En ik geloofde het allemaal, toen, maar nu niet meer.

(...) Waar had ik dat aan verdiend, als jongste held van het Verzet? Ja, hoe zat dat? Was het eigenlijk niet helemaal verkeerd om dat soort mensen toe te laten in de 'ondergrondse' of 'de illegaliteit', zoals toen het Verzet in sprookjestaal werd aangeduid? Die christelijke mensen, dominees of niet, daar had je toch niks aan? Erger nog: dominees die verkondigden toch in hun preek dat de arbeiders gehoorzaam hun lot
als slaven van de kapitalistische uitbuiters moesten blijven dragen? En protestant of rooms, dat was toch één pot nat? De paus van Rome speelde toch onder één hoedje met het internationale oliekapitaal, en zegende toch bij elke imperialistische oorlog de wapenen? En Rome stond toch gewoon achter Hitler? Thuis had ik dat geleerd, en ik begreep en onthield alles. En ik geloofde het allemaal, toen, maar nu niet meer. Kijk, dat is het verschil tussen U en mij. Ik bid voor U, en dat is mijn plicht, maar eigenlijk kunt U van mij doodvallen. Ja, in een vlaag van medemenselijkheid schreef ik dat ik U wel aan een kerkhof en een blinde muur zoude helpen, maar U moet het maar zelf bekijken: dood is dood, zo zie ik het. Er zijn gerust heel wat mensen die het voor honderd procent met mij eens zijn, meer dus dan U denkt.

Uit: Het Boek Van Violet En Dood, Gerard Reve, pag. 234/235, uitgeverij L.J. Veen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen