Wit Met Geel

WitMetGeel

Filmlessen: learning or teaching

Door Dick Gilsing

Soms probeer ik jonge mensen iets te laten ontdekken in films, wat ze er in eerste instantie niet in gezien hadden. Of onbewust wel maar ze konden er nog geen betekenis aan geven. Of ze zagen het wel maar begrepen het niet als onderdeel van een geheel. Dat iets kan een detail zijn, zoals de lange camerabeweging van boven naar beneden, die begint bij een vertrekkend personage op de 12e verdieping en eindigt, wanneer dit personage het gebouw op de begane grond verlaat, ondersteund door muziek van Henny Vrienten, in Left Luggage (1998) van Jeroen Krabbé. Of de manier waarop Alain Delon in Le Samouraï (1967) van Jan-Paul Melville zijn hoed opzet en zich door de film beweegt als een roofdier, soepel en altijd op zijn hoede, klaar om toe te slaan. Of hoe Woody Allen in Annie Hall (1977) spot met de ‘wetten van de vierde wand’ door zijn semi-intellectuele verontwaardiging recht in de camera af te reageren. Of hoe we in het begin van Caché (2006)van Haneke volkomen op het verkeerde been worden gezet. Dat zijn dus details. Het kan ook gaan om het contrast tussen twee personages, komisch zoals tussen de Brooklyn-neger en de Oostduitse taxichauffeur in Night on Earth (1991) van Jim Jarmusch , of dramatisch zoals tussen Ledger en Gyllenhaal in de ‘gay cowboymovie’ Brokeback Mountain (2005) van Ang Lee. Ook kan het gaan om de ontwikkeling van een personage door de hele film heen, zoals die van Harrison Ford in Witness (1985) van Peter Weir, van een hard boiled grootsteedse politierechercheur die geweld niet schuwt tot een vreedzaam verdediger van law and order. Of de bijzondere structuur in het net in Nederland uitgekomen Blue Valentine (2010). Soms zoeken we ook naar de onderliggende symboliek van een film als geheel. Om die helder te krijgen liet ik mijn studenten onlangs twee films vergelijken die in ieder geval bij hun release controversieel waren: Schindler’s List (1993) van Spielberg en La vita ѐ bella (1997) van Begnini. We betrokken daar ook documenten bij van het in januari 2007 in De Balie in Amsterdam georganiseerde symposium over de vraag in hoeverre de Holocaust nog een moreel ijkpunt is en citaten uit het boek De Holocaust is voorbij. Afrekenen met Hitlers erfenis (2010) van Avraham Burg, voormalig parlementslid voor de Israëlische Arbeiderspartij. Evenals fragmenten uit de bij het genoemde symposium en op het IDFA-festival van december 2006 vertoonde documentaire van Marcus J. Carney, die in zijn film The end of the Neubacher Project (2006) de pijnlijke geschiedenis van zijn (Oostenrijkse) familie blootlegt, die altijd de Holocaust heeft ontkend. We kwamen dus beslagen ten ijs. En we kwamen er ook aardig uit. We vonden de douche-scѐne van Spielberg kitsch en we concludeerden dat hij Schindler indrukwekkend maar ook kritiekloos had neergezet. We vonden het documentaire zwart-wit van De Amerikaan authentieker dan de bordkartonnen sprookjeskleuren van de Italiaan. Maar we vonden het jongetje dat opgaat in het spel dat Holocaust heet, ook ontwapenend. En de verhouding tussen vader en zoon vertederend. Maar wie schetst mijn verbazing, of liever verbijstering, toen ik , en wij allemaal, erachter kwamen dat bijna 50 % van de aanwezigen niet wist, wanneer WO II precies had plaatsgevonden. Waarschijnlijk van 1930 tot 1935. Of misschien wel later. Zo ongeveer in de buurt van 1950. Er waren genoeg i-pads aanwezig om dat even te checken. Maar toch. Verbijsterend.

Er bestaat een bijzonder lezenswaardig boek, waarin filmlessen organisch zijn opgenomen. De Filmclub (2008) van David Gilmour. Wanneer deze Canadese filmcriticus merkt, dat school voor zijn puberzoon een drama dreigt te worden en dat hij hem op deze manier kwijt zal raken, doet hij hem een onconventioneel voorstel. Hij hoeft niet meer naar school. Hij hoeft ook niet te gaan werken. Maar dan moet hij wel drie films per week gaan zien, die zijn vader voor hem uitkiest. Samen zien ze van alles. Romantische komedies , de Franse Nouvelle Vague, westerns, horror, James Bond, internationale klassiekers, de film noir, rampenfilms, Fellini. Van Apocalpyse Now tot Last Tango in Paris, van Rosemary’s Baby tot Casablanca, van Blue Velvet tot Basic Instinct. Films van Hitchcock, Kurosawa en Scorcese. Films met Marlo Brando, James Dean, en Nicholson, met Audrey Hepburn, Mia Farrow, en Julia Roberts. En via de film raken ze in gesprek over het leven. Over meisjes, muziek, werk, geld, drugs, liefde en vriendschap. Ontroerend zijn de nostalgie van de vader die zijn zoon loslaat, en de verwondering van de tienerzoon die het leven ontdekt. Samen komen ze er in de Italiaanse klasieker Ladri di biciclette (1948) achter, dat we wat we als goed of kwaad betitelen laten afhangen van wat op dat moment onze behoeften zijn. En dat Le souffle au coeur (1971) van Louis Malle in wezen gaat over ‘een levensfase waarin allerlei dingen een diepe indruk maken, waarin de specie nog niet is uitgehard’ (Gilmour).

Double Healix is een organisatie in Haarlem, die lezingen en trainingen verzorgt – nationaal en internationaal - op het gebied van leiderschap en duurzaamheid, onder leiding van psychotherapeut, leiderschapstrainer, duurzaamheidsadviseur en filmkenner Manfred van Doorn. Zijn Double Healix model is gebaseerd op De held met de duizend gezichten (Ned. Vert. 1990) van Joseph Campbell (uitgewerkt door Christian Vogler in The Writers journey 3rd ed. 2007), waarin de held een aantal stadia doorloopt alvorens tot inzicht te komen. Dit verhaalmodel is heel goed vergelijkbaar met de narratieve structuur van films, waarin de hoofdpersoon een soortgelijke ontwikkeling doormaakt. Het Double Healix model kent twaalf stappen, vier meer dan in het acht- stappenmodel dat Paul Ruven en Marjan Batavier in hun boek Het geheim van Hollywood (2008) hanteren. Van Doorn is een veel gevraagd spreker en trainer die volle zalen trekt waarin hij met door hun bedrijf gestuurde employees de reis doorneemt van stap 1 (proloog) tot stap 12 (elixer), aan de hand van vele filmfragmenten. Daarbij behoort een boek (Het wiel opnieuw uitvinden, - dat wiel was volgens mij al uitgevonden), waarin de twaalf fasen in de reis uitgelegd worden, en toegelicht met vele beelden en stills uit films. De proloog (fase 1) wordt bijvoorbeeld geïllustreerd aan de hand van het begin van American Beauty (1999) waarin de slapende held niet weet dat hij zijn einde al weet. Fase Twee (oproep tot avontuur) wordt ons duidelijk gemaakt aan de hand van o.a. de oproep in een gouden doosje in Amélie (2001) . Fase vier (mentor): Van Doorn noemt de geest uit de fles in Aladdin die nieuwe mogelijkheden tevoorschijn tovert. Mij lijkt de filmoperateur (Philippe Noiret) in Nuovo Cinema Paradiso (1988) ook een hele goede. Enfin, als je in de zaal zit bij Manfred van Doorn, dan krijg je – in de loop (of reis als je wilt) van twaalf lezingen (1 stap van tweeëneenhalf uur ter waarde van 50 euro per keer) een groot aantal filmfragmenten voorgeschoteld, die alle de fasen in het verhaal van de held, en in de reis van het leven, verduidelijken. Ook Lajos Egri vergeleek in zijn standaardwerk The art of dramatic writing (1960) de plotpunten in een dramatisch verhaal met de fasen in het leven. Ook op dit punt was het wiel dus al uitgevonden. Maar goed: het is altijd leuk om filmfragmenten te bekijken. Niet meer vertoond met oude video-apparatuur, maar met de allermodernste middelen. En die d o e n het. Daar betaal je dus ook voor. Dat bedrag hebben mijn studenten er niet voor over. Hun workshops zijn gesubsidieerd. De apparatuur weigert soms dienst. Maar ze krijgen (je durft het bijna niet meer te zeggen) wel waar voor hun geld.

In dat gesubsidieerde onderwijs zitten nogal wat obstakels die goed onderwijs blokkeren. Daar staan op dit moment de kranten vol van. Met name het HBO-onderwijs heeft het zwaar te verduren. En terecht. Volgens een onderzoek van de Vereniging Medezeggenschap Hogescholen onder 11 overwegend grote hbo-instellingen blijkt dat van het personeel op een hogeschool slechts 57 % geregistreerd staat als docent. Dat percentage ligt in de werkelijkheid een stuk lager, omdat veel van hen geen of maar voor een gedeelte onderwijs geven. Zij zijn ook teamleider, coördinator, kwaliteitszorgmedewerker, voorlichter, onderwijsadviseur, toetscontroleur, ontwerper van competenties, bewaker van beheersindicatoren, en nog zo wat.

Enkele jaren geleden rekende de Tilburgse hoogleraar Jan Bouwens uit, dat op een bepaalde hogeschool bij elf opleidingen 21 % werd besteed aan onderwijs, inclusief het voorbereiden van lessen en het nakijken van werkstukken en tentamens. Verreweg het meeste geld gaat naar huisvesting. Naar kosten voor overhead. Naar representatie. En naar kwaliteitsmeting. Deze meting betreft niet zozeer de kwaliteit van een docentencorps maar vooral de mogelijkheid van inwisselbaarheid van individuele docenten. Het liefst moet elke docent alles kunnen geven. En dat kan als alle stof gegoten is in een onderwijsmal die bepaald wordt door vooraf vastgestelde beheersindicatoren en toetscriteria.

Ook in het middelbare onderwijs speelt deze scheefgroei in de verhouding overhead- onderwijs een steeds grotere rol. Getuige ook de onlangs verschenen boeken van Graa Boomsma en Jan Blokker jr. In Uit de school en Bedrog & Onbenul betogen beide schrijvers, dat het hen gaat om kennisoverdracht. Kennis, kennis, kennis. En ze wijzen de ‘terreur van het competentiegerichte leren’ af. Al decennia lang, zo schrijven beide docenten/schrijvers, is het zo dat de beleidsmakers de besluiten nemen en deze vervolgens bij de docenten neerleggen met de woorden: Nu mogen jullie zeggen hoe we het gaan implementeren. Of: uitrollen over het veld, en waar dan de piketpaaltjes moeten komen te staan. Een variant op de managementclaus die ik zelf vanaf ongeveer de eeuwwisseling talloze malen kreeg voorgehouden: dit zijn de kaders; je bent zelf professioneel genoeg om die naar behoren in te vullen. Professionaliteit betekent dan niet meer de kunst om een vak en de context daarvan over te brengen aan jonge mensen, maar de ontwikkeling van een handigheid om binnen beperkte tijd en met beperkte middelen een groot pakket van zeer uiteenlopende taken uit te voeren. Geen wonder dat behalve studenten ook kwaliteitscontroleurs dan even niet meer weten hoe je “de door jouw en jou collega’s aangevraagde camera’s “ moet spellen. “Kennisoverdracht is niet nodig”, is nog steeds een door onderwijsmanagers gebezigde kreet. Immers: “Je kunt het allemaal opzoeken.” Natuurlijk. Je kunt het allemaal opzoeken. Dat vindt Frank Furedi ook. Maar in zijn onlangs in Nederlandse vertaling (van Willem van Paassen) verschenen De terugkeer van het gezag – Waarom kinderen niets meer leren maakt hij duidelijk, dat leerlingen en studenten dat niet zo maar doen. Informatie kun je opzoeken. Maar kennis verwerf je je. Die komt niet zo maar aanwaaien. Daar moet je moeite voor doen. In ons huidige onderwijsbestel gaan we er te veel vanuit, dat kinderen, leerlingen en studenten overal en op elk moment wel iets leren. Teaching is learning geworden volgens Furedi. Ook hij stelt dat er weer kennis onderwézen moet worden door docenten die hun gezag ontlenen aan vakkennis. Niet door een enkeling maar door een team van vakbekwame docenten die elkaar niet controleren maar inspireren. Een team, want ons onderwijs kan niet rusten op die ene meester in Etre et avoir (documentaire 2002) of Entre les murs (geënsceneerde documentaire 2008). Of dichterbij: Meester Ben (documentaire 2008)) op een zwarte school in Den Haag. Hoe inspirerend hun werk ook is. Er is meer nodig. Op de eerste plaats een vakkundig docententeam, dat gestuurd wordt door inspirerende leiders. Gestuurd in de zin van gecoacht, geïnspireerd en gefaciliteerd. Gefaciliteerd met middelen als goede leslokalen en goede apparatuur, een werkbaar rooster, genoeg scholingsmogelijkheden. Dat zijn basisvoorwaarden. Waarom moeten docenten daar steeds om vragen? En dan natuurlijk een overhead die ten dienste staat van het onderwijs en de organisatie daarvan. Niet een overhead die het speeltje is van megalomane bestuurders zoals die er in de afgelopen 12 jaar te veel zijn geweest. Het is ongelooflijk hoeveel er het afgelopen decennium is scheefgegroeid: onderwijs geëxploiteerd alsof het louter een bedrijfsaangelegenheid is, een ongehoorde vorm van marktdenken dat heeft geleid tot veel te grote opleidingen met te weinig docenten, een veel te sterke ontwikkeling van het competentiegericht leren, de enorme schaalvergroting en bureaucratisering, de zogenaamd klantvriendelijke benadering van studenten bij wie te weinig een onderzoekshouding wordt aangekweekt. Het is óók ongelooflijk wat er ondanks al deze obstakels toch gepresteerd is, wat er dankzij studenten, docenten en hun directe leidinggevenden tot stand is gekomen aan waardevolle projecten en maatschappelijke bijdragen. En dan bedoel ik niet die projecten die alleen maar ter meerdere eer en glorie van bepaalde bestuurders waren opgezet.

Okee. De Tweede Wereldoorlog zoeken we op. En in deze tijd van het jaar kan toch bijna niemand ontgaan, wanneer die ook al weer was. De media vertellen het ons. En anders de meester of juffrouw in de klas. Maar het is ook belangrijk het hoe en het waarom daarvan te leren begrijpen. Dat zoek je niet zo maar even op. Daarvoor is teaching nodig. En bewuste sturing, zoals Bo Tarenskeen en Jaïr Stranders nu doen op de avond van 4 mei, na de dodenherdenking op de Dam. Vanaf 21.00 u zijn er 20 voorstellingen in verschillende theaters in Amsterdam. Waarom? T & S: Wij willen de historische achtergrond van WO II weer meer concretiseren. Door de theatervoorstellingen krijgt de geschiedenis weer betekenis, komt deze dichtbij. Als je een specifiek verhaal uit de geschiedenis tilt, wordt dat een anker. We willen de stilte op de Dam nog meer diepte geven, we hopen dat over drie á vier jaar het samenkomen in theaters op 4 mei vanzelfsprekend wordt. Niet alleen in Amsterdam. Eén van die voorstellingen is Bent van Martin Sherman (een gay love story in een concentratiekamp tijdens WO II). Ik zag begin jaren ’80 een indrukwekkende enscenering met Joop Keesmaat en Siem Vroom. Nu in De Engelenbak in de regie van Gerardjan Rijnders. Bent werd in 1997 verfilmd.

Een mooi initiatief waarbij kennis, gevoel en inzicht georganiseerd en kritisch worden doorgegeven. Teaching dus.

Mast

Mast

WEL OF NIET OP DE TV?

Arabist_jansen
Waarom zou iemand niet als gast of als ‘deskundige’ op de tv willen komen om zijn verhaal te vertellen of zijn visie te geven?

De programma’s zijn vaak saai, zeer saai. Als het voor iemand in de studio al lastig is zijn aandacht er bij te houden, kan je gerust voorspellen dat ‘de kijkers thuis’ wellicht ook wat minder geboeid zijn. Toch is dat geen serieus bezwaar: zelfs als er weinig mensen het volhouden om te kijken, zijn het er toch altijd nog veel meer dan het aantal luisteraars dat je in een zaaltje bij elkaar kunt krijgen. Het is anderzijds natuurlijk wel een beetje gênant tegenover familie en vrienden in een programma te zitten dat echt gewoon vervelend en saai is.

Sommige programma’s zijn meer actiejournalistiek dan journalistiek. Voor een goed doel moet alles kunnen, en veel mensen zullen het wel goed vinden als een programmamaker de waarheid licht geweld aan doet ter wille van het goede. Maar soms gaat de actiejournalistiek wel heel ver, en zijn de vertoonde beelden meer actie dan journalistiek. Of helemaal geen journalistiek meer, en alleen nog maar actie, zoals de preek van de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie Joop van Riessen die bij Pauw en Witteman betoogt dat hij best een gekozen politicus wil [laten?] mollen. Presentatoren die zoiets laten gebeuren zijn meer activist dan journalist.

De cartoonist Gregorius Nekschot heeft vastgezeten, gelukkig kort, voor het geven van zijn mening over de islam. Geert Wilders staat terecht voor uitspraken die een niet-jurist moeilijk anders kan zien dan als het geven van een mening. Presentatoren, publiek en politie maken geen scherp onderscheid tussen het brengen van een bericht (‘er zijn moslims die de koran beschouwen als license to kill’) en het geven van een mening (‘de koran is een license to kill’). Wie niet kan voorspellen hoe de onvoorspelbare en niet altijd even nuchtere Nederlandse rechtspraak zal gaan reageren, kan beter niet aanschuiven in een tv-programma. Niet alleen het uitspreken van een mening kan strafbaar zijn, wat al bedenkelijk genoeg is in een vrij land, ook het brengen van een bericht kan tot tijdrovende moeilijkheden leiden.

Regelmatig op de buis verschijnen leidt tot reacties die even moeilijk te omschrijven als te verdragen zijn. ‘Stalken’ is misschien een goed woord, omdat het zo’n vaag woord is. ‘Beledigen’ of ‘bedreigen’ zijn beide woorden die in de gewone betekenissen de zaak niet helemaal dekken. Maar het dagelijks een handvol e-mail berichten ontvangen dat je een ‘ziofuck’ bent; op straat, bij de supermarkt en in het openbaar vervoer aangestaard en vervolgens vijandig aangesproken te worden; per e-mail uitgelegd te krijgen dat je als een varken geslacht moet worden, het moet je hobby maar zijn. (Om derden niet op ideeën te brengen worden de idiootste zaken uit dit genre maar weggelaten.) Leven zonder e-mail, openbaar vervoer en supermarkt is mogelijk, maar moeilijk. Gelukkig zijn er elke dag weer nieuwe mensen op de buis die de aandacht afleiden en de druk zodoende verminderen.

Er zijn dan ook vier factoren van belang bij de afweging om wel of niet op de tv willen komen: Saai, actie, justitie, stalken. Het is geen wonder dat de media zo veel begaafde jonge mensen in dienst hebben die full-time het land afbellen om interessante ‘gasten’ en ‘deskundigen’ over te halen om toch in godsnaam maar op de buis te willen komen, want zonder ‘gasten’ geen tv.

De ballade van de vermoorde politicus (1948-2002)




Zes uur, zes uur heeft geslagen
het nieuws gaat over het land
met lichte stap komt naar buiten
een man - hij zakt naar de grond

Als een boom die door de zagen
gekerfd wordt tot halfweg zijn stam
en eigener beweging omvalt
zo is, zo is deze man

Die, neergeschoten wordend - wie
o wie loste het schot? Die schoten
niet te tellen? - op zijn knieën
gaat, nog steeds rechtop

Een man ligt op het plaveisel
van het nieuwscentrum van het land
uit zijn glanzend hoofd, teer en dooraderd
komen zwarte bloedvlechten, lang

Ik zeg, zeg jullie de waarheid
die ik denk en waarin ik geloof
en ik doe, doe nooit als die anderen
minder dan ik beloof -

Een held is in alle tijden
iemand met persoonlijke moed
de moed om het publieke menen
van wie woorden smijten als stenen

als eenling te blijven weerstaan;
om je waarheid steeds weer te zeggen
geen zwijgen je op te laten leggen
held word je, je wordt niet zo geboren

het lot wijst je daartoe aan -
Het zorgvuldig pak ligt verfrommeld
das los, aan het hemd kleeft bloed
op de borstkas drukt men naar leven

en onder de schoen ligt een voet.
Zeven uur, zeven uur heeft geslagen
het nieuws dreunt over heel het land
op straat, tussen vreemden bezweken

hard sterfbed, door iedereen bekeken
zijn lijk prijkt in kleur op de krant.
Waar was jij, toen je het hoorde?
is de vraag van een vriend die mij belt;

ik stond in de keuken en verstijfde
op de radio was men verbijsterd, jij?
Ik zat, dan weer stond voor het raam
en zag het steeds donkerder worden

ons uitzicht is heden verdwenen
niets is ons meer overgebleven
twaalf uur, het heeft twaalf uur geslagen
ik heb het twaalf uur horen slaan -

Maar, op de doodse parkeerplaats
van het nieuwscentrum onder de maan
heeft het bloed, dat zich niet weg liet vegen
zijn bericht in beton neergeschreven;

Ik zal kruipen, waar ik niet kon gaan

Elly de Waard

Uit: Proeven van moord

Uitspraak van de week (5): burgemeester Arjen Gerritsen


Bewindsman Arjen Gerritsen (burgemeester De Bilt)  is van mening ,,dat een discussie over hoofddoekjes betekent dat de dood van verzetstrijders vergeefs is geweest''.

Bron

Gouden Regen

Gele regen

Dorstige koeien

Dorstige koeien

IN MEMORIAM, de onbekende Nederlander JOSEPH DANK 15-2-1908 – 14-5-1941.

Joseph Dank werd op 15-2-1908 te Amsterdam geboren. Zijn ouders waren Jan Dank en Nanette de Jong. Hij huwde op 19-3-1931 te Amsterdam en werd vader van een dochter. Zijn echtgenote en dochter hebben de oorlog overleefd. Joseph was filmoperateur van beroep. Op 22 en 23 februari 1941 vonden op en in de omgeving van het Waterlooplein te Amsterdam de eerste razia’s op Joodse Nederlanders plaats. Circa 427 mannen, de berichtgevingen daarover zijn niet eensluidend, werden opgepakt en via Schoorl naar het beruchte concentratiekamp Büchenwald, gemeente Weimar, Duitsland, afgevoerd, en nadien naar het nog verschrikkelijker Mauthausen in Oostenrijk getransporteerd. Slechts drie van hen zouden de oorlog hebben overleefd. Joseph Dank behoorde tot de opgepakte mannen. Mauthausen bleef hem bespaard, hij overleed in Büchenwald op 14-5-1941, nog geen drie maanden nadat hij werd opgepakt. Joseph Dank is daarmee misschien wel de eerste, enkel en alleen vanwege zijn Joodse afkomst in ons land opgepakte Nederlander, die om het leven kwam. Zijn moeder, Nanette de Jong, werd onder erbarmelijke omstandigheden naar Sobibor in het uiterste Oosten van Polen getransporteerd en is daar op 9-7-1943 op nauwelijks te bevatten barbaarse wijze om het leven gebracht. Zijn vader overleed vóór 1940.

De geallieerde bezettingsmachten in Duitsland hebben de Duitse gemeenten kort na de overgave opgedragen overlijdensakten op te maken van buitenlanders die gedurende de oorlog in hun gemeente zijn overleden. Zo ook de gemeente Weimar, gelegen in de Russische bezettingszone. De akten werden later overgedragen aan de landen van herkomst van de overledenen. Ook van Joseph Dank is er zo’n akte. Volgens die akte overleed Joseph als gevolg van griep. De akte is grondig, maar de opgegeven doodsoorzaak moet men nemen voor wat het waard is.

J.M. Slaats

Fokstier

Het monster is dood. Osama (ik zag vanavond op tv ook ‘Usama’ voorbijkomen) Bin Laden - vijand nummer 1 van het vrije Westen – is naar verluidt doodgeschoten door een kleine groep speciaal daartoe getrainde Amerikanen. Ik zeg ‘naar verluidt’, niet omdat ik het feit op zich niet geloofwaardig zou vinden, maar omdat vanavond het nieuws werd verspreid dat Bin Laden reeds begraven was – ‘at sea’. Binnenkort worden de ‘I’ve seen Elvis’ verhalen overvleugeld door de ‘I’ve seen Osama’ verhalen. We hebben tenslotte nooit zijn dode lichaam gezien. De Australische Ex-Guantanamo Bay- gevangene Mahmoud Habib gaf vanavond alvast te kennen dat hij twijfelde of Bin Laden echt dood was. Uiteraard voegde hij daar in één adem aan toe dat niet Bin Laden, maar Bush en Howard de echte schurken waren.

Ach, laat ik er hier niet teveel op ingaan. Wat moet je er in godsnaam nog op zeggen? Opvallend was natuurlijk wel dat Bin Laden niet ergens in een of andere duistere grot bivakkeerde, maar gewoon in een of andere villa in een plaats vlakbij de Pakistaanse hoofdstad Islamabad. Dat geeft te denken. Maar ik ben uiteraard niet de enige die dat opmerkt en de experts vallen al over elkaar heen om hier een verklaring voor te geven. Dodgy is het natuurlijk wel allemaal, om maar eens een lekker Australisch woord te gebruiken.

Nee, wat mij vanavond vooral is bijgebleven was het bericht dat Bin Laden senior maar liefst 50 kinderen vaderde. 50! Ik hoorde vroeger wel eens van katholieke families die een zwik van zestien koters op de wereld hadden gebracht – meneer pastoor kwam tenslotte regelmatig informeren waar de volgende bleef en tegen zo’n ouwe kinderfrunniker wil je geen nee zeggen, of niet soms? – en op de Bible belt van de Veluwe - in de nabijheid waarvan ik het grootste deel van mijn jeugd doorbracht – hoorde je ook wel van families waarbij de vader volgens de eigen kinderen ‘zichzelf het huis uitneukte’, het zaad mocht tenslotte ‘niet verloren gaan’ – maar 50 kinderen? Waar hebben we hier mee te maken? Een soort veredelde fokstier? Ja, je kan natuurlijk je gade continue blijven opzadelen met een nieuwe dikke buik (de lezer vergeve mij dat ik hier niet respectvol over de liefde praat) maar zelfs dan lukt het nog niet om er 50 te produceren. Daar heb je toch wel een kleine harem voor nodig. En zelfs dan moet je nog flink produceren.

50 – Ik moet het eerder gehoord hebben, maar ik kan er nog steeds niet bij.

Kees Bakhuyzen

Hoe een advertentiecampagne een oplossing kan vormen voor de crisis

Rowan Dean, The Australian, April 30, 2011
Ik ben eruit. Ik heb een oplossing gevonden voor het conflict in het Midden Oosten. Vergeet de wereldwijde Israël-boycot, meerstappenplannen, conferenties en alle andere mal gedoe. Er is maar één manier om vrede te brengen in het Midden-Oosten.
We doen het met advertenties.
Mijn plan is als volgt. We laten alle hoofdrolspelers een fatsoenlijke reclamecampagne voeren waarin ze de voordelen van het leven in hun land aan elkaar proberen te verkopen. Iran, Libië, Saoedie-Arabië, de Palestijnen – Hamas en Fatah zullen apart van elkaar campagne moeten voeren – Jordanië, Libanon, Egypte, Syrië, Jemen, Oman, Irak, Kuweit en, natuurlijk, Israël, moeten allemaal deelnemen. Ik neem de Israëlische campagne voor mijn rekening.
We gaan als volgt te werk. Ieder land publiceert een reeks advertenties over de volle lengte van de dagbladen, ondersteund door tv-commercials, radiospotjes, websites en mailings – met andere woorden, een volledige campagne – door het gehele Midden-Oosten. Het doel van de reclamecampagne is de mensen van alle betrokken landen de bon onderaan de pagina te laten invullen of, als ze dit willen, online een verzoek in te dienen om te komen leven in het land van hun keuze, puur gebaseerd op de advertenties.
Iedereen mag een land van eigen keuze uitzoeken, maar ze mogen maar één bestemming kiezen en ze mogen niet meer van mening veranderen. Als je eenmaal hebt gekozen blijf je bij je keuze; dat is je nieuwe leven.
Dus als je bijvoorbeeld woont tussen de puinhopen van een uitgebrand appartementenblok in Benghazi kan je ervoor kiezen in een chic appartement in hartje Al Khor te gaan wonen, als dat je beslissing is nadat je verliefd bent geworden op de “Waar anders dan Qatar?” campagne.
Of als je helemaal gek wordt van het leven op de Westbank, dien dan een aanvraag in bij ilovesaudi.com en je kunt vertrekken voor een luxe leventje in de hoogbouw van Riyadh.
Er zit echter een addertje onder het gras. De advertenties moeten juridisch gerechtvaardigd zijn, oprecht, fatsoenlijk en op waarheid berustend. Dat wil zeggen; ze moeten beantwoorden aan alle voorwaarden waar alledaagse produkten ook gedwongen zijn zich aan te houden. Geen propaganda, geen spin. Alleen de waarheid, op een weldoordachte wijze verteld, zoals de Saatchis zouden zeggen.
Je mag zoveel advertenties publiceren als je wilt, gericht op zoveel mogelijk voordelen die je aan wilt prijzen waarvan je denkt dat ze de mensen zullen overhalen om in jouw land te komen leven. Je mag jezelf vergelijken met je tegenstanders – bijvoorbeeld door jouw scholen en kinderdagverblijven te vergelijken met die van je buurman – maar, zoals het geval is bij alle ethische advertentiecampagnes, het is niet toegestaan om je tegenstanders in de competitie te demoniseren of onjuiste dingen te zeggen over hun merk.
Dus, helaas voor veel Arabische staten is er geen ruimte voor door de regering gesponsorde literatuur en nieuwsprogramma’s die beweren dat Joden allemaal varkens zijn die het bloed van je babies zullen drinken want dat valt onder de categorie “oneerlijk en misleidend”, wat betekent dat het een absoluut nee is. (Ik weet dat ze miljarden hebben besteed aan dit soort materiaal maar misschien kunnen ze het allemaal tot pulp vermalen en het papier hergebruiken).
De instructies kunnen ruim genomen worden. Dus, als je bijvoorbeeld het idee hebt dat je een uitstekende staat van dienst hebt waar het aankomt op de rechten van de vrouw, zeg dit dan. Als handleiding geef ik bij deze enkele van de vele onderwerpen die de campagne volgens mij moet behandelen: algemene gezondheidszorg, democratische principes, de verdeling van de welvaart, rechten voor vrouwen en minderheden, rechten voor homoseksuelen, zorg voor het milieu, zorg voor de ouderen en gehandicapten, lager, middelbaar en hoger onderwijs, vrijheid van meningsuiting en werkgelegenheid.
Als je goed scoort in al deze sectoren ben je al een eind op weg je doelpubliek voor je te winnen (dat wil zeggen; iedereen – en vergeet daarbij niet dat dat inclusief vrouwen is).
Maar geen valse bescheidenheid. Als je denkt dat jouw rechtssysteem zonder meer superieur is aan dat van alle anderen, zeg dit dan vooral luid en duidelijk. Houd alleen in gedachten dat de normale restricties van toepassing zijn betreffende wat wel en wat niet vertoond kan worden op tv vóór negen uur ‘s avonds.
Als je de voordelen die de gemeenschap ondervindt van het amputeren van ledematen na diefstal, een groespverkrachting voor afvalligheid of dood door steniging voor ontrouw onder de aandacht wilt brengen, vraag dan vooral de creative afdeling of ze het rustig aan willen doen met het bloed en de verwondingen.
Lifestyle is belangrijk in de advertentiewereld. Het is toegestaan prachtige fotografie en zorgvuldig verwoord proza te gebruiken om zaken betreffende “kwaliteit van leven” te benadrukken. Ik denk aan uit eten gaan, een bezoek aan het theater, sport, wat te doen na je pensioen, de kunsten, muziekfestivals en andere culturele attracties.
Het bespreken van financiën en economische zaken lijkt op het eerste gezicht misschien een beetje droog. Maar aarzel niet uit te leggen hoe jouw staat met haar weelde omgaat voor het welzijn van de gehele gemeenschap, met de juiste grafieken en plaatjes om je verhaal luister bij te zetten.
Maar daarbij geef ik wel de volgende waarschuwing: als je er niet aan bent gewend je weelde te delen met meer dan je directe familieleden en vrienden, besef dan wel dat bepaalde beelden verkeerd opgevat kunnen worden.
Recent onderzoek in de gehele regio maakt herhaald melding van de miljarden die zijn weggestouwd op Zwitserse privé-bankrekeningen, dit vergezeld van glossy foto’s van luxe villa’s aan zee, weelderige paleizen, buitenissige militaire uniformen, limousines en winkeltrips naar Londen’s peperdure shoppingmecca Knightsbridge. Howel al deze glamour op het eerste gezicht aantrekkelijk lijkt vanuit reclameoogpunt, zal het uiteindelijk je doelpubliek eerder van je vervreemden dan overhalen.
O, ik vergat het bijna; religie wordt nergens genoemd. Absoluut niets. Ik weet dat het veelgevraagd is, maar het gaat hier om een verkoop van het produkt op zich en de richtlijnen zijn daarop gericht.
KFC slaagt erin wagonladingen kip te verkopen zonder te vermelden dat ze zo dol zijn op de Discipelen van Christus dus waarom zou jij daarop een uitzondering mogen maken? Als je een goed produkt hebt dan zal het zichzelf verkopen zonder afhankelijk te zijn van dreigementen van eeuwige verdoeming of onbewezen claims van geflikflooi met maagden in het hiernamaals.
Ik weet dat ik valsspeel door het beste produkt voor mijzelf te reserveren, maar volgens mij gaat het als volgt uitpakken. Zelfbelang is een beslissende factor en nadat iedereen alle advertenties heeft gezien en de tijd heeft gekregen om alles in zich op te nemen zal het dat zelfbelang zijn dat de overhand krijgt.
En gebaseerd op de universele onlesbare honger naar persoonlijke vrijheid die in ieder mens aanwezig is, de kansen voor je nageslacht en de mate van gelijkheid, zal vrijwel elke man, vrouw en kind ervoor kiezen naar Israël te verhuizen. Niet erg praktisch, ik weet het, maar misschien dat ze er daardoor een beetje minder op gebrand zijn de boel aldaar in de lucht te laten vliegen.
Rowan Dean is een bekende reclamemaker en mediapersoonlijkheid in Australië. Deze tekst verscheen op 30 April in dagblad The Australian. Copyright Rowan Dean 2011

Bron 

Vertaling: Kees Bakhuyzen - Hoeiboei

Twintig zotte excuses voor die malle hoofddoek (6)

1barbie_met_hoofddoek_2

Wederom actueel! Op gezag van Boris van der Ham bovenaan gezet! "De joodse vrouwen van Boris van der Ham"
 
Excuus 6: “Alle religies zijn vrouw-onvriendelijk.”

Om de malle hoofddoek goed te praten worden dan de kleren van de 'zwarte-kousen-kerk-gangers' erbij gehaald, én de pruik die orthodoxe joodse vrouwen moeten dragen. Hoera! Dit excuus impliceert immers dat men toegeeft dat de islam een vrouwonvriendelijke religie is en dat is tegenwoordig al pure winst want als we de meeste excuses moeten geloven, dan is er met de islam niets of weinig mis maar wél met het christendom en het jodendom. Goddank blijkt de islam ook menselijk!

Het is natuurlijk waar, alle religies zijn tamelijk vrouwonvriendelijk maar dat mag dan toch geen excuus zijn om die malle hoofddoek klakkeloos en overal te aanvaarden en zelfs te stimuleren?

Het gaat hier niet om folklore - was het maar waar! - die we koste wat het kost willen behouden voor het nageslacht maar om kledij die hoe je het ook wendt of keert aangeeft dat de dragers ervan het bezit zijn van een man, en niet alleen hun eigen man maar daarnaast nog hun vader, hun broertjes, hun neefjes, achterneefjes, de imam en niet te vergeten hun geliefde Allah zonder wie dit allemaal niet mogelijk zou zijn geweest. Een symbool dus dat je liever kwijt dan rijk bent maar dat nu juist in het Westen in zwang raakt omdat westerse mensen nalaten het te bekritiseren.

Het gaat daarbij om aantallen waar orthodoxe christenen en joden alleen maar van kunnen dromen. Dat is al een groot verschil maar bij de islam spat de vrouwonvriendelijkheid er toch nog wel wat meer vanaf dan bij die andere twee religies. Dat zie je in één oogopslag. Of iemand een pruik draagt is niet altijd te zien en de zwarte-kousen-kerk-gangers laten hun haren vrij.

Ik heb ze nooit achter de kassa's van A.H. opgemerkt maar zou de mensenvriend Albert Heijn zich net zo inzetten voor gereformeerde meisjes als de grote winkelketen nu doet voor de gehoofddoekten die nu immers massaal achter de kassa die malle boodschap mogen uitdragen?

En de PvdA, zou die net zo trots zijn op 'n eerste vrouwelijke zwaar gereformeerde stadsdeelvoorzitter als nu het geval is met Fatima Elatik?

Het getuigt toch van veel meer moed en progressie om niet aan die gekkigheid mee te doen?

Ex-PvdA-stemster, drie dochters, een man, een hond en een spaarvarken

Excuus 1: klik hier
Excuus 2: klik hier
Excuus 3: klik hier
Excuus 4: klik hier
Excuus 5: klik hier

Rozenkruis

Rozenkruis

Gemor van fundamentalisten is een goed teken voor Links

 

 Door Carel Brendel

“Grappig dat Arib debat leidt in Kamer. Ze zit al 4622 dagen in Kamer en heeft nog nooit iets gedaan voor 1 miljoen burgers van NL. #PvdA” Deze aanval op het PvdA-Kamerlid Khadija Arib zag ik onlangs langskomen op Twitter. Het is een van de signalen van de groeiende ontevredenheid onder orthodoxe moslims, die in de veronderstelling verkeren dat de sociaal-democratie is opgericht om op te komen voor de fundamentalistische variant van de islam.

Ruim 1,8 miljoen kiezers hebben in 2010 hun stem uitgebracht op de PvdA in de hoop dat Job Cohen (en in zijn voetspoor Arib) het programma van hun partij zal uitvoeren. De socialistische achterban bevat relatief veel moslims. Maar het is natuurlijk een groot misverstand om te denken dat de partij alleen daarom als zaakwaarnemer van de islam moet optreden. En het is een nog groter misverstand om te denken dat 

Vakantie!

Bloemetjes

DE GLIJBAAN NAAR EEN NIEUWE WERELD

Arabist_jansen

Hoe verwordt onderwijs van ‘waardig’ tot ‘onwaardig’? Hoe ziet de glijbaan eruit?

Het belangrijkste is het geleidelijk wegnemen van de ‘normale’ bevoegdheden van de vakdocenten. Alles werkt goed als er een tang is met aan de ene kant de leerlingen, en aan de andere kant een hoogbetaalde bestuurslaag die ver boven de vakdocenten staat en nergens een speciale belangstelling of liefde voor heeft. Er moet vervolgens zo veel mogelijk zeggenschap over zo veel mogelijk aangelegenheden van de opleiding komen te liggen bij de directie en de leerlingen. Hoe minder de vakdocenten hebben in te brengen, hoe beter dat is voor een vlot verloop.

Gewoon druk uitoefenen van twee kanten is natuurlijk al heel goed, maar zo’n tangconstructie werkt beter als er regelmatig reorganisaties en herverdeling van bevoegdheden plaats vinden. Boetseren gaat nu eenmaal beter als de klei niet te koud is, en een reorganisatie heeft ongeveer hetzelfde effect als het op kamertemperatuur komen van klei. Scholen en opleidingen worden dan ook regelmatig samengevoegd en gereorganiseerd. Opheffen van opleidingen (zoals nu wel zal moeten gebeuren) werkt trouwens ook wel. Klei moet warm blijven.

Essentieel is het bestaan van een vierde macht, naast leerlingen, leraren en directie. Die vierde macht voert verschillende titels: vooral studieadviseur, studentenpsycholoog en studentendecaan zijn populair. Docenten weten vrij snel bij welke studenten de aanleg, ijver en vooropleiding te kort schieten om de studie tot een goed einde te brengen. De vierde macht werkt het tegen dat daar de benodigde, onvermijdelijke maar (op korte termijn) onaangename conclusies uit worden getrokken. De belastingbetaler betaalt beide groepen, draait dus op voor de schade, en financiert de ongetelde uren dat deze twee groepen elkaar bestrijden.

De directies van onderwijsinstellingen moeten bij voorkeur bestaan uit HBN’ers, Half-Bekende Nederlanders, die uit de landelijke progressieve politiek of de vakbonden iets van een reputatie van onaantastbaarheid hebben weten op te bouwen. Het ‘poe poe’ zeggen is zulke mensen op het lijf geschreven, brandjes blussen is hun tweede natuur, en plechtig laten weten dat er niets aan de hand is, beschouwen zij als hun kerntaak. In hun vorige functie was het dat ook.

Docenten zijn veel tijd kwijt aan het apaiseren van de vierde macht, maar ze moeten wel, want de vierde macht heeft vrije toegang tot de fraai gestoffeerde burelen van de directies. Docenten kan, op advies van een van de leden van de vierde macht, het leven tot een hel gemaakt worden, in opdracht van de directie, bijvoorbeeld via de roostermaker die zo hier en daar wat lege tussenuren inlast.

Zo lang de examens nog de functie hebben waarvoor ze bedoeld zijn, kan de vierde macht niet veel meer bereiken dan dat het onvermijdelijke wordt uitgesteld: De leerling gaat wel over van klas 3 naar klas 4, maar voor het eindexamen wordt hij weggewerkt, bij voorkeur zo laat mogelijk, want dan heeft hij door ingeschreven te staan zo lang mogelijk bijgedragen aan de financiering van de schoolorganisatie. (De hoogte van de beloning van de directies is meestal gerelateerd aan het aantal leerlingen.)

Het is natuurlijk spijtig om leerlingen zonder diploma te laten vertrekken, zowel voor de leerling als voor de financiering van de schoolorganisatie. Het is hier dat het huidige schandaal zijn basis vindt. Omdat het uitdelen van diploma’s geld oplevert, zijn directies die personeel hadden rondlopen dat handtekeningen kon zetten, diploma’s gaan uitdelen. Struikelblok is hierbij de scriptie. Als die er erg dom uitziet, valt er iets aan te tonen over het niveau van de opleiding. Sommige opleidingen laten de scriptie deels door de docent schrijven. Wegmaken van dit belastende document is ook een veilige optie.

Docenten die wel eens een onvoldoende geven, brengen het systeem in gevaar. Leerlingen zouden zich wanneer ze herhaaldelijk onvoldoendes kregen, immers wel eens kunnen gaan afvragen of de opleiding wel geschikt voor hen is, en het gekozen ‘studietraject’ vaarwel zeggen. Docenten besteden dus veel tijd aan het maken van opgaven die er acceptabel uitzien maar waarvan ze weten dat hun leerlingen met een beetje mazzel het nog net kunnen behappen.

Het geven van een onvoldoende wordt zo riskant mogelijk gemaakt. Riskant voor de docent. Een docent die een onvoldoende ‘uitdeelt’, wordt daar op ‘afgerekend’, wat wil zeggen dat hij zich een enorme papierwinkel op de hals haalt om de onvoldoende te kunnen ‘hard maken’. De commissie die het beroep van de student tegen de beoordeling van zijn toets of tentamen met een onvoldoende behandelt, wordt voorgezeten door een jurist en bij voorkeur bemenst door de vierde macht. Met de procedure die de drukbelaste docent heeft gevolgd is dus al snel iets mis. Geeft hij vaak onvoldoendes, is er ook pedagogisch-didactisch iets aan de hand: de man/vrouw is geen goede docent. Wie innerlijke vrede nastreeft, doet er wijs aan de studenten zelf hun eigen toetsen en tentamens te laten beoordelen.

Allochtone leerlingen een laag cijfer geven is natuurlijk rassisme. Zulke leerlingen aanspreken op hun gedrag geeft aan dat de docent nog niet voldoende oog heeft voor de gelijkwaardigheid van de verschillende culturen die ons land rijk is, en de diversiteit van het menselijk gedrag op bekrompen en kleinburgerlijke wijze onderschat. Wat wij ‘buitenissig’ zouden willen noemen is misschien wel lastig in een traditioneel onderwijssysteem, maar er moet plaats voor kunnen worden gemaakt. We moeten al die allochtone leerlingen toch niet weg willen jagen? De volgende stap is snel gezet: Allochtonen toestaan wat aan autochtonen verboden is, kan natuurlijk niet.

Omdat het op alle niveaus zo werkt, wordt het onderwijs al snel van alle inhoud ontdaan. ‘Frontaal’ onderwijs is verboden. De ‘stof’ moet niet te moeilijk zijn, het ‘aanbod’ moet leuk zijn, en er mogen geen ‘groepen’ worden ‘weggejaagd’ door hoge eisen, controversiële wetenschappelijke bevindingen of politiek-incorrecte beweringen. Het is onzeker of onder zulke omstandigheden de opleidingen voor de gewone beta-vakken wel zullen kunnen blijven bestaan.

Dom- of luiheid speelt geen grote rol bij de roetsj langs de glijbaan die het Nederlandse onderwijs doormaakt. Het gaat vooral om verkeerde ‘prikkels’ die de politiek heeft ingebouwd, op advies van ‘deskundigen’. Maar het resultaat zal zijn: een ernstig tekort aan mensen die de vernuftigheden van onze tijd in hun vingers hebben, en die een bijdrage kunnen leveren aan de vooruitgang en de vergroting van de menswaardigheid van het bestaan.

HansJansen

De Nieuwe Vredesorganisatie



We hebben een zeer dure les gehad.

Nu de vredesconferentie te San Francisco zijn einde nadert, nu de aether voortdurend weergalmt van veiligheidsbonden, controleraden, commissies en sub-commissies, nu alle mensen voor de zoveelste maal hopen dat het nu werkelijk de laatste maal is geweest, is het ongetwijfeld belangwekkend de oorzaken van het falen van dergelijke pogingen in het verleden te beschouwen. Het is het isolationisme van de staten geweest, dat aan deze catastrophe grotendeels schuldig is. Niet alleen Hitler en de Duitsers, maar ook de buitenlandse regeringen, die het fascistische regiem steunden en aanmoedigden, die Abessinië, Spanje, Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije weerloos aan hun lot overlieten, dragen verantwoordelijkheid. Dat is al weer oude kost, zeggen sommigen, maar het is lang niet verkeerd zich dat te herinneren. Niet alleen hielden de regeringen zich neutraal tegenover het fascisme, maar zolang ze meenden dat het hun voordeel opleverde hebben ze het zelfs gesteund, tot ze als een koude douche ervoeren, dat ze ver gevorderd waren met het graven van hun eigen graf. Maar het had zover niet behoeven te komen. Ook in de binnenlandse politiek namen de regeringen tegen de fascistische ondermijning generlei ernstige maatregelen. In Nederland gold het uniformverbod voor een onschuldige jeugdbond als de A.J.C., terwijl de Nationale Jeugdstorm als een neutrale vereniging in vol ornaat langs de wegen marcheerde en anti-fascistische vluchtelingen stipt aan de Duitse nazi's werden uitgeleverd.

De enigen die in dit opzicht geen zand in de ogen hadden waren de

PRIJSVRAAG

Arabist_jansen

Wat nu toch zou het kwaadaardigste vers uit de Koran zijn? Hierbij stel ik Koran 9:123 kandidaat, maar zo nodig herzie ik mijn mening wanneer er betere verzen voorhanden zijn.

Het vers begint met ‘O Gij die tot geloof zijt gekomen’, ‘O gij die gelooft’. Het vers spreekt dus direct alle moslims aan. Vrienden en vriendinnen van de islam betogen wel eens dat de agressieve opdrachten die de koran bevat zich nu en dan tot slechts een bepaalde groep moslims in het verleden richten. Moslims zelf willen daar meestal niet aan. Maar bij dit vers is er geen enkele onduidelijkheid. Er wordt geen bepaalde historische context bij geleverd, bijvoorbeeld de vijandigheid van andersdenkenden, of iets anders, bijvoorbeeld een redelijke aanleiding tot verdediging van eigen huis en haard. Volgens de koran komt de oproep die volgt van God en geldt alle moslims. Gelukkig zijn de meeste moslims te humaan en te fatsoenlijk om de opdracht die Koran 9:123 geeft, uit te voeren.

Na de aanhef, 'O gij die gelooft', gaat het vers verder met een bevel dat tot deze gelovigen gericht is:
‘Beoorloogt’, Arabisch qaatiluu, van de wortel QTL, ‘doden’, ‘trachten in de strijd te doden’. De moslims krijgen hier, in de gebiedende wijs, de opdracht te doden en oorlog te voeren, uiteraard volgens de regels van

Fondation Maeght (8)

13 - fondation maeght Braque_2

Indoctrinatie versus historisch besef

Op het internet staat een tekstje dat in essentie als volgt luidt: Een islamitisch familielid van de schrijfster had beweerd dat Nederland (in de 2e wereldoorlog) niet door de Amerikanen maar door de Russen werd bevrijd. De dame stelde dat dit onzin is, want Nederland werd volgens haar door Amerikanen bevrijd, maar die gingen, in tegenstelling tot de Russen in Oost-Duitsland, weer weg. Daar klopt echter helemaal niets van. Jokte ze dan? Dat denk ik niet. Ik denk dat zij weergaf wat ze van de (toch recente) geschiedenis heeft begrepen. Is haar gebrekkige kennis haar kwalijk te nemen. Dat denk ik ook niet. Het is simpelweg de neerslag van sterk gekleurde propagandistische berichtgeving die in de loop der jaren tot haar is gekomen. Is dat erg, kun je je afvragen. Nou nee. Maar het is wel een voorbeeld van de wijze waarop mensen massaal werden en worden geïndoctrineerd. Ik zal proberen dat uit te leggen. We nemen nog even die ene zin voor ogen: Nederland werd door de Amerikanen bevrijd, maar die gingen, in tegenstelling tot de Russen