"Deze zaak echter, klein en min of meer lachwekkend"


(...) Ik kom nu tot mijn slotconclusie. Ten eerste acht ik het niet aanwezig van enige smaling boven alle twijfel bewezen; ten tweede acht ik het begrip godslastering juridisch onhanteerbaar: waar een beslissing niet mogelijk is, dient de verdachte als onschuldig beschouwd te worden; zoudt U mijn zienswijze niet delen, dan moet volgens mij het subsidiaire standpunt gelden, dat Godslastering een opzettelijk boosaardige Godsvoorstelling inhoudt, die hier, ondanks het ietwat onalledaagse van de voorstelling, kennelijk nergens aanwezig is; en ten derde, wat de krenking betreft, kan ik, gezien al het vuil en de niet ter zake doende hetze die door al deze menseneters over mij is uitgestort, niet zo gemakkelijk in de heiligheid en kwetsbaarheid van die gevoelens geloven.

Ik moet reeds tot ontslag van rechtsvervolging concluderen terzake smaling en godsslastering, maar wat de krenking betreft: bewezen is die allerminst, doch het afwezig zijn ervan is evenmin, ooit, te bewijzen; misschien zouden we ten aanzien hiervan het standpunt kunnen innemen: leven en laten leven. Ik bedoel daarmede: laat U deze mensen toch alstublieft hun gegriefdheid, want als ze die niet meer bezitten, hebben ze niets meer en zijn ze niets meer.

Hiermede kom ik aan het einde van mijn pleidooi. Het is misschien voor het eerst in de Nederlandse rechtspraak, dat een verdachte iets requireert, maar het zij mij toegestaan. In deze zaak staat voor mij betrekkelijk weinig op het spel: wat last, wat drukte, wat opwinding, en de kans op een minuscule boete - gevangenisstraf zou wel sjiek zijn, maar mij lukt zoiets toch nooit - welke boete ik vermoedelijk voor de fiscus nog als kosten van verwerving van mijn bruto inkomen zou mogen aftrekken: ziedaar mijn risico's. Deze zaak echter, klein en min of meer lachwekkend als zij moge schijnen, is van principieel belang voor de toekomst van de traditionele burgerlijke vrijheden. Daarom meen ik, als burger van de rechtsstaat die dit land nog steeds is, te mogen eisen dat U een vonnis zult vellen, dat, hoe het ook voor mij persoonlijk moge uitvallen, door de jurisprudentie die het schept, ertoe zal bijdragen dat deze wet, die in strijd is met de beginselen ener moderne rechtsstaat, en die koren op de molen is van de vijanden der vrijheid, terecht komt op de enige plaats waar zij thuisbehoort, en dat is: in de prullenmand.

Moge de Geest, die niet de wil van mensen gehoorzaamt, maar die waait waar hij Zelf wil, U bij het vellen van Uw vonnis leiden. Ik dank u.

Zie hierbij ook 'Het Ezelproces'.

Gerard Reve
Uit: Pleitrede Voor Het Hof
Gerard Reve - Verzameld Werk deel 2
L.J. Veen
Amsterdam/Antwerpen
1999

2 opmerkingen:

  1. Wat een geweldige schrijver was Gerard Reve toch. En kijk waar we het tegenwoordig mee moetne doen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @ Willem

    Schrijf eens een boek, zou ik in dat geval willen opmerken..

    BeantwoordenVerwijderen