerlijke vrijheden. Reve is dan ook op de oude voet doorgegaan, eer en fatsoen nooit uit het oog verliezend. Hij heeft nog talloze prachtboeken geschreven en dat kon alleen maar omdat hij, zoals hij zelf schreef, twee beperkingen afwees: "ten eerste weiger ik, en zal ik altijd blijven weigeren mijn teksten aan te passen aan het begripsvermogen van de slechte verstaanders. Dat is geen kwestie van beginsel maar van vakmanschap: ik stel mij ten doel, voldragen literair werk te leveren, en geen produkt van het socialistisch realisme. Ten tweede weiger ik, maar dit is geen kwestie van vakmanschap maar wel degelijk van beginsel, bij het vervaardigen van mijn tekst rekening te houden met de boze verstaanders."

Mohammed Benzakour en de vooruitgang
Een moderne rechtsstaat kan veel hebben maar geen boze verstaanders - of ze nu christenen, moslims of atheïsten of wat dan ook zijn - die daarom gaan moorden, en zo de rechtsstaat om zeep helpen.

Ik kan niet meer achterhalen waar ik het gelezen heb maar dat ik het gelezen heb, staat vast: Mohammed Benzakour vindt zichzelf de 'Reve' van de moslims. Hij schrijft gewaagd en schuwt geen lastig onderwerp, hij heeft gevoel voor humor en hij durft alles te schrijven. Zegt hij.
Als Mohammed Benzakour werkelijk van onze rechtsstaat houdt en de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel heeft staan, en als hij, in plaats van een weg terug te bewandelen, zoals Muntz en Van de Wint terecht vrezen, vooruit wil dan raad ik hem aan een passage te schrijven welke die van Gerard Reve overtreft, waarbij hij een dier naar zijn smaak mag uitkiezen. Misschien helpt dat om de nieuwe Middeleeuwen in deze contreien nog even uit te stellen en kan het de moslims helpen te integreren in een echte seculaire maatschappij zonder smadelijk gelegenheidswetje. Want om met Rushdies woorden te eindigen: "zonder vrijheid van meningsuiting zijn er geen andere vrijheden meer."

Annelies van der Veer

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van het boek 'De God van je tante ofwel het Ezelproces van Gerard Kornelis van het Reve'. Een documentaire, samengesteld door Jan Fekkes.
Briefwisseling Theo van Gogh met Mohammed Benzakour en het vervolg daarop.(Dit artikel verscheen eerder (25 augustus 2005) op VetVEtVET)
Reacties: Het Ezelproces. En hierr.

7 opmerkingen:

  1. Ik stem in ieder geval niet meer op de VVD. Wat een slap gedoe.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Atheisten, humanisten,vrijdenkers, ... Zij hebben niets meer te zoeken in de VVD (of in de PVDA), die hoer van de christenen spreidt de benen voor enkele zilverlingen in de vorm van gedoogstemmen. Tijd voor een nieuwe keuze!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Reve's '2 pleidooien voor t Hof' als verplichte teksten op scholen tijens 'Nederlands , begrijpend lezen'? Had natuurlijk al jaren geleden moeten gebeuren , in dit gekweekte klimaat van intellectuele debiliteit echter weinig kans..

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Reve 's 2 Pleidooien zijn van bijzondere inhoudelijke en stilistische kwaliteit. Ik herlees ze regelmatig, en kan ze iedereen aanbevelen die niet zelfstandig in staat zijn verbaal de lange godsdienstige tenen van moslims en christelijke fanaten af te hakken.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Lang zal heer Benzakour niet hoeven te zoeken naar het goddelijke dier. Reeds de Romeinen wisten dat het 'numen porcinum' heet, oftewel de ongenaakbare 'varkensgod'.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Tien jaar over gesoebat, nu is de 2e Kamer akkoord, het kan niet meer mis gaan. Heel verstandig. HOe kun je zo'n wet trouwens hebben als God niet aantoobaar is?

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Inderdaad, waarom mogen Krishna en Wodan wèl beledigd worden en God en Allah niet?
    Waarom mogen ongelovigen voortdurend beledigd worden ("geen doel", "eeuwig branden in de hel", etc) terwijl de haatzaaiers naar de rechter stappen als je hun haatpraat "haatpraat" noemt?

    De discussie tussen van Gogh en de middeleeuwer Benzakour ging overigens nog verder.

    http://www.theovangogh.nl/aisja2.html

    BeantwoordenVerwijderen