Het kind blijft

Veronderstel dat je een verhaal zou willen publiceren over een jongen die wordt vermoord, omdat hij een sneeuwbal gooit. Geen uitgever zou het op de markt willen brengen. Te bedacht. Ongeloofwaardig. Toch is dit verhaal in de werkelijkheid gebeurd. Op 1 februari 2003 werd Sedar Socrates Soares, een dertienjarige Rotterdamse jongen met Kaapverdiaanse roots, in de buurt van metrostation Slinge in Rotterdam Zuid doodgeschoten. De man op wiens autoruit een sneeuwbal uiteenspatte, stapte uit en knalde de jongen neer. Schrijver Alex Boogers schreef er een novelle over. Om daarover te praten was hij uitgenodigd bij P&W op 5 december j.l., de avond dat bekend werd dat Nelson Mandela overleden was. In het programma las hij een gedicht voor van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker: Het kind dat doodgeschoten is door soldaten bij Nyanga (Zie Black Butterflies). Het had hem geїnspireerd tijdens het schrijven van zijn boek en Nelson Mandela had het voorgedragen tijdens de eerste zitting van het eerste democratisch gekozen parlement in Zuid-Afrika. Boogers heeft – samen met uitgever Podium – 25 exemplaren van zijn boek aan de school van Socrates gegeven en je kunt zijn verhaal Wanneer de mieren schreeuwen gratis van zijn site downloaden. Dat laatste is al meer dan 30.000 keer gebeurd.


“Drie schelle knallen. Dat hoorden de jongens. (…) Toen ze (…) hem in elkaar zagen zakken, lieten ze zich meteen op de grond vallen. Daarna hoorden ze nog twee schelle knallen.”

Alex Boogers presenteert het verhaal over leven en dood van de jonge Socrates als een verhaal in een verhaal in een verhaal. De ‘ik’ hoort het verhaal van een taxichauffeur, een neef van de doodgeschoten Socrates, wanneer hij op weg is naar de Universiteit waar hij een lezing zal houden. Het voor hem bekende verhaal over zijn eigen leven, dat hij kan variëren met allerlei verschillende voorbeelden en details. Als hij het verhaal van de taxichauffeur heeft gehoord, ontkomt hij er niet aan om dit verhaal aan zijn universitaire gehoor door te geven in plaats van zijn gebruikelijke lezing. Het is een story die verteld moet worden. Het ontroerende verhaal over een jonge jongen en zijn Kaapverdiaanse familie in Rotterdam Zuid. Het verhaal over een geliefd jongetje dat als veelbelovende voetballer de sterren van de hemel speelde. Zijn naam verwijst dan ook niet naar de Griekse wijsgeer maar naar de Braziliaanse voetballer die in de jaren zeventig furore maakte. Over een jongen die verliefd was geworden. Het is het verhaal over zijn gewelddadige dood op de dag dat er zeven mensen omkwamen met de Columbia Space Shuttle, waarvan er eentje McCool heette wiens favoriete liedje Imagine van John Lennon was, dat kort voor de ramp nog gedraaid was.

Alex Boogers heeft zich verdiept in het leven en de omstandigheden van het kind Socrates en zijn familie. In een leven, een droom die op 1 februari 2003 uit elkaar spatte, zoals de sneeuwbal van Socrates uit elkaar spatte op de rode Honda van de man die onmiddellijk op een extreem gewelddadige manier wraak nam. Buitensporige wraak op het onschuldige vermaak van een paar jongens die sneeuwballen gooiden. Boogers onderhield voor zijn zoektocht naar het verhaal van Socrates vooral contact met de zus en een nicht van de vermoorde jongen. Zo vernam hij dat zijn vader was teruggestuurd naar de Kaapverdische Eilanden en het jaar daarvoor was omgekomen bij een verkeersongeluk. Socrates woonde met zijn moeder, broertje en zusje in een flatje in Rotterdam Zuid. Hij was geliefd op zijn school en bij de voetbalclub. Eens zou hij gescout worden als de droomspits van Feyenoord. Hij was net verliefd geworden. De schrijver Boogers heeft de moeder van Socrates nooit ontmoet. Op de presentatie van Wanneer de mieren schreeuwen kwam ze de boekhandel binnenlopen. Ze was blij om de nagedachtenis die de schrijver bracht aan haar zoon, ook al was het in de vorm van een fictief verhaal.

Sinds 1999 publiceerde Boogers (1970) zes romans, waarin het vaak gaat om het bewaken van onschuld, het behoud van het pure en de ongereptheid van het kind. Boogers komt uit een arbeidersmilieu in Vlaardingen, door hem steevast Het Naamloze Gat genoemd. Hij kreeg goede recensies, zijn aandacht voor de rauwe kant in het leven werd geprezen, maar Boogers is nooit doorgebroken bij een groot publiek. In maart 2008 verscheen er een artikel in Volkskrant Magazine, waarin hij aankondigde te stoppen met schrijven. “Niemand leest je fucking boek. Waarom doe je het dan? Om de schrijver uit te hangen?” vroeg Boogers zich af. Hij ging freelance artikelen schrijven, nam een baan aan als internetredacteur, maar hij stopte niet met het schrijven van romans. Eigenlijk had hij een sportcarrière gewild. Maar in zijn roerige tijd kreeg hij een ongeluk, waardoor zijn rug in tweeën lag. En zijn sportcarrière ook. In het ziekenhuis begon hij te schrijven. Dat is hij dus blijven doen. Ook komt hij nog altijd op de sportschool. Om te kickboksen.

Met zijn nieuwste boek heeft Boogers een ode geschreven aan De kleine jongen waarover André Hazes zingt. Het is de metafoor voor alle opgroeiende jongens die vrolijk en vol goede moed door het leven gaan om dan ineens geconfronteerd te worden met de rauwe werkelijkheid. Het is een mooi gecomponeerd verhaal geworden, dat ontroert, dat een aanklacht is tegen elke vorm van zinloos geweld. In de werkelijkheid is de dader nooit gepakt. In het verhaal leeft het kind voort.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen