Vrouwen van dictators

In zijn boekje Dictator voor beginners (besproken in mijn stukje Dictators van 8 april 2011) geeft André de Guillaume tirannen in spe de keuze uit drie typen vrouwen: Het onbeschreven blad (type Eva Brown die zich totaal onderwierp aan Hitler), een vrouw met uitstraling (type Evita, de 'glamourvrouw' aan de zijde van Juan Peron), en lady Macbeth (type Jiang Quing, zielsverwant van man Mao, die net zo hard meekonkelt en manipuleert als hij, en uiteindelijk alleen op eigen macht en prestige uit is).


Daarbij adviseert De Guillaume toekomstige heersers er natuurlijk de nodige maitresses op na te houden, mits de wettige echtgenote voor nageslacht zorgt en enige discretie betracht in zake de escapades van haar man. Diane Ducret doet in haar boek Femmes de dictateur (2011) dat onlangs in het Nederlands is uitgebracht onder de titel In bed met een dictator een boekje open over de vrouwen van Mussolini, Lenin, Stalin, Salazar, Bokassa, Mao, Ceauşescu en Hitler. In haar inleiding stelt Ducret, dat de macht van dictatoriale systemen evenzeer op de aantrekkingskracht van de dictator berust als op dwang en tyrannie. Wie verlanglijstjes van vrouwen turft vindt daar volgens Ducret aardig wat wensen waarin dictators iets te bieden hebben, zoals daar zijn: zelfverzekerdheid, vastberadenheid, ambitie, welbespraaktheid en een goed verzorgd uiterlijk. Hitler ontving meer liefdesbrieven dan Alain Delon, Robert Redford en Mick Jagger samen. Steevast liet hij door zijn secretariaat een briefje terugsturen met de mededeling dat 'de Führer zich niet met privé-aangelegenheden inlaat'. Mussolini had wel plezier in de romantische correspondentie en hield er ook de nodige maitresses op na. En Mao kwam jonge vrouwelijke fans uit de provincie, vaak afkomstig uit arme boerenfamilies die alles aan de communistische partij te danken hadden en hem als heilsprofeet zagen, nog meer tegemoet: de Grote Roerganger liet een rechtstreeks transport organiseren naar zijn slaapkamer. Wat bezielt deze vrouwen, vraagt Diane Ducret zich af? “De dictators zijn wreed, gewelddadig, tiranniek en ontrouw. En toch houden hun vrouwen van hen. Ook al worden diezelfde vrouwen met talloze rivales bedrogen, opgeofferd aan de onverzadigbare passie voor de politiek, al worden ze bespied, bekritiseerd, opgesloten, ze willen niet van wijken weten. Omdat de dictator hen fascineert. Omdat de dictator niet zonder hen kan.” De auteur heeft zich ten doel gesteld in haar boek te onderzoeken welke duistere en krachtige banden de dictators en hun ega's al of niet bij elkaar houden. In Frankrijk is haar boek onderwerp van flinke discussie als ook een groot succes in de verkoop. Misschien niet verwonderlijk nu daar sinds een half jaar de verwevenheid van macht, libido en erotiek zo veelvuldig in de publiciteit is gekomen.
Laten we ‘het onbeschreven blad’ en ‘de vrouw met uitstraling’ even voor wat ze zijn, dan komen we bij ‘lady Macbeth’. Schoolvoorbeeld van dit type is volgens Diane Ducret de overambitieuze intrigante Jiang Qing die haar losbandige verleden uitwist met de executies van haar ex-geliefden. Vervolgens kopieert ze volgens Ducret Mao in uiterlijk, stem en handschrift, isoleert ze hem en dingt ze op die manier mee naar de absolute macht. Na de dood van Mao (1976 – De sinoloog Frank Dikötter schreef onlangs een inmiddels al bekroond boek over Mao’s Grote Sprong Voorwaarts, die 45 miljoen levens kostte) lijkt Jiang Qing favoriet voor de opvolging. Ze heeft twee rivalen: Hua Guofeng, die door Mao als officiële opvolger is aangesteld, en Deng Xiaoping, die officieel in ongenade is gevallen maar grote steun geniet bij de militairen. Ze probeert beide concurrenten tegen elkaar uit te spelen. Maar al snel wordt ze gearresteerd. In karikaturen wordt ze dan afgebeeld als een heks die haar tong uitsteekt en zich met de linker hand vastklampt aan de waarheid en met de rechter aan leugens. ‘Tienduizend messen in het lichaam van Jiang Qing’, wordt er op straat gescandeerd. In 1980 start het langverwachte proces tegen haar. Deng Xiaoping, die intussen aan de macht is gekomen, veroordeelt ‘de verraadster’ tot de doodstraf. Ze krijgt twee jaar bedenktijd. Toont ze berouw, dan mag ze in leven blijven. Weigert ze, dan wordt haar veroordeling omgezet in levenslang. Maar Jiang Qing wil het toneel op grootse wijze verlaten. Op 14 mei 1991 pleegt ze zelfmoord. Deng Xiaoping maakt het nieuws pas twee jaar later bekend. Om haar een roemvol heengaan te ontnemen en haar via de coulissen te laten afgaan.

Jiang Qing was de derde wettelijke vrouw van Mao. Met de eerste krijgt hij in de loop van de jaren twintig drie zonen. Maar hij is voortdurend op tocht en wijdt zich hartstochtelijk aan de politieke zaak. In 1928 trouwt hij in het geheim met een ander. In 1930 opent Mao een langdurige aanval op de stad waar zijn eerste vrouw en kinderen wonen. Ze weigert Mao af te vallen, wordt daarom berecht en geëxecuteerd. Mao’s verdriet komt te laat. Zijn tweede vrouw is steun en toeverlaat en trekt in 1934, vijf maanden zwanger van hun tweede kind, mee op de Lange Mars. Ze moet het kindje achterlaten en raakt ernstig gewond bij een aanval van Kwomintang vliegtuigen. In 1937 is ze weer zwanger. Dan haakt ze af en ze onderneemt een persoonlijke mars oostwaarts tot ze in Rusland uitkomt, waar de uit 1934 resterende granaatscherven eindelijk uit haar lichaam verwijderd worden. Het kind sterft. Zijn moeder wordt in een krankzinnigengesticht opgenomen. In 1947 haalt Mao haar terug,maar ook in China wordt ze opgesloten.

het echtpaar Ceauşescu
In 1971 ontvangen Mao en zijn derde vrouw, Jiang Qing, het echtpaar Ceauşescu. De Roemeense leider en zijn vrouw Elena beleven er de tijd van hun leven en luisteren aandachtig naar de lessen van de Grote Roerganger. Ze zijn enorm onder de indruk van de personencultus die hem te beurt valt en de massale hulde die daarmee gepaard gaat. Voor Elena betekent de reis een spoedcursus om perfect de rol van echtgenote van een communistische leider te leren spelen. Jiang Qing laat zien hoe ze dat in de Volksrepubliek China aanpakt: ze leidt met meesterlijke hand de propagandamachine en ze weet zichzelf prominent in de kijker te plaatsen. Dring je op de voorgrond en zorg ervoor dat je populair wordt, laat de Chinese First Lady haar weten. Als de Ceauşescu’s terug zijn in hun land, merken de burgers daar dat Elena zich een andere stijl heeft aangemeten. Ze is beter gekleed, heeft een verzorgd kapsel, laat zich gewilliger fotograferen en begint, los van haar man, een actieve rol te spelen binnen het propagandasysteem. Niet lang daarna wordt ze in de officiële krant van het land niet langer omschreven als de vrouw van de Conducator, het ‘genie van de Karpaten’, maar als kameraad Elena, ‘eerbare ingenieur, doctor, leider van de Nationale Raad voor Wetenschap en Technologie’. Binnen twee jaar zit ze in de regering. Uiteindelijk wordt ze vice-premier naast haar man Nicolae. Ze wordt professor in de chemie en verwerft zich meer dan tachtig eredoctoraten in binnen- en buitenland. Niet gek voor een eenvoudig boerenmeisje dat geen noemenswaardige opleiding heeft gehad. Ze dringt zich steeds meer op de voorgrond, schakelt iedereen die haar tegenwerkt uit en gaat zich te buiten aan excentriek gedrag en buitenissige aankopen. Daarbij is, behalve Jiang Qing, ook Isabel Perón een rolmodel voor haar, ‘de vrouw met uitstraling’, die ze in 1973 voor het eerst in Buenos Aires ontmoet. Ook met de Bokassa’s heeft de Roemeense despotenfamilie regelmatig contact. De vrouw met uitstraling zal Elena nooit helemaal worden, maar de rol van lady Macbeth krijgt ze aardig onder de knie. In haar eigen land rekent ze meedogenloos af met iedereen die haar maar een strobreed in de weg legt en op het wereldpodium rekent ze intussen op niets minder dan op een Nobelprijs. Voor of in wat dan ook. De chemie of de vrede. Dat maakt haar niet uit. In 1984 betrekken Elena en Nicolae Ceauşescu hun nieuwe presidentiële paleis, het ultieme bewijs van hun gemeenschappelijke waanzin, omsingeld door secuur patrouillerende manschappen van de Securitate. Volgens Ducret is dit megalomane pand na het Pentagon nog altijd het grootste presidentiële gebouw ter wereld. Anderhalfjaar lang werkten twintigduizend arbeiders er dag en nacht aan. Maar liefst 35.000 m2 bewoonbare oppervlakte werd er gecreëerd op een totale grondoppervlakte van 45.000 m2. Een miljoen kubieke meter Roemeens marmer was erin verwerkt. Overal luxe en rijkdom. In deze gigantische weelderige kolos vervreemdt het dictatoriale echtpaar steeds meer van de wereld , waken beide echtelieden over elkaar en koesteren ze elkaars neuroses. Tot die avond van de 21ste december 1989, wanneer Nicolae en Elena beginnen te stotteren wanneer ze vanaf het bordes tot hun verbazing en ontzetting moeten vaststellen dat het verzamelde publiek niet langer nog ontzag en eerbied wenst te veinzen voor zijn onderdrukkers. Drie dagen later horen ze hand in hand hun doodvonnis aan dat onmiddellijk wordt uitgevoerd.

Diane Ducret meet de lessen die Elena van haar seksegenoten Jiang Quing en Isabel Perón heeft geleerd en het machtsoffensief dat de Ceauşescu’s na hun culturele reizen door Azië en Zuid-Amerika in het eigen land en daarbuiten ontplooien, breed en – met het oog op de afloop – met enig leedvermaak uit. De jaren zeventig en tachtig vormen ook de periode van de grote megalomane projecten die de Roemeense tirannen, nu zij aan zij, in hun eigen land entameren. Behalve de bouw van het eigen stulpje worden daar buiten talloze idiote plannen begonnen of afgemaakt. Schrijver Jaap Scholten brengt er – vanuit het perspectief van de ontzielde Hongaars-Roemeense aristocratie in Transsylvanië– verschillende te berde in zijn boek Kameraad Baron waarvoor hij eind oktober de Libris Geschiedenisprijs ontving. Eigenlijk is het helemaal geen geschiedenisboek (en zeker niet te vergelijken met Congo van David Reybrouck, de winnaar van vorig jaar); het zijn verslagen van reizen die Scholten en zijn uit de Hongaarse aristocratie afkomstige vrouw de afgelopen twintig jaar maakten door Transsylvanië en de gesprekken die ze er hadden met leden van oude adellijke families die vreselijk hebben geleden onder het Roemeense communisme. In één van de hoofdstukken wordt zo’n waanzinnig project besproken: de aanleg van het Donau-Zwarte Zee-Kanaal, oftewel ‘het graf van de Roemeense bourgeoisie’. Het plan was al in 1947 door Stalin met dictatoriale klem aanbevolen. In Ingenieurs van de ziel beschrijft Frank Westerman hoe Stalin in de jaren dertig al een kanaal tussen de Witte Zee en de Baltische Zee (277 km lang) had laten aanleggen door dwangarbeiders. Daarbij vergeleken was de verbinding tussen de Donau en de Zwarte Zee een peulenschil (64 km). In hun hoogtijdagen zetten de Ceauşescu’s ook met de aanleg hiervan de vaart erin: ‘Cu particul nostra mare, Ducu Dunatra la Mare’ (Met onze grote partij brengen wij de Donau naar de Zwarte Zee). Maar bij de opening van het laatste kanaal in de verbinding tussen Noordzee en Zwarte Zee konden heel wat arbeiders de ontstaansgeschiedenis niet meer navertellen. Tot hen behoorden talrijke vertegenwoordigers van de oude Roemeense adel. Scholten verhaalt indringend van de vele barbaarse strafkampen, de meedogenloze dwangarbeid en het leed van de aristocratie in de Donau delta, het ‘Roemeense Siberië’(letterlijk en figuurlijk). En ook van de vernederingen en ontberingen van de adel elders in Roemenië. Dat komt overigens ook heel goed over zonder het veelvuldig gebruik door Scholten (die zelf afkomstig is uit kringen van ‘textielbaronnen’ in Twente – mijn oma werkte er als kokkin) van epitheta als ‘verfijnd en bescheiden’, ‘goedlachs’ en ‘gezegend met een krachtig gezicht’ voor zijn zegslieden. Niettemin zijn het aangrijpende verhalen uit kringen van de overlevenden en nazaten van adellijke geslachten uit Transsylvanië, die getuigen van een tragische ondergang maar ook van een sterke overlevingsdrang.

Iedereen die door de voormalige Oostbloklanden heeft gereisd, kent de foeilelijke architectuur. De grijsgrauwe blokken beton waarin generaties eerzame werkers van de voormalige sovjet-satallieten zijn opgehokt. Maar ook de monsterlijke en protserige culturele gebouwen en immense volkspaleizen gebouwd volgens de rigide principes van de sociaal-realistische architectuur. Tot in Tadzjikistan en Kirgizië aan toe. De schellen vallen je van de ogen als je het lijvige en rijk geїllustreerde boek van Frédéric Chaubin doorbladert: CCCP (Cosmic Communist Constructions Photographed - 2011). Op weg voor een interview met president Sjevardnadze van de republiek Georgië kwam fotograaf en journalist Chaubin in aanraking met de moderne Sovjet architectuur. Dit was de start van een uitgebreide fotoreeks die uiteindelijk leidde tot de uitgave van zijn boek CCCP. Chaubin’s ontdekkingstocht voerde hem van Kazachstan tot Estland en van Macedonië tot in Turkmenistan. Langs luchthavens, hotels, universiteitsgebouwen, stadions, kantoren, tv-torens, ambassades en sanatoria. Chaubin fotografeerde 90 gebouwen, alle ontstaan in de laatste fase van het sovjet-imperium, waaronder ook de Sovjetambassade in Havana. Door dit te doen bij prachtig licht, vanuit een gunstige optische hoek en zonder een verpauperde context worden het ineens prachtige monumenten, met sciencefiction-achtige omtrekken, fabelachtige daken en gracieuze muren. Wanstaltig wordt hier wonderlijk mooi. Het zijn sublieme monsters, megastructuren in beton, geїnspireerd op de constructivisten en suprematisten uit het begin van de 20ste eeuw ѐn op westerse moderne architecten. Zoals het Ministerie van Snelwegen aan de Kura rivier in Tblisi, de architectuurfaculteit in Minsk of het Droezjba sanatorium bij Jalta aan de Zwarte Zee. Wie van de zomer naar de EK-finale in Kiev gaat, moet beslist een kijkje gaan nemen bij Het Oekraїense Instituut voor Wetenschappelijk en Technologisch Onderzoek of bij het vreemd-schone crematorium aldaar, een specimen van Oekraїens expressionisme à la Géhry. Doe het als Nederland weer eens tweede wordt. Of niet eens verder komt dan Charkov. Ook daar staan trouwens een paar fraaie gebouwen. Zoals het Zuid-station en het stedelijke hoofdpostkantoor. Charkov kent een uitgebreid metronet, waarvan de modernste stations zijn opgeleverd op het breukvlak van de oude en de nieuwe periode. Volgens sites die berichten over de mogelijkheden van deze studenten- stad (13 universiteiten) taalt er – zeker sinds de oranje revolutie - geen vrouw in Charkov nog naar een heerser of dictator. Een Poetin in de Oekraїne is niet meer voorstelbaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen