Hoe word ik een beroemd schrijver?

Wie is er eigenlijk gebaat bij dit 'literaire zelfhulpboek' van Ilja Leonard Pfeiffer? 

De titel van zijn boek is een vraag: “Hoe word ik een beroemd schrijver?. De eenenzestig hoofdstukjes zijn eveneens geformuleerd in de vorm van een vraag. Van Schrijf je in de eerste of de derde persoon? tot Hoe schrijf je een column?. Van Hoe schrijf je een bestseller? tot Zijn alle schrijvers alcoholisten? Maar ook: Hoe kleed je je als beroemd schrijver? En: Hoe gaan radio-interviews? 

Ik las het boek in de trein naar Düsseldorf. Het lag op het schap voor het raam. Ik heb er enkele haltes over gedaan voor ik het durfde aan te raken. Misschien had iemand het laten liggen. De eigenaar kon naar de wc zijn. Of een coupeetje verderop om even de benen te strekken. Maar na Ede -Wageningen nam ik mijn kans waar. Op de hel gele cover (titel in het rood, naam van de schrijver in azuurblauw) was in het wit een portret afgebeeld van een mannenkop met pijp. Zo'n hoofd om uit te knippen. Het schaartje zat erbij. Onmiskenbaar Harry Mulisch. Op het achterplat stond een zelfde knipfiguurtje, maar dan in het zwart, van de schrijver Ilja Leonard Pfeiffer , en ik las daar o.a.: “Voor al die honderdduizenden die het schrijverschap ambiëren en voor al die duizenden die het inmiddels verfoeien.” Een grote doelgroep dus, waar je behoorlijk rijk van zou kunnen worden. Een bestseller heeft Ilja Pfeiffer tot nu toe nog niet geschreven.

Ik behoor tot geen van beide subgroepen, maar ik begon toch te lezen.
Hoofdstuk 1: Waarom schrijf je eigenlijk? Een aantal gemeenplaatsen. Maar goed, die zijn waar. Ik bladerde door en begon aan: Hoe schrijf je een seksscène? Ik lees dat het 'hondsmoeilijk' is. Maar we krijgen gelukkig wel drie tips. Bijvoorbeeld dat de grootste erogene zone tussen de oren zit. Leuke formulering. Van Thomas Blondeau, zoals Pfeijffer ook vermeldt. In Hoe schrijf je een dialoog? rekent de schrijver af met enormiteiten als “ Het is mij het weertje wel', observeerde zij zuchtend.” In Hoe schrijf je een natuurbeschrijving? (Kun je deze vraag beter formuleren?) wijst de schrijfgids op het belang van het juiste moment. Bijvoorbeeld wanneer je hoofdpersoon net is uitgegleden op een onbegaanbare bergpas en zich met een vinger weet vast te klampen aan de rotswand. Dat geeft je ook gelijk een perspectief. Want – zo voegt de schrijver er aan toe: “Dan weet je ook door wiens ogen je die diepe afgrond moet zien.” Jammer alleen, dat je psychisch perspectief 'dan eigenlijk even helemaal' (woorden die Pfeiffer vaak gebruikt) niet klopt. Want iemand in zo'n cliff hanger houding ziet 'dan eigenlijk even helemaal' niet zoveel.

Op dat moment passeren we zo ongeveer de grens. De ramen zijn beslagen maar ik zie de vage contouren van een heuvelachtig landschap (ik heb te weinig geleerd van het hoofdstukje over het ‘schrijven van een natuurbeschrijving’, dus ik houd het maar even bij dit slappe excuus van beslagen ramen). Ik richt me weer op de gratis lessen van de schrijf- docent. “Heterogene verzen, zoals de Sapphische strofe.......en dat daarom amphibrachi, anapesten en dactyli met elkaar getrouwd zijn, zoals jamben en trocheeën, en dat de overige criteria zijn of het vers stijgend of dalend begint en hoeveel voeten het heeft”, lees ik in het hoofdstuk Schrijf je vrije verzen of vormvast?” Hier etaleert de classicus zijn kennis. Ja, de dactyli in een ollekebolleke van Drs. P.  Die is daar een meester in. Maar of hij er beroemd mee is geworden? Hij is eerder bekend van z'n songteksten. Daar is ook een hoofdstukje over. En het volgende stukje heet dan: “Hoe is de samenwerking met Ellen ten Damme eigenlijk begonnen?” Want dat moeten we niet vergeten: Ilja Leonard Pfeiffer schrijft teksten voor Ellen ten Damme. Zoals we ook moeten weten, wat hij van Volkskrant recensent Arjan Peters vindt. (Peters vindt hem een Lucebert epigoon). En wat zijn mening is over Parool recensent Arie Storm. Welke schrijverscafés hij frequenteerde en wie hij daar tegenkwam, hoe het is om voor toneel te schrijven, voor welke literaire tijdschriften hij heeft gewerkt en hoe zeer hij gesteld is op Gerrit Komrij. En nog zo wat. Heeft een het schrijverschap ambiërend persoon daar wat aan? Of is dit meer een literaire autobiografie van de schrijver, vraag ik me af, terwijl de conducteur me in het Duits begroet en mijn kaartje controleert.

Ik neem altijd Pfeijffers hervertellingen van de Griekse Mythen en zijn beschouwingen over de klassieke literatuur mee, als ik naar Griekenland op vakantie ga. Smakelijke verhalen over Griekse helden uit lang, heel heel erg lang vervlogen tijden. Enorme kennis. Goed verteld. Ook zijn De filosofie van de heuvel. Op de fiets naar Rome mag ik graag in m’n handbagage stoppen voor een fietstocht in Frankrijk of Italië. Hij schreef dit boek toen hij met zijn Russische vriendin (zij maakte de foto’s voor de uitgave) van Leiden naar Rome fietste. Ze zijn niet teruggekeerd en in Genua gaan wonen. Maar deze lessen in schrijven bevatten wel heel erg veel open deuren, de auteur moet wel erg veel bier bij alles drinken, en de stijlfiguur van de ironie wordt wel heel erg overvloedig gedemonstreerd. “Hoe ga je om met kritiek? “ Dat wil ik nog wel even weten. In Vlaanderen kun je nog wel eens een criticus met verstand van zaken tegenkomen, lees ik. Maar Nederlandse critici hebben een gebrek aan niveau. Trouwens: Je kunt kritieken met een gerust hart negeren, want een positieve of negatieve recensie is nauwelijks nog van invloed op de verkoopcijfers. Het scheelt je een hoop ergernis. Aldus Ilja Leonard Pfeiffer.

Ilja Pfeiffer
Ik sluit mijn ogen, en leg het boek op het schap voor het raam. Ik denk aan die keer dat ik hem mocht interviewen. In een Leids café natuurlijk. Waar anders. Hij zat tegenover me aan een tafeltje. Met die lange haren en dat brilletje. Shagbuil op tafel. Het was een voorgesprek voor een mogelijk interview voor een documentaire die we maakten over de schilder / schrijver Lucebert. Over diens poëzie wist hij razend enthousiast te vertellen. Maar het is er niet in gekomen. Waarom eigenlijk niet?
Ik doe mijn ogen weer langzaam open. Even lijkt het alsof hij tegenover mij zit, maar de man heeft geen lange haren en hij draagt geen bril. Hij heeft ook geen shag bij zich. Wel zit er een pakje sigaretten in het borstzakje van zijn jack. Een Volkskrant steekt uit de aktetas naast hem op de bank. Hij heeft het boek (zijn boek?) in de hand. Nadrukkelijk kijkt hij me aan. “Interessant boek”, zegt hij dan, terwijl hij het even omhoog houdt. Hij wacht een paar seconden. “Ik heb even ergens anders gezeten”. Waarschijnlijk ligt er een niet uitgesproken vraag op mijn gezicht, want hij vervolgt onmiddellijk: “Ik zat in de restauratiewagen. Internationale trein, hè.” Ik knik. Hij toont me de voorkant van het boek en wijst op de titel. Ik trek even mijn wenkbrauwen op. “Ik schrijf een verhaal”, zegt hij dan, “over een beroemd iemand. En ik las daarover een mooi stukje.” Hij zoekt in de inhoudsopgave. “Kijk, hier heb ik het: Kun je bestaande personen als personages opvoeren? “ Hij kijkt me veel betekenend aan. “En”, vraag ik. “Het ligt eraan wie het is. Sommigen zijn zeer ontstemd, heel erg kwaad. Maar je hebt er ook die zeer vereerd zijn. Die van mij is er zo één.” Hij kijkt mij bijna uitdagend aan. Ik wil hem wel tegemoet komen. “Mag ik vragen wie het is? “ “Kijk”, zegt hij, “hier staat het.” Hij slaat een pagina van het bewuste hoofdstuk op en tikt er met zijn middenvinger op: “Hij schrijft dat ie de hoofdpersoon is in een bepaald verhaal van iemand. Andere naam maar wel heel herkenbaar. Maar het interesseert hem helemaal niks. Integendeel.” Hij citeert: “Ik ben alleen maar vereerd. Zeer vereerd.” Even is het stil. Hij kijkt mij triomfantelijk aan. Dan barst hij in lachen uit. “Ik heb je wel zien lezen”, schatert hij. “Hier, je mag het hebben”. Hij reikt mij het boek aan. “Echt, het is voor jou. Ik weet genoeg. Dat verhaal over Pfeiffer kan ik nu wel schrijven.” Hij drukt het boek in mijn handen. “Ik heet trouwens Arjan.” Hij neemt de aktetas met de Volkskrant onder zijn arm en verlaat proestend de coupé.

Ik heb op dat moment het hoofdstukje Hoe beëindig ik een verhaal? nog niet gelezen. (Staat dat hoofdstukje er eigenlijk wel in?). Anders had ik me ongetwijfeld gerealiseerd, dat ik nog moet vertellen, wat ik in Düsseldorf ging doen.

Enfin, op deze manier ben ik dus in het bezit gekomen van “Hoe word ik een beroemd schrijver?” van Ilja Leonard Pfeiffer. Ik heb het niet meer uitgelezen.

5 opmerkingen:

  1. Leuk stukje Dick!

    Van I.L. Pfeiffer las ik slechts HET GROTE BAGGERBOEK, een waanzinnig boek dat ik van harte kan aanbevelen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik ben ook schrijver, inmiddels drie boeken op de markt, en ik gruw zo verschrikkelijk van precies dat ons-kent-ons-wereldje waar deze dichter het over heeft. Al die dogma's, al die voorwaarden waar je aan moet voldoen, al die hekjes overal omheen... net als het populaire clubje vroeger op school. Gruwelijk.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Wat trouwens wel een aardig boek over 'schrijven' is, is 'Het geheim van de schrijver' van Renate Dorrestein

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen