Eersteklas

Soapbox


lul dan over iets fatsoenlijks!”


“Heb jij weer een eersteklas kaartje?” vraag ik G., die ik in de Amsterdamse stationshal tref. Hij antwoordt bevestigend.
Ik niet,” zeg ik.
Dan gaan we dat upgraden naar eersteklas,” beslist G. en hij loopt resoluut naar de loketten. Het klinkt bijna als “we gaan een moordwijf van je maken!” Ik heb geen keuze.


We hebben gelukkig nog wat tijd voordat onze trein vertrekt (geen Sprinter waar het verschil tussen de beide klassen verwaarloosbaar is) want een toeslag regelen voor een tweedeklas kaartje is, merken we, geen dagelijkse handeling voor de lokettiste, en, wat later zal blijken, ook de conducteur heeft er moeite mee.


Toch knaagt er iets. Is het wel verstandig eersteklas te reizen? Als je tweedeklas reist, weet je wat je krijgt: smerige voeten op de banken, opgedrongen telefoongesprekken en gratis iPodmuzak. Dat is een gegeven, daar houd je gewoon rekening mee maar stel dat het extra comfort, waarvoor ik enkele euro's meer heb betaald, tegenvalt?


Nee, zo moet ik niet denken, dat is gevaarlijk heb ik onlangs van een zeer goede en gewaardeerde kennis vernomen die het boek 'The Secret' (het geheim van voorspoed en geluk) aan het lezen is, dan trek je het aan, dan gebeurt het juist! Snel denk ik aan niks en ik loop achteloos de gifgroene banken voorbij, om zelfverzekerd op de zachte, blauwe stoelen neer te dalen. Alsof ik niet anders gewend ben.


De eersteklascoupé is nagenoeg leeg, wel neemt, heel onopvallend, vlak voordat de trein zich in beweging zet, de bioloog/schrijver - bekend van radio, televisie en talloze boeken - op de bank schuin voor ons plaats. G. klapt zijn werkpaard open en ik geniet van het moment. Van het moment ja, want de trein rijdt nauwelijks of er ploffen twee conducteurs (“hè, hè...”) op de blauwe banken neer, precies tegenover de bioloog/schrijver, en die conducteurs beginnen me toch een partij te oudehoeren, werkelijk ongehoord. Vooral de jongste van de twee zit vol verhalen. Zo vernemen wij en nog een stuk of vijf andere betalende eersteklas reizigers dat hij gescheiden is en welke problemen daarmee gepaard gaan, waarna hij onvermoeibaar over de opvoedingsproblematiek van zijn kinderen uit de diverse huwelijken begint. De wat oudere conducteur lijkt het machtig interessant te vinden want af en toe hoor je: “Is dat zo?” en “ja, ja...”.

G. en ik wisselen een blik maar zeggen niets, het kan allemaal zo veel erger, maar dan schalt het karakteristieke stemgeluid van de bioloog/schrijver door de coupé. Ik had hem al een paar keer vanuit zijn gratis krantje naar de kletsende oude wijven zien opkijken maar deze uithaal had ik toch niet verwacht: “als u zo nodig moet lullen, lul dan over iets fatsoenlijks, over het weer of zo, of ga anders in een andere coupé zitten!


De verbouwereerde conducteurs lachen onwennig, mogelijk doordat de reprimande afkomstig is van een stem die gewoonlijk van die grappige verhaaltjes vertelt met zo'n olijk gezicht erbij. Wie zal het zeggen? De jongste zegt nog: “Nou, dat is toch best interessant, de opvoeding van kinderen?!” Dat had hij beter niet kunnen zeggen, nu is de bioloog/schrijver pas echt woedend, hij herhaalt zijn woorden en voegt er aan toe dat hij speciaal een eersteklas kaartje heeft gekocht, dus extra geld heeft betaald en hier niet van gediend is. De oudere conducteur lijkt het nog niet helemaal te begrijpen. Hij probeert: “Nou dan praten we toch over het weer, wat vindt u van het weer vandaag?!”


Oei!


Meneer, ik heb geen behoefte om met u een gesprek over het weer te voeren, maar als u moet lullen, lul dan over iets fatsoenlijks, iets normaals!” De woorden 'moet', 'lullen' en 'lul' krijgen extra accent van de bioloog/schrijver. Hij is niet te stuiten.


'Die man die hep gelijk', denk ik. Ik schraap mijn keel en zeg: “Ik ben het met deze meneer eens!” Zonder mij aan te kijken bedankt de bioloog me en nu begint er wat te dagen bij de NS-medewerkers. Ze druipen, nog wel wat morrend, af. Dat wil zeggen ze vervolgen hun gesprek, collega's onder elkaar nietwaar, maar minder luid en het gaat niet meer over exen en kinderproblematiek.


Bij de eerstvolgende halte stapt de bioloog/schrijver geruisloos uit en de oudere conducteur staat eveneens op maar hij loopt precies de tegenovergestelde richting uit. Hij meldt zijn collega dat hij zo weer terug is. Maar terugkomen doet hij niet. Wat wel jammer is want als hij dat wel had gedaan had hij misschien zijn werk kunnen doen. We hadden het al geroken maar als wij uitstappen zien we het ook, in de tussenruimte naast de eersteklas zitten twee junkies zwaar te gebruiken terwijl er in geen veld of wegen een conducteur te zien is die zich daar om bekommert. De achtergebleven NS-werknemer zit dan nog in zijn eentje in de comfortabele eersteklascoupé. Zou hij net als ik nu zeker weten dat het toch talent vergt om anderen in het openbaar (toe) te spreken?

Wij stappen uit en ik vraag me af of ik het boek 'The Secret' alsnog moet kopen. Hoewel, in zekere zin heb ik waar voor mijn (extra) geld gekregen.


Annelies
vanderVeer

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen