La ilaha illa allah

Gerrit Komrij in 2010: "(...) Ze likken het mohammedanisme en ze slaan het mohammedanisme, omdat ze niet weten waar zich de mohammedaanse tong en kont bevinden.
‘Op een morgen zullen we allemaal wakker worden en Ali heten.’ Dat schreef ik in 1984.
En ik ben geen profeet. Maar ik heb ook geen stront in mijn ogen, zaagsel in mijn kop."

Morgen heten we allemaal Ali van Gerrit Komrij verschijnt binnenkort: voor meer info, klik op het plaatje of hierr.

Hier volgt 'de klassieker' nog een keer:

La ilaha illa allah


In Washington verklaarden Iraanse studenten dat het de hoogste tijd werd voor de dood van de Amerikaanse president.

In Londen verklaarden Iraanse studenten dat ze klaar stonden om Britse bedrijven en schepen op te blazen. Ook voor de dood van de Engelse regering was het de hoogste tijd.

In Berlijn vroegen de autoriteiten zich af of ze Iraakse terroristen vrij zouden laten, 'om de Irakezen gunstig te stemmen'.

Het Nederlandse bedrijfsleven liet via niet-officiële kanalen aan de regering weten dat een eventueel besluit om de ambassade in Jeruzalem aan te houden zeer onaangename gevolgen zou hebben. 'Achter de schermen heerste grote nervositeit, met name bij die bedrijven die in landen als Saoedi-Arabië en Irak grote opdrachten hebben.'

In Rome en Stockholm verklaarden Iraanse studenten de dood aan de Italiaanse en Zweedse regering.

Al deze krantenberichten maken het duidelijk: de heilige oorlog is begonnen. De Turken zullen ditmaal niet voor Wenen blijven staan. De westerse wereld zal als een rijpe vrucht in de schoot van het mohammedanisme vallen. Als een beurse, sidderende vrucht.

'Europa is op het verkeerde pad,' horen we van de Libische volksidioot Gaddaffi, 'binnenkort zal het christendom nergens meer te vinden zijn.'

Toen deze Gaddaffi vijf jaar geleden de vrouwen in zijn land verbood spijkerbroeken te dragen, haalde hij nog met moeite, en dat midden in de komkommertijd, de rubriek 'Man Bijt Hond' in de krant. Nu bijten regeringsleiders en industriëlen voor hem in het stof: ze wéten dat het christendom binnenkort nergens meer te vinden zal zijn, om de eenvoudige reden dat het plaats heeft gemaakt voor de leer van de profeet. Ze kunnen niet serviel genoeg zijn, naar links en naar rechts, want de mohammedaanse golf is in volle aantocht. Europa islamiseert. De Kohmeinys en Gaddafis en al de Arabische prinsen zullen pas rusten als alle Europese vrouwen muzelvrouwen zijn en alle mannen muzelmannen. Ook de Nieuwe Muzelmens is in de maak.

Kroonprins Fahd bin Abdel Aziz van Saoedi-Arabië riep zijn vrienden al daadwerkelijk op tot een djihad, een heilige oorlog. 'Is een langdurige djihad niet ons enige antwoord geworden?'

Daarmee krijgt het Westen een koekje van eigen deeg. Eeuwenlang hebben de Europeanen het christendom van west naar oost geëxporteerd. Al in de middeleeuwen bezaten de christenen tot in China en Malakka een netwerk van kerken. Kolonisatie en militair geweld gingen hand in hand met missie en zending. Met hun kanonnen zonden de regeringen hun religie mee. In de slagschepen lagen de zakbijbels naast de geweren. Het was een broederlijk verbond tussen machtsuitoefening en kerstening. Je kon de kogel of Jezus krijgen.

Nu komt de omgekeerde beweging op gang, de terugslag van de golf. De zending gaat nu van oost naar west. Met hun olie exporteren de oosterlingen hun religie mee. Nu is het hún beurt om van hun godsdienst een wereldgodsdienst te maken. In de tankers liggen de zakkorans naast de olie. Het is een broederlijk verbond tussen machtsuitoefening en mohammedanisering. Je kan kiezen tussen een crisis en Allah.

Hun geloofspropaganda gaat, misschien wel tot hun eigen verbazing, van een leien dakje. Europese ondernemers bezoeken nu al heimelijk de moskee in plaats van de kerk. Bij de aanvaarding van een nieuw commissariaat krijgen ex-politici een horloge aangeboden dat naar Mekka wijst. Er is een Teleac-cursus Arabisch in de maak, 'de nieuwe wereldtaal'. Op de wekelijkse zitting van het Nederlands kabinet proberen de ministers van buitenlandse zaken en economie wie het snelst en met de meest bevallige draai zijn Yasser Arafat-hoofdtooi omgooit. Ze oefenen elke week een uur.

Europa is rijp voor de islam. Ze hebben er, door de overmacht van de olie, elk verzet al bij voorbaat opgegeven. Toen de film De dood van een prinses op de Nederlandse treurbuis vertoond zou worden, konden we het in zijn meest hypocriete naaktheid merken. Volgens Terre des Hommes worden dagelijks honderden jonge Arabische vrouwen verbrand, onthoofd, vergiftigd of de keel afgesneden, 'omdat ze de familie-eer hebben bezoedeld'. Dit gebeurt dan door hun eigen vader of broer. In De dood van een prinses ging het om de dochter van een oliepotentaat uit Saoedi-Arabië. Wat riep ineens een lid van het parlement voor de radio? 'Het past ons niet een oordeel te vellen over de cultuur van een ander land.' En wat schrééuwde de voorzitter van de Nederlandse vereniging van ondernemers voor de radio? 'We zouden wat meer respect moeten opbrengen voor de cultuur van een ander land.'

Eigenaardig, hoogst eigenaardig. Ik luister al tientallen jaren naar de radio, en gedurende al die tijd las ik ook geduldig de kranten, maar nooit, nog nooit heb ik de indruk gekregen dat een parlementslid of een ondernemer blijk gaf zelfs maar enig idee te heben van wat de cultuur van hun eigen land inhield. Ik nam ze dat niet kwalijk, ze waren nu eenmaal Nederlanders. Als een Nederlander het over cultuur heeft bedoelt hij de suiker-. rubber- en bananencultuur.

Maar nu waren ze ineens tot aan hun voetzolen met vreemde cultuur doordrenkt en islamitischer dan de islamieten. IJlings is cultuur in die kringen iets geworden om respect voor te heben.

De voorzitter van de vereniging van Nederlandse ondernemers legde voor alle zekerheid alvast de gedichten van Hafiz naast zijn bed. In de industriële club worden alleen nog alcoholvrije dranken gedronken en op het Frederiksplein oefent de president van de Nederlandse Bank op de bovenste verdieping van zijn vesting, die binnenkort als minaret zal worden ingewijd, vijfmaal daags het la ilaha illa allah. Zijn vice-president wordt omgeschoold tot hulp-moeëzzin.

Duizenden kleine berichtjes, duizenden kleine feiten kondigen de totale ommekeer aan. Van oost naar west, van oost naar west. Zo langzamerhand zijn we allemaal al vertrouwder geworden met de twaalfde imam dan met de onbevlekte ontvangenis, de ramadan zegt ons al meer dan Pinksteren en we zijn oneindig veel nieuwsgieriger naar de uitspraken van de conferentie van de sunnitische ulema in Islamabad dan naar die van de conferentie van de katholieke bisschoppen in Noordwijkerhout. Op een ochtend zullen we wakker worden en allemaal Ali heten.

Gerrit Komrij, uit Dit helse moeras, 1983

Eerdere reacties

De God der Wrake

Wafasultan_3

Wafa Sultan is opgeroepen als een van de door Geert Wilders verzochte en door het hof goedgekeurde getuigen in het tegen hem aangesponnen proces wegens haatzaaien. De Amerikaans-Syrische psychiater werd een wereldwijd fenomeen door een optreden op Al-Jazeera in 2006, waarin ze het opnam tegen een moslimgeestelijke. Haar standvastige weerwoord tegen het kant noch wal rakende geschreeuw en getier van de imam werd een Youtube-hit die meer dan een miljoen kijkers trok. Het bracht Wafa Sultan tot de Time Magazine lijst van 100 meest invloedrijke personen in dat jaar.

Wafa Sultan geldt als een van de bekendste islamcritici met een moslim-achtergrond en daarmee schaart ze zich bij andere vermaarde islamcritici als Ayaan Hirsi Ali en Irshad Manji. Sultan heeft in de afgelopen jaren regelmatig publikaties geleverd aan kranten en tijdschriften maar tot voor kort ontbrak het aan een volledig boek van haar hand. De recente publikatie A God who Hates is het eerste boek op haar naam en het biedt vooral veel van wat we van haar konden verwachten gezien de eerdergenoemde en latere Youtube video’s en publieke optredens.

Evenals Ayaan Hirsi Ali in Mijn Vrijheid, heeft Wafa Sultan haar eigen leven en ervaringen als uitgangspunt genomen voor haar aanval op de traditionale denkbeelden binnen de islamitische gemeenschap, zowel in Syrië als in de VS. De kleine Wafa blonk al vroeg uit op intellectueel gebied en we leren over haar reeds vroeg ontwikkelde honger naar kennis en leesmateriaal. De helft van haar maandelijkse zakgeld ging op aan een exemplaar van Reader’s Digest, wat haar voor het eerst in aanraking bracht met de Amerikaanse cultuur.

Er zijn enkele belangrijke omstandigheden en gebeurtenissen die een sterk stempel op haar leven hebben gedrukt. De belangrijkste geschiedenis is waarschijnlijk het schrijnende relaas van haar grootmoeder. Op 23-jarige leeftijd had ze al vijf kinderen; drie jongens en twee meisjes. Een pokkenepidemie eiste echter het leven van alle drie de jongens zodat Wafa’s grootvader achterbleef als een ‘vader van dochters’; op zich al beschouwd als een beschamende situatie, werd dit nog versterkt door het feit dat hij ‘dorpshoofd’ was. Hij gaf zijn vrouw de schuld voor zijn ongeluk en zocht een nieuwe bruid, waarbij hij haar de vernedering liet ondergaan haar rivale met veel ceremonieel vrolijk te verwelkomen in haar eigen huishouden. De nieuwe bruid zorgde voor tien zonen en Wafa Sultans grootmoeder werd gedegradeerd tot huisslaaf op haar eigen terrein. Het ontging Wafa Sultan niet dat deze op zich sterke en intelligente vrouw alle mogelijkheden tot ontwikkeling werden ontzegd.

Een ander schrijnend verhaal vormt de geschiedenis van een nichtje dat op haar elfde werd uitgehuwelijkt aan een man van veertig. Na zich tien jaar lang intens ongelukkig te hebben gevoeld in haar huwelijk maakte ze een eind aan haar leven. Wafa Sultan voert overtuigend aan dat het leven van de Profeet Mohammed – en zijn jonge bruid Aisha, die hij trouwde toen ze 6 was en met wie hij geslachtsgemeenschap had toen ze 9 jaar oud was – de bron vormen van deze wantoestanden binnen de islamitische wereld, waar Mohammed en het door hem geleide leven als na te volgen ideaal worden gezien. Dit soort ellende kan daarom niet worden uitgeroeid als deze zienswijze niet bij de wortel wordt aangepakt. ‘Moslims hanteren het geloofsartikel dat alles wat de Profeet Mohammed zei en deed werd geïnspireerd door God. De islam staat het geen van haar volgers toe te twijfelen aan de morele standaard van deze woorden en daden - overal en in alle tijden.’

Uitermate schrijnend zijn ook de verhalen die Wafa Sultan aanhoorde toen ze tijdens haar studie medicijnen enige tijd werkzaam was voor een gyneacoloog. Deze had vaak tot taak maagdenvliezen te herstellen - het gebroken maagdenvlies was altijd veroorzaakt door een ‘val’ op jonge leeftijd - en abortussen uit te voeren, waarbij het slachtoffer na enig aandringen vaak te kennen gaf al lange tijd te zijn verkracht door vader, broers, ooms en/of andere aanverwanten. In plaats van mededogen te tonen vroeg de arts een schrikbarend hoog bedrag voor de abortus, dat de vrouwen vaak alleen konden betalen door hun juwelen te verkopen.

Een bepalend moment was de moord op haar leraar oogheelkunde door moslimextremisten in 1979. ‘Eerst realiseerde ik me niet wie er was vermoord. De schoten kwamen van alle kanten en lieten iedereen in een shock achter. Ze gingen gepaard met de stem van de moordenaar die uit de luidpsrekers schreeuwde: “Allahu akbar…Allahu akbar!” [...] Sinds dat moment staat Allah in mijn gedachten gelijk aan het geluid van een kogel en is hij een God geworden zonder respect voor het leven van de mens. Vanaf dat moment sloeg ik een nieuwe zoektocht in naar een andere God - een God die het leven van de mens respecteert en die ieder mensenleven als waardevol ziet.’

Wafa Sultan vertelt uitgebreid waar de houding van mannen tegenover vrouwen vandaan komt en hoezeer angst het gedrag van de moslimman bepaalt. De moslim neemt ook geen Wafasultan
verantwoordelijkheid voor zijn daden want alles wordt beslist door Allah. Mocht dat niet helpen, dan zijn daar altijd nog de Joden die verantwoordelijk worden gehouden voor zo’n beetje alle ellende in de wereld (vreemde contradictio trouwens; wie is nou uiteindelijk verantwoordelijk, Allah of de Joden?) Sultan geeft enkele voorbeelden van het diepgewortelde en niet zelden de paranoia overschrijdende anti-semitisme in de moslimwereld. ‘Heb je al gehoord dat Israel prostituees met AIDS naar Jordanië en Egypte stuurt om zodoende AIDS in onze landen te verspreiden?’

Zo nu en dan fronste ik bij lezing van A God who Hates de wenkbrauwen, met name als ik vreesde dat Sultan emotioneel uit de bocht vloog. Zo stelt ze dat het stelen de moslims ingebakken zit, een feit voortkomend uit de overlevingsinstincten uit de barre tijd waarin de islam is ontstaan. Daar mag historisch een kern van waarheid in zitten, maar Sultan lijkt op zulke momenten door te slaan, ook al komt ze met relevante voorbeelden van haar bekende Arab Americans die graag her en der zoveel mogelijk stelen om de Amerikanen een hak te zetten. Een ander terugkerend thema is de haat die de meeste Arab Americans koesteren tegen hun nieuwe vaderland. ‘Als de VS moreel decadent is, waarom staan er dan zoveel van mijn Syrische landgenoten in de rij voor de Amerikaanse ambassade?’, zo vraagt Sultan zich terecht af.

Analoog aan Bruce Bawers waarschuwing aan het Westen voert Sultan aan dat Amerikanen ziende blind zijn. ‘Amerikanen […] zeggen wat ze denken en ze denken wat ze zeggen. Ze hebben er geen idee van dat ze te maken hebben met mensen die er bedreven in zijn te zeggen wat ze niet denken en te denken wat ze nog nooit gezegd hebben.’ Natuurlijk ligt het verwijt van een selectief gebruik hier voor de hand, maar daar kan tegen ingevoerd worden dat Sultan mogelijke kritiek voor blijft door met plausibele en schokkende voorbeelden te komen.

Een ander element dat als kritiekpunt zou kunnen worden aangevoerd is dat de islamitische wereld niet alleen staat in veel van de wantoestanden die Wafa Sultan beschrijft. Ik noem alleen maar het eerder aangehaalde voorbeeld van de jonge meisjes die door verschillende familieleden zijn verkracht. In hoeverre deze voorbeelden representatief zijn is en blijft ongetwijfeld een onderwerp voor niet-aflatende discussie. Maar een argument voor het boek is dat Wafa Sultan als (ex-)moslim voorbeelden aanhaalt uit haar eigen ervaring en aannemelijk maakt dat er een direct verband is tussen de islamitische mindset en deze wantoestanden. Selectief of niet, die voorbeelden liegen er niet om. Het is vooral van belang dat deze verhalen een discussie op gang zetten en dat moslims in het algemeen zich niet blijven terugtrekken in slachtoffergedrag, zoals in de Australische moslimgemeenschap, waar men zich twee jaar terug en masse beklaagde bij de overheid omdat na het geheime bezoek van Wafa Sultan bleek dat zij gesprekken had gevoerd met zowel de Liberals als Labour.

Wafa Sultan hanteert een stijl die zowel harder als emotioneler is dan die van bijvoorbeeld Ayaan Hirsi Ali of Nahed Selim, die ik daarom sterker vind dan Sultan. De grootste smet op het boek vormen echter de herhalingen; een goede redacteur had hier oog voor moeten hebben. Het eerder genoemde barre karakter van de woonomgeving van de woestijnbewoners ten tijde van het ontstaan van de islam is een interessant en belangrijk gegeven, maar het hoeft niet herhaalde keren terug te komen in nieuwe bewoordingen. Na hooguit twee keer is de boodschap duidelijk.

Ten slotte zullen critici van Wafa Sultan haar waarschijnlijk ook haar bijna blinde liefde voor Amerika verwijten. Er is inderdaad geen spoortje van kritiek te vinden op haar nieuwe vaderland (afgezien van een wat breedsprakige aanval op Colin Powel, omdat deze had beweerd dat het op zich geen probleem zou zijn als een moslim President van de VS zou worden), maar gezien de met name door vrouwen ondergaande ellende in de moslimwereld waarvan Wafa Sultan verslag doet, is het volledig te begrijpen dat Amerika voor haar als een waar paradijs van de vrijheid moet overkomen.

A God who hates
is een aanrader voor allen die zich willen mengen in de islam-discussie. En dan heb ik het zowel over voor- als over tegenstanders van Wafa Sultan. Ik las ergens een reactie van een lezer die dit boek niet zozeer zag als een aanval op de islamitische gemeenschap als wel als een aanzet zich te bevrijden van het keurslijf waarin men zichzelf al veertien eeuwen dwangmatig gevangen houdt. Een mooi pleidooi waar ik me graag bij aansluit. Terwijl ik dit boek las, zag ik een bericht in Trouw waarin werd vermeld dat liberale moslims het opnamen voor de bedreigde Kopten in Egypte. Dit zijn de berichten die we nodig hebben en die ik zie als hoopgevend voor de discussie die op gang moet komen. Als Wafa Sultan daar met dit boek haar steentje toe kan bijdragen dan heeft ze absoluut mijn zegen. Ik hoop het van harte.

Kees Bakhuyzen

Wafa Sultan: A God who Hates.
St Martin’s Press, New York.

Bol.com

House of Pain vs Klezmer - Mashup by FAROFF

Jezus

Arabist_jansen

Van de eigenheid van Jezus zoals de schrijvers van het Nieuwe Testament die laten zien is in de koran weinig of niets over. De koran doet maar weinig mededelingen over Jezus, maar die mededelingen die de koran doet, maken van Jezus een goed moslim, en een profeet naar het model van de tientallen islamitische profeten die aan Mohammed voorafgingen. En zo kijken moslims ook tegen Jezus van Nazareth aan: een moslim, een profeet, niet meer dan een dienaar van God (4:172, 43:59), niet geëxecuteerd door kruisiging, en dus ook niet uit de dood opgestaan.

Om christenen de overgang tot de islam wat makkelijker te maken willen moslims graag benadrukken hoe zeer zij Jezus vereren. Dat is natuurlijk heel vriendelijk en behulpzaam, maar het is ook misleidend. Geen enkele variant van de christelijke opvattingen over opnieuw beginnen, opstanding, de onvermijdelijkheid van zonde en kwaad, vergeving van schulden, lijden, genade, en zo voort, speelt een rol in de koran of de islam.

De moslims hebben met vlijt en ijver Jezus, en eigenlijk alle andere bijbelfiguren die in de islam een rol spelen, van hun eigenheden ontdaan. Dit geeft het ergste te vrezen voor de vlijt en ijver waarmee moslims wanneer zij het voor het zeggen hebben, anderen hun eigenheid zullen willen ontnemen. Als moslims er al geen enkele moeite mee hebben om Jezus om te vormen tot moslim, dan zullen ze er zeker geen moeite mee hebben ook gewone mensen zo’n metamorfose te laten ondergaan.

Wat adembenemend vreemd is, is de naam waarbij Jezus in de koran genoemd wordt. Bijbelse figuren die naar de koran worden overgeplaatst, nemen gewoonlijk hun naam mee – hoe zouden we anders weten dat het om de oorspronkelijk bijbelse figuren gaat? Het is voor een ingewijde goed zichtbaar dat die bijbelse namen via het Syrisch het Zelfkoran_2Arabisch zijn binnengekomen, maar in feite maakt dat niet zo vreselijk veel uit. Dat Elia en Elias dezelfde zijn, gelooft een ieder zo. Er is maar één naam waarbij echt een probleem is, en dat is de naam van Jezus. Dat het in de koran, vooral soera 19, over Jezus moet gaan, blijkt niet alleen uit de naam van de moeder van Jezus, Maria. Maar de hele opbouw en inhoud van soera 19, met alle figuren en gebeurtenissen die we uit het begin van het evangelie van Lukas kennen, wijst uit dat het echt om Jezus gaat.

Jezus wordt in de koran عĪsā genoemd. Volgens de wetten van de correspondentie die er tussen het Arabisch en het Hebreeuws bestaan, is عĪsā de ‘vertaling’ van de naam عEsau, de broer van Jacob. Wie nog op de zondagsschool gezeten heeft weet het: Abraham is de vader van Izaäk en Ismaël. Ismaël is de stamvader van de Arabieren en de moslims. Izaäk heeft twee zonen, Esau en Jacob. Jacob is de stamvader van de twaalf stammen van Israël. Wat kan de reden zijn dat de koran, en in het verlengde daarvan alle moslims, Jezus Esau noemen?

Dat het een vergissing zou zijn, is te makkelijk. Misschien speelt het een rol dat de joden van Jacob afstammen, de Arabieren van Ismaël, en dat de christenen in deze groep aartsvaders toch ook een voorvader moeten hebben. Esau is dan beschikbaar. Christenen die het Arabisch als moedertaal hebben, gebruiken deze Arabische vorm van Esau niet. Zij noemen Jezus in het Arabisch Yasūع, wat een logische Arabisering is van de Hebreeuwse mannennaam Yehoshūعa, waarvan ‘Jezus’ en ‘Jozua’ via het Latijn de normale westerse vormen zijn geworden.

Luxenberg veronderstelt dat de vorm van de naam van Jezus die de koran gebruikt, uit het Syrisch afkomstig is. Het probleem is volgens hem onder andere ontstaan door verwarring en omwisseling van twee klanken die allebei in het Nederlands niet voorkomen, de عayn en de hamza, de laatste ook wel bekend als de glottal stop. De verwarringen zouden mogelijk zijn geworden doordat in het Oost-Syrisch de عayn en de hamza, zowel de letters als de klanken met die naam, haast vrije varianten van elkaar waren geworden. Als dat waar is, verklaart het nog niet helemaal waarom het Arabisch van de koran zonder één variant ‘Jezus’ steeds عĪsā noemt. Maar wat weten we helemaal van varianten op de korantekst zo lang er geen goede kritische tekstuitgave is? In ieder geval toont het weer aan dat korangeleerden die niet vertrouwd zijn met het Syrisch en zelfs de dialecten van het Syrisch, een probleem hebben dat met het jaar groter wordt.

De naam van Jezus is niet de enige naam waarbij zich een probleem voordoet bij de overzetting naar de koran. Ook de zoon van Zacharias, Johannes de Doper (Lukas 1:5), heeft zijn naam niet meegekregen in de koranverzen die over hem handelen. De koran noemt hem Yahyā. Maar al in het begin van de vorige eeuw waren er geleerden die vermoedden dat we hier te maken hadden met een verkeerde ontcijfering van de Syrische versie van de naam Johannes: Yuhannan. De grafeemskeletten van Yuhannan en Yahya lijken in het Syrisch inderdaad sterk op elkaar. Ook curieus is dat nadat de naam Yahya in soera 19:12 genoemd wordt, soera 19:13 met het Arabische woord Hanaan begint. Dit Hanaan treffen we ook aan in de Hebreeuwse vorm van de naam Yochanan.

HansJansen

Uit: Zelf koranlezen - Hans Jansen
Pag. 86/89
Uitgeverij De Arbeiderspers
Amsterdam - Antwerpen
2008
16 euro 95

Bol.com

Interviewen


Toen Ischa en ik vorige week 's avonds laat een ommetje maakten door die bloedmooie Amsterdamse binnenstad, werden wij aangesproken door twee lieftallige jongedames, die ons vroegen of wij inderdaad Ischa Meijer en Cor Galis waren.
'Jazeker,' beaamden Izzybootje en ik, om 't hardst - want het is nu eenmaal erg leuk om 's avonds laat op straat herkend te worden door twee lieftallige jongedames.
'O, wat leuk,' kreten de beide lieftallige jongedames.
'Ja, hè!' riep Izzymansje de Luuks - want die gaat altijd, bijkans instinctmatig, te ver.
'Want wij hebben laatst op school een luisterproef gedaan met een van uw radio-interviews,' verklaarde de ene lieftallige jongedame.
'Juist, ja,' murmelde onze kleine presentator, volmaakt verguld.
'Wat is dat, eigenlijk - een luisterproef?' informeerde ik, nieuwsgierig.
'Dan draait onze leraar Nederlands zo'n interview via de band af,' antwoordde de andere lieftallige jongedame. 'En dan moeten wij er vragen over beantwoorden.'
'Zo in de trant van: wat bedoelt de interviewer hier eigenlijk mee?' schreeuwde Izzepis, zowat over z'n toeren.
'Misschien gaat het ook soms over de antwoorden van de geïnterviewde,' opperde ik.
"En ten slotte maken we dan met z'n allen een analyse van het hele vraaggesprek,' vertelde de ene lieftallige jongedame.
'Een analyse!' juichte Izzyolieootje - zo ongeveer in katzwijm.
'Ja,' zei de andere lieftallige jongedame. 'En in het geval van dat interview van u hebben we zo'n beetje gekeken wie er van u beiden gewonnen had.'
'Gewónnen!' riep ik ontzet uit.
'Ja,' zei de ene lieftallige jongedame. 'Want de heer Meijer voert over het algemeen in wezen geen vraaggesprekken, maar strijdgesprekken. Tenminste - dat zei onze leraar Nederlands.'
'En wie had er volgens jullie gewonnen?' vroeg Ischa, met een beetje schuim om zijn mond.
'U,' zeiden de beide lieftallige jongedames, volmaakt unisono.
En na ons beleefd gegroet te hebben, liepen ze verder.
'En?' vroeg ik aan Izzybooliebootje. 'Ben je nu tevreden?'
Maar hij zei niets.
Hij staarde enigszins wazig voor zich heen.
'Jammer, hè,' zei ik, 'dat er geen Olympische medaille bestaat in de categorie zwaargewicht-worstelgesprek.'
'Inderdaad,' verzuchtte ons ventje.
'Dus je bent er inderdaad trots op dat je er bij die kinderen als winnaar uit de bus bent gekomen,' zei ik, uitermate moedeloos. 'Terwijl je niet eens weet wie je tegenstander nu eigenlijk was.'
'Verdomd!' fluisterde het kereltje. "dat ben ik vergeten te vragen.' En toen, lieve luisteraars - toen moest ik toch zó lachen, zo verschrikkelijk hard lachen.
En ten slotte lachte het vragenworstelaartje ook maar mee.
Want als het op egotrippen aankomt, wint-ie zelfs nog van zichzelf.
Hahahahahaha.
Hé, jôh, stap maar weer eens over je eigen schaduw heen, en zing een liedje, kleine prijsinterviewer, ja, zing, zing, zing!

Uitgesproken door Cor Galis, 31 maart 1992.

Uit: Zing m'n jongen zing!
Cor Galis leest Ischa Meijer
Prometheus
1997

Een originele toepassing die steun verdient.

Gooieneembode_100211_remark
Onderschrift foto: Wethouder Karin Walters was nieuwsgierig waar de PC voor werd gebruikt.

Stel je heet Karin Walters, bent wethouder van Sociale Zaken (SP) in de Mediastad en je ontvangt een cheque van 10.000 euro. Wat doe je met die gift? Juist, je gebruikt 't extra geld voor het 'Ouderen PC participatieproject' om ouderen met een bijstandsuitkering van een computer te voorzien. Om bij te blijven, zeg maar. Heel sociaal.

Ho, ho, niet voor álle ouden van dagen want 10.000 euri is zo op en de pc moet wel (goed) gebruikt worden, dus schrijf je 140 ouderen met een gekorte AOW en een aanvullende bijstandsuitkering aan met de vraag waarom ze een computer kunnen gebruiken. Maar liefst 48 mensen reageren, waarvan je er 16 selecteert die daadwerkelijk een computer ontvangen. Van doorslag zijn ondermeer 'contact met familie in het buitenland en op de hoogte blijven van wat er leeft in Nederland'. Logisch want wie heeft er tegenwoordig geen familie in het buitenland wonen?

Je bent als wethouder echter zo nieuwsgierig waar de pc voor wordt gebruikt dat je een kersverse geluksvogel vereert met een bezoekje aan huis, en bloemen kunnen er ook nog van af. Ook zorg je ervoor dat een fotograaf van het lokale krantje, De Gooi en Eembode, aanwezig is om het momentje te vereeuwigen. Zo gebeurt het dat ik als lezer geïnformeerd word over dit sociaal verantwoorde werk dat de wethouder in onze gemeente verricht.

Mooi dat fotograaf Kastermans dit momentje zo waarheidsgetrouw heeft vastgelegd. Niet de vrouwelijke wethouder krijgt op de foto een handje van de pc-ontvangende inwoner van 't Gooi, meneer Arkhaoui, maar de naamloze mannelijke ambtenaar die de wethouder tijdens het bezoek begeleidt. Is mevrouw Arkhaoui (volledig ingepakt, nog net zichtbaar op de foto) nou wel of niet aanwezig? Ach, het in ontvangst nemen van een splinternieuwe pc is natuurlijk een mannenaangelegenheid!

Mevrouw Arkhaoui zal het positieve effect nog wel ervaren, nu de man in huis optimaal kan gaan genieten van Koran recitals via YouTube.

AnneliesvanderVeer

Originele bericht papieren Gooi en Eembode, donderdag 11 februari 2010:

PC's 65 plussers dankzij gift


In februari 2009 heeft wethouder Sociale Zaken Karin Walters ter gelegenheid van de opening van het 1850 Nummerinformatie Contact Center op het Arena-Park, een cheque van 10.000 euro in ontvangst mogen nemen.


De wethouder heeft aangegeven de gift te gebruiken voor het Ouderen PC participatieproject. Met dit project wordt geld beschikbaar gesteld om 65 plussers met een bijstandsuitkering te voorzien van een computer. Deze doelgroep kan een computer goed gebruiken ter ondersteuning van vrijwilligerswerk, om mee te doen in de maatschappij, of om op de hoogte te blijven.


Socicale Zaken heeft 140 ouderen met een gekorte AOW en een aanvullende bijstandsuitkering aangeschreven met de vraag waarom ze een computer kunnen gebruiken. Hierop hebben 48 mensen gereageerd. Hieruit zijn zestien mensen geselecteerd die nu een computer in ontvangst mogen nemen.
Doorslaggevend waren ondermeer contact met familie in het buitenland en op de hoogte blijven van wat er leeft in Nederland. Een van de kandidaten is door de wethouder bezocht. Zij was nieuwsgierig waar de PC voor werd gebruikt. "Meneer Arkhaoui is blij met de PC. Hij kan nu contact houden met zijn familie. Ook kijkt en luistert hij via YouTube naar recitals van de Koran. Een originele toepassing. Zo haalt iedereen uit internet wat hij of zij leuk vindt."

Zoekt u nog een goed doel?

Gevonden_voorwerpen_3
"Helaas wordt het voortbestaan van dit breed gedragen polderinitiatief nu ernstig bedreigd. Het zal je niet ontgaan zijn dat de Poldermoskee te kampen heeft met financiële problemen. Deze problemen zijn ontstaan in de beginfase van de Poldermoskee. Toen zijn flinke investeringen gedaan, die nog steeds als een molensteen om de nek van de Poldermoskee hangen. Hoewel veel van de leningen inmiddels zijn afbetaald, blijft de Poldermoskee nog zitten met een huurachterstand van 50.000 euro. De verhuurder, de Alliantie, heeft ons nog één laatste kans gegeven om deze huurachterstand weg te werken. We hebben tot eind februari hiervoor de tijd. Dit betekent dat het voor ons allen nu 5 voor twaalf is!

Wil je ook dat dit initiatief blijft bestaan, steun ons dan!"

Volledige bericht hierr.

Stemadvies van PvdA Feijenoord: wij van wc-eend adviseren geen wc-eend

Mohammed_benzakour_2

Stem niet op de PvdA. Het jongste, zeer opmerkelijke stemadvies komt niet van de PVV, GroenLinks, het CDA of D66. Het heeft ook niets te maken met een eerdere aanbeveling van een groepje voormalige Abou Jahjah-fans en Internationale Socialisten rond schreeuwlelijk Mohammed Benzakour. Dit keer is het de PvdA zelf die oproept om niet op de PvdA te stemmen.

Het omgekeerde wc-eend-advies is afkomstig van PvdA-leden in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord. Daar zijn de zaken nogal gepolariseerd en geradicaliseerd sinds een Turkse coup, waarbij de kieslijst volledig werd omgegooid. Sindsdien heeft de prachtwijk op Zuid de bijnaam Feijerbahce.

De huidige PvdA-fractievoorzitter Marco van Lent geeft aan niet op zijn partij te stemmen, zegt hij vanmorgen (11 februari) in het AD, dat dit brekende nieuws vandaag groot brengt. “Ik heb er geen vertrouwen in dat het hier nog goedkomt met de partij.”

PvdA-deelraadslid Arie van den Ent stemt D66. Hij is boos over de complete radiostilte van stedelijk lijsttrekker Dominic Schrijer en het landelijke partijbestuur. Hij noemt deze reactie ‘funest voor de toekomst van de PvdA‘. “Wat hier gebeurt, kan een voorbode zijn voor de rest van de stad. We schreeuwen al jaren om aandacht. Maar de partijtop wil er de vingers niet aan branden. Zeker niet met de verkiezingen in zicht.”

Vergaderingen van de deelraad krijgen extra bewaking sinds de Turken en Nederlanders binnen de PvdA elkaar naar de keel vliegen. Door scheuringen heeft de partij geen meerderheid meer in de deelraad. Een poging van Leefbaar Rotterdam om stadsdeelbestuurder René Kronenberg, deelnemer aan de Turkse machtsovername, naar huis te sturen mislukte echter door verdeeldheid binnen de oppositie.

Carel Brendel

JIHAD IN AFGHANISTAN, OF WAAROM WIJ ONGEWILD BETROKKEN ZIJN BIJ EEN GODSDIENSTOORLOG.

(In het januari-nummer van de Militaire Spectator van dit jaar was een gastcolumn opgenomen van een derdejaars studente Arabisch, (1) die daarin een lans brak voor het begrip jihad als rechtvaardige oorlog. Hoewel zij niet expliciet inging op de militaire problemen in Afghanistan bood haar openingszin genoeg aanleiding om te veronderstellen dat de Militaire Spectator haar betoog zeer relevant achtte voor haar lezers bij de krijgsmacht. (2) Ondergetekende heeft een reactie geformuleerd op deze column die helaas niet geplaatst kon worden. Mij werd meegedeeld dat het specifieke karakter van gastcolumns geen reacties toelaat. Wat nu volgt is een uitgebreide en enigszins gewijzigde versie van mijn oorspronkelijke reactie aan de Militaire Spectator)

Het is triest en tegelijkertijd verontrustend in deze tijd van transnationale oorlogsvoering in naam van religie, in casu de islam, wanneer het erop lijkt dat universiteiten hun studenten niet helpen bij het krijgen van een objectief begrip van wat de strijders van deze oorlogen motiveert en bindt. In de gastcolumn over Jihad als just war krijgt de lezer een erg eenzijdig beeld van deze complexe kwestie.

Jihad, zegt de auteur, is alleen bedoeld om "de islam" te beschermen en strijders als Bin Laden voeren een "zogenaamde" dus onechte jihad. Opposing Militant Forces (te denken valt aan Talibanstrijders) zijn niet bezig met jihad maar met qital, 'gevecht', 'strijd' of 'slag'. Het doden van vrouwen, kinderen, oude mannen en verwoesting van infrastructuur past niet bij jihad, meent zij.

In de Egyptische Van Dale Al-Mu'gam al-wasit staat dat het woord jihad (preciezer: jihaad met twee a's) niet afkomstig is van jahada maar van jaahada (let op de twee a's). Jahada is volgens dit woordenboek 'streven naar' en 'inzetten voor' zoals Groeneveld zegt, maar jaahada (twee a's) heeft een andere betekenis. Het Arabische woordenboek zegt: 'Object van het werkwoord Jaahada is de vijand, als zelfstandige naamwoorden aan te treffen in mujaahada en jihaad en de betekenis ervan is: hem (=de vijand) te bestrijden.' (3) En onder jihaad vinden wij: 'Jihad (volgens de religieuze wet) is het bestrijden van diegenen onder de ongelovigen die geen bescherming genieten volgens diezelfde wet.' (4) (pagina 142 van mijn editie uit 1972) De primaire betekenis van Jihad in religieus-juridische zin is dus niet bescherming, zoals de columniste zegt, maar het bestrijden van een vijand van de islam. Bovendien wordt het woord qital 'vechten', anders dan zij stelt, in dit woordenboek rechtsreeks gekoppeld aan het woord jihad. Dit is ook een normale wijze van formuleren in de Arabische commentaren en Sharia-handboeken.

De uitleg dat jihad bedoeld is om de islam te beschermen bevat wel een kern van waarheid, maar helpt niet wanneer wij willen begrijpen waarom ook de Taliban en Bin Ladens (of Hamas) van deze wereld hun militaire operaties legitimeren vanuit de islamitische leer. Jihad is alleen een just war voor rechtzinnige islamieten als die in het belang van Allah is, in het Arabisch: al-jihaadu fii sabiili allaah. Letterlijk: 'De strijd (qitaal 'het vechten') op het pad van Allah'. De Islamitische rechtsgeleerden definiëren het doel van dit pad als de hegemonie van de Wet van Allah, de leef- en gedragsregels van de islam. De vaagheid van de term 'pad' maakt het mogelijk dat islamieten zeer uiteenlopende activiteiten als jihad beschouwen: Voor de Europese moslimprediker Tariq Ramadan is zijn bemoeienis met het onderwijs van moslimjongeren een vorm van jihad (al-jihaadu bil-lisaan 'de jihad met de tong'), voor het Saoedische koningshuis zijn de miljoenen dollars voor Europese moskeeënbouw een vorm van jihad (al-jihaadu bil-maal 'de jihad met geld'), en voor de Taliban is het doden van vijandelijke troepen en 'hypocriete' Afghaanse meelopers een vorm van jihad (al-jihaadu bis-sayf 'de jihad met het zwaard'). Al deze categorieën staan in de canonieke wetboeken van de islam.

Natuurlijk vinden in islamitische kringen heftige discussies plaats over de beste toepassing van religieus-juridische regels op conflicten met een godsdienstige dimensie. Er zijn moefti's of rechtsadviseurs die al dan niet in opdracht van hun regering proberen om de militante jihadisten te veroordelen als (niet-religieuze!) misdadigers, die de zaak van de islam alleen maar frustreren. En andere moefti's komen hen juist te hulp. Het is een juristenstrijd die ons vreemd aandoet omdat hij in dienst staat van één doel: de heerschappij van het woord van Allah zoals neergelegd in de koran. Maar wij moeten wel oog hebben voor de rijke verscheidenheid aan opvattingen binnen dit ene kader.

De Militaire Spectator columniste meent bijvoorbeeld op grond van een secondaire bron (het boek Islamic Political Ethics, Civil Society , Pluralism and Conflict bezorgd door Sohail Hashimi) dat het doden van non-combattanten en vrouwen, kinderen en ouden van dagen "dus" verboden is. Maar in het Sharia handboek 'Umdatu s-saalik van Ahmad Ibn Naqib al-Misri, dat met goedkeuring van de Egyptische religieuze autoriteiten in de Verenigde Staten (!) werd uitgegeven in 1991, lees ik: 'Het doden van vrouwen en kinderen is niet toegestaan tenzij ze (mee)vechten .... het doden van oude mannen is toegestaan als zij ouder dan veertig jaar zijn, evenals monniken ....en het is toegestaan hun (=de vijandelijke) bomen om te hakken en hun huizen te verwoesten.' (5) Dit is een wetboek van de Shafi'itische rechtsschool, een variant binnen de grote moederschoot van de Sharia-wetgeving. Die is ook nu nog dominant in Noord-Egypte, Zuid-Arabië, Oost-Afrika, Maleisië en Indonesië. Moeten we op grond hiervan concluderen dat bijvoorbeeld monniken of mannen ouder dan veertig jaar hun leven niet zeker zijn in Indonesië? Natuurlijk niet. Maar we moeten niet raar opkijken als daar een radicale geestelijke zijn volgelingen weet op te roepen tot agressie tegen bijvoorbeeld christenen en hun kerkgebouwen.

In Afghanistan richten de orthodoxe moslims zich op de Hanafitische rechtsschool, die evenals de Shafi'itische alleen op ondergeschikte punten afwijkt van de allesoverheersende Sharia-norm. Ook de Taliban beroepen zich op de regels van deze Hanafitische rechtsschool, maar zien hun toepassingen wel als de meest zuivere vorm ervan. Het zal niet verbazen dat het begrip jihad ook bij de Hanafieten een centraal leerstuk is:

'Jihad in het (dagelijkse) taalgebruik is het kosten noch moeite sparen van wat in iemands vermogen ligt om te spreken en te handelen, en in de Sharia is het het doden van ongelovigen en vergelijkbare (handelingen) zoals ze slaan, het plunderen van hun bezittingen, het verwoesten van hun gebedshuizen en het breken van hun afgodsbeelden.' (6) Deze weinig pacifistische definitie van jihad werd geciteerd door de grootvader van Tariq Ramadan, de oprichter en ideoloog van de Moslimbroederschap Hassan Al-Banna in diens tractaat over de jihad. (7) Onder het hoofdje 'De jihad is een religieuze plicht voor iedere moslim' begint de schrijver zijn tractaat met de volgende zin: 'God heeft de jihad opgelegd aan iedere moslim als noodzakelijke en resolute plicht waaraan geen ontkomen of uitvlucht (mogelijk) is. Hij heeft hem gemaakt tot voorwerp van hoogste verlangen en leidend tot grootste beloning in het hiernamaals voor strijders (moejahidien) en martelaren.' (8)

Het jihadisme in de Islamitische Republiek Afghanistan is een reëel probleem. Wat sommige westerse politici en analisten niet lijken te beseffen is dat de jihad als tactisch wapen wordt ingezet door Afghanen zelf. Bin Laden zit allang hoog en droog in Pakistan, of misschien zelfs als gegijzelde gast in een ommuurde enclave in Iran. Vanuit radicale islamitische denkkaders is de Afghaanse lokale jihad volkomen legitiem. Hij ondervindt warme steun van geestelijke leiders en rechtsadviseurs in veel landen waar moslims wonen. Tot in Amerika toe wordt op het internet opgeroepen om mee te vechten of de zaak financieel te ondersteunen. Vaak gepropageerd als het doneren voor 'de heilige strijd' al-jihaadu l-muqaddas. (9) We zijn in Afghanistan verwikkeld in een godsdienstoorlog die in feite draait om maar één zaak: de leef- en gedragsregels van de islam. De ene partij wil totale, 'zuivere' Sharia (Taliban en symphatisanten buiten Afghanistan), de andere een Sharia light (regeringskringen, gesteund door het Westen). De steun voor méér islam in het openbare leven, de strijd tegen het verdorven secularisme geïmporteerd uit Europa en Amerika zal niet verdwijnen met nog meer opbouwmissies en goedbedoelde ontwikkelingshulp. Daarvoor is het een te groot en vooral globaal probleem.

Simon Admiraal

Simon Admiraal studeerde Arabisch van 1974-1980 en was o.a. actief in het Midden-Oosten als vertegenwoordiger van een Amerikaans bedrijf. Hij verzorgde in 2009 een workshop 'Militaire theologie van de islam' voor Defensieleergangen en bereidt een proefschrift voor over de spanningen tussen de seculiere rechtsstaat en de politieke islam in het Westen.

Simon Admiraal is een van de drie getuigen in het Wildersproces.


1. F. Groeneveld Militaire Spectator, januari 2010, jaargang 179 nummer 1, pp. 58-59: "Jihad als vorm van just war".

2. 'Wanneer Opposing Militant Forces (OMF) 'Allahu Akbar' schreeuwen voordat ze de trekker overhalen, betitelen we ze meestal als jihadi's.'

3. ǧāhada: al-ʿaduwwa, muǧāhadätan wa ǧihāda-n; qātalahu.

4. al-ǧihādu: šarʿa-n qitālu man laysa lahum ḏimmätun mina l-kuffār.
5. lā yaǧūzu qatlu n-nisāʾi wa ṣ-ṣibyāni illā an yuqātilū .... wa yaǧūzu qatlu š-šuyūḫi wa huwa man ǧāwaza l-arbaʿīna wa r-ruhbāni .... wa yaǧūzu qaṭʿu ašǧārihim wa taḫrību diyārihim.

6. al-ǧihādu fī l-luġäti baḏlu-n mā fī l-wusʿi mina l-qawli wa l-fiʿli wa fī š-šarīʿäti qatlu l-kuffāri wa naḥwihi min ḍarbihim wa nahbi amwālihim wa hadmi maʿābadihim wa kasri aṣnāmihim. (uit maǧmaʿu l-anhuri fī šarḥi multaqà l-abḥur, een Hanafitisch handboek)

7. Risālätu l-ǧihād, tientallen keren uitgegeven in de Arabische wereld. De alom gevierde bruggenbouwer Tariq Ramadan is in staat geweest dit tractaat van zijn grootvader te verdonkeremanen in zijn proefschrift Aux Sources du Renouveau Musulman dat voor een belangrijk deel gewijd was aan de vermeende hervormer Hassan Al-Banna.

8. Farraḍa l-lāhu l-ǧihāda ʿalà kulli muslimi-n farīḍäta-n lāzimäta-n ḥāzimäta-n lā manāṣa minhā wa lā mafarra maʿahā wa raġġaba fīhi aʿẓama t-tarġībi wa aǧzala ṯawābi l-muǧāhidīna wa š-šuhadāʾ.

9. Het is een bekende truc in de apologetische literatuur, ook in de westerse wetenschap, om te benadrukken dat jihad géén heilige oorlog is omdat in het Arabisch anders gesproken zou worden van al-ḥarbu l-muqaddas (letterlijke vertaling van 'heilige oorlog') in plaats van al-ǧihād ('jihad', 'strijd'). Men vergeet er dan bij te vermelden dat het woord 'heilig' in Arabische publicaties regelmatig bij het woord 'jihad' gevoegd wordt zodat de term 'heilige oorlog' verschijnt!

Giuseppe Belli - Verkeerd ingericht

Belli

t Is toch maar knudde met het beste stuk
dat Jezus Christus Vader Adam gaf,
het lijkt maar zelden op een toverstaf,
probeer het maar; haast nooit heb je geluk.

De ene wil niet, of je moet haar trouwen.
De andere wil wel, maar dan eerst betalen!
En als we ooit een buitenkansje halen
dan moet je 't in de biechtstoel weer berouwen.

Maar wat een heerlijk lot hebben de honden!
die hoeven er zo zwaar niet aan te tillen,
die gaan hun gang, waar en met wie ze willen;

de biechtstoel zelfs gebruiken zij er voor!
Ze zijn niet bang, als wíj voor onze zonden,
en hebben schijt aan hel en aan pastoor.

(Vertaling H.L.Prenen)

Giuseppe Giachino Belli werd geboren in 1791 en stierf in 1863. Hij was geboren en getogen in Rome, om specifiek te zijn in de Romeinse wijk Trastevere, in zijn tijd nog een echte volkswijk en nog lang niet het toeristische oord dat het tegenwoordig is. Die achtergrond is belangrijk, want naast zijn dagelijkse bezigheden als ambtenaar en zijn officiële dichterlijke arbeid (hij begon met het schrijven van poëzie op 14-jarige leeftijd), schreef hij tussen 1815 en 1847 meer dan 2000 sonnetten in het rauwe dialect van Trastevere. Maar het was niet alleen de taal van zijn wijk die zijn hoofdwerk zou gaan kenmerken. Het was vooral het dagelijks leven; rauw en direct, waarmee Belli alle heilige huisjes omver haalde in een idioom dat even briljant als humoristisch is. De welgestelden en de politieke zowel als de geestelijke leiders zijn gewilde objecten voor spot en cynisme, waarbij Belli het vooral gericht heeft op hun corruptie en schijnheiligheid. Hij stond aan de kant van het volk, van Jan met de pet die zich aan God noch gebod hield. Kroegen en hoeren komen dan ook herhaaldelijk voor in deze sonnetten.

Ironisch genoeg werd hem in 1852 verzocht de morele regels te bepalen waaronder theaterstukken mochten worden opgevoerd. Zijn sonnetten waren toen nog onbekend, want ze zouden pas gepubliceerd worden na zijn dood. Dat is te danken aan zijn biechtvader, Mgr. Tizzani, bisschop van Terni, die geen gehoor gaf aan Belli's verzoek de sonnetten na zijn dood te verbranden. Gezien de onderwerpkeuze een uitermate curieuze beslissing, maar we mogen de bisschop zeer dankbaar zijn, want de sonnetten van Belli behoren tot het mooiste wat de Italiaanse literatuur heeft opgeleverd.

Ik kwam de vertalingen van Belli tegen in een oude editie van het literaire tijdschrift De Tweede Ronde (erg leuk tijdschrift, veel aandacht voor vertaalde poëzie en proza, maar ook altijd een goede keus wat betreft nieuw Nederlans proza en poëzie). Het Italiaanse origineel toont welke krachttoer het moet zijn deze gedichten te vertalen, zeker als men het metrisch schema en de rijm van Belli wil aanhouden. Maar ook zal de rauwe straattaal van het 19-e eeuwse Trastevere een enorme uitdaging vormen voor de liefhebber van dit soort idioom. Naast twee andere, al even vernuftige, vertalingen van Prenen, kon ik via het net verder niets vinden in het Nederlands. Uiteraard zijn veel van de sonnetten van Belli in het origineel te vinden op het web, meestal vergezeld van een Engelse vertaling, al dan niet op rijm. De Amerikaan Miller Williams heeft een prachtige Engelse vertaling gemaakt, waarvan veel op het web te vinden is.

Ik sluit graag af met een andere vertaling van Prenen,

Het schandaal:

Verdomde kwezels, zwarte ouwe wijven!
zelfs jullie waren hoeren indertijd; -
maar nu misgun je elke jonge meid
wat jullie zelf zo graag hadt willen blijven.

Jazeker: bij míj woont een jonge man,
die slaapt met mij, dat doet hij elke nacht,
de bedstee kraakt ervan, en niet zo zacht,
en ik ben blij hoe zalig hij het kan!

Wat gaat 't je an? 't Blijft tussen hem en mij.
Door jullie wordt geen man meer opgejut,
dát is de oorzaak van je huichelarij.

Barst maar van nijd hoe wij hier samenleven; -
want wie de kans krijgt en het niet benut
vindt nooit een biechtvaer die 't ons zal vergeven!

Kees Bakhuyzen

Holland, mijn Holland. Mijn bewoonde gordijn.

(...)
Holland, mijn Holland. Mijn bewoonde gordijn. Wat is een cultuur? Het kader waarbinnen mensen (als ze daar tenminste voor in de wieg zijn gelegd) gelukkig kunnen zijn. De vreemde, ongerijmde of ondragelijke omstandigheden waaronder dat gebeurt zijn alleen voor een buitenlander goed waarneembaar, maar de gevoelens van geluk en liefde binnen dat kader onttrekken zich aan beoordeling. Zelfs de Indianenstam met de voor ons zo onheilspellende naam, de 'Ik', waar Marvin Harris over schrijft in Cows, Pigs, Wars and Witches (Random 1974), vermoedelijk de wreedste en meest genadeloze cultuur ter wereld - zelfs de Ik verzetten zich tegen acculturatie.

Lévi-Strauss heeft in een van zijn boeken, ik geloof Tristes tropiques, beschreven hoe de Bororo, een volksstam bij wie hij enige tijd heeft doorgebracht, hun tranen de vrije loop laten wanneer voor hem het ogenblik gekomen is om weer te vertrekken.

Lévi-Strauss, geroerd, denkt dat het een uiting is van genegenheid voor hem. Dat is ook wel zo, tot op zekere hoogte: het blijkt dat zij voor hem weenden uit medelijden, omdat hij gedwongen was terug te keren in de buitenwereld en te vertrekken uit hun gemeenschap - de enige immers waarin het leven waard was geleefd te worden.

Rudy Kousbroek


Uit: Nederland: een bewoond gordijn - Rudy Kousbroek
Pag. 61/62
Een persoonlijjk essay van Rudy Kousbroek in het kader van Amsterdam culturele hoofdstad van Europa 1987
CPNB

Simpelweg de snelste

Voetbalplaatjes_s

Het is de laatste tijd rumoerig bij mijn supermarkt. Als ik m'n boodschappen doe, hangen er bij de ingang nu groepjes scholieren rond. Hun opgewonden gekakel is tot diep in de winkel te horen. Net als de daklozenkrantverkoper mogen ze niet in de winkel staan en vangen ze de met boodschappen beladen klanten bij de uitgang op; ze vissen zogezegd in dezelfde vijver maar ze zijn toch geen concurrenten van elkaar. De kinderen willen geen geld maar glimmende voetbalplaatjes.

De jongste voetbalplaatjesactie lijkt wederom een groot succes. Ik neem deze vrijdag 2 pakjes van de cassière in ontvangst, normaal geef ik die aan G. want die heeft zo z'n redenen om ze ook te sparen maar vandaag wil ik wel eens zien hoe de kinderen op mijn oneerlijke verdeling zullen reageren. (Eigenlijk zou ik de pakjes open moeten scheuren en elk kind een plaatje geven maar daar heb ik geen zin in.)

Eenmaal voorbij de kassa houd ik 2 zilveren pakjes hoog de lucht in. Het duurt even voordat ik word opgemerkt, dan maakt het enige meisje zich van het groepje kinderen los en rent op me af. Ik kijk nog snel of ik een daad van positieve discriminatie zal verrichten maar 'k zie geen kindje met uitzonderlijke kenmerken bij de achterblijvers staan. De jongens hebben het niet eens in de gaten, zo druk zijn ze met elkaar bezig. Het meisje krijgt de twee pakjes voetbalplaatjes. Ze heeft ze eerlijk verdiend want ze was simpelweg de snelste.

AnneliesvanderVeer

Too good to be forgotten (10)


Gribouille – Mathias (1965/1997)

Gezien mijn liefde voor (populaire) muziek en mijn nooit aflatende speurtocht naar oude helden en nieuwe ontdekkingen, is YouTube voor mij een waar El Dorado, en dat geldt ongetwijfeld voor miljoenen muziekliefhebbers wereldwijd. De site voert mij terug naar muzikale helden uit mijn lang vervlogen jeugd, maar het biedt ook de beste waarborg voor een tweede kans voor namen die zonder deze site waarschijnlijk definitief begraven zouden blijven in het immer groeiende kerkhof van lang vergeten sterren.

‘Kijk en luister hier een naar. Wie is deze Gribouille?’ Bijna drie jaar geleden stuurde een vriend uit Amsterdam mij de YouTube link (thanks M – wat een ontdekking!) van het nummer Les Amants van deze mij destijds geheel onbekende Franse zangeres. Aangezien het nummer gepaard ging met een wat ‘artistiek’ aandoende animatie leverde deze video verder geen antwoord op de vraag, maar uiteraard waren er meer Gribouille-video’s en in de tussentijd zijn er nog meer bijgekomen. In vrijwel al die video’s is Gribouille wel te zien: een fascinerende, jonge Franse zangeres met kort haar en een prachtig, innemend en diep stemgeluid. Een kleine rondgang op het Internet biedt enig inzicht in het leven van de zangeres, al is het miniem.

GibrouilliGribouille werd in 1941 in Lyon geboren als Marie-France Gaîté (haar pseudoniem dankt ze aan een van haar onderwijzers). Op 15-jarige leeftijd begon ze te zingen in bars en een jaar later liftte ze naar Parijs waar ze een tijdje op straat leefde, met een ongebruikt autowrak als slaapplaats. Ook in Parijs begon ze te zingen en mede dankzij Jean Cocteau – met wie ze bevriend raakte - werd ze na enige tijd ontdekt, met een eerste single als resultaat. Tussen 1963 en 1967 maakte ze verschillende 33- en 45-toeren platen. Ze was medecomponist van alle nummers (ik weet het niet zeker, maar ik heb het idee dat ze vooral garant stond voor de teksten, terwijl ze voor de muziek de hulp van componisten inschakelde).

In haar tienerjaren leed Gribouille aan geestelijke instabiliteit, en ze werd - tegen haar zin – enige tijd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. In hoeverre dit meespeelde in haar dood is mij niet bekend, maar op 18 januari 1968 overleed ze ten gevolge van een fatale mix van alcohol en medicijnen. Algemeen wordt aangenomen dat ze zelfmoord pleegde.

Het maakt de mythe alleen maar groter, al lichten haar vaak trieste maar tegelijkertijd intens mooie nummers een tipje op van de sluier. Wie was deze Gribouille? En vooral: waarom is deze zangeres nagenoeg onbekend en kom je haar nooit tegen in het rijtje Brel, Greco, Barbara, Brassens en Gainsbourg, om maar enkele namen te noemen? Er is weinig Gribouille-materiaal verkrijgbaar, maar via Amazon heb ik de verzamel-cd Mathias in huis. Helaas niet met Les Amants, maar wel met het bijna net zo mooie titelnummer en het intens mooie Mourir demain. Voorzover ik kan nagaan is deze cd uit 1997 de enig leverbare titel. Hopelijk levert wat extra speurwerk nog meer op, want Les Amants moet toch ergens op cd verkrijgbaar zijn. Mocht iemand me op weg kunnen helpen, graag!

Inmiddels heeft zich binnen mijn vriendenkring een kleine schare Gribouille-fans gevormd en de kring breidt zich laangzaamaan uit. Voor alle liefhebbers van het kwalitatief hoogstaande Franse lied van enkele decennia geleden: begin eerst met het beluisteren en bekijken van de cd’s op YouTube. Onnodig toe te voegen dat ik Mathias van harte kan aanbevelen. Van de VS naar Sydney binnen drie weken in de brievenbus, moet naar Nederland ook lukken.

Kees Bakhuyzen

Youtube: Les Amants en Mourir Demain

De brief is een wensdroom

Arabist_jansen

De brief van de gepensioneerde hoogleraren, inzake het Wildersproces, over de vredelievendheid van de islam, laat een kleinigheid te wensen over. Er staan geen verwijzingen in naar preken in de moskee, naar handboeken van de sharia, of naar korancommentaren. Ook is de brief niet door islamitische godsdienstige leiders meeondertekend. Hoogstens de belangrijke moslimtheoloog Tofiq Dibi is het er mee eens. De brief is een wensdroom: was het maar waar dat de islam is zoals de briefschrijvers stellen.

In preken in de moskee, in de handboeken van de sharia, en in de korancommentaren wordt opgeroepen tot het intimideren, vermoorden en beoorlogen van andersdenkenden. Dat is wel heel makkelijk te controleren. Ook de Koran zelf kan wel heel gemakkelijk opgevat worden als een opdracht tot intimidatie, sluipmoord, moord, en oorlog -- maar als de Amsterdamse rechtbank zegt dat de ware betekenis van de korantekst juist heel vredelievend is, dan zijn alle problemen met de islam natuurlijk in een klap opgelost. Het is immers onvoorstelbaar dat moslims de koran als een license to kill zouden durven opvatten als de Amsterdamse rechtbank stelt dat de koran niet ook daadwerkelijk een license to kill is.

HansJansen

[Arabist Hans Jansen is 1 van de 3 getuigen in het Wildersproces.]

Pat Condell: The crooked judges of Amsterdam



"This man [Geert Wilders] is a hero, not a criminal!"

Milk in first

Voedingsgeleerden zeggen dat je smaakvermogen afneemt als je ouder wordt. Het kan natuurlijk zijn dat dat nog komt, maar voorlopig geloof ik dat het proeven me juist wat beter afgaat dan vroeger. Misschien leer je met de jaren wel beter te letten op gewone dingen; dat geldt in elk geval voor mij. Het leidt soms tot een zekere tuttigheid (heeft goed proeven niet altijd te maken met een zekere tuttigheid?)

Neem thee met melk, iets dat we hier in huis elke dag drinken. Na jaren van MIF (milk in first, zoals heel Engeland doet, behalve een kleine groep die daar juist op neerkijkt) heb ik nu het idee dat ik het toch lekkerder vind om eerst de thee, en dan de melk in te schenken. Dat geeft meer theesmaak, lijkt het wel. Maar terwijl ik vanmiddag voor ons tweeën thee stond te schenken - één kopje MIF, eentje niet - bedacht ik dat in bepaalde, nare situaties waar troost nodig is, MIF-thee misschien toch effectiever zou kunnen zijn. Is dat tuttig of niet?

Ileen Montijn

Gesukkel in de Keuken (15)

Vanillesaus
Meret Oppenheim Objet (Le Dejeuner en fourrure)

Vanillesaus

De mislukking is schitterend. 'Half ontdooide appeltaart met klodder slagroom uit spuitbus'. Een titel een kunstwerk waardig. Hoewel minder vibrant als 'Paraplu ontmoet bolhoed op operatietafel' maar niettemin net zo surreëel van aard. Een minder kunstzinnige ziel zal dit niet begrijpen. Die wil gewoon lekker, bakt zijn eigen appeltaart en serveert deze met vanillesaus.

Kieper een kwart liter room in een pannetje. Doe er een gespleten vanillepeul met schraapsel bij. Laat dit zachtjes inkoken. Ondertussen een ei goed los kloppen. Doe na een uurtje een klein schepje suiker bij het mengsel. Proeven! Van het vuur afhalen en belangrijk (!) van de kook laten komen en, door zeefje, bij het geklopte ei schenken. Daarna weer flink kloppen met de garde. Serveer de saus half warm en lobbig als een gesmolten horloge over de appeltaart.

Maar pas op! Hier klopt niets van. Helemaal fout. Officieel is dit geen vanillesaus. Die is van een geheel andere receptuur. Meer vertel ik niet. Want deze saus is niet alleen lekkerder, maar verzet zich bovenal tegen de werkelijkheid. Vooral naast koffie geschonken in een met bont beklede koffiekop.

Karel Gabler

Speciaal voor Peter Rudolf de Vries




Leestip voor Peter Rudolf de Vries

De Verdediging Van Het Vrije Woord - De kwestie Wilders en de demonisering van een debat
door R. Marres.

Marres: "
Acceptabele kritiek leverde bijvoorbeeld Trouw-columnist Sylvain Ephimenco, (....) In deze bundel haal ik minder ter ondersteuning de stellingnames van anderen aan dan in mijn vorige boek. Maar het is niet alleen mij opgevallen dat men Wilders' standpunten weinig inhoudelijk bekritiseert. Debattrainer Roderik van den Bos en oprichter van een debatbedrijf Lars Duursma hebben er een artikel over geschreven in NRC Handelsblad. Zij illustreren hun indruk ruimschoots met uitspraken van zijn tegenstanders die weinig relevant zijn. Zij raden aan niet op de man te spelen, maar op de inhoud. In de stukken waartegen onderstaande columns zich richten zien we het tegendeel.

Niet elk van de in de volgende columns besproken stukken en uitlatingen is demoniserend, maar de meeste ervan zeker wél. Ze zeggen weinig over Wilders, maar veel over de schrijvers ervan. " (pag. 51/52)

Over:
Mohamed Rabbae, Bart Tromp, Ed van Thijn, Marcel Möring, Ybo Buruma, Elsbeth Etty, Doekle Terpstra, Anil Ramdas, Anton C. Zijderveld, Van Konigsveld, Harry de Winter, H.W. von der Dunk en vele anderen!



Verkiezingen op komst - waar blijven de waarnemers uit Zimbabwe?

Mede dankzij de allochtone kiezers haalde de PvdA een reusachtige overwinning bij de raadsverkiezingen van 2006. In Rotterdam had burgemeester Opstelten (VVD) geen zin in een onderzoek naar vermeende onregelmatigheden zoals het ronselen van stemmen. In Amsterdam kwam er tegen de zin van burgemeester Cohen (PvdA) toch een rapport. De uitkomsten waren onthutsend, maar werden snel vergeten. Zijn er op de Nederlandse stembureaus ook internationale waarnemers nodig?

Bij mijn naspeuringen naar de troebelen in de PvdA-afdeling Feijenoord stuitte ik op een sensationele uitspraak in de Rotterdamse editie van het Algemeen Dagblad. De krant berichtte op 3 mei 2006 over de bestuurscrisis, die destijds uitbrak nog voor de drie beoogde dagelijkse bestuurders van deze deelgemeente waren geïnstalleerd.

De drie kandidaten werden in eerste instantie via een geheime stemming afgeserveerd. Enkele anoniem gebleven PvdA-raadsleden stemden tegen de benoeming van hun eigen partijgenoten. Hoewel de 'daders' nooit zijn gevonden, ging iedereen er van uit dat de interne oppositie uit de hoek kwam van de zes Turkse leden van de veertien mensen tellende PvdA-fractie.

Gezien de zwijgzaamheid van alle PvdA-raadsleden ging de verslaggever op pad langs Turkse theehuizen aan het Afrikaanderplein. Tussen de rummikub spelende oude mannen trof hij de GroenLinkser Yusuf Tahiroglu, die wel een mening wilde geven over de kwestie. Daarbij kwam het gesprek ook over het verloop van de kort daarvoor gehouden raadsverkiezingen.

Zeker acht van de veertien PvdA-zetels in Feijenoord waren afkomstig van de Turkse achterban, meldde Tahiroglu. “Sommige vrienden van mij hadden drie stembiljetten: een stem ging naar GroenLinks, twee naar de PvdA.”

Hierover schreef ik mijn vorige blog, waarvan de eerste alinea’s plus een link werden overgenomen op de website van Leefbaar Rotterdam (LR). In de discussie hierover stelde iemand de vraag aan LR-voorman Ronald Sörensen, waarom deze ‘fraudepraktijken’ destijds niet aan de kaak zijn gesteld.

Daarop reageerde een insider, die op 2006 aanwezig was op het stembureau Afrikaanderplein. De ‘reaguurder’ met nickname ‘sojowo’: “Dat van de drie stembiljetten (eigen stem + 2 volmachten) is aangekaart. Voor het stembureau op het Afrikaanderplein stonden Nederlanders van Turkse afkomst met stapels blanco volmachten landgenoten te ronselen. Doordat, in tegenstelling tot 3 maart a.s., het toen nog niet nodig was een kopie van het legitimatiebewijs van de volmachtgever te tonen, konden wij deze aktie op het stembureau niet voorkomen. Een van de huidige deelraadsleden van Turkse afkomst heb ik persoonlijk uit het stemlokaal verwijderd. Helaas waren alle bescheiden binnen een paar dagen vernietigd zodat onderzoek niet meer mogelijk was. De pers (kranten) waren eveneens niet bereid aandacht aan dit fenomeen te besteden.”

Desgevraagd wees ‘sojowo’ in een volgende reactie het PvdA-deelraadslid Ertugrul Gültekin aan als een van de stemmenronselaars. Het raadslid is in voor een volgende termijn. Tijdens de roerige afdelingsvergadering van 2 december 2009 werd de PvdA-lijst volledig omgegooid door de Turkse achterban. Dankzij deze ‘coup’ steeg Gültekin van plaats 14 naar plaats 11.

‘Sojowo’ wist nog meer details over de stembusgang van 2006. “Voor alle duidelijkheid, het ronselen gebeurde voor de deur (dus net buiten het stemburo). Het verwijderen vond plaats op grond van beïnvloeding van kiezers (tot in het stemhokje) en het negeren van vriendelijke verzoeken van de stembureauleden dergelijke handelingen te staken. Hij hoorde echter duidelijk bij het groepje ronselaars voor de deur.”

Sörensen zelf reageerde ook op deze kwestie. Volgens zijn bijdrage heeft VVD-lijsttrekker George van Gent op de eerste dag na de verkiezingen een brief over mogelijke malversaties gestuurd aan burgemeester en partijgenoot Ivo Opstelten. Sörensen bijna vier jaar later: “Ik heb een onderhoud aangevraagd en mondeling mijn verontrusting uitgesproken. Opstelten had er absoluut geen zin in omdat bij aangetoonde fraude of misbruik van machtigingen de totale verkiezing over zou moeten, die onder zijn verantwoording gehouden zijn. Mooi afscheid! Zo ligt het! Daarnaast zou de pers een officiële klacht, die gezien de houding van de burgemeester geen schijn van kans maakte, als verkiezings kinnesinne verklaard hebben.”

Hoe omvangrijk de door Van Gent en Sörensen veronderstelde onregelmatigheden waren, kan ik nergens terugvinden. In Rotterdam kwam er uiteindelijk geen onderzoek, hoewel de PvdA en Leefbaar Rotterdam elkaar tijdens de verkiezingscampagne van 2006 op het scherpst van de snede bevochten.

Was het inderdaad kinnesinne van een heetgebakerde verliezer? Daarmee zou je het kunnen afdoen als er niet soortgelijke zaken hadden gespeeld in Amsterdam. In de hoofdstad kwam er namelijk wel een onderzoek. Het stadsdeel Bos en Lommer schakelde de gemeentelijke ombudsman Ulco van de Pol in na klachten over het verloop van de verkiezingen, waarbij voor de eerste maal een stemcomputer werd gebruikt. De voorzitter van het hoofdstembureau had waargenomen, dat kiezers werden geholpen bij het stemmen, en dat in sommige gevallen iemand anders de stem uitbracht. Soms brachten toevallige passanten een stem uit voor iemand anders.

In stadsdeel Geuzenveld, zo meldde Van de Pol in een column, waren mogelijk kiezers toegelaten met meer dan twee machtigingen. “Iemand zou zelfs zonder machtigingen meerdere keren hebben kunnen stemmen. Dit kan gewoonweg niet, de Kieswet is hierover ondubbelzinnig.”

Rond de Amsterdamse raadsverkiezingen werden meer onregelmatigheden vermoed. De website van Elsevier meldde dat buurtvaders in Slotervaart allochtone kiezers hadden geholpen met de stemcomputer. In Osdorp zouden machtigingen verkeerd zijn gebruikt.

De ombudsman kwam in september 2006 met zijn rapport over Bos en Lommer. Hij stelde vast dat inderdaad in diverse stembureaus kiezers tegen de regels in waren geholpen met stemmen. Daarnaast gebeurde het regelmatig, dat gebrekkig Nederlands sprekende kiezers ter plekke een andere persoon machtigden om hun stem uit te brengen. De ombudsman: “Het is echter aan de wetgever, en niet aan de stembureaus zelf, om de regels van de procedure aan te passen als een grote groep kiezers vanwege onvoldoende taalbeheersing geen gebruik kan maken van het stemrecht.”

Het rapport van Van de Pol over Bos en Lommer was tamelijk onschuldig. De Amsterdamse ombudsman kreeg vervolgens, tegen de zin van burgemeester Job Cohen, toestemming van de gemeenteraad om de gang van zaken in de hele stad te onderzoeken. Bij dat onderzoek werden tevens de landelijke verkiezingen van november 2006 meegenomen.

Dit keer waren de conclusies heel wat ernstiger. Op veel plaatsen constateerde de ombudsman onregelmatigheden en overtredingen van de Kieswet. “Strikte naleving van de regels door de stembureauvoorzitters zorgde voor onoverzichtelijke situaties, irritatie en zelfs agressie op de stembureau.”

Op 22 november 2007 citeerde ik in een weblog enkele bevindingen. Leden van stembureaus grepen niet in als niet Nederlands sprekende personen van echtgenoten, kinderen of anderen te horen kregen op wie ze moesten stemmen. In andere gevallen leidde wel ingrijpen tot agressief gedrag van mannelijke begeleiders. De ombudsman spreekt van ‘een grimmige sfeer’ in sommige kieslokalen. Een Marokkaanse man in djellaba, die beweerde ‘buurtvader’ te zijn, was in een van de stembureaus uren bezig met het ronselen en begeleiden van kiezers. Leden van stembureaus werden voor ‘racist’ uitgescholden als ze tegen dergelijke praktijken wilden optreden. “Allochtonen zijn de baas in Amsterdam. Zo gedragen zij zich ook op het stembureau”, rapporteerde een voorzitter van een stembureau aan ombudsman Van de Pol. In talloze bureaus werd melding gemaakt van gerommel met machtigingen.”

Het rapport baarde heel eventjes opzien, maar was snel weer vergeten. Alleen Parool-verslaggeefster Addie Schulte ging op de kwestie door. Ze schreef (6 oktober 2007) een kritisch artikel over het raadsdebat, waarin de conclusies van de ombudsman werden besproken. Nederlanders denken dat verkiezingen in ons land perfect verlopen en reizen graag af naar verre landen om daar als waarnemer op te treden. Deze zelfingenomenheid was volgens Schulte door de ombudsman omvergekegeld.

Schulte: “De stemcomputer is inmiddels afgedankt. En de euforie over de hoge opkomst van allochtonen bij de raadsverkiezingen van vorig jaar komt hiermee in een wat ander daglicht te staan. Mooi natuurlijk, dat mensen gaan stemmen. Maar het moet in vrijheid gebeuren. Verreweg de meeste allochtonen stemden op de PvdA. Gemeen vraagje: hoeveel stemmen heeft die partij aan het 'begeleid stemmen' te danken?”

Cohen beloofde om de aanbevelingen over te nemen om van het gezeur af te zijn. VVD-raadslid Bas van 't Wout stelde voor om voortaan alleen Nederlands te spreken op het stembureau. Dat wilde Cohen niet. Wel mompelde hij wat over inburgeringcursussen, waar de nieuwkomer kon leren wat stemmen is.

Schulte: “Kost wat kost wil Cohen een discussie over de uitslag vermijden. De ombudsman begint daar ook niet aan. Vanwaar deze zwijgzaamheid? De regels werden in sommige stembureaus enkele tientallen malen overtreden. Daarmee is een uitslag op deelraadsniveau zeker te beïnvloeden, vooral als het om voorkeurstemmen gaat. Als er inderdaad in sommige gevallen bepaalde types lange tijd rond een stembureau hingen en kiezers bewerkten, dan is het best mogelijk dat ergens iemand in een deelraad zit die er bij vlekkeloos verlopen verkiezingen niet in was gekomen.”

Sinds 2006 zijn de regels rond het stemmen bij volmacht aangescherpt. Maar aan de vooravond van nieuwe verkiezingen kan het beslist geen kwaad om nog eens aan de toestanden van vier jaar geleden te herinneren. En als dat niet helpt, moeten we toch maar eens een beroep doen op onafhankelijke waarnemers uit Moldavië, Wit-Rusland en Zimbabwe.

Carel Brendel

Het is allemaal..

Arabist_jansen

[Arabist Hans Jansen, 1 van de 3 getuigen in het Wildersproces.]

Het is allemaal het werk van individuele gekken. De islam heeft er niets mee te maken. Het is onzin de islam of moslims hier op aan te spreken.

Was het maar zo. Het gaat steeds om mannen die mensen te pakken willen nemen die iets over moslims gezegd hebben, of zelfs kritiek hebben geuit op de oppermoslim, Mohammed (570-632). Theo van Gogh had van alles over moslims beweerd, de Deen Kurt Westergaard had een kritische tekening gemaakt. Amerikaanse soldaten die hebben overwogen in opdracht van hun opperbevelhebber tegen moslims te gaan vechten, zijn door hun therapeut, kennelijk zelf een gestoord individu, voor hunne raap geschoten. In Mombai hebben individuen een onbegrijpelijk bloedbad aangericht waarbij veel Joden het slachtoffer werden, naar wie ze trouwens goed hebben moeten zoeken omdat Joden in Mombai vrij zeldzaam zijn. En zo voort.

Anders dan veel mensen willen denken, is dit allemaal geen gekte. Ga maar eens kijken in het gekkenhuis. De een denkt dat hij Napoleon is, de ander houdt het op Jezus Christus, er gaan zelfs geruchten over een begaafd schrijver die lange tijd heeft gedacht dat hij Van het Reve was, of dat Reve God was, zoiets dus. Al deze echte gestoorde individuen hebben hun eigen gekte, hun persoonlijke waan, en gaan hun eigen moeizame, eenzame, inderdaad individuele weg.

De terroristen die stellen dat ze uit naam van de islam gehandeld hebben, hebben daarentegen ruwweg dezelfde ideeën, en zouden daar samen gezellig met elkaar over kunnen babbelen. Ze zouden elkaar uitstekend begrijpen. Wie denkt dat hij Napoleon is, kan niet zo veel met iemand die denkt dat hij Jezus Christus is.

Nog helemaal afgezien van waar de Koran en de uitspraken van Mohammed toe oproepen, zou die omstandigheid ons moeten wakker schudden. Er is hier iets heel anders aan de hand. Wat het ook is, het is geen gekte. En al helemaal geen individuele gekte. Maar gelukkig zullen onze geniale leiders wel weten wat we hier mee aan moeten. Gelukkig Nieuwjaar trouwens.

HansJansen

Wafa Sultan, 1 van de getuigen in Wildersproces


"Brother, you can believe in stones as long as you do not throw them at me!"

Dag 2 van het proces tegen Geert Wilders

Pigs_3
Amsterdamse Gerechtshof aan de Parnassusweg 20.1.2010

"De Katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Maar díe naaien er op los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen. Die emigreren niet! Die blijven wel zitten in Brabant en Limburg met puisten op hun wangen en rotte kiezen van het ouwels vreten!” Aldus de schrijver W.F. Hermans in een beruchte passage uit ’Ik heb altijd gelijk’ van 1951. Het leverde de schrijver een rechtszaak op. Hermans werd vrijgesproken.

In Ik heb nu weer de tijd* schrijft Adriaan Morriën in het hoofdstuk 'Een Oudtestamentische Godheid' op pagina 249/250 het volgende over Hermans' beledigingsproces:

"Voor zijn beledigingsproces is W.F. Hermans bang geweest en hij heeft tegelijk geprobeerd er zoveel mogelijk munt uit te slaan. In zijn angst liep hij naar J.B. Charles om zich door deze 'vriend' te laten bedienen en aan gratis rechtskundige bijstand te laten helpen. In zijn angst ook nam hij de beledigingen, die hij de hoofdfiguur uit zijn roman over de katholieken laat zeggen, niet eenvoudig voor zijn rekening, zoals zijn vrienden van het Podium van hem hadden verwacht, maar krabbelde in een mak betoog tijdens de rechtszitting, onder het wakend oog van de president, door wie hij zich als een schooljongen tot de orde liet roepen, haastig terug. Aan de andere kant stelde hij zijn uitgever Van Oorschot voor anonieme brieven, met mededelingen over te verwachten relletjes, aan de Amsterdamse commissaris van politie te sturen, teneinde het 'schandaal' zo groot mogelijk te maken, een 'terrorisme' dat door Van Oorschot van de hand werd gewezen.

Het had er even de schijn van alsof het proces hem tot een nationale figuur zou maken. Hij had de 'existentiële' keus of hij een Dimotrov of een Van der Lubbe zou worden. Men weet naar welke kant zijn keus is uitgevallen. Hij stond in de beklaagdenbank als de personificatie van de kleine malfaiteur. Hij had niet eens de tactische voorzorg genomen om zijn regenjas uit te trekken. Het bleef een klein proces, binnen juridsiche proporties gehouden door het betoog van de officier van justitie, die zijn vrijspraak eiste. Het was hem snel, stil en ambtelijk uit handen genomen. Na de uitspraak maakte hij allerminst de indruk van een overwinnaar. Eerder leek het alsof hij zijn proces had verloren. Hij scheen nauwelijks opgelucht. Had hij spijt van zijn onderdanigheid en van het feit dat hij zijn heldenrol, waarin hij zich achter zijn schrijftafel zo thuis voelt, had verspeeld? Waarschijnlijk dacht hij aan Multatuli, zijn grote voorbeeld, die met zijn zaak de grenzen van de literatuur had laten springen en die zich rechtstreeks tot de koning had gericht, tot de man van wie W.F. Hermans afstamt, indien ik tenminste moet geloven wat hij mij in de eerste tijd van onze omgang een paar keer toefluisterde. Later vond hij die afstamming blijkbaar toch te belachelijk." (...)

[Lees hierbij ook AANSTOOT door Karel van het Reve.]

* Adriaan Morriën - Ik heb nu weer de tijd
Privé-domein nr. 188
Uitgeverij De Arbeiderspers
Amsterdam-Antwerpen
1996

Bol.com

Raymond Carver - Next Year (1985)

Raymondcarver

That first week in Santa Barbara wasn't the worst thing
to happen. The second week he fell on his head

while drinking, just before he had to lecture.
In the lounge, that second week, she took the microphone
from the singer's hands and crooned her own
torch song. Then danced. And then passed out
on the table. That's not the worst, either. They
went to jail that second week. He wasn't driving
so they booked him, dressed him in pajamas
and stuck him in Detox. Told him to get some sleep.
Told him he could see about his wife in the morning.

But how could he sleep when they wouldn't let him

close the door to his room?
The corridor's green light entered,

and the sound of a man weeping.

His wife had been called upon to give the alphabet

beside the road, in the middle of the night.
This is strange enough. But the cops had her

stand on one leg, close her eyes,

and try to touch her nose with her index finger.
All of which she failed to do.
She went to jail for resisting arrest.
He bailed her out when he got out of Detox.
They drove him in ruins.
This is not the worst. Their daughter had picked that night

to run away from home. She left a note:
"You're both crazy. Give me a break, PLEASE.
Don't come after me."
That's still not the worst. They went on

thinking they were the people they said they were.

Answering to those names.

Making love to the people with those names.
Night without beginning that had no end.

Talking about a past as if it'd really happened.

Telling themselves that this time next year,
this time next year

things were going to be different.

Rudy Kousbroek zei ooit naar aanleiding van de (fantastische) verhalen van de Braziliaanse schrijver Dalton Trevisan (al even fantastisch vertaald door August Willemsen): 'Je blijft soms achter met het gevoel dat je niet een verhaal hebt gelezen, maar een ongeluk hebt bijgewoond.' Ik begin met deze vreemde zijsprong, omdat die uitspraak voortdurend bij mij opkomt bij het lezen van de verhalen en gedichten van Raymond Carver. De verwoesting is op het oog misschien wat minder drastisch dan bij Trevisan, er schuilt wat meer subtiliteit in het werk van Carver (daarmee niets te na gezegd over Trevisan), maar uiteindelijk gaat het om hetzelfde en is het resultaat gelijk. Het draait om mensen die elkaar, maar vooral vaak zichzelf, te gronde richten. Als lezer heb je het gevoel dat je erbij staat en ernaar kijkt, maar het ongeluk voltrekt zich zonder dat je ook maar iets aan de loop van het lot kunt veranderen.

De Amerikaanse schrijver Raymond Carver (1938-1988) is vooral bekend als de vernieuwer van de Amerikaanse short story. Je zou kunnen zeggen dat Carver verder ging waar een voorganger als John Cheever ophield. Beiden zijn het meest bekend vanwege hun short stories, beiden beschijven daarin het Amerikaanse suburbia en dan met name de levens, het vedriet, de onmacht achter de facade van datzelfde suburbia. Carver doet dat in een proza waarin hij zichzelf heeft geleerd weg te strepen. Hij heeft dat wegstrepen tot zo'n hoge kunst verheven, dat het in zijn verhalen uiteindelijk meer gaat om dat wat níet wordt gezegd, al is die suggestieve kracht natuurlijk zo groot door datgene wat wél wordt gezegd.

Wat lang niet alle Carver-liefhebbers weten, is dat hij zich naast zijn verhalen ook toelegde op gedichten. The Collected Poems, bijeengebracht in de verzamelbundel All of us, bevatten ruim 300 gedichten die in kwaliteit én intensiteit niet onderdoen voor de verhalen. In feite zijn het verhalen in een bijzonder gecondenseerde vorm, waardoor het effect nog groter is, zoals in Next Year. We zien het drama zich voltrekken, de spanning wordt daarbij naar het einde toe prachtig opgevoerd. Achter ieder drama schuilt een nog groter drama, totdat de dichter aankomt bij de dochter die van huis is weggelopen, met die prachtige zin She left a note: /"You're both crazy. Give me a break, PLEASE. /Don't come after me," gevolgd door die zinnen die als een soort perpetuum mobile onze aandacht blijven vragen: They went on thinking they were the people they said they were. [...]Night without beginning that had no end. / Talking about a past as if it'd really happened, totdat het eindigt in die al te herkenbare slotwoorden, in hun eenvoud zo prachtig en doeltreffend: Telling themselves that this time next year, /this time next year /things were going to be different.

Er zullen mensen zijn die dit geen poëzie noemen, gewend als we zijn aan een ouderwets concept van poëzie als een soort gedragen, vaak duistere taal, die veraf staat van deze op het oog zo ongekunstelde observaties. Maar voor mij behoren de gedichten van Raymond Carver tot het beste wat de Amerikaanse poëzie in de twintigste eeuw heeft voortgebracht en ze zijn me even lief als zijn short stories, misschien zelfs nog net iets liever. Sinds ik een maand of twee geleden na een lange speurtocht eindelijk The Collected Poems in een boekwinkel in Sydney aantrof, ligt het boek op mijn nachtkastje en vaak ga ik pas slapen na twee of drie gedichten van Carver te hebben gelezen. Next Year is daarbij slechts één van de vele hoogtepunten.


Kees Bakhuyzen

"Wees de architect van je eigen geluk"

Gevonden_voorwerpen_3
Achmed Marcouch
heeft een eigen website! Hierr!

Rubriek Nieuws:

Afbeelding_98_4
Islamdebat en Van Gogh

Afbeelding_99_4

Wees de architect van je eigen geluk