Exotische eenling

Een exotische eenling heeft Theo van Gogh vermoord. Zei o.a. Cohen gisterenavond in een speciale uitzending van Nova waarmee hij impliceerde dat zoiets zelden voorkomt. Om even later te benadrukken dat er wel meer exotische eenlingen zijn, dus helemaal uitsluiten dat zoiets weer gebeurt, kan de Amsterdamse burgermeester niet. Maar gelukkig zitten Cohens mannen er nu, in vergelijking met 5 jaar geleden, wel veel meer bovenop.

Pff!


En de vrijheid van meningsuiting? Die is zowel volgens Cohen als Van der Laan na vijf jaar nog in takt. Ja hoor, iedereen kan nog steeds zeggen wat ie wil, daar is niets aan veranderd. Vandaar dat beide heren als door wespen gestoken reageren als de tegenover hen gezeten Marco Pastors ongeveer het tegendeel beweert: dat beide heren helemaal geen kritiek dulden op moslims of de islam. Dat is helemaal niet waar!

Die Marco Pastors moet niet zo moeilijk doen.

Vijf jaar na de moord op Theo van Gogh kunnen we nog steeds overal vol trots zeggen en schrijven dat:

- islam
vrede betekent

- we dol zijn op hoofddoeken, boerka's en boerkini's want de dragers ervan zijn de nieuwe feministen van Nederland

- islam net zo'n religie is als het christendom en niet meer dan dat

- dat we nooit genoeg weten van de islam om deze religie goed te begrijpen

- vrouwen en homo's binnen de islam even veel waard zijn en dat afvalligen of andersdenkenden ook zo hun waarde hebben

- onze beleidsmakers zo ontzettend hun best doen om de boel goed bij elkaar te houden

- dat Ahmed Marcouch een voorbeeld is van een volledig geïntegreerde Nederlandse moslim

- dat Wilders een bange man is

- dat volgers van Wilders' partij de PVV moeten worden uitgerookt

- dat de sharia helemaal zo gek nog niet is en prima samengaat met onze westerse democratie

- dat er onzettend veel heel erg goed gaat in Nederland, ook in de prachtwijken

- dat alle bedoelingen van de multiculturele samenleving heel goed zijn

- dat het maar om enkele radicale dan wel 'exotische figuren' gaat die de boel verstieren

- dat alle nieuwkomers met volledig behoud van hun eigen cultuur heel goed meedoen

- dat onze beleidsmakers nooit zullen toegeven aan welke vorm van intolerantie dan ook

- dat de democratie zoals wij die kennen helemaal niet onder druk staat

- dat er hele fijne en mooie dingen in de koran staan

- dat een beetje scheiding der sexen best wel oke is

- dat er ook voor de vrijheid van meningsuiting grenzen gelden


- dat....


Als u blij en tevreden bent met dit lijstje toegestane overtuigingen, vertrouw dan Cohen, Van der Laan en hun volgers. Want zij zullen ervoor zorgen dat dit lijstje ook tien jaar na de moord op Theo van Gogh ongewijzigd zal zijn.


Fatima de Boer-al-Husayn

UITROKEN

Arabist_jansen

Fatima Elatik, in Amsterdam een wereldberoemd hoofddoekjesdraagster, spreekt mannentaal. Op 2 november heeft ze gezegd, over de aanhangers van Wilders, ‘I want to smoke them out’. Als kakkerlakken uitroeien dus. Vergassen.

Denk er even over na wat er in Nederland gebeurd zou zijn als Wilders iets dergelijks over moslims, of over zelfs alleen maar de criminele moslims, gezegd zou hebben. Maar hier gaat het niet over moslims, maar over ongeveer een-vijfde van het Nederlandse electoraat. U die dit leest, zou er zo maar bij kunnen zijn.


Het vervelende van uitroken is dat het voor de omstanders gevaarlijk is. Nu ja, als de rivers of blood eenmaal vloeien, kan niemand zeggen dat het niet goed en duidelijk aangekondigd is.


HansJansen

Nog niet eens zo lang geleden..

Els

(The future is already here, it's just not evenly distributed. William Gibson)


In de coupé naast me nemen drie oudere dames plaats. De grijze duifjes kletsen honderduit en gaan zo luidruchtig in elkaar op dat het me niet lukt de eerste pagina uit te lezen van De aap in ons, waarom we zijn wie we zijn van Frans de Waal.

Twee dames houden een mobiele telefoon in hun platte hand die in hun schoot rust. Alsof het een relikwie is. De derde, die minstens tien jaar jonger oogt, heeft er geen.

“Hier,” zegt de oudste grijze duif en ze duwt d'r mobieltje in de handen van de jongste die naast haar zit, “bel jij André even”. De jongste tikt wat cijfers in terwijl de anderen haar verwachtingsvol aankijken. Dan horen we de jongste zeggen: “Ja André, met Ria, hier komt je moeder...”, en ze overhandigt het mobieltje aan Andrés moeder.

“Dag André, dit is je moeder, ja we zitten in de trein, alles is goed, ja. Dus dan weet je dat. We zitten nu nog in de trein. Straks bellen we wel weer”, en ze geeft het mobieltje terug aan de jongste, van wie blijkbaar verwacht wordt dat ze de verbinding verbreekt.

“Zet je hem uit?” zegt ze nog. “Dat is beter hè, het kost toch stroom als ie aanstaat?”

Ik ben nu een en al aandacht. Het kost me moeite niet hardop te lachen om deze vooruitgang in 'vooruitgang' en daarom richt ik m'n blik weer op de 'aapjes' van Frans de Waal maar lezen doe ik niet. De trein zet zich langzaam in beweging.

De derde grijze duif heeft al die tijd haar mobieltje zitten bevingeren. Nu is het haar beurt om te gaan bellen. Zij kan het zelf. “Laat ik Joop nu maar even bellen, dan weet hij waar we zijn en dat we onderweg zijn,” zegt ze. De anderen kijken haar gespannen aan. “Ik heb nog maar 1 euro beltegoed. Wat gaat dat snel zeg!” Even later. “Hij is in gesprek... wat vreemd, nou dan probeer ik het straks nog maar eens. We zijn er toch nog niet?”

De oudste staart naar haar mobieltje dat in de handen van de jongste ligt. “Hoe is het toch mogelijk dat dit allemaal kan!” roept ze ineens. “Het wordt steeds maar gekker, en dat allemaal met die chips die erin zitten”. Grijze duif drie begint dan trots te vertellen dat zij tegenwoordig gebruik maakt van de girofoon, waarop de oudste verbaasd reageert: “de girofoon, de girofoon, wat is dát nu weer?!”

Een harde lach ontsnapt m'n mond. Maar die wordt niet opgemerkt door de drie dames. Girofoon, denk ik, inderdaad wat was dat ook alweer? Dat is toch iets van lang geleden?

Dan zegt de jongste: “ik heb girotel, dat is heel makkelijk”. Waarop grijze duif drie antwoordt: “zover ben ik nog niet, ik heb nog geen internet, de doos met de computer staat in de gang, maar ik heb nog geen tijd gehad hem te openen. En ik weet dat in de doos de handleiding zit en dus open ik hem nog maar niet want dan moet ik die gaan lezen!” Men lacht gezamenlijk. Ik doe mee.

“Ja,” vervolgt grijze duif drie, “en waar moet ik hem zetten? Ik kan hem niet beneden hebben, want dan zou ik het bruine bankje weg moeten halen, en dát kan niet. Het bruine bankje eruit, nee zeg, dat begrijp je..... Nee, die computer moet naar boven, maar ik moet eerst de doos nog openen...”

De conducteur komt langs. Deze is in een melige bui en maakt ouderwetse conducteursgrapjes met de 65-plussers die dat wel kunnen waarderen. Als hij wegloopt, heeft hij voor de jongste nog een boodschap: “En dit is de trein hoor, niet Amersfoort!” Alleen de jongste lacht terwijl haar gezicht roze kleurt. Ik snap niets van de opmerking van de conducteur maar gelukkig legt de blozende het vrijwillig aan de hele coupé uit.

“Ja,” zegt ze “dat had ik jullie nog niet verteld, maar toen ik net als eerste op het perron aankwam, vroeg ik aan de conducteur terwijl ik naar de gereedstaande trein wees,” ze lacht er schaapachtig bij, alsof ze wel degelijk inziet hoe dom haar vraag was: “is dit Amersfoort?” “Nee,” had de conducteur haar droogjes geantwoord: “Dit is niet Amersfoort, dit is een trein!”

De vreemde opmerking van de conducteur is verklaard en iedereen lacht met de jongste mee.

Grijze duif drie geeft te kennen dat ze het thuisfront voor de tweede keer wil gaan bellen, kijken of haar Joop nu wel bereikbaar is maar tot haar ontsteltenis is het nummer nog steeds in gesprek. “Dit is heel vreemd,” zegt ze, “het is niets voor Joop om zo lang aan de telefoon te zijn, dat doet hij nooit, hij voert geen gesprekken aan de telefoon.” Iedereen begrijpt haar punt direkt. “De hoorn moet ernaast liggen, het kan niet anders,” concludeert ze. “Waarschijnlijk heeft hij per ongeluk de hoorn naast de haak gelegd. Ik weet het zeker, want zo lang aan de telefoon zitten praten, dat doet hij écht niet.”

Het is duidelijjk dat ze zich zorgen om Joop maakt, de anderen voelen met haar mee. Terwijl grijze duif nummer drie in haar papieren adressenboekje begint te bladeren, mompelt ze “Nee, die kan ik niet vragen, die woont te ver, maar wacht, ik kan Betty vragen om even polshoogte te nemen, die begrijpt het wel" en ze tikt het nummer van Betty in, de anderen kijken toe en luisteren mee: “Ja Betty, met mij, we zitten in de trein en Joop is de hele tijd in gesprek, en dat kan niet. Zou jij even bij hem willen kijken?” Het is een paar secondes stil in de coupé, dan gaat grijze duif drie door: “Heel fijn Betty, maar ik weet mijn mobiele nummer niet uit mijn hoofd. Dus je kunt me niet terugbellen.... Wat? Staat hij daar?” De andere twee dames kijken elkaar opgelucht aan, maar dan begrijpen ze wat er werkelijk wordt bedoeld: “Oh, mijn telefoonnummer staat er, je hebt nu mijn telefoonnummer. Goed. En als Joop mij dan wil terugbellen, zeg hem maar dat we onderweg zijn. Bedankt hoor!”

Zichtbaar opgelucht stopt grijze duif drie haar mobieltje in haar handtas, bedenkt zich en haalt hem er weer uit. “Anders hoor ik hem misschien niet”, legt ze aan de anderen uit. “Joop belt me zo terug want Betty gaat even bij hem kijken, die woont dichtbij. Betty begreep meteen wat ik bedoelde. Ik heb alleen bijna geen beltegoed meer! Kun je dan nog wel gebeld worden?” Beide dames knikken van ja.

De trein is gestopt en rijdt inmiddels weer. De oudste verzoekt de jongste om nog een keer voor haar te bellen, wat die onmiddellijk doet: “Ja André, met Ria, hier komt je moeder weer...” De oudste pakt de telefoon aan: “Ja André. Wat? Of ik een telefoniste in dienst heb genomen? Ha, ha, ja we zitten nu in de trein en we komen straks aan in Amersfoort, dus als je aan de voorkant van het station staat, dan zien we je wel”. De jongste fluistert haar de aankomsttijd in: “O ja, om tien over negen zijn we er. Nou, tot straks dan,” en wederom mag de jongste de telefoonverbinding voor haar verbreken. “Dat is geregeld,” zegt de oudste, “Ik zou niet meer zonder mobieltje kunnen! André komt er aan met de auto, dus dan kan hij eerst jou wegbrengen, en daarna ons.”

Grijze duif drie trommelt met haar vingers ongeduldig op haar handtasje. “Ik begin nu toch wel zenuwachtig te worden, het duurt zo lang! Hij had nu toch wel terug kunnen bellen?! Nu ga ik me dáár weer zorgen om maken!” Ze kijkt er schuldig bij. De anderen knikken instemmend, want nu kan grijze duif drie eigenlijk niemand meer bellen, dat zou gek zijn. Dan wendt de oudste zich tot de jongste en zegt: “Daar heb jij gelukkig geen last van hè, dat je om een ander bezorgd hoeft te zijn. Jij bent zelfstandig!”

Ik durf even niet naar de jongste te kijken. Die mompelt iets en daarna zwijgen allen een minuut of drie.

“Ik ga toch nog een keer naar Joop bellen,” hervat grijze duif drie. “Ik maak me zo'n zorgen, weet je nog die keer dat Joop voor zijn galblaas acuut naar het ziekenhuis moest? Bel jij even?”, vraagt ze aan de jongste die nog steeds het mobieltje van de oudste in haar hand heeft, “mijn beltegoed is bijna op.” En ze noemt het telefoonnummer van Joop hardop. “Hij gaat over!” meldt de jongste even later. Dan breekt er een lach door op het gerimpelde gezicht van Joops vrouw en zegt deze: “De hoorn ligt weer op de haak!”

Maar opgenomen wordt er niet.

“Neemt hij niet op?” zegt ze, “dat kan ook niet, want dan is hij onderweg! Hij heeft natuurlijk van buurvrouw Betty gehoord dat ik hem gebeld heb en hij is direct in de auto gesprongen omdat hij niet weet hoe laat we aankomen. Dus straks staan er twee auto's voor ons klaar!”

“Nou ja,” zegt de oudste, “dan ga ik toch met André mee, en jullie met Joop. Alleen weten we niet zeker óf Joop komt en hoe laat, maar dan wachten we wel even met z'n allen. Dat is geen probleem!”

Ik wil het liefst deze 65-plussers volgen maar ben nog lang niet thuis, ik buig me over m'n boek en lees op de eerste pagina de beroemde uitspraak van Katherine Hepburn in The African Queen: “We zijn op deze wereld, meneer Allnut, om de natuur te boven te komen.”

En daar voeg ik zelf aan toe "voor zolang het duurt".

Annelies van der Veer

La Route au Sud (132)

La_route_au_sud_132

Theo van Gogh versus Marcel van Dam

De drie onderzoekers zijn gevaarlijker dan Geert Wilders

Let op! Nu ook in de Volkskrant en op de Volkskrant Opiniesite.

Drie door de minister van Binnenlandse Zaken aangestelde wetenschappers noemen de PVV een gevaar voor de staatsveiligheid. Legitiem en democratisch verzet tegen de overheid wordt als staatsgevaarlijk bestempeld. Het zijn de methodes waarmee in landen als Wit-Rusland de oppositie monddood wordt gemaakt. Hopelijk beseft minister Guusje ter Horst dat ze zich met dit onderzoek op zeer glad ijs begeeft.

Geert Wilders voert het debat over islam en integratie op scherpe toon. Zijn voorstel om de koran te verbieden vind ik onliberaal. Zijn plan om criminelen met een Nederlands paspoort uit te zetten lijken me onhaalbaar en verwerpelijk. Bijzonder denigrerend is zijn ideetje over de invoering van een ‘kopvoddentax’.

Met zijn optreden zal hij geen bondgenoten vinden onder de vele goedwillende allochtonen. De kleine, toch al in het nauw gedreven groep vooruitstrevende moslims zal zich evenmin aangesproken voelen door Wilders en zijn PVV.

In de Tweede Kamer en daarbuiten wordt terecht volop gedebatteerd over Wilders en zijn ideeën. Helaas gebeurt dit vaak niet met feiten en argumenten. Net als eerder met Pim Fortuyn gebeurde, wordt Wilders voortdurend gedemoniseerd door onterechte vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog. Een van de jongste voorbeelden hiervan is de recente Nieuwe Flessenpost van de in ‘weldenkend Nederland’ immens populaire schrijver Geert Mak.

De opkomst van de PVV heeft alles te maken met de aanhoudende zorgen van talloze Nederlanders over het optreden van de politieke islam in binnen- en buitenland. Door deze kwesties te negeren heeft de gevestigde politiek eerst Pim Fortuyn en daarna Geert Wilders juist groot gemaakt.

Wilders wordt door onder anderen Geert Mak, Fatima Elatik (PvdA) en Alexander Pechtold (D66) in verband gebracht met Hitler en/of het nationaal-socialisme. Als de PVV-leider premier zou worden, is alles mogelijk, meent Mak.

Maar is Wilders dan van plan om de Nederlandse democratie omver te werpen? In zijn partijprogramma staat er niets over. Ook in zijn politieke optreden bestaat daar geen enkele aanwijzing voor. Er trekken geen gewapende en geüniformeerde Wilders-milities door de straten.

Is de PVV dan misschien ondergronds bezig om ons staatsbestel te ondermijnen? Daarvoor bestaan evenmin aanwijzingen. Hiervoor hebben we trouwens de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD), opvolger van de BVD. Deze inlichtingendienst hield vroeger de CPN en de communistische vakbond EVC in de gaten. Tegenwoordig houden de gleufhoeden zich bezig met mogelijk terrorisme van extremistische moslims. Verder houden ze in de peiling wat er speelt in diverse extremistische milieus, bijvoorbeeld het dierenactivisme, de kraakbeweging, het trotskisme, het salafisme of de Moslimbroederschap.

Zijn er aanwijzingen dat Wilders en zijn partij niet langs democratische weg oppositie voeren en in plaats daarvan de maatschappij ondermijnen, bijvoorbeeld brandstichtingen plegen, eigendommen vernielen of personen bedreigen. Daar is niets over bekend. We weten alleen dat Wilders zelf al vijf jaar ernstig wordt bedreigd, en dat de Nederlandse overheid dankzij de noodzakelijke permanente bewaking van elke stap op de hoogte is. Van subversieve acties kan geen sprake zijn.

Desondanks stellen drie wetenschappers - als ik moet afgaan op de berichtgeving van de Volkskrant - dat de PVV (negen Kamerzetels en grootste partij in sommige peilingen) een extreem-rechtse partij is die islamofobie en systeemhaat tegen de overheid mobiliseert. Daarmee ondermijnt ze de sociale cohesie en de democratie in het land. Ergo: Wilders vormt een gevaar voor de staatsveiligheid.

Als het ging om de stelling van drie zelfbenoemde wetenschappers, konden we hier onze schouders over ophalen. Op onze universiteiten lopen meer rare vogels rond. De drie geleerden werken echter in opdracht van minister Guusje ter Horst (PvdA) van Binnenlandse Zaken. Ze moeten een onderzoek doen naar radicalisering. Met andere woorden: de politiek voor de AIVD verantwoordelijke bewindsvrouw stelt drie wetenschappers aan om het werk van de AIVD te doen.

Een van die wetenschappers is Jaap van Donselaar, cultureel antropoloog in Leiden. Hij geldt als de grote expert op het gebied van rechts-extremisme. Hij werkt, gefinancierd door Binnenlandse Zaken, mee aan de Monitor Racisme en Extremisme.

Bij gebrek aan echte nationaal-socialisten heeft Van Donselaar eigen criteria bedacht om een partij als extreem-rechts te duiden. Een partij zit in die hoek als ze het eigene benadrukt, hard wil optreden tegen criminaliteit en de immigratie wil inperken. Volgens deze methode zijn in 2009 zo’n beetje alle politieke partijen in Nederland extreem-rechts. Onder meer om deze reden is de methode-Van Donselaar een vorm van politiek gerichte pseudo-wetenschap. De Leidse onderzoeker plakt het etiket extreem namelijk alleen op door hem ongewenste politieke partijen. In de Monitor 2008 zette hij de PVV in de rechts-extremistische hoek.

Van Donselaar doet zijn onderzoek mede namens de Anne Frank Stichting, de beheerders van het Achterhuis, het onderduikadres van de in de Tweede Wereldoorlog vermoorde schrijfster van het wereldberoemde oorlogsdagboek. Helaas misbruikt deze stichting Anne Frank in haar pogingen om de vrijheid van meningsuiting in Nederland in te perken.

Directeur Hans Westra, zo schreef René Marres in Vermoord en verbannen, vindt dat moslims beschermd moeten worden tegen aanvallen op de islam. Peter Rodrigues, jurist van de stichting, beschouwt kritiek op de islam als racisme, omdat je nu eenmaal moslim zou zijn door geboorte. In de jongste Monitor van de Anne Frank Stichting staat een pleidooi voor registratie van islamofobie, vergelijkbaar met de registratie van antisemitische en racistische incidenten. Hiermee wordt dus elke vorm van kritiek op de islam in de racistische hoek geduwd.

Maakt u bezwaar tegen het feit dat sommige kinderen van acht jaar in sluiers moeten lopen? Vindt u het ongepast dat Elatik als voorzitter van een stadsdeelbestuur een hoofddoek draagt? Vindt u dat Tariq Ramadan nooit benoemd had mogen worden als ‘bruggenbouwer’ in Rotterdam? Maakt u bezwaar tegen gescheiden loketten voor mannen en vrouwen in een door de overheid gesubsidieerd informatiepunt? Pas straks goed op uw woorden, want Van Donselaar en de Anne Frank Stichting gaan u registreren.

Minister Ter Horst heeft deze onderzoeker, die eind 2008 al beweerde dat de PVV extreem-rechts is, nu dus ingeschakeld voor een onderzoek, waarvan de niet verrassende uitkomst is dat de PVV een extreem-rechtse partij is. Wilders is daarom terecht ziedend.

Het meest verontrustende vind ik de formulering van de drie onderzoekers. Ze bombarderen een legale en democratische oppositiepartij tot een gevaar voor de staatsveiligheid. Ze doen dit onder auspiciën van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit zijn de methodes waarmee regimes in Iran, Venezuela en Wit-Rusland de oppositie monddood maken.

Legitiem verzet tegen het beleid van de overheid wordt door de onderzoekers vertaald in systeemhaat tegen de overheid. Wie zich verzet tegen plannen van de regering ondermijnt de democratie. Of verstoort de sociale cohesie, die overigens al tientallen jaren is verstoord als gevolg van het multiculturalisme.

Als Ter Horst haar zegen aan dit soort onderzoek geeft, wordt ze zelf de grootste ondermijner van de democratie. Ze zal, mag ik hopen, toch zo verstandig zijn om niet in de voetsporen van een autocraat als Aleksandr Loekasjenko te willen treden. Hopelijk beseft ook de Tweede Kamer wat voor gevaarlijke weg hier mogelijk wordt ingeslagen. De drie onderzoekers zijn voor het functioneren van onze democratie veel bedreigender dan Geert Wilders.

Carel Brendel

La Route au Sud (131)

La_route_au_sud_131

Muslim Sensitivity Training in South Park

Linkse logica

Derooiestempel

Gnoe
(klik op het plaatje)

Vraag en Antwoord (14)

Vraag_top_1

Bonter dan de drie hoogleraren die wetenschappelijk bewezen hebben dat Wilders niet deugt, en dat zijn kiezers extremisten zijn, dat is tot op heden toch nog maar zelden vertoond. Twintig procent van de Nederlandse kiezers is extremist! Volgens een beroemde vriend van de islam, de Amerikaanse egghead John Esposito, ligt zelfs binnen de islam het percentage lager. Kun je bij zo’n hoog percentage nog wel van extremisme spreken? Is extremisme niet per definitie iets extreems?

Rights Watchdog, verloren in het Midden-Oosten

Als oprichter van Human Rights Watch, haar actieve voorzitter gedurende 20 jaar en nu oprichter emeritus, moet ik iets doen dat ik nooit verwachtte: ik moet mij publiekelijk aansluiten bij de critici van de groep. De oorspronkelijke missie van Human Rights Watch was een opening te veroorzaken in gesloten maatschappijen, het verdedigen van basisrechten en het steunen van dissidenten. Maar de laatste tijd heeft de organisatie rapporten uitgebracht betreffende het Israelisch-Arabische conflict die diegenen steunen die van Israel een pariastaat willen maken.

Bij Human Rights Watch erkenden wij altijd dat open, democratische samenlevingen hun gebreken hebben en dat niet alles vlekkeloos verloopt. Maar we zagen ook dat ze de mogelijkheid hebben mogelijke misstanden te corrigeren – door stevig politiek debat, een kritische pers en vele andere mechanismen die hervormingen aanmoedigen.

Dat is de reden waarom we probeerden een scherpe lijn te trekken tussen de democratische en de ondemocratische wereld, in een poging duidelijkheid te scheppen betreffende mensenrechten. We wilden voorkomen dat de Sovjet-Unie en haar volgers een spel van morele gelijkheid gingen spelen met het Westen door liberalisering aan te moedigen en door de aandacht te vestigen op dissidenten als Andrei Sakharov, Natan Sharansky en diegenen die vast zaten in de Sovjet Gulag – en de miljoenen in China’s ‘laogai’, of werkkampen.

Toen ik aftrad als voorzitter in 1998 was Human Rights Watch actief in 70 landen, de meeste onder hen gesloten samenlevingen. Inmiddels heeft de organisatie in toenemende mate haar belangrijke onderscheid tussen open en gesloten samenlevingen op een zijspoor gezet.

Nergens is dit duidelijker dan in haar werk in het Midden-Oosten. De regio wordt bevolkt door autoritaire regimes met abominabele ervaringen op het gebied van de mensenrechten, maar in de afgelopen jaren heeft Human Rights Watch veel meer veroordelingen van Israel uitgevaardigd betreffende schending van internationale wetgeving dan van enig ander land in de regio.

Met een bevolking van 7.4 miljoen is Israel de thuishaven van minstens 80 mensenrechtenorganisaties, een levendige vrije pers, een democratisch gekozen regering, een rechtelijk apparaat dat zich regelmatig uitspreekt tegen de regering, een politiek actieve academische wereld, verschillende politieke partijen en, afgaande op het aantal nieuwsberichten, misschien wel meer journalisten per hoofd van de bevolking dan welk ander land ter wereld – waaronder velen die de lokatie speciaal hebben gekozen om verslag te doen van het Israelisch-Palestijnse conflict.

Ondertussen regeren de Arabische en Iraanse regimes over ongeveer 350 miljoen mensen, en de meesten zijn nog altijd even wreed, gesloten en autocratisch, met weinig of geen mogelijkheid tot een dissidente mening. De benarde situatie van haar burgers die het meeste voordeel zouden hebben van het soort aandacht dat een goed gefinancierde internationale mensenrechtenorganisatie zou kunnen bieden, wordt genegeerd terwijl de Midden-Oosten afdeling van Human Rights Watch rapport na rapport voorbereidt over Israel.

Human Rights Watch is haar kritische blik kwijtgeraakt in een conflict waarin Israel herhaaldelijk is aangevallen door Hamas en Hezbollah, organisaties die het hebben gemunt op Israelische burgers en daarbij hun eigen bevolking als menselijk schild gebruiken. Deze groeperingen worden gesteund door de regering van Iran, dat openlijk heeft verklaard Israel niet alleen te willen vernietigen, maar Joden waar dan ook te vermoorden. Deze aanzet tot genocide is een aantasting van de Conventie voor Preventie en Strafbaarstelling van Genocide.

Leiders van Human Rights Watch weten dat Hamas en Hezbollah ervoor kozen oorlog te voeren vanuit dichtbevolkte gebieden, waardoor woonwijken bewust werden veranderd in een slagveld. Ze weten dat meer en betere wapens zowel Gaza als Libanon binnenvliegen en gereed staan om opnieuw te worden ingezet. En ze weten dat deze militante houding de Palestijnen bij voortduring onthoudt van het vreedzame en produktieve leven dat ze verdienen. Desondanks is het Israel, het herhaalde slachtoffer van agressie, dat zich de kritiek van Human Rights Watch op de hals haalt.

De organisatie houdt zich vooral bezig met de wijze waarop oorlog wordt gevoerd, niet met de beweegredenen. Natuurlijk zijn zelfs slachtoffers van agressie gebonden aan de conventies betreffende oorlogvoering en dienen zij hun uiterste best te doen het aantal slachtoffers onder de burgerbevolking te beperken. Desondanks is er een verschil tussen kwaad begaan uit zelfverdediging en kwaad dat bewust wordt gepleegd.

Maar hoe weet Human Rights Watch dat deze wetten geweld is aangedaan? In Gaza en elders waar het onmogelijk is toegang te krijgen tot het slagveld of de militaire en politieke leiders die strategische beslissingen nemen, is het uiterst moeilijk een definitief oordeel te vellen over oorlogsmisdaden. De rapportage is vaak afhankelijk van getuigen wier verhalen niet geverifieerd kunnen worden en die uit kunnen zijn op politiek gewin of repercussies vrezen van hun eigen leiders. Het is veelzeggend dat Kolonel Richard Kemp, de voormalig commandant van de Britse troepen in Afghanistan en een expert op oorlogsgebied, heeft gezegd dat het Israelische leger in Gaza “meer deed om de rechten van burgers in gevechtszones te beschermen dan welk ander leger ook in de geschiedenis van oorlogvoering.”

Alleen door terug te keren naar haar oprichtingsstatuten en het becheiden karakter dat de oorspronkelijke bron van inspiratie vormde, kan Human Rights Watch zichzelf hervinden als de morele kracht in het Midden Oosten en over de gehele wereld. Als het er niet in slaagt dat te bereiken zal haar geloofwaardigheid serieus worden ondermijnd en haar belangrijke rol in de wereld aanzienlijk worden verminderd.

Robert L. Bernstein

Bron/originele tekst: The New York Times
Vertaling: Kees Bakhuyzen (HoeiBoei)

Robert L. Bernstein, de voormalige directeur van Random House, was de voorzitter van Human Rights Watch van 1978 tot 1998.

Update! The Prophet Muhammed could not have been a prophet


Zie ook Faits divers.

Toen ik de Koran, de hadith en de islamitische boeken nauwkeurig onderzocht, kwam ik tot de stellige overtuiging, dat het voor een menselijk wezen onmogelijk is om de biografie van Mohammed te lezen en erin te geloven, en tegelijkertijd toch een psychisch en mentaal gezond persoon te zijn

Weet u nog hoe de profeet Mohammed Asmaa bint Marwan doodde? Zijn volgelingen scheurden haar lichaam uiteen, terwijl ze haar kind de borst gaf. Toen ze bij hem terugkeerden – schreeuwende “Allah Akbar”, zei hij: “Over die vrouw zullen nog geen twee geiten met elkaar op de hoornen gaan.” Zoals u weet stoten geiten elkaar om het minste en geringste aan. Maar voor Mohammed was de moord op een vrouw die bezig was met borstvoeding net zo triviaal als de aanleiding voor geiten om elkaar aan te stoten. Is zo iemand een profeet van God?

Ik word er heel treurig van wanneer Al-JazeeraTV een krankzinnig en terroristisch creatuur als Al-Qaradhawi de gelegenheid geeft om zijn gif te verspreiden, zijn terroristische fatwa’s af te kondigen en z’n praatjes te verkopen. De woorden die hij tegen mij heeft gebruikt hebben vele jonge moslims – die zijn gehersenspoeld en verblind, en geprogrammerd om te haten – opgehitst om vervloekingen en bedreigingen over mij uit te storten, meteen na de TV-show waarin hij mijn optreden op Al-Jazeera ter discussie stelde.

Wanneer de islam zegt dat vrouwen dommer zijn dan mannen, en ik weerleg deze bewering – in dat geval valt de islam mij aan, en dan doe ik niet anders dan mij verdedigen. Wanneer de islam oproept om ongelovigen te doden, en wanneer ik daar tegen in ga, ook in dat geval valt de islam mij aan, en kan ik niet anders dan mij verdedigen. Ik val de islam niet aan. Ik heb er kritiek op, maar helaas, wij, als slachtoffers van een islamitische opvoeding, beschouwen elke kritiek als een aanval.

Ik concentreer me altijd op de taal – de taal van de islam. De taal van de islam is een negatieve dode taal, vol geweld, woede, haat en racisme. De mens is het product van z’n taal, het resultaat van de negatieve en positieve taal waaraan hij tijdens zijn leven is blootgesteld. Wanneer zijn leven wordt gedomineerd door negatieve taal, wordt hij zelf ook een negatief, roekeloos en onproductief persoon, die alles verwerpt. Anderzijds, indien positieve taal zijn leven domineert, zal hij uitgroeien tot een positief, gelukkig en productief persoon. Dit is de reden waarom de negatieve taal van de islam te kort schiet. Deze taal kan geen mensen voortbrengen met een spontane en positieve kijk op het leven. Het heeft negatieve mensen gevormd. Wanneer we kijken naar islamitsche samenlevingen, kunnen we zien wat die negatieve mensen hebben gedaan.

Ik beschouw de islam niet als een religie – in de betekenis die ik aan het woord godsdienst hecht. De islam is een politieke doctrine, die zichzelf met geweld wil opleggen. Elke doctrine die er toe oproept om ongelovigen te doden is geen godsdienst. Het is een totalitaire doctrine die zichzelf met geweld wil opleggen. Wanneer ik bijvoorbeeld het volgende vers lees: “

Gesel iedere echtbreker en echtbreekster met honderd slagen. En laat medelijden met hen u van de gehoorzaamheid aan God niet afhouden”(24:2) – bespeur ik geen enkele spiritualiteit in dit vers. Wanneer een geloof in staat is om de gelovigen van het laatste beetje medelijden te af te helpen, ontdoet dat geloof hen ook van hun spiritualiteit.

Jezus Christus is een symbool van vrede. Hij droeg geen zwaard, Hij hakte geen hoofden af en beschuldigde niemand van ketterij. Het probleem met de islam is, dat wanneer wij hetzelfde zouden doen als de christenen in de Middeleeuwen, en wanneer wij dus ons leven zouden modelleren naar het voorbeeld van het leven, de handelingen en de woorden van Mohammed, dat we ons dan in een nog veel grotere chaos zouden bevinden dan die waarin we nu leven, en we zouden eindigen als Osama Bin Laden en zijn maten. Lees maar eens over het leven van Mohammed.* Wat vind je daar? Niets dan zijn rooftochten en zijn vele vrouwen, en zijn hadith (=overgeleverde uitspraken) waarvan sommige echt huiveringwekkend zijn. Ik huiver als ik de volgende hadith hoor: “Het paradijs van de vrouw is onder de voet van haar echtgenoot.”

De islamitische leer is vreselijk geworden in de hoofden van de moslims. Ik zie geen ander alternatief dan het openen van die hoofden, en die hersenen te zuiveren van de levensgevaarlijke kankercellen.

Toen het Syrische volk de Deense ambassade bestormde en afbrandde, brandde mijn hart ook. Waarom? Het Syrische volk sterft van de honger. De Syriërs moeten ploeteren voor hun dagelijks brood, ondanks hun oude beschaving. Waarom bestormen ze niet het paleis van hun president, die 40 miljard dollars op Europese bankrekeningen heeft staan, en waarom zetten ze het paleis niet in brand? Ze bestormden de Deense ambassade, en daarmee gaven ze het Westen een verkeerd beeld van het beschaafde Syrische volk. Daarom vind ik hun handelen barbaars en achterlijk.

Het Israëlisch-Palestijnse conflict is een religieus conflict. Ik steun de Palestijnse zaak. Ik steun de Palestijnse kinderen. Ik lig wakker van het lijden van Palestijnse vrouwen. Ik doe nog geen vlieg kwaad, dus hoe zou ik ooit tégen hen kunnen zijn? Dat is ondenkbaar. Het is ook een politiek conflict, en ze zouden hun leiders moeten vragen wat ze hebben gedaan om het probleem op te lossen. Maar het probleem heeft z’n wortels in de godsdienst. Een paar weken geleden las ik een verhaal in een islamitisch boek, waarin Mohammed onderweg is met zijn volgelingen en dan horen ze rumoer. Zij vroegen hem: “Wat is dit, Boodschapper van Allah?” Hij zei: “Dit zijn de Joden die gefolterd worden in hun graven.” Afgezien van de conflicten die Mohammed toen al met de Joden had, geeft zijn antwoord aan dat de graven van de voorouders van de Joden zich in Saudi-Arabië bevonden, correct? [Interviewer: Ja] De Joden horen in deze regio thuis, dat blijkt wel uit de islamitische boeken en de koran zelf.

Het probleem met de moslims is dat ze het verschil niet zien tussen de profeet en hun eigen neus. Wanneer je kritiek hebt op Mohammed, zijn daden en zijn leven, is het net alsof je hun neus hebt afgehakt.

Wafa Sultan

Vertaling: Henk


*Noot vertaler: b.v.: H. Jansen: De historische Mohammed


Wafa Sultan is een Amerikaanse psychiater van Syrische afkomst, die de relaties tussen de religies becommentarieert. Wafa Sultan en haar man David Sultan emigreerden in 1989 naar de VS. Ze heeft te kennen gegeven dat ze vreest voor de veiligheid van haar familieleden die in Syrië zijn achtergebeleven. Op 29 mei 2008 werd zij geinterviewd door de Cypriotische televisiezender Al-Hayat.

'ik bakker gaan'



(ingezonden) Uitgelicht, de Volkskrant, 23 oktober 2009 'Inburgeraars leren geen Nederlands'.

Inburgeraars leren geen Nederlands. In tegenstelling tot de verwachting die wordt gewekt met de overheidsslogan 'Het begint met taal', hoeven cursisten zich slechts verstaanbaar te kunnen maken. Een kromme zin als 'ik bakker gaan' is geen belemmering om een diploma te halen. Dit zegt Karin Mousa, coördinator van Workstep, waar een groot deel van de inburgeraars zich voorbereidt op een baan.

Lees hierbij ook 'Wat hij zoeken?'

Heeft u ook voorbeelden van Jip-en-Janneke-uitspraken/berichten/verslaggeving/foto's gehoord/gezien op radio, televisie of andere media? Stuur deze, met bronvermelding, dan naar hoeiboei@gmail.com .

La Route au Sud (130)

La_route_au_sud_130

Vijftig nieuwe vragen aan Geert Mak

Mak_2

Geert Mak laat weer van zich horen in het publieke debat. Op zijn website plaatst de volksschrijver beschouwingen over de huidige politieke situatie onder de titel Nieuwe Flessenpost. Inmiddels hebben we kennis kunnen nemen van de afleveringen één en twee van deze commentaren, die hij schrijft in de vorm van brieven aan zijn ‘dierbare oom Petrus’, een in 1941 gepensioneerde Friese schoolmeester.

In 2005 publiceerde ik op de website van het Algemeen Dagblad vijftig vragen naar aanleiding van Maks zeer omstreden pamflet Gedoemd tot kwetsbaarheid, dat hij schreef na de moord op Theo van Gogh. “Herhaalt alles zich?” vraagt Mak zich af. Afgaande op de twee eerste brieven moet ik vaststellen, dat één ding zich in elk geval wel herhaalt. De Makkiaanse methode bestaat nog steeds. Mak blijft grossieren in onterechte vergelijkingen en blijft een hardnekkige karikatuur schetsen van het in Nederland gevoerde debat over immigratie, islam en integratie.

Alle aanleiding dus om Geert Mak te bestoken met nieuwe vragen. In 2005 stelde ik hem vijftig vragen naar aanleiding van Gedoemd tot kwetsbaarheid. Mak vond het ondoenlijk om alle vragen te beantwoorden, maar stemde wel in met een interview met het AD.

Hier volgen de 50 nieuwe vragen aan Geert Mak.

1. Uw oom en tante hadden de affiche ‘Onverdeeld naar de openbare school’ voor hun raam hangen. U stelt dat de oude verzuiling, waar zij tegen streden voorbij is. Waarom vermeldt u in dit verband niet dat sinds de jaren tachtig islamitische scholen worden opgericht?

2. Ik weet natuurlijk niet hoe uw oom Petrus er nu over zou denken, maar ligt het niet in zijn lijn om de islamitische zuilvorming te bestrijden?

3. Kunt u aangeven welke taal van de Kruistochten uit de 13de eeuw wordt gebruikt door ‘Nederlanders die pretenderen de voorhoede te vormen voor de 21ste eeuw‘? Welke ‘Nederlander uit de voorhoede van de 21ste eeuw’ roept op tot geweld tegen moslims en joden, zoals de beruchte kruisvaarder Peter de Kluizenaar deed aan het einde van (kleine correctie) de 11de eeuw?

4. Waaruit blijkt dat de kritiek op de islam of op fundamentalistische moslims bedoeld is voor alle immigranten, vreemden, anderen?

5. Bedoelt u dat de kritiek op prominente moslims als sjeik Fawaz Jneid of Mohammed Cheppih eigenlijk ook is bedoeld voor het uit Suriname afkomstige VVD-Kamerlid Laetitia Griffith, of voor Theodor Holman en Amanda Kluveld, columnisten met Indische roots, en voor de Somalische Ayaan Hirsi Ali, de Egyptische Nahed Selim, of de Iraanse hoogleraar Afshin Ellian?

6. Heb ik het goed begrepen en voeren de critici van Ayaan, Ellian en Kluveld eveneens een kruistocht tegen immigranten, vreemden, anderen?

7. Kunt u aangeven welke jongere journalisten weglopen met Geert Wilders? Graag met voorbeelden, want in de gevestigde media hoor en zie ik eigenlijk alleen maar journalisten, die Wilders bestrijden.

8. U doet het voorkomen alsof alleen Wilders zich mengt in het islamdebat. Is het u bekend dat er ook in andere, progressieve en liberale kringen kritiek wordt geleverd op de orthodoxe en fundamentalistische islam, en dat die kritiek al bestond voordat Geert Wilders of Pim Fortuyn het politieke toneel betraden?

9. U bent fractiemedewerker geweest van de PSP en had altijd veel affiniteit met de kraakbeweging. Wat vindt u van de links-activistische groep Doorbraak, die zich scherp tegen de politieke islam keert en stelt dat de fundamentalisten doen aan machtsvorming in het publieke domein? Zij willen dat tegengaan. Spreken deze krakers en actievoerders ook de taal van de Kruistochten of de taal van Wilders?

10. In de jaren 80 zette de linkse anarchist Anton Constandse grote vraagtekens bij het immigratie- en integratiebeleid. Hij noemde de islam ‘zeer autoritair, nog meer dan jodendom en christendom‘. Sprak Constandse destijds de taal van de Kruistochten? Of was hij een linkse ‘rattenvanger’?

11. Alex van Veen, redacteur van het u wel bekende krakersblad Ravage (de opvolger van Bluf!) schreef na de dood van Theo van Gogh het geruchtmakende artikel ‘Nederland Droomland’. Daarin stelt hij dat wezenlijke problemen als homohaat, antisemitisme, vrouwonvriendelijkheid en extremisme worden genegeerd zodra het over de moslimgemeenschap gaat. Vindt u dat Van Veen met dit artikel moslims als barbaren vernedert?

12. Berooft Femke Halsema de moslima’s van hun menselijkheid door hen op te roepen de hoofddoek af te slingeren?

13. In april 2007 hield cineast Eddy Terstall een lezing voor de PvdA-afdeling New York. Hij toonde zich verontrust omdat in ‘het neplinkse kamp’ humanistische waarden niet meer vanzelfsprekend zijn. “In de religieuze hoek heeft men bedacht dat er een hetze is tegen het geloof. In de naam van tolerantie en respect eist men steeds vaker om niet met onwelgevallige meningen te worden geconfronteerd.” Spreekt Terstall hier de taal van de Kruistochten?

14. Kunt u zich voorstellen dat mensen u bij ‘het neplinkse kamp’ indelen?

15. Waarom gaat u voorbij aan de kritiek uit feministische kring - in het buitenland sterker aanwezig dan in Nederland - op de fundamentalistische islam. Vindt u dat voormalig Opzij-hoofdredacteur Cisca Dresselhuys, publiciste Nahed Selim, de Duitse feministe Alice Schwarzer of de Française Caroline Fourest minderheden en vreemden afschilderen als een minderwaardig soort mensen en willen dat ze als barbaren worden vernederd en uitgestoten, en van hun menselijkheid worden ontdaan, waarna alles mogelijk is?

16. Overigens, met alle kritiek die er wel mogelijk is op de standpunten van Geert Wilders, waarom gebruikt u in dit verband de term ‘van hun menselijkheid ontdoen’ en daarop de zin ‘Daarna is alles mogelijk’? U weet heel goed dat dit de terminologie is, die wordt gebruikt voor de massamoordenaars in de Tweede Wereldoorlog. U maakt weer een kwalijke vergelijking, net als destijds tussen de films Submission en Der ewige Jude, waarmee u Ayaan in het nazi-kamp drukte. Kunt u het weer niet laten?

17. U meent direct de politieke bloedgroep te kunnen herkennen, waaruit Wilders zou stammen, de nationaal-socialistische. Is het u bekend dat kritiek op religieuze intolerantie vooral afkomstig was uit de liberale en sociaal-democratische bloedgroepen?

18. U suggereert dat Wilders politiek gebruik maakt van zijn bewaking en op theatrale wijze bevestigt dat er sprake is van een agressieve islam. Bevestigen Ayaan Hirsi Ali, Afshin Ellian, Ahmed Aboutaleb, Ehsan Jami, kunstenares Sooreh Hera, schrijfster Naima el Bezaz, en in het buitenland de Deense cartoonist Kurt Westergaard, de Syrisch-Amerikaanse islamcritica Wafa Sultan, schrijver Salman Rushdie en de Franse filosoof Robert Redeker ook op theatrale wijze het gelijk van Wilders?

19. Vindt u het achteraf niet jammer dat Theo van Gogh geen gebruik heeft gemaakt van bewaking? Immers, daarna werd op theatrale wijze bevestigd dat er wel degelijk moslims bestaan, die de islam zeer agressief uitleggen.

20. Waarom ontbreekt de moord op Van Gogh trouwens in uw beschouwingen over de angst in Nederland? Of houden we dit onderwerp nog tegoed?

21. De namen bij vraag 18 laten zien hoe zeer de vrijheid van meningsuiting onder druk staat. De bedreiging van deze belangrijke verworvenheid van onze vrije samenleving kom ik nog niet tegen in uw flessenpost. Gaat u daarover nog communiceren met uw oom Petrus?

22. U refereert aan de ’liberale jihad’, waartoe Geert Wilders (toen nog VVD) en Ayaan Hirsi Ali in 2003 opriepen. Kunt u er de volgende keer bij vertellen dat de twee Kamerleden daarmee pleitten voor weerwerk tegen de ongehinderde pogingen tot segregatie en geloofsdwang, die werden ondernomen vanuit salafistische moskeeën?

23. Herinnert u zich nog dat de twee Kamerleden aandrongen op maatregelen tegen de fundamentalistische As-Siddieqschool in Amsterdam? Voeren staatssecretaris van onderwijs Sharon Dijksma en de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher, die eindelijk optreden, nu een socialistische jihad tegen de islam?

24. Weet u dat er al twintig jaar problemen zijn met de intolerante As-Siddieqschool, zelfs toen Ayaan en Geert nog niet in beeld waren?

25. Is het niet zo dat de opkomst van de PVV (en eerder van de LPF) het gevolg is van het feit, dat de gevestigde partijen verzuimd hebben om op te treden tegen intolerante uitingen van de islam? (Waarvan in Nederland al sprake was lang voor de opkomst van het populisme.)

26. Heeft u er een verklaring voor dat problemen rond de islam zich ook voordoen in andere West-Europese landen, waar Geert Wilders geen nare toon aanslaat tegen moslims. De problemen zijn er ook in landen waar rechts-populistische partijen geen rol spelen, en zelfs in landen waar linkse sociaal-democratische regimes tientallen jaren een welwillende houding hebben aangenomen tegen moslims en/of immigranten in het algemeen.

27. Is het u bekend dat er in het nabije buitenland ook linkse en liberale critici rondlopen die zeer kritisch zijn over de islam? Bijvoorbeeld de Denen Karen Jespersen en Ralf Pittelkow met hun boek Islamisten en Naïvisten. Of de Duitser Henryk Broder (Hurra, wir kapitulieren!) of de Britse stand-up comedian Pat Condell. Zijn zij ook bezig met het ontmenselijken van vreemdelingen?

28. Wat vindt u eigenlijk van de recente noodkreet van de linkse (Groene) Vlaamse parlementariër Luckas van der Taelen, die zich ernstige zorgen maakt over de vorming in Brussel van getto-achtige wijken, waar islamitische wetten heersen? Of spreekt deze man de taal van Geert Wilders en Filip Dewinter?

29. Kunnen we van u nog een stellingname verwachten tegen pogingen uit orthodox-islamitische hoek om regels uit de sharia op te leggen aan de eigen etnische groep? Wat vindt u bijvoorbeeld van de 65 shariarechtbanken, die in Groot-Brittannië functioneren met toestemming van de Labour-regering?

30. Vindt u serieus dat de aanhangers van de NSB en de NSDAP naar een positieve invulling streefden van het moderne leven?

31. Waarom betitelt u beargumenteerde kritiek op intolerante aspecten of uitingen van de islam (bijvoorbeeld gedwongen kledingregels voor vrouwen, haatdragende teksten in de koran, het opdringen van religieuze regels aan liberale en seculiere moslims en aan niet-gelovigen) als ’een ronduit religieuze afkeer van de islam’?

32. Hebben politici van D66 of GroenLinks ook een ronduit religieuze afkeer van het christendom, als ze kritiek leveren op het condoombeleid van de paus, of vragen stellen over een evangelisch gezinscongres of geen subsidie willen verlenen aan Youth for Christ?

33. Waarom gooit u alle kritiek op de Europese Unie (te veel bureaucratie en regeltjes, aantasting van de nationale soevereiniteit, vraagtekens bij de toetreding van Turkije) op één hoop onder de noemer ’destructief verzet’ tegen de Europese eenwording?

34. U geeft toe dat Wilders en zijn PVV geen geweld plegen of prediken. Ligt daar niet het meest essentiële verschil met de nationaal-socialistische (en niet te vergeten communistische) bewegingen, die de vorige eeuw zo veel ellende hebben aangericht in Europa?

35. De PVV heeft nooit een poging tot staatsgreep gedaan, heeft geen bewapende en militante knokploegen op straat lopen die tegenstanders intimideren en uit de weg ruimen. Waarom verzuimt u deze levensgrote verschillen te noemen?

36. Adolf Hitler zette na zijn machtsovername in 1933 de democratie buiten werking en arresteerde alle politieke tegenstanders. U weet dat Hitler een regering kon vormen dankzij de steun van de Duitse katholieke partij en de rechtse conservatieven. Nu beweert u dat de Nederlandse christendemocraten bereid zijn om hun grootmoeder aan de duivel te verkopen om op het pluche te blijven. Het extremisme en racisme van Wilders zouden dan - net als met de NSDAP en Hitler in 1933 - de normaliteit van het staatsgezag verwerven. Wilt u eventuele regeringsdeelname van Wilders op één lijn stellen met de machtsgreep van Hitler?

37. Zo nee, waarom schrijft u het dan toch zo op?

38. U citeert uit een afscheidsbrief van de socioloog Willem Bonger, die in 1940 zelfmoord pleegde bij de komst van de Duitse bezetters. “Ik kan niet bukken voor het tuig dat nu gaat heersen.” Nogmaals, stelt u de beweging van Wilders echt op één lijn met een buitenlands fascistisch bezettingsleger?

39. Ik houd niet van vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog, maar ontkom er niet aan doordat u zelf voortdurend vergelijkt. In verband met Bongers opvattingen stelt u: “Waakzaamheid, het stellen van grenzen, wij, hedendaagse Nederlanders, moeten het allemaal opnieuw leren.” Een gewetensvraag: bestaan er naast de PVV misschien nog andere intolerante, misschien wel totalitaire stromingen, waartegen nog veel meer waakzaamheid is geboden?

40. In uw tweede brief aan Oom Petrus schetst u een zeer onthutsend beeld van de hedendaagse media, die onder invloed van internet dreigen te verwilderen tot een beerput. “Wat er ook gezegd wordt, nonsens, racistische kletskoek, het geeft allemaal niets. Als het bloed maar stroomt, eten journalisten uit je hand.” Ook in Gedoemd tot kwetsbaarheid maakte u al een karikatuur van de media. Daarom mijn vraag: kunt u man en paard noemen?

41. Verspreiden NRC Handelsblad en Volkskrant racistische kletskoek? Of bijvoorbeeld Trouw en Algemeen Dagblad? Of Elsevier en Vrij Nederland? Of de journaals van NOS en RTL? Horen we racistische geluiden bij Nova en Netwerk? Komen racistische kletsers aan het woord in Buitenhof of bij Pauw & Witteman? Ik vraag het maar want uw opmerkingen over de journalistiek zijn nogal extreem en generaliserend.

42. Of bedoelde u misschien een door de gemeente Amsterdam verspreide lesbrief, waarin blanke autochtone Nederlanders als racistische moslimhaters werden neergezet? Nee, dat kunt u niet bedoelen, want u heeft het over de media.

43. Welke problemen met nieuwkomers worden opgeblazen? Die rond criminaliteit? Rond eerwraak? Het uithuwelijken van minderjarige meisjes? Het fenomeen van de analfabete importbruiden? Het prediken van segregatie en afkeer van de Nederlandse samenleving in moskeeën en op islamitische scholen? De intolerantie in moslimkringen tegenover homo’s? Als deze problemen zo erg worden opgeblazen, hoe komt het dan dat ook Kamerleden en bestuurders van SP, VVD, PvdA en CDA regelmatig aan de bel trekken over deze onderwerpen?

44. U schrijft dat het leven op sommige plekken, zoals in delen van Rotterdam, niet gemakkelijker is geworden, en dan drukt u zich nogal zacht uit, vindt u zelf. Drukt u zich niet heel erg zacht uit? Denkend aan Slotervaart, de Amsterdamse Kolenkitbuurt, de Haagse Schilderswijk en Transvaal, Tilburg, Gouda, Roermond, Kanaleneiland, Overvecht, Zuilen, driekwart van Rotterdam - gaat het onderhand niet meer om ‘sommige plekken’ maar om ‘veel plekken'?

45. U suggereert dat de voortdurende kritiek op de islam er juist toe leidt dat jonge moslims zich niet willen aanpassen. In uw woorden: “De permanente anti-islamcampagne heeft een modderlaag van vernedering gelegd over alles en iedereen die ooit maar afkomstig was uit een moslimland.” Hoe komt het dat een deel van de moslims in landen als Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, België, Spanje en Denemarken, die geen last hebben van Wilders’ modderstroom, zich eveneens afkeert van de westerse samenleving?

46. Wat denkt u van de opvattingen van Christopher Caldwell? Hij stelt in zijn boek De Europese Revolutie dat de immigratie van moslims naar Europa wezenlijk verschilt van eerdere migratiestromen, zowel in omvang als in de bereidheid van de nieuwkomers om zich aan de ontvangende samenleving aan te passen.

47. Caldwell is het niet eens met uw stelling dat we moeten oppassen met ‘vernederende’ kritiek op de islam. Hij waarschuwt juist tegen de ’permanente fatwa tegen de scherpste en scherpzinnigste critici van de islam’. Werkt u juist niet mee aan deze voor onze vrijheid levensgevaarlijke fatwa?

48. U waarschuwt steeds voor rattenvangers. Kent u eigenlijk wel het sprookje van de Gebroeders Grimm over de rattenvanger van Hamelen? Als historicus moet u toch weten dat rattenvangers nuttig werk deden voor de gemeenschap in het tijdperk voor de komst van de riolering en de waterleiding. Weet u dat de problemen in Hamelen pas ontstonden toen de stad weigerde om de rattenvanger voor zijn arbeid te betalen?

49. Als we het toch over rattenvangers hebben: past de term rattenvanger niet veel meer bij de politieke leiders, die onze samenleving jaren lang in slaap hebben gesust met hun multiculturele sprookjes en dooddoeners?

50. U bent nogal een liefhebber van onze vaderlandse geschiedenis. U trekt graag parallellen met het verleden, niet alleen met WO II, maar ook met de 17de eeuw. Jonathan Israel citeert in zijn standaardwerk over de Nederlandse Republiek uit het pamflet Den Schotschen Duyvel van Johan de Wit (de neef van de in 1672 vermoorde regeringsleider). Deze De Wit ging nogal los tegen fundamentalistisch predikanten als Voetius en Lodenstein. “Dat noemen jullie vrijheid, de vrijheid om iedereen tot slaaf te maken.” Bent u het met mij eens, dat deze opmerking nog steeds geldig is, tegenwoordig met name voor de predikers van de fundamentalistische islam?

Carel Brendel

Het Verraad Van Links

24 uur Theo van Gogh

La Route au Sud (129)

La_route_au_sud_129

Kein Kopftuch in der Schule!

Emma

Geen hoofddoek op school!

Iedere vrouw die privé een hoofddoek wil dragen heeft de vrijheid dat te doen. En zo moet het ook blijven. Maar moeten kleine meisjes ook al hoofddoeken of zelfs het gehele lichaam bedekkende sluiers dragen? En moet dat midden in Europa, zelfs in de school toegestaan zijn?


Het is goed voor het debat als het op basis van feiten gevoerd wordt.


Dankzij de eerste representatieve studie die in opdracht van het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken is uitgevoerd en waarin ongeveer 6000 personen uit 49 moslim herkomstlanden ondervraagd zijn, weten wij sinds zomer 2009 het volgende:


In Duitsland wonen ongeveer vier miljoen mensen uit de islamitische cultuurkring, rond de helft van hen heeft de Duitse nationaliteit. Tweederde van deze mensen met een moslimachtergrond is van Turkse afkomst, de rest komt uit Zuidoost-Europa, het Nabije-Oosten of Noord-Afrika. Slechts een derde van deze vier miljoen mensen noemt zichzelf ‘sterk gelovig’, de rest ‘vroeger gelovig’ (50 procent) respectievelijk ‘vroeger niet’ of ‘helemaal niet’ gelovig (14 procent). Het is ook niet juist mensen van moslimherkomst automatisch als moslim te definiëren of hen te rangschikken onder orthodox gelovigen.


Opvallend is dat bijna één op de twee mannen ‘soms’ of ‘dikwijls’ naar de moskee gaat, en slechts één op de vier vrouwen. Dan is het niet verrassend dat zeven op de tien vrouwen van moslimherkomst nog nooit een hoofddoek gedragen heeft. Interessant is dat zelfs van de moslima’s die zichzelf ‘sterk gelovig’ noemen, slechts één op de twee ‘soms’ of ‘altijd’ een hoofddoek draagt. Wat in tegenspraak is met de bewering van de islamitische functionaris, dat het dragen van een hoofddoek een religieuze plicht is. Overigens, de tweede generatie migranten verbergt haar haar iets minder vaak dan de eerste.


Zo ziet dus de werkelijkheid van meisjes en vrouwen van moslimherkomst eruit, gelovig of niet gelovig. Tegelijkertijd heerst echter in de publieke opinie het beeld dat wie van moslimherkomst is, automatisch religieus is en wie religieus is, verplicht is zich aan bepaalde geboden van de Koran te houden, zoals het vasten of het dragen van een hoofddoek. Dit beeld klopt niet. Het is niet gebaseerd op de werkelijkheid van de in Duitsland levende migrantenvrouwen en hun kinderen en kleinkinderen, maar op de ideologie van de islamitische koepelorganisaties.


Deze organisaties, van Ditib (Turks-islamitische unie voor religieuze zaken) tot aan de door het constitutionele hof sinds lang in de gaten gehouden Milli Görüs, vertegenwoordigen echter niet de meerderheid van de moslima’s maar een minderheid. Slechts de helft van de in Duitsland levende moslima’s heeft volgens onderzoek van één of twee van deze organisaties gehoord, en elke vijfde moslima is in één van deze groepen georganiseerd.


Wanneer men bedenkt dat deze koepelorganisaties tot nu toe de dialoog met de politiek, kerk en media hebben bepaald, dan wordt duidelijk hoe ontoereikend en misleidend deze vermeende dialoog moet zijn. Men heeft helemaal geen rekening gehouden met de belangen van de 80 % die tot geen van deze organisaties behoort en die vaak ook helemaal niet of slechts gematigd gelovig is, en waarvan zelfs de helft van de ‘sterk gelovige’ vrouwen geen hoofddoek draagt.


Dat werpt een geheel nieuw licht op het integratiedebat. Sterker nog, het is alarmerend dat zo’n minderheid met betrekking tot het ‘islamitische leven in Duitsland’ (titel van het ministeriële onderzoek) tot nu de toon kon aangeven en kon beweren voor alle moslims te spreken.


Deze islamitische koepelorganisaties, van gematigd tot fundamentalistisch, uit bijdragen van Turkije of zelfs van Saudi-Arabië gefinancierd, wijzen steeds weer op de ontbrekende tolerantie van de Duitse meerderheidsmaatschappij en op de onwetendheid betreffende moslimse geloofsvragen en religieuze geboden. Dat deze genoemde geboden in het leven van mensen met een moslimachtergrond net zo’n verschillende rol kunnen spelen, als bij mensen met een christelijke achtergrond, wordt daarbij verzwegen.


Ook de mensen uit de christelijke cultuurkring zijn lang niet allemaal gelovig en ook hun opvattingen lopen uiteen van vrijzinnig tot fundamentalistisch. Ook zij willen niet door mensen van een andere cultuurkring als christen gedefinieerd worden. Overigens valt op dat de politiek in Duitsland ook bij vraagstukken die voor de kerken belangrijk zijn, minder met de betrokkenen spreekt en eerder met de kerkvertegenwoordigers.


Bijvoorbeeld het abortusverbod dat de kerken in Duitsland tegen de wil van de meerderheid steeds weer wil doorzetten. Zo heeft de politiek de in 2009 aangenomen verscherping van de abortuswet eerst vooraf met de bisschoppen besproken en niet met vrouwenadviesbureaus, Profamilia (Duitse organisatie voor familieplanning, seksuele voorlichting) of vrouwelijke artsen.


Vaak hebben deze christelijke vertegenwoordigers doorgaans gelijksoortige belangen als de islamitische organisaties: namelijk het streven naar de voorrang van geloofsvragen op mensenrechtenvragen, niet alleen in theocratieën, maar ook in democratieën. Zoals bij de vertegenwoordigers van Jezus de abortus centraal staat, zo staat bij de vertegenwoordiger van Mohammed de hoofddoek in het brandpunt.


Het was niet altijd zo. Pas sinds de overwinning van de Iraanse theocratie in 1979 is de hoofddoek het symbool en de vlag van de islamisten, van de gepolitiseerde islam. Deze is in de tachtiger jaren zijn kruistocht begonnen naar het hart van Europa. Sindsdien strijden de islamisten, die zich woord voor woord op de tekst van de in 632 geschreven koran beroepen, in Duitsland voor het recht op de hoofddoek op alle niveaus, tot in de scholen, ja zelfs tot in de kleuterschool. En vaak komen de ouders direct uit de harde kern van deze islamitische koepelorganisaties.


Tot het dragen van de hoofddoek, dat de meisjes als de ‘anderen’ sociaal afgrenst en lichamelijk beperkt, hoort een heel palet van bijzondere behandelingen die deze ouders voor hun kinderen op school opeisen. De protesten en processen van ouders worden doorgaans door de islamitische koepelorganisaties ondersteund. Ook de juridische argumenten en strategieën worden door hen voor de ouders uitgewerkt. Altijd gaat het daarbij om de scheiding van de seksen of als deze op Duitse scholen geweigerd wordt om de ontheffing voor meisjes van deelname aan zwemonderwijs en sportlessen, aan schooluitjes en seksuele voorlichting.


Dat zijn allemaal zaken die wij voor de geestelijke en lichamelijk vorming als ook voor de ontwikkeling van de gemeenschapszin op onze scholen noodzakelijk vinden.


Om maar te zwijgen van het centrale uitgangspunt van de coëducatie, dat een basis is van de gelijkberechtiging. In gemeenschappelijk onderwijs kunnen jongens en meisjes het traditioneel scheidende overwinnen en ervaren hoeveel ze gemeenschappelijk hebben, ze moeten vertrouwd worden met elkaar. De coëducatie is ook onontbeerlijk voor elke geslachtsrechtvaardige (geschlechtergerechte) opvoeding.


In het verleden hebben rechters zich steeds weer door een vaak goed bedoelde, maar zeer naïeve tolerantie laten leiden. Door hun vonnissen tot bijzondere behandelingen, waarbij werd ingestemd met verzoeken van de ouders tot ontheffing van onderwijs, hebben ze bijgedragen aan de discriminatie van islamitische meisjes. Dit schijnt te veranderen.


In Nordrhein-Westfalen, waar in Duitsland één op de drie personen met een moslimherkomst leeft, werden onlangs twee vonnissen gewezen die hoop geven dat het offensief van de islamitische samenwerkingsverbanden eindelijk beteugeld wordt. Zo besliste het gerechtshof in Münster twee keer in het belang van de kinderen, ’t laatst op 30 juni 2009, toen het de wens van een familie afwees om een elfjarige van het zwemonderwijs vrij te stellen.


De scholiere zit sinds 2008 op het Goethe-Gymnasium in Düsseldorf. Bij de inschrijving ondertekende de moeder een verklaring dat het meisje ook aan het zwemonderwijs zou mee doen, echter pas nadat de schooldirectrice Glenz de moeder verzekerd had dat het meisje in Boerkini mocht zwemmen (dat is een stofgewaad dat lijkt op het badpak dat in onze cultuurkring in de 19e eeuw door vrouwen werd gedragen). Ondanks deze overeenstemming eisten de ouders ontheffing voor hun dochter van het zwemonderwijs. Het gerechtshof stelde dat dit een overtreding was tegen het beginsel van "Treue und Glauben", de ouders van de minderjarige hadden tenslotte van te voren schriftelijk toegestemd.


Dezelfde rechtbank, bevoegd voor NRW, waar de islamitische koepelorganisaties bijzonder actief zijn, had al op 20 mei 2009 een ander oordeel vastgesteld: moslima’s op basisschoolleeftijd hebben grondwettelijk geen aanspraak op ontheffing van gemengd zwemonderwijs. In dit geval ging het om een negenjarige die de basisschool in Gelsenkirchen bezoekt. Haar ouders zijn van mening dat meisjes vanaf het zevende jaar bedekt moeten zijn om hen voor seksuele verleidingen te behoeden. Ook de boerkini leek deze ouders geen oplossing, omdat het zich in het water volzuigt en hun dochter bij het zwemmen hindert en zelfs een regelrecht gevaar voor haar leven vormt. Wat ook klopt. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat Duitse scholen toestaan dat deze arme meisjes gehuld in stofbalen door het water moeten strompelen.


Het schoolministerie van NRW staat intussen achter schoolleiders als Renate Glenz. Het becommentarieert de Münster-beslissing met de woorden: “het zou een teken van verkeerd begrepen tolerantie zijn als de deelname van islamitische scholieren aan schoolevenementen wordt aangepast aan de wensen van de islamitische koepelorganisaties.”


Des te verbazingwekkender zijn de handreikingen uit 2008 van het ministerie van integratie van NRW, die de islamitische geboden als religieuze plicht voor alle moslims erkennen en ouders die hun dochters het zwemonderwijs willen ontzeggen, voor bijzonder liefdevol houden.


Hierop lijkt helaas de strekking van de in juni 2009 gepubliceerde tussentijdse samenvatting van de door de minister van Binnenlandse Zaken Schauble bijeen geroepen ‘Deutschen Islam Konferenz'. Daarin zaten weliswaar moslims en christenen, gelovigen en niet gelovigen bijeen, toch zijn die 10 bladzijden met ‘handreikingen voor scholen en ouderhuizen (Elternhaus) voor op religie gebaseerde schoolpraktische vragen’ onomstotelijk op basis van de Koran geschreven.


In deze door het ministerie van BZ gepubliceerde handreikingen, wordt eenvoudigweg beweerd dat de godsdienstvrijheid voorrang heeft op de vorming en opvoedingsopdracht van de staat. De gemengde sportlessen worden als ‘problematisch op religieuze grondslagen’ aangemerkt en er wordt aanbevolen om bij conflicten scholieren van deelname aan enkele oefeningen te ontheffen. Bijvoorbeeld als de hoofddoek bij natuurwetenschappelijk onderwijs vlam zou kunnen vatten (sic!).


Het stuk werd o.a. door één van de vooraanstaande deskundigen in islamitisch recht in Duitsland, prof. Mathias Rohe geschreven. Rohe die in 1978/79 in Saudi-Arabië als kok heeft gewerkt en sinds het midden van de jaren 70 regelmatig islamitische landen heeft bezocht, heeft van 1981-1989 rechten in Tübingen und Damaskus gestudeerd. Hij geldt heden in Duitsland bij velen als de juridische expert voor de toepassing, resp. verenigbaarheid van het islamitisch recht - de sharia- met het Duitse recht en is doorgaans kritisch op een aantal punten.


Dezelfde Rohe verklaarde enkele jaren geleden kritiekloos in de Frankfurter Rundschau: ‘in Duitsland gebruiken we elke dag de sharia. Als Jordaniërs trouwen dan trouwen wij ze naar Jordaans recht. De mensen hebben in deze privaat verhoudingen beslissingsvrijheid’. Een voordracht van Rohe van maart 2003 vatte de ‘Bundeszentrale voor politieke vorming’ samen met de woorden dat ook de sharia ‘recht is en in wezen dezelfde functie vervult als de rechtssystemen van westerse maatschappijen. (…) Vanuit westers standpunt zorgt het rechtsbegrip van de sharia niet voor grotere problemen’.


In 2006 hebben sociologen een moslimstudie, die Rohe in opdracht van het Oostenrijkse ministerie van Binnenlandse Zaken had uitgevoerd, scherp bekritiseerd wegens grove methodologische en technische gebreken. In hetzelfde jaar stelt het Duitse ministerie van BZ hem aan voor de Islam Konferenz. Twee jaar later, in 2008, sticht Rohe in Erlangen een ‘Centrum voor Islam en Recht in Europa’.


In het door Rohe mede geredigeerde stuk van de Islam Konferenz worden voor de islamitische ouders die hun dochter een gelijkberechtigde deelname aan de school willen beletten en ook minderjarigen de hoofddoek willen opleggen op adviserende wijze ook nog de laatste spitsvondigheden ‘binnen de grenzen van de rechtstaat’ haarfijn uitgeplozen.


Hier wordt duidelijk hoe vanzelfsprekend de invloed van de sharia op het Duitse rechtssysteem nu al is, en dat het proces van de ‘sharia-sering’ van de Duitse rechtsstaat nog lang niet ten einde is. Tot nadeel van alle mensen, in het bijzonder van vrouwen met een moslimherkomst, en tot benadeling van de democratische school, waarin allen gelijke kansen moeten hebben.


Daarom: verweer je tegen de invoering van de sharia! Het hoofddoekverbod voor leraressen op Duitse scholen is een signaal. Het moest jarenlang verdedigd worden tegen de stroom van processen die door de islamitische samenwerkingsverbanden werden ondersteund of geïnitieerd. Dat schijnt gelukt te zijn. Nu moet de tweede stap gezet worden: een hoofddoekverbod voor alle leerlingen. Alleen deze consequente daad geeft de kleine meisjes uit de orthodoxe, fundamentalistische families eindelijk de kans om zich op zijn minst binnen de school vrij en gelijk te kunnen bewegen. Of de meisjes dan na de school de hoofddoek weer opzetten dat is hun zaak, respectievelijk die van de ouders, zolang ze afhankelijk zijn.


Frankrijk heeft met het in 2004 uitgevaardigde hoofddoekenverbod goede ervaringen opgedaan. Nadat vele islamitische groepen heftig protesteerden, ontvoerden twee fundamentalistische terroristen in Irak in de zomer van 2004 twee journalisten om zo het Franse hoofddoekverbod te voorkomen.


Sindsdien heeft het zich bewezen. De hoofddoekvrije school is aan de andere kant van de Rijn al lang gewoon. De scholieren van alle culturen vinden het vanzelfsprekend dat dat stigmatiserende stuk stof niet meer tussen hen in staat. En de leraressen zijn opgelucht. Zij kunnen lesgeven, i.p.v. steeds weer dezelfde pseudoreligieuze debatten te moeten voeren, aangezwengeld door de kinderen van islamitische ouders. De verhoudingen zijn eindelijk helder.


Alice Schwarzer


Bron/originele tekst: Emma

Vertaling: Lia Goudsbloem (HoeiBoei)

La Route au Sud (128)

La_route_au_sud_128

Wijblijvenhier.nl did it!

"Elsa heeft dankzij jullie stemmen gewonnen"

Cursus Moslimangst


(ingezonden) Uitgelicht: Pleidooi voor Cursus Moslimangst door Arnoud Boer, kandidaat-raadslid voor GroenLinks (28.10.2009)

"Het loopt in Nederland de spuigaten uit en we moeten niet langer wegkijken: Nederland lijdt op grote schaal aan moslimangst. Het is tijd voor actie nu zelfs een simpel liedje van Kinderen Arnout_2voor Kinderen uit 1993 lijdt tot waanbeelden bij politici. Daarom stelt Arnoud Boer, kandidaat-raadslid voor GroenLinks in Den Haag, voor om een Cursus Moslimangst in het leven te roepen. Als u niet durft om te gaan met moslims, kan het principe van M.O.S.L.I.M. (Moslims Ontmoeten, Samen Leven Is Mooi) uitkomst bieden. Voor aanvang van de behandeling zou eerst de aard van de moslimangst vastgesteld kunnen worden (diagnose). Hierna kan een trainingsprogramma voorgesteld worden. Iedere Nederland kan de training vervolgens individueel of in een groep volgen. Arnoud Boer: “Moslimangst lijkt in hoge mate op het fenomeen van vliegangst. Ik heb zelf ook last van deze angst gehad en neem dit uitermate serieus. Een goede training heeft mij van deze irrationele angst af geholpen.”

Volledige tekst en aanmeldingen hierr.

U kunt genezen!

Heeft u ook voorbeelden van Jip-en-Janneke-uitspraken/berichten/verslaggeving/foto's gehoord/gezien op radio, televisie of andere media? Stuur deze, met bronvermelding, dan naar hoeiboei@gmail.com .

Het baasje hapt naar de politiek commissaris

Cohenboos_2
De politiek commissaris hapt naar zijn baasjes

Job Cohen hulde zich aanvankelijk in stilzwijgen. Maar gisteren (28 oktober) sloeg de op één na beste burgemeester van de wereld en de allerbeste kandidaat-premier van Nederland genadeloos toe. In de Amsterdamse gemeenteraad gaf hij zijn onhandige politiechef Bernard Welten een openbaar pak slaag. Bernard mag nooit meer naar het baasje happen, was de strekking van Cohens optreden. De raadsleden keken verbijsterd toe. VVD-fractieleider Eric van der Burg tegen de Volkskrant: "Als mijn baas zulke dingen over mij in het openbaar zou zeggen, zou ik de volgende dag solliciteren."

Waarschijnlijk horen we binnenkort over het vertrek van Welten, die voor zijn komst naar Amsterdam prominent lid was van de PvdA-afdeling Haren. Zonder partijkaart kun je in Nederland bijna geen commissaris van de koningin, burgemeester of lid van een adviesraad worden - een misstand waar Pim Fortuyn tevergeefs tegen streed. Het is aan Cohens voorganger Ed van Thijn te danken dat ook de functie van politiecommissaris in Amsterdam een politiek tintje heeft gekregen. Van Thijn haalde partijgenoot Eric Nordholt naar de hoofdstad.

Nordholt bemoeide zich nog veel nadrukkelijker dan Welten met het politieke beleid. Welten was niet meer dan een politiek commissaris, een trouwe uitvoerder van de door Cohen uitgestippelde partijlijn. Nu hij per ongeluk een keer naar de baasjes heeft gehapt, hapt zijn baasje terug. Overigens is Nordholt geen lid meer van de PvdA. In een interview met Coen Verbraak van Vrij Nederland vertelde de oud-commissaris in 2002 dat hij heeft bedankt voor de PvdA om redenen die samenhangen met wat ik het verraad van links heb genoemd. Gevraagd of de LPF nu zijn partij was, antwoordde Nordholt: "Welnee. Schei uit! Maar ik ben geen PvdA-lid meer. Omdat die partij de realiteit zo totaal anders heeft voorgesteld dan-ie was. De PvdA heeft stelselmatig zijn verantwoordelijkheid ontlopen op het gebied van veiligheid en multiculturele problemen."

Carel Brendel

La Route au Sud (127)

La_route_au_sud_127