Ayaanitis (deel 2)



“Hardcore Orientalism”
Ayaanitis bestaat er in verschillende verschijningsvormen. Vele symptomen zijn uitvoerig gedocumenteerd maar misschien nog niet als zodanig herkend. Bijzonder vatbaar voor Ayaanitis zijn de islamdeskundigen. Zeker toen Ayaan de actualiteit van hun onderzoeksgebied ging overheersen kon een geleerde reactie niet uitblijven.
Allereerst iets meer over de specifieke constitutie die islamdeskundigen zo vatbaar maken voor Ayaanitis.
Sinds de verpletterende zegetocht van Edward Saïds oriëntalisme uit 1980 houden islamdeskundigen in binnen
en buitenland zich meer bezig met de beeldvorming over islam, dan met islam zelf. Volgens de leer van het Orïentalisme zijn niet de veel voorkomende misstanden in de islamitische wereld het probleem, zoals ongelijkheid van vrouwen en religieuze onverdraagzaamheid, maar de westerse aandacht daarvoor. De enige reden waarom westerlingen sinds de 19de eeuw zich gretig op de negatieve aspecten van de islam stortten, was volgens Saïd het bevestigen van hun eigen morele superioriteit ten opzichte van de muzelman. Welk weldenkend mens wil begin 21ste eeuw van zoiets akeligs beschuldigd worden? Zelfs in positieve zin was vervoering over de “exotische” Oriënt en “de lekkere luchtjes in de Kashba”, niet meer dan een neerbuigende verlekkering. In zijn pose van onberispelijk gentleman had Saïd persoonlijk overigens de grootste moeite met “die lekkere luchtjes van de Kashba” die hij maar vond stinken. Net zoals hij het gekweel van Oum Khalsoum, de koningin van het Arabische lied, niet kon aanhoren.
Dat er in het Westen wel kunsttradities waren ontstaan die Saïds waardering konden krijgen, zoals de roman en klassieke muziek, kwam volgens hem in de eerste plaats door het kolonialisme. Dus ten koste van de oriënt. Ooit verkondigde hij op een lezing aan de Amerikaanse universiteit van Caïro, dat Jane Austen alleen maar de tijd en ruimte kon vinden om boeken te schrijven, doordat haar broer bij wie zij inwoonde, fortuin maakte in de koloniën door inlanders uit te buiten.
Orientalism heeft er toe geleid dat alle opvattingen en beschrijvingen over de islamitische wereld en niet alleen de islamitische wereld maar de gehele wereld, in feite verdacht zijn behalve als die van authentieke moslims zelf afkomstig is. Voor deskundigen bleef niets anders over dan zich in alle bochten te wringen om niet van neerbuigend oriëntalisme te worden beschuldigd en op zo geleerd mogelijke wijze overbrengen dat het eigenlijk alleen voor moslims mogelijk is een authentiek oordeel over de islam en de wereld te vellen. Verregaande identificatie met het onderwerp is daarvoor een vereiste, hoewel de islamdeskundige het zelf liever als een genuanceerde blik omschrijft. Sinds Nederland niet meer weet wat het met haar eigen moslims aan moet beleven islamdeskundigen gouden tijden. Maar toen was daar opeens Ayaan. Zij voldeed volledig aan de regels van een authentieke ervaringsdeskundige, alleen had zij niet de wenselijke uitleg. In ISIM Review nr. 15, het huisblaadje van het International Institute of study of the islamic modern world (ISIM) te Leiden, buitelden de geleerden over elkaar heen, om uit te leggen waarom Ayaan haar recht op authentieke autoriteit volledig had verspeeld.
Professor Annelies Moors, die de Isim leerstoel voor moderne islamitische samenlevingen aan de UVA bekleedt, fileert de film Submission volgens de veel beproefde methode van Edward Saïd. De film was hier ter lande al eens vergeleken met Goebels’ Der ewige Jude, maar nog niet met “Hardcore Orientalism”. Gezien het discours van Moors is het maar de vraag welke beschuldiging erger is.
Als toegewijd Saïdaan heeft Annelies Moors zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een internationaal gerenommeerde hoofddoekspecialiste. Momenteel leidt zij het onderzoeksprogramma: Body politics of Representation.Verschillende zaken heeft zij langs de meetlat van het Oriëntalisme gelegd, van Palestijnse ansichtkaarten tot street fashion in Jemen. Wat betreft Submissionkon zij  haar lol dus wel op:
“Hoewel sommigen de film als kunst beschouwen valt die vooral op in haar fantasieloze navolging van de visuele verbeelding van het oriëntalisme”. Ayaan Hirsi Ali mocht dan wel verklaren dat zij voor een doorschijnende sluier had gekozen om een vrouw van vlees en bloed te tonen, maar ondertussen gebruikte zij en Van Gogh, volgens Moors, dezelfde technieken als de negentiende eeuwse schilders die ter opwinding van hun publiek, gesluierde maar ondertussen hevig lonkende haremmeisjes schilderden.
“Terwijl in de beeldtaal het vrouwelijke lichaam wordt geërotiseerd door een suggestie van verleiding en pijn” grijpt de gesproken tekst volgens Moors terug op een meer academische vorm van Oriëntalisme. Daarin wordt het alledaagse doen en laten van “de oosterling” bepaald door de islam en wordt zodoende een verband gelegd tussen bepaalde koranverzen en het mishandelen van vrouwen door hun mannen. Waarschijnlijk tot haar grote vreugd ziet Moors hierin “een merkwaardig samengaan met het fundamentalistisch gedachtegoed”, want: “Hirsi Ali beschouwt de betekenis van Koranverzen als één dimensionaal die maar één mogelijke interpretatie toelaat, namelijk de meest nadelige voor de vrouw.”
In Isim Review No 16, wordt de lijn van Ayaan de fundamentalist verder uitgewerkt. In “Rape and the loss of agency” spiegelt Sanaa MakhloufSubmission van de “now notourious” Hirsi Ali aan een incident in Saoedi Arabië dat tegelijkertijd plaatsvond met de commotie rondom de film. Het ging om de verkrachting van een jonge moslimvrouw die was gefilmd met een mobiel telefoontje en vervolgens over het netwerk van het koninkrijk is verspreid. In de discussie die daarop losbrak werd niet de verkrachter veroordeeld, maar de moderne techniek die jonge mannen op foute gedachten bracht. Ook inSubmission kreeg volgens Makhlouf, niet zozeer de verkrachter de schuld, als wel de islam.
Makhlouf die voor een meer gedetailleerde analyse van Submission graag verwijst naar het stuk van Moors, besluit vol verontwaardiging met de onnavolgbare stelling: “Of seksueel geweld tegen moslimvrouwen nu vanuit westers of islamitisch oogpunt aan de kaak wordt gesteld, het is oppervlakkig en mist oprechte betrokkenheid. Het lijkt wel alsof het (....) is ingegeven door de noodzaak om het zo snel mogelijk toe te dekken in plaats van deze kwestie op een open en zelf reflexieve manier te behandelen”.
Wat je ook op de kwaliteit en het uiteindelijke effect van Submission aan te merken hebt, met de beste wil van de wereld kan je niet beweren dat Hirsi Ali net als de fundamentalistische scherpslijpers in Saoedi Arabië geweld tegen moslimvrouwen wil toedekken voor een hoger doel. Eerder het omgekeerde.
Ayaan is natuurlijk niet alleen een onbuigzame fundamentalist maar ook een sloerie. Een van de grootste troeven die Moors gebruikt om Ayaans argumenten ongeloofwaardig te maken is de  bewering dat zij zich in het gezelschap bevindt van “ very powerful political players”: “ “Zij behoort tot een traditie van islam bashers die is ingezet door Frits Bolkestein en in toenemende mate aan invloed wint, binnen de Nederlandse samenleving.”
Tegen de Amerikaanse Nation van 27 juni 2005, liet Moors zich over “Hirsi Ali’s aanbidders” ontvallen, dat het nu eenmaal een oude bekende fantasie was: “blanke mannen die zwarte vrouwen in bescherming nemen tegen hun eigen zwarte mannen”. Opkomen voor de rechten van de moslimvrouw kunnen wij volgens Moors beter overlaten aan “echte moslimfeministen zoals Fatima Mernissi.” Dat is tenminste opbouwend want die weet zelfs aan de meest vrouwonvriendelijke passage in de Koran, een feministische draai te geven.
Toen Moors er lucht van kreeg dat Ayaan Hirsi Ali in september 2005 het academische jaar van de UvA zou openen, is zij meteen in de pen geklommen “Wij vinden het een beschamende vertoning dat het College van Bestuur een omstreden politica op deze manier erkenning geeft. Het is bovendien opvallend dat deze erkenning vooral van witte mannen komt, die zich voorheen nooit met moslimvrouwen bemoeiden. Een groot aantal moslimstudenten en medewerkers voelt zich in ieder geval niet door deze keuze gerepresenteerd”. De brief verscheen in enigszins aangepaste vorm in Folia en was bereidwillig ondertekend door het fine de fleur van de Amsterdamse islam- en Midden Oosten-wetenschappen, zoals professor Ruud Peters, Richard van Leeuwen en Thijl Sunier. Het was waarschijnlijk aan de “Witte Mannen” onder de ondertekenaars te danken dat “Witte Mannen” was vervangen voor “hoogopgeleide autochtone mannen en vrouwen”.
“Het lijkt wel alsof het recht om te beledigen een nieuwe Nederlandse kernwaarde is geworden”, is een van de bittere conclusies die Moors trekt in haar diepgravende analyse in ISIM Review.
Volgens Haleh Gorashi, de inmiddels flink aan de weg timmerende antroploge van de VU, in de hierboven geciteerde Isim Review, is er mede door Ayaan Hirsi Ali een “dubbel discours” in Nederland ontstaan: “een voor de echte Nederlander en een voor de ongewenste Nederlander, die moet integreren, beschermd worden tegen haar echtgenoot, of de taal moet leren”.
Maar als hier iemand ongewenst was dan was het toch wel Ayaan Hirsi Ali zelf. Met haar vertrek kunnen “wij” eindelijk aan een harmonieuze  samenleving bouwen. Niet zonder enige ironie kunnen wij nu teruglezen hoe Halleh Gorashi zich destijds beklaagt over het feit dat Ayaan de “welkome mouthpiece was geworden van het dominante discours in Nederland waarin moslimmigranten worden afgeschilderd  als problemen en vijanden van de natie”. Afgezien van de nogal karikaturale beschrijving is het maar de vraag of hier ooit een dominant discours is geweest. Sinds Ayaans vertrek is zorg over de islam toch meer iets voor the lunatic fringe. En Gorashi is inmiddels zelf de welkome mouthpiece geworden van het echte dominante discours dat het feest van de migratie en participatie bezingt. In de Vrij Nederland van deze week hebben wij kunnen lezen hoe zij op aandrang van Lubbers het debat over dit onderwerp heeft mogen aanjagen en welke invloed zij op het huidige regeerakkoord hebben gehad.
Wat zal iemand als Moors tenslotte maken van Ayaans nieuwe werkgevers bij het AEI in Amerika? Is zwarte vrouwen in bescherming nemen tegen de Kukluxclan ook een oude bekende fantasie van witte mannen? Want daar aan de overkant van de oceaan spreken benepen polderboeren en boerinnen ongetwijfeld minder tot de verbeelding.
Afgelopen november werd in de Rode Hoed de aanwezigen gevraagd om op te staan als zij het eens waren met de stelling dat Ayaan niets maar dan ook niets had bijgedragen aan de verbetering van de positie van Nederlandse moslimvrouwen. Ruud Peters, onder vakgenoten al jaar en dag bekend onder de naam JihadPeters, ging toen ijverig in het gelid staan. Ietwat stram door de Ayaanitis, dat wel.
Barry Oostheim
Volgende keer Ayaanitis als vakantieziekte
(2007)

7 opmerkingen:

  1. De geschiedenis herhaalt zich, nu in Amerika

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Opvallend is ook dat de Universiteit van Amsterdam (UVA) een soort van ideologisch centrum lijkt te zijn waar het nieuwe socialisme dat we inmiddels kennen als verzamelwoord "Islam" wordt gepredikt.

    De reflexen tegenover kritiek zijn zo identiek, met de manier waarop de linkse beweging in het verleden op kritiek van het Communisme en haar varianten reageerden.

    Toen was de criticus een rechtse fascist, en wie nu fijntjes wijst op de barbaarsheid van de Islam wordt een islamofoob genoemd.

    Ze ontkend weer een fellow traveller van een fascistische en nazistische ideologie te zijn, en kruipt in de veilige schoot van gelijkgezinden die de baas zijn in de UVA.




    BeantwoordenVerwijderen
  3. The shame of Brandeis University

    Phyllis Chesler:
    "The conclusion: One can criticize Judaism, the Jewish state, America, real apartheid in South Africa, but one cannot criticize Islam, Islamic Jihad, Islamic supremacism, and Islamic gender and religious apartheid without being attacked and silenced".


    BeantwoordenVerwijderen
  4. Wat is er eigenlijk mis met 'orientalisme''? De islam mag natuurlijk niet op kritisch rationele wijze bestudeerd worden, want wat er onder de sluier zit is echt niet mooi.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. De fobie islamofoob genoemd te worden. Geschreven door een ex-moslim.
    http://www.huffingtonpost.com/ali-a-rizvi/the-phobia-of-being-calle_b_5215218.html

    BeantwoordenVerwijderen
  6. De fobie islamofoob genoemd te worden, geschreven door een ex-moslim.
    http://www.huffingtonpost.com/ali-a-rizvi/the-phobia-of-being-calle_b_5215218.html

    BeantwoordenVerwijderen
  7. De fobie islamofoob genoemd te worden, geschreven door een ex-moslim.
    http://www.huffingtonpost.com/ali-a-rizvi/the-phobia-of-being-calle_b_5215218.html

    BeantwoordenVerwijderen