Het p-woord

In de zeventiger jaren werden er nog scripties geschreven met titels als Het boek als waar of Het literaire werk als economisch product. Het waren studies met een veelal zogenaamde marxistische insteek. Veertig jaar later kijkt niemand er meer van op, dat literatuur handelswaar is geworden, die de schrijver geacht wordt zelf aan te prijzen in tv programma’s. Sommigen van hen verzetten zich daartegen, anderen gaan er vol voor. Het e-book is in opmars, zelfs een boeken-Spotify schijnt in aantocht te zijn, een streamingdienst waarbij abonnees onbeperkt e-boeken zouden kunnen lezen, al is het de vraag of schrijvers daarbij financieel baat hebben. Nu houden ze van een papieren boek van 19.95 euro zelf 1,88 euro over. Een digitaal boek, al of niet via een streamingsdienst aangeboden, levert hen minder op, zeker als e-boeken illegaal gedownload worden, zoals nu massaal gebeurt. De schrijvers René Appel en Nelleke Noordervliet schreven er in de NRC van 7 maart j.l. een open brief over aan de minister van Justitie onder de titel Opstelten help ons, we worden bestolen. In de boekenbranche heeft de pure handelsgeest duidelijk schipbreuk geleden in het concept van boekhandelketen Polare. Pim Fortuyn vroeg al aandacht voor de menselijke maat. Die is niet alleen wenselijk in zorg en onderwijs maar ook in de boekhandel, zoals Max Pam onlangs betoogde in een column in de VK, waarin hij de heren commissarissen van Polare te kijk zette als – althans wat het boek betreft – liefdeloze berekenende managers. Ze hebben geen gevoel voor het boek. Geen liefde voor het vak. Dat hebben wel de verkopers op de werkvloer, die hun voormalige boekhandel – al of niet met crowdfunding – nieuw leven inblazen. Zo kun je in Nijmegen weer naar de oude vertrouwde Dekker & Van de Vegt (na één week al anderhalve ton aan crowdfunding). In Amsterdam zijn er trouwens nog genoeg goede, mooie en bijzondere zelfstandige boekhandels te vinden, al of niet met extra activiteiten. Niet op toplocaties, met vooral bestsellers, kalenders, speelgoed en games. Nee, goedgesorteerde boekhandels in de buurt, waar je rustig een tijdje kunt rondhangen om dat ene perfecte boek aan te schaffen. In één daarvan kocht ik op de eerste dag van de Boekenweek, een typisch Nederlands verschijnsel, een paar boeken, waarvan de boekverkoper zei –om Pam te parafraseren: dat zijn mooie boeken, die moet je lezen. En ik kreeg een prachtig verhaal van Tommy Wieringa als boekenweekgeschenk cadeau.

Yasmina Reza, schrijfster en actrice in Frankrijk, dochter van een Joods-Iraanse ingenieur en een
Hongaarse violiste, kende ik van haar toneelstuk Art (Kunst), in Nederland gespeeld door o.a. Hans Kesting, Edwin de Vries en Paul de Leeuw. Een komedie over de vriendschap van drie mannen, waarvan er één een modern schilderij heeft gekocht. Witter dan wit, zowel wat de achtergrond betreft als de minieme streepjes die de schilder op het doek heeft aangebracht. Drie personages die elkaar in de rol van aangever, vervolger en slachtoffer beurtelings dicht op de huid zitten. Scherpe dialogen, veel verbaal geweld, een thrillerachtige opzet en een verrassende ontknoping. Reza schreef, behalve toneelstukken, ook romans. Haar laatste is net in het Nederlands vertaald onder de titel Gelukkig de gelukkigen. Ik heb nu een aantal hoofdstukken gelezen maar ik kan niet zeggen dat de personages gelukkig zijn. Sommigen hebben er enige aanleg voor, maar de meeste worstelen vooral, met hun ongeluk, met hun verlorenheid, en met de dood. In een scherpe, hilarische taal zet ze elke scheur in een verhouding in het volle licht. Een desillusie meet ze breed uit. Wel met de nodige spot en ironie. De hoofdstukken zijn monologen, we kruipen in het hoofd van een ik, zij of hij, die door de hoofdstukken heen weer met elkaar verbonden blijken te zijn. Zo ontstaat een caroussel van scènes, waarin je de figuren beter leert kennen. Ze hebben allemaal pijn, maar Reza zet hen in een absurde situatie, zodat er ook te lachen valt. In het eerste hoofdstuk bijvoorbeeld heeft een man in een supermarkt een echtelijke woordenwisseling met zijn vrouw over welke kaas er gekocht moet worden. Even later zitten ze woordeloos in de auto naar huis. Komisch en tragisch tegelijkertijd.

Het prachtig uitgegeven De kleine verlossing of de lust van ontlasten van Midas Dekkers heb ik doorgebladerd. Het gaat over spijsverteren en poepen in de loop der eeuwen. Dekkers schrijft over de ontlasting in al haar facetten, maar vooral als een bron van voldoening. Hij benadert het onderwerp vanuit zijn vak, de biologie, maar ook vanuit het milieu, de geschiedenis en de kunsten. Aan de drol zit een hele wereld vast. Dekkers weet je – zoals ook in zijn vorige boek (Rood Haar) – aan het denken te zetten . Maar De kleine verlossing is vooral heel vermakelijk. Echt een lekker boek. Je leest bijvoorbeeld over de grootste ooit gevonden dinosaurusdrol (45 cm), over de gewoonte van misdadigers om op de plaats van het delict een drol achter te laten, en over de zwaarlijvigheid van Maarten Luther. Dekkers praat, zoals hij ook live doet, maar door, terwijl het toch spannend en vermakelijk blijft. Wat is een drol, wat zegt de kleur en geur, of de textuur, en waar gaat-ie na het doorspoelen naar toe? Enzovoort. Over mestkevers en strontvliegen, bemesting, kunstmest. Enzovoort. Het verwijderen van poep door de eeuwen heen. Het zindelijk maken van peuters. Het taboe op het spreken over poep natuurlijk. Enzovoort. Freud over de anus. Medische klachten. Poepen en scheten in de literatuur. De petomaan. Het gaat werkelijk over alles. Dekkers is een ouderwetse verteller die de aandacht moeiteloos vasthoudt. Af en toe een grap of een kleine wijsheid. Wat is een windje? “Een windje is weinig anders dan een drol met alle stront eraf geschraapt.” Voor Midas Dekkers geldt niet zozeer ‘Wij zijn ons brein’ maar eerder ‘Wij zijn onze darmen’.

Van een heel andere orde is Oorlog en Terpentijn ( genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2014 en de Gouden Boekenuil 2014) van de Belgische schrijver Stefan Hertmans . Hij schreef deze roman op basis van de overgeleverde cahiers van zijn grootvader, waarin deze vertelt over zijn armoedige kinderjaren in Gent, zijn gruwelijke ervaringen als frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog, over zijn jong gestorven grote geliefde en het stille verdriet weggestopt in zijn schilderijen. Ik lees hier en daar een bladzijde. Hertmans beschrijft die oorlog van honderd jaar geleden heel concreet in al zijn afgrijselijke wreedheid. Op pagina 259 lees ik: “Op de een of andere manier komt er ook steeds meer sterkedrank in de loopgraven terecht; er wordt gefluisterd dat de legerleiding die zelf laat aanvoeren. Brallende, lallende soldaten die de halve nacht tegen de sterren janken en tegen de ochtend inslapen, verdoofd en uitgeput, en die in de vroege uren, als de kou het meest gemeen inbijt op onze lijven, doodvriezen.” Gruwelijkheden vervat in prachtige taal.

En dan nog het cadeautje van Tommy Wieringa: Een mooie jonge vrouw. Een novelle over een 42-jarige professor in de microbiologie, getrouwd met een 27-jarige sociologe. Een huwelijk dat hapert. Wieringa heeft steeds minder beschrijvingen nodig. Hij toont de haperingen in het huwelijk. Soms in een korte (hier en daar wat te gepolijste) beeldende zin. “Ze luisterden naar elkaars ademhaling in het donker.” Een korte en pijnlijke karakterstudie. Aan het eind van het verhaal maken we nog kennis met een xenofobe campinghouder, Wildschut geheten, die veel geld verdient met het huisvesten van Polen, en hebben we door de voorruit van de hoofdpersoon zicht op een straat in Utrecht, “de armoedige winkels, de hoofddoeken, de weerzin op de gezichten van de jongens – een straat in Tanger”. Een interessant boekje. Een mooi boekje. Gekregen in zo’n aantrekkelijke zelfstandige boekwinkel. Goed dat ze bestaan. Polare had 85.000 exemplaren van het boekenweekgeschenk besteld. Ze schijnen nu gretig aftrek te vinden bij andere boekhandels. Kleine zelfstandige boekhandels dus.

Voor reisverhalen, het thema van de Boekenweek, moet je natuurlijk bij Cees Nooteboom zijn. Deze reiziger gaat altijd een andere kant op dan je verwacht. Hij was erbij, toen de Berlijnse muur viel. Terwijl iedereen naar het westen snelde, liep hij doodgemoedereerd oostwaarts. En natuurlijk bij Redmond O’Hanlon. Zijn tv-serie O’Hanlons helden is nu bewerkt tot een geïllustreerd boek: In het spoor van de grote ontdekkers. O’Hanlon’s helden. O’ Hanlon zelf heeft geen voorliefde voor fatale ondernemingen maar zijn helden des te meer. Hun desastreuze expedities vormen de inhoud van de dertien minibiografieën in deze uitgave van Marc Argeloo e.a. Een bijzonder mooi boek.

In Nederland werd in 2013 voor 41 miljoen verkocht aan boeken. Polare (het p-woord was op het Boekenbal taboe) is ter ziele. Maar het boek is beslist niet dood. Het laat ons reizen door tijd en ruimte. Journalistiek gaat over feiten, romans over emoties. Het boek is overal. Lang leve het boek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen