Je kunt het zelf niet bedenken

Stoned

Je kunt het zelf niet bedenken

Eén van de mooiste maar tevens gruwelijkste uitspraken die ik twee jaar geleden op een internetforum las, is deze: “Oh, oh wat zal dat vreselijk zijn als moslims over twintig jaar hier in de meerderheid zijn! Maar gelukkig ben ik dan al dood!” Ik kreeg acuut de slappe lach van deze woorden. Ja, als je dood bent, zijn al je problemen opgelost. Zo eenvoudig is het wel.

Behalve (vroegtijdig) doodgaan om het grote 'islammonster' te ontlopen, schijn je het ook te kunnen omarmen. Ook dat las ik op internet, op een ander (vrouwen)forum, een klein half jaar geleden. Een man wordt verliefd op een moslimvrouw en verlaat vervolgens zijn vrouw - die helemaal niet oud, lelijk, dom of werkloos is - en hunvijf bloedjes van kinderen van wie de jongste nog één jaar moet worden. Eigenlijk wilde hij zijn comfortabele huis niet uit maar omdat de moeder van zijn kinderen niet gestoord is, weigerde deze zijn eis in te willigen één nacht per week bij zijn seculiere moslimminnares door te mogen brengen.

Deze dingen gebeuren natuurlijk, mensen raken op elkaar uitgekeken, met en zonder kinderen maar het bizarre hier is, en daar krijg ik dan weer de slappe lach van, het bizarre en ongelooflijke is dat deze echtbreker al ruimtwee jaar zo ongeveer tegen alles wat met de islam te maken heeft, fulmineerde. Op datzelfde internet waar ik het schrijnende verhaal (anoniem) van zijn vrouw las. Maar nu heeft haar (ex-)man dus een moslimvriendin die hem influistert dat het allemaal wel meevalt met de islam. Het zijn natuurlijk maar een paar gekken die het verzieken. Wederom een mooi maar tevens gruwelijk verhaal dat je niet zelf kunt verzinnen.

In de tijd dat ik me bijna dagelijks door de Argentijnse tango liet omarmen – om de een of andere reden komt het er de laatste jaren niet zo van – maakte ik kennis met een jongen die behalve fanatiek tangodanser ook gynaecoloog was, of bijna. Tussen hem en mij boterde het niet zo en dat lag niet alleen aan zijn stijl van dansen. (Heren tangodansers, u moet uw dame wel behagen en niet laten werken, u moet háár laten schitteren en er niet alleen op uit zijn te showen wat u voor technische 'kunstjes' in huis heeft.) Het was een beetje een gluiperd wiens motieven om gynaecoloog te worden ik wel degelijk wantrouwde. De rillingen liepen over mijn rug bij de gedachte dat hij mijn gynaecoloog zou zijn.

Toen ik vandaag het bericht las dat een mannelijke gyneacoloog door de islamitische man van een zwangere patiënte ruw de toegang tot de verloskamer was ontzegd, moest ik even aan deze tangodanser/gynaecoloog denken. Maar snel kwam ik weer bij zinnen want dit kan natuurlijk helemaal niet! Verrassend mooi vond ik de reactie van radioloog Floris Sanders en Medisch Contact-hoofdredacteur Ben Crul, die beiden het intimiderende optreden van moslimmannen zat zijn. ,,Het aantal incidenten neemt toe. Ik ben er zo boos om. We moeten nu duidelijk een grens stellen'', zegt Crul. ,,Een dokter moet op zijn professionaliteit worden afgerekend. Man of vrouw, er is geen onderscheid. Mannelijke artsen mogen niet worden gediscimineerd. We leven hier niet in de middeleeuwen.'' We leven hier niet in de middeleeuwen! Hè, hè, het dubbeltje is gevallen. Terwijl deze groep dokters wakker lijkt te worden, bewees een andere groep dokters onlangs in Engeland/Schotland precies het tegenovergestelde. Die dokters willen nu juist weer wél de middeleeuwen in ere herstellen.

Het zijn verwarrende tijden maar dat wist u net zo goed als ik. Toch denk ik dat we in de toekomst meer van dit soort fraaie verhalen zullen lezen, horen en meemaken. En dat maakt het leven toch wel zeer de moeite waard. Of vindt u soms van niet?

Annelies van der Veer
27 juli 2007

Reacties

Top Secret

Topsecret_2


De HB Algemene Inlichtingen Dienst meldt in haar maandrapport van 1 September 2008 onder andere het volgende:

-GEHEIM-

Voor de bouw van moskeeën, voor de grondaankoop ten behoeve van moskeebouw, en voor een breed scala van andere islamitische gemeenschapsactiviteiten, zijn in Nederland op korte termijn miljoenen euro’s nodig. Met het oog hierop onderzoeken medewerkers van de WRR, de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid, in nauw en voortdurend overleg met enkele prominente Nederlandse moslims, de mogelijkheid om conform de sharia (zie het vorige WRR-rapport over de flexibiliteit en moderniteit van de sharia) voor de moslims in Nederland de islamitische godsdienstige zakat-belasting in te voeren, zodat de moslims in Nederland over eigen financiële middelen kunnen beschikken, en, onder meer, in staat zullen zijn de activiteiten van hun eigen organisaties te financieren op een manier die met de sharia in overeenstemming is.

Het kan immers niet zo zijn dat de bouw van een moskee betaald zou moeten worden uit, bijvoorbeeld, de accijnzen en BTW die zijn verkregen uit de verkoop van wijn of andere alcoholhoudende dranken. Zoals bekend verbieden de koran en de sharia volgens nagenoeg alle interpretaties wijn zeer nadrukkelijk. Ook de opbrengsten van de handel in alcohol gelden volgens vele deskundigen niet als halal. Ook andere overheidsinkomsten kunnen volgens de sharia niet halal zijn. Dit heeft effect op de met deze inkomsten gedane uitgaven. De beoogde leden van de in te stellen ‘Nederlandse Zakat Commissie’, NZC, zijn eenstemmig in hun afwijzing van de financiering van islamitische activiteiten uit belastingen die zijn verkregen uit heffingen op activiteiten die mogelijk niet halal zijn. Het is deze enigszins verrassende unanieme afwijzing die ten grondslag ligt aan de plannen tot het invoeren van de zakat in Nederland.

Een van de nog te onderzoeken problemen is vooralsnog de samenstelling van de Zakat Commissie. Wie zullen de opgebrachte gelden mogen beheren? Ook bestaat er nog verschil van mening over de vraag wie in laatste instantie over de besteding van deze fondsen beslist, maar onder ingewijden gaat het gerucht dat het lijkt alsof in geheime onderhandelingen ook dit punt toch wel binnenkort opgelost zal kunnen worden.

Aan de prominente Nederlandse moslims die bij deze besprekingen betrokken zijn, is verzocht om tot de benodigde overeenstemming bereikt is, volstrekte geheimhouding in acht te nemen zodat de bestudering van deze plannen en het oplossen van de relevante knelpunten niet tot onrust of conflicten kunnen leiden die mogelijk contraproductief zouden kunnen zijn voor islamitische activiteiten in Nederland in het algemeen.

Als invoeringsdatum wordt voorlopig gedacht aan december 2010, omdat die maand samenvalt met het begin van het jaar 1432 volgens de islamitische jaartelling. Het is nog niet duidelijk of er ook plannen bestaan om moslims die de zakat betalen, vrij te stellen van andere vormen van belastingheffingen die in Nederland gangbaar zijn. Wel wordt overwogen of het haalbaar zou zijn Nederlandse belastingplichtigen die niet bijdragen aan de zakat, een of andere andere vorm van heffing op te leggen. Deze nieuwe andere heffing zou dan bijvoorbeeld aangewend kunnen worden om bij alle Nederlanders het begrip voor de huidige culturele diversiteit te vergroten.

De Foto: 1 september 2008

Kolderveen_ommelanden_01

Gabler
, 1.9.2008

Moslimzusters hebben onze hulp nodig


[Let op dit bericht is van 4.9.2006]

Moslimzusters hebben onze hulp nodig


[Noot vooraf van de vertaler Kees Bakhuyzen, Hoei boei: Onderstaande tekst verscheen in dagblad The Australian van 25 augustus. De tekst is geschreven vanuit Australisch perspectief, maar is van toepassing op de westerse wereld in het algemeen. Waar nodig volgt een korte toelichting.]

Als ze rechts wordt genoemd vanwege het uiten van solidariteit met vrouwen in islamitische landen, vindt Pamela Bone het geen probleem dat label te dragen.

In juni hielden enkele duizenden mensen in Teheran een vreedzame demonstratie die opriep tot legale veranderingen die de getuigenis van een vrouw in de rechtszaal een gelijke status zou moeten geven als die van de man. Volgens Amnesty International werden de demonstranten (voor het grootste deel vrouwen) aangevallen met traangas en geslagen met wapenstokken door mannen én vrouwen van de Iraanse staatsveiligheidsdienst. Iraanse vrouwen mogen niet reizen zonder toestemming van hun echtgenoot, maar het is hen blijkbaar wel toegestaan de gummiknuppel te gebruiken tegenover andere vrouwen.

VrouwenDenkt u dat vrouwen in westerse landen de straat opgingen uit solidariteit met de Iraanse demonstranten? Natuurlijk niet. Denkt u dat er op universiteiten posters en graffiti te vinden zijn die de Iraanse president veroordelen? Natuurlijk niet. Zonder kennis vooraf, weet je dat de graffiti op de universiteiten George Bush veroordeelt, niet Mahmoud Ahmadinejad. (Ik geef toe dat Bush makkelijker te spellen is).

Je kunt op je vingers aanvoelen dat op het Melbourne Writers Festival dat dit weekend begint, de haat voornamelijk gericht zal zijn tegen Bush en John Howard. Je kunt ook op je vingers aanvoelen dat er veel sympathiebetuigingen zullen zijn richting David Hicks (Australische moslimbekeerling die vocht aan de zijde van de Taliban en al enkele jaren zonder vorm van proces vastzit in Guatanamo Bay - noot vertaler). Maar waarschijnlijk is er niet één sympathiebetuiging aan het adres van Ashraf Kolhari, een Iraanse moeder van vier die al vijf jaar in de gevangenis zit omdat ze naar beweerd wordt sex buiten het huwelijk had. Tot vorige week hing haar de doodstraf door steniging boven het hoofd.
Godzijdank: een paar westerse feministes zijn begonnen zich af te vragen waarom vrouwen die ooit voor vrouwenrechten de straat opgingen zij aan zij lopen met mensen die zelfs de meest elementaire van deze rechten af willen nemen.

De laatste is Sarah Baxter, een voormalig vredesactiviste, die in de Britse The Sunday Times het volgende heeft te zeggen over een recente demonstratie in Londen voor een staakt het vuren in Libanon: "Vrouwen die hun baby's voortduwden in wandelwagens die waren versierd met het bekende symbool van de campagne voor nucleaire ontwapening liepen naast spandoeken met teksten als 'We zijn nu allemaal Hezbollah' en moslimextremisten die riepen 'Oh jood, het leger van Mohammed zal wederkeren'.

"Ik had me nooit kunnen voorstellen dat veel mensen uit dezelfde groep waarmee ik toen optrok vandaag schouder aan schouder zouden staan met militante anti-feministische islamitische fundamentalistische groeperingen."

Een andere oude feministe, Phyllis Chesler (ze is van mijn leeftijd dus ik mag haar oud noemen) is de schrijfster van The Death of Feminism dat vorig jaar werd gepubliceerd. Chesler, die een tijdje in Afghanistan heeft gewoond voordat ze erin slaagde het land en haar Afghaanse man te ontvluchten, schreef in haar boek: "Ik vrees dat het peace and love-publiek in het Westen weigert te begrijpen hoezeer Islamisme onze waarden en onze levens bedreigt, te beginnen met onze toewijding aan vrouwenrechten en mensenrechten."

Feminisme is echter nog niet dood. Van de executie van Kolhari werd afgezien nadat een petitie duizenden handtekeningen had verzameld van mensenrechtenactivisten in Iran en vanuit de gehele wereld, inclusief meer dan 5000 van de Feminist Majority Foundation in de VS.

Maar in Canada was het een Iraanse balling, Homa Arjomand, die aan het hoofd stond van de strijd die het invoeren van sharia wetgeving moest tegenhouden; ze deed dit nagenoeg zonder steun van Anglo-Canadese feministes en academici. Inmiddels draagt ze de titel 'Canadees Humanist van het jaar' en voert ze campagne tegen eerwraak. In Canada? "In Canada komen we weinig eerwraak tegen, simpelweg omdat in Canada vrouwen en jonge meisjes die niet onderdanig zijn, mee terug worden genomen naar hun land van geboorte als India, Pakistan, Afghanistan of Nigeria. Daar worden ze vermoord door een mannelijk familielid of een huurmoordenaar," zo verklaarde Arjomand in een toespraak eerder dit jaar. "En de [Canadese] staat is niet verplicht individuele burgers te beschermen die door het hoofd van de familie worden gedwongen Canada te verlaten,"

De vraag is waarom zo veel westerse feministes zich niet uitspreken over de wreedheden die het leven van miljoenen vrouwen in islamitische landen verwoesten en die dezelfde invloed zouden hebben op vrouwen waar ook ter wereld als de Islamisten erin slagen hun uiteengezette doeleinden te realiseren en een wereldwijd kalifaat zouden stichten. "Over het allesbepalende probleem van onze tijd, de groei van het Islamitisch extremisme, heeft dat wat er nog over is van de zusterschap bijna niets te zeggen." zo schrijft Baxter. En Phyllis Chesler: "Vrouwenstudieprogramma's hadden als eersten alarm moeten slaan. Dat hebben ze niet gedaan."

De reden, aldus schrijfster Fay Weldon, is dat tegenwoordig racisme als een veel ernstiger vergrijp wordt gezien dan sexisme: een gevolg misschien van het succes van de vrouwenbeweging in het Westen. Vrouwen die zich wel zouden willen uitspreken doen dit niet vanwege een (terechte) angst dat ze voor 'racist' zullen worden uitgemaakt. Chesler wordt al geboycot door veel van haar oude vriendinnen uit de vrouwenbeweging. Er wordt beweerd dat ze paranoide is geworden of, wat nog erger is, dat ze rechts is geworden.

Goed, misschien is die arme Sarah ook rechts geworden. En Fay, en Homa en ikzelf. We zijn allemaal paranoide en rechts geworden.

De bewering dat Bush niet de wijze staatsman is die de wereld nodig heeft is een behoorlijk understatement. Natuurlijk mogen vrouwen protesteren tegen de buitenlandpolitiek van de VS en natuurlijk hebben zij het recht te zeggen dat het Israelische antwoord op Hezbollah buitenproportioneel is. En ja, de langdurige detentie van David Hicks zonder vorm van proces gaat in tegen alle wetten van een democratische samenleving. En natuurlijk moeten we waakzaam zijn in onze war on terror, zodat we de waarden die we beweren te beschermen niet uit het oog verliezen. Natuurlijk moeten we kritiek leveren op onze eigen tekortkomingen.

Maar als we alleen kritiek leveren op onszelf, als we alleen de huidige en vroegere misdaden van westerse maatschappijen ter sprake brengen, is dit dan geen steun en aamoediging voor de zelfmoordenaars?

Noch de buitenlandse politiek van de VS, noch kolonialisme of imperialisme zijn schuldig aan een rechtssysteem dat bepaalt dat vrouwen die schuldig worden bevonden aan overspel tot hun middel moeten worden begraven om vervolgens te worden gedood door steniging, zoals gebeurt in Iran. De schuld ligt bij hun cultuur, of althans de cultuur zoals die wordt bepaald door de oude mannen die de touwtjes in handen hebben. Je kun Bush haten zoveel als je wilt, maar begrijp alsjeblieft dat de vijanden van jouw vijand niet noodzakelijkerwijs je vrienden zijn.

Het lijkt ondenkbaar dat we deze war on terror zouden kunnen verliezen. Maar als dat wel het geval is, zullen de gevolgen vreselijk zijn. En ze zullen nog erger zijn voor vrouwen, voor de vrouwen in de generaties die na ons komen. We moeten niet vechten tegen moslims, maar wel tegen islamitisch extremisme. Verwacht geen hulp van linkse mannen. Ze zitten vol met een "Ik ben niet bang" bravado. Verwacht niet dat alle moslimvrouwen zich in de strijd willen mengen. Er zijn altijd vrouwen geweest die strijden tegen vrouwenrechten (wie herinnert zich nog de petitie van vrouwen tegen het stemrecht voor vrouwen in Australië?) Maar het minste dat we kunnen doen is die dappere moslimvrouwen die opkomen voor hervormingen laten weten dat ze onze steun hebben als ze dit willen.

De meeste van de feminstes uit 1970 zijn nu grootmoeders. Levenslange socialist en humanist die ik ben, als het strijden tegen de mogelijkheid dat mijn kleindochters - onze kleindochters - op een dag gedwongen zullen worden een burka te dragen van mij een rechts iemand maakt, dan is dat het label dat ik zal moeten dragen.

Pamela Bone

[Pamela Bone is een Australische feministe en columniste. Dit artikel verscheen op 25 augustus in The Australian.

Vertaling: Kees Bakhuyzen - Hoeiboei].

Zelfislamisering versus Verlichtingsfundamentalisme

Constandse-lezing 2006

Zelfislamisering versus Verlichtingsfundamentalisme - Hans Jansen

Op een dag in januari van het jaar 630 trekt het leger van Mohammed van verschillende kanten de stad Mekka binnen. Acht jaar eerder, in 622, had Mohammed samen met zijn volgelingen zijn vaderstad Mekka verlaten. Mohammed en zijn aanhang waren in 622 bij machte uit Mekka te vertrekken omdat ze ergens anders welkom waren. Ze waren er in geslaagd uitgenodigd te worden om zich te komen vestigen in het naburige, deels door joden bewoonde Medina.

Medina was toen nog nauwelijks een stad. Het was een landbouwoase die vooral leefde van de dadelteelt. Maar het zou al spoedig blijken dat de moslims niet naar Medina waren geëmigreerd om daar dadels te komen verbouwen. Ze waren naar Medina gekomen om de wereld te veranderen.

Sinds hun aankomst in Medina waren de moslims dagelijks in getal, kracht en aanzien toegenomen. Ongeveer een jaar na Mohammeds aankomst in Medina voelden de moslims zich sterk genoeg om te beginnen aan een onwaarschijnlijk project: de systematische onderwerping van het gehele Arabisch schiereiland aan de islam. Na verloop van weer zo’n acht jaar, in de loop van het jaar 629, was het einde van dat karwei in zicht gekomen. Op de bewuste dag in het begin van januari van 630 was Mohammed terug in Mekka. Het was die dag de beurt van Mekka, waar het verhaal van Mohammed begonnen was, om geïslamiseerd te worden.

Volgens de islamitische overlevering, en andere bronnen over deze gebeurtenissen zijn er niet beschikbaar, vallen er de dag van de moslimse invasie van Mekka bij allerlei schermutselingen in het totaal vijftien of zestien doden. Dat is niet zo veel, want van georganiseerd verzet tegen de komst van de moslims was geen sprake. Dat er weinig verzet geboden werd, kwam niet doordat de Mekkanen de islam eigenlijk best wel een interessante verrijking van hun cultuur vonden. Het ontbreken van verzet had een totaal andere oorzaak.

En die oorzaak was, even vrij vertaald, dat de Burgemeester en de Wethouders van Mekka, terwijl hun stad onder de voet werd gelopen, thee zaten te drinken bij Mohammed in diens commandotent. Ze hadden zich net officieel tot de islam bekeerd, de stemming was opperbest, en samen met Mohammed en diens legeraanvoerders haalden ze herinneringen op aan hun onderlinge veldslagen en conflicten van de afgelopen tien jaar.

De bevolking van Mekka wordt ondertussen aan zijn lot overgelaten. Er zijn Mekkanen die zich nog wel enigszins proberen te verzetten. Toch, bij gebrek aan organisatie van dat verzet maakt de gefragmentariseerde bevolking van de stad maar liever gebruik van de door de moslims afgekondigde amnestie die geldt voor een ieder die zich aan hen onderwerpen wil. Dat onderwerpen verloopt overigens niet zonder mokken. Wanneer de bewoners van het Arabisch schiereiland niet veel later toch nog een laatste poging ondernemen om zich van Mohammed te ontdoen, wat uitloopt op de slag bij Hoenayn, lukt het gemakkelijk om brede steun van de Mekkanen te krijgen.

Het standaardverslag van de gebeurtenissen die in die tijd hebben plaats gevonden, is van de hand van een zekere Ibn Ishaq, die meer dan een eeuw later, ongeveer in 750 in Irak, zijn verhaal zwart op wit gezet heeft. Zijn verslag is nog steeds het oudste bewaard gebleven samenhangende relaas van het leven van Mohammed. Als Ibn Ishaq zijn boek schrijft, hebben de moslims al ruim een eeuw ervaring in het observeren van de elites van de gemeenschappen die zij hun wil willen komen opleggen.

De observaties die Ibn Ishaq neerschrijft over de bestuurders van steden die op het punt staan voor de islam te capituleren zijn klinisch en helder. Wat dit betreft lijdt het betoog van Ibn Ishaq niet aan enige vorm van prekerigheid. Bij veel verhalen die Ibn Ishaq over Mohammed vertelt, is dat anders. Veel van zijn verhalen zijn mogelijk niet gebaseerd op een herinnering aan een gebeurtenis, maar het zijn preken in verhaalvorm, ongeveer zoals wij dat kennen uit het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Mogelijk zijn alle verhalen die Ibn Ishaq vertelt een mengeling van vrome fantasie en historische herinnering. Maar helaas, er is behalve onze moderne intuïtie eigenlijk geen criterium bij de hand om die twee van elkaar te scheiden.

Hoe het ook zij, het komt er op neer dat in de moslimse ervaring, zoals Ibn Ishaq die al tegen het jaar 750 AD verwoordt, zuiver zakelijke technocratische bestuurders snel bereid blijken moslimse eisen geheel of gedeeltelijk in te willigen. Zulke technocratische bestuurders willen eigenlijk steeds zo snel mogelijk een deal maken met de moslims. Er hoeft maar iets van een islamitische dreiging aan de horizon te verschijnen of de superbestuurders passen zich aan en proberen het hun mogelijke nieuwe meesters naar de zin te maken.

Deze superbestuurders beschouwen zichzelf als superrechtvaardig, want in hun ogen zijn alle ambities en toekomstdromen van al hun onderdanen allemaal even supergewichtig dan wel allemaal even superdwaas. Dat sommige van die ‘onderdanen’ zich niet als onderdaan beschouwen, en maar van een ding dromen, de triomf van de islam, willen en kunnen deze bekwame supermannen en supervrouwen niet geloven of begrijpen.

Vanuit dit soort bestuurders zelf gezien is het ongetwijfeld een heel rationele houding die zij innemen. Ze zijn dagelijks bezig met brandjes blussen, en ze beschouwen de moslims als het zoveelste brandje. Verder weten bestuurders, overal ter wereld, uit eeuwenlange ervaring dat terreur en godsdienst een brandbare combinatie vormen, maar dat het meestal wél gaat om een soort vuur dat na een tijdje als vanzelf uitdooft, tenzij natuurlijk externe factoren het vuur blijven aanblazen. Een goede bestuurlijke elite beschouwt het eigen vermogen tot het absorberen van vreemde aspiraties en evidente malligheid als onbegrensd. Zo’n elite voelt zich als de Borg uit StarTrek: You will be assimilated. Resistance is futile.

Voor wie nooit naar StarTrek kijkt gaan we dit toch maar in gewone Nederlandse termen vertalen: In 1966 liep er een verwarde wat oudere jongeman in een regenjas langs de Amsterdamse grachten om praatjes te venten. Hij liet dat ook nog filmen. Hij wist daarmee een aantal jaren wat vriendjes in de Kamer gekozen krijgen. Een regime dat in staat was die man en zijn vriendjes te absorberen denkt natuurlijk ook in huis te hebben wat je nodig hebt om de moslims aan te kunnen. Maar dat staat nog te bezien. De islam heeft opvattingen over integratie en assimilatie die heel wat ouder zijn dan het jaar onzes Heren 1966. Op dat terrein hebben de moslims een even hoge dunk van zichzelf als de Borg.

De eerste overname van een stad of land door de moslims, was zoals bekend in 622, die van de oasestad Medina. Er was daar, aan de vooravond van de komst van Mohammed en de zijnen, sprake van twee bestuurders: een zekere Abdallah Ibn Ubayy, over wie we horen dat ‘niemand zijn gezag bestreed’. Ook was er een voorman die ‘de monnik’ werd genoemd omdat hij voor de komst van de islam asceet was geweest en een monniksmantel gedragen had. Deze ‘monnik’ luisterde naar de naam Aboe Aamir.

Het verschijnen van Mohammed en de moslims heeft deze Ibn Ubayy van zijn koningsschap over Medina beroofd, en dat terwijl zijn onderdanen al een diadeem om hem mee te kronen klaar hadden liggen. Ondanks die teleurstelling gaat Ibn Ubayy na een poosje, mogelijkerwijs zonder veel enthousiasme, tot de islam over. Maar Abou Aamir, zijn collega in het tweemanschap dat over Medina heerste, ‘weigerde hardnekkig te geloven’. Hij bleef de rest van zijn leven voor de moslimse troepen uit vluchten. Eerst naar Mekka, na de val van Mekka naar de stad Ta’if, en als ook die stad in handen van Mohammed valt, ten slotte naar Syrië. Daar overleed hij.

Ibn Ishaq weet dan nog te vertellen dat Caesar een conflict over de verdeling van zijn nalatenschap heeft moeten beslechten. Caesar is een titel die de antieke Arabieren aan elke Romeinse militaire bevelhebber toekenden, ongeacht zijn rang. Het zal wel om een lokale gouverneur of garnizoenscommendant zijn gegaan. Die opmerking over de verdeling van zijn nalatenschap is interessant, en wil er vooral op wijzen dat Aboe Aamir de sharia en de islam is blijven afwijzen, zelfs nog tot na zijn dood. Met volle overtuiging was hij de zaak van Byzantium en het christendom toegedaan. Capituleren voor de macht van de islam is hij levenslang blijven afwijzen.

Direct al bij de moslimse overname van Medina tekenen zich alzo twee typen van reacties voor het eerst duidelijk af: aan de ene kant halfhartige zelfislamisering, en aan de andere kant de principiële weigering het eigen cultuurgoed over boord te gooien. In tegenstelling tot de zelfislamiseerders zijn de weigeraars steeds mensen die zelf hardnekkig iets van oordeel zijn over de mens en de wereld, die hun eigen cultuur kennen, en die hun eigen cultuur respecteren. In het geval van Aboe Aamir was het het christendom dat hem zijn kompasgevoel dicteerde, en voor veel mensen vandaag de dag is het christendom dat nog steeds.

Het is duidelijk dat er meer ideologieën bestaan die mensen immuun voor de islam kunnen maken, maar het is tegelijkertijd nog duidelijker dat de post-moderne onwetendheid daar niet bij hoort. Wie denkt dat of iets waar is, er maar vanaf hangt hoe je naar de dingen kijkt, zo iemand is wanneer het eenmaal vrij worstelen wordt, geen partij voor solide activistische vroomheid van welke aard ook.

Ook de modieuze regenteske opvatting dat alle godsdiensten eigenlijk apekool zijn, is geen effectieve bescherming tegen de islam. Integendeel, wie gelooft dat alle godsdienst apekool is, onderschat zijn belagers. En, het is sneu voor Nederland, maar wij worden al jaren bestuurd door bestuurders die godsdienst, de islam incluis, als apekool beschouwen. En die vanwege hun minachting voor de islam en andere godsdiensten de risiko’s miskennen die inherent zijn aan machtsuitoefening door godsdienstige groepen.

Terug naar het Medina van 622. Had Aboe Aamir er gelijk in dat hij zijn leven lang voor de islamitische troepen uit bleef vluchten? Anders dan wij kon hij de geschiedenis van de islam immers nog niet kennen. Maar laten we eens kijken naar wat er precies gebeurde op de dag dat Mohammed Mekka innam, in januari 630. Een zekere Abdallah ibn Khatal was een Mekkaan die twee zangeressen in dienst had, die in hun liederen Mohammed plachten te bespotten. Mohammed gaf opdracht hen alle drie te doden. Een van de meisjes wist te vluchten en kreeg later amnestie.

Een andere Mekkaan, een zekere Huwayrith ibn Nuqaydh, had Mohammed beledigd, en werd door Mohammeds pleegbroer en schoonzoon Ali gedood. Een zekere Sara, een vrijgelaten slavin, ook cabaretière, had Mohammed beledigd. Ze wist nog een aantal jaren in leven te blijven maar is uiteindelijk gedood. Een zekere Miqyas was na een bloedwraakkwestie uit de islam getreden en vanuit Medina naar Mekka teruggegegaan. Ook hij werd gedood. Voor wie gewend is aan de Tweede Wereldoorlog of het communisme waar doden meestal met miljoenen tegelijk geteld worden, is het inderdaad niet veel. Tegelijkertijd is het goed denkbaar dat Aboe Aamir achteraf de juiste beslissing heeft genomen door voor de moslimse linies uit weg te vluchten.

Maar nu krijgen we iets raars. Meteen op de dag dat de stad Mekka in 630 in moslimse handen viel, zijn er dus een kleine twintig doden gevallen. Bovendien ziet het er naar uit dat de geringheid van het dodental eerder te danken is aan de heidense Mekkaanse leiders die hebben afgezien van het bieden van tegenstand, dan aan de moslims, die met een groot en indrukwekkend leger koers naar Mekka hadden gezet.

Karen Armstrong is in Nederland een van de best verkochte auteurs over godsdienst. Maar zij schrijft in haar boek over de islam van 2004: ‘Mohammed wist de stad Mekka in te nemen zonder een druppel bloed te vergieten’. Nu, volgens de islamitische overlevering is dat niet waar. Er gaapt een afgrond tussen de ongeneerde rapportage van Ibn Ishaq over Mohammeds bloedvergieten enerzijds, en anderzijds de bezweringen van Karen Armstrong, de diva van de zwevende hemel, de moeder-overste van de zelfislamiseerders.

Bij haar zelfislamisering is mevrouw Armstrong overigens de koers kwijt, en verdedigt ze haar favoriete godsdienst met argumenten die in strijd zijn met de inhoud van de gezaghebbende islamitische godsdienstige handboeken. Eigenlijk is het beledigend voor de islam dat Mevrouw Armstrong denkt dat ze de moslims een plezier doet door over bepaalde zaken uit de islamitische geschiedenis te liegen.

Dat laatste is trouwens een algemeen kenmerk van de zelfislamiseerders. Ze bevinden zich op zo grote afstand van wat de moslims werkelijk willen, dat je hun houding haast niet kunt beschrijven zonder woorden als ‘fantasie’ dan wel ‘liegen’ te moeten gebruiken. Dat wil niet zeggen dat we zelfislamiseerders niet serieus moeten nemen.

Bestuurders die aan het zelfislamiseren zijn geslagen, zijn kwade vijanden voor wie met hen in conflict komt. Ze missen meestal wel de benodigde vertrouwdheid met de materie maar besturen, intimideren en klemrijden, daar hebben ze verstand van. Er is een recent voorbeeld in de openbaarheid gekomen: de actie van het bestuur van de Utrechtse Theologische faculteit tegen hoogleraar Pieter van der Horst. Ten onrechte meende het faculteitsbestuur dat er moslims bestaan die zich beledigd zouden kunnen gaan voelen door de inhoud van zijn afscheidscollege. En niet zo maar moslims: het zou gaan om ‘goed-georganiseerde moslimjongeren’. U ziet het bloed al van de goedgeslepen messen afdruipen. En het bleek allemaal fantasie van het faculteitsbestuur te zijn.

Weer terug naar de jaren twintig en dertig van het Arabië van de zevende eeuw. Ook bij de verovering van de landbouwoase Khaybar en de stad Ta’if, krijgen we verhalen te horen over hoe Mohammed de leiders van zijn vijanden heeft aangepakt. Een van de notabelen van Ta’if wordt voor een enorm bedrag omgekocht, en heeft dan het probleem dat hij tegenover zijn minder bedeelde stadgenoten er discreet over moet blijven dat hij gaat overlopen. Deze omgekochte notabel maakt nog een mooi gedicht over zijn bekering, waaruit blijkt dat hij niet goed weet wat een profeet eigenlijk is en dat hij denkt dat Mohammed een helderziende is, een soort Jomanda:

Niet zag of hoorde je onder alle mensen
Ooit van een man als Mohammed
Hij houdt zijn woord en schenkt grootmoedig gaven
Wanneer je dat wilt, bericht hij je over de gebeurtenissen van de dag van morgen

Een andere leider, die van de oase Khaybar, heeft daarentegen minder geluk. Hij is jood en wordt er van verdacht de kas verborgen te hebben. Hij wordt geïmmobiliseerd, vervolgens wordt hij in opdracht van Mohammed gemarteld. Er wordt een vuurtje op zijn borstkas ontstoken, maar het slachtoffer weet niets of hij wil niets zeggen, en moet zich laten doodmartelen. Het verhaal zit overigens vol met antisemitische clichés die ik hier maar liever even oversla, het is zo al erg genoeg.

Het is in dit verband vermeldenswaardig dat tijdens een demonstratie in Amsterdam op 22 juli 2006 jonge moslimse demonstranten leuzen riepen die refereerden aan deze geschiedenis bij de oase Khaybar. De demonstranten riepen letterlijk: ‘Khaybar, Khaybar, o joden, het leger van Mohammed zal terugkeren’. Maak uw borst maar vast nat, zou ik zeggen.

Ik heb er alle begrip voor wanneer u het ophalen van deze oude geschiedenissen als anti-moslimse stemmingsmakerij beschouwt. Maar mag ik er toch op wijzen dat niet ik maar een aantal Amsterdamse moslims op 22 juli jongstleden die leuzen over Khaybar geroepen hebben? Wat ik nu doe is u uitleggen waar die leuzen op slaan.

U zou uw eventuele wrevel trouwens niet op deze onnozele demonstranten moeten richten, maar op een stadsbestuur dat zulke schandelijke openbare oproepen tot marteling en moord tolereert. Als Aboe Ghoerayb niet mag, waarom zouden deze veel erger dingen, een vuurtje stoken op iemands borstkas totdat de dood er op volgt, dan wel mogen? Omdat Mohammed er opdracht toe heeft gegeven?

Linkse politici neigen eerder tot zelfislamisering dan rechtse. Daarom hoorde Ayaan Hirsi Ali ook in de VVD thuis, en niet in de PvdA. Linkse politici willen de maatschappij, en met name de zogenoemde maatschappelijke structuren, ‘wezenlijk’ veranderen. Nu, dat willen de moslims ook. Links is tegen Amerika, en wel, dat zijn de moslims ook. Links is stedelijk, en dat zijn de moslims ook, denkt u maar aan Constantinopel, Cordoba, Cairo, en al die andere moslimse metropolen. De islam is een typische grotestadsgodsdienst.

Links is, grof geformuleerd, van oordeel dat onze kapitalistische consumentistische racistische neokolonialistische materialistische & seksistische maatschappij niet deugt. Ook de imams vinden dat. En weet u waar allochtone jongeren voor het eerst te horen krijgen dat de Nederlandse maatschappij niet deugt en op de schop moet? Een aantal jaren geleden ben ik dat allochtone studenten voorzichtig eens gaan vragen, en het antwoord luidde onveranderlijk: ‘Maar meneer, bij maatschappijleer natuurlijk’. Het is duidelijk dat als de imam dat in zijn preken bevestigt, voor veel jongeren de cirkel rond is.

Het huwelijk tussen links en de islam is voorwaar in de hemel gesloten, a match made in heaven, en zal de mens dan scheiden wat God verenigd heeft?

Linkse politici willen nivelleren, in die zin dat de sterkste schouders de zwaarste lasten te dragen krijgen, en we vinden dat als vanzelfsprekend redelijk, we zouden niet anders meer durven, we zouden niet eens meer weten hoe het anders kan. Maar het is wel iets heel anders dan de zwakken sterker en weerbaarder maken, wat ook wel een aardig doel zou zijn. Het komt er in werkelijkheid op neer dat nivellering de sterken zwakker maakt, en de zwakken niet sterker. In tegendeel, de zwakken hebben steeds meer hulp nodig om de kloof met de sterken te overbruggen, en het is wel duidelijk wie er moet opdraaien voor de kosten van die hulp, en voor de kosten van de organisatie en de bureaucratische begeleiding van die hulp. (1)

Kil bekeken willen die moslims die het Westen de oorlog hebben verklaard, ook niets anders dan eerlijk nivelleren, zij het op een andere golflengte. Zoals u weet heeft de islamitische cultuur een duizendtal jaren de wereld om zich heen weten te domineren, ongeveer zoals het nu de Verenigde Staten van Amerika zijn die sinds de jaren veertig de planeet domineren. De moslims zijn, na duizend jaar, ergens in de zeventiende eeuw hun voorsprong op het Westen kwijt geraakt.

Dat heeft vele oorzaken gehad. Een daarvan is dat de moslims niet hebben meegedaan aan de ontdekking van Amerika. Verder telt het ook zwaar dat de machthebbers in de islamitische wereld geen grenzen aan hun macht gesteld wilden zien, zodat wetenschappelijke en economische ontwikkelingen die de overheid mogelijk minder machtig zouden hebben kunnen gaan maken, altijd de kop is ingedrukt. Westerse machthebbers waren ook wel niet dol op grenzen aan hun macht, maar die zijn door het bestaan van kerken, kloosters en gilden altijd geconfronteerd geweest met tegenspelers die doodeenvoudig niet te elimineren waren. Misschien speelt een kleine klimaatsverandering in de jaren 1500-1700 ook een rol. Maar u weet, het eindresultaat is dat de politieke cultuur van de islamitische wereld in het teken staat van het concentratiekamp, de galg en het vuurpeloton.

Dus zijn de islamitische maatschappijen nu zwakker dan de Westerse. Behalve olie wordt er in de islamitische wereld dan ook niets geproduceerd dat wie dan ook buiten de islamitische wereld de moeite waard vindt of hebben wil. Finland heeft Nokia, Nederland heeft Heineken, Frankrijk heeft Bordeaux, Italië heeft Fiat, Japan heeft sashimi en suomo, Amerika heeft Microsoft, de islamitische wereld heeft niks. Ook geen Nobelprijzen in de Bèta-vakken, nauwelijks Olympische medailles, geen militaire successen behalve die die behaald zijn op de eigen inwoners – denk aan Darfoer en huiver.

Grote groepen in de islamitische wereld vinden dat verontrustend. Uiteraard erkennen ze de superioriteit van het Westen, maar ze hebben geen vrede met die superioriteit. Ze willen dat veranderen. Jammer genoeg niet door de islamitische wereld aan te pakken, maar door het Westen aan te pakken. De enige methode waarmee zulke groepen het Westen kunnen raken is terreur. Op elk ander gebied zouden de vijanden van het Westen direct zwaar de klos zijn. Dus plegen er moslims in naam van de islam terreur tegen het Westen, en laten zich daarbij inspireren door hun droomfantasie over de uiteindelijke triomf van de islam.

Het is maar hoe je het bekijkt, maar hoe je het ook bekijkt, het is wel degelijk nivellering. Zonder dat het de terroristen iets kost, gaat een steeds groter deel van ons geld naar de bewaking van personen, instellingen, faciliteiten, gebouwen, en zo voort. Uit respect voor de islam moet u uw schoenen uittrekken – niet alleen in de moskee maar ook op elk Amerikaans vliegveld, onder het oog van speciaal daarvoor opgeleide en betaalde functionarissen.

Opvallend vaak proberen politici en bestuurders van links de beschermende maatregelen die terreur moeten bemoeilijken, ineffectief te maken. Mag ik een voorbeeld noemen? Bijvoorbeeld door er op aan te dringen dat Ayaan door een leuke multiculturele mix van bewakers beschermd werd. Politiek heel correct, voor het zaklopen op Koninginnedag echt enig, zo’n multikulti mix, maar het had als bijeffect dat de codes van Ayaans alarminstallatie bekend konden raken bij mannen die neven hebben die mogelijk de mannen zijn tegen wie Ayaan nu juist bewaakt moest worden.

Ook door wat als racial profiling bekend staat als een vorm van superfascisme af te schilderen, probeert links de kansen voor de moslims te vergroten. Wie racial profiling een zinnige maatregel vindt, kan tegenwoordig wel op het dak gaan zitten. Nee, ook Chinese grootmoeders moeten intensief gecontroleerd worden, terwijl de hele terreurhandel gedragen wordt door nagenoeg uitsluitend moslimse mannen van 17 tot 30 jaar.

Links is volslagen zorgeloos over de eventuele politieke macht van een godsdienst. Links is absoluut ook niet bang voor die macht, omdat weldenkend links gelooft dat het einde van alle godsdiensten niet lang meer op zich zal laten wachten, ongeveer zoals vrome joden de messias verwachten. Die messias kon nog wel eens komen, je weet het maar nooit, maar echt, het einde van de godsdienst staat niet voor de deur. Zo lang mensen onvervulbare wensen koesteren, zullen er godsdiensten blijven bestaan die plechtig beloven die wensen toch te zullen vervullen. De rare verwachting dat het met godsdiensten snel zal zijn afgelopen is trouwens een erfenis van de Verlichting.

Ook op het punt van Jihad is links gevoeliger dan de verlichtingsfundamentalisten. Jihad wordt door God in zijn koran aan de gelovigen opgelegd. Jihad is oorlog tegen de niet-moslims. Iemand die u iets anders vertelt, probeert u te bedriegen. Moslims strooien hun tegenstanders graag zand in de ogen met zweverige verhalen over hoe Jihad ook innerlijke, psychische strijd voor een beter zelf kan zijn. Ja zeker, Mein Kampf zal u bedoelen. Jihad, zie de door moslims voor moslims gemaakte handboeken, is strijd tegen elke vorm van gezag en macht die niet door de islam gelegitimeerd wordt. Zoals Samir A. liet zien, ook dus tegen de Nederlandse overheid.

Jihad is landverraad, en moet dienovereenkomstig bestraft worden. Jihad is strijd, en strijd is ook van de linkse dromen een traditioneel onderdeel. In het refrein van het antieke strijdlied De Internationale horen we:

Makkers, ten laatste male
tot de strijd ons geschaard
en d’ Internationale
zal morgen heersen op aard.

Precies dit zelfde sentiment ligt ook ten grondslag aan de islamitische jihadideologie. Geen wonder dat links en de islam liefde op het eerste gezicht is geweest.

Voor we het over de verlichtingsfundamentalisten gaan hebben, eerst nog iets over de christenen. Die zijn ongeveer gelijk verdeeld tussen de zelfislamiseerders en de verlichtingsfundamentalisten. Christenen hebben namelijk een groot probleem: Jezus van Nazareth, die door christenen als de stichter van hun godsdienst beschouwd wordt, was zelf geen christen maar een gelovige jood. Om dat probleem op te lossen worden al eeuwen lang allerlei constructies aangedragen en allerlei theologieën neergezet.

Ook de moslims hebben voor dit probleem een mooie oplossing in de aanbieding. Jezus was, net als Adam, Abraham, Mozes en David eigenlijk moslim! Heel wat christelijke theologen vinden dat eigenlijk best aardig. Een moslimse Jezus, fraai is het niet, maar het is in ieder geval beter dan een jodenman. Een amusant voorbeeld van de vervanging van de joodse Jezus door een moslimse Jezus kon u horen op 1 december jongstleden: de oratie van de theoloog dr Karel Steenbrink, benoemd tot hoogleraar te Utrecht, over een volgens hem in de koran vervat ‘correctief evangelie’. Gek genoeg heeft het bestuur van de Theologische faculteit in deze rede geen reden tot ingrijpen gezien. Het spreekt vanzelf dat een christen die de joodse Jezus eenmaal geïslamiseerd heeft, vervolgens ook zelf graag aan de beurt komt voor zelfislamisering.

En dan de verlichtingsfundamentalisten. Het is een term die geïntroduceerd is om Ayaan Hirsi Ali en haar companen zwart te maken, maar die er om schreeuwt om een geuzenterm te worden. Net als de term ‘fundamentalisme’ zelf, is ‘verlichtingsfundamentalisme’ als term een succes geworden nog voor er over de inhoud en de betekenis was nagedacht. Maar daar gaan we wat aan doen.

Ik stel voor om bij de invulling van de geuzenterm ‘verlichtingsfundamentalisme’ bij de ethiek te beginnen. Met een paar grote stappen zijn we dan snel thuis. Verlichtingsfundamentalisme gaat uit van de antieke gouden regel Quod tibi non vis, alteri non feceris, ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. De Romeinse keizer Severus Alexander (222-235) vond deze Gouden Regel zelfs zo mooi dat hij die op zijn paleis en op openbare gebouwen liet zetten. Wie die regel schendt, door te roven of te doden, geeft daarmee aan de overheid een vrijbrief om die regel ten aanzien van hemzelf ook te breken, en hem zo mogelijk te straffen. Daarbij moet de overheid dan wel heel zeker van haar zaak zijn, want in dubio pro reo, in geval van twijfel gaat de verdachte vrijuit.

Godsdienstige vergrijpen en ketterijen kunnen dan niet langer aardse bestraffing opleveren, want godsdienst en twijfel gaan samen als een hand en een handschoen. Bij elke beschuldiging van een godsdienstig vergrijp is er gezien de aard van het vergrijp voldoende twijfel aanwezig om de verdachte niet te laten onthoofden, doodtrappen of ophangen. Daarmee zijn dan alle bedreigingen die de islamitische sharia uit jegens niet-moslims en ex-moslims van de baan. Dat geeft weer even lucht.

Voor verlichtingsfundamentalisme is het essentieel dat de overheid daadwerkelijk het monopolie op het gebruik van geweld heeft. Het moet niet zo zijn dat er stadswijken bestaan die gebukt moeten gaan onder de fysieke controle van een vrome testosteronbrigade of dat ex-moslims voortdurend moeten blijven vrezen voor hun leven. Binnen zo’n systeem van verlichtingsfundamentalisme hebben moslims en christenen en elke andere religiueze beweging volstrekte vrijheid van godsdienst, mits ze hun handen thuis houden. Wie zijn handen niet thuis houdt, moet misschien zwaarder gestraft worden dan thans het geval is. Het is moeilijk te bedenken welke bezwaren de multiculturisten tegen zulk verlichtingsfundamentalisme in kunnen brengen dat in twee woorden is samen te vatten: handen thuis.

Simpel als het klinkt, er zijn moslims die wel degelijk tegen zulk verlichtingsfundamentalisme willen strijden, en die bereid zijn in de strijd hiertegen zo nodig te sneuvelen of opgehangen te worden. Sayyid Qutb, de geestelijke vader van het moderne islamitische fundamentalisme, liet zich in op 28 augustus 1966 glimlachend naar de galg voeren. Hij wist dat zijn martelaarsbloed niet tevergeefs vergoten werd. Hij streed tegen uw en mijn vrijheid van godsdienst. God hebbe zijn ziel.

Verlichtingsfundamentalisten hebben een probleem dat Sayyid Qutb niet had. Ze willen liever niet voor hun verlichtingsfundamentalisme sterven. Toch zullen ze er over na moeten gaan denken wat ze eigenlijk wél willen. Zich verzetten, met alle risiko’s van dien, of zich laten uitschakelen door mensen die zo zeker van hun zaak zijn dat ze zich glimlachend laten ophangen.

We zullen in ieder geval heel goed op het gedrag van de overheid moeten letten. Ook de kerstening van Europa zou niet mogelijk zijn geweest als de toenmalige lokale en nationale overheden er niet enthousiast aan hadden meegewerkt. Zonder overheidssteun kan geen enkele godsdienst de maatschappij waarin ze rondwaart gaan overheersen of tot last worden. We zullen dus goed moeten opletten of de volksvertegenwoordigers die wij gekozen hebben en de ministers die ons regeren zelfislamiseerders of verlichtingsfundamentalisten zijn. Want, om van Randwijk te citeren:

Een volk dat voor tirannen zwicht
Zal meer dan lijf en goed verliezen
Dan dooft het licht.


Dames en heren, dit was nog net niet alles wat ik u vanmiddag zeggen wou. Ik wil u ook nog voorstellen om straks wanneer het programma dat toestaat een dronk uit te brengen op twee afwezigen: Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Neem me niet kwalijk dat ik mij alweer ga bedienen van bijbels jargon, maar mogen zij beiden, ondanks hun getiktheden, samen met de profeten, martelaren en heiligen schuilen onder de troon van de Allerhoogste.

Hans Jansen

Reacties

Van hun geloof afvallen

Van hun geloof gevallen

De felste aanklachten tegen de islam komen van ex-moslims. Een bloemlezing.

‘Tegen die tijd wist ik dat Mohammed niet de gezant van God was, maar een charlatan, een demagoog met als enige bedoeling mensen te bedriegen en zijn eigen narcisme te bevredigen. Ik wist dat alle kinderlijke verhalen over de hel met verzengend vuur en de hemel met rivieren van wijn, honing en melk, en allemaal orgieën, voortkwamen uit een ziek, onbeschaafd en onzeker bullebakbrein van een man die wanhopig op zoek was naar overheersen, vernielen en zijn eigen macht versterken.’

De Iraniër Ali Sina gaat in Weg uit de islam fors te keer tegen de profeet Mohammed, de koran en alles wat heilig is voor moslims. Met ongeveer 25 voormalige moslims verheft hij in het boek zijn stem tegen de onwetendheid en religieuze dwang die volgens hen de moslimwereld in hun greep houden. Ze getuigen van gruwelijke feiten, zoals de door de moellahs aangemoedigde moord op drie miljoen Bengali’s tijdens de splitsing van West- en Oost-Pakistan.

Samensteller Ibn Warraq, een uit India afkomstige ex-moslim, is niet zachtzinnig te werk gegaan. Uit de bijdrage van Iraniër Azam Kamguian: ‘In essentie is de islam een verzameling geloofsopvattingen en regels tegen menselijke voorspoed, geluk, welzijn, vrijheid, gelijkheid en kennis’. En Abul Kasem uit Bangladesh noteert een reeks gewelddadige en haatdragende soera’s: ‘Ik kan nog veel meer koranverzen citeren om te laten zien hoe gevaarlijk en walgelijk dat boek is.’

De teksten van Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali verbleken bij de felle aanvallen van de schrijvers van Weg uit de islam. Toch is deze aanpak nuttig en nodig. Zoals het ook tijdens de Hervorming en de Verlichting nodig was dat schrijvers hartstochtelijk en agressief tekeergingen tegen het christendom en de katholieke kerk.

Eén ding valt op: bijna alle afvalligen zijn tot hun besluit gekomen na het grondig bestuderen van de koran. Alleen al om die reden is het een slecht idee dit religieuze boek te verbieden. Door hun afvalligheid openlijk uit te dragen, lopen de auteurs grote risico’s: volgens fundamentalistische moslims staat op afvalligheid de doodstraf. Weg uit de islam is een prima boek, ook al gaat het gebeuk met de voorhamer zelfs de hevigste islamcriticus na een tijdje een beetje vervelen.

Het boek opent met een voorwoord van Afshin Ellian, van wie zojuist Allah weet het niet beter verscheen, een bundeling van zijn columns die hij na de moord op Theo van Gogh schreef.

Carel Brendel

Ibn Warraq, Weg uit de islam: getuigenissen van afvalligen. Meulenhoff. €39,90.
Vertaald door Bernadette de Wit

(Bron: AD Weekend, 30 augustus 2008)

Noot: In het nieuwe boek van Ellian staat ook een nieuw essay: Vrede zonder vrijheid en vrijheid in vrede. Lees het fragment, waarin Ellian afrekent met de geschiedschrijving van Geert Mak.

Dat vreemde negativisme


(...)
Herwaardering van de nationale identiteit mag je niet vertalen als een teken van haat tegenover migranten. Iedere beschaving heeft het recht om zichzelf te beschermen en haar voortbestaan te garanderen; van nieuwkomers mag je verwachten dat ze zich daaraan aanpassen. Dit is denk ik ook de juiste verklaring van de grote populariteit van de partijen van Wilders en Verdonk. Ten onrechte worden die extreemrechts genoemd. Maar wat zij willen heeft niks met extremisme te maken. Zij willen een halt toeroepen aan de snobistische minachting voor alles wat inheems en Nederlands is. De huidige herwaardering van het culturele erfgoed is een terechte correctie.

Lees hier de volledige tekst 'Dat vreemde negativisme' van Nahed Selim, Trouw 30.8.2008

De foto: 31 augustus 2008

Res_8
Gabler, 31.8.2008

D.C. Lama (8)

Dick_cheney_george_w_bush_democrati


De Foto: 30 augustus 2008

Res_9

Gabler, 30.8.2008

3 recente berichten van Nieuw Religieus Peil

Head960s

Drie recente berichten van Nieuw Religieus Peil:

1. Moslim raadsleden eisen ramadanregels voor alle raadsleden

Islamitische Labour-raadsleden in het district Tower Hamlets in Oost-Londen willen dat hun collega-raadsleden gedurende ramadan niet eten tijdens vergaderingen overdag.
De nieuwe moslimleider Lutfur Rahman en zijn afgevaardigde Siraj Islam willen dat het aantal vergaderingen tijdens ramadan tot een minimum wordt beperkt, zodat de islamitische raadsleden de vasten kunnen volgen.
Lees hier verder.

2. Sharia-rechtbanken brengen vrouwen in het gareel
In Engeland functioneren tien sharia´rechtbanken´. In zo'n 95% van de zittingen gaat het over huwelijkszaken. Moslims vragen vrijwillig om uitspraken van deze sharia-organisaties.
Sharia-uitspraken kunnen vrouwen bijvoorbeeld opleggen dat ze meer ingaan op de behoeften van hun echtgenoot of hoe ze moeten omgaan met hun echtgenoot in slechte en gedwongen huwelijken.
Lees hier verder.

3. Allah Akbar’ weerklinkt in Parijse wijk
De Omar Ibn Al Khattab-moskee in het 11e arrondissement van Parijs, laat iedere vrijdag het verkeer in de straat stoppen tijdens het vrijdaggebed. Sinds kort weerklinkt dat gebed ook via luidsprekers in de buurt.
Lees hier verder.

De Foto: 28 augustus 2008

Res_6

Gabler
, 28.8.2008

Wat Israël te maken heeft met dhimmitude en het Westen

Jihadwatchsmall

Fitzgerald: Wat Israël te maken heeft met dhimmitude en het Westen

[Noot van de vertaler: De titel suggereert mogelijk een causaal verband tussen Israël en dhimmitude of verwante problemen in het Westen. Dit is zeker niet bedoeld door de auteur zoals uit onderstaande vertaling blijkt.]

Een reageerder op Jihad Watch vroeg onlangs: “Mijn grote vraag is: Wat heeft Israël te maken met dhimmitude en het Westen?”

Antwoord: Alles. Israel is deel van het Westen, en het Westen zou het Westen niet zijn zonder Israëls bijdrage aan dat Westen.

Israël, of beter gezegd de Joden, verloren hun land (evenals vele andere niet-islamitische en niet-Arabische volkeren) tijdens de islamitische verovering van het Midden-Oosten en van Noord Afrika, waarbij de islamisering gepaard ging met arabisering. (Die arabisering werd overigens op sommige plaatsen, zoals bijvoorbeeld Iran, wel degelijk aangezien voor wat het werkelijk was: cultureel en taalkundig imperialisme dat vele overwonnenen overtuigd heeft dat zij Arabisch zijn of moeten worden om goede moslims te kunnen zijn.) Ondanks arabisering zijn vele Joden er in geslaagd terug te keren naar het Beloofde Land om er een gemeenschap te bouwen, en dat vele decennia vóór het mandaat van de Volkenbond voor Palestina. Joden zijn, ondanks grote belemmeringen, ook tijdens het mandaat terug blijven keren ondanks grotendeels onwillige Britse autoriteiten ter plaatse die zelf zich niet eens aan het mandaat hielden. Zie bijvoorbeeld Artikel 6 van het mandaat volgens welke de Britse autoriteiten verplicht waren de vestiging van Joden te faciliteren. En ook andere Joden kwamen, met name Holocaust overlevenden. En zelfs bijna een miljoen Joden kwamen uit diverse islamitische, Arabische landen alwaar zij slecht behandeld werden en als dhimmi's in voortdurende onzekerheid leefden (zoals overigens alle niet-moslims in islamitische gebieden)

De Joden in Israël, in elk geval de 50% afkomstig uit Arabische landen, zijn niet van zins om als dhimmi's te leven, en zij zullen zeker niet teruggaan naar die status. Afstammelingen van Joden die Israël weer hebben verlaten, om bijvoorbeeld naar Europa te gaan, zijn nu pas aan het ontdekken waar het in de islam allemaal om draait – precies zoals de rest van de Ongelovige Wereld dat, geen moment te vroeg, gaat ontdekken.

Deze Joden zullen, net zoals alle andere Westerlingen en niet-westerse Ongelovigen, in steeds grotere aantallen gaan zien dat de oorlog tegen Israël niets anders is en ook nooit iets anders geweest is dan een klassieke Jihad. Deze ware aard wordt aan het oog onttrokken, deels door het listige gebruik, door moslims, van islamo-christenen (Hanan Ashrawi, Naim Ateek, Michel Sabbah, enz.) onder de Arabieren op de Westelijke Jordaanoever om de Islamitische agenda te promoten. De Jihad wordt echter nog het meest aan het zicht onttrokken door de zorgvuldig gecreëerde maar volstrekt valse “Palestijnse” identiteit, welke met bijzonder veel inspanning is “geconstrueerd”. Mahmoud Darwish is, bijvoorbeeld, zo’n zorgvuldige “constructeur” die voor de Zesdaagse Oorlog zichzelf steeds typeerde met “Ik ben een Arabier” maar daarna plots zichzelf tegenover Westerlingen alleen nog maar een “Palestijn” noemde.

De Jihad tegen Israël wordt geëffectueerd door conventionele oorlogsvoering, en ook door terrorisme, evenals door diplomatieke en economische druk, en uiteraard ook propaganda. De hele rataplan. Er kunnen verschillen zijn in timing en tactiek tussen de Snelle Jihadisten van Hamas en de Langzame Jihadisten van Fatah, maar er is geen enkel verschil in het uiteindelijke doel: Israël moet ophouden te bestaan als plaats waar Joden, en dan niet als dhimmis, kunnen leven op land dat eens islamitisch bezit was. Dit is alles. Geen enkel ander doel is acceptabel voor islamitische Arabieren, hooguit met uitzondering van een handjevol van de intellectueel en moreel meest geavanceerde moslims.

De Jihad tegen Israël krijgt altijd weer veel aandacht – ondanks dat het niet gezien wordt als een Jihad maar zoals Arabieren het graag zien: als een “strijd” van een klein volk, de “Palestijnen” tegen een “bezetter” en zo verder. Deze propaganda campagne is begonnen zelfs lang voor OPEC de oliemarkt monopoliseerde, en ook voordat miljoenen moslims – dwaas genoeg – toestemming kregen zich in het Westen te vestigen, en ook voordat moderne westerse technologie (audio, video, satelliet TV, het Internet) in handen van moslims – die zelf deze techniek niet konden ontwikkelen – gebruikt wordt voor het verspreiden van hun boodschap, hun uiterst dodelijke islamitische boodschap naar alle uithoeken van de Dar al-Harb, omdat de hele wereld, zoals je moet begrijpen, toekomt aan Allah en zijn volk.

Dit is wat Israël “te maken heeft met dhimmitude en het Westen.”

Hugh Fitzgerald

Bron:
What Israel has to do with dhimmitude and the West

Vertaling: Cornelis de Deugd (HB)

De Foto: 27 augustus 2008

Res_3

Gabler, 27.8.2008

Convention day 1 (en 2)


Convention day 1 en 2

If the next three days of the convention are as good as the first day (they will be), this is going to be a fantastic week!

What was the highpoint last night? That’s almost hard to say:

Caroline Kennedy – President John Kennedy’s beautiful daughter - gave a stirring speech about both Obama and her uncle, Ted Kennedy. She said: "Some people say Barack Obama inspires them as much as my father did.” I was moved by that. It brought it all together, the traditions of the Democratic Party that are being fulfilled by Barack Obama. Her homage to her dear uncle was homage to 50 years of Kennedy leadership stretching from JFK to the present.

Lees hier verder: Convention day 1 by the Dutch Delegate Bob Bragar

Slick Soul

Soundtrack_sundays_shaft

Slick Soul

Laat eens iets van je favorieten horen,’ zo vroeg een vriendin mij onlangs bij een bezoek. Als ex-collega’s hadden we regelmatig over muziek gesproken en als het niet op het werk gebeurde, dan passeerde het onderwerp ongetwijfeld ergens gedurende de avond de revue tijdens onze regelmatige pubavonden. Maar dit betrof altijd het feit dát we van muziek hielden, al gaf de nodige genre-aanduiding wel aan dat we aardig op een spoor zaten.

Waar te beginnen want mijn voorliefde bestrijkt een uitermate ruim spectrum. De keus was echter al snel gemaakt. “Laat ik beginnen met wat volgens mij de beste single ooit is,” zo zei ik, en ik zette (Theme from) Shaft van Isaac Hayes op, hetgeen ondanks ons leeftijdsverschil van een kleine twee decennia – wat betekent dat ze nog geboren moest worden toen dit een dikke hit was - in zeer goede aarde viel. Isaac Hayes overstijgt generatiegrenzen.

Twee dagen later vernam ik via het nieuws dat de Amerikaanse soullegende op 65-jarije leeftijd was overleden - aan een beroerte, zo bleek later. Als fan behoor je dan te zeggen dat je ‘geschokt’ was, maar dat is een vervelend cliché dat ook nog eens bezijden de waarheid is, want de dood van Hayes heeft mijn leven echt niet drastisch veranderd. Het maakt me wel licht melancholisch; het feit dat langzaamaan de groten van weleer komen te overlijden onderstreept tenslotte het onverbiddelijke verstrijken van de tijd.

Misschien is mijn reactie ook wat lauw omdat de hoogtijdagen van Hayes echt al lang achter ons liggen, al kende hij een opmerkelijk laat succes als de stem van Chef uit South Park. In die hoedanigheid scoorde hij in 1999 nog een grote hit met het aanstekelijke 'Chocolate Salty Balls' (‘suck on my chocolate, salty balls. Put 'em in your mouth and suck 'em’). Later verliet Hayes de serie uit protest toen de makers een parodie voorstelden op de Scientlogy kerk waarvan hij tot aan zijn dood een aanhanger was.

Als muziek ‘aficionado’ zal ik niet de enige zijn die er voortdurend een imaginaire lijst op nahoudt van de beste singles en beste albums ooit. Die lijstjes zijn altijd een verandering onderhevig, maar ‘Theme from Shaft’ is al enkele jaren mijn onbetwiste favoriet. De soul van de eerste helft jaren ’70 is voor mij een van de beste periodes uit de geschiedenis van de popmuziek. Van de integere en gepassioneerde pracht van Marvin Gaye’s meesterwerk ‘What’s going on’ via ‘Superfly’ van Curtis Mayfield – evenals ‘Shaft’ zogenaamde 'Blaxploitation' filmmuziek - , Al Green en de heerlijke slick soul van Barry White tot de al even slick klinkende uitgesponnen reïnterpretaties van evergreens door Isaac Hayes. Luister naar ‘Hot Buttered Soul’ met de 12 minuten durende versie van de Bacharach/David classic ‘Walk on by’ of Hayes’ over meer dan 18 minuten uitgesponnen versie van ‘By the time I get to Phoenix’.

Maar het beste nummer blijft ongetwijfeld ‘Theme from Shaft’.(de single; de lp is op het titelnummer na behoorlijk saai). Een nummer dat in de Amerikaanse cultuur gegrift staat, met een versie van Bart Simpson in een van de ‘Simpsons’ afleveringen als beste bewijs. Met het nummer haalde Hayes niet alleen een Oscar binnen, hij bereikte er ook de eerste plaats van de Billboard 100 mee, iets wat in Nederland niet lukte (het nummer haalde in Nederland net geen top 10-notering). Desondanks is het nummer ook bij ons uitgegroeid tot een echte ‘classic’, en terecht; weinig andere nummers laten zo’n perfecte ‘blend’ horen van erotische spanning, 'slick' soul en onderkoeldheid. Die lang aangehouden hi-hat in het begin, dat typisch uit de vroege jaren ’70 stammende gitaargeluid van Charles Pitts en dan uiteindelijk die prachtige beginzin: ‘Who’s the black private dick who's a sex machine to all the chicks?' Een nummer om nooit genoeg van te krijgen (zorg wel dat je de lange versie in huis haalt, want op bijvoorbeld 'Isaac Hayes' Greatest Hits' staat een ingekorte editie!)

Kees Bakhuyzen


YouTube: Isaac Hayes - SHAFT

“Dit schreeuwt om wraak!”

“Dit schreeuwt om wraak!”

Een jaar of tien geleden ben ik ermee begonnen. In de boeken die ik lees, plaats ik een paraafje op de bladzijde die mijn leeftijd aangeeft. Dat blijkt handig te zijn. In aardig wat van mijn boeken staan inmiddels een, twee of drie paraafjes. Vaak is aan een boek met één blik te zien dat het meerdere malen gelezen is; ik houd van boeken maar ik houd nog meer van lezen en dat doe ik het liefst overal. Ik lees graag bij het eten, tenminste als ik alleen ben, in bad (idem dito), in de trein en mijn lievelingsleesplek zal altijd m'n bed blijven zodat menig exemplaar te lijden heeft. Leen nooit een boek aan mij uit.

Het zijn er niet veel maar er staan in de boekenkast exemplaren die ik voor veel geld heb aangeschaft maar nog nooit heb gelezen en waarschijnlijk ook nooit zal lezen: De man zonder eigenschappen bijvoorbeeld. Van Robert Musils. Vooralsnog geen paraafje in Musils, terwijl het daar al sinds 1988 op wacht. Sommige boeken negeer ik jaren achter elkaar, andere verdienen geen ex libris stempel en moeten hun plekje in de kast inleveren, en weer andere pak ik af en toe verlangend beet maar als ik dan aan het laatste paraafje zie dat ik het boek nog maar vier jaar daarvoor gelezen heb, ben ik streng en zet ik het met een zucht terug. Vier jaar is echt te kort, daarvoor is mijn geheugen (nog) te goed. Tot mijn verrassing en blijdschap zag ik onlangs dat het alweer zes jaar geleden is dat ik de Bommelboeken voor de tweede keer heb gelezen. Dat kan net.

Gelukkig zijn de Olivier B. Bommel-verhalen van schrijver en tekenaar Marten Toonder (1921-2005) nog steeds verkrijgbaar (en beslist betaalbaar) want als je ze niet kent, weet je niet wat je mist maar het is zeker dat mooie leesuren je te wachten staan. Ik ken weliswaar één man die zich weinig raad weet met de combinatie van deze strip met daaronder een groot tekstveld maar het moet toch om een uitzondering gaan want we hebben het hier niet over zomaar een “praatje bij [zomaar] een plaatje”. De avonturen van heer Ollie en Tom Poes zijn meesterlijk getekend – van sommige plaatjes zou je een uitvergroting in je woonkamer willen ophangen – en ze zijn zo mogelijk nog meesterlijker geschreven. Het is dubbel genieten. Marten Toonder is een van Nederlands beste en leukste schrijvers.

Er valt veel over de Bommelboeken te vertellen* maar wat de verhalen al zo groots en aantrekkelijk maakt is behalve de heerlijke humor, de weinig verholen manier waarop Toonder indirect commentaar geeft op onze maatschappij. Ook voor de derde keer word ik er weer door getroffen zij het op een andere manier als zes jaar geleden. Dat komt gedeeltelijk doordat ik zelf ouder en o zo veel wijzer ben geworden maar toch ook doordat er sindsdien wel het een en ander veranderd is in Nederland.

Neem nu het verhaal De Wraakgier uit 1957 waarin een bejaarde zogeheten wraakgier, heer Kriegel, min of meer per ongeluk uit het verre Knekelpiek naar het brave, rustige om niet te zeggen vredige en beschaafde Rommeldam komt waar het recht heerst en het leven kostbaar is. Maar voordat Kriegel in Rommeldam arriveert, krijgt de lezer eerst een uitgebreid inkijkje in het dagelijkse leven in Knekelpiek. Heel gek maar daar heerst een geheel andere cultuur waar voor een 'normaal' mens eigenlijk niet te leven valt. Wraakgieren hebben namelijk de eigenaardige gewoonte om, en dat al generaties lang, niemand te vertrouwen en ze schreeuwen bij het minste of geringste om wraak. Zowat elke opmerking is in hun oren verdacht en wordt voor de zekerheid als een belediging opgevat. Waar een normaal mens zijn schouders over ophaalt, betekent dat voor wraakgieren werk aan de winkel. Er dient eigen- en hardhandig 'bewraakt' te worden, en wel onmiddellijk, anders ben je geen echte wraakgier en kom je nergens. Die vergelding houdt onder meer in dat men elkaars huizen vakkundig vernielt of meteen maar in brand steekt. Knekelpiek is een naargeestig oord waar geen heel huis meer staat want het bewraken is een verslavende bezigheid die steeds gemakkelijker ontvlamt, het houdt nooit op.

Wat één vreemdeling, één wraakgier in Rommeldam teweegbrengt is onvoorstelbaar maar geweldig leuk beschreven. Eenmaal in Rommeldam aangekomen, is heer Kriegel niet over het plaatsje te spreken waar volgens hem niet bewraakt wordt:

“Wat een land! Jullie zijn een volk van gemeentereinigers en opschrijvers!”

En:

“Als ik nog jonger was, zou ik de edele gebruiken uit mijn mooie vaderland hier gaan invoeren en dan zou ik van dit waterige reinigingsvolk weer een fier ras maken”.

Kriegel windt met z'n praatjes vervolgens de ene na de andere prominente Rommeldammer om zijn vinger. Zo ook Dorknoper, ambtenaar eerste klasse, die begrip bij de wraakgier vindt “voor de moeilijke taak van een ambtenaar eerste klasse. Ik zal hem tonen dat ik kan optreden als het moet.”

In geen tijd zit de Rommeldamse burgemeester Dickerdack thee met de oude wraakgier te drinken, nou ja bij wijze van spreken dan maar de burgemeester is danig onder de indruk van het frisse en verstandige taalgebruik van deze nieuwkomer die zich tenminste niet zo maar laat beledigen en die hij dan ook snel tot “onbezoldigd gemeente-bewraker” benoemt omdat het een goede burgemeester past een wraakgier als Kriegel te steunen in diens hoogstaande idealen. De inwoners van Rommeldam kunnen nog veel van nieuwkomer Kriegel leren, daar komt het wel op neer.

De media blijven niet lang achter. De gisse journalist Argus schrijft een interessant stukje over de wraakgier en zijn culturele gewoontes dat de Rommeldamse lezers inwrijft dat men in Rommeldam in “een muffe tijd leefde waarin iedereen zich glimlachend de kaas van het brood liet eten. Het dappere voorgeslacht had vergeefs roemruchte daden gepleegd en Rommeldam opgestuwd in de vaart der gemeenten. 'De tegenwoordige generatie zit geheel verslapt voor de t.v.!' riep de schrijver uit. 'Het is geen wonder, dat wij afgezakt zijn tot een derderangs stadje. Maar dank zij het frisse initiatief van de onbezoldigde gemeente-bewraker Kriegel zal dit anders worden. Er zal getoond worden, dat wij nog kunnen strijden voor ons recht! Deze gehele tijd schreeuwt om vergelding. Welnu, wij zullen vergelden!”

Als er een (door de onbezoldigde gemeente-bewraker in het geniep uitgelokt) conflict dreigt met het nabij gelegen Stuipendrecht geeft de burgemeester niet mis te verstane instructies aan zijn commissaris Bulle Bas:
“Laat ze daar in Stuipendrecht voelen, dat je niet met je laat spotten. Denk aan het roemruchte verleden, Bas!”

Hoewel hij even aan dit krachtige taalgebruik moet wennen, staat Bulle Bas al snel open voor de heldhaftige Knekelpiekse vergeldingsmethodes. Vlak voordat zijn agenten het conflict in het naburige Stuipendrecht gaan oplossen, houdt hij op zijn beurt een toespraak die er niet om liegt:

“Tot de laatste man! Denk aan het glorievolle verleden! De eer van de stad staat op het spel!”

De enige die zich niet laat meesleuren door heer Kriegels ideeën en gewelddadige vergeldingspraktijken, althans in het begin, is heer Bommel. Hij doet wat je van een heer mag verwachten, hij houdt zijn rug recht. Hij heeft de vreemdeling dan wel onderdak in slot Bommelstein verleend maar als hij merkt dat de heer Kriegel ook in Rommeldam zijn dagen wil slijten met het nemen van wraak, is de maat snel vol. Hij diskwalificeert hem zonder zogenaamd genuanceerd tolerant te zijn:

“We leven hier in een beschaafd land, heer Kriegel. Zulke dingen komen hier niet voor. In Rommeldam heerst het recht en is het leven kostbaar, als u begrijpt wat ik bedoel. U moet die ruwe gedachten uit het hoofd zetten, anders worden we kwade vrienden!”

En wat later in het verhaal, als blijkt dat zijn beleefde uitleg niet het gewenste resultaat heeft, drukt Bommel op het belknopje, zodat zijn bediende Joost de wraakgier de deur mag wijzen.

“Joost, wijs deze heer de deur en zorg, dat hij er niet meer in komt. In dit huis geen wraakgieren, Joost. Onthoud dat.”

Bommel verwacht dan ook alle steun van zijn buurman markies de Cantecler de Barneveldt.

“Als lieden van onze stand niet pal staan, blijft er niets van de cultuur over, als men begrijpt wat ik bedoel”.

Kriegel trekt zich niets, dat wil zeggen alles van Bommels verstandige woorden en adviezen aan want die woorden schreeuwen natuurlijk om wraak en dat is een kolfje naar de hand van de meesterwraakgier. Hoewel de burgemeester hem wel op het hart had gedrukt dat degene die in Rommeldam eigen rechter speelt, gestraft wordt, lukt het de onbezoldigd gemeente-bewraker vrij gemakkelijk de inwoners van Rommeldam tegen elkaar uit te spelen. De aangiftes en aanklachten zijn niet van de lucht: rechters draaien zodoende overuren en de gevangenis raakt overvol.

Ondanks zijn fiere optreden belandt heer Bommel toch in de gevangenis omdat de grove wraakgier de goedgelovige heer uiteindelijk weet te verleiden zich op zijn arrogante buurman de markies van Cantecler de Barneveldt te wreken door hem uit te schelden voor boleet! Een vreselijk scheldwoord. Dat kan een edelman natuurlijk niet over zijn kant laten gaan.

Gelukkig voor heer Ollie is de scherpzinnige Tom Poes er nog die, zoals in haast alle Bommelverhalen, een list verzint waardoor de wraakgier naar zijn geliefde vaderland Knekelpiek moet vertrekken en de rust en de beschaving terugkeren in Rommeldam.

Annelies van der Veer

Overgehaalde Landrotten
Marten Toonder - De Wraakgier
(1957), De Beunhaas, Het Ontstoffen
Uitgeverij de Bezige Bij
Amsterdam
1974


* Ben je op zoek naar een illustere nick? Deze namen vond ik in de Bommelboeken:

(edelman) markies de Cantecler van Barneveldt
(politie-commissaris) Bulle Bas
(burgemeester) Dickerdack
(kapitein) Wal Rus
(trouwe bediende van heer Bommel) Joost
(journalist) Argus
(calvinist) De Zwarte Zwadderneel
(ambtenaar eerste klasse) Dorknoper
(professor) Prlwytzkofski
(professor) Sickbock
(magister) Hocus P. Pas
(meesterschilder) Terpen Tijn
(buurvrouw) Doddeltje
(criminelen) Bul Super en Hieper
('domme' gans) Wammes Waggel
(breinbaas) Kwetal
(bovenbaas) Amos W. Steinheicker (AWS)
(secretaris van AWS) Steenbreek
(doctorandus) Zielknijper
P. Pastinakel
(assistent van professor Prlwytzkofski) Alexander Pieps
(kruidenier) Grootgrut

De Foto: 25 augustus 2008

Res_1

Gabler, 25.8.2008

De Foto: 24 augustus 2008

2482008_1

Gabler, 24.8.2008

Wijn


Wijn

'Welzeker', zegt Madame Morin. 'Ik heb veel over uw land gehoord. Een tante van ons - ja, het is eigenlijk geen echte tante, maar we zeiden altijd tante tegen haar - die is verleden jaar nog in Brussel geweest. Een grote stad, een prachtige stad! En iedereen spreekt er Frans! Ze zeggen dat het komt omdat het vroeger bij Frankrijk was.'

'Alles was vroeger bij Frankrijk', stel ik vast. 'Het waren ook betere tijden dan nu.'

Mevrouw Morin kijkt mij heel even vorsend aan. Dan, na een kort nadenken, brengt ze de oervroeg te berde: 'Verbouwt men in uw land ook wijn?' Ik knik. 'O ja? Wat voor wijn is dat dan, Monsieur Rêve?'

'Witte wijn, Mevrouw', begin ik haar uit te leggen. 'Wij hebben alleen witte wijn, omdat het in ons land altijd erg koud is. Een groot deel van het jaar is ons land overdekt met sneeuw en ijs. Als de wijn geoogst moet worden, ligt er al een dik pak sneeuw over de wijnvelden. Om die sneeuw weg te krijgen, hebben we grote windmolens - moulins à vent - die met de wind die ze maken de sneeuw van de druiven blazen, zodat ze geoogst kunnen worden. Ze zijn bevroren, als ze geplukt worden, maar dat hindert niet, want het is een speciale soort. Ze worden ontdooid, en de wijn wordt geperst. Het eerste vat is voor onze koningin. Op de eerste dag van het Oogstfeest verschijnt de koningin op het balkon van haar paleis. Honderdduizenden mensen staan te kijken. En dan drinkt de koningin de eerste nieuwe witte wijn uit een reusachtige kristallen bokaal, die ze in één lange teug leeg moet drinken. Daarna voert ze op het balkon een korte rituele dans uit, en als die afgelopen is, barst een groot wijnfeest los, dat drie dagen achtereen duurt.'

'Witte wijn', zegt Mevrouw Morin zonder enige geestdrift. 'Houdt uw koningin daarvan?'

'Ze moet hem wel opdrinken, die witte wijn, omdat het volk dat wil', leg ik uit. 'Maar ze drinkt zelf veel liever rood; ze heeft veel liever een goede rode wijn.'

'Maar die verbouwen ze dus in uw land niet', stelt Mevrouw Morin snel en met nauwelijks verholen leedvermaak vast. 'Wat voor soort rode wijn drinkt ze dan, uw koningin?' En ietwat beschuldigend laat ze erop volgen: Uw koningin komt heel weinig in Frankrijk, geloof ik, is het niet?'

'Onze koningin heeft een klein huisje in Italië, aan de zee', begin ik te vertellen. 'Ze is het liefste waar het heel eenvoudig en stil is. Onze koningin houdt niet van drukte of van wasmachines of allerlei weelde, of van veel personeel. Ze doet vaak zelf het huishouden. En bijvoorbeeld zelf koffie zetten, dat vindt ze gewoon heerlijk! Ze kookt ook vaak zelf het eten. Hare Majesteit zegt: "Een vrouw moet iets te doen hebben. Een vrouw mag niet stilzitten. Er is altijd wel iets wat gedaan moet worden".'

'Daar heeft uw koningin groot gelijk in', beaamt Mevrouw Morin met klem. 'Je moet iets doen, het geeft niet wat. Weet u, dat ik me helemaal beroerd veel, als ik niets te doen heb? Ik word er gewoon ellendig van, eerlijk waar.'

'Maar in dat huis van onze koningin dus, in Italië', ga ik voort, 'daar is op een keer een jonge journalist over de muur geklommen en binnengedrongen. En opeens staat hij pal tegenover de koningin! Hij schrikt zich natuurlijk een ongeluk, maar de koningin stelt hem gerust en glimlacht en vraagt: "Wat wil je allemaal weten, jongmens?"'

Mevrouw Morin glimlacht met bijna moederlijke tederheid. 'Ze is geloof ik erg eenvoudig, uw koningin.'

'Ja, erg eenvoudig', bevestig ik. 'En daarom antwoordt ze ook heel gewoon en geduldig op alle vragen van die jonge journalist. Hij wil graag weten, wat Hare Majesteit het liefst eet. "Ach", antwoordt de koningin, "een mens moet alles leren eten wat goed en gezond is. Ik vind eigenlijk alles wel lekker. Behalve rode kool, maar die groeit hier niet." Onze koningin houdt niet van rode kool, dat is bekend', zeg ik verduidelijkend.

Mevrouw Morin schudt, bijna betoverd door de glans van het aardse sprookje, peinzend het hoofd.

'En toen wilde die jongen natuurlijk ook weten, wat Hare Majesteit het liefste dronk. En wat zegt onze koningin, terwijl ze midden in Italië zit, tegen die Italiaanse journalist?' "Franse rode wijn", zegt ze, want ze is in waarheidsliefde en oprechtheid opgevoed. "het liefste drink ik een Franse rode wijn".'

Het gelaat van Mevrouw Morin krijgt van voldoening een bijna milde uitdrukking. 'Franse rode wijn...' zegt ze me op trotse toon na.

'Maar dat heeft me toch een schandaal in de Italiaanse pers gegeven, Mevrouw! De Nederlandse koningin, die midden in Italië woont, en zegt, dat ze het liefst Franse rode wijn drinkt. Een tumult! En een heleboel boze stukken in de Italiaanse kranten!'

'Nu, daar begrijp ik niets van', zegt Mevrouw Morin schamper. 'Franse rode wijn, dat is toch heel goede wijn? Ja, je hebt natuurlijk wijn die heel erg goed is, en je hebt wijn, die iets minder goed is, maar de Franse rode wijn, die is toch heel goed?'

'Zeer zeker, Madame', val ik haar bij. 'De Franse rode wijn is heel erg goed.'

Gerard Reve

Uit: Gerard Reve - Verzameld Werk deel 6
Uitgeverij L.J. Veen
Amsterdam/Antwerpen
2001

De Foto: 23 augustus 2008

2382008_3

Gabler, 23.8.2008

The Dutch Delegate


Update: Joe Biden!

The Dutch Delegate (in het midden) in Berlijn (25 juli).


Bob Bragar is an American citizen, living in Amsterdam, the Netherlands, and elected by Democrats Abroad as a delegate to the Democratic National Convention.

Vanavond, 25.8.2008 is Bob Bragar te gast bij de NPS-uitzending in Denver: live Nederland 3: 19.30 tot 20.20 uur. Bob spreekt vloeiend Nederlands.

Vote from abroad!


We arrived in America yesterday. It’s great to be here – seeing friends, having fun, talking fast. The best.

But it’s disturbing, as well. Unlike in Europe, where it seems inevitable that Obama will win, here in the US that’s not true at all. It’s a very close race. A Reuters poll today gave McCain a big advantage. In the crucial swing states, it’s neck-on-neck.

If even a small part of what we see here on TV is true, then America is distracted by the issue-of-the-moment (offshore drilling, fears about Russian expansion) and lightening evaluations of Obama’s and McCain’s responses. Should Obama have taken a vacation last week? That was the burning blip. No attention to the things we see from abroad: America’s loss of respect, the decline of the dollar, burgeoning debt, uncontrollable and expensive war, and so forth. The Bush damage that we must repair. And no sense that McCain is Bush redux.

Lees en reageer (in het Engels of het Nederlands) hier evt. verder.

"U maakt deel uit van onze samenleving, daar bent u blij mee en zijn wij blij mee".

Let op! Update/Vervolg Jip en Janneke bericht uit 2006: 22 augustus 2008: Moslim terecht geweigerd en hier (Jammer voor Jeroen Pauw. Toch niet iedereen blij.)

Reactie Enait (gaat in hoger beroep).

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

(Ingezonden) Uitgelicht: televisie: Pauw en Witteman: donderdag 5 oktober 2006, inclusief reacties uit 2006

Met als gast o.a. Mohammed Faizel Ali Enait, die als solliciterend 'klantenmanager' geen handen wil schudden van vrouwen. Hij is door de Commissie Gelijke Behandeling in het gelijk gesteld.

Na ongeveer 11 minuten in het gesprek, nadat ie al gezegd heeft dat de hand van een vrouw tot een van haar 9 erogene zones behoort en hij eigenlijk de vrouw tegen haarzelf in bescherming neemt door geen handen te schudden, neemt Jeroen Pauw het gesprek weer over met de woorden waar geen spoor van ironie in aan te treffen is:

"U maakt deel uit van onze samenleving, daar bent u blij mee en zijn wij blij mee".


Heeft u ook voorbeelden van Jip-en-Janneke-verslaggeving/berichten/uitspraken/foto's gehoord/gezien op radio, televisie of andere media? Stuur deze, met bronvermelding, dan naar hoeiboei@gmail.com .