Het Arabische verraad van de Palestijnen


In de vier decennia waarin ik heb gelezen over internationale betrekkingen en de geopolitiek van het Midden-Oosten ben ik waarschijnlijk geen geschiedkundig werk tegengekomen dat een duidelijker licht werpt op de ware bronnen van Palestijns terrorisme en het onoplosbare conflict met de realiteit van Israël dan het boek Palestine Betrayed van Efraim Karsh. Als er ooit een boek was dat de kwalificatie tour de force ten volle verdient, dan is dit het wel. Het is alleen jammer dat dit boek waarschijnlijk alleen gelezen zal worden door diegenen die al positief staan tegenover de staat Israël - en de meesten van hen zullen er waarschijnlijk alleen maar doorheen bladeren, zonder daarbij de subtiele kracht van de argumentatie ten volle in zich op te nemen.

Karsh is hoogleraar en hoofd van het Midden-Oosten en Mediterrane Studies programma op King’s College, Londen. Hij is de auteur van Saddam Hussein: A Political Biography (1991); Empires of the Sand: The Struggle for Mastery in the Middle East 1789–1923 (1999); The Arab-Israeli Conflict: The Palestine War 1948 (2002) en Islamic Imperialism: A History (2006). In dit laatste boek probeert hij het historisch perspectief recht te zetten van hen die, hetzij afkomstig uit Israël, hetzij afkomstig uit de Arabische wereld of het Westen, geloven dat het Zionisme de schuld is van de onophoudelijke cyclus van gewelddadig conflict in het Midden-Oosten en dat de belangrijkste reden hiervoor ligt in de Zionistische etnische zuiveringen van Palestijnse Arabieren in de oorlog van 1948. Israëlische revisionistische historici als Benny Morris en Avi Shlaim bevinden zich onder degenen waarmee hij de strijd aanbindt, maar hij probeert in de eerste plaats een historische verklaring te vinden die tegenwicht kan bieden aan de onophoudelijke en fnuikende propaganda van de Arabieren en hun westerse supporters betreffende de gebeurtenissen in de jaren ’40 en dat wat de Arabieren ‘El Nakba’ noemen, ‘De Catastrofe’, waarin zij Palestina verloren aan de Joden.

Dit is een belangrijk historisch werk en het is Karsh gelukt een boek te leveren dat zou moeten worden gezien als het nieuwe referentiekader voor een begrip van de bronnen van het Palestijnse conflict. Dat referentiekader is dat Zionisme niet de oorspronkelijke oorzaak was van zowel het conflict als de vlucht van Palestijnse Arabieren uit hun huizen in 1948, maar dat dit alles te maken had met de weigering van de Arabische leiders een schikking op wat voor gronden dan ook te accepteren met de Joden betreffende een Joodse staat. Tenzij men uitgaat van de ongegronde aanname dat Palestina natuurlijk


toebehoort aan de Arabieren (om preciezer te zijn: Moslim Arabieren), kan er geen basis zijn voor de voortdurende en gewelddadige afwijzing door de Arabieren van het idee van een Joodse staat. Er woonden tenslotte al Joden in ‘Palestina’ lang voordat er enige Arabieren woonden en er was nog nooit eerder een Arabische staat Palestina. Daar komt nog bij dat de Joden de Arabieren graag wilden helpen moderniteit, vrijheid en voorspoed te bereiken. Volledige afwijzing van enige vorm van zelfbeschikking voor de Joden was echter het antwoord van de Arabische wereld en van de leiders van de Palestijnse Arabieren op de Balfour Verklaring (1917), het mandaat van de Volkenbond (1920), het Peel Verdelingsplan uit 1937 en de Verdelingsresolutie van de Verenigde Naties (November 1947), om nog maar te zwijgen over de onuitputtelijke pogingen van de Zionistische beweging - van de late 19e eeuw tot de jaren ’40 en zelfs nog daarna - om de Arabische leiders ervan te overtuigen een samenwerkingsverband en constructief partnerschap te vormen met de Joodse staat voor het algemeen welbevinden van het Midden Ooosten. Het gedrag van de Arabieren in acht nemend kunnen we alleen maar stellen dat Karsh dit alles duidelijk maakt met een vernietigende helderheid.

Niets is door Karsh treffender en uitvoeriger gedocumenteerd dan de geduldige en aanhoudende pogingen van het Zionistische leiderschap om de leiders van de Arabieren, Palestijnen en anderen ervan te overtuigen met hen samen te werken voor de algemene goede zaak op basis van een kleine, niet-imperialistische Joodse staat en goedwil tegenover hun Semitische broeders de Arabieren. De taal van de Zionisten, in hun eigen interne overleg en in hun openingen richting de Arabische leiders, staat in sterk contrast tot de taal van de Arabische leiders zelf, onvermurwbaar in de afwijzing, compromisloos en te vaak gewelddadig, racistisch en zelfs genocidaal. De sterke aanwezigheid van venijnig anti-Joods racisme en complottheorieën in het Arabische denken, zelfs in de jaren ’30, is een ernstige aanklacht tegen het morele karakter van het Arabische leiderschap. De onverbloemde sympathie van vooraanstaande Arabische leiders, niet in de laatste plaats de Hajj Amin Husseini, de Mufti van Jeruzalem, voor Hitler en de Nazi-vervolging van de Joden zou zeker hebben moeten leiden tot uitsluiting van welke rol ook in een regeling voor het Midden-Oosten onder Brits mandaat. Het helpt zeker om meer duidelijkheid te krijgen omtrent de irrationaliteit en wreedheid van de Arabische politiek richting Israël in 1948 dan welke handeling dan ook van de Zionistische beweging.

Het eerste en meest fundamentele historische feit dat Karsh constateert is dat Zionisme in geen geval roofzuchtig was en absoluut niet het werktuig was van ‘Kruisvaarders’ of Westers imperialisme met als doel het koloniseren van de Arabische wereld. Hij laat in feite zien dat zowel Britse als Amerikaanse kringen van het politieke establishment in defensie en buitenlandse politiek helemaal niet van plan waren het idee van een staat voor de Joden te steunen, want de olierijke Arabische staten in het Midden-Oosten zouden zich wel eens beledigd kunnen voelen. Zo vermeldt Karsh dat toen de Amerikaanse Minister van Defensie James Forrestal President Truman herinnerde aan het belang van Arabische olie voor strategische US-belangen, de president antwoordde dat hij ‘de situatie zou bekijken met het oog op gerechtigheid, niet met het oog op olie.’ De Britten, die het Volkenbondmandaat uitvoerden tussen 1920 en 1948, waren duidelijk geneigd het Arabische standpunt te steunen, en niet dat van de Joden, in het conflict betreffende land in Palestina; niet vanwege een eerbiedwaardige of principiële reden, maar puur vanwege opportunisme. In de uitoefening van hun warrige geopolitieke doelstellingen slaagden de Britse autoriteiten er alleen maar in een puinhoop te maken van het Midden-Oosten, evenals op het Indiase subcontinent met een ander verdelingsplan.

De houding van David Ben-Goerion tegenover Joods-Arabische relaties in Palestina is de toetssteen om het debat van de Zionisten te begrijpen. “Al in 1918,” zo schrijft Karsh, “zei Ben-Goerion dat ‘indien Zionisme de inwoners van Palestina het land uit had willen zetten, het een gevaarlijk utopia zou zijn geworden en een schadelijke, reactionaire hersenschim.’” In 1926 onderstreepte Ben-Goerion dit, toen hij zei:

De Arabische gemeenschap is een organisch, onuitwisbaar onderdeel van Palestina; het is ingebed in het land, waar het hard werkt en waar het zal blijven. Het is niet om deze gemeenschap the onterven of om aan te sturen op haar vernietiging dat Zionisme in het leven werd geroepen.

Hij deelde deze zienswijze nog steeds in 1947. Zelfs Ze-ev Jabotinsky, beroemd vanwege zijn uit 1923 stammende artikel ‘De IJzeren Muur’, waarin hij beweert dat de Arabieren nooit een Joodse staat zullen accepteren totdat ze zich beginnen te realiseren dat ze geen andere keus hebben, pleitte in datzelfde artikel voor garanties tegen Arabische deportatie, gelijke rechten voor Arabische burgers in een Joodse staat en het vooruitzicht ‘dat beide volkeren in vrede samen kunnen leven als goede buren’. Hij voorzag een welvarende staat waarin Joodse immigratie, energie en scholing een voorspoed zouden brengen ‘waarin de Arabieren gelukkig zullen zijn’. En Jabotinsky was de leider van de ‘militante’ Zionisten.

Karsh laat zien dat de Arabische staten zelf de ware roofdieren waren, niet in het minst de Hashemieten, in zowel Transjordanië als Irak, die nauwelijks enige historische claim op het Palestijnse gebied konden doen gelden, maar overdreven ambities koesterden om een Pan-Arabisch rijk te vestigen waar de Ottomanen eeuwenlang hadden geregeerd. De Syriërs en de Egyptenaren koesterden al evenzeer ambities om delen van het Palestijnse land in te nemen zodra het mandaat van de Volkenbond afliep en de Britten zich zouden terugtrekken. Geen van hen toonde een intelligente of menselijke houding ten aanzien van het te verwachten lot van de Palestijnse Arabieren in geval van een oorlog tot de dood met de Joden. Dit is de diepere hint achter de keuze van Karsh’ titel – Palestina werd verraden, niet door de Britten (ook al deden ze het slecht), niet door de Verenigde Naties, niet door de Zionisten, maar door de Arabische leiders en in het bijzonder de leiders van de Palestijnse Arabieren.
Toen het Verdelingsplan van de Verenigde Naties werd aangenomen, op 29 november 1947, dansten de Joden in de straten door heel Palestina. Golda Meir, toentertijd een prominente Zionistische vertenwoordigster en de latere Minister-President van Israël, zei tegenover duizenden van hen in Jeruzalem: “We strekken onze handen uit richting onze buren. Beide staten kunnen in vrede met elkaar leven en samenwerken voor het welzijn van hun inwoners.” Dat dit niet gebeurde is volledig de verantwoordelijkheid van de Arabische leiders, wier antwoord op de VN-resolutie de lancering van een totale oorlog was op de nieuwe en zeer kleine staat Israël. Meir wist evenals de andere Zionistische leiders dat noch de Palestijnse leiders, noch de Hashemieten, noch de Egyptische en Syrische leiders van plan waren die vredeshandreiking te accepteren, maar dat weerhield hen er niet van deze hand toe te reiken. De grootste dienst die Karsh als historicus bewijst is misschien wel dat hij nauwgezet de geschiedenis van hun pogingen gedurende tientallen jaren documenteert, pogingen om op vreedzame wijze Arabische acceptatie van Joodse autonomie te verkrijgen.

Maar de meest smerige mythe die sinds 1948 decennialang door anti-Zionistische en anti-Semitische krachten is verspreid was het idee dat Joden zich schuldig maakten aan de systematische en geplande etnische zuiveringen in 1948 door honderdduizenden Palestijnse Arabieren hun land uit te jagen om plaats te maken voor een puur Joodse staat op Arabisch grondgebied. Totdat ik het boek van Karsh had gelezen dacht ik dat dit verhaal zeker deels op waarheid berustte, ook al neigde ik er nog steeds naar onder alle omstandigheden sympathiek te staan tegenover de Joodse zaak. Het meest krachtige bewijsstuk in deze versie van de gang van zaken was lange tijd de massaslachting bij Deir Yasin, uitgevoerd door de Irgun, op 9 april 1948. Karsh laat echter zien dat Deir Yasin eerder de uitzondering was en zeker geen officiële Zionistische handeling betrof. Op andere plaatsen was het geplande en systematische beleid een poging de Arabieren ertoe aan te zetten om (1) het verdelingsplan te aanvaarden (2) binnen de grenzen van de Joodse staat te blijven indien ze dit wensten, op voet van gelijkheid met hun Joodse medeburgers en (3) gewoon in hun eigen dorpen en steden te blijven aan het begin van het conflict, zonder steun aan de dag te leggen voor diegenen die werkelijk uit waren op etnische zuivering - de Arabische Hogere Commissie en het Arabische Legioen.

Het ware hart van Karsh’ boek wordt gevormd door de hoofdstukken zes, zeven en acht, waarin hij in detail ingaat op de omstandigheden waaronder de Arabieren in 1948 wegvluchtten uit Haifa, Jaffa en Jeruzalem. Met name in deze hoofdstukken toont hij de schokkende en onmiskenbare tegenstelling tussen de Joodse wens voor verzoening en samenwerking met de Arabieren en de vermetele vastberadenheid van de Arabische Liga en de Arabische Hogere Commissie om de Joodse staat ten val te brengen zonder zich daarbij te bekommeren om de prijs die het eigen volk daarvoor moest betalen. Deze hoofdstukken bevatten ontelbare details die zouden moeten worden opgenomen in het algemeen heersende beeld van deze bepalende gebeurtenissen, maar weinig spreekt meer tot de verbeelding dan de gebeurtenissen in Haifa in mei 1948. Het Arabisch leiderschap verklaarde dat ze alle Arabieren ertoe zou aansporen de stad te ontvluchten, maar de oudere Joodse burgemeester van de stad, Shabtai Levy, smeekte ze te blijven, waaraan hij toevoegde dat ze een ‘wrede misdaad jegens hun eigen volk’ begingen. Karsh zegt daarover:

Yaacov Solomon, een prominente advocaat in Haifa en de voornaamste verbindingsofficier van de Hagana in de stad, volgde het voorbeeld door de Arabische delegaties ervan te verzekeren dat hij ‘instructies had ontvangen van de opperbevelhebber van de zone…dat indien ze zouden blijven ze gelijkheid zouden genieten en vrede en dat het in het belang van ons als Joden was dat ze zouden blijven en dat de verhoudingen harmonieus zouden blijven’…maar de Arabieren lieten zich niet vermurwen.

Ze weigerden een wapenstilstand te tekenen en zeiden dat ze liever zagen dat alle mensen werden vermoord dan dat ze ooit hun handtekening zouden zetten onder zo’n document. Wat moest men met zulke mensen doen? Zelfs onverstoorbare Britse waarnemers, zoals Generaal Hugh Stockwell, die ter plaatse was, raakten geïrriteerd en sceptisch vanwege het standpunt van de Arabische leiders.

Een van de beste aspecten van het boek van Karsh is dat hij een set van vijf landkaarten levert die de opeenvolgende evolutie van de territoriale verdeling van Palestina laat zien. Deze kaarten tonen: de Britse administratieve verdeling van Palestina onder het mandaat van de Volkerenbond; de administratieve verdeling van de Levant onder de late Ottomaanse overheersing; het plan van de Peel Commissie voor de verdeling van Palestina, juli 1937; het verdelingsplan van de Verenigde Naties uit 1947; en de wapenstilstandsgrenzen in Palestina aan het eind van de Arabische oorlog om Israël te vernietigen in 1948-49. Uit de laatste drie van deze kaarten blijkt dat, hadden de Palestijnen — of hun roekeloze en territoriaal ambitieuze opperheren — de opdeling van 1937 geaccepteerd, Israël een kleine staat zou zijn geweest die zich slechts tot vijfentwintig mijl ten zuiden van Tel Aviv zou hebben uitgebreid, met uitsluiting van Jaffa en beperkt tot de oude Galilea, Haifa en Lydda districten en het Tulkarm sub-district van het district Samaria van het oude Britse mandaatgebied. De Arabische staat zou de gehele tegenwoordige Westbank hebben omvat, evenals het grootste deel van het Jeruzalem-district, het Beersheba Sub-District, het Gaza District en de Negev. Als ze de verdeling van 1947 hadden geaccepteerd dan zouden ze niet langer hebben beschikt over het Beersheba Sub-District en de Negev, maar ze zouden een groot deel van het Galilea District hebben gekregen. Maar omdat ze werden aangespoord oorlog te voeren eindigden ze zonder Palestijnse staat. En die situatie duurt voort tot de dag van vandaag omdat ze nog steeds halsstarrig blijven weigeren het bestaansrecht van de staat Israël te erkennen.

De tragedie van de Palestijnse Arabieren is niet dat Israël werd gevestigd, maar dat hun achterlijke leiders erop stonden elke overeenkomst met Israël te weigeren waardoor ze hen verraadden en zorgden voor verlies van land en bezittingen. Karsh toont aan dat de Palestijnen vluchtten omdat ofwel de Arabische leiders zelf vluchtten, of hen ertoe aanzetten in een voorbereiding op een allesomvattende vernietiging van de Joden. Zijn verslag over hoe dit alles zich ontvouwde in Haifa en Jaffa is bijzonder gedetailleerd en indrukwekkend. Het resultaat was dat honderdduizenden vluchtten en de halsstarrige weigering van de Arabische leiders om zich neer te leggen bij de legitimiteit van de staat Israël maakte het geheel onmogelijk voor Israël om een ‘recht op terugkeer’ in te stellen na de wapenstilstand. Kortom, terwijl ze lieten zien dat ze een misdadige minachting voor het welzijn van de Palestijnse Arabieren aan de dag legden, behandelden Arabische leiders hen als overtollige pionnen in een irrationele campagne om Israël van de kaart te vegen. De Secretaris-Generaal van de Arabische Liga, Abdel Rahman Azzam, toonde zich onverantwoordelijk toen hij in het midden van de onderhandelingen voor een regeling betreffende de oorlog van 1948 verklaarde dat vroeger of later de staat Israël vernietigd zou worden en dat, in het geval van terugkeer, Israël gelukkig in een onmogelijke situatie geplaatst zou worden door de sabotagemiddelen tegen de staat waarmee haar Arabische bewoners in stelling zouden worden gebracht.

Totdat ik Efraim Karsh’ boek had gelezen was ik geneigd, ook al was ik een aanhanger van de democratische staat Israël, het lange concflict tussen Israël en de Palestijnen te zien als een tragedie van onoverbrugbare gebiedsclaims. Dat is niet langer het geval. Karsh heeft ervoor gezorgd dat mij de schellen van de ogen zijn gevallen. Ik zie niet langer enig excuus voor het geweld van de Palestijnse ‘militanten’ of de anti-Israël rhetoriek van de Arabische staten en hun bondgenoten elders in de wereld. Deze dingen zijn niets anders dan de stijfkoppige voortzetting van irrationele en contraproduktieve strategieën die al sinds lang de beste hoop voor de Palestijnse Arabieren hebben laten varen en Israël hebben gedwongen vaak rigoureuze maatregelen te nemen om zichzelf te beschermen.

Totdat of tenzij de Palestijnen eindelijk hun openlijke doel tot vernietiging van de staat Israël zullen opgeven en het zullen omhelzen als een partner voor vrede en ontwikkeling in de Levant, kan er geen sprake zijn van een vreedzame oplossing van het conflict. En de verantwoordelijkheid hiervoor ligt geheel op de schouders van de Arabische leiders, nergens anders.

Het is de verantwoordelijkheid van diegenen die deze tragische zaken in ieder geval willen begrijpen om boeken als deze aandachtig te lezen en vat krijgen op de onmogelijke situatie waarin de irrationele halsstarrigheid van de Arabische wereld de Joden heeft geplaatst voor en sinds de oprichting van de staat Israël.

Paul Monk

---

Dit stuk verscheen in de oktober-editie van het Australische maandblad Quadrant


Vertaling: Kees Bakhuyzen, HoeiBoei

Efraim Karsh: Palestine Betrayed; Yale University Press, 2010; 336 blzn.

28 opmerkingen:

  1. Zo is het helemaal.

    En dit zet zich door tot aan de dag van vandaag:

    1. Geen vreedzame oplossing:

    a. Abbas weigert al een jaar serieus te onderhandelen.

    b. Hamas wil alle Joden doden (zie het Hamas Handvest, recente tv uitzendingen, op onze site).

    2. Palestijnen worden door de Arabische leiders nog steeds misbruikt, zie:
    http://www.likud.nl/artik41.html

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mijn oprechte hoop is dat Meneer van Agt, Meneer van den Broek en Mevrouw Duisenberg dit boek gaan lezen of tenminste dit artikel lezen en bestuderen. Ook zou dit boek in de geschiedenisles op school moeten worden besproken en verplichte kost moeten zijn op de universiteit.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Karsh schrijft in de stijl van een Holocaust-ontkenner, alleen gaat het bij hem om het ontkennen van de Nakba

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Kijk eens aan, de eerste progressieve Gutmensch (@Jaap) heeft zich inmiddels ook gemeld.

    Dank voor de boekentip, deze gaat absoluut op de leeslijst en komt - na lezing - hoogstwaarschijnlijk in mijn top 3 van aanbevolen boeken voor kennissen en vrienden.

    Sag.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @Jaap,

    Er zijn rond 1948 veel meer Joden uit islamitische/arabische landen verdreven (met achterlating van hun hele hebben en houden) dan er tijdens de Nakba de 'andere kant' op gegaan zijn. Zou je daar eens een studie van willen maken Jaap?

    Hans

    BeantwoordenVerwijderen
  6. @ Anoniem

    Ja, die Naqba, èh. Van de eeuwige schlemielen hier op aarde, de moslims. Altijd vreedzaam, altijd solidair met de minderheden in hun landen, nooit agressief, niet haatdragend, nooit vrouwonvriendelijk, nooit homofoob, nooit pedofiel, nooit Judeofoob en christofoob en afvalligofoob, altijd en eeuwig vol afkeer van het nazisme, rotsen in de branding voor de ene echte democratie naar Mo's beeld en gelijkenis en daardoor altijd door iedereen opgejaagd met pogroms tot in alle uithoeken van de wereld.

    Waar? Wanneer? Onder welke vredelievende, democratische leiders? De moefti Amin al-Hoesseini die Hitlers kontje kuste? Abdallah de Hashemiet? Dictator Nasser van Egypte? Yasser Arafat met zijn Corruptie?

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Wie kan Googlen met de namen Efraim Karsh en Likoed Nederland komt alras tot de ontdekking dat deze luitjes niet alleen van Judea en Samaria maar ook ten aanzien van Ruben, Gad en Mannase - de Eastbank zogegezegd - van mening zijn dat deze streken tot het authentieke joodse erfgoed behoren. Het staat in Numeri 32 : 33 e.v. uitvoerig beschreven en ik geef deze revisionistische zionisten het grootste gelijk van de wereld. De hunne dan want ik wil niet voor antisemiet of, zoals in de vorige draad, voor nazi worden versleten.
    .

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Interessante bespreking op JihadWatch van een boek over de arabische agressie contra Israël van Prof Dalin. Het volgende citaat sluit m.i. aardig aan bij de recensie van Karsh' werk:

    "Here's where it gets interesting. The Dalin/Rothmann thesis allows for the possibility that it was the introduction of European nationalism and racial anti-Semitism that poisoned the relations between Zionist founders and their Arab neighbors."

    Gaat om het boek:

    David G. Dalin and John F. Rothmann, Icon of Evil: Hitler's Mufti and the Rise of Radical Islam.

    Sag.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. @ Tulay

    Laten we er eens vanuit gaan dat de Joden Samaria en Judea opgeven zonder tegenprestatie van hun Arabisch-islaimitische Umwelt. D.w.z. terwijl Hamas aan de macht blijft in Gaza, Hezbollah in Libanon, de zoon van de Moordenaar in Syrië, de Hashemiet in (Trans-)Jordanië die in zijn broek schijt voor zijn islamitische buren en vooral voor de terreurgroepen, de Palestijnse en de infernale Internationale van Al Qaida, de laffe Moebaraks, vader en zoon, in Cairo, de islamiserende Turk in Ankara, en, last but not least, Khomeiny's bloedige epigonen in Teheran.
    Wat voor een geopolitieke veiligheid heeft Israel dan nog?
    Dezelfde als in 1948 en 1967.

    Zijn de buren sindsdien verdelievender geworden?
    Hebben ze signalen gegeven dat zij Israels bestaan erkennen, liever dan de aanbevelingen van de koran en hadith uit te voeren? Letterlijk?

    Nee, dat hebben zij niet, noch de zgn. Palestijnen, noch de rest.
    Integendeel.

    En veronderstel nu dat jij Jood bent in Malmö en daar bent weggetreiterd door de plaatselijke moslims. Dagelijkse kost daar. En je emigreert naar Israel voor je veiligheid. Zou jij in dat geval je regering adviseren bij de DEMOCRATISCHE verkiezingen Samaria en Judea prijs te geven zonder meer?

    Misschien wel, maar dan bezit je dezelfde mentaliteit als die sukkel die zichzelf opblies eergisteren in Stockholm.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. @Carlo
    Als aleviet heb ik, hoe gek het ook klinkt, heel veel bewondering voor de joodse medemensen. Hun veerkracht is dankzij hun geloof door de eeuwen heen ongebroken gebleken. Ik ben een warm voorstander van het vredesplan van het Vaticaan en het Saudische koningshuis. Over de veerkracht van de Staat Israel maak ik me niet de minste zorgen als het overgaat tot wat in oorlogstermen #Wilders heet : een strategische frontlijn verkorting.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Ik hoop dat Israel een keer een begin maakt met het verplaatsen van de blauwe moskee op de tempelberg.
    Het wordt toch zo onderhand wel eens tijd om deze zorgvuldig te ontmantelen en bijvoorbeeld in Mekka of Medina weer op te bouwen . Dan kan er eindelijk weer een joodse tempel gebouwd worden . De Turkse moslims hebben bijvoorbeeld de prachtige Hagha Sophia zomaar van de Christenen gestolen , dat is toch een schandalige vertoning . Die kerk is helemaal onteerd met banieren met allerlei heidense Arabische tekens . De hele dag lopen er moslims in en uit , werkelijk een walgelijke vertoning .

    BeantwoordenVerwijderen
  12. @ mohammid
    Jongstleden 7 december werd, overigens voor de zoveelste keer, zijdens Israel gewaarschuwd voor een mogelijke instorting van de Har ha-Bayit. De toegang werd voor een tweetal uren afgesloten. Wat mij betreft mag de Al-Aqsamoskee binnen afzienbare tijd verplaatst worden. Blijft-ie tenminste gespaard als het hele gevalletje instort. Je opmerking over de Ayasofia getuigt van een zekere vooringenomenheid t.a.v. de griekse cultuur. Voor de bouw van de Ayasofia is een wereldwonder gesloopt. De Tempel van Artemis te Efese.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. De grootste verraders zijn sans doute degenenen die achter deze vlag staan.
    .

    BeantwoordenVerwijderen
  14. "Totdat ik Efraim Karsh’ boek had gelezen was ik geneigd, ook al was ik een aanhanger van de democratische staat Israël, het lange concflict tussen Israël en de Palestijnen te zien als een tragedie van onoverbrugbare gebiedsclaims. Dat is niet langer het geval. Karsh heeft ervoor gezorgd dat mij de schellen van de ogen zijn gevallen. Ik zie niet langer enig excuus voor het geweld van de Palestijnse ‘militanten’ of de anti-Israël rhetoriek van de Arabische staten en hun bondgenoten elders in de wereld."

    Ik wist nooit goed wat te denken van het Palestina-Israel-conflict, maar nu zal ik dit boek lezen en begrijpen.
    Dank voor de vertaling Kees Bakhuyzen.

    BeantwoordenVerwijderen
  15. Vergeef mij dat ik het beter weet dan een professor aan het King's College te Londen. Ik ben namelijk van mening dat elk door mensen veroorzaakt probleem ook door mensen is op te lossen. Soms is de oplossing moeilijk of vervelend, maar elk probleem vraagt om een oplossing en zal dat ook krijgen. Er bestaat dus geen onoplosbaar conflict.

    Het 'jodenvraagstuk' is op te lossen. Het Palestijnen probleem is op te lossen, alleen is het zo dat de oplossing van het probleem niet in het straatje ligt van de veroorzakers.

    Het joods-Palestijnse conflict is feitelijk een verzonnen situatie dat alleen een politieke reden heeft. Om één of andere reden gaan er zo rond 1945 steeds meer joden in Palestina wonen. De economie is booming! En het plaatselijke gemiddelde IQ gaat met vele tientallen procenten omhoog. Toch is er een probleem, en dat is de afgunst van de omringende landen. Israël heeft een ontwikkelings- en beschavingsniveau dat zich kan meten met alle westerse landen. En men heeft dit door middel van hard werken en goed nadenken bereikt. In vele Arabische buurlanden van Israël heeft men nooit het niveau van de westerse beschaving bereikt. Er is welvaart, maar die is alleen het gevolg van handig zaken doen en de opbrengst van de verkoop van ruwe olie. Moreel gezien is men nergens.

    De Arabieren hebben een boekje waarin wordt opgeroepen om de joden te vermoorden. En omdat het bestaan van het joodse land in tegenspraak met dat boekje is heeft er zich een conflict geworteld in de hersenen van de mensen die leven volgens dat boekje van de Arabieren. De realiteit is dat de joden het in hun land wel aardig voor elkaar hebben, het verdrietige is dat de Arabieren met hun achterlijke boekje het alleen maar moeten hebben van afgunst en een ontkende werkelijkheid. Dat heeft geen toekomst. Er moet een oplossing komen, of de realiteit moet er aan, of dat boekje moet grondig herzien worden. (verbranden is beter!)

    Persoonlijk ben ik van mening dat het joods-Palestijnse conflict heel makkelijk op te lossen is. Het kan binnen twee jaar zijn gepiept. De enige weg is het uitleggen aan elke moslim dat zijn geloof kolderieke onzin is. Allah is een verzinsel van een pedofiel die aan de kost kwam door roof-overvallen te plegen. De metgezellen van de Heilige Profeet Mohammed zijn beter bekend onder de naam Ali Baba en de veertig rovers! In de Heilige Koran staan de stomste dingen beschreven en alleen volkomen van de pot gerukte imbecielen hechten er enige waarde aan.

    Het probleem in het midden-oosten oplossen staat gelijk aan het ontmantelen van de islam. Pas als alle inwoners van de wereld er van overtuigd zijn dat de islam een handige vorm van oplichting is geweest, pas dan kan er vrede komen. Het is lastig om alle leugens en verdichtsels uit de levens van miljoenen moslims te verbannen, maar het is niet onmogelijk. Het communisme is bevochten en de vrije wereld heeft overwonnen. Het Nazisme is verpletterd, de westerse wereld waarin iedereen recht van leven heeft is een feit. En ook zal de islam ten gronde gaan. En pas als iedereen behoort tot de beschaafde wereld pas dan kan er vrede zijn op de wereld.

    Het zionisme is een beetje dom maar het is uit ellende geboren. De islam is verachtelijk en is opgezet om onrecht te plegen en mensen geld en goederen afhandig te maken, mensen te onderdrukken en tot slaaf te maken, dat moet stoppen. Kortom het Vanhetgoor Vredesplan bestaat uit alle moslims deprogrammeren en ontdoen van hun achterlijke leugens! Een zeer werkbaar plan als ik het zelf zeg!

    BeantwoordenVerwijderen
  16. Auteur Paul Monk suggereert dat Deir Yasin een negatieve uitzondering was op het humane militaire handelen van de Joodse milities. Inmiddels weten we dat Deir Yasin zelfs geen uitzondering was, in die zin dat de Joodse strijdgroepen hier onnodige wreedheden zouden hebben begaan. David Meir Levi heeft in zijn “History Upside Down: The Roots of Palestinian Fascism and the Myth of Israëli Aggression” (2007) de kwestie Deir Yasin geanalyseerd. Nadat de strijd gestreden was en de Joodse strijdgroep Irgoen de krijgsgevangenen had verzameld, gebeurde er dit:

    “Vervolgens, terwijl ze nog steeds een groep vormden, nog steeds gekleed als vrouwen en nadat ze zich hadden overgegeven en akkoord waren gegaan met krijgsgevangenschap, openden een aantal van de Irakezen opnieuw het vuur met wapens verborgen onder de vrouwenkleding. De strijders van de Irgoen werden hierdoor verrast, nog een aantal van hen werden gedood en anderen openden het vuur op de groep. Irakezen die zich inderdaad hadden overgeven werden samen gedood met degenen die alleen maar gedaan hadden alsof en vervolgens toch het vuur hadden geopend.”

    En vervolgens, zoals Karsh uitlegt, is deze gebeurtenis bewust uitgebuit door de Palestijns-Arabische propaganda.

    Bij de Palestijnse Arabieren was wreedheid en gruwel wél de regel. Efraim Karsh citeert uit “Promise and Fulfillment: Palestine 1917-1949” (1983) van Arthur Koestler:

    “Deir Yasin heeft zijn beruchtheid omdat het een uitzondering was; en in elk geval begingen de Joden geen individuele daden van sadisme (. . .) Maar op andere plekken werden de lijken van Joden die in Arabische handen waren gevallen gecastreerd gevonden en met hun ogen uitgestoken. ( . . .) Voor ik Tel-Aviv verliet heb ik de hand gelegd op een collectie foto’s die ik aan Alexis Ladas van de Commissie van de Verenigde Naties heb doorgegeven. Ze tonen grinnikende mannen in Arabische uniformen poserend voor de fotografen met hun bajonetten verzonken in een stapel naakte en verminkte lijken, en dergelijke ( . . . ) ik vermeld dit onderwerp met tegenzin ( . . .) dit soort zaken is niet begonnen met de oorlog; vanaf de dag van de eerste Joodse nederzettingen, was een Jood als hij de langs de kant van de weg vermoord werd gevonden bijna altijd verminkt.”

    Martien Pennings

    BeantwoordenVerwijderen
  17. Ik ben trouwens zo vrij geweest zelf een opstelletje over Israël te schrijven waarin veel van de inzichten van Efraim Karsh verwerkt zijn.
    http://www.amsterdampost.nl/israel-is-een-vergissing/#comment-18239
    En de verkorte link
    http://bit.ly/hyGNYC

    Martien Pennings

    BeantwoordenVerwijderen
  18. Dank, Efraim Karsh. Wat is dit toch een goeie schrijver.

    Eerder legde de voortreffelijke Harvard-jurist Alan Dershowitz al afdoende uit waarom Israel gelijk heeft en onze steun verdient (The Case for Israel, The Case against Israel's Enemies, tegen Carter).

    Momenteel lees ik The Israel Test van George Gilder, een rechtsconservatieve, pro-zionistische katholiek, die de haat tegen Israel verklaart als haat tegen succes (zo geloven Israelhaters steevast dat economie een zero-sum game is).

    Gilder vindt het volgende van Dershowitz: hij heeft gelijk, maar het is pijnlijk dat hij binnen het discours van de vijanden van Israel blijft.

    Dan schrijft hij: De 'Palestijnse' Arabieren hadden allang een natie kunnen zijn en een eigen land kunnen hebben, als ze nou maar eens ophielden met te vinden dat daarvoor eerst Israel en de joden vernietigd moeten worden.

    Sooo true.
    Mensen als Manfred Gerstenfeld en Dershowitz zijn zo beschaafd, dat ik diep in mijn hart af en toe erg blij ben met de intellectuele krav maga van Gilder.

    Bernadette de Wit

    BeantwoordenVerwijderen
  19. "Eerder legde de voortreffelijke Harvard-jurist Alan Dershowitz al afdoende uit waarom Israel gelijk heeft en onze steun verdient (The Case for Israel, The Case against Israel's Enemies, tegen Carter)."

    Die 'voortreffelijke' Harvard-jurist bleek zijn halve boek bij elkaar te hebben geplagieerd uit een vodje waarin alle zionistische mythen nog eens herkauwd werden: Joan Peters, 'From Time Immemorial'.

    Norman Finkelstein toonde in een inmiddels berucht geworden debat en follow-ups aan, dat Dershowitz klakkeloos bronverwijzing na bronverwijzing uit het werk van Peters had gelicht om zijn eigen boek de schijn van geleerdheid mee te geven. Dit gaat zover, dat Dershowitz zelfs de redactie (door Peters) van een citaat uit Mark Twain overneemt, inclusief exacte bronverwijzing (wel toevallig dat D. exact dezelfde editie voorhanden had).

    In de loop van dat debat blijkt Dershowitz niet eens op de hoogte te zijn van de inhoud van zijn eigen boek. In een voetnoot wordt expliciet verwezen naar een populaire documentaire van Sony Pictures. Dershowitz: "Het is óók een boek." Ja, dat zal best, dat het ook een boek is, maar de voetnoot verwijst naar een film. Volgende keer je student-assistent iets beter instrueren.

    Een andere voetnoot verwijst naar een samenvatting in een Israëlische middelbare schoolsyllabus. Finkelstein: "I'm really humbled by that source. Is this serious scholarship?"

    Verder laat Finkelstein zien dat Dershowitz het IDF napraat en de bevindingen van Israëlische mensenrechtenorganisaties, Amnesty International en VN mensenrechtencommissies structureel terzijde schuift. Logisch, want het komt zijn betoog niet uit.

    Ronduit hilarisch wordt het, wanneer Finkelstein er de vinger bij legt dat Dershowitz niet eens de moeite heeft genomen de naam van één van de architecten van resolutie 242 te achterhalen. Dershowitz schrijft over "Lord Carrington", terwijl de man toch echt "Lord Caradon" heet. Finkelstein: "You see, you don't know what you're talking about!"

    Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Dershowitz Caradon eenzijdig citeert. Uit het hele citaat blijkt dat er wat Caradon onderhandeld kan worden (tussen Jordanië en Israël) over waar de grenzen nu precies komen te liggen.

    Want, zegt Caradon in een interview met de Beirut Daily Star: "After all, they were just the places where the soldiers on each side happened to be on the day the fighting stopped in 1948. They were just armistice lines."

    Om een lang verhaal kort te maken, Dershowitz schreef een flutboekje en Finkelstein heeft hem volledig afgeslacht. Dershowitz was daarop zo 'beschaafd' zijn contacten aan te wenden om eerst Finkelsteins boek te censureren en toen dat niet lukte, om Finkelsteins academische carrière om zeep te helpen.

    Nou ja, weten we ook weer wat "voortreffelijk" en "beschaafd" betekent in het woordenboek van Bernadette De Wit.

    BeantwoordenVerwijderen
  20. "Eerder legde de voortreffelijke Harvard-jurist Alan Dershowitz al afdoende uit waarom Israel gelijk heeft en onze steun verdient (The Case for Israel, The Case against Israel's Enemies, tegen Carter)."

    Die 'voortreffelijke' Harvard-jurist bleek zijn halve boek bij elkaar te hebben geplagieerd uit een vodje waarin alle zionistische mythen nog eens herkauwd werden: Joan Peters, 'From Time Immemorial'.

    Norman Finkelstein toonde in een inmiddels berucht geworden debat en follow-ups aan, dat Dershowitz klakkeloos bronverwijzing na bronverwijzing uit het werk van Peters had gelicht om zijn eigen boek de schijn van geleerdheid mee te geven. Dit gaat zover, dat Dershowitz zelfs de redactie (door Peters) van een citaat uit Mark Twain overneemt, inclusief exacte bronverwijzing (wel toevallig dat D. exact dezelfde editie voorhanden had).

    In de loop van dat debat blijkt Dershowitz niet eens op de hoogte te zijn van de inhoud van zijn eigen boek. In een voetnoot wordt expliciet verwezen naar een populaire documentaire van Sony Pictures. Dershowitz: "Het is óók een boek." Ja, dat zal best, dat het ook een boek is, maar de voetnoot verwijst naar een film. Volgende keer je student-assistent iets beter instrueren.

    Een andere voetnoot verwijst naar een samenvatting in een Israëlische middelbare schoolsyllabus. Finkelstein: "I'm really humbled by that source. Is this serious scholarship?"

    Verder laat Finkelstein zien dat Dershowitz het IDF napraat en de bevindingen van Israëlische mensenrechtenorganisaties, Amnesty International en VN mensenrechtencommissies structureel terzijde schuift. Logisch, want het komt zijn betoog niet uit.

    Ronduit hilarisch wordt het, wanneer Finkelstein er de vinger bij legt dat Dershowitz niet eens de moeite heeft genomen de naam van één van de architecten van resolutie 242 te achterhalen. Dershowitz schrijft over "Lord Carrington", terwijl de man toch echt "Lord Caradon" heet. Finkelstein: "You see, you don't know what you're talking about!"

    Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Dershowitz Caradon eenzijdig citeert. Uit het hele citaat blijkt dat er wat Caradon onderhandeld kan worden (tussen Jordanië en Israël) over waar de grenzen nu precies komen te liggen.

    Want, zegt Caradon in een interview met de Beirut Daily Star: "After all, they were just the places where the soldiers on each side happened to be on the day the fighting stopped in 1948. They were just armistice lines."

    Om een lang verhaal kort te maken, Dershowitz schreef een flutboekje en Finkelstein heeft hem volledig afgeslacht. Dershowitz was daarop zo 'beschaafd' zijn contacten aan te wenden om eerst Finkelsteins boek te censureren en toen dat niet lukte, om Finkelsteins academische carrière om zeep te helpen.

    Nou ja, weten we ook weer wat "voortreffelijk" en "beschaafd" betekent in het woordenboek van Bernadette De Wit.

    BeantwoordenVerwijderen
  21. @Tjerk
    Finkelstein heeft zijn beschuldiging van plagiaat moeten intrekken want Dershowitz citeerde slechts. Veelzeggend dat je deze laster herhaalt en het zegt ook genoeg dat je met een symphatisant van HezbAllah, Hamas en Neo-Nazi's op de proppen komt!

    BeantwoordenVerwijderen
  22. @Dutch Renitent; wat Finkelstein roept over Hezbollah en Hamas doet niets toe of af aan de feiten en argumenten die hij aandraagt t.a.v. dat plagiaat van Dershowitz.

    Nu kun je dit zelf ook bedenken, dus dat roept dan de vraag op waarom je het dan toch over die boeg gooit. Ik heb wel een suggestie: omdat je te lui bent om Finkelstein met inhoudelijke argumenten te weerleggen; het is zoveel makkelijker met het verwijt te komen dat hij domme dingen over Hezbollah heeft geroepen.

    Verder heeft Finkelstein zijn beschuldiging bij mijn weten nooit ingetrokken, en hebben anderen als Bruce Cockburn en Frank Menetrez de relevante passages opgezocht en zijn tot dezelfde conclusie gekomen. Het gaat dan ook wel om meer dan een citaatje.

    Zoals Rashad Daoudi opmerkt, geeft Dershowitz tijdens zijn radiodiscussie met Finkelstein ook gewoon toe dat hij die voetnoten en bronnen van Peters heeft overgenomen:

    "one scholar is entitled to read a book as I did, Peters' book and to find quotes in the book and check them against the original quotes. And find them to be accurate and then do what I did."

    Maar tenzij je expliciet aan de lezer duidelijk maakt dat je die bronnen niet jouw originele vondst zijn, is dat dus plagiaat: hele rijen voetnoten overnemen en weergeven alsof ze je eigen, originele onderzoek zijn.

    Dershowitz heeft blijkbaar geen idee wat de standaarden voor academisch onderzoek inhouden, zoveel is duidelijk.

    Dat is wel erg voor een Harvard professor. Erger nog is dat Harvard de hele affaire door een commissie onder het tapijt heeft laten vegen. 'Niks aan de hand mensen, gewoon doorlopen.'

    Daoudi geeft ook nog een hilarisch voorbeeld waarin Dershowitz geen idee heeft wat de reden is voor een bepaalde flater van een factor honderd in zijn boek. Op een gegeven moment begon Finkelstein zich af te vragen in hoeverre Dershowitz het boek wel zelf geschreven had, of dat zijn studentenstaf de meeste redactie heeft gedaan.

    II. Dat Finkelstein een sympathisant van neonazi's zou zijn is een grove leugen, en het valt ironisch te noemen dat je bewering onderbouwt met een moddergooi-stukje van Dershowitz over zijn aartsvijand Finkelstein.

    "Just watch him on YouTube.com, where a clip is posted of his appearance on a Holocaust denial program on Lebanese TV, where he claimed that Holocaust survivors are liars.."

    'Holocaust denial program' is de draai die de moddergooiende Amerikaanse advocaat er aan geeft, gevolgd door smadelijke leugen dat Finkelstein zou zeggen dat holocaustoverlevenden leugenaars zijn.

    Wie bekend is met Finkelsteins kritiek op Joodse organisaties die reparaties eisen in naam van Joodse slachtoffers van de Holocaust, weet dat hij zich juist ontzettend boos maakt over het gegeven dat de holocaustoverlevers zelf nauwelijks wat van dat geld zien. "Mijn ouders hebben nog nooit een cent van die lui gezien."

    Het verwijt van Dershowitz dat nazi's graag met Finkelstein's boekjes zwaaien, is van hetzelfde niveau als Marcel van Dam die Fortuyn verwijt dat deze enthousiast bijval krijgt van Janmaat. Fortuyn: "Moet ík mij daarvoor verantwoorden?"

    Als het antwoord daarop "Nee" luidt; waarom moet Finkelstein zich dan wel verantwoorden dat allerlei crackpots en racisten met zijn boeken aan de haal gaan?

    Maar zo bedrijft Dershowitz polemiek als het op Israël of zijn persoontje aankomt: met veel gruwelijk overdreven ad hominems en het aanwenden van zijn contacten om iemand te isoleren, intimideren en kapot te maken.

    Zo vergeleek D. het Goldstone-rapport met de Protocollen van de Wijzen van Zion, en noemde hij de schrijver "een weerzinwekkend mens" met wie geen rechtgeaarde Jood iets te maken zou moeten willen hebben.

    Tal van schrijvers hebben er echter op gewezen dat Dershowitz' kritiek op het rapport van verdraaiingen en haarkloverij aan elkaar hangt.

    BeantwoordenVerwijderen
  23. @Tjerk
    Finkelstein heeft de beschuldiging van plagiaat ingetrokken want citeren is duidelijk iets anders dan plagiaat. Jij bent hier degene die een rookscherm optrekt want je wilt niet inhoudelijk op Dershowitz ingaan. Bovendien zocht Finkelstein HezbAllah zelf op(dus niet omgekeerd!) en eveneens was hij bereid om op een Holocaust-ontkennings conferentie in Iran te spreken. Dit soort lieden aanbid jij.

    BeantwoordenVerwijderen
  24. @Dutch Renitent; waar, wanneer en tegenover wie heeft Finkelstein zijn beschuldigingen dan wel ingetrokken? Concreet citaat met bron/url svp, en anders een kerel zijn en je bewering intrekken.

    2. Als je iemands betoog en argumentatie gedeeltelijk overneemt, inclusief bronverwijzingen, citaten en voetnoten, zonder aan te geven van wie je dat alles hebt overgenomen, dan is dat gewoon plagiaat.

    Zo heeft Dershowitz het in zijn boek op zeker moment over "George Orwell's 'Turnspeak'". Maar zoals iedereen weet, heeft Orwell het nooit gehad over 'Turnspeak'. Die had het in zijn roman '1984' over 'Newspeak' (Nieuw-spraak). De term 'Turnspeak' haalt Dershowitz bij Joan Peters vandaan. Blijkbaar zonder even naar het origineel in Orwell te hebben gekeken.

    3. Niemand is hier op de inhoud van Dershowitz' boek ingegaan, dus het is een beetje raar om van mij te eisen dat ik dat wel zou doen.

    Bernadette de Wit noemt Dershowitz een "voortreffelijke Harvard-jurist" en werpt dan eenvoudig de stelling op dat hij afdoende heeft uitgelegd dat Israël onze steun verdient.

    Dat de man uit een in diskrediet geraakt zionistisch propagandawerkje citeert, zich eenzijdig verlaat op de vleeskeuringen die het IDF over haar eigen slachtpraktijken houdt (om maar in de slagersmetafoor te blijven), en rapporten van onafhankelijke mensenrechtenorganisaties eenvoudig afwimpelt wanneer ze hem niet uitkomen, dat is blijkbaar voor De Wit geen enkel bezwaar. Dat, of ze is gewoon niet nagegaan, in hoeverre dat echt wel zo'n sterk nummer was. Want wie dat wel doet, loopt al gauw tegen de affaire Finkelstein aan.

    Dat doet je toch wel afvragen wat de reden is dat ze Efraim Karsh jubelt: "Wat is dit toch een goede schrijver".

    Waar het op neerkomt is natuurlijk: 1. de man verkondigt een ideologisch standpunt waar zij zich in kan vinden + 2. heeft een onkreukbare academische reputatie (=autoriteitsargument) + kan het allemaal goed verwoorden...

    Terwijl wat Efraim Karsh doet in feite de oude zionistische mythen nog eens herhalen. Maar nu met meer voetnoten.

    4. Je papegaait Dershowitz z'n lasterpraatjes na. Finkelstein was niet bereid om op een Holocaustconferentie in Iran te spreken. Hij was uitgenodigd en hij heeft daarvoor bedankt. Tijdens een lezing aan Harvard op 22 Februari 2007 heeft hij op de vraag waarom hij niet ging, aangegeven geen belangstelling te hebben mee te doen een "niet-academisch circus".

    Stel dat Dershowitz morgen wordt gevraagd om een praatje te komen houden op een conferentie van de vakbondsverenigingen van Latijns-Amerikaanse folteraars, en hij die uitnodiging weigert; houdt je dat dan ook tegen 'm?

    Maar Dershowitz is dermate gewetenloos, dat hij er van Finkelsteins weigering maakt dat deze aanvankelijk had toegezegd maar op het laatste moment wat anders te doen had, nl. reclame maken voor Hamas in de VS.

    5. Ik "aanbid" Finkelstein niet.

    Ik bewonder de man wel, maar ik ben niet blind voor zijn tekortkomingen. Zo sluit hij de ogen voor het gegeven dat Hamas en Hezbollah religieus-fascistoïde bewegingen zijn wier bloeddorst voor een goed deel gedreven wordt door virulent antisemitisme.

    6. Finkelsteins meningen over Hezbollah, Hamas en wat dies meer zij, doen echter niet terzake voor de feiten en argumenten die hij aandraagt over het boek van Dershowitz (of over het vredesproces, het recht op terugkeer, de toestand in de bezette gebieden, etc).

    Je kunt zeggen wat je wilt van Finkelstein, maar hij heeft zijn feiten wel op een rij, en zijn argumentatie is altijd scherp en to the point.

    Je kunt het op punten met hem oneens zijn, je kunt vinden dat hij doorschiet en in het andere uiterste vervalt, maar de feiten en argumenten die hij aandraagt laten zich niet zomaar ter zijde schuiven. Die zijn in de regel namelijk steekhoudend en de moeite van het overwegen waard.

    BeantwoordenVerwijderen