Theo van Gogh schreef het volgende stukje over hoe hij met Pierre Vinken [25.11.1929-4.11.2011]
kennismaakte en over het reisje naar Vlieland in de zomer van het jaar 1999, waarover Martin van Amerongen reeds bij wijze van voorwoord van
dit boek verhaalde. (PF)
Ik had wel 'ns van hem gehoord, dat wil zeggen, bij geruchte vernomen dat er een gek rondliep op de Elsevier-burelen die meende dat een krant als het Parool alleen zou mogen blijven bestaan als-ie twintig procent winst draaide.
En hij had Propria Cures gered.
De taxi reed langs hekken waarachter ik Bommelstein vermoedde. In m'n ene hand een plastic tas met flessen wijn waarvan ik hoopte dat ze de gastheer als een engel op de tong zouden pissen, in m'n andere het zweet van verlegenheid. Ik stapte de keuken binnen. Een tv schetterde; Sonja Barend kirrend met Joop van Tijn.
'O jé, de joodse inernationale!' grijnsde de gastheer, met een knik naar het scherm. Ik nam zijn schrale