Islamofobie en Mohammedanisme: twee moeizame begrippen.

Islamofobie

Tekst uitgesproken bij de presentatie van het boek Islamofobie? Een nuchter antwoord van Frans Groenendijk ISBN 978 90 814 74016, te bestellen via http://www.islamofobie.nl, in Nieuwspoort, Den Haag 24 februari 2010.

De presentatie van dit boek zou eerder plaatsvinden in het Haagse Congrescentrum maar werd daar afgelast omdat men vreesde voor een aanslag of andere narigheden. Op advies en door bemiddeling van GroenLinks kamerlid Tofik Dibi, aan wie het boek officieel aangeboden zou worden, werd de presentatie verplaatst naar Nieuwspoort. Het boek werd daar ook aangeboden aan de zeer seculiere Fati Benkaddour, schrijfster van het boek Hoe overleef ik Nederland, 99 ideeën voor Marokkaanse jongeren ISBN 978 90 446 13957 (februari 2010).

Ten eerste wil ik de heer Groenendijk hartelijk danken voor de mogelijkheid hier enkele woorden te spreken. Hij heeft dit boek zelf uitgegeven. De meeste boeken koop ik tegenwoordig via internet en dit boek was daarop geen uitzondering. Wel jammer dat het niet gewoon bij de boekhandel ligt, want het gaat over een belangrijk politiek onderwerp. Over islamofobie zijn nog weinig wetenschappelijke monografieën geschreven en al helemaal niet in het Nederlands. De heer Groenendijk heeft een belangrijk boek geschreven. Een nuchter boek, zoals hij zelf ook zegt.

Ik sta hier als onafhankelijk onderzoeker. 'Independent scholar' noemen ze dat in het buitenland. Dat klinkt misschien een beetje zielig: zo helemaal in m'n eentje, maar ik kan u verzekeren dat het ook heel prettig is. Toch is het jammer dat IK hier sta en niet iemand die vast aangesteld is aan een van onze universiteiten. De term islamofobie is namelijk een recent fenomeen en dus belangrijk om wetenschappelijk te bestuderen. En dan niet binnen een vakgroep psychologie, waar ze verstand hebben van allemaal andere fobieën, maar binnen een vakgroep die onderzoek doet naar de maatschappelijke kanten van de islamitische godsdienst: de islamografie, het beschrijven van de islam.

Islamofobie is een recent fenomeen, zei ik.

In de jaren '80 van de vorige eeuw was ik heel regelmatig voor mijn werk op bezoek in Arabische landen. In die tijd hoorde ik nooit spreken over islamofobie en kwam ik het begrip ook niet tegen in de krant. Zelfs niet in Saoedi-Arabië, waar toch de meest zuivere vorm van islam heerst. Wie het boek van Frans Groenendijk gelezen heeft of al langer bekend is met het begrip, weet dat het ook slaat op polemieken tegen de islam of tegen bepaalde uitwassen van de islam. Ik kan u verzekeren dat die polemieken er altijd al waren, ook binnen de Arabische wereld. Er wordt daar heel wat gepolemiseerd, over en weer, en het gaat er hard aan toe. Er verschijnen aan de ene kant boeken met kritiek op het fundamentalisme en er verschijnen boeken met kritiek op het verdorven seculiere Westen aan de andere kant. Allemaal in het Arabisch. Maar boektitels met het woord Islamofobie ben ik er nog weinig tegengekomen.

Het woord Islamofobie is problematisch omdat het niet betekent wat het betekent.
Heeft iemand al eens gekeken of Orwell het niet al stiekem bedacht had?

Groenendijk zegt terecht: een fobie is een ziekelijke soort angst. Als je het in een Arabisch woordenboek opzoekt staat er bij latijnse woord fobie: 'een ziekelijke of neurotische angst, zoals angst voor het donker': ḫawfu-n marḍiyyu-n aw ǧunūniyyu-n (mina ẓ-ẓalāmi maṯala-n). Het Arabische woord voor angst is dus: ḫawf (khawf). Maar het Arabische woord voor Islamofobie is islāmufūbiyyā. De meeste arabieren kennen geen latijn. Zij zullen bij dit woord dus niet denken aan 'angst voor de islam' en misschien kunnen zij zich ook helemaal niet voorstellen dat iemand angst heeft voor de islam. Ik zit daar wel een beetje mee. Waarom hebben de officiële instanties in de islamitische wereld het woord overgenomen in z'n westerse, latijnse vorm? Is dit omdat zij ook wel weten dat het niet om een 'angst' gaat? Maar waarom gebruiken ze dan niet een van de woorden die je altijd leest in de polemieken waar ik eerder over sprak? Woorden als ʿadāwa ('vijandigheid'), taṣādum ('clash') of mukāfaḥa (confrontatie, gevecht)? Misschien moeten we dit eens vragen aan de machtige Organisatie van de Islamitische Conferentie, de OIC, waarvan ook Suriname lid is. Zij zijn een belangrijke promotor van de islamofobie.

Ik wil graag nog een ander punt aanroeren en dat is de term Mohammedanisme. Hiermee zal Frans Groenendijk weinig vrienden maken, kan ik u vertellen. Toch wil ik hem hier wel bijstaan in zijn gang op dit stekelige pad. Op bladzijde 21 van zijn boek geeft Groenendijk een paar heel elegante argumenten ter onderbouwing van zijn keuze voor dit begrip, dat tot dertig jaar geleden nog gangbaar was, ook in serieuze wetenschappelijke publicaties. Ik heb vandaag een boek meegenomen dat wij in het eerste jaar van onze studie Arabisch aan de Universiteit van Amsterdam moesten bestuderen, in 1974: Mohammedanism, An Historical Survey van Hamilton Gibb. Ik moet er wel onmiddellijk bijvertellen dat je dit woord in de tekst van het boek zelf niet meer tegenkomt want hij spreekt consequent over islam en moslims. En in 1980 heeft Oxford University Press het boek heel correct omgedoopt in: Islam, An Historical Survey. Toch zegt Gibb op bladzijde 2 van mijn editie dat de term Mohammedanisme op zich niet ongerechtvaardigd is. Hij zegt dan: "In een minder zelf-bewuste tijd noemden moslims hun gemeenschap al-ummatu l-muḥammadiyya 'de Mohammedaanse gemeenschap'. Ik kan u verklappen dat ik deze term nog steeds regelmatig tegenkom in Arabische geschriften. Bijvoorbeeld in de preken van een Rotterdamse imam, die nog in 2007 werden uitgegeven in Casablanca. Het personage Mohammed is in de islam van cruciaal belang en zonder hem valt een groot deel van het bouwwerk in duigen. Zijn naam komt dus in het Arabisch miljoenen keren voor en dat geldt ook voor de aanduiding Mohammedaans als bijvoegelijk naamwoord.

Op bladzijde 21 van zijn boek zegt Groenendijk: 'De mohammedanen geven zelf de voorkeur aan de termen islam en moslim. Deze begrippen verwijzen echter helemaal niet naar Mohammed of Allah maar betekenen zoiets als onderwerping en hij die zich onderwerpt (aan de wil van god). Ze zouden dus ook gebruikt kunnen worden voor niet-mohammedanen.' Groenendijk doelt dan op het gegeven dat vanuit de islam christenen (en ook joden trouwens!) gezien worden als moslims, weliswaar als gemankeerde moslims omdat bijvoorbeeld de christenen Jezus als zoon van Allah beschouwen en omdat ze met de joden Mohammed niet erkennen als laatste profeet. Maar strikt genomen zouden christenen en joden, ook zonder ontkenning van hun eigen dogma's, zichzelf kunnen zien als moslims in de neutrale betekenis van mensen die zich onderwerpen. Maar dan zou ik mij als humanist bijvoorbeeld ook moslim van het humanisme kunnen noemen, want ik onderwerp mij dan aan het humanisme. Dit klinkt allemaal misschien wat flauw, maar er wordt heel wat geschermd met deze woorden om ons heen. De film van Ayaan Hirsi Ali heette Submission en dat was de Egelse vertaling van Islam. Het is allemaal erg verwarrend.

Een probleem dat kleeft aan de termen islam en moslims is dat ze door de geestelijke leiders op deze aardbol heel precies gedefiniëerd zijn en dat je als individuele gelovige daar moeilijk voor kan weglopen. Toch zijn er heel wat mensen die dat doen, openlijk of stiekem. In hoeverre kan je die nog moslims noemen, willen ze zelf nog zo genoemd worden? WIJ noemen ze graag 'culturele moslims', maar noemen zij zichzelf ook zo? Of is de angst voor de vertegenwoordigers van de orthodoxie nog heel groot? Misschien is dat ook wel een vorm van islamofobie....

Het is jammer dat de term islam en moslims zo is ingeburgerd want het aardige aan de term mohammedanisme en mohammedanen is de afstandelijkheid die je ermee kunt aangeven. Net als wanneer je spreekt over christenen of boeddhisten. In mijn jeugd waren er boeken waar, helemaal niet negatief, over de mohammedanen gesproken werd, over hun gebruiken en leefwijzen. Bij mij op de lagere school zat een arabisch jongetje en die noemden wij 'de mohammedaan'. Hij kwam uit Saoedi-Arabië en wij vonden hem machtig interessant. Hij liet mij boekjes zien met allemaal mooie krulletters met punten erboven en eronder. Hij heeft vast bijgedragen aan mijn latere arabofilie, en daarmee bedoel ik mijn liefde voor de Arabische taal en cultuur.

Het beste argument voor de term mohammedanisme geeft Frans Groenendijk op diezelfde bladzijde 21. Van boeddhisten weet ik het niet, maar marxisten aanbidden niet Karl Marx, en darwinisten aanbidden niet Darwin. Marxisme en darwinisme zijn wel belangrijke ideologieën, net als de islam. U weet allemaal dat we tegenwoordig ook nog de term islamisme hebben naast islam, en daarover zou ik u ook een lang college kunnen geven.
Mohammedanisme is een eenvoudige term, en nuttig voor mensen die zich strikt afstandelijk willen opstellen. Maar, mijnheer Groenendijk, wanneer u wilt blijven vasthouden aan deze term: misschien kunt u bij een volgende druk van uw waardevolle boek overwegen om in het verlengde van de woordparen marxisme-marxisten en darwinisme-darwinisten volgende keer te spreken over mohammedanisme-mohammedanisten in plaats van mohammedanisme-mohammedanen! Daarmee brengt u uw boek nog dichter bij de zeer legitieme wetenschappelijk verantwoorde kritiek op ideologieën.

Simon Admiraal, arabist

10 opmerkingen:

  1. Darwinisme is natuurlijk helemaal geen ideologie maar een theorie over een biologisch proces.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Indien ik de woordparen marxisme-marxisten en darwinisme-darwinisten doortrek wordt het mohammedisme-mohammedisten, dus zonder "an".

    Ikzelf hoe er niet zo van om woorden te veranderen. We weten al jaren wat met mohammedanisme-mohammedanen bedoeld wordt, dus laten we die termen zo houden.

    Door al die taal vervormingen worden oudere teksten steeds moeilijker te lezen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Oei, Carel Brendel niet herkend. Das wel erg.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Een reden waarom islam het heeft gewonnen van mohammedisme is gewoon omdat islam veel korter is, sneller en gemakkelijker is opgeschreven.

    Een hele mooie definitie van islamofobie gaf Afshin Ellian een paar jaar geleden. In de wikidpedia heeft islamofobie een apart artikel, helaas een uitermate politiek correct en kritiekloos artikel. De kritische definitie van Ellian over islamofobie werd genadeloos elke keer verwijderd, ook al sloeg het nog zo op het onderwerp.

    Afshin Ellian. “Gerechtvaardigde kritiek op de islam wordt - zonder een zweem van argumentatie - islamofobie en racisme genoemd, en wordt verdacht gemaakt door de aantijging dat daarmee alle moslims worden gestigmatiseerd. Dat soort verdachtmakingen zijn aanslagen op het vrije woord, gepleegd door vrije mensen in een vrij land.”

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Kleinigheidje, maar toch jammer: het woord 'fobie' is niet van Latijnse maar van Griekse oorsprong ('fobos'). Verder betekent het inderdaad in de psychologie meestal 'ziekelijke angst' (in overeenstemming met de betekenis van het woord 'fobos'in het Grieks), maar het wordt ook wel gebruikt om er afkeer mee aan te duiden. W.F. Hermans schreef ooit (begin jaren zestig, onder meer naar aanleiding van het schandaal rond Christine Keeler) een grappige 'monoloog van een anglofoob', waarmee hij zichzelf voor de aardigheid presenteerde als iemand met een geweldige hekel aan Engelsen, maar zeker niet als iemand met een onredelijke angst voor Engelsen.
    Met de uitgang -fobie wordt soms het tegendeel aangeduid van de uitgang -filie; zo staat tegenover de anglofiel (iemand die buitenproportioneel veel houdt van Engelsen, of die alles wat Engels is prachtig vindt) de anglofoob (iemand met een uitgesproken hekel aan Engelsen). Iets anders verhouden zich de homofoob en de homofiel tot elkaar (De homofoob is iemand met een uitgesproken hekel aan homofielen, maar aan niet homofiele personen van het eigen geslacht hoeft hij geen hekel te hebben). Met het idee dat de taal logisch in elkaar steekt komt men niet ver. De woorden krijgen hun betekenis in het gebruik, en een gemeenschap van taalgebruikers kan er uit oogpunt van logika een potje van maken. De 'uitgesproken hekel' is niet conform de betekenis die het woord 'fobos'in het Grieks had, maar er zijn wel meer woorden die met de oorspronkelijke betekenis van het Griekse woord waar het uit is voortgekomen geen duidelijk verband hebben (vb. 'politie'; onduidelijk is wat dat met 'polis', stadsstaat te maken heeft). Het is in het algemeen vaak niet erg zinvol om bij uit het Grieks geleende woorden (of bij leenwoorden uit om het even welke andere vreemde taal) een diepere essentie van een begrip te willen aflezen uit de oorspronkelijke betekenis van dat woord in die vreemde taal.
    In het gebruik staat "islamofobie" gewoon voor "een (onredelijke)hekel aan de Islam hebben"; een islamofoob is een islamhater. Zo wordt het gebruikt en zo wordt het verstaan. Wanneer men er van uit gaat dat de taal logisch in elkaar zit en taalgebruikers altijd consequent zijn, dan kan men inderdaad door de wijze waarop in de psychologie het begrip fobie gehanteerd wordt (in claustrofobie, agorafobie e.d.)op het verkeerde been worden gezet. Maar het uitgangspunt dat de uitgang -fobie altijd hetzelfde betekent (of "eigenlijk" altijd hetzelfde betekent?) is in feite niet juist, en de manier waarop de term "islamofobie" wordt gehanteerd en door de meesten wordt verstaan toont dat aan.

    Overeind blijft dat in de betekenis van het woord 'fobie' altijd het element van onredelijkheid zit. Bij islamofobie dus "onredelijke afkeer", bij claustrofobie "onredelijke angst".
    Hoe onredelijk de afkeer van de Islam is bij degenen die islamofoben worden genoemd, staat natuurlijk te bezien.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Pfioeee. In mijn boek heb ik gelukkig geschreven dat fobie van het Grieks komt. Maar of het er erg veel toe doet?
    Donselaar geeft overigens publiek toe dat de term 'islamofobie' geen heldere definitie kent en gewoon een vehikel voor politieke actie!

    BeantwoordenVerwijderen
  7. In tegenstelling tot de christelijke uitingingen van hun zgn.geloof zien we ongebreideld de islam hun plaats innemen, zelfs opeisen. Dan ontstaat er een tegenbeweging, die niets met een fobie te maken heeft, zij veroorzaken een zekere wrijving.Onze westerse samenleving en de daarbij behorende tolerantie hebben teveel ruimte aan de nieuwe Nederlander gelaten.Zoals de priester zijn habijt in de kerk laat hangen zo zou de moslim de moslimgeraliteerde kleding gewoon thuis moeten laten.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Excuses voor de pijnlijke verspreking: 'fobie' is uiteraard van Griekse oorsprong. Ik ben nog uit een tijd waar je op het gymnasium nog niet kon kiezen tussen Grieks en Latijn en had dus beter moeten weten!

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Interessant stuk. Het zet je wel aan het denken. Het is altijd jammer als bepaalde woorden een negatieve smaak krijgen door toedoen van enkele mensen.

    BeantwoordenVerwijderen