Taqwacore 'the birth of PUNK ISLAM'

Three years in the making, this feature documentary follows the progression of the Muslim Punk scene: from its imaginary inception in a novel written by a white-convert named Michael Muhammad Knight to a full-blown, real-life scene of Muslim punk bands and their fans.

"This song is for all the homosexuals!"



When he was 17, Michael Knight left his mother’s home in Rochester to study Islam at a Pakistani madrassa. It was his first act of rebellion – against his abusive, schizophrenic, white-supremacist father. Years later, burned out on the demands of religious dogma, Mike rebelled once more – by penning a Muslim Punk manifesto called The Taqwacores. His work of fiction struck a chord with young Muslims around the world and before long, real-life Taqwacore bands were creating a scene. This film follows Michael and his band of Muslim punks as they journey across the U.S. and Pakistan, transforming their worlds, their religion and themselves through the spirit of Taqwacore.

La Route au Sud (117)

La_route_au_sud_117

D.C Lama (21)

Lama_bank_3

Dierbare oom Petrus,

(ingezonden) Uitgelicht: website Geert Mak, 13.10.2009 NIEUWE FLESSENPOST II - WIE BESTORMT DE BASTILLE? - Dierbare oom Petrus,

Dierbare oom Petrus,

(...)
"In mijn vorige flessenpost praatte ik u een beetje bij, u bent perslot al bijna een halve eeuw weg. ‘Hebben we niets geleerd, herhaalt de geschiedenis zich opnieuw?’, zag ik u denken, toen ik beschreef hoe een nieuwe Rattenvanger van Hamelen – je hoort die vergelijking steeds vaker - met zuurzoet gefluit door de Nederlandse straten trekt en een steeds langere staart van volgelingen achter zich verzamelt. Zelfs de vakbeweging gaat nu met hem praten. Het is, schreef ik tot slot, niet alleen de man zelf waar we het over moeten hebben. Die man is vooral een symptoom, een symptoom van diepere problemen.
Daarover deze nieuwe brief.
"

Mak_2
(...)
"Het almaar opnieuw tamboeren op de zorgen rond moslim-immigranten is immers ook buitengewoon demotiverend voor alle nieuwkomers – en dat is de overgrote meerderheid – die zich wel, en vaak in een verbluffend tempo, ontwikkelen tot medeburgers waar iedereen heel blij mee mag zijn. De permanente anti-islam campagne heeft een modderlaag van vernedering gelegd over alles en iedereen die ooit maar afkomstig was van een moslimland. Uiteindelijk dwingt zo’n kruistocht deze immigranten tot een pijnlijk dilemma: wil ik nog wel behoren tot een land, waarin zoveel mensen mijn afkomst en mijn tradities - en dus mijzelf - afwijzen? Moet ik niet verhuizen? Of moet ik me opsluiten, gevangen tussen de wal en het schip van een oude en een nieuwe cultuur? Er ontstaat zo, zeker bij sommige jongeren, een self-fulfilling prophecy, een verwijt van onaangepastheid dat, in zijn afwijzing, juist die onaangepastheid versterkt. Je moet, zeker als immigrant, stevig in je schoenen staan om tegen die stroom op te blijven roeien. Daarbij komt nog iets anders. We lijken de afgelopen jaren bijna vergeten te hebben dat allerlei problemen rond asocialiteit, isolement en desintegratie net zo goed bij autochtonen voorkomen."

Volledige tekst hierr.

Heeft u ook voorbeelden van Jip-en-Janneke-uitspraken/berichten/verslaggeving/foto's gehoord/gezien op radio, televisie of andere media? Stuur deze, met bronvermelding, dan naar hoeiboei@gmail.com .

La Route au Sud (115)

La_route_au_sud_115

Rodney Stark, God’s Battalions: The Case for the Crusades

Arabist_jansen

Rodney Stark, God’s Battalions: The Case for the Crusades, New York (Harper) 2009, 276 pp., isbn 978-0-06-158261-5.

Dit boek geeft op een manier die zelfs academici zal overtuigen, eindelijk eens een redelijk en rustig verhaal over de opkomst van de islam, de invasies van Europa door de moslims, de manier waarop de moslims de kruistochten hebben uitgelokt, en de sociaal-religieuze context van een en ander.

Ook de claims over de gigantische prestaties van de islamitische wetenschap en filosofie worden koeltjes onderuitgehaald. Tot voor kort was het in Nederland alleen Mat Herben die deze malligheid had aangepakt, maar nu dus ook de beroemde Amerikaanse godsdienstsocioloog Rodney Stark, tot op heden een volslagen buitenstaander in de debatten over de islam.

Dr Michiel Leezenberg, hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam, is in Nederland de onbestreden kampioen van dit soort islampropaganda. ‘De islam is niet achterlijk, nee, de islam heeft juist alles eerder uitgevonden en befilosofeerd dan het Westen’. Dat maakt het antwoord op de vraag waarom al die wetenschappelijke en filosofische activiteit dan gestopt is natuurlijk alleen maar pijnlijker maar zo lang willen we liever niet nadenken.

Dr Leezenberg is met de Socrates-wisselbeker bekroond voor zijn absurdistische studie over de voorlijkheid van de islamitische filosofie en wetenschap. Het is te hopen dat er iemand in de jury van die wisselbeker het boek van Stark leest, en zich vervolgens diep gaat schamen.

Maar goed, de bibliotheken liggen vol met boeken vervaardigd door de vrienden en de vriendinnen van de islam die betogen dat de moslims de zwaartekracht, het wiel en de vishengel eerder hebben uitgevonden dan wie ook. Er zullen wel mensen zijn die het geloven, net zoals vroeger de leugensymfonieën geloofd werden die door de vrienden en vriendinnen van het Stalinisme gecomponeerd werden.

Dit nieuwe boek van Rodney Stark is niet alleen een goed tegengif tegen de anti-Westerse malligheid van allerlei linkse goedmensen, het is ook een ongekend goede inleiding in de problemen rond de islam. Warm aanbevolen voor wie niet meer dan
één boek over de islam gelezen wil hebben.

HansJansen

(Amazon.com)

Gerard den Brabander - Herfstmiddag aan de Prinsengracht

De 50 beste gedichten

Ik zie de boom, geworteld op de voeten,
het jaar doorschrijden en het watervlak
der Prinsengracht. Ik zie het water groeten:
één grote glimlach, waar de zon in brak.
En toen ik haar op ingetogen benen
over de ronde rondebrug zag gaan,
liep er iets warms vanuit mijn borstkas heen
en keek ik dieper in mijn leeg bestaan.
Er blijven nu maar weinig dingen over:
water en zon, wat mist, verwelkend lover,
en, ergens in de droom daartegenover,
achter de hartstreek een verdwaalde pijn...

De pijn wordt groter, en het woord zó klein,
dat zij niet weten of zij samen zijn.

Toen in 1984 bij uitgeverij Van Oorschot de Verzamelde Gedichten van Gerard den Brabander verschenen (verzorgd door C. Bittremieux) waren de reacties gemengd. Den Brabander, was dat niet die dronkelap die altijd bij Eijlders op het Leidseplein rondhing? Goed, hij had ook wat gedichten geschreven, maar hadden die nu werkelijk zoveel waarde dat ze deze uitgave rechtvaardigden? Als om deze visie nog wat kracht bij te zetten, bevat het laatste deel van de uitgave veel van de gedichten die Den Brabander in het laatste stadium van zijn leven schreef op de achterkant van bierviltjes, op verzoek van klanten in ruil voor een rijksdaalder, zodat hij weer een borrel kon kopen.

Gerard den Brabander (pseudoniem van Jan Gerardus Jofriet, 1900-1968) was vermaard om zijn drankzucht. Jarenlang was hij werkzaam bij de posterijen, maar toen hij hijgend als een hond rondkroop op de afdeling met een postzegel op zijn voorhoofd geplakt, werd duidelijk dat het zo niet langer kon. In 1942 liep hij weg van huis en koos hij voor het bestaan van bohemien.

Den Brabander, de 'kleine slaaf van poëzie en taal', zette zich in zijn gedichten af tegen het leven van de benepen burgerman. Nu vinden wij dat misschien achterhaald, maar om hem werkelijk te begrijpen moeten we ons inbeelden hoe benepen de wereld in de jaren '30 was, een benepenheid die na de oorlogsjaren terugkeerde. Den Brabander ondernam dan ook weinig tot geen werkelijke pogingen van zijn alcoholisme af te komen. In 1967 werd hij opgenomen in de Jellinek-kliniek in Amsterdam, waar hij op 3 februari van het daaropvolgende jaar ten val kwam. Hij overleed een dag later. Gerard Reve doet in een van zijn brieven verslag van de begafenis. 'Als er in de hemel geen drank is, dan hoef ik er niet naartoe', zo zou Den Brabander ooit beweerd hebben. (De betreffende brief van Reve heb ik hier niet, dus ik geef het citaat zoals ik het mij herinner).

Vermaard is natuurlijk de passage uit Nader tot U van Reve, in de Brief door tranen uitgewist, waarin hij vertelt hoe de dichter Nico V. de 'oude bard' Gerard d.B. te logeren had: 'Het had Nico dagenlange voorbereidingen gekost om de bij vuur of open vlam vermoedelijk ontploffende dichtervorst uit Amsterdam mee te voeren, waar d.B. eindelijk, op de zoveelste overeengekomen dag, waarempel niet naar Café E. was gegaan, maar in zijn etagewoning reeds des morgens om zeven uur bovenaan de trap-die hij niet afdurfde-was gaan zitten, hoewel Nico pas om twee uur smiddags zou komen. Het transport was geen gemakkelijk karwei geweest, en had tot diep in de avond geduurd, omdat bij elke wisseling van paarden, in Alkmaar zowel als in Den Oever en Bolsward, één of twee maal een dubbele oude in een cola genuttigd moest worden. De literkruik drank, die kafeehouder E. bovendien voor onderweg had meegegeven, was in de bus naar Bolsward al leeggeraakt en, onder gebrul en gejuich, met hoofd uit het portier, uit de Bolswarder taxi de nacht ingeslingerd. De volgende dag konden bezoekers van Nico zijn zomerwoning de oude, moegeklonken zanger, rafelig als een zelfs voor de slacht te oud geworden hoen, in een leunstoel in de woonkamer zien zitten, waar hij afwisselend probeerde ons plaatstelijk advertentieblad te ontcijferen en een sigaret te rollen, wat geen van beide lukte, want hij zag veel te dubbel, of soms zelfs alles op zijn kop, en zijn handen waren te gezwollen om verfijnde bewegingen mogelijk te maken. Zo was de eerste droge dag verlopen. Na vijf dagen op sap en melk kon hij al enigszins duidelijk zien, zich door het huis bewegen en samenhangende mededelingen doen, terwijl zijn oogleden al veel minder etterden. Zijn voeten echter waren nog steeds lelijk opgezet.'

Ondanks zijn alcoholisme en de daaruit voortvloeiende legende toont Gerard den Brabander in zijn beste gedichten dat hij wel zeker een dichter van formaat was. Herfstmiddag aan de Prinsengracht is daar een mooi voorbeeld van. Den Brabander is één keer in zijn leven naar het buitenland geweest, toen hij op kosten van uitgever Van Oorschot naar Parijs kon (we danken er de mooie reeks Parijse Sonetten aan), maar verder zijn er weinig andere dichters die zozeer verbonden zijn met Amsterdam, ook al was Den Haag zijn geboortestad. Het is daarom terecht de dichter te eren met een gedicht waarin hij de pracht van de stad bezingt, op de hem typerende, licht archaïsche wijze. Het mooie beeld van de herfstmiddag aan de Prinsengracht, twijfel aan het lege bestaan en zijn rol als dichter, het zijn allemaal typische trekken van de poëzie van Den Brabander. Op zijn slechtste momenten niet meer dan een bezopen rijmelaar, maar vooral door zijn werk uit de late jaren '40 en de jaren '50 een dichter waar we trots op mogen zijn.

Kees Bakhuyzen

Leiden University Centre for the Study of Islam and Society

Cohen

Vragen die Job Cohen beantwoord wil zien:


Is de islam werkelijk een gewelddadige religie?
Op wat conflictjes met Joden, Hindoes, Boeddhisten & Christenen en wat gekibbel tussen soennieten & sjiieten na, is de islam heel vredelievend!

Wat betekent het dat Nederland islamiseert?
Nooit meer vrouwen met koude oren!

Verdraagt de islam zich met de democratische rechtsstaat?
Jazeker! Na introductie van het fenomeen ‘gekozen burgemeester’ zal er nooit meer een Joodse burgemeester van Amsterdam zijn.

Habib El Rapengaar
Polderimam

La Route au Sud (114)

La_route_au_sud_114

PvdA-aanhang hanteert onbewuste uitsluitingsmechanismen

Danpaati_zonsondergang_3

Plus update! Reisjes naar de West zijn levensgevaarlijk voor PvdA-miskopen: hierr.

Volgens de geschiedschrijving van Geert Mak en de politiek correcte schoolboeken is Nederland altijd een migratieland geweest. We werden in de Gouden Eeuw overspoeld door een tsunami van Vlamingen, Fransen, Duitsers, Friezen, Joden en Scandinaviërs. Maar na een korte aanloopperiode integreerden de nieuwkomers perfect in de Nederlandse samenleving. Maakt u zich dus geen zorgen, is de achterliggende boodschap. Met de moslims komt alles vanzelf goed.

Het spraakmakende boek De Europese Revolutie van publicist Christopher Caldwell maakt een hardhandig einde aan dit sprookje. Voor het eerst heeft zich met de moslims uit Turkije, Zuid-Azië en Noord-Afrika een groep immigranten gemeld - niet alleen in Nederland maar in heel West-Europa - voor wie een opgaan in het land van aankomst helemaal niet vanzelfsprekend is.

Het zijn niet alleen de imams en de regeerders van het moederland die de integratie belemmeren. In het naoorlogse Europa is een postmoderne elite aan de macht gekomen, die aanpassing aan de heersende cultuur niet zo belangrijk vindt. Vrijwillige assimilatie, vroeger de onvermijdelijke uitkomst van het emigratieproces, is in het verdomhoekje geplaatst. Wie roept dat ’ze’ zich moeten aanpassen, is al snel een racist of erger.

Volgens sommigen moeten niet de immigranten zich inspannen, maar is het zaak dat de autochtone Nederlanders integreren in de multiculturele samenleving. Af en toe hoor je zelfs de theorie dat de integratie van moslims slecht verloopt, omdat de autochtone bevolking weigert zich aan te passen aan de nieuwkomers.

Allerlei uitsluitingmechanismen zouden er de oorzaak van zijn dat de migrant zich niet prettig voelt in ons land. Deze veronderstelling wordt graag van stal gehaald als argument om onze regels en gewoonten aan te passen aan de eisen van religieuze leiders.

Ahmed Marcouch (PvdA) pleitte bijvoorbeeld in het discussieprogramma Buitenhof voor hoofddoekjes bij de politie. Door de hoofddoek niet toe te laten, zou het politiekorps moslima’s uitsluiten, redeneert de voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart. Een vreemde stelling, want op sollicitatieformulieren wordt nooit naar het geloof gevraagd.

Veel moslima’s kiezen er voor om geen hoofddoek te dragen. Zij kunnen zo gerust politievrouw worden, als ze aan de verdere vereisten voldoen. Als iemand echter haar hoofd bedekt uit vrije wil - of omdat het moet van de imam, de vader, de broer of de echtgenoot - sluit zij zichzelf uit van een functie, waarvoor een neutrale en uniforme uitstraling is vereist.

Afgelopen maandag las ik in de Volkskrant over een andere vorm van uitsluiting. Etnische Zakenvrouwen Nederland (EZVN) tekende in het bijzijn van premier Jan Peter Balkenende een overeenkomst voor de ‘pilot’ (sorry, zo heet dat) ‘rolmodel stimuleert talent’. Het komende half jaar worden veertig hoogopgeleide allochtone vrouwen aan een baan geholpen.

EZVN-voorzitter Maritza Russel: “Bedrijfsculturen kennen soms onbewust uitsluitingmechanismen. Denk bijvoorbeeld aan de vrijdagmiddagborrel. Allochtonen borrelen niet - moslims drinken zelfs helemaal niet - en blijven dus weg.”

Hier zien we weer eens het omkeren van de zaak. Bedrijven organiseren juist borrels om de boel bij elkaar te houden. Vervolgens zijn het sommige moslims die er zelf voor kiezen om weg te blijven. Bovendien gaat het slechts om een deel van de moslims, waarvan de religieuze norm opeens als geldig voor de hele groep wordt bestempeld.

Er bestaan genoeg moslims die rustig een biertje of een wijntje drinken met hun vrienden en collega‘s. Daarnaast zijn er moslims, die zo’n bijeenkomst alcoholvrij bezoeken. In wezen is hier sprake van een groep die zichzelf uitsluit met een beroep op religieuze regels. Er bestaat dus geen enkele reden om de Nederlandse bedrijfscultuur in de verdachtenbank te zetten.

De vereniging EZVN gaat nu ’jonge professionals’ aanmoedigen om deel te nemen aan de gezellige afsluiting van de werkweek. Komen die ’hoog opgeleide talenten’ niet zelf op het idee dat ze door zichzelf uit te sluiten een zelfgekozen apartheid bevorderen?

Over uitsluiting gesproken. De Telegraaf meldde onlangs dat Mariska Schaefer, dochter van partijlegende Jan Schaefer, uit de PvdA is gestapt en deelneemt aan de verkiezingscampagne van een concurrerende partij. Mariska heeft een snoepwinkel in de Jordaan. Na haar overstap werd de spreekwoordelijke tolerantie van de Grachtengordel goed zichtbaar.

Doordat Mariska haar rode nest heeft verlaten, heeft ze de afgelopen weken klanten verloren, meldt de Telegraaf: “Ik krijg mensen in de winkel die het niet begrijpen. Er zijn klanten die me een overloper noemen. Of een verrader. Er zijn er zelfs die geen gedag meer tegen me zeggen als ze langslopen.“

Wat heeft Mariska Schaefer misdaan? Is ze lid geworden van de ’racistische’ PVV, een halsmisdrijf in haar omgeving? Is ze paria geworden door haar sympathie te betuigen voor Rita Verdonk? Nee, Mariska’s doodzonde is haar steun voor de braaf-liberale VVD, die in het centrum van onze hoofdstad een einde wil maken aan de regeltjesterreur van Els Brezjneva Iping.

Honderd jaar geleden werden afvallige katholieken in Brabant en Limburg uitgestoten en geboycot als ze voor het socialisme kozen. Nu zijn het de socialisten die afvalligen met de nek aankijken.

Eigenlijk is het een wonder dat die PvdA nog altijd 13 zetels weet te halen in de peilingen.

Carel Brendel

"Islam is niet monolitisch" en Verdeeldheid in het Kamp van de Islam

Jihadwatchsmall

(...)
Ondanks de verschillen in de doctrines van de soennitische en sjiitische islam, ondanks de vier verschillende soennitische rechtsscholen, ondanks de geografische uitgestrektheid van het land van de Gelovigen, met verschillende niveaus van welvaart, en de diverse ontmoetingen met niet-moslims, verschillend qua machtspositie en houding, ondanks de uiterlijke verschillen – kleding, taal of keuken – als het op de islam aankomt, dan vormen de teksten en de dogma’s van de islam die voor moslims relevant zijn, en de houding ten aanzien van de niet-moslims, de islam tot iets dat men zeker kan omschrijven als “monolitisch.”

Wat niet “monolitisch” is, zijn de moslims zelf. En het is nou juist dat onderscheid dat door niet-moslims kan worden gebruikt om het kamp van de islam zoals men dat zonder meer kan noemen, te verzwakken. Maar het is van belang dat men de islam en de bedreiging begrijpt die de islam vormt voor de wettelijke en politieke instellingen van de niet-moslims, en voor de veiligheid van lijf en goed van niet-islamitische volken en staatsvormen, om tot een zodanig besef te kunnen komen dat men die bedreigingen kan herkennen en vervolgens het onderscheid tussen de islam en de moslims als wapen kan gebruiken tegen de ideologie van de islam. Als je de islam niet wilt bestuderen, als je willens en wetens onwetend wilt blijven van wat dit inhoudt, als je niet de teksten analyseert, zul je de dogma’s van de islam niet begrijpen, als je niet de grote westerse geleerden leest, zelfs niet de islamitische schriftgeleerden leest die, openhartig zonder verdoezeling van feiten, voor hun mede-moslims, dus niet voor ongelovigen, schrijven – en dus de waarheid zeggen – als je niet de geschiedenis van meer dan 1350 jaar islamitische veroveringen en onderwerping van niet-moslims met hun verschillende geloven en culturen bestudeert, als je geen eigen betekenis geeft aan het gedrag en de verklaringen van moslims heden ten dage, dan zul je dit nooit begrijpen.

Ze hebben laten zien dat ze de niet-islamitische maatschappij op die manier in verwarring brengen, van wie een aantal toestemming heeft gekregen om in het Westen te verblijven, en ze bewegen hemel en aarde om te voorkomen dat niet-moslims kennis nemen van de teksten en de dogma’s, waarbij ze benadrukken dat “alleen moslims” kunnen uitleggen wat deze teksten betekenen.

En dan hebben we de apologeten van de islam, de bekende moslims die zeer bedreven zijn in de sluwe en duistere kunst van misleiding (zie, bijvoorbeeld, Tariq Ramadan). Aangezien niet-moslims zo vaak onwetend zijn, schotelen zij het onoplettende niet-islamitische publiek een standaardverhaal voor, waarbij heel erg selectief uit koran en hadieth wordt geciteerd. Ze zullen bijvoorbeeld nooit nalaten om te komen met 2.256 (“er is geen dwang in de godsdienst”) maar de onoplettende luisteraar komt niet op het idee om te vragen: als dat zo is, waarom worden dan diegenen die de islam willen verlaten met de dood bedreigd? En als dat zo is, waarom worden niet-moslims als ze niet zijn gedood, onmiddellijk gedwongen bekeerd, aan ondraaglijke vernederingen en belastingen onderworpen – de vernedering, de degradatie, de onveiligheid voor lijf en goed – dat de dhimma met zich brengt? Maar dan komt deze gladde woordvoerder met het misleidende en zeer selectieve standaardcitaat, dat volledig uit de context is – zoals bijvoorbeeld 2.256 en 5.32 zonder 5.33. Elke intelligente en oplettende niet-moslim, indien goed voorbereid, kan de standaardinhoud van de korte bloemlezing van de moslim-apologeet van citaten uit de koran en een paar “niet-authentieke” ahadith leveren.

Het is volkomen natuurlijk dat je als moslim-woordvoerder de meest sussende en passende uitleg van de islam geeft. Als ze ook nog charmante persoonlijkheden zijn, met een zachtaardige uitstraling, als de vrouwen er goed uitzien, als het allemaal in de trant is van laten we de islam er buiten laten, laten we degenen negeren die fanatiek zijn, laten we redelijk zijn, want we zijn tenslotte allemaal volwassen beleidsmakers in Washington, we zijn geen primitievelingen, dan is het zo gemakkelijk. En bovendien wil men dit ook graag geloven – want als je dit niet doet, hoeveel moeilijker en zwaarder en gevaarlijker zal het dan worden. Dus diegenen die de verantwoordelijkheid hebben om ons te beschermen, nemen als “vertegenwoordiger” de charmantste, meest aannemelijke, persoon die qua voorkomen de mensen voor zich wint. Neem nou bijvoorbeeld koningin Queen Rania, of koningin Noor bij hun optreden naar buiten toe, waarbij ze alles zeer zorgvuldig verwoorden, en hoe weinig ze ons helpen bij het begrijpen van de primitieve islamitische mensenmassa’s, of van wat de islam inhoudt. Hun glimlach, hun gladde en voorzichtige manier om dingen uit te leggen, zijn alleen maar om dingen te verhullen, zoals zij zelf ook alleen maar verwarring zaaien en afleiden.

Als je niet beschikt over de geestelijke bagage die kennis van de islam en zijn geschiedenis van islamitische verovering inhoudt, zul je snel worden ingepakt door die collega met de vriendelijke stem uit Karachi die met warme belangstelling vraagt naar het welzijn van je familie. Maar probeer met hem maar eens het onderwerp over de kleine Aisha, of de Deense spotprenten, of India, of Israel, of “islamofobie,” aan te roeren, en zie dan de ingehouden of open hysterie die dan ineens naar bovenkomt. Je kunt anderzijds worden ingepakt door een glimlachende charmeur net zoals Chaucer zegt, “het mes verborgen onder de kleding.” Het zijn niet alleen de overduidelijk fanatieke leden van de Taliban die een bedreiging vormen, maar ook al diegenen die verwarring zaaien en afleiden en al diegenen die proberen de “strijd” of jihad te faciliteren, op een wijze die geheel verschilt van het terrorisme - dat gemakkelijk is te herkennen en daardoor te bestrijden - door alle obstakels die de verspreiding en overheersing van de islam in de weg staan, op te ruimen.

Het cliché “islam is niet monolitisch” is onderdeel van het bedrog. Het wordt in stelling gebracht om te verwarren, om de onderzoekende houding van de niet-moslim (en kritiek) inzake de islam te doen stoppen en op die manier de weerstand tegen de islamitische jihad te verzwakken.

Hugh Fitzgerald

Vertaling - Rudolf, Bron: Jihad Watch "Islam Is Not Monolitich" and Divisions Within the Camp of Islam.

- Een uitstekend boek voor meer kennis over de islam, zijn doctrines en de getuigenissen van afvalligen is het boek: “Weg van de islam”, zie hier.

- Interessante site: beweging van Belgische ex-moslims:

http://www.exmoslim.org/geen%20dwang%20in%20de%20godsdienst.htm

La Route au Sud (112)

La_route_au_sud_112

Faits divers

Geitjes_top

Een knipsel dat ik recentelijk onder ogen kreeg, uit The Independent van 20.11.'96 beschrijft hoe een Christen in een van de Golfstaten werd gegeseld omdat hij een Islamitische vrouw gehuwd had.

Nu is het op zichzelf natuurlijk heel positief als Christenen van tijd tot tijd worden gegeseld; dat weten zij zelf beter dan wie ook, maar er blijft toch iets knagen: ook de Moslims komen dan in aanmerking, eerlijk is eerlijk. Veel argumenten over de dwaalwegen van het Christelijke geloof zijn zonder meer ook op de Muzelmaanse religie van toepassing; het niet-geloven is om zo te zeggen niet alleen Christelijk maar ook Islamitisch, zoals het ook geen verschil kent tussen geloof en bijgeloof. Het niet-geloven streeft naar universaliteit.

Er is geen twijfel aan dat de Islam in een zonderlinge positie verkeert, doordat zij aan de ene kant object is van raciale discriminatie en aan de andere kant als gevolg daarvan een buitensporige tolerantie geniet. Ik ontving meerdere reacties met de strekking: als u dit of dat in het Christendom zo bezwaarlijk vindt, waarom zegt u dan niets van de Islam, daar is het even erg of nog erger.

Dat verwijt is terecht. Op een Zondagochtend een poosje geleden zag ik bij toeval op de televisie een Islamitisch cultureel programma, in het Turks, met Nederlandse ondertiteling. Wat daarin beweerd werd was ongehoord. Als een politicus van de Centrumpartij hetzelfde zou zeggen zou hij vervolgd worden, en terecht. Waar het op neerkwam was dat het Westen en het Christendom - onderling verwisselbare begrippen - een poel van onreinheid en dwaling waren die eigenlijk niet op de aarde getolereerd kon worden, met daartegenover de Islam als oase van kuisheid, zuiverheid en juiste inzichten, bestemd tot heerschappij over de wereld; en dat alles in termen zo demagogisch, infantiel en onverdraagzaam dat ik niet geloofde wat ik zag en hoorde. Ik was nog niet zo thuis in de gangbare verhoudingen in Holland en dacht een historische ontsporing te hebben meegemaakt waar de volgende dag de kranten vol van zouden staan, maar nee, er gebeurde niets; zo ging het blijkbaar elke Zondag en niemand maakte zich er druk om. Dat laatste zou misschien weer bewonderenswaardig zijn als het niet selectief werd toegepast.

Dat beeld ('demagogisch, infantiel en onverdraagzaam') wordt door ontelbare publicaties en getuigenissen bevestigd en stelt in staat de Islam net als iedere andere religie ongenadig belachelijk te maken; maar de herkenbaarheid van dat beeld wordt met grote schijnheiligheid geloochend en spot of kritiek worden vereenzelvigd met racisme.

Opvallende punten zijn de extreme intolerantie en binding met geweld die kenmerkend zijn voor de Islam, maar die haar om een of andere reden niet mogen worden aangerekend; zij worden van de hand gewezen als niet-essentieel en gebaseerd op een verkeerde beoordeling; wie zich daar niet bij neerlegt bewijst daarmee zijn vooringenomenheid. Ter illustratie een verschijnsel waarover ik mij bij het Christendom meermalen vrolijk heb gemaakt: het feit dat er altijd mensen staan te popelen van ijver om God te helpen of te wreken, hetgeen onzinnig is omdat Gods almacht zulke hulp of wraak overbodig maakt. Ook de Islam kenmerkt zich door dit verschijnsel, en wel met een sterretje. Voorbeelden liggen voor het oprapen. Een berichtje van enkele dagen geleden beschreef een proces in Sitoebondo Oost-Java, tegen een Indonesische Moslim die in twijfel had getrokken of Mohammed wel de door God gezonden profeet is. 'Toen de aanklager op 10 oktober een straf van vijf jaar tegen Saleh eiste, protesteerden duizenden moslims die vonden dat hij de doodstraf verdiende. Zij staken kerken in brand toen zich het gerucht verspreidde dat Saleh een kerk was binnengevlucht om aan een lynchpartij te ontkomen [...] Hierbij werden vijf mensen, waaronder een priester, levend verbrand.' (de Volkskrant 19.11.'96)

Berust het herkenbare in zo'n bericht (afkomstig van AFP, Reuter, DPA) op vooroordeel? Berichten als deze worden door de meeste pleitbezorgers van de Islam van de tafel geveegd met de tegenwerping dat het 'faits divers' zijn waar de Westerse pers een morbide voorkeur voor heeft en die een 'totaal vertekend beeld' geven; maar ik ben juist bang dat dat beeld helemaal niet vertekend is en wel degelijk een onderdeel van de religieuze mentaliteit.

Het kost geen enkele moeite om van deze instelling dozijnen voorbeelden te vinden, afkomstig uit de meest uiteengelegen regionen van de Islamitische wereld. Nog niet lang geleden ontstonden in Lahore ongeregeldheden toen een rechtbank twee Christenen vrijsprak die godslasterlijke leuzen op de muur van een moskee zouden hebben geschreven. 'Woedende Islamitische studenten' hadden de rechters, de advocaten en de beide verdachten met de dood bedreigd (NRC 24.2.'96): zij wilden die Christenen zelf ter dood brengen. 'Er zijn de afgelopen jaren zeker zes christenen ter dood veroordeeld wegens godslastering,' zo meldde dit bericht nog, 'maar tot dusverre is bij geen van hen het vonnis daadwerkelijk voltrokken.' Faits divers! In 1992 stierf de vijfendertigjarige Tahir Iqbal in de gevangenis, omdat hij bepaalde passages in een Engelstalige Koran had onderstreept. Toen de Pakistaanse schrijfster Taslima Nasreen werd gearresteerd op beschuldiging van blasfemie liepen de gelovigen bij duizenden te hoop en eisten dat zij ter dood werd gebracht. En de grootmoeder van alle faits divers van dit type is natuurlijk de fatwa tegen Rushdie, waarbij de helpers van God ook weer stonden te trappelen om het vuile werk voor Hem te doen.

En dit is nog maar één detail. Er is een even gevarieerd plakboek samen te stellen over de discriminatie van vrouwen in de Islam (ook weer een onderwerp dat altijd met grote schijnheiligheid ontkend wordt), om maar te zwijgen over de primitieve opvattingen met betrekking tot homosexualiteit. Dan hebben we het niet gehad over de Korangeleerden in Cairo die de Egyptische hoogleraar Aboe Zeid (die naar Nederland is uitgeweken) om zijn onorthodoxe opvattingen wilden dwingen van zijn vrouw te scheiden, laat staan over wat er gebeurt in Algerije, Iran, Soedan en Afghanistan.

Het verband waarin dit alles gewoonlijk ter sprake komt is pogingen om vast te stellen of het al of niet een bedreiging voor ons vormt. Het is niet mijn bedoeling mij daarmee in te laten: het is bij mij zuiver theologische belangstelling; liefde voor de godsdienst, zou je kunnen zeggen. Een passie voor vragen als: waarom verschijnt de Heilige Maagd nooit eens in Mekka? En waarom, als de Islam zo verdraagzaam en vredelievend is als Van Bommel en Van Koningsveld beweren, is er nooit eens een fatwa tegen zelfmoordaanvallen en het vermoorden van tegenstanders? Helaas, dat weegt niet zwaar in de Islam. 'Geen twee geiten zullen elkaar daar om aanstoten.' *

Rudy Kousbroek

Uit: Hoger Honing - Rudy Kousbroek
Pag. 79-83
Meulenhoff Amsterdam
1997

* Dat is hoe de Profeet een volgeling genaamd Umayr geruststelde, die zich bezwaard voelde na de dichteres Asma te hebben vermoord die de Islam bespot had: 'Toen de Profeet was teruggekeerd uit Badr ging Umayr in het holst van de nacht haar huis binnen, terwijl haar kinderen om haar heen lagen te slapen. Het kind dat zij aan het zogen was duwde hij opzij en hij stak zijn zwaard in haar borst totdat het aan de andere kant er uit kwam. Toen ging hij heen om in de stad het morgengebed achter de Profeet te verrichten. Toen de Profeet wegging, keek hij naar Umayr en zei: 'Heb je de dochter van Marwan gedood?" Hij zei: "Ja, bij mijn vader, O Gezant Gods." Omdat hij bang was door haar te doden tegen de wens van de Profeet gehandeld te hebben, zei hij: "Heb ik daar verkeerd aan gedaan, O Gezant Gods?" De Profeet zei: "Geen twee geiten zullen elkaar daar om aanstoten." (Boek der veroveringen, geciteerd naar J. Brugman, 'Het getrokken zwaard', HP/De Tijd, 24.5.96),

Ondank is werelds loon

Vriendjes

Het is me inderdaad een duivelspact van jewelste. Aan de ene kant Geert Wilders, het Grote Kwaad. Leider van de rechtse en ‘racistische’ PVV. Verbieder van de Koran. Voorstander van het knieschot voor relschoppers. Bedenker van de denigrerende ‘kopvoddentax’. De bezwaren zijn algemeen bekend.

Aan de andere kant Agnes Jongerius. Voorzitter van de linkse vakcentrale FNV. Promotor van hoofddoekenbrigades, die niet alleen de hoofddoek maar ook de sluier door de strot van werkgevers willen duwen. Voorstander van bidruimten op het werk, zoals ze liet weten in een interview met de salafistische website Al-Yaqeen. Volgens Jongerius staan de achterliggende waarden van de islamitische dwangmaand ramadan dicht bij de vrijheidslievende grondbeginselen van de FNV.

De ‘asociale AOW-plannen van het kabinet’ hebben de twee tegenpolen tot elkaar gebracht. Geert en Agnes gaan een kopje koffie drinken. Jongerius is bereid om zaken te doen met de duivel en zijn oude moer. Een verstandige houding als je leider bent van een grote lobby-organisatie.

Aan het Binnenhof gebeurt niet anders. Als Kamerleden, ook van partijen die de PVV te vuur en te zwaard bestrijden, een meerderheid willen voor hun standpunt, wordt er ook gepolst bij de PVV. Dat gebeurt bij antikraakwetten en ontpoldering, maar ook bij in het integratiedebat gevoelige onderwerpen als een verbod van de boerka in het openbaar vervoer.

Voor enkele ouderlingen van de linkse kerk is het echter onverdraaglijk dat Jongerius met Wilders om de tafel gaat zitten. Peter de Pagter van de ambtenarenbond AbvaKabo in Amstel-Kennemerland (en actief voor de SP in de provincie Noord-Holland) wil Jongerius desnoods het voorzitterschap ontnemen. Edith Snoey, landelijk voorzitter van de ambtenarenbond, noemt de PVV een ‘no go-area.’

De Wildersbestrijdingsdienst aan het Binnenhof staat vooraan bij de veroordeling van het ‘duivelspact’, zo blijkt vandaag uit een rondgang van de Volkskrant. Femke Halsema (GroenLinks) noemt de toenadering ‘schokkend’, ‘volstrekt opportunistisch’ en ‘heel dom’. Alexander Pechtold (D66) spreekt van een ‘coalitie van de angst’. Ook de Rotterdamse PvdA-wethouder Dominic Schrijer vreest dat Jongerius de PVV salonfähig maakt.

Zijn partijgenoot Mohammed Mohandis (voorzitter van de Jonge Socialisten) vindt de coalitie daarentegen begrijpelijk, omdat de achterban van de FNV bestaat uit kiezers van PVV en SP. SP-aanvoerder Agnes Kant is zelfs blij met het PVV-standpunt: “Iedereen is welkom actie te voeren tegen een hogere AOW-leeftijd.”

Jongerius moet zich nu verantwoorden voor haar gesprek met de PVV. Zo gaat dat dus. Je neemt een gehoofddoekte chauffeur in dienst. Je sjouwt tijdens de ramadan van iftar naar iftar. Maar als je je voor één keer inlaat met het Grote Kwaad, sta je gelijk in de verdachtenbank. Ondanks is werelds loon.

Carel Brendel

La Route au Sud (111)

La_route_au_sud_111

Vraag en Antwoord (13)

Vraag_top_1

Probleemjongeren in dienst gemeente

"De gemeente wil problematische jongeren in dienst nemen, ook als zij een strafblad hebben. Dat zal gebeuren via het uitzendbureau Mo Money, zegt stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch van Slotervaart." Het Parool, 8.10.2009, lees hier verder.

Hoe verhoudt zich dit tot de Verklaring Omtrent het Gedrag, die voor veel gemeentelijke functies (ook van uitzendkrachten!) wordt gevraagd?