Pendelen tussen twee werelden

Toen Robert Vuijsje in 2008 zijn debuutroman Alleen maar nette mensen (over David uit intellectuele Joodse kringen in Oud-Zuid - op zoek naar een voluptueuze zwarte vrouw uit Amsterdam-Zuidoost) publiceerde en beticht werd van ‘koloniaal seksisme’ en ‘discriminatie’ ten aanzien van zwarte vrouwen (hij werd trouwens ook voor discriminatoir aangezien ten aanzien van juist blanke vrouwen), keerde hij de zaken om (zie Gegoochel met de term racisme in en rond Intouchables en Alleen maar nette mensen) . Veronderstel – zo verklaarde hij in de media – dat er een roman uitkomt over een Marokkaanse jongen met een voorkeur voor Joodse meisjes, dan zou hij zelf de eerste zijn om dat boek
met plezier te lezen. Voor dat boek heeft nu Mano Bouzamour (22) gezorgd met de publikatie van De belofte van Pisa over Sam (Samir), een jongen met Marokkaanse roots die woont in de Diamantbuurt in de Pijp in Amsterdam maar schoolgaat op het Hervormd Lyceum in Amsterdam-Zuid, waar hij in contact komt met meisjes uit de betere kringen. Twee totaal van elkaar verschillende werelden waartussen hij niet wil kiezen. Dat heeft hem op internet en social media veel verwensingen opgeleverd, vooral van jonge mensen uit eigen kring, zoals ook Őzcan Akyol, schrijver met Turkse roots, precies een jaar geleden ondervond, toen zijn debuutroman Eus over een jongen van deze naam die zich aan zijn milieu ontworstelt, in de criminaliteit belandt en in de gevangenis met literatuur in aanraking komt, het licht zag (zie Toneel en literatuur in de gevangenis. Deel I: de Turken komen eraan). Die verwensingen gaan overigens minder ver dan die aan het adres van de achttienjarige Deense dichter Yahya Hassan, van Palestijnse afkomst, die in zijn kritiek op de ‘hypocriete levenswijze’ van moslims in Denemarken veel uitgesprokener is. Eus ontwikkelt zich in de roman van Akyol tot schrijver, Sam draagt in de roman van Bouzamour de belofte in zich een pianist te worden die mensen met zijn spel in vervoering kan brengen. Waar de een inspiratie zoekt bij Céline, vindt de ander die in de Canto Ostinato van de dit jaar overleden componist Simeon Ten Holt. Beide schrijvers lazen onlangs in P&W een passage voor uit hun romandebuut die vooral leeftijdgenoten uit eigen kring het internet had op gejaagd. Beiden wilden zich bij die gelegenheid niet laten indelen bij ‘die Turken’ dan wel ‘die Marokkanen’ noch bij ‘die verkaasde Nederlanders’. Akyol sprak van een onontkoombare indeling, vooral door mensen uit eigen kring die vasthouden aan tradities en daarin gesegegreerd leven, zoals emigranten overal ter wereld doen, ook Nederlanders. Bouzamour zei geen spreekbuis te willen zijn van wie dan ook. Beiden beklemtoonden vooral dat ze een eigen weg hadden gevonden. Zoals ook Karin Amatmoekrim dat deed, toen haar roman Het gym (2011) over een Surinaams meisje dat als enige uit haar wijk naar het gymnasium gaat, gepubliceerd werd.

De titel De belofte van Pisa verwijst naar de afspraak die Sam en zijn oudere broer in de pizzeria van deze naam maken. Sam belooft hem verder te zullen gaan daar waar zijn broer is blijven steken. Dat hij over een paar jaar het Hervorm Lyceum Zuid zal uitlopen en ‘dat fucking vwo-diploma’ in zijn handen zal hebben. Aan het eind van de roman is hij voor zijn eindexamen geslaagd. Hij gaat op zichzelf wonen en neemt afscheid van zijn tweelingzussen en ouders. Zijn vader dringt erop aan het gebedstapijtje mee te nemen. Sam vraagt: “Waarvoor? Kan ik ermee vliegen?” Bij de kapper laat hij zijn hoofd helemaal kaal scheren door zijn vriendin Evelien en haar moeder Iris. Daarna stellen ze hem voor een ijsje te gaan eten bij Pisa. Maar Sam zegt: ‘Fuck Pisa. We gaan naar Venetië.” Pisa is de tent van de belofte, weten we. Die heeft hij ingelost.

In de tussentijd beleeft Sam heel wat in die twee werelden. Zoals de hoofdfiguur in Ik, Jan Cremer zich in de zestiger jaren – op de scheidslijn van twee tijdperken - een weg baant door het woelige leven van seks, drank, drugs, en kunst, zo doen David, Eus en Sam dat op de scheidslijn van twee werelden, die van hun ouders en die van het land van aankomst, waar ze een eigen weg proberen te vinden. Schelmenromans zijn het waarin de hoofdpersonen bonte avonturen beleven en zich al experimenterend ontworstelen aan het ‘oude’ en zich een ‘nieuwe wereld’ creëren. Die tegenstelling vinden we in De belofte van Pisa terug in vele metaforen. Over vriendin Evelien: “Allah had haar lichaam besprenkeld met moedervlekken alsof Hij een cupcake voltooide.” Over zijn vader: “Mijn vader lijkt op Kees van Kooten. Maar dan met baard.” Bouzamour gebruikt heel veel beeldspraak om zijn verhaal te vertellen. Die is – vooral in het begin - soms over the top maar wordt raker, naarmate het verhaal vordert. De botsing van twee werelden wordt ons met veel schwung en verve getoond. In humoristische en spitse dialogen, in zinnen die doorspekt zijn met swingende straattaal, en met de nodige eigentijdse taalcapriolen. Schrijven kan Bouzamour. Luchtig en genuanceerd. Soms ook te plat of te veel uit op dramatisch effect. Maar het past allemaal wel bij de puber Samir die zijn criminele broer bewondert, zijn vriendjes in het buurthuis niet verloochent en tegelijkertijd zijn ogen uitkijkt als hij zich onder Concertgebouwpubliek bevindt. De culturele clash wordt uitgetekend in tal van komische scènes, zoals die waarin Samir, vergezeld van zijn broer, zich aanmeldt voor het VWO. Toevallig staan ze achter een man die aan de decaan vraagt: “Zitten hier ook Marokkanen … op school?” Waarop de decaan antwoordt dat het reuze meevalt. De enige andere Marokkaan blijkt later in het verhaal de schoonmaker te zijn. Of wanneer Samir door de ouders van Evelien (die niet bij zijn ouders thuis mag komen) wordt uitgenodigd mee te eten in restaurant Le Garage. Samir verschijnt in lange zwembroek en op teenslippers. Eveliens ouders stellen haar omgang met Sam een tijd niet langer op prijs. In een wat al te opzichtige vergelijking werkt Bouzamour het feit dat Sam niet wil en kan kiezen uit in een seksueel getint eindexamenfeestje, dat georganiseerd is door zijn Nederlandse vriend IJs. Ze hebben elkaar geholpen met het eindexamen en de ontlading na het behalen van het diploma is groot.

In een levendige en gretig geschreven scène beschrijft Bouzamour Sams seksuele escapade met Evelien en Kyra samen. Daarna is het even voorbij met beide vrouwen. Totdat de eerste zich aan het slot weer bij hem voegt, en -zoals vermeld - zijn hoofd kaal scheert. De jonge schrijver Bouzamour vertoont zich de laatste weken in de media overigens zelfbewust met volle haardos, alsof hij – in reactie op verwijten uit eigen kring - wil onderstrepen wat hij in diverse interviews heeft verkondigd: “Mijn boek is fictie. Dat snapt niet iedereen. “ De eeuwige verwarring van schrijver en hoofdpersoon. Bouzamour wordt in eigen kring voor de voeten geworpen, dat hij de vuile was buiten hangt. Dat is de ene kant van de zogenaamde multiculturele medaille. Op de andere kant daarvan zien we gebeuren dat witte Nederlanders verkondigen , dat grappen maken over gele, bruine of zwarte Nederlanders betekent dat die geїntegreerd zijn. Geslaagd als het ware voor de inburgeringscursus. Een soort van ontgroening om zo te zeggen. Twee kanten van een munt die geslagen wordt in tijden van migratie, segregatie en integratie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen