Posts tonen met het label Gerard Reve. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gerard Reve. Alle posts tonen

Mij staat een religie voor ogen

(...) Mij staat een religie voor ogen, waarvan de belijder niet anders zal beogen dan zichzelf te openen voor God, inplaats van God te willen bemachtigen en dienstbaar te willen maken aan de vervulling van infantiele begeerten; een geloof, dat misschien eens zal mogen heersen, en waarin de mens de moed zal vinden zijn Godsbegrip los te maken van elke hoop en elke verwachting van welk heil dan ook; een geloof, dat de noodzaak van de Dood zal willen inzien, en begrippen als Verlossing en Eeuwig Leven niet zal interpreteren als een zich na de Dood voortzettend, altijddurend heden. (...)

Gerard Reve, Tirade juli-augustus 1966 - Bij Mijn Intrede In De Rooms Katholieke Kerk.

Wie weet, heb ik hierin wel gelijk

(...) Dat er daarginds honger, gebrek, massale corruptie, onderdrukking van iedere vrijheid van meningsvorming, bloedige vervolging van ieder ander geloof dan dat van de kerk van Marx en Lenin, en een middeleeuwse inquisitie heersten, bewees juist dat er daar een grote, de mensheid bevrijdende omwenteling aan de gang was!

Ik schreef in het voorgaande, dat het sterven der mensen misschien wel de enige werkelijke verandering is, die zich op de aardbodem voltrekt. Wie weet, heb ik hierin wel gelijk, want bijna een halve eeuw later, nu iedereen de feiten kan kennen, komen de kinderen en kleinkinderen van dominee Snethlage, of hoe ze nu mogen heten, nog met precies dezelfde juichverhalen over de grootse opbouw in de rode martelstaten aandragen. En nog steeds doet hetzelfde deksel van de zogeheten 'dialectiek', dat op elk potje past, evenveel opgeld als toen: dat wíj niet in de rij behoeven te staan en dat wíj geen gebrek en

Allerzielen

Nadat we bij die en die gezeten hadden,
gingen we bij je weet wel nog wat drinken.
Dinges was er ook, en zong een lied
over een naamloos Graf van eeuwigheid.

Gerard Reve

(1963)

[Uit: Verzamelde gedichten - Gerard Reve, pag, 54, uitg. G.A. van Oorschot.]

De volkswijsheden en scabreuze grappen van Gerard Reve (6)

"Beter één lul in de hand dan de lucht van tien"



[Bron: Ons Leven Met Reve - Teigetje & Woelrat, uitgeverij Balans. Bol.com.]

Structureel geweld



Terwijl hij zijn veertiende flesje pils uit de krat trekt
en met de wipper, zonder te kijken, kreunend openduwt
- zoals de orang oetan,
zonder zijn blik van het publiek te wenden,
een pinda tussen duim en dierenvinger knappend pelt -
klaagt Hugo R. luid tot mij voort:
'Mijn lijn wordt afgetapt. Al maanden.'
'Je wàt wordt afgetapt?'
'Mijn telefoon. Ik word afgeluisterd: het klikt.'
'Ongehoord,' zeg ik, terwijl ik denk:
'Wat valt er bij jou af te luisteren?'

Gerard Reve

(1973)

Uit: Gerard Reve - Verzamelde gedichten

Bestellen?

Gerard Reve over Pim Fortuyn

De politieke actualiteit volgde Reve vanuit de verte. De eerste bewegingen van Pim Fortuyn ontgingen hem niet. Dat diens populariteit zo'n grote vlucht zou nemen, voorzag hij niet. Integendeel. Aan Peter van Bergen schreef hij: 'Heb jij overigens gelezen dat de zoon van Vasalis een boek geschreven en gepubliceerd heeft tegen de volksvreemde invasie van Islamers? Zijn

De volkswijsheden en scabreuze grappen van Gerard Reve (5)

"Als hij in een opgeruimd humeur is, zingt Gerard soms opeens het volgende lied"


O mens gedenk dat gij zijt sterfelijk,
en dat, ja daarenboven,
uw leven ook 
is maar een rook
en als een lichtvergaande smook.
Een blommen die omme licht leyt
vergaat tot dorrigheid.
Of ook als gras
dat gisteren was
en morgen hooi is op den tas!

[Bron: Ons Leven Met Reve - Teigetje & Woelrat, uitgeverij Balans. Bol.com.]

De volkswijsheden en scabreuze grappen van Gerard Reve (4)

"Alles berust op misverstand"


[Bron: Ons Leven Met Reve - Teigetje & Woelrat, uitgeverij Balans. Bol.com.]

De volkswijsheden en scabreuze grappen van Gerard Reve (3)

"De kranten schrijven: 't Zal nog erger worden!"


[Bron: Ons Leven Met Reve - Teigetje & Woelrat, uitgeverij Balans. Bol.com.]

De volkswijsheden en scabreuze grappen van Gerard Reve (2)

"Te laat te laat zei Winnetou, het zaad is al naar binnen toe"


[Bron: Ons Leven Met Reve - Teigetje & Woelrat, uitgeverij Balans. Bol.com.]

De volkswijsheden en scabreuze grappen van Gerard Reve (1)


"Er moet een God zijn of iets dat minstens zo erg is."





[Bron: Ons Leven Met Reve - Teigetje & Woelrat, uitgeverij Balans. Bol.com.]

Een zwarte paus!

Wat wilde dit alles zeggen? Dat wilde zeggen dat er bij een volgend conclaaf een zwarte paus gekozen kon worden!

'Moge God het verhoeden,' dacht Treger. 'Maar als je het in een groter verband bekijkt, nee, ik geloof niet dat het een gek idee is.'

Overigens had het geen enkele zin om ervóór of ertegen te zijn: de Kerk, dus ook dat conclaaf, werd geleid door de Heilige Geest, één van de Drie Personen Gods dus, alias God Zelve, en Die wist heus wel wat Hij deed als Hij iemand tot Plaatsbekleder van Christus op Aarde uitverkoos. Maar als kritisch mens, katholiek of niet, mocht je er intussen natuurlijk van denken wat je wilde. 'Maar waar hoef ik mij

het zoude ook lelijk kunnen tegenvallen

Dovercourt, 9.11.1980

(...)
De Mis hier, in de enige R.K. kerk van het gehele schiereiland, was erg mooi, met 6 (zes) beeldschone misdienaartjes, een lieflijk orgel, en een zeer geïnspireerd koor van aangenaam gestoorde vrouwen. Priest zeide dat we ons moesten voorbereiden op het Eeuwig Leven. Dat vind ik ook, maar wanneer begint dat feest? Ja, àls het een feest is: het zoude ook lelijk kunnen tegenvallen. Hoewel: God is Liefde, en ik geloof niet dat het daarginds erger kan zijn dan hier.

Gerard Reve - Brieven aan Ludo P. 1962-1980, pag. 182, uitg. G.A. van Oorschot, Amsterdam.

Dus dan gaat het zo


Hanny: 'Nou als ik even mag, ik let wél op taalschoonheid. Maar met het laten lezen van mijn gedichten aan Gerard ben ik snel opgehouden.
"Poëzie is een voze en onwaarachtige kunst," zei hij heel in het begin toen we elkaar pas kenden. Dat had hij thuis gehoord van zijn vader. Ik vergeet nooit dat ik je eens iets liet lezen en jij mijn gedichten in twee seconden bekeken had. Je zei: "Ja, heel aardig. zal ik het voor je schrijven?" Toen dacht ik: nou

...alsof wat hij vaststelde een gebrek was.

Treger bekeek de in onbeholpen schrift met groene inkt op stukjes karton vermelde prijzen, maar niets van het uitgestalde geleek hem ook maar iets goedkoper dan elders.  Hij betreurde dit, maar was er ook blij om. 'Iemand helpen, dat is heel goed,' dacht hij, 'maar het moet ook in het reële blijven.' Bovendien waren Eenhoorn en hij er voor de zoveelste keer ook dit jaar niet toe gekomen een kerstboom te kopen. Misschien zat hem dat in een gemeenschappelijke schaamte voor sentimentaliteit die voor kinderen

Meteorologie

'In Vesc heeft het vannacht gevroren', deelt een grote grijze vrouw in een versleten grijze mantel mede.
'Nee toch?' zegt de slager, terwijl hij een bestelling afsnijdt. 'Dat is vroeg! Daar hoor ik van op.'
'Het verbaast mij niets', zegt de andere, kleinere vrouw met bril, terwijl ze de kraagpanden van haar gehaakte wollen vestje rond haar vogelhals bijeen trekt.
'Ja zeker', zegt de grijze vrouw. 'Ze hebben daar van die grote bakken staan, weet u wel...?'
'Bakken...?' vraagt de slager.
'Om uit te drinken, voor het vee', verduidelijkt de grote vrouw. 'Die staan buiten. Reken maar, dat daar heel wat water in kan, in die bakken. Ze hebben er gerust een stuk of wat staan.'
'Waar is dat?' vraagt de kleine vrouw met bril wantrouwend.
'In Vesc', herhaalt de grote vrouw met stelligheid. 'Ik moest er vanmorgen vroeg toevallig zijn, bij mijn neef. Ja, ik kom er eigenlijk niet vaak. Eigenlijk kom ik er bijna nooit.'
'Dat heb ik ook', bekent plotseling een derde vrouw met pikzwart haar en zeer lelijke, fel gekleurde wandelkleding. 'Ik heb wel eens dat ik zowat iedere dag ergens kom, en dan opeens een hele tijd achter elkaar helemaal niet.'
'Het verbaast mij niets', zegt de vrouw met de bril. 'Je voelt het gewoon, dat het kouder wordt. Zo is het

Die Kerk is niet achterlijk

De Kerk verkondigt haar leer letterlijk, en het ligt aan het geestelijk niveau van de zielen of die haar letterlijk, allegorisch dan wel als een ondoorgrondelijk mysterie wensen op te vatten. Die Kerk is niet achterlijk, al denkt de tegenstander dat zij net zo imbeciel is als hij zelf.

Men kan niet van deur tot deur iets colporteren en zeggen ik kom u iets vertellen dat eigenlijk niet waar, maar op een bepaalde manier juist

maar je moet er even op weten te komen

(...) ik was kort geleden juist tot de beantwoording gekomen van de vraag wat te doen indien ik, in Den Haag, voor wat voor subsidie dan ook, enig manuskript zou moeten inleveren waarvan bepaalde passages een voorzichtig kommies aanstoot zouden kunnen geven.

De procedure zou allereenvoudigst kunnen zijn: men neme, vóór de inlevering, elke passage die

... zoals in die (Arabische) geiteneukerslanden

Brief aan Rob Nieuwenhuys

Poste Restante Jogyakarta, 29 Juni 1978

(fragment)
Wat de armoede aan lectuur in de winkels, en de leegte van de pers (Indonesian Times, b.v.) betreft, doet het me hier erg aan Spanje van een jaar of tien geleden denken. Ik had mijzelf - zelfs redelijk goed- Spaans geleerd, en las zowaar de krant.
(Alles vergeten, meneer; ik weet alleen nog: 'Quisera comprar una segilla de gabon', ofwel 'Ik wou een stuk zeep kopen'.) In die kranten stond zo goed als niets, wel veel 'tijdloze kopij', zoals lange artikelen op pag 7 of 9 die bijv. begonnen: 'Tot de merkwaardigste levende wezens, die onze wereldzeeën bevolken, mag wel de walvis gerekend worden'. Etc.

Ik vraag mij af, waar het hier heen gaat, als de nieuwe godsdienst, die geen andere godsdienst naast