"In naam van de islam, mijn godsdienst, was de oorlog verklaard; ik moest een keuze maken."

"In naam van de islam, mijn godsdienst, was de oorlog verklaard; ik moest een keuze maken. Aan welke kant stond ik? Stond de islam dit soort slachtingen toe, of riep ze er zelfs toe op? Keurde ik, als moslim, de aanslagen goed? En als ik die afkeurde, wat was mijn standpunt dan over de islam?
(…)

Elke gelovige moslim die volgens de echte islam wilde leven - de islam van de Moslimbroederschap, de
islam van de Koranscholen - moet de aanslag op het World Trade Center op z'n minst hebben goedgekeurd, ook als ze die niet actief steunden. Dit ging veel verder. En het had niets met frustraties te maken. Dit ging om het geloof.
(…)

Maar ik kon niet langer wegkijken van het zuivere morele raamwerk dat door de islam wordt gevormd, en ik zag een totalitair systeem. Het leven wordt ermee tot in de kleinste details geregeld, waardoor de vrije wil wordt onderworpen. De ware islam - als onbuigzaam geloofssysteem - leidde inderdaad tot wreedheid, vond ik. De onmenselijke daad van die negentien kapers was het logische gevolg van dit gedetailleerde systeem om het menselijk gedrag te reguleren. En de wereld in te delen in wij en zij - zij die de islam moeten aanvaarden of vernietigd moeten worden.
(…)

Wij moslims zouden ons kunnen losmaken van de leerstellingen die overduidelijk tot onwetendheid en onderdrukking leiden. Ik vond dat wij moslims eigenlijk heel veel geluk hadden: er waren zoveel boeken. De moslims konden de Verlichting overslaan, net zoals de Jappaners dat hadden gedaan. We zouden onze dogma's tegen het licht kunnen houden, ze nauwkeurig bestuderen en vervolgens de strenge en onmenselijke tradities verzachten met de vooruitgang en met de waarden van de moderne wereld. We zouden onze houding moeten bepalen tot individuele expressie.

Als ik er op deze manier over wilde nadenken, moest ik ten eerste geloven dat de Koran betrekkelijk was, niet absoluut, dus niet de letterlijke woorden door God gesproken, maar gewoon een boek. Ik moest ook het idee van de hel verwerpen - dat dreigende vooruitzicht had me altijd terughoudend gemaakt bij het leveren van kritiek op de islam. En op een avond dacht ik: maar als dat zo is, wat geloof ik dan werkelijk van God?

(…) Ik zei tegen Abshir: 'Al die uitspraken die Bin Laden en zijn mensen uit de Koran citeren om de aanvallen te rechtvaardigen, heb ik opgezocht - en ze staan er allemaal in. Als de Koran tijdloos is, dan geldt hij dus ook nu voor alle moslims. Zo mogen moslims zich dus gedragen als ze in oorlog zijn met ongelovigen. Het gaat niet alleen om de strijd bij Badr of Uhud in de zevende eeuw'.
(…)

'Ja, maar die verzen in de Koran over vrede zijn alleen van toepassing op het leven van moslims onderling. De Profeet heeft ook gezegd: "Voer oorlog tegen de ongelovigen." Wie zijn die ongelovigen en wie besluit wanneer we oorlog moeten gaan voeren?'

Het is mogelijk om jezelf te bevrijden - om het geloof aan te passen, het kritisch te bekijken en voor jezelf te bedenken in hoeverre dat geloof zelf de basis vormt voor onderdrukking.

Uit: Mijn Vrijheid - Ayaan Hirsi Ali, uitgeverij Augustus

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen