‘Foben’ maar geen ‘wappies’

 ‘Foben’ maar geen ‘wappies’

Spannende tijden zijn ‘t. Dat valt niet te ontkennen. De een denkt er zelf een einde aan te maken, de ander wordt stinkend rijk omdat hij zich - geheel uit vrije wil - op de zinloze en vrijheidsberovende (snel)testbusiness stort, of de al even zinloze en ademberovende mondluiers. Beide Neurenberg 2.0 waardige onderzoeksonderwerpen.

Helaas, het verbinden, inclusief zijn, bruggen bouwen en luisteren naar de ander lukt even niet zo goed. We slaan elkaar nog net niet de hersenen in en over een jaar kost een brood honderd euro. 

Dat laatste hoorde ik in ‘n podcast met vooruitziende blik.

Wappies, zegt u? Uiteraard. 

Je wilt ‘n mens zijn. Je kunt niet anders. 

Het allereerste wat je bent als je uit de baarmoeder wordt geworpen. Geen gelovige, geen Nederlander, geen blanke of zwarte, geen lgbt-variatie maar ‘n exemplaar van ‘t menselijke soort en dan, toch nog onverwachts, pakt je Overheid met een uitermate slecht excuus je je lichamelijke integriteit af, je bewegingsvrijheid, je menswaardigheid. Het eerste krijg je nooit meer terug als je ‘t tweede ermee terug denkt te ‘kopen’. De fuik zit inmiddels aardig vol met vers geprikte medeburgers die vervolgens nog steeds angstig zwijgen, zo werkt dat blijkbaar, vandaar ook de niet onverwachte verkiezingsuitslag van 17 maart jl.

“Corona is de grootste zwendel van deze eeuw,” viel op ‘n opstandige opgestelde vrachtwagen te lezen. Enkele weken later was de vrachtwagen verdwenen en vervangen door borden met pijlen en de tekst: Vaccinatie Locatie of Test locatie.

Alsof ik in een science fiction film terecht ben gekomen. Dystopisch. 

Maar wie hoor ik hierover?

Nooit de goedbetaalde media, die volgen kritiekloos de aanjager, maar evenmin de kritische journalisten, columnisten en andere vrijheidsstrijders die ik graag las en volgde toen de multiculturele hel in ons waterige maar evengoed barstensvolle polderlandje losbrak. Zij hadden de moed (ze konden en wilden niet anders) te schrijven over de idiotie van aparte zwemuren voor sommige religieuze vrouwen (want anders konden die vrouwen niet zwemmen!), de opwakkerende jodenhaat in ons vrije land, en arabist Jansen (1942-2015) debunkte zelfs ‘t boek van ‘De Profeet’.

Zo brachten deze weerbare democraten wat hoop, tot afgrijzen van de luie denkers, ook wel cultuurrelativisten genoemd. 

Ze werden niet op klaarlichte dag vermoord, zoals Theo van Gogh en Pim Fortuyn maar voor ‘foben’ uitgemaakt, islamofoben.

Een geuzennaam.

Maar nu hoor ik ze niet. De ‘foben’ zijn, wat ik wel had verwacht, niet massaal ‘wappies’ geworden, zoals kritische denkers en weerbare democraten tegenwoordig wel gemakzuchtig worden genoemd. Velen etaleren een blinde vlek voor de grootste zwendel van deze o zo prille eeuw. Ze gaan mee in het angstnarratief. Gek genoeg vertrouwen ze de instanties en de totalitaire overheid nu wel. 

Ze moeten dus wel bang zijn want vanwaar die haast om je met een experimenteel goedje te laten inspuiten waarvan pas over ‘n jaar of vijf wellicht bekend is wat ‘t precies doet? Zeker, eigen keus en uiteraard hoop ik dat ‘t goed voor hen (iedereen trouwens) uitpakt maar ondertussen word ik meegesleurd door hun beslissingen wat nooit, ik zeg, nooit had mogen gebeuren! 

En toch gebeurt het. 

Daarom kan ik niet anders dan concluderen dat de 5-mei-poster van Forum voor Democratie helaas zeer gepast is, die met de nuchtere tekst: ‘Op 5 mei herdenken we 75 jaar vrijheid 1945-!2020.’ 

Naar verwachting een jaarlijks terugkomertje.

Je wilt een mens zijn of je bent vergeten wat dat betekent.


Annelies van der Veer

24 mei 2021


Genoeg is genoeg

Hij loopt monter de groothandel binnen waar het plafond hoger is dan in een kerk, pakt een kar en begint z’n lijstje af te lopen. Maar het is zaterdagochtend, iets drukker dan doordeweeks, er zijn nu maar liefst vier klanten in de winkel, en hij is de wc-papier-afdeling nog niet voorbij of de bedrijfsmanager spreekt hem aan: “meneer, meneer, wilt u een mondkapje opzetten! Klanten melden bij de kassa dat er iemand zonder mondkapje rondloopt in de winkel!”

Hij blijft kalm en antwoordt dat een mondkapje helemaal geen zin heeft en nee, hij heeft geen mondkapje. Hij is zo klaar, zal zijn spullen afrekenen en dan is er geen probleem meer. De bedrijfsmanager persisteert maar hij geeft geen sjoege. De bedrijfsmanager vertrekt. 

Bij de vriesafdeling aangekomen komt de bedrijfsmanager nog een keer verhaal maken. “Meneer, ik wil u vragen een mondkapje op te zetten. Ik heb hevig geagiteerde klanten aan de balie en ik vraag u nu de winkel te verlaten.”

Wederom antwoordt hij dat hij geen mondkap zal opzetten, dat ‘t maar even duurt om zijn boodschappen bij elkaar te zoeken en dat hij deze netjes zal afrekenen. De bedrijfsmanager is dichter bij hem gaan staan, te dicht bij. “Wilt u wel de anderhalve meter in acht nemen? Nu staat u namelijk te dicht bij mij. Ik vind het prima om een gesprek met u te voeren maar dan wel na mijn boodschappen en buiten de winkel. En als u vindt dat ik een wet overtreed, moet u mij maar laten bekeuren.” 

De bedrijfsmanager roept dat hij mensen die geen mondmasker willen dragen helemaal zat is en loopt weg. 

Hij begrijpt de bedrijfsmanager die er ineens van de giftige overheid de taak van ‘mondkapjespolitie’ bij heeft gekregen best wel maar zijn humeur is grondig verpest, van rustig verder winkelen is geen sprake. Hij versnelt zijn pas, gaat alleen nog voor de grote boodschappen. Bij de kassa wordt hij correct behandeld. 

Eenmaal buiten klinken er geen sirenes, hij laadt vlot in en rijdt gehaast weg. Hoewel hij zich in de winkel groot heeft gehouden, heeft het incident, het feit dat hij verraden is door een medeburger, hem natuurlijk geraakt. Het is godgeklaagd! Hij kan er niet over uit. 

De overheid en vervolgens de media hebben mensen zo bang en gek gemaakt met hun eenzijdige coronapropaganda - waar ze blijkbaar verslaafd aan zijn geraakt - dat ze hun medeburgers, zij die niet mee willen doen aan een ongevraagd gedragsexperiment lafhartig verraden en zo’n bedrijfsmanager ongevraagd opzadelen met een taak waar hij helemaal nooit naar gesollicteerd heeft. Anders was hij wel bij de politie gegaan. 

Hij hoort het de gelukkig gemuilkorfde slaven al denken, dan had hij om van het gezeik af te zijn maar een mondkapje op moeten zetten! 

Neen!

Noem ‘t klein verzet. Het is beslist beter voor zijn (geestelijke) gezondheid om zich niet gek te laten maken en z’n gezonde verstand te blijven gebruiken. Je kunt jezelf toch niet verraden?! En de oorlog is immers nog niet uitgebroken.

Het gekke is dat hij daar steeds aan moet denken. Gezien het gedrag van mensen kan hij zich nu veel beter voorstellen hoe het in oorlogstijd is geweest. Jij, zou fout geweest zijn, denkt hij soms, een collaborateur, en jij een brave onderdaan, en jij een held, een kleine en jij, een grote. 

Hij wil dat helemaal niet denken of weten...

Voor hem is ‘t inmiddels een uitgemaakte zaak: no way dat hij een mondkapje opzet om z’n spullen bij de groothandel te halen. Nergens voor nodig, hij wil het er niet eens over hebben. 

Ga weg met je niet-werkend-mondkapjesplichtexperiment voor een ziekte met een mortaliteitscijfer van 0,15 procent of minder. 

Laten we met z’n allen stoppen en onze rug recht houden dan is het snel afgelopen met die onzin. 

Hij hoort nu Robert Jensen zeggen: “genoeg is genoeg!”