De 50 beste gedichten (34) – C.A. Trypanis – Edfou (1972)

Ik heb bij eerder poëzie-commentaar al wel eens vermeld dat het struinen door tweedehands boekwinkels een van mijn favoriete activiteiten is. Wat dat betreft ben je in Sydney in Gould’s op de juiste plaats. Een enorme boekenhal waaromtrent ik ook al eens melding heb gemaakt, aan het begin van de hippe inner-West suburb Newtown. Voor boekenliefhebbers in Sydney is Gould – de

It was not the giant pylon, the lettered walls,
cobra-crowned kings and priests, bitter-beaked hawks,
captives crippled in supplication
or the lion-headed goddess that moved me.


It was the few roughly scratched names near the roof
of that heavey-pillared temple – Legere, Mabilat,
Ruellet, Roland – soldiers Napoleon had flung
to this fringe of the desert
in one of his trances for power.


Billeted here in that sanded-up temple of horror,
cut off from all they had known, had loved,
what mirage of orchards, cool tapering trees,
fair-headed women of France had filled their eyes
as they gazed on those passionate sunsets
to the green dirge of the Nile.


Tall dreams of Empire, what endless hours
of boredom and longing, harder than sickness and death,
you drag in your trail - Legere, Mabilat, Ruellet, Roland,
names forgotten, obscurer than those tangled hieroglyphics,
much nearer the heart.

Ik heb bij eerder poëzie-commentaar al wel eens vermeld dat het struinen door tweedehands boekwinkels een van mijn favoriete activiteiten is. Wat dat betreft ben je in Sydney in Gould’s op de juiste plaats. Een enorme boekenhal waaromtrent ik ook al eens melding heb gemaakt, aan het begin van de hippe inner-West suburb Newtown. Voor boekenliefhebbers in Sydney is Gould – de grondlegger en naamgever overleed eerder dit jaar op 74-jarige leeftijd - een instituut. Een op het oog vrij ongeordende troep, maar als je wat beter kijkt ontwaar je toch ‘some system in this madness’ en vooral op de poëzie-afdeling beneden, dicht bij de kassa, stuit ik soms op de nodige verrassingen, zoals de vrij onbekende dichter C.A. Trypanis.

De bundel The Glass Adonis trof enkele jaren terug mijn oog omdat deze was uitgegeven door Faber & Faber, de Britse uitgever die garant staat voor kwaliteit. Zodra ik de naam zie is dit voor mij altijd aanleiding de betreffende bundel even in te kijken. In het geval van Trypanis werd ik getroffen door de tegelijk krachtige en onopgesmukte stijl, met een fraai gebruik van klank en alliteratie. Let bijvoorbeeld eens op die regels uit de eerste strofe: cobra-crowned kings and priests, bitter-beaked hawks,/ captives crippled in supplication. Zowel qua ritme als qua woordkeus erg mooi en effectief.

Als dichter vormt Trypanis niet meer dan een voetnoot in de poëziegeschiedenis, maar in de jaren ’60 en ’70 kon hij op enige waardering rekenen en niet van de minsten; het schijnt dat zelfs W.H. Auden zich lovend over hem uitliet. De carrière van Trypanis leidde hem na een studie klassieke talen in Athene naar Engeland en later de V.S., waar hij vooral naam maakte als universiteitsdocent en de schrijver van het standaardwerk Greek Poetry, from Homer to Seferis.

Een van de terugkerende thema’s in vrijwel elk gedicht van Trypanis is het (klassieke) verleden dat – meestal via monumenten - tot ons spreekt in het hier en nu. Hij wordt daarom wel vergeleken met de grote Griekse dichter Kavafis (behandeld nr. 7 uit deze serie). In ‘Edfou’ is het echter niet zozeer het monument uit het verleden zelf dat de aandacht van de dichter trekt. Natuurlijk is dat monument – ik neem aan dat het om de tempel van Edfou gaat, ik ben daar zelf niet geweest – enorm indrukwekkend, wat ook blijkt uit de woordkeus van diezelfde eerste strofe. Maar hier zijn het vooral vier Franse soldaten - die Napoleon, zoals Trypanis het zo mooi zegt, ‘ had flung/ to this fringe of the desert’ - van wie de namen de aandacht van de dichter trekken, als een vroege vorm van graffiti.

We weten niets over de vier Franse soldaten die hier ooit hun dienstplicht moesten vervullen. Alleen hun namen resteren, maar bij die namen kan de dichter zich veel voorstellen en aldus vult hij het verleden in, waarbij de vier soldaten staan voor generaties aan soldaten die in een godvergeten gebied terecht zijn gekomen waar de verveling en het verlangen naar huis en het plezier met de meisjes allesoverheersend zijn, om nog maar te zwijgen van de angst voor de dood. Hier geen ‘Tall dreams of Empire’ - de realiteit is ontluisterend.

Mede daardoor doet dit gedicht mij altijd denken aan de momumenten die ik hier in zelfs de kleinste Australische plaatsen aantref voor de gevallenen uit de twee wereldoorlogen. Ook die jongens zullen zich vaak hebben afgevraagd waar ze in godsnaam in terecht waren gekomen voordat ze, zoals het altijd zo streotiep wordt gezegd, ‘het ultieme offer brachten.’

De Egyptische momumenten zijn overweldigend. Maar tegelijkertijd stammen ze uit een ver verleden dat even imposant is als ver verwijderd van ons dagelijks doen en laten. In dat opzicht kan de dichter zich veel beter inbeelden hoe de vier Franse soldaten zich moeten hebben gevoeld, van wie hij die namen ergens in een hoek in een Egyptisch monument uit de ouheid neergekrabbeld ziet. Bedenk dat de Vietnam-oorlog dagelijkse realiteit was toen dit gedicht werd geschreven (Trypanis woonde in die tijd als universiteitsdocent in Chicago). Dat verklaart die mooie afsluitende regel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen