De vrienden van Al-Qaradawi helpen tegen radicalisering

Marcouch_1

Begin 2005 wilden de moskeebestuurders Ahmed Marcouch en Yahia Bouyafa de omstreden islamgeleerde Yusuf al-Qaradawi naar Amsterdam halen. De beruchte haatprediker uit Qatar zou de ideale figuur zijn om bruggen te slaan na de moord op Theo van Gogh. Eind 2005 stapte Marcouch over naar de Amsterdamse politiek. Met 23 tegen 21 stemmen benoemde de PvdA-afdeling Slotervaart hem tot lijsttrekker. Als winnaar van de deelraadsverkiezingen van 2006 werd Marcouch de eerste stadsdeelvoorzitter van Marokkaanse afkomst.

Twee zaken zijn sinds die tijd onveranderd. Marcouch beschouwt Al-Qaradawi nog steeds als ‘een gerespecteerde autoriteit’, hoewel hij hem niet meer blindelings volgt. Daarnaast is er nog steeds een intensieve samenwerking met Yahia Bouyafa.

Bouyafa en zijn islamfederatie FION gaan samen met Europe Trust Nederland een nieuwe moskee bouwen in Slotervaart. Ze ontvangen daarvoor twee miljoen euro uit Qatar. Bouyafa, FION en Europe Trust Nederland werden eerder door De Telegraaf in verband gebracht met de Moslim Broederschap van Al-Qaradawi. De FION-voorzitter wist echter een rectificatie af te dwingen.

Dat neemt niet weg dat de FION lid is van de internationale federatie FIOE, die gelieerd is aan Al-Qaradawi’s European Council of Fatwa and Reseach (ECFR). Deze ECFR beweert voor ‘een evenwichtige en gematigde islam’ te staan, maar is net als de FIOE tegen inbreuken op de sharia. Bouyafa is ook betrokken bij Uitgeverij Noer Al’ilm uit IJsselstein, uitgeverij van Introductie in de Islam en andere boeken van Al-Qaradawi.

De gematigdheid van Al-Qaradawi bestaat er uit dat hij de superioriteit van de islam in alle toonaarden beklemtoont. “De hoogste gradaties van verdraagzaamheid zijn alleen bij de moslims.” Hij verwerpt het westerse principe van de scheiding tussen kerk en staat. Een staat kan volgens Al-Qaradawi alleen onder islamitisch recht functioneren. De sharia gaat boven het westerse recht. Verwijzend naar soera 2:228 stelt de geleerde dat de man meer waard is dan de vrouw. “Het edele vers plaatst de mannen in een positie boven de vrouwen”.

Yahia Bouyafa, de uitgever en verspreider van dit antiwesterse gedachtegoed, mag dus een moskee bouwen in Slotervaart. Erger nog, Ahmed Marcouch heeft aan de vrienden van Al-Qaradawi een rol toebedacht bij de strijd tegen radicalisering tegen jongeren in Slotervaart.

Het is overigens niet zo raar dat Slotervaart hier het voortouw nam, want uit dit stadsdeel stammen Mohammed Bouyeri, de moordenaar van Theo van Gogh, en enkele leden van de Hofstadgroep. In februari 2007 presenteerde het stadsdeel het Actieplan Slotervaart, tegengaan van radicalisering.

Op blz. 15 staan de diverse partners van het project, waaronder drie (moslim) jongerenorganisaties en verenigingen: FION, NHS en LMJO. Deze organisaties zouden volgens dit plan worden ingeschakeld bij vaardigheidstrainingen van moslimjongeren en hun ouders (blz. 17). Verder is er sprake van trainingen van imams en docenten van de weekendschool.

Opvallend is de dubbelrol van Bouyafa. De bewonderaar van al-Qaradawi strijdt met twee petten op tegen de radicalisering. Hij is niet alleen voorzitter van de FION, maar tevens voorzitter van de stichting Nederlands Instituut voor Humane Studies (NHS) (Zie blz. 4 van het NEFA-rapport, gebaseerd op informatie van de Kamer van Koophandel). Dit is een in Zaandam ingeschreven maar in IJsselstein gevestigde instelling voor islamitisch hoger onderwijs.

De derde partner is de Landelijke Moslim Jongeren Organisatie (LMJO), die in januari 2007 werd opgericht. Een van de aanwezigen was Yahia's zoon Hamza Bouyafa, zo blijkt uit een verslag op de site Wij Blijven Hier: “Beste broeders en zusters. Het was fantastisch niet waar? We gaan er samen wat groots van maken inshalla! Met vriendelijke groet Hamza Bouyafa.”

Het is op het eerste gezicht merkwaardig dat de LMJO amper een maand later al werd opgenomen in het actieplan tegen radicalisering. Het wordt minder merkwaardig als je bedenkt dat LMJO-oprichter Mohamed Azahaf een belangrijke supporter was van Marcouch tijdens diens verkiezingscampagne in 2006. In zijn voetspoor kwamen vooral Marokkaanse Nederlanders hun steun betuigen op de PvdA-site.

Azahaf is bekend als medewerker van het multiculturele jongerencentrum Argan, waar koningin Beatrix - zoals altijd solidair met de slachtoffers van politieke terreur - een bezoek bracht na de moord op Theo van Gogh. Azahaf zou ook betrokken zijn geweest bij het baldadige gedrag van Marokkaanse jongeren tijdens een bezoek aan het Herinneringscentrum Westerbork. Het AD moest de berichtgeving hierover rectificeren, maar publiciste Bernadette de Wit wist uit goede bron dat juist Azahaf hier de aanstichter was.

Op zijn website moaz.web-log.nl (inmiddels uit de lucht) noemde Azahaf de vernietiging van Amerika een straf van Allah. Volgens ditzelfde weblog vond de jongerenwerker dat iedere islamitische vrouw een hoofddoek moet dragen, anders is ze geen goede moslim. In de discussie hierover ontkende Azahaf in februari 2006 dat hij een eigen weblog had. Helaas voor Azahaf:, behalve De Wit hadden ook D66’er Ger Kranendonk en PvdA-lid Ali Riza Karacaer de jongerenwerker betrapt bij zijn fundamentalistische donderpreken. Eén van zijn blogs sloot Azahaf af met: “Moge Allah de vijanden van de islam vernietigen zoals hij al jaren gedaan heeft.”

Al Qaradawi-fan Yahia Bouyafa (FION, NHS) en Amerika-vervloeker Mohamed Azahaf (LMJO) zijn dus het paar apart, waarmee Ahmed Marcouch de radicalisering in Slotervaart wilde bestrijden. Uit een recente evaluatie blijkt dat van dit onderdeel van het actieplan gelukkig weinig is terechtgekomen. Maar is dit alles niet eens een aanleiding voor de overgebleven bewonderaars van Marcouch om het ‘gouden PvdA-talent’ voortaan wat kritischer te volgen?

Zoals prof. Afshin Ellian inmiddels ook doet. “Ooit verdedigde ik hem in een gesprek met een Marokkaanse intellectueel. Lachend oordeelde de intellectueel: Marcouch is te dom en voordat je het weet zit de hele bende van Moslimbroederschap in Amsterdam. De ondraaglijke domheid van Marcouch bereikt nu een alarmerend niveau.”

Carel Brendel

Carel Brendel is auteur van Het verraad van links (Uitg. Aspekt)

Conquerors of Great Britain

Absint

Het heeft me altijd verbaasd dat absint verboden was. Alle alcoholische dranken zijn toegestaan, hoe sterk ook, maar absint, vanwege zijn kleurrijke verleden van beschadigde kunstenaarslevens (Van Gogh, Manet, Wilde en Hemingway schijnen eraan verslaafd te zijn geweest) niet. Vagelijk deed het me denken aan de vrijheid van meningsuiting, dat 'grote goed', dat ook op onredelijke gronden in sommige gevallen ineens - ach nee, dat zal wel aan mij liggen.

Hoe dan ook, met absint is het anders gegaan: die is tegenwoordig juist weer legaal. Serieuze slijters hebben planken vol van het spul, op internet is nog veel meer te vinden. En dat terwijl er toch een geheim bestanddeel was - thujone, een ander verdovend middel dan alcohol - dat absint tot iets uitzonderlijks maakte. Maar dat zit er nu bijna niet meer in. Vroeger hoorde je altijd dat de matige absint-drinkers zich na het verbod tot de Chartreuse verte hadden gewend, een likeur met 55% alcohol, mierzoet maar met een heel bijzondere smaak die schijnt te lijken op die van absint. (De echt verslaafden vonden wel geheime bronnen.) Chartreuse vind ik zelf zo ongelooflijk lekker dat ik er maar niet toe kan besluiten een fles absint te kopen. Of vind ik het toch een beetje eng?

Ileen Montijn

De Chamberlains van nu zitten bij Labour

Britishmidlandsairlinescargo

Mag Geert Wilders de Koran graag vergelijken met Hitlers Mein Kampf, de Britse staatsman Winston Churchill deed het omgekeerde. Hij vergeleek Mein Kampf met het heilige boek van de islam. Na onderzoek van Hitlers boek komt Churchill tot de volgende vergelijking: “The new Koran of faith and war: turgid, verbose, shapeless, but pregnant with its message.” Door Max Pam als volgt vertaald: “De nieuwe Koran van geloof en oorlog: opgeblazen, breedsprakig, vormloos maar zwanger van zijn eigen boodschap.”

Werd Churchill, die deze woorden in 1949 neerpende in zijn zesdelige boek Second World War, aangeklaagd wegens haatzaaien? Nee, de man die tijdens de Tweede Wereldoorlog fier standhield tegen de nazi-horden, werd vier jaar later beloond met de Nobelprijs voor Literatuur. De jury sprak over ‘zijn meesterschap van historische en biografische beschrijvingen alsmede voor zijn briljante retoriek in het verdedigen van verheerlijkte menselijke waarden.”

Zijn briljante retoriek demonstreerde Churchill in een toespraak op 5 oktober 1938, op een moment dat de toenmalige Britse regering onder Neville Chamberlain kritiek op nazi-Duitsland probeerde te onderdrukken. “Ik voorzie en voorspel dat het onderdrukkingsbeleid beperkingen met zich mee zal brengen ten aanzien van vrijheid van meningsuiting en debat in het parlement, in openbare gelegenheden en discussies in de pers, want er zal gezegd worden - ik hoor het nu zelfs al zeggen - dat ze niet kunnen toestaan dat het nazi-systeem van dictatorschap wordt bekritiseerd door gewone, alledaagse Engelse politici.”

Als het gaat om briljante retoriek kan Geert Wilders niet in de schaduw staan van de grote Churchill. Het idee om de koran te verbieden vind ik zelf minder geslaagd. Maar daar gaat het niet om. Het ergste is dat de islamkritiek van Churchill niet meer wordt gedoogd door de Chamberlains van nu.

De defaitisten van toen zaten in Churchills eigen conservatieve partij. Nu is het vooral Labour, dat buigt en kruipt voor religieuze intolerantie. Het heeft gevaarlijke islamisten als Lord Ahmed of Rotherham, de man achter het weren van Geert Wilders, in de gelederen opgenomen. Met de zegen van Labour zijn er sharia-rechtbanken ingevoerd in Britse steden.

Pat Condell hield vorig jaar een vernietigend toespraakje over de Britse sociaal-democraten. “Tijdens de laatste elf jaar van deze Labour-regering hier in Groot-Brittannië is het Britse volk onderworpen aan grootschalige gedragsbeïnvloeding door een misplaatste en arrogante liberale elite, die in hun zucht om het weefsel van onze maatschappij te vernielen er in zijn geslaagd om beschaafde waarden een slechte naam te geven.”

Het is pijnlijk om vast te stellen. De vroegere partij van de emancipatie van de arbeidersklasse is nu de partij van de sharia en de gedachtenpolitie.

Carel Brendel

"Wilders wordt gedoogd"


Uitgelicht: uitspraak tijdens de Nederlandse les (Nederlands als tweede taal) aan volwassenen, 6.2.2009.

Docent: 'Gedogen' is een typisch Nederlands woord. Het gebruik van Soft drugs wordt bijvoorbeeld in Nederland gedoogd.
Cursist (Engelsman): Ik begrijp het al. Het is 'tolerate'. Hij voegt hier aan toe: "Geert Wilders wordt gedoogd".

Heeft u ook voorbeelden van Jip-en-Janneke-uitspraken/berichten/verslaggeving/foto's gehoord/gezien op radio, televisie of andere media? Stuur deze, met bronvermelding, dan naar hoeiboei@gmail.com .

Een Ander Salafistisch Geluid

Eén ding moet je de salafisten van sjeik Fawaz Jneid nageven. Elke keer weer weten ze sukkels te vinden die zich laten interviewen voor hun extremistische website Al-Yaqeen. Na de Kamerleden Harry van Bommel (SP), Samira Bouchibti (PvdA) en Tofik Dibi (GroenLinks) is nu de beurt aan Een Ander Joods Geluid (EAJG).

Bij EAJG zijn 800 Joodse Nederlanders aangesloten, die kritisch staan tegenover de politiek van Israël in de bezette Palestijnse gebieden. Kritiek op het Israëlische beleid kan er niet genoeg worden geleverd. Maar je moet wel bezeten zijn van een onstuitbare zelfvernietigingsdrang om als criticus de allerergste vijanden van Israël en de Joden overal ter wereld te omhelzen.

Hajo Meyer en Jaap Hamburger, woordvoerders van EAJG, doen dat. Zoals ze ook vrolijk meelopen in demonstraties waar ‘Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas’ wordt geroepen. Alle joden. Dus ook Meyer en Hamburger. In demonstraties waar met vlaggen van Hamas en Hezbollah wordt gezwaaid, twee bewegingen die het vernietigen en uitroeien van de Joden in hun statuten hebben opgenomen.

Leest u zelf maar wat de twee apocalyptische zelfvernietigers verkondigen op Al-Yaqeen. Gelooft u nog in vrede in het Midden-Oosten, luidt de vraag. Meyer: “Absoluut niet. Ik geloof erin dat er een oorlog komt, een atoomoorlog. Er is een uitspraak van Olmert waar hij zegt: ‘Wij zullen niet de tweede zijn die een atoombom gooit.’ Dit heeft hij officieel gezegd en dit heeft grote impact op mij gehad. Een land dat in de toekomst mogelijkerwijs een atoombom zou kunnen hebben, is bij voorbaat al geen vriend van Israël. Als dit gebeurt, de inzet van nucleaire wapens, is dat het einde van de Palestijnen, van Israël en van alle joden in de wereld.”

Het spreekt vanzelf dat de twee geïnterviewden geen enkel kritisch woord laten horen over Hamas of het salafisme of het godsdienstfanatisme, dat schuilgaat achter Al-Yaqeen.

Het slotwoord laten we daarom over aan sjeik Fawaz: “Het is te zielig voor woorden om te zien hoe het geloof wordt misbruikt ter behartiging van misselijkmakende belangen. Daarnaast willen wij onderstrepen dat er inderdaad een verschil bestaat tussen de god van Israël en de God van de Islam; De God van de Islam is de Enige Ware God. De God die over het heelal heerst en boeken zoals de Thora, de Bijbel en de Koran heeft geopenbaard. De God die onrecht, agressie, moorden en misdaad strafbaar heeft gesteld. Terwijl de god die zij menen aan te hangen een gewrocht is van hun hersenschimmen die hun wederrechtelijk andermans grond toebedeelt, die hen tot zijn uitverkoren volk uitroept en bevoegdheid geeft om bij de inname van steden vrouwen, kinderen en zelfs ezels te doden. Dit soort wandaden zien wij momenteel in praktijk gebracht worden in Gaza.

Deze gefingeerde god is echter niet bij machte om hen te doen prevaleren en hun verlangens te vervullen. De Ware God van Israël, Ismaël en de algehele schepping zegt namelijk (interpretatie van de betekenis):

“Kennen zij deelgenoten toe (aan de Ware God) die niets scheppen, maar zelf geschapen zijn. En die hen, noch zichzelf kunnen helpen.”

(Soerat al-Acraaf: 191-192)

Ook zegt de Verhevene (interpretatie van de betekenis):

“En waarlijk, onder hen is er een groep die de Schrift verdraait met hun tongen, opdat jij denkt dat dit bij de Schrift hoort, terwijl het niet bij de Schrift hoort. En zij zeggen: ,,Dit komt van Allah.” Terwijl het niet van Allah komt. En zij vertellen leugens over Allah, terwijl zij het weten.”

(Soerat Aali cImraan: 78)

En vrede en zegeningen zij met de Boodschapper van Allah

Sheikh Fawaz Jneid

10 januari 2009”

Zoals de Positivoos al zongen: “Onze God is de beste.”

Carel Brendel

Getuigenverhoren Ayaan Hirsi Ali versus de Nederlandse Staat


Woensdag 4 februari jl. vond er wederom een hoorzitting plaats van de voorlopige getuigenverhoren in de zaak Ayaan Hirsi Ali tegen de Nederlandse Staat. Door middel van het horen van getuigen wil Hirsi Ali bewijzen dat de Staat haar heeft toegezegd verantwoordelijk te zijn en te blijven voor haar beveiliging. (
link)

Belangstelling
De getuigenverhoren in deze belangrijke zaak zijn openbaar en toegankelijk voor pers en publiek maar is er veel belangstelling voor? Volgens Amanda Kluveld (link) niet: “er was niemand. Alleen iemand van de GPD maar die zei later dat hij er geen stukje over ging schrijven”. Amanda Kluveld was er dus wel en deed er op vrijdag 6 februari jl. mondeling verslag van tijdens de Obalive-uitzending, het discussieprogramma van het Humanistisch Verbond (hier te beluisteren link, tweede uur aan het begin van het rondetafelgesprek) onder leiding van Theodor Holman. Kluveld was ook bij de vorige hoorzitting aanwezig. Toen was er wat meer belangstelling omdat de heer G. Zalm werd gehoord. Blijkbaar vond men dat nog spectaculair. Maar ook de berichtgeving over die hoorzitting was minimaal. Aldus Kluveld.

“Uitgestraald”
De heer A. Jonge Vos (Coördinator Bewaking en Beveiliging van NCTb) en de heer A. Visser (Coördinerend Senior Adviseur van de EBB van de NCTb) werden woensdag 4 februari 2009 gehoord. Een samenvatting van Kluvelds bevindingen/conclusies van die hoorzitting: de boodschap is toch wel dat Nederland en de Nationaal Coördinator absoluut geen rekening hebben gehouden met het feit dat de Verenigde Staten niet van plan zijn de beveiliging van Hirsi Ali te betalen. Men heeft het niet goed uitgezocht maar is er vanuit gegaan dat het wel in orde zou zijn. Toen bleek dat dit niet het geval was, was men verlegen met de zaak en heeft men 't op Ayaan Hirsi Ali afgeschoven en hoewel niemand durft te zeggen dat ze Hirsi Ali midden in het gezicht hebben gezegd dat 'wij' niet langer voor de beveiliging zouden zorgen, zegt men steeds dit wel te hebben uitgestraald. Met andere woorden, Ayaan had het zelf moeten of kunnen concluderen.

Opmerkelijk
Kluveld legt uit hoe de verhoren verlopen. De rechtercommmissaris [mr. D.M. Thierry] stelt vragen aan de getuigen. Op basis daarvan maakt hij een verklaring voor de getuigen. Het kan dus zijn dat er in die verklaring iets komt te staan wat niet is gezegd. De advocaat van Hirsi Ali, mevrouw mr. B. Böhler, maakt hier bezwaar tegen, volgens Kluveld terecht want zij heeft alles bijgehouden, maar zowel de landsadvocaat als de rechtercommissaris vindt dat Böhler erg op de details is. Volgens de landsadvocaat is wat er in de verklaring staat wel zo door de getuige gezegd en om dat te bewijzen stelt de rechtercommissaris vervolgens voor de getuige te vragen of de verklaring klopt. De getuige is echter gecoacht door de landsadvocaat en zegt dus dat hij het inderdaad heeft gezegd zoals het in de verklaring staat.

Een en ander geeft Amanda Kluveld weinig vertrouwen in de rechtsgang terwijl ze dat heel graag wil hebben. Zij blijft de zaak volgen.

Annelies van der Veer

Docent filosofie heeft enge gedachten



Uitgelicht: BNR Frontline (interviewer Harmke Pijpers) met Pieter Pekelharing, docent sociale en politieke filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en Ebru Umar, publiciste, over de kredietcrisis, banken die omvallen en banenverlies, 9.2.2009. (hier na te beluisteren: link, na 14.00 uur)

Pieter Pekelharing: "Wat er op 't ogenblik gebeurt is.., er vallen een heleboel mensen om en wat je krijgt is 'n spiraal die omlaag gaat en ... Ebru Umar onderbreekt en vraagt "maar blijven dan inderdaad niet de sterken over?"
Pieter Pekelharing:"Nou ja, ik weet niet per se of dat de sterken zijn die overblijven, dat weet ik gewoon niet, waarom zouden het de sterken zijn en wat zijn de sterken? Ik bedoel de Nationaal Socialisten in Duitsland vonden dat zij de sterksten waren en dat de joden daarvoor geofferd moesten worden, dat was zwak gespuis dat 't geslacht aantastte. 't Is maar hoe je nadenkt over wie de sterkste is...
Harmke Pijpers (en Ebru Umar) zucht "Ja, ach.., Wat een vergelijking! Verschrikkelijk!"
Pieter Pekelharing: "Ik krijg altijd zulke enge gedachten als iedereen roept dat de sterksten moeten overblijven."
(...)

Heeft u ook voorbeelden van Jip-en-Janneke-uitspraken/berichten/verslaggeving/foto's gehoord/gezien op radio, televisie of andere media? Stuur deze, met bronvermelding, dan naar hoeiboei@gmail.com .

The worst natural disaster

Het nieuws heeft inmiddels ook de Nederlandse voorpagina’s gehaald, zoals overal ter wereld: Het afgelopen weekend was het ergste ooit in de geschiedenis van de bosbranden in Australië en men spreekt al van de ergste natuurramp ooit. De voortekenen waren niet goed: de afgelopen weken was er sprake van een hittegolf en het kwik bereikte het afgelopen weekend 47 graden in het rampgebied. Voeg daarbij een zeer ongelukkige speling der natuur, met windvlagen die werden aangewakkerd door de ‘Southerly’, de windstroom afkomstig van Antarctica, en het resultaat was een ware hel. De eerste berichten zondagochtend spraken van zeven doden, met de verwachting dat dat aantal kon stijgen tot in de 70. Inmiddels ligt het dodental boven de 130 en de verwachting is dat dit zal stijgen tot boven de 200, gezien het grote aantal vermisten. Daarnaast hebben veel overlevenden ernstige brandwonden opgelopen. De getuigenverslagen zijn te wreed voor woorden, zozeer dat zelfs Premier Kevin Rudd het na bezoek van het rampgebied te kwaad kreeg en overmand door emotie voor de televisiecamera’s niet uit zijn woorden kon komen.

Bosbranden horen bij Australië. Er zijn in de zomer eigenlijk altijd wel ergens bosbranden gaande en de bevolking heeft hiermee leren leven als met een voldongen feit. De brandweer steekt vaak een brand aan omdat men verwacht dat dat stuk bos binnen afzienbare tijd zal gaan branden en men wil dat brandgevaar voor zijn door de brand van begin tot eind te kunnen overzien en beheersen. De Australische fauna is zelfs gedeeltelijk afhankelijk van de branden, omdat bepaalde boomzaden alleen kunnen ontkiemen door een bosbrand. Ik krijg vaak de vraag vanuit Nederland of ik daar nou iets van merk, maar doorgaans merk je daar in Sydney zelf niets van, al schijnt de indringende brandlucht die ik in December 2006 overal in Melbourne gewaar werd soms ook de City van Sydney te bereiken, maar in de zes jaar dat ik hier nu woon heb ik daar nooit iets van gemerkt.

Die branden in 2006 golden al als een nationale ramp, maar ze vallen in het niet bij de ramp die zich afgelopen weekend over Victoria voltrok en die nog niet achter ons ligt. Ondanks de plotseling ingetreden verkoeling, die zelfs nu en dan regen met zich meebrengt, zal het nog dagen zo niet weken duren voor men alle branden onder controle heeft. In Victoria woedden zaterdag 400 branden, waarvan verschillenden een macaber monsterverbond aangingen met alle verwoestende gevolgen vandien. Bewoners van het rampgebied realiseerden nauwelijks welk gevaar om de hoek daagde en zodra ze de ernst van de situatie inzagen was het vaak te laat. Macabare verhalen over mensen die de vlammenzee probeerden te ontvluchten in de auto maar later verkoold werden teruggevonden zijn alom aanwezig in de verslagen. Die verhalen hoor je wel vaker, maar dan gaat het om een incident waarbij enkelen de dood vinden. Enkele jaren terug werd Canberra geteisterd door een enorme brand, en de vier doden die toen vielen golden al als een enorme ramp. Uit alles zal duidelijk worden dat werkelijk niemand had voorzien hoe verwoestend de branden van afgelopen weekend konden uitpakken, ondanks de hittegolf.

Inmiddels zijn verschillende nationale girorekeningen geopend voor een bush fire appeal, want goedgeefs zijn de Australiërs zeker. De regering heeft een noodhulp van miljoenen afgekondigd en de kamerdebatten over het noodpakket van 42 miljard dat de regering Rudd wil aanwenden om de Global Financial Crisis alhier een halt toe te roepen liggen even stil. Het land is in shock, zonder meer. De verhalen van de verplegers van de brandwondencentra zijn te gruwelijk voor woorden.

Het meest gruwelijke element aan dit geheel is wel dat er sterke vermoedens bestaan dat een deel van de branden zijn aangestoken. Premier Kevin Rudd sprak dan ook van een ‘mass murder’, al gaf een van de autoriteiten aan dat voorzichtigheid op zijn plaats is omdat de ongekende mix van rampzalige elementen die zaterdag plaatsvond vuur deed ontstaan waar het anders geen kans had gehad. In ieder geval zijn in New South Wales twee mensen gearresteerd op verdenking van brandstichting. Tot nu toe zijn hier echter geen slachtoffers gevallen, al zijn er in New South Wales wel veel huizen verwoest. Het totaal aantal verwoeste huizen ligt nu op 750, de meeste in Victoria, waarbij enkele dorpen ten noorden van Melbourne geheel zijn weggevaagd.

De vraag is welke lessen getrokken kunnen worden uit deze ramp. Moet men bewoners blijven aanraden zo lang mogelijk te proberen hun huis te verdedigen tegen de vlammen? Gezien de vele slachtoffers die juist door de vlammenzee werden omringd omdat ze probeerden te ontkomen aan het vuur lijken de autoriteiten het hier bij het rechte eind te hebben, maar er zullen ongetwijfeld vele onderzoeken en rapporten volgen. Ik houd de lezer op de hoogte indien dit belangwekkende uitkomsten oplevert.

Kees Bakhuyzen

Hopeloos


Het is junk food, Els weet het wel maar degene die haar er nu van kan weerhouden haar knorrende maag met een patatje met tevreden te stellen, moet van goede huize komen. "Eén patat mét in een zakje?" vraagt de Egyptische snackbarhouder voor de zekerheid. Hij kent haar recept. Patat smaakt het best als je het uit een zakje eet, geen plastic bakje waardoor de patat te snel afkoelt en waar de helft vanaf flikkert. De patat buiten opeten maakt het festijn compleet, bij voorkeur in de lichte vrieskou maar dat zit er nu niet in. Het is hartje zomer, de zon schijnt over het plein dat aan Els' voeten ligt. Het wemelt er van de mensen maar ze kan toch snel een vrij bankje vinden.

Terwijl ze gulzig de hete patatten verorbert, kijkt ze om zich heen. Niet ver bij haar vandaan staan twee, er Arabisch uitziende wat oudere vrouwen te praten, naast hen drentelt een jochie van een jaar of vier, vijf. Het centrum van Amsterdam ziet er internationaal uit, en zo klinkt het er ook. Een echte wereldstad.

Het jongetje heeft zich losgemaakt van zijn moeder (?) en haar vriendin en komt richting Els aangelopen. Hij kijkt haar even aan, stopt dan naast het bankje, bij de prullenbak waarin Els straks haar lege zakje zal deponeren. Hij wil zijn piemeltje te voorschijn halen om vermoedelijk, zoals hondjes wel doen, zijn plasje daar achter te laten en zodoende de afvalbak nog eens extra tot erosie aan te zetten. Misschien is een plas in het openbaar doen wel net zo lekker als een patatje in de buitenlucht eten, denkt Els maar nu even niet! Nog geen honderd meter verderop staat een pissoir, speciaal voor mensen die hun behoefte niet meer kunnen ophouden en dat schijnt bij het mannelijke geslacht nu eenmaal vaker voor te komen; dat heeft ze tijdens wandelingen ervaren. Vandaar die pissoirs want we zijn hier niet op het platteland.

Els probeert met haar ogen de aandacht van het jongetje te vangen. Met haar vette vingers maakt ze een afkeurende beweging die uit moet drukken dat hij wat hij op het punt staat te gaan doen, beter kan laten. Het lukt. Ze ziet hem twijfelen en naar de vrouwen teruglopen. Jong geleerd is oud gedaan, zo was het toch? Terwijl het ventje met zijn moeder praat wijst hij naar haar. De moeder kijkt verbaasd op, zoekt dan met haar ogen het plein af om bij Els stil te houden. Die weet direkt dat ze een dwaasheid heeft begaan. Kinderen zijn heilig, jongetjes - in bepaalde culturen - helemaal. En alle culturen zijn heilig, nietwaar?

De boze blik van moederlief die begeleid wordt door onbegrijpelijke keelklanken, beantwoordt ze met een glimlach en ze gebaart naar de pissoir in de verte. Vergeefse moeite, de moeder neemt het jongetje resoluut bij de hand en brengt hem terug naar de prullenbak waar hij nu gedwongen wordt tegenaan te plassen. Triomfantelijk blijft de moeder erbij staan. Zij heeft het hier voor het zeggen. Het jochie kijkt Els aan en dat moedigt haar aan nogmaals met haar vingertje afkeurend te schudden en te wijzen naar de pissoir. "Je bent toch geen hond?", mompelt ze.

Het drietal neemt na gedane plas weer z'n oude plek in op het stadsplein en ze gaan door met de onbegrijpelijke conversatie, de vrouwen dan, het jongetje blijft Els aanstaren alsof ze een wereldwonder is. Els d'r vreetzucht is verdwenen, tijd om op te stappen. Om zich niet te laten kennen, loopt ze op gepaste afstand langs het drietal, ze is altijd bereid een en ander uit te leggen maar wat zich dan voor Els' ogen afspeelt, maakt elke dialoog overbodig. (Later heeft ze er nog veel succes mee als ze op feesten en partijen het tafereeltje naspeelt. Het plaatje bij het praatje, zeg maar, want mensen geloven je vaak niet.)

De moeder kijkt Els onbevreesd aan, lacht haar weinige tanden bloot en maakt dan een neerwaartse beweging. De van boven bedekte vrouw gaat op haar hurken zitten, ze spreidt haar dikke dijen die in een soort zwarte legging zijn verpakt. Een ongelovige thomas zal nog begrijpen wat haar houding uitbeeldt. Maar om er toch geen misverstand over te laten bestaan, komen daarbij ook woorden die bijna accentloos worden uitgestoten: "Ik schijt, ik schijt op jullie!".

Annelies van der Veer

Eerdere reacties: hier.

Frisse lucht

Ginger

Met Joop is alles weer bij het oude. Ik ken hem al lang, want hij behoort tot de vaste jongens van een kroeg op Kattenburg, waar ik wel eens kom. Joop is een grote, logge man, tegen de zestig. Hij heeft vroeger gevaren, maar hij 'was niet handig aan boord', een understatement dat hij gebruikt om te verklaren dat hij over de ganse aardkloot in ziekenhuizen heeft gelegen. In Buenos Aires zetten ze zijn gebroken arm, in Singapore amputeerden ze zijn grote teen, zijn linkeroog werd hem in Batavia ontfutseld ('door dr. Van den Burg, een hele gemoedelijke baas') en zijn galblaas liet hij achter in Houston. Op zijn geteisterd lichaam reis je de hele wereld rond en je krijgt begrip voor zijn tien jaar geleden genomen besluit voortaan aan de wal te blijven. Hij drijft een onduidelijke handel, maar bevindt zich voornamelijk in die kroeg.

'Ik mot hier wel komen,' zegt hij op ogenblikken van inkeer, 'de klanten komen heus niet bij me thuis.'

Thuis is een kamertje, op een steenworp afstand van de tapkast, want aan het huwelijk heeft Joop nooit willen beginnen.

'Wat moet een zeeman nou met een vrouw?' zegt hij.

En als er dan altijd weer een omstander bereid blijkt de aardige zegswijze 'in ieder stadje een andere schatje' te plaatsen, glimlacht hij geheimzinnig als iemand die zich ergens niet over wil uitlaten. Maar ik voor mij geloof dat het geen schatjes waren, maar kroegjes.

Goed, op zijn mistige manier rolt Joop door het leven. Alle dagen zijn eender. Soms valt de borrel beter dan gisteren, maar markanter verschillen zijn er niet.

Doch een maand of wat geleden kwam er opeens een zekere kentering in zijn bestaan.

Zijn solide, altijd onbeduidende en daardoor zo rustgevende conversatie kreeg een ontevreden toets.

'Ik sta hier elke dag maar te zuipen in die rotkroeg,' zei hij. 'Dat is toch geen leven voor een mens? Zo leeft een zwijn. En dat, terwijl er zoveel moois op de wereld is.'

De andere vaste jongens hoorden er van op. Ze zagen eruit of ze best eens een opsomming van al dat moois op de wereld zouden willen horen maar ze hadden de tact er niet om te vragen. In Joop gistte het, dat stond vast. En al gauw nam zijn onvrede met zich zelf de contouren aan van een plan.

'Ik ga buiten wonen,' annonceerde hij op een middag. 'Ik heb al een jofel huisje op het oog. Helemaal in het groen. En nog geen vijfendertig minuten van hier op de brommer.'

'Heb je dan een brommer?' vroeg de kastelein.

'Nee, maar die ga ik kopen,' zei Joop.

En hij dronk nors zijn glas uit, uitdagend om zich heen kijkend of iemand soms 'dat doe je tóch niet' zou durven zeggen. Maar niemand deed het. Sterker nog, dat huisje van Joop werd langzaam maar zeker een gezamenlijk beleefde droom. Hij kon zo smakelijk vertellen hoe hij - 'wie doet me wat?' - in zijn tuintje zou zitten, onder het gretig inademen van frisse lucht. En dat is het mooiste wat er is, frisse lucht, daar waren alle vaste jongens het over eens. Ze zouden geregeld bij Joop op bezoek komen, om er ook van te genieten, lekker ver van die benauwde kroeg.

'En dan gaan we met een klein, fris flesje bier ernaast zitten vissen jongens, en dan is voor ons het sociale vraagstuk opgelost.'

Zelfs de kastelein, een habituele scepticus, werd ten slotte meegesleept en verleende zijn belangeloze bemiddeling bij de aankoop van een ijzersterke tweedehands brommer, die Joop moest bevleugelen om naar zijn hemel te kunnen toevliegen.

Met dat voertuig is hij vorige week, in schemerige toestand, tegen een auto opgereden, waarbij hij zijn pols heeft gebroken, gewoon omdat hij nu eenmaal altijd iets breekt. De brommer is een total loss. En dat huisje..

'Ik ben blij dat ik nog niet gehuurd had,' zei hij gisteren tegen me. ''t Is mooi, hoor. Maar toch niks voor ons soort mensen.'

En somber glimlachend pakte hij zijn glas, met zijn linkerhand want de rechter zit in het gips. Maar omdat hij dagelijks veel oefent, tilt hij links ook al heel handig en morst geen drup.

Nou ja, je kunt toch ook wel leven zonder frisse lucht.

Kronkel

Uit: Alle Kroegverhalen - Simon Carmiggelt
Singel Pockets, 1996
Uitgave in samenwerking met
B.V. Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN 90 413 30224/CIP/NUGI 300

Wie kan de Anne Frank Stichting nog serieus nemen?

In 1957 zag de Anne Frank Stichting (AFS) het levenslicht. De stichting ontfermde zich over het Achterhuis, de schuilplaats aan de Prinsengracht waar de familie Frank en andere met deportatie bedreigde Joden zich verborgen hielden voor de Duitse bezettingsmacht. Van 6 juli 1942 tot 4 augustus 1944 wisten zij uit handen van de nazi’s te blijven. Minder dan een jaar voor de Bevrijding werden de acht onderduikers verraden en alsnog opgepakt.

Alleen vader Otto Frank overleefde de vernietigings- en concentratiekampen. Na de oorlog publiceerde hij het dagboek dat zijn dochter Anne in de onderduik had bijgehouden. Het zeer persoonlijke verslag van het tienermeisje is een ontroerend en indringend document, en is daardoor een van de belangrijkste symbolen geworden van de massamoord op zes miljoen Joden.

De Anne Frank Stichting wist het Achterhuis te behouden. In 1960 opende het Anne Frank Huis zijn poorten. Elk jaar trekt de voormalige schuilplaats ongeveer één miljoen bezoekers.

Had de Anne Frank Stichting het hierbij maar gelaten. Maar de beheerders wilden meer; niet alleen de herinnering aan de onderduikperiode en de vernietiging van een jong meisje in ere houden, maar ook een boodschap uitdragen voor deze tijd. Met de opbrengst van het museum financiert de stichting educatieve activiteiten. Daarnaast doet ze onderzoek naar racistische en extremistische uitingen en ontwikkelingen op het gebied van racisme, antisemitisme en extremisme in Nederland.

Hier zit de eerste weeffout. In de jaren ’60 van de vorige eeuw ontstond bij een naoorlogse generatie de gedachte dat de moord op Anne Frank en meer dan 100.000 andere Joodse landgenoten vooral een gevolg was van racisme en antisemitisme. Die levensgevaarlijke verschijnselen zouden door hun ouders en grootouders onvoldoende zijn onderkend. Voortaan moest alles wat ook maar een beetje riekte naar racisme of discriminatie in de kiem worden gesmoord.

Natuurlijk speelden rassenwaan en antisemitisme een belangrijke rol in de door Adolf Hitler ontwikkelde ideologie van het nationaal-socialisme. Daarnaast is het onweerlegbaar dat er in het vooroorlogse Nederland mensen waren die zich negatief over Joden uitlieten, wel eens op hen scholden of meenden dat ‘ze’ alle touwtjes in handen hadden en daarom de schuld van de economische crisis waren. Het is echter te simpel om beide zaken één op één aan elkaar te verbinden.

Eén factor werd door de opkomende antifascismebeweging vaak over het hoofd gezien: het totalitaire karakter van het nazi-regime, dat vanaf 1933 in Duitsland en sinds 1940 ook in Nederland aan de macht was. De isolatie en later deportatie van de Joodse bevolking was alleen mogelijk door de ijzeren greep waarin de Duitsers ons land hielden. Bij een aantal fanatieke jodenjagers zal antisemitisme een drijvende kracht zijn geweest. Maar de meeste medeplichtigen en omstanders - ambtenaren, politiemensen, spoorwegpersoneel, buurtbewoners - handelden (of ondernamen niets) als gevolg van angst, geweld, terreur en intimidatie.

Waarom hamerden de antifascisten vooral op het racisme, en minder op het totalitaire karakter van de nazi’s? In dat geval had deze beweging aan zelfonderzoek moeten doen - en misschien ook moeten kijken naar de totalitaire ontsporingen in de Sovjet-Unie. Ook in dat land waren bevolkingsgroepen opgeruimd op grond van een totalitaire mensenverachtende ideologie. Tientallen miljoenen kwamen om door Stalins jacht op de burgerij en de boerenstand. Daarna zuiverde de partijleider de eigen partijrangen van echte of vermeende opposanten. Hele volkeren werden vervolgd en verplaatst, omdat Stalin hen als een gevaar zag: Polen, Koreanen, Tsjetsjenen, Krim-Tataren en Wolga-Duitsers. Enkele jaren na Auschwitz begon Stalin aan zijn eigen jodenvervolging. De dood van de tiran in 1953 voorkwam erger. Zijn opvolgers maakten daarna een einde aan de ergste excessen.

Door zich te focussen op racisme en antisemitisme slaagden de antifascisten erin om het communisme buiten het debat te houden. De CPN sloeg zichzelf op de borst voor de antifascistische strijd, die haar leden tijdens de bezetting hadden gevoerd. In dat verzet hebben de communisten inderdaad een belangrijke rol gespeeld. Er is geen reden om daar geringschattend over te doen.

De naoorlogse verzetsstrijders, die de strijd tegen het nieuwe fascisme wilden voeren, kwamen grotendeels uit de linkse en extreemlinkse hoek. Het was een schimmengevecht, want maar een handjevol oud-NSBers en neonazi’s durfde zich na 1945 nog te roeren. In de ogen van de antifascisten echter zat het kwaad ook bij gewone rechtse conservatieve of populistische partijen. De Leidse onderzoeker Jaap van Donselaar zette het zoeklicht op hun partijprogramma’s. Hij liep ze na op voor extreemrechts ‘kenmerkende’ punten.

Nationalisme en bestrijding van criminaliteit zijn volgens hem typerend voor extreemrechts. Dat zou betekenen dat volgens de maatstaven van Van Donselaar ook de PvdA en de SP tegenwoordig in de zeer foute hoek zitten. Maar zo ver gaat Van Donselaar natuurlijk niet. Hij gebruikte en gebruikt zijn pseudo-wetenschappelijke methodes alleen om ongewenste rechtse of zeer rechtse groeperingen als de Boerenpartij, de Centrumpartij, de LPF en sinds kort de PVV in de fascistische verdachtenbank te zetten.

De Anne Frank Stichting heeft deze weeffouten niet uitgevonden, maar ze is er wel volop in meegegaan. Van Donselaar en zijn Monitor Racisme & Extremisme zijn sinds 2001 vastgeklonken aan de AFS. Dit onderzoeksproject werd halverwege de jaren negentig ontwikkeld door de Universiteit Leiden (Van Donselaar) in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Veelzeggend is dat het oorspronkelijk ging om de Monitor Racisme & Rechtsextremisme. Pas sinds 2005 heeft de monitor haar huidige naam. In de praktijk is er weinig veranderd. Nog altijd ligt de focus op rechts; natuurlijk op de extremistische en eventueel gewelddadige splintergroepen, maar ook op de partijen die het brede ongenoegen over de multiculturele samenleving verwoorden.

Van Donselaar en AFS-jurist Peter Rodrigues worden bij hun politieke onderzoek in opdracht van de overheid gevoed door een waaier van instellingen, die hetzelfde antifascistische gedachtegoed aanhangen. De monitor over 2008 baseert zich voor een belangrijk deel uit politiegegevens, maar daarnaast leveren de antiracismebureaus georganiseerd in Art. 1 en de links-activistische onderzoeksgroep KAFKA veel materiaal. Op pagina 14 staat een hele opsomming van meldpunten en antidiscriminatiebureaus. Vaste leverancier is ook de Commissie Gelijke Behandeling (CGB).

Soms krijg je de indruk dat steeds dezelfde alarmerende data over extreemrechts in rapporten worden rondgepompt. Zo baseerde de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie haar rapport over de toenemende islamofobie en het gevaarlijke optreden van de PVV eveneens op gegevens van Art. 1 en de CGB. Met deze rapporten in de hand eisen René Danen en zijn extreemlinkse stichting Nederland Bekent Kleur op hun beurt weer verdere vervolging van Wilders en zijn partijgenoten. Zo wordt de Anne Frank Stichting een gewillig werktuig voor de linkse politiek.

Er zit nog een derde weeffout in het antifascistische werk van de AFS. De onderzoekers gebruiken een bijzonder brede werkdefinitie van het racisme. Zo wordt ook het zeer omstreden begrip ‘islamofobie’ als racisme beschouwd. Dit kan tot onthutsende conclusies leiden. René Marres citeert in zijn boek Vermoord en verbannen AFS-directeur Hans Westra. Deze wijst op ‘het belang van het recht van moslims op bescherming tegen aanvallen op de islam’. Een reactionair idee, aldus Marres, waardoor godsdienstkritiek onmogelijk wordt en we teruggaan naar de duistere Middeleeuwen. Helaas heeft het Amsterdamse gerechtshof de opvatting van Westra wel overgenomen in zijn arrest over Wilders.

Met zulke opvattingen over ‘islamofobie’ levert de AFS opnieuw brandstof voor het bondgenootschap van moslimfundamentalisten en linkse activisten, dat geen enkele kritiek op de islam duldt. Het verbaast dan ook niet dat Rodrigues zich heeft geschaard in het kamp van mr. Gerard Spong, Els Lucas, sjeik Fawaz Jneid en René Danen.

‘Vervolging moet, ook al wordt hij martelaar’, schreef Rodrigues donderdag (5 februari) in De Volkskrant. Eén argument wil ik u niet onthouden, omdat het een regelrechte aanval is op de vrijheid van godsdienst en de vrijheid om deze godsdienst de rug toe te keren. “Moslim wordt je door geboorte”, meent Rodrigues, “en dat betekent nog niet dat er een actieve godsdienstbeleving is. Net als bij het jodendom is sprake van een dubbele dimensie religie en afkomst. In de achtste Monitor Racisme & Extremisme is er voor gepleit beide gronden in de beoordeling (van aangiften wegens discriminatie, CB) op te nemen.”

De jurist van de Anne Frank Stichting pleit hiermee voor inperking van de vrijheid van meningsuiting met argumenten uit de koker van de moslimfundamentalisten. Die stellen immers dat je moslim door geboorte bent, dat je altijd moslim blijft en dat kritiek op de islam verboden is.

Zo doet zich het treurige feit voor dat de zaakwaarnemers van Anne Frank in haar naam buigen voor religieus-reactionaire krachten. Alle reden dus om de Anne Frank Stichting niet meer serieus te nemen.

Carel Brendel

Carel Brendel is auteur van Het verraad van links (Uitg. Aspekt)

Lees hierbij ook 'Je mag weer alles zeggen over Joden' hier.

Toespraak Gregorius Nekschot in Denemarken

Neckshot087_2


Vertaling van de toespraak van Gregorius Nekschot in de Free Press Society Kopenhagen 3 februari 2009
(Nekschot sprak in het Engels, gehuld in een boerka)

Dames en Heren,

In Nederland is satire een oude traditie. Deze traditie begon zeven eeuwen geleden, in de dertiende eeuw, met het epische gedicht ‘Reynaerd de Vos'. Het gedicht Reynaerd de Vos maakte de adel en de geestelijkheid belachelijk - de hoogste burgerlijke en religieuze autoriteiten van dat tijdperk. De auteur moet een wijs man geweest zijn, want hij hield zijn identiteit geheim. Monty Python's film Life of Brian steekt de draak met het christendom. De film veroorzaakte woede en controverse in 1979. Desondanks kon de film bijna overal worden bekeken.. De makers, Terry Jones, Graham Chapman, John Cleese, Eric Idle en Michael Palin ontvingen geen doodvonnissen en het Openbaar Ministerie lichtte hen niet van hun bed om ze achter de tralies te zetten.

Deze twee tamelijk willekeurige voorbeelden illustreren dat in West-Europa, godsdienst - in de genoemde gevallen het christendom – al eeuwen lang belachelijk wordt gemaakt. Eerst gebeurde dit anoniem of onder pseudoniem, later openlijk. In de westerse cultuur, creëerden rationalisme, wetenschap, humanisme en democratie, in een langdurig en pijnlijk proces, de scheiding tussen Kerk en Staat. De vrijheid van meningsuiting werd zo in vele landen een grondwettelijk recht. Het is dus al geruime tijd mogelijk om het Christendom te bespotten, zonder dat je bang hoeft te zijn voor een doodvonnis.

Toen er grote aantallen migranten met een andere culturele en religieuze achtergrond naar West-Europa kwamen, veranderde de zaak fundamenteel. Omdat ze slecht zijn opgeleid - en zonder uitzondering onder dictatoriale regimes – kunnen veel immigranten met een islamitische achtergrond niet instemmen met onze scheiding tussen religie en politiek, hoe vanzelfsprekend deze scheiding ons ook lijkt.

Monty Python drijft de spot met Jezus in Life of Brian. Een vergelijkbare film over het leven van Mohammed - de stichter van de islam - is ondenkbaar. Het vreselijke lot van filmregisseur Theo van Gogh zegt genoeg. De gruwelijke en sadistische wijze waarop Theo van Gogh ritueel werd afgeslacht door een fanatieke moslim betekende voor de vrije meningsuiting in Nederland een terugkeer naar de duistere Middeleeuwen. Iedereen die iets wil zeggen over de islam moet zeer omzichtig te werk gaan.

Op de 13 mei 2008 werd de cartoonist Gregorius Nekschot echter uit zijn huis gesleurd door tien ambtenaren en in de gevangenis gegooid. Bovendien werd zijn huis doorzocht en zijn computer, mobiele telefoon, agenda en schetsboeken werden in beslag genomen. Omwille van zijn cartoons, waarover men beweerde dat ze etnische minderheden en moslims discrimineerden, werd hij gedwongen in ballingschap te gaan en werd zijn privacy op verregaande wijze geschonden. Zo staan de zaken er nu voor in Nederland, een land dat tot voor kort nog werd gezien als ruim van opvatting, vrij van denken, en zich verheugend in een satirische traditie van meer dan zeven eeuwen.

Hoe moeten we deze arrestatie interpreteren? Wat is er in de afgelopen jaren in Nederland veranderd? Waarom werd Gregorius Nekschot vanwege zijn sceptische blik op de zegeningen van de multiculturele samenleving in de gevangenis gegooid? Hier volgen een aantal van de mogelijke motieven en verklaringen.

In de eerste plaats heeft de Tweede Wereldoorlog diepe sporen nagelaten in de Nederlandse samenleving. Het gebrek aan verzet tegen de deportatie van Joodse landgenoten is in Nederland lang taboe geweest. Dit gebrek aan weerstand leidde tot een collectief trauma in de naoorlogse generatie babyboomers. Het werd verdacht om de spot te drijven met religie, met uitzondering dan van het Christendom. In de ogen van de babyboomers was een grap over een andere godsdienst of een ander ras werd de eerste stap in de richting van de trein naar Auschwitz. Nekschot werd geboren in de jaren zestig. Hij is jonger dan de babyboomers. Een generatieconflict zou dus een motief kunnen zijn om Nekschot's cynische commentaar op de moderne tijd tot zwijgen te brengen.

Een andere Nederlandse trauma is het koloniale verleden. Gedurende lange tijd ging de zon nooit onder in het Nederlandse Rijksgebied. De Nederlanders profiteerden van de slavenhandel, en buitten de lokale bevolking in Oost- en West-Indië uit. Maar ze deden meer dan dat: ze introduceerden gezondheidszorg en onderwijs en ze bouwden wegen en spoorwegen. Toch bleven de leeghoofdige babyboomers met een slecht geweten zitten omwille van hun gekleurde landgenoten. Elke grap of kritische opmerking over immigranten uit onze voormalige koloniën wordt gezien als een uiting van racisme. Deze zogenaamde 'wij-zijn-vreselijk'-mentaliteit van de do-good babyboomers zou ook een motief kunnen zijn om zich te ontdoen van de cynicus Nekschot.

Na de bevrijding door het Rode Leger in 1945, kregen Polen, Oost-Duitsland, Hongarije, Bulgarije, Tsjecho-Slowakije en Roemenië te maken met de gruwelen van het communisme. Nederland werd, goddank, bevrijd van het fascisme door de Amerikanen, Britten, Canadezen en de vrije Polen. Veilig onder de Amerikaanse nucleaire paraplu en zich wentelend in de snel groeiende welvaart koesterden de socialistisch geïnspireerde Nederlanders decennialang hun dromen over de utopische socialistische verzorgingsstaat.

Toen het communisme instortte, wisselden de socialistisch geïnspireerde Nederlanders gewoon hun failliet geloof in de socialistische utopie in voor een geloof in een multiculturele utopie. Het was het romantische beeld van een multicultureel Utopia dat door niets mag worden verstoord. Het anti-sociale gedrag en de religieus geïnspireerde waanzin van een aantal immigranten mogen niet ter discussie worden gesteld of bekritiseerd, zelfs niet in een spotprent.

Zoals ze het altijd gewend zijn geweest schuwen de links extremisten niet de censuur, want het socialistische of multiculturele Utopia ontstaat immers niet vanzelf. Het is dus geen verrassing dat een ultra-linkse niet-gouvernementele organisatie, het particuliere Nederlandse Meldpunt Discriminatie Internet (MDI), samengewerkt met een orthodoxe imam om Gregorius Nekschot aan het kruis te nagelen. De ziekelijke behoefte aan een romantische ideaal, met moslims en gekleurde mensen in de rol van nobele wilden, is dus nog een mogelijk motief om de anti-romantische cartoonist Nekschot het zwijgen op te leggen.

De Deense export van vlees en zuivelproducten had te lijden van de boycots na de publicatie van de - inmiddels zeer bekende - Deense cartoons. In Nederland leidde de angst voor afnemende export van toetjes, chocolademelk en worst aan het Midden-Oosten tot de oprichting van een geheime Interdepartementale Werkgroep Cartoonproblematiek. Deze geheime werkgroep, misschien wel het meest belachelijke orgaan in de Nederlandse geschiedenis, lijkt tot de conclusie gekomen te zijn, dat de cartoonist Gregorius, in z’n eentje, een veel grotere bedreiging voor de Nederlandse export betekende dan alle Deense cartoonisten bij elkaar voor de Deense export. Dus economische overwegingen kunnen een motief zijn geweest: voorkom exportverlies door Nekschot het zwijgen op te leggen.

In Nederland herinnert iedereen zich nog de hysterische manier waarop premier Jan Peter Balkenende reageerde op Fitna, de anti-islam film van de Nederlandse parlementariër Geert Wilders. Balkenende distantieerde zich luid, ruim voordat Fitna uitkwam, en nog zonder de inhoud van de film te kennen. Minister-president Balkenende oefende ook zware druk uit op Wilders om Fitna niet uit te brengen, ondanks het feit dat hij parlementariër is en ondanks zijn grondwettelijk recht op vrijheid van meningsuiting. Angst voor problemen met moslims dreef de premier en zijn kabinet tot bedenkelijke slaafsheid en meegaandheid. Angst voor de islam en paniek zouden de reden kunnen zijn voor deze gouvernementele topfunctionarissen om de cartoonist Gregorius Nekschot te arresteren. Lafheid en verraad zijn dus denkbaar als motieven om Gregorius Nekschot tot zwijgen te brengen.

Met de komst van grote aantallen islamitische immigranten naar Nederland, zagen christelijke politici een kans om hun verloren invloed in een inmiddels bijna volledig geseculariseerde land weer terug te winnen. De pogingen van de opeenvolgende ministers van Justitie, Piet Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin, beiden christen-democraten, om na de moord op Theo van Gogh door een moslim de verouderde Wet inzake smalende godslastering nieuw leven in te blazen wijzen in die richting. Dus Christen Democratisch opportunisme, waarbij de rol van slachtoffer en dader weer wordt omgedraaid, kan een motief om de goddeloze heiden Gregorius Nekschot een lesje te leren.

In tegenstelling tot de 'oude media', is het internet tot nu toe ontsnapt aan gouvernementele controle. Natuurlijk is dit een doorn in het vlees van moralisten. Daarom is onder leiding van premier Jan Peter Balkenende, een burgerschapscampagne gestart. Christen-democraten zijn ervan overtuigd dat 'vrijheid niet gaat zonder verantwoordelijkheid’. Voor de christen-democraten betekent dit dat het grondwettelijke recht op vrijheid van meningsuiting ondergeschikt is aan die van de vrijheid van godsdienst. In hun visie mogen christenen en moslims om religieuze redenen vrouwen en homoseksuelen discrimineren als zij dat nodig vinden, maar christenen en moslims mogen niet worden bekritiseerd, want dat wordt beschouwd als wettelijk verboden discriminatie.

Gregorius Nekschot, die zich vooral manifesteert op het internet, werd met geweld gearresteerd. Een duidelijk signaal naar het publiek dat er grenzen zijn aan wat aanvaardbaar is op het internet. Dus de wens om greep te krijgen op het internet kan een reden zijn geweest om die duivelse Nekschot de mond te snoeren.

Het laatste motief op deze lijst betreft - op dit moment - de persoonlijke ambitie van de officier van justitie in gevallen van discriminatie. Een officier van justitie die voor God wil spelen is inderdaad een nieuw fenomeen in Nederland. Met de arrestatie en het doorbreken van de anonimiteit van Gregorius Nekschot, laadt de officier van justitie een zware verantwoordelijkheid op zijn schouders. Niet alleen is de arrestatie van een tekenaar van spotprenten een rechtstreekse aanval op de vrijheid van meningsuiting, in een wereld vol met moslims die de sharia-wetgeving willen opleggen door middel van geweld, is het ook een licence to kill. Kortom: zelfs Nekschot zelf zou genoeg motieven hebben kunnen bedenken om een Nederlandse tekenaar te arresteren in het Jaar onzes Heren 2008.

Dus, wat is er veranderd in Nederland? De huidige regeringscoalitie van de orthodoxe christenen, christen-democraten en sociaal-democraten is een regelrechte ramp. De christenen in het kabinet proberen de Nederlanders van hun traditionele kleine pleziertjes te beroven. Een rookverbod, een verbod op prostitutie, een verbod op het roken van wiet, en een verbod op paddo's zijn ingevoerd. De lijst is langer, maar het zijn stuk voor stuk pogingen om de Nederlanders te leren dat hun leven op aarde niet is bedoeld om aangenaam te zijn.

De angst van Christelijke politici voor sociale onrust is diep geworteld. Voormalig minister-president Colijn adviseerde zijn landgenoten zelfs om samen te werken met de nazi's en alle weerstand op te geven na de nederlaag van het Nederlandse leger in 1940. Een tekenaar die de spot drijft met de islam is precies het soort van "subversieve element" dat orthodoxe christenen en christen-democraten liever zien gaan dan komen.
Sociaal-Democraten, die eerder bekend stonden om hun anti-religieuze gedrag, sussen islamisten met subsidies en een voorkeursbehandeling. Ze doen dit voor electorale doeleinden. Bijvoorbeeld, Job Cohen, de Sociaal-democratische burgemeester van Amsterdam, heeft persoonlijk de scheiding van Kerk en Staat in de Nederlandse hoofdstad afgeschaft, alleen maar om de islamitische kiezers te behagen.

Deze giftige cocktail van religie, religieuze waanzin, christelijk opportunisme en links egoïsme heeft een dodelijke bedreiging voor de vrijheid en democratie in Nederland geschapen. Extremisten hebben al een politicus en een film-regisseur in Nederland vermoord. Nu is de Nederlandse Staat er toe over gegaan om kunstenaars te arresteren en te intimideren. Het is beangstigend om te zien hoe snel en hoe gemakkelijk Nederland terugglijdt in donkere tijden.

In het jaar 2008 was het Gregorius Nekschot, die werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid, in 2009 zullen er anderen zijn.

Dames en heren, zodra je gaat marchanderen met de vrijheid omwille van de lieve vrede, ben je gedoemd. Nederland, en het spijt me het te zeggen, heeft een zeer slecht voorbeeld gesteld.
Long live a free Denmark! Lang leve een vrij Nederland!

Gregorius Nekschot, Tekenaar

Vertaler: Toon Verberg,
HB

Bron: speech Gregorius Nekschot

Geert Wilders ontketent een godsdienstoorlog

Wilders vergelijken met Hitler of Mussolini is zo afgezaagd. Laten we eens wat anders bedenken, moeten SP-fractieleider Agnes Kant en haar fractiegenoot Sadet Karabulut hebben gedacht. Het resultaat is een merkwaardig zinnetje in een artikel over de integratienota van de PvdA, dat afgelopen dinsdag (3 februari) op de forumpagina van De Volkskrant verscheen.

‘Bevecht de segregatie’ luidt de oproep van Kant en Karabulut. Wat lezen we vervolgens: “Terwijl Wilders de integratieproblemen misbruikt om een godsdienstoorlog te ontketenen, is Bos bezig met een woorden- en imagostrijd over de liberale of radicale islam, wel of geen handen schudden, een harde of zachte lijn.”

Ja, het staat er echt. Geert Wilders is bezig om een godsdienstoorlog te ontketenen. Geert is geen kleine Hitler, zoals Mohamed Rabbae heeft beweerd, maar een Grote Philips II. Of een moderne Godfried van Bouillon dan wel Richard Leeuwenhart. Hebt u Geert laatst niet gezien bij een rumoerige demonstratie op het Museumplein, waar in maliënkolder gehulde omstanders opruiende leuzen riepen als ‘Bling bling bling, alle moslims over de kling?’

Wilders ontkent overigens dat hij deze leus heeft gehoord. Hij stond namelijk samen met Rita Verdonk achter een spandoek en schreeuwde daar luidkeels ‘Kruistocht, kruistocht! Het Heilige land moet vrij!’ Natuurlijk probeerde Geert zich er van af te maken met het smoesje dat kruistochten ook vreedzaam kunnen zijn. Maar het duo K & K heeft hem heus wel door. Sadet Karabulut is namelijk ervaringsdeskundige.

Misschien kan deze geheugensteun de twee SP-Kamerleden helpen om weer bij zinnen te komen.

Carel Brendel

The great Middle American novel

Wolkers

The great Middle American novel

De Amerikaanse schrijver John Updike - die vorige week op 76-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van longkanker - is voor mij altijd de schrijver geweest van de uit vier romans bestaande Rabbit Cyclus: Rabbit, Run (1960), Rabbit Redux (1971), Rabbit is rich (1981) en Rabbit at rest (1990). In deze romans schetst Updike een zeer geslaagd portret van wat hij noemt ‘middle America’. "I like middles. It is in middles that extremes clash, where ambiguity restlessly rules," zo zei hij in een interview in Life magazine in 1966.

Updike’s collega Philip Roth noemde Updike ‘our time’s greatest man of letters’. Ook al gaat die titel wat mij betreft naar Roth zelf, zeker is dat Updike thuishoort in dat rijtje van schrijvers die de na-oorlogse Amerikaanse literatuur voor mij tot een van de beste – zo niet de beste - ter wereld heeft gemaakt. Van die groten heeft alleen Saul Bellow de Nobelprijs voor literatuur gekregen en als het aan het Nobelcomité ligt blijft dat voorlopig zo. Met de opmerking van voorzitter Horace Engdahl dat de VS te geïsoleerd zijn en niet deelnemen aan ‘de grote dialoog’ in de literatuur toont het comité vooral aan dat ze zelf lijden onder het euvel waarvan ze de Amerikaanse schrijvers betichten. Het is elk jaar weer een aanfluiting dat Philip Roth de prijs niet krijgt en Updike had de Nobel alleen al verdiend op basis van de Rabbit Cyclus omdat hij met deze tetralogie niet zozeer The Great American Novel, alswel The Great Middle American novel van de twintigste eeuw heeft geschreven, met ‘the town of Mt. Judge, suburb of the city of Brewer, fifth largest city in Pennsylvania’ als prototypische middle American city.

Waarom is deze cyclus zo goed? Anders dan bij Roth, of bij een van die andere groten van de na-oorlogse Amerikaanse literatuur – naast Bellow zijn John Cheever, Truman Capote en Richard Ford persoonlijke favorieten, met Jonathan Franzen’s The Corrections (2002) als hét absolute hoogtepunt van een nieuwe generatie Amerikaanse schrijvers – is het moeilijk een specifieke zin of passage uit een van zijn boeken te lichten*. Het gaat bij Updike vooral om de som der delen en meer dan bij de anderen is de context onontbeerlijk voor een juiste waardering**. Het is vooral die langzaam opgebouwde context die zo’n sterke rol speelt; daaruit stijgt een perfect beeld op van middle America, met al z’n hebbelijkheden en onhebbelijkheden, in z’n economische voor- en tegenspoed (Rabbit klimt in de cyclus op van ‘demonstrator of the MagiPeeler’ tot redelijk succesvolle autodealer), met z‘n al of niet misplaatste ambities en vooral met z’n vaak stuntelige worstelingen met (het gebrek aan) marital bliss.

Mijn eerste kennismaking met het werk van Updike was begin jaren ’80, toen ik als 21-jarige probeerde te begrijpen waarom Rabbit is Rich de Pulitzer Prize in de wacht had gesleept. Maar het werk van Updike eist wat meer levenservaring, met name op relationeel gebied. Daarnaast kan het ook geen kwaad als je de hoge levensverwachtingen die je had als adolescent door schade en schande wat hebt bijgesteld en – zeker waar het Rabbit, Run betreft – een aardig idée hebt waar je staat in de nooit aflatende discussies over het al of niet aanwezig zijn van een opperwezen. Het verbaast dan ook niet dat mijn hernieuwde kennismaking met Rabbit, ergens tweede helft jaren ’90, een veel grotere indruk maakte, zozeer dat ik alle vier delen minimaal twee keer heb gelezen – met buitengewoon veel genoegen, dat spreekt.

In het afgelopen jaar kreeg Updike van het Britse Literary Review de 'Bad Sex in Fiction lifetime achievement award', die wordt toegewezen aan de auteur die de meest ‘onbehouwen, smakeloze of lachwekkende’ sexuele passage heeft geproduceerd. Aan het eind van Rabbit is Rich ontaardt een weekendje weg met een aantal bevriende stellen in een eenmalige groepspartnerruil. Lachwekkend is het bij vlagen zeker, maar het is vooral zo sterk omdat Updike juist die a-sexuele stunteligheid hier zo treffend onder woorden heeft gebracht.

Het sterke van de Rabbit Cyclus is verder dat de respectievelijke tijdgeest in elk deel zo sterk naar voren komt, zonder dat Updike het er dik oplegt. Het is opnieuw de som der delen die voor het juiste effect zorgt, waarbij Updike dankbaar gebruik maakt van de – al dan niet ‘lower’ – cultuuruitingen die Rabbit opvangt of ondergaat. Een hele rij late 50’s hits op de radio in Rabbit, Run; de zojuist uitgekomen 2001 A Space Odyssey van Kubrick in Rabbit, Redux of een hit van Donna Summer die Rabbit tijdens zijn autorit in de juiste stemming brengt in Rabbit is Rich.

De vier delen uit de Rabbit Cyclus staan continu op de nominatie voor een van mijn meest favoriete activiteiten: herlezen. Als altijd vormt de dood van een auteur een clichématige maar daardoor niet minder juiste aanleiding zijn werk weer eens uit de kast te halen. Afgelopen weekend ben ik voor de derde keer begonnen in Rabbit, Run en het lijkt of het leesplezier en de indruk die het werk op mij maakt met iedere herlezing alleen maar toenemen. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat Updike nog lang tot de canon van de 20e eeuwse Amerikaanse literatuur zal blijven behoren.

Kees Bakhuyzen

* De lezer treft echter ook in het werk van Updike zinnen die je in kunt lijsten, zoals deze zin uit Rabbit, Run: ‘Sleep this night is not a dark haunted domain the mind must consciously set itself to invade, but a cave inside himself, into which he shrinks while the claws of the bear rattle like rain outside.’

** Ondanks genoemd bezwaar verder een kleine passage om de lezer die onbekend is met de Rabbit Cyclus toch een indruk te geven van de stijl van Updike. In de volgende scène uit Rabbit, Run is Rabbit (Harry) Angstrom op weg naar het ziekenhuis, waar zijn echtgenote Janice op het punt staat te bevallen van hun tweede kind. Rabbit heeft Janice korte tijd daarvoor verlaten zonder een spoor achter te laten, maar inmiddels weet de hele familie dat hij samenwoont met Ruth, opgedoken via zijn oude basketball-coach en mentor Tothero. Voor een goed begrip van het slot van deze alinea is het van belang te weten dat Harry kort na zijn verdwijning in contact kwam met ‘reverend’ Eccles, die met zijn diepzinnige discussies over het geloof de nodige twijfel bij Rabbit teweeg heeft gebracht:

‘He runs most of the way to the hospital. Up Summer one block, then down Youngquist, a street parallel to Weiser on the north, a street of brick tenements and leftover business places, shoe-repair nooks smelling secretively of leather, darkened candy stores, insurance agencies with photographs of tornado damage in the windows, real-estate offices lettered in gold, a bookshop. On an old-fashioned wooden bridge Youngquist Street crosses the railroad tracks, which slide between walls of blackened stone soft with soot like moss through the center of the city, threads of metal deep below in a darkness like a river, taking narrow sunset tints of pink from the neon lights of the dives along Railway Street. Music rises to him. The heavy boards of the old bridge, waxed black with locomotive smoke, rumble under his feet. Being a small-town boy, he always has a fear of being knifed in a city slum. He runs harder; the pavement widens, parking meters begin, and a new drive-in bank faces the antique Y.M.C.A. He cuts up the alley between the Y and a limestone church whose leaded windows show the reverse sides of Biblical scenes to the street. He can’t make out what the figures are doing. From a high window in the Y.M.C.A. fall the clicks of a billiard game; otherwise the building’s broad side is lifeless. Through the glass side door he sees an old Negro sweeping up in green aquarium light. Now the pulpy seeds of some tree are under his feet. Its tropically narrow leaves are black spikes against the dark yellow sky. Imported from China or Brazil or somewhere because it can live in soot and fumes. The St. Joseph’s parking lot is a stripped asphalt square whose sides are lined with such city trees; and above their tops, in this hard open space, he sees the moon, and for a second stops and communes with its mournful face, stops stark on his small scrabbled shadow on the asphalt to look up toward the heavenly stone that mirrors with metallic brightness the stone that has risen inside his hot skin. Make it be all right, he prays to it, and goes in the rear entrance.’

Hachje

Multiculturele_heilstaat_1

Hachje

Afgelopen vrijdag luisterde ik naar Obalive, het discussieprogramma op radio 5 onder leiding van Theodor Holman. Het is een van de betere discussieprogramma's al blijven er tijdens de rondetafelgesprekken wel eens zaken onbenoemd waarvan ik maar niet wil begrijpen waarom dat gebeurt. Deze vrijdag boog het discussiepanel, bestaande uit Amanda Kluveld, Max Pam, Stephan Sanders en Theodor Holman zelf, zich over het zojuist verschenen pamflet Hitler in de polder & Vrij van God van de schrijver Joost Zwagerman.

Heel veel lof voor Hitler in de polder & Vrij van God bij Obalive en dat is verdiend want het is een leuk boek dat weliswaar geen nieuwe inzichten bevat maar dat wel op doeltreffende wijze verklaart hoe en door wie de Tweede Wereldoorlog en Hitler misbruikt worden in het voortslepende debat over de mulitculturele samenleving en over islam(kritiek) in het bijzonder. Zwagerman fileert de “lelieblanke elite” die tekeer gaat tegen christenen van diverse pluimage maar nu zij beseft in een muliticulturele samenleving te leven, zich schuldig maakt aan het demoniseren van vooraanstaande moslimimmigranten die religiekritiek op de islam in ons land durven te beoefenen. Denk aan Ehsan Jami, Ayaan Hirsi Ali en Sooreh Hera. Hier overtuigt Zwagerman zeer.

Van Grote Namen als Jan Blokker, Geert Mak, Hugo Brandt Corstius (“leider van het na-oorlogse verzet”) Frits Abrahams en J.A.A. Van Doorn blijft na lezing van dit pamflet weinig over. Ja, het is genieten als Zwagerman aan de hand van uitspraken van deze blanke intellectuelen laat zien hoe zij met dubbele tongen spreken en redeneren. Hij heeft het allemaal prachtig op een rijtje gezet, iets wat bijvoorbeeld de schrijver René Marres in zijn boek De verdediging van het vrije woord – De kwestie Wilders en de demonisering van een debat reeds haarscherp deed maar de romancier Zwagerman geeft er een andere dimensie aan - een zekere schwung - doordat hij er z'n eigen 'afdwarreling van zijn geloof' in verwerkt. Mooi hoor.

En toch zou ik willen dat het boek niet 71 pagina's telt maar 4 minder. Dan was het pamflet, voor mij althans, honderd procent geslaagd maar nu wordt de pret vanaf (onderaan) pagina 25 (t/m 29) enigszins bedorven. Zwagerman schrijft daar namelijk dat er moslims zijn die zich niet laten verleiden “tot de beschuldigingen van de zelfbenoemde ontmaskeraars van het radicale kwaad.” Hij noemt vervolgens de politici Ahmed Aboutaleb, Ahmed Marcouch en Tofik Dibi. Zij zouden 'niet verwijzen naar Hitler, Goebbels, Himmler en andere nazi's', maar dragen valide argumenten aan in het debat. Aldus Zwagerman.

Ik ben het eens met Zwagerman dat er Nederlandse moslims zijn die valide argumenten in het debat aandragen maar dat zijn geen politici en al helemaal niet deze drie. Nu heeft Zwagerman zoveel geweldig speurwerk verricht om de uitspraken van de blanke 'ontmaskeraars van het radicale kwaad' te verzamelen en op voortreffelijke wijze te analyseren, waarvoor blijvende hulde, maar hij laat na bij deze drie Grote (moslimse) Namen hetzelfde te doen. Hoe kan dat?

Ook deze drie heren misbruiken net als de blanke elite waartoe zij wel degelijk behoren als het hun uitkomt de Tweede Wereldoorlog om kritiek op de (politieke) islam te voorkomen, een islam die onverenigbaar is met de westerse normen en waarden die 't de laatste vijftig jaar zo goed deden, zodat bijvoorbeeld een Joost Zwagerman van z'n geloof kon afdwarrelen. Of ze doen andere malle uitspraken zodat je ze moeilijk ernstig kunt nemen.

Net als al die belachelijke uitspraken van de blanke elite die Zwagerman dus wel noemt, zijn ook de belachelijke uitspraken van de drie door Zwagerman zo te prijzen moslims via internet gemakkelijk te achterhalen. Ik wil Zwagerman daar best bij helpen maar eerst wil ik één merkwaardige zin uitlichten die op pagina 25 van zijn boek staat. Zwagerman schrijft daar: “Was ik moslim in Nederland, ik zou me inderdaad geschoffeerd voelen door de populistische slogans van Geert Wilders en zijn partijgenoten. Maar ik zou die schofferingen pareren met een lucide argumentatie en mij niet laten verleiden tot de beschuldigingen van de zelfbenoemde ontmaskeraars van het radicale kwaad.” Stel nu dat je het woord 'moslim' in deze zin door 'christen' vervangt zou Zwagerman zich dan ook geschoffeerd voelen, of juist niet? Maar dit terzijde.

Dan nu wat uitspraken van Achmed Marcouch. Zo zei Marcouch voor AT5 (juni 2006) het volgende: "We zien ook in Amsterdam bijvoorbeeld heel veel mensen klagen, meisjes met een hoofddoek die zeggen ik kom heel vaak mensen tegen die gewoon bang zijn voor moslims, die anti-islam zijn. Nou dat zijn de dingen, waar we dus ook op 4 mei vooral bij stil moeten staan en zeggen toen is het ook zo begonnen." (link)

Ik wil heus geen zout op elke slak leggen maar ik kan deze redenering geen “lucide argumentatie” noemen waaruit blijkt dat Marcouch “zich niet laat verleiden tot de beschuldigingen van de zelfbenoemde ontmaskeraars van het radicale kwaad”. Alleen al vanwege deze uitspraak verdient Marcouch niet de lof die Zwagerman hem geeft maar Marcouch heeft inmiddels zoveel spraakmakende beweringen gedaan waaruit blijkt wat voor gelovig vlees we met hem in de kuip hebben dat ik niet anders kan concluderen dan dat Zwagerman er helemaal naast zit.

Tofik Dibi dan. De journalist/schrijver en blogger Carel Brendel volgt deze GroenLinkser nauwgezet, hij noteerde eerder dit:
De radicale islam, vijand van alle beschavingen, heeft acht maanden later Tofik Dibi ingepalmd. De vrienden van sjeik Fawaz tekenen op dat de GroenLinkser tegen een verbod van boerka’s in het publieke domein is, en dat zijn partij zich sterk maakt voor de toelating van hoofddoekjes bij de politie. Dat is ‘de essentie van GroenLinks’, meent Dibi. Goed om te weten dat het verdedigen van een Middeleeuwse dwangbuis, waarin miljoenen vrouwen gevangen zitten, tot het wezen van een progressieve partij behoort. En dan te bedenken dat ik nog op de voorlopers van deze partij heb gestemd in een tijd dat ze op de bres stonden voor de vrouwenrechten.” Allemaal via internet te achterhalen.

Over Aboutaleb ("Nooit meer Auschwitz!") valt veel te zeggen maar misschien is het genoeg te vermelden dat de kersverse in Marokko geboren Rotterdamse burgemeester op wie wij volgens de heer Bos zo trots moeten zijn Achmed Marcouch volledig steunt en dat hij van Nederland een paradijs op aarde wil maken. Hoe dat te rijmen valt met de ideeën van Marcouch (hoofddoekjes bij de politie bijvoorbeeld), die zich weer laat inspireren door goeroe Tarik Ramadan (over dubbele tongen gesproken) en Said Qutb is mij een raadsel. Ik weet wél dat ik helemaal geen zin heb in dat paradijs van Aboutaleb en als vrouwen opletten, zouden ze daar eveneens een afkeer van moeten hebben.
Is iedereen de affaire Ewout Jansen vergeten? De cabaretier Ewout Jansen die tamelijk onschuldige grapjes over de islam had gemaakt mocht daarom van een Amsterdams moskeebestuurder worden gedood. Dat mocht. Aboutaleb, destijds wethouder, vond ingrijpen niet nodig, maar de jonge cabaretier kreeg daarna verdacht weinig boekingen meer zodat hij naar ander werk mocht gaan uitzien.

Noch Marcouch, noch Dibi, noch Aboutaleb heb ik ooit één goed woord over Ayaan Hirsi Ali horen uiten en dan druk ik me eufemistisch uit.

Ik begrijp heel goed dat Zwagerman graag goed 'moslimnieuws' wil brengen – wie wil dat niet? – maar ik neem hem kwalijk dat hij deze 'aanvullende' informatie niet met de lezer deelt. Nu krijg ik de indruk dat hij bereid is veel in te leveren om de multiculturele samenleving te doen 'slagen', en kan ik, vrouw, maar beter op m'n hoede zijn. Zwagerman overtuigt mij niet.

Bij een geslaagd voorbeeld van een moslim die valide argumenten aan het debat levert, moet je toch eerder denken aan een vrouw als Nahed Selim. Zij is geen politicus maar als je hoop wilt bieden, kun je niet om haar heen; zij heeft talloze zinnige (islam)kritische boeken en artikelen geschreven waarin ze nimmer een slachtofferrol aanneemt en waarin ze wel oplossingen en ideeën aandraagt om de integratie te doen slagen. En hoe graag de 'Jan Blokkers' dat ook zouden willen, er valt weinig tot niets op Selims 'toon' aan te merken. Of zou dat de reden zijn dat Selim door hen genegeerd wordt?

Terug naar het rondetafelgesprek daar op de vierde verdieping van de Amsterdamse bibliotheek over Zwagermans essay waarnaar ik via de radio luisterde. Stiekem hoopte ik dat deze intellectuelen wel zouden doorpakken, dat zij de guts zouden hebben om Zwagermans tekortkomingen te benoemen maar tot mijn spijt gebeurde dat niet. Stephan Sanders merkte wel op dat je christelijke religiekritiek niet kunt vergeleken met islamkritiek aangezien die nauwelijks heeft bestaan (alleen Averroes) maar verder bleef het vooral bij loftuitingen, nogmaals grotendeels zeer terecht maar niet helemaal als men wat verder kijkt en naar oplossingen streeft, en ik kan niet geloven dat hun ontgaan is wat mij direkt opviel. (Of was het half uur dat er voor dit pamflet was uitgetrokken gewoon niet lang genoeg?)

Wél ging het nog over Geert Wilders en diens vervolging. Max Pam haalde aan het einde van de discussie een uitspraak van Rudy Kousbroek aan die ook in Zwagermans boek staat: “Met de achterlijkheid van religies is het zoals in Orwells Animal Farm: all religious are equal, but the islam is more equal. De greep die deze godsdienst op zijn gelovigen heeft is vele malen sterker dan we bij ons gewend zijn. Toch ben ik ten aanzien van de islam nog tamelijk discreet, misschien wel uit angst voor mijn hachje.” (pagina 69)

Daarna vroeg Pam of dit ook voor hen hier aan tafel geldt, of de anderen nog steeds durven te zeggen of schrijven wat ze denken... en of het hun ook was opgevallen dat je wanneer je iets positiefs over Wilders wilt zeggen eerst duidelijk moet aangeven dat je nóóit op Wilders zou stemmen, of dat je niets met de man hebt, of iets van gelijke strekking (Gij Zult Geert Wilders Afvallen!). Stephen Sanders gaf eerlijk toe dat hij 't makkelijker vindt kritiek te hebben op bijvoorbeeld de katholieken. De enige die daar echt anders over dacht was een vrouw: Amanda Kluveld. Zij is zo razend over alles wat er gaande is dat ze dat wél doet, zij laat zich niets voorschrijven, waarna Max Pam, gesteund door Sanders, z'n bekende binnenpretlachje liet horen dat anders zo smakelijk klinkt maar me nu wat wrang in de oren klonk, hij zei (ondanks het storende achtergrondgeluid zo goed als letterlijk) ja, vrouwen hè, die zijn altijd veel radicaler. Ha, ha.

En toen was het (programma) afgelopen.

Annelies van der Veer