Beste Rob,


Poste Restante Jogyakarta, 29 juni 1978

Beste Rob*,

(...)
We zitten hier erg gelukkig. Je kunt vaak genoeg een goed, stil hotel vinden, waarvan echter het genot verminderd wordt door het feit, dat je elke dag slechts met de bemo de echte mensenwijk kunt bereiken. Hier rondom is het niets dan pasars, warenhuizen, eettenten, woonkampongs etc. Het is natuurlijk maar een eerste indruk, maar het zijn hier, gelijkt het wel, stillere en introvertere mensen dan op Bali. En van dat Australische vee zijn we af: ik stond echt op het punt van instorten. Maar ontlopen doe je je lot niet: in het eerste eethuis was het hier al raak. Een vies vet Duits of Amerikaans of Frans of God weet wat voor varken van een jaar of twintig zat zelf-medegebrachte broodjes te beleggen, bij een glas besteld vruchtensap. Hij nam van één van de haken waaraan de tijdschriften hingen, een Time, en begon die, al etend, met zijn vreten op de paginaas, te lezen. Tenslotte ging hij wederom een broodje smeren, en legde ook nog zijn beboterde bestek op de paginaas. Dat werd mij te veel. Ik stond op, schoof zijn vreten van de opengeslagen bladzijden, en ging het tijdschrift aan zijn lusje op de haak terug hangen. Hij bleef zitten, balde zijn vuisten en keek zeer woest. Ik zei alleen maar: 'Also other people but you are meant to read it', en 'It isn't a table cloth'. We waren zelf op het punt om af te rekenen. De situatie was wel dreigend. Het personeel, allemaal van die duldzame Madames Butterflies, had enorm veel plezier. Nu moet je weten, dat ik eigenlijk een enorme lafaard ben, en dat alleen mijn eergevoel mij dwingt, desnoods tot de dood toe, partij te bieden. En ook kies ik, helaas, nooit een teringachtige pianostemmer uit, maar altijd een zwaargewicht van 108 kg. Maar er gebeurde verder niets, en wij gingen verder. Ik weet niet wat het is, maar ik kan geen schofterige ploertigheid jegens onschuldige, deugdzame, zwoegende mensen aanzien. Het is ongehoord, in het algemeen, het gedrag van de vreemdelingen in dit land. Waarschijnlijk omdat alles zo bespottelijk goedkoop is, zodat ze de mensen ook voor goedkoop houden. God beware dat tuig, maar ook ons - min of meer fatsoenlijke mensen - als vroeg of laat de gerechtvaardigde haat van de bewoners losbarst. Macht - al is het maar een beetje meer geld in zijn knip - toont de mens in zijn ware gedaante.
(....)

Gerard Reve

* Rob Nieuwenhuys

Uit: Brieven aan Geschoolde Arbeiders - Gerard Reve
Veen, uitgevers - Utrecht/Antwerpen
1985

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen