Denk je nou heus dat ik dat neem?

Annelies_small-1
Heeft schrijfster Annie M.G. Schmidt, geliefd bij jong en oud, zich aan 'alledaags-antisemitisme' schuldig gemaakt? Annejet van der Zijl, die al eerder de biografie Anna – Het leven van Annie M.G. Schmidt schreef, suggereert 't wel een beetje in de door haar samengestelde en onlangs verschenen briefbundel Liefs van Annie – de mooiste brieven van Annie M.G. Schmidt. Weliswaar in een voetnoot (pag. 36), maar toch.

Hoe zit 't? Annie schreef op 30 januari 1934 in een lange brief aan haar moeder Truida Schmidt: “Ik ben 
'La Judith' aan 't lezen van Siegfried van Praag [voetnoot 6: Siegfried E. van Praag was een bekend joods schrijver. De historische roman La Judith verscheen in 1930] en vind het heel mooi. In de leeszaal komt vaak een broer van hem, zo lelijk, net een aap en een groot mispunt erbij.” [voetnoot 7: Siegfried van Praag was beslist geen lelijke man. Moeten we deze opmerking duiden als 'alledaags antisemitisme'? Dat was in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog gemeengoed in Nederland.]
Siegfried E. van Praag

Een harde gevolgtreking n.a.v Annies ontboezeming over 't uiterlijk (en innerlijk) van Siegfried van Praags broer. Ik kijk er wel van op, dat zeg ik eerlijk want Siegfried van Praag mag dan volgens Van der Zijl beslist geen lelijke man zijn geweest, is dat een garantie voor hoe z'n broer eruitzag? Het is natuurlijk niet netjes iemand op z'n uiterlijk te beoordelen, dat weet iedereen, maar ik moet bij dit brieffragment eerder denken aan Annies zoektocht naar een man. We hebben het hier wel over andere tijden, om precies te zijn het midden van de jaren dertig van de vorige eeuw. Toen kon je het schudden als je op je 25e nog niet aan de man was zoals dat heet. Dan stond het meisje al gauw een leven als (oude) vrijster te wachten, de rest van d'r leven wegkwijnend op een kamertje. Niks geen man. Niks geen eigen huis. Niet zo'n prettig vooruitzicht voor de toen 23-jarige Annie. De 'jacht' op een man was tot dusver weinig succesvol geweest, vandaar dat moeder Truida het heft in eigen hand had genomen en contactadvertenties voor haar dochter in de courant plaatste. Niet altijd met Annies instemming maar in die tijd blijkbaar toch een gewone gang van zaken. Ik kan me goed voorstellen dat de jonge Annie alle mannen die in haar gezichtsveld verschenen onder de loep nam en er vervolgens aan haar moeder melding van maakte, juist aan haar moeder op wie ze toen gek was en die zo met haar begaan was. De broer van Van Praag viel niet in de smaak en het was een mispunt daarenboven.

Waar komt de urgentie vandaan om de lezers van dit brievenboek, al is het dan in een voetnoot, een 'lesje' vermeend alledaags antisemitisme voor te houden? Het is mij een raadsel. Uit geen enkele brief blijkt dat Annie antisemitische gevoelens koestert, alledaags of niet. Wel is ze gefascineerd door de 'joodse cultuur'. Op pagina 85 lees ik: “Els heeft zaterdag een familiediner gehad bij haar oom, een schatrijke joodse uitgever. Ze heeft hele deftige familie en er waren 50 mensen. Ik vind het altijd interessant die familieverhalen te horen, de joden zijn zo familieziek en praalziek dus zo'n feest is iets ouderwets schitterends. Een nicht is uitgesloten uit de familie omdat ze christen is geworden, dat is het meest verachtelijke en bespottelijkste wat een jodin kan doen. Els had een echt parelsnoer van haar schoonmoeder aan.” (…)
Jammer dat Ischa Meijer niet meer leeft, die heeft Annie wel geïnterviewd en nam geen blad voor de mond, maar misschien kan een expert zich eens uitspreken over wat we hier precies van moeten denken? Die zijn er toch wel? Ondertussen denk ik er het mijne maar van en dat is niets bijzonders.

Interessant is Schmidts commentaar op de 'oliecrisis' van 1973. Op 2 december 1973 schrijft ze aan zoon Flip van Duijn “We weten nu zeker dat Allah de ware en enige god is, hij steunt de Arabieren en zendt Europa de koudste en vroegste en strengste winter sinds Mohammed.”

Leuk toch?

Nog leuker is de passage, geschreven op 21 februari 1974 vanuit Annies vakantiehuis in Zuid-Frankrijk waar ze dan vrijwel het hele jaar verblijft, wederom aan zoon Flip. Er wordt flink gebouwd rond Annies paradijs, in de eens zo begerenswaardig rustige omgeving verrijst in rap tempo een waar villapark. De geluidsoverlast die dat met zich meebrengt maakt Annie knettergek, ze schrijft: (pag. 288/289) “(…) Straks ga ik in de zon (ja die is er weer) brem plukken met de wasproppen in de oren. What a planet. What a life. Je moet nodig zeggen: 'Mijn ouders wonen in een huisje in Z-Frankrijk.' Je ouders wonen in de hel! Achmed* (noot 3) is OOK nog aan 't herrie maken op mijn terrasje van mijn kleine huisje. Zo meteen ga ik 'm slaan met de ijzeren pook van de mazoutkachel. Schreef ik je al dat hij met mij niet wil praten, omdat ik een vrouw ben? Hij draait zich om als ik in de buurt ben. Ik ben er niet voor hem. Denk je nou heus dat ik dat neem? O God, waarvoor leven wij. (...)”

Een heerlijk brievenboek 'Liefs van Annie'! Geen gezeur, geen gematigde toon of 'respect', maar brieven recht uit het hart geschreven. Zalig hoor om na de biografie uit 2002 (goed bekeken van Annejet van der Zijl. Annie M.G. Schmidt zou dit jaar 100 jaar zijn geworden) nogmaals in Annies leven te kunnen duiken en van haar humor te proeven, al is het niet allemaal jolijt natuurlijk.

*Noot 3 'We hebben een stukje derde-wereld in de tuin. Achmed. Een Tunesiër. Het sterft hier van de ootmoedige Arabieren die om werk vragen. Nu maakt hij de olijven vrij die staan te verstikken in het nonnenbos. En bouwt kapotte planches op. Ook met regen werkt hij door. En wij maar schuldgevoel hebben. In mijn jeugd was er in Kapelle een dame, Bets, die zat te huilen bij het haardvuur uit medelijden omdat er buiten een arme bedelaar in de vrieskou zat. Dat bleef in onze familie een steeds aangehaalde anekdote. Maar nu zijn we in het Westen allemaal Bets.' (Aan Liesbeth Montagne, 13 februari 1974.)

Liefs van Annie – De mooiste brieven van Annie M.G. Schmidt. Ingeleid door Annejet van der Zijl. Amsterdam-Antwerpen Em. Querido's Uitgeverij BV 2011
Bestellen?

5 opmerkingen:

  1. "Een nicht is uitgesloten uit de familie omdat ze christen is geworden, dat is het meest verachtelijke en bespottelijkste wat een jodin kan doen." Dit noem ik gewoon discriminatie op grond van geloof en/of religieus racisme.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het aardige is dat waar de div. geloven dit soort gedrag gewoon van elkaar kennen en in zekere mate accepteren, er een " gestudeerde" westerse, waarschijnlijk atheistische dame voor nodig is om dit gedrag als "rasisties" te duiden en daarmee te veroordelen. De schuld rust zoals gewoonlijk bij degene die het fenomeen registeert!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik denk dat Annie M.G. Schmidt helemaal niets van antisemitisme in zich had. Ik denk dat zij van mening was dat die "van Praag' werkelijk een mispunt was. Daar zal zij wel een reden voor hebben gehad. En dat Annie van mening was dat hij zo lelijk was als een aap dat is een persoonlijke visie. Een ander kan niet bepalen wat iemand mooi moet vinden.

    Men moet niet die ene mening over één persoon projecteren op een hele groep. Ik lees nergens dat alle joden er uit zien als een aap.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Biografe Annejet van der Zijl wil misschien waarschuwen voor alledaagse islamofobie die hier nu welig zou tieren? Toen was het antisemitisme, nu islamofobie.

    BeantwoordenVerwijderen