Klassieke muziek leeft

Roll over Beethoven
And tell Tchaikovsky the news


(Chuck Berry)

Maarr.. klassieke muziek leeft.

Ruim een week geleden probeerde ik de cd Canto Ostinato van de componist Simeon ten Holt te kopen. Ik wilde ‘m eerst nog eens helemaal beluisteren voor ik naar de documentaire Over canto op het IDFA-festival zou gaan. Helaas. Nergens te krijgen. Overal uitverkocht. Wat bleek? De film en het muziekstuk waren de dag daarvoor onderwerp van gesprek geweest in De wereld draait door. Nou, dan weet je het wel. Dat kan het verschil betekenen tussen goed en verschrikkelijk goed verkopen. Vraag maar aan Buwalda. En vraag maar aan Anne-Gine Goemans, die in de NRC van twee weken geleden een vermakelijk stukje schreef over het feit dat ze met haar tweede boek Glijvlucht overal werd besproken maar dus niet in DWDD. Ze eindigt haar overdenkingen hoopvol: “Na een optreden in café Cox in Amsterdam vertelt een bron binnen DWDD dat het juist weer heel cool is als je niet in het programma zit. Dan stelt een boek pas echt wat voor, zegt de bron”.

Goed, About Canto van filmmaker Ramon Gieling kwam in DWDD dus wel aan bod. De regisseur was
er. De vrouw van de componist, Colette Noël, die in de film vertelt hoe ze na het horen van het begin van Canto Ostinato haar man verliet en later de partner werd van de componist. En de dj Arjen Bergijk die een paar maten als aandenken aan zijn moeder op zijn arm liet tatoeëren. Zo vertellen meer mensen, ook buiten Nederland, in de film hoe dit stuk van Ten Holt hen bij de kladden heeft gegrepen. Zoals de man die zich liet opereren onder begeleiding van Ten Holts muziekstuk voor vier vleugels. Gieling vergeleek Canto Ostinato in DWDD met de Graal die zich nooit helemaal prijsgeeft. Voor de figuren in zijn film vormen de pianoklanken van Ten Holt een bron van troost. Ze vertegenwoordigen, zegt Gieling, de schoonheid van de pijn. En dan is er in de uitzending van DWDD nog precies één minuut tijd voor een fragment uit Canto Ostinato, gespeeld door Kees Wieringa en Polo de Haas (die ik me altijd herinner als de pianist die in het programma Shaffy Chantant – op de plaat uit 1966 - muziek van o.a. Scarlatti speelt).

Klassieke muziek is in. En er worden verwoede pogingen ondernomen om Mozart en Mahler ook aan een jongere doelgroep te slijten. DWDD besteedt veel aandacht aan muziek en sinds enige tijd ook aan de klassieke variant daarvan. Zo is er de live uitgevoerde opera naar aanleiding van een actuele gebeurtenis. De laatste in de reeks bezong de val van Berlusconi. Marcel Reijans was de tenor, Merlijn Twaalfhoven componeerde de muziek. Er werd gespeeld door het Ragazze kwartet. En het libretto was van de tegenwoordig in Genua wonende schrijver Ilja Pfeiffer die als thema het cijferspel had genomen. Het aantal stemmen, de rente, de leeftijden van de bunga-bunga - meisjes. Allemaal cijfers die tijdens de uitvoering van de ultrakorte opera prijkten op de ontblote borsten van zes modellen.

Verder zijn dirigent Jaap van Zweden en de broertjes Lucas en Arthur Jussen graag geziene gasten aan de tafel van DWDD en Pauw & Witteman. De broertjes hebben net hun tweede CD met werk van Schubert uitgebracht. Ze vertellen erover in het blad Luister en het blad Klassieke Zaken, waarin ook harpiste Lavinia Meijer aan het woord komt. Zij is ambassadrice van de actie Aangenaam Klassiek (www.aangenaamklassiek.nl) en bij aankoop van de dubbel CD Aangenaam Klassiek krijg je haar CD met werken van Philip Glass cadeau. Evenals Ten Holt is deze componist een vertegenwoordiger van de moderne minimalistische klassieke muziek, al mag je dat niet van hem zeggen. Glass heeft het over ‘repeterende structuren’. Met hem stond Lavinia Meijer afgelopen mei op het podium van De Melkweg in Amsterdam. Ook de broertjes Jussen willen met optredens op podia die niet direct geassocieerd worden met klassieke muziek (zoals de Yellow Lounge op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam), een jonger publiek aanspreken. Een andere tendens is om klassieke muziek te combineren met andere vormen van kunst. Het Ragazze kwartet (niet te verwarren met het Italiaanse klassieke duo Gazzana) treedt ook op met toneelgroep Orkater (zoals op het Oerol festival in juni j.l.) en in samenwerking met choreografe Aafje Franken spelen ze stukken waarin ze ook onderdeel zijn van de choreografie. Radio Kootwijk life experimenteert met andere concertvormen, waarin gastheerschap voor en na het concert, samenwerking met andere disciplines, belichting, aankleding en interactie met het publiek een belangrijke rol spelen. Chef-dirigent van Het orkest van het Oosten, Jan Willem de Vriend, werkte samen met schilder Paul Kamphuis, die geïnspireerd door de muziek van Beethoven, zes grote portretten van de componist maakte die tijdens de concerten achter boven het orkest hingen. De samenwerking heeft geresulteerd in een prachtig boek, waarin de portretten gereproduceerd zijn: Beethoven. Negen symfonieën. Zes schilderijen. Boeiende verhalen staan erin. Van Kamphuis en De Vriend (waarom hij natuurinstrumenten uit de tijd van Beethoven gebruikt) en van twee orkestleden. Plus CD. Een derde tendens is dat musici componisten spelen met andere instrumenten dan gebruikelijk. Vivaldi op accordeon en Erik Bosgraven speelt Bach op blokfluit.

De tiende van Tijl
Afgelopen seizoen pleitten een aantal muziekkenners voor een talentenjacht op tv, maar dan op het gebied van klassieke muziek. DWDD experimenteerde er een aantal keren mee. Natuurlijk niet langer dan twee minuten. Dat is wel de limit in dat programma. Hoewel: Reinbert de Leeuw speelde in DWDD 4’33’ van John Cage. Vier minuten en drieėndertig seconden stilte. Uit onderzoek bleek dat er relatief niet eens veel mensen wegzapten. Zo kan het dus ook: gewoon klassieke indrukwekkende doodse stilte. Van die talentenjacht is het overigens nog nog niet gekomen. Wel is er dit seizoen een programma als De tiende van Tijl op de buis, waarin Tijl Beckand op aanstekelijke wijze musici en klassieke muziek presenteert en de grenzen tussen klassieke en populaire muziek probeert op te rekken. En radio 4 wordt steeds populairder. Wat Paul Witteman en Stephan Sanders al in boekvorm (plus CD) deden, daarvoor zorgen nu schrijvers, politici en anderen op radio 4. Zij vertellen (ieder steeds een week lang in ‘het klassieke hart’) over hun interesse voor klassieke muziek en hoe ze daartoe zijn gekomen. Zoals Emile Roemer, Hans Jansen, Peter Buwalda, Lee Towers en Nadja Hüpscher (ik doe een volkomen willekeurige greep).

Ook de directies van concertzalen zitten niet stil. Sommige bedenken van alles en nog wat om de vorm van concerten te vernieuwen en om interactie tussen uitvoerenden en het publiek tot stand te brengen. Dirigent en orkest moeten dichter bij de mensen staan. Het moet allemaal minder formeel worden met die al 500 jaar bestaande concertpraktijk. We kunnen ons intussen toch zelf wel disciplineren. Daar hebben we echt geen strenge concertetiketten meer voor nodig. Zo lijkt de redenering te zijn. Wat misschien de doorslag geeft, is het feit dat de geldkraan uiteindelijk dichtgaat, als Henk en Ingrid aan de concertzalen voorbij blijven gaan.

Nanette Ris van Vredenburg Utrecht spreekt van een noodsituatie. Het is volgens haar vijf voor twaalf. De inhoud is het probleem niet. Aan de vorm moet gedokterd worden. Vredenburg organiseert daarom bijvoorbeeld nachtconcerten waarin een aansprekend persoon (zoals Carice van Houten) het publiek betrekt bij het muziekgebeuren. Oosterpoort in Groningen organiseerde een samenwerking met Armin van Buuren: zijn muziek werd gespeeld door het Noord-Nederlands orkest. Oosterpoort organiseerde ook optredens van jonge musici op lokaties als de universiteitsbibliotheek en de Hanzehogeschool. De stadsgehoorzaal in Leiden betrok het publiek bij de muziek door onderzoeken waarin gevraagd werd naar voorkeuren voor de klank van de gong in de foyer, de wenselijkheid van een praatje van de dirigent en suggesties voor de aankleding van de zaal en de musici. Dadelijk gaan ze nog onderzoeken wat voor koffie het beste smaakt voorafgaande aan een suite van Bach, of welke wijn het beste drinkt na Brahms en of Stockhausen niet gespeeld kan worden in spijkerbroek van een bepaald merk.

Janine Jansen
Niet elke musica is een Janine Jansen (ze is gelukkig weer terug van weggeweest), en niet elke musicus een Hans Liberg of André Rieux. Maar er zijn natuurlijk veel gradaties daartussen. Op het cellofestival dat eens in de twee jaar in augustus in Zutphen wordt gehouden zag ik Ernst Reijseger (cello dus) optreden met de Italiaanse accordeonist Biondini (zij spelen ook in films van Werner Herzog – Reijseger componeerde voor meer films, o.a. voor de Ajax-documentaire Daar Hoorden Zij Engelen Zingen – tgv het 100-jarig bestaan van de club in het ook toen roerige en desastreus verlopen seizoen 1999/2000). Op een gegeven moment daalde Reijseger met cello en al van het podium van de schouwburg de zaal in om daar een vermakelijke en spannende ronde te maken, waarin hij doorspeelde maar ook improviseerde op mensen en voorwerpen die hij tegenkwam. De accordeonist improviseerde dáár weer op. Het publiek was volledig verrast.

Hoe mensen volledig overdonderd kunnen zijn door klassieke muziek toont de documentaire Over canto van filmmaker Ramon Gieling. Het IDFA-festival organiseert dit jaar voor het eerst - in samenwerking met de Melkweg - Play, een crossover programma waarin vijftien muziekdocumentaires strijden om de Best Music Documentary Award. Aansluitend op de films zijn er optredens. Eén van die muziekdocu’s gaat over de poptempel Paradiso die veertig jaar bestaat. In een ander (Songs) vraagt de Braziliaanse regisseur Eduardo Coutinho landgenoten simpelweg op een kruk te gaan zitten en hun lievelingslied te zingen. En dan is er dus Over Canto. Veel van Gielings werk is gerelateerd aan Spanje, zoals En Un Momento dado (mooie docu over de impact van Cruijf, in dit geval op Catalonië), De tuin van de herinnering (over de terroristische aanslagen in Madrid 11 maart 2004), De gevangenen van Bunuel, Tramontane (een speelfilm over een liefdesverhaal in het Noord-Spaanse kunstenaarsdorp Cadaqué - Lorca, Picasso, Dali – dat in de winter geteisterd wordt door de tramontana, de koude wind vanaf de Pyreneeën). En andere films over mensen in Spanje, van zangers tot een filmoperateur en een zigeuner-smid). Altijd gaat het bij Gieling over passie en gevoel. Over zaken die alleen intuïtief te benaderen zijn. In Duende bijvoorbeeld probeert Gieling het magische moment van de duende in o.a. de flamenco , het stieren vechten en het theater filmisch te benaderen. Prachtige film, een soort filmessay. Ook in Over Canto gaat het over magische kracht, in dit geval van de Canto Ostinato, een muziekstuk voor vier vleugels (1976) dus van Simeon ten Holt over wie Gieling al eerder korte films heeft gemaakt.

Vier vleugels staan in een kring opgesteld in de stationshal van Groningen. Toevallige en minder toevallige voorbijgangers luisteren naar de anderhalf uur durende uitvoering van Ten Holts compositie die door velen als bezwerend wordt ervaren. Gieling probeert de mysterieuze kracht van deze muziek te doorgronden in portretten van mensen die er diep door zijn geraakt en op wie deze compositie een ingrijpende invloed heeft gehad. Verschillende stukjes uit de film zijn te zien op Youtube. Helaas is het me niet gelukt een kaartje te bemachtigen voor een voorstelling op het Idfa. Lange, lange rijen stonden er. De voorstelling was steeds uitverkocht.

Ook de CD van Canta Ostinato heb ik nog niet kunnen bemachtigen. In twee muziekzaken was twee maal een nieuwe partij (verschillende versies) gearriveerd maar ook meteen weer uitverkocht. Ook voor het concert (twee vleugels: Saskia en Jeroen van Veen) van zaterdag j.l in het De la Mar theater in Amsterdam was ik te laat. Carice van Houten zei naar aanleiding van een eerdere uitvoering in het De la Mar in de Revu: “Er wordt wel gezegd dat je het ervaart als een treinreis, waarin je meerdere landschappen doorkruist (…). Negentig minuten later stapte ik uit de trein. Strontgelukkig. “ Ook deze trein miste ik dus. De 40 ligplaatsen (over nieuwe vormen gesproken) waren al vergeven. Deze week komt er weer een nieuwe zending van Canto Ostinato bij mijn muziekwinkel binnen. En vanaf 8 december draait Over Belcanto in de bioscopen. Ik ben benieuwd of de ervaring met Canto Ostinato en Over Canto mij tot bijzondere beslissingen zal brengen.

4 opmerkingen:

  1. WAUW. Wat een post. Ik wou dat ik zo veel te vertellen had. De twee minuten-acts van DWDD zijn trouwens wel echt dé grap van dat programma. Laat ze toch lekker hun nummers afspelen! (:

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Knap dat jullie 't kunnen opbrengen uberhaupt naar DWDD te kijken.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Mooie post! Bijzonder om te zien dat klassieke muziek zo in de publiciteit staat. Ik ben het zeker met Luc eens, laat ze toch lekker hun nummers afmaken in DWDD, die paar minuten langer. Ik denk dat het publiek dat alleen maar meer waardeert!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Interessante muziek! Maar volgens mij zou het ook prima op twee vleugels kunnen. Het gaat hier natuurlijk om een beeld. Vier vleugels, mooi in een vierhoek, waarschijnlijk om de klank in het centrum te concentreren.

    BeantwoordenVerwijderen