je moest geen ‘gekke dingen’ doen

Hans en ik hadden kinderen te verzorgen en gingen zelden alleen op reis. Maar in 1982 maakten we een vreemde trip naar de Sovjet-Unie. De glasnost was nog niet uitgevonden en veel Russische Joden vroegen tevergeefs een uitreisvergunning aan. De aanvraag alleen al was voldoende reden om de man of vrouw uit hun functie te zetten en ze een nederiger baan te bezorgen, zoals veger in een metrostation. Vanuit verschillende landen gingen Joden als zogenaamde toerist naar de Sovjet-Unie met als enig oogmerk de ‘refuseniks’ (die een uitreisvisum geweigerd was) te bezoeken en ze een hart onder de riem te steken, voor zover mogelijk.

In het diepste geheim werden mijn man en ik uitgezocht voor een dergelijke missie. Ver voor de
vertrekdatum volgde een langdurige voorbereiding, verdeeld over verschillende avonden, waarbij onze motivatie werd gepeild. We kregen tips over de gewenste inhoud van de koffers, die bij aankomst in Moskou nauwkeurig zouden worden bekeken, en over hoe ons te gedragen om geen argwaan te wekken. We kregen tien adressen en telefoonnummers van Joden in Moskou en Leningrad, waar de reis heen ging. De gegevens moesten we in een nieuw aan te leggen adresboekje tussen de gegevens van onze eigen kennissen plaatsen, zodat het niet opviel bij controle. Een politiestaat. Er werd ons ook gezegd de telefoonnummers alleen in geval van nood te gebruiken, want telefoons werden afgeluisterd.

We kregen loechot (Joods-Russische kalenderboekjes) mee ter verspreiding, die niet in de koffer mochten, en kettinkjes waaraan een Mageen David hing. Die laatste verborg ik midden in pakjes met papieren zakdoekjes. De loechot maakten we aan elkaar vast met touwtjes en hingen we onder ons ondergoed op het blote lijf. Onze tipgever wist met zekerheid dat we niet gefouilleerd zouden worden. Ook bewaarde ik een stel loechot in de binnenzak van een regenjas die ik losjes over mijn arm meedroeg. We hadden het Russische alfabet moeten leren om naambordjes, en de namen van straten en metrohaltes te kunnen ontcijferen. Wij hadden thee, koffie, sigaretten en panty’s als cadeautjes meegenomen; schaarse artikelen toen in de Sovjet-Unie. We moesten uiterst voorzichtig zijn bij het afleggen van privébezoeken en uiteraard geen namen noemen van bezochte of nog te bezoeken personen. Toen kennissen van ons loslippig waren geweest, werden ze bij een van de te bezoeken Joodse families door de geheime politie voor de deur opgewacht en op het eerste het beste vliegtuig naar Nederland gezet.

Bang waren we niet, we voelden ons beschermd door ons Nederlanderschap, maar je moest geen ‘gekke dingen’ doen. We hebben nooit geweten welke instantie ons voor deze missie heeft uitverkoren en aangestuurd. Hans en ik bevroedden dat we hier met de Mossad van doen hadden, maar hebben dat nooit durven navragen.

Uit: Bloeme Evers-Emden - Als een pluisje in de wind. (hoofdstuk: Oorlog) Uitgeverij Van Praag 
ISBN: 978 90 490 2610 3 Formaat: 13,5 x 21,5 cm (paperback) Omvang: 248 pag. Verschijningsdatum: 26 april 2012
prijs: 19,95 euro.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen