Allah, Liberty and Love: een moedig en hartverwarmend boek van Irshad Manji

[Zie hierbij ook het interview met Irshad Manji vandaag in DePers 'Gematigd zijn, dat is gewoon wegduiken' hierr]

Een Haagse tandarts heeft een gat in de markt ontdekt. Peter Thiel opent tijdens de afgelopen ramadanmaand zijn praktijk in de avonduren voor streng gelovige moslims, die religieuze bezwaren hebben tegen een controle of behandeling overdag, zo meldde de Telegraaf. Thiel nam deze stap na een gesprek met een niet nader genoemde imam in Den Haag. De ‘nachttandarts’: “(Strenggelovige moslims) mogen hun eigen speeksel niet doorslikken van zonsopgang tot zonsondergang. Een van mijn patiënten vertelde me vorige week daarom niet te willen komen voor een vervolgafspraak. Dat heeft me aan het denken gezet.”
Merkwaardig eigenlijk dat het denken in dit soort gevallen zo vaak leidt tot aanpassing van de ongelovige aan de gelovige, die de islam op zijn allerstrengst uitlegt. De ramadan is ontstaan op het Arabisch schiereiland, in een subtropische zone met weinig schommelingen in de tijden van zonsopgang en zonsondergang. In ons land wordt het in de zomermaanden vroeg licht en laat donker. Aanleiding genoeg om de ‘regels’ rond het vasten te versoepelen, al is het maar met het oog op de gezondheid. Het doorslikken van speeksel doorbreekt het vasten niet, zeggen islamgeleerden. Maar voor sommige fanatiek vastende moslims lijkt de gezondheid geen rol te spelen. Artsen en apothekers maken overuren om strenge moslims ervan te overtuigen dat zij er goed aan doen om hun medicijnen op het juiste tijdstip in te nemen. Ondertussen vragen Nederlandse media elk jaar weer het uiterste begrip van niet-moslims voor het zelfopgelegde (of door de sociale omgeving opgelegde) hongeren.
Zou de barmhartige Allah in al zijn wijsheid het echt heel erg vinden als een van zijn schepselen speeksel doorslikt bij de tandarts, of een slokje water binnenkrijgt bij het slikken van een pilletje?  Dergelijke vragen kun je beslist ook verwachten van de Canadese moslima Irshad Manji, schrijfster van twee zeer kritische boeken over de islam. Manji, kind van Pakistaanse ouders die door Idi Amin uit Oeganda werden verdreven, is de schrijfster van de bestseller The Trouble with Islam Today (2002), een oproep om de islam van binnenuit te hervormen. Afgelopen zomer verscheen het vervolg, Allah, Liberty and Love. Daarin werkt ze haar ideeën verder uit, en gaat ze in op de vele reacties op haar eerste boek.

Manji pleit in beide boeken voor ‘itjihad’ – onafhankelijk denken, een oude traditie binnen de islam die volgens haar rond de 13de eeuw in onbruik zou zijn geraakt. Zij vraagt om een kritisch onderzoek naar de Koran, die vol met elkaar tegenstrijdige uitspraken staat. Deze uitleg van de Koran mag niet worden overgelaten aan conservatieve geleerden. Fel hekelt Manji het Arabische tribalisme, dat wereldwijd een toenemende stempel drukt op de islam, en de oorzaak is van het toenemende extremisme in moslimlanden buiten de Arabische regio. De Canadese moslima rekent af met groepsdenken, slachtofferisme, zelfbeklag, en de neiging om het Westen of de Joden de schuld te geven van alles wat er fout gaat in de islamitische wereld.

The Trouble with Islam bevat een opvallend positief hoofdstuk over Israël. Manji herinnert haar lezers er aan dat de islam in veel opzichten voortborduurt op het Jodendom. Alleen om die reden al vindt ze het hardnekkige antisemitisme onder moslims volkomen ongepast. Eén hoofdstuk heet: Thank God for the West. Manji’s betoog komt neer op het volgende: Moslims in het vrije Westen hebben dankzij de liberale democratie ruime mogelijkheden om hun mening te geven. Die vrijheid gebruiken ze niet voor een kritische discussie over de islam, maar voor het onbelemmerd kritiseren van het Westen. Toch kan juist de Westerse wereld als basis dienen voor de noodzakelijke hervorming van de islam.
In Allah, Liberty and Love gaat de islamhervormster in op de vele reacties op haar eerste boek. Na het uitkomen van The Trouble with Islam is ze met de doodbedreigd. Alleen al de vaststelling dat er problemen zijn met de islam is onverdraaglijk voor sommige fundamentalisten, net als de suggestie dat de Koran tegenstrijdigheden bevat; oproepen tot verdraagzaamheid tegenover oproepen tot strijd, waarmee de terroristen hun massamoorden rechtvaardigen. De terreur, zo betoogt Manji, kan niet worden afgedaan met de dooddoener dat de terroristen geen moslims zijn. Uiteraard krijgt de Canadese ook het verwijt, dat zij lesbisch is, en afvallig, en dat alleen om die reden haar islamkritiek nooit hout kan snijden. Manji wijst dat laatste verwijt van de hand. Ze gelooft in Allah, met wie ze een persoonlijke band voelt, en laat zich niet als ongelovige wegzetten.

Manji is er van overtuigd dat de islam wel degelijk kan worden hervormd. Haar hervormingsproject is er een van kleine stapjes, waarbij het vooral aankomt op de ‘morele moed’ van individuele moslims. Zij vergelijkt de situatie in de islamitische wereld met die van de Amerikaanse zwarten in de zuidelijke staten in de jaren voor 1950. Wie in Alabama en Mississippi een einde wilde maken aan de segregatie en de achterstelling van de voormalige slaven, moest ingaan tegen een hardnekkige cultuur van zwijgen, angst en terreur. Zwarte activisten stonden bloot aan lynchpartijen. Witte critici van de rassenscheiding liepen het gevaar om uit de groep te worden gestoten. De morele moed van enkelingen was nodig om het angst en het zwijgen te doorbreken.

In Allah, Liberty and Love heeft Manji weinig op met de ‘gematigden’ binnen de islam. In de praktijk verkondigen vaak hetzelfde als de fundamentalisten, oordeelt ze. Tijdens een discussie in Chicago maakte ze mee dat zelfverklaarde vooruitstrevenden er niet toe kwamen om het stenigen van vrouwen in Iran onomwonden te vooroordelen. “Gematigde moslims zijn zo verteerd door Westers kolonialisme dat ze zijn afgedwaald van het aanpakken van de imperialisten binnen de islam.” Ze herinnert eraan dat vreedzame bestrijders van de Amerikaanse rassenscheiding zoals ds. Martin Luther King allerminst gematigd waren, maar juist zeer radicaal in hun kritiek op de bestaande toestand. Striemende verwijten heeft Manji ook in petto voor linkse progressieven. Ze begrijpt niet dat sommigen geen islamkritiek durven te leveren, soms met het argument dat kritiek op de islam alleen een zaak van moslims zelf zou zijn. Ook hier trekt ze parallellen met de strijd van King. De zwarte dominee kon successen boeken dankzij de steun van blanke Amerikanen, die de bevrijding van hun zwarte landgenoten een zaak van iedereen vonden. Linkse islamcritici zijn in de visie van Mani beslist niet ‘gedoemd tot kwetsbaarheid’.
Manji moet overigens weinig hebben van de geharnaste ‘islambashers’. Maar ze laat zich daardoor niet afhouden van haar eigen islamkritiek. Ze veroordeelt Tariq Ramadan omdat hij niet meer wil dan een moratorium op het stenigen van vrouwen, en er niet toe komt om rechtstreeks te pleiten voor afschaffing van deze Middeleeuwse straf. Een echt vooruitstrevende moslima als Manji zal niet zo maar betogen, dat de conservatieve geestelijke Yusuf al-Qaradawi voorstander is van de dialoog en begrip kweekt voor Joden. Integendeel. Ze hekelt de terroristische Koranuitleg, waarmee de voorman van de Moslimbroederschap aanslagen op Israëlische burgers heeft goedgepraat. Manji ontkent niet dat islamhaat bestaat, maar ze haalt met instemming de Britse Yasmin Alibhai-Brown aan: “Te vaak wordt het verwijt van islamofobie gebruikt als chantagemiddel.”

Staan Manji en andere hervormers voor een mission impossible? Het is moeilijk te zeggen. Het zetten van kleine stapjes op de weg naar hervorming lijkt vrijwel onmogelijk in landen als Afghanistan, Saoedi-Arabië en in delen van Pakistan, waar religieuze onderdrukking en een vrouwvijandige cultuur schering en inslag zijn. De economische zelfstandigheid en de bevrijding van vrouwen uit een spiraal van onderdrukking is volgens Manji een eerste voorwaarde. Zij hoopt in dit verband sterk op de goede werken van de microkredieten. In dit hoofdstuk vind ik haar nogal naïef.

Alle mogelijke kritiek neemt niet weg dat de moedige Manji opnieuw een hartverwarmend boek heeft geschreven. Allah, Liberty and Love kan ik alleen maar aanbevelen.

8 opmerkingen:

  1. Waarom wordt zo'n vrouw niet gewoon christen? Alle waarden die zij aanhangt en die ze met veel hangen en wurgen in de islam wil proppen, zijn christelijk.
    Het doet met allemaal sterk denken aan Karen Armstrong die de islamieten voorhoudt dat ze hun eigen boeken verkeerd lezen en dat er eigenlijk in die boeken steeds staat dat je je naaste lief moet hebben. Ja, dat kan je wel beweren maar er is niet een Ulemaatje die zich er ook maar iets van aantrekt.
    Bovendien biedt het 'culturele moslims' weer een schuilplaats van waar uit zij kunnen beweren dat er 'eigenlijk' niets mis is met de islam.
    Wie weet gebeurt er een wonder en vindt mevrouw grote groepen volgelingen. Hopen op een wonder vind ik geen goed politiek beleid.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Irshad Manji komt op mij over als een sympathieke vrouw. Eigenlijk heeft ze maar één ding tegen: Mohammed weet het beter.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Allah en het woord Liefde benomen in één zin, dat voelt gekunsteld aan. Ik vertrouw het niet. De woorden plicht, oprechtheid, zorg en vertrouwen passen ook niet bij een draaideur-crimineel.

    Waarom wordt dit soort mensen steeds in de aandacht geplaatst, straks gaan ze zelf nog geloven dat wat ze vertellen enige waarde heeft. Het is kolder, het is bullshit. Het komt op mij over als de Noord-Koreaanse bevolking die bij alles wat ze doen dank moeten uiten aan de opperste bevelhebber, want zonder hem is er geen lucht om te ademen. Die kolder van Irshad Manji zit in de zelfde grootte. Er is geen liefde in combinatie met Allah, waarom moet er dan zo lang worden doorgezeikt over iets wat niet kan.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. "Waarom wordt zo'n vrouw niet gewoon christen? "

    VAN DE REGEN IN DE DROP?

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @ Willem

    Maak maar eens een opsomming van alle 'terreurdaden' die Jezus van Nazareth zou hebben gepleegd, en vergelijk dat eens met de 'liefdadigheid' van Mohammed die zich een beter mens achtte dan Jezus, die hij zowaar ook een rolletje als wonderlijke profeet toebedacht in zijn psychopathische proza, wat later door zijn 'fans' werd opgetekend in de koran.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Manji is er van overtuigd dat de islam wel degelijk kan worden hervormd.

    Wie serieus de islam wil hervormen die ontdoet zich van de koran en de hadith door deze walgelijke geschriften te verbranden of anderszins te vernietigen en om met dat gedachtegoed nooit meer iets te maken willen hebben.

    De islam behoort tot de ergste drek-ideologieën die de mensheid heeft voortgebracht.

    allah de maangod is geen liefdevolle god, maar een hardvochtige dictator die absolute onderwerping eist, of anders verliest men zijn of haar hoofd.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Stemmen zoals die van Manji zijn erg belangrijk, maar is zeker niet genoeg. Kritiek op de islam moet ook vooral van binnenuit komen, ook al zal de hoofdstroom islam critici al gauw marginaliseren. Haar analyse over de zogenaamd gematigde moslims en de nepprogressieven van 'links', zijn helaas maar al te raak.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. @Rudolf: op kritiek (lees: apostasie of afvalligheid) op de islam van binnenuit staan zware straffen, en daarmee zijn we meteen bij het kernprobleem van deze a-morele, wrede 'godsdienst' beland, namelijk de intrinsieke onmogelijkheid om zichzelf te hervormen. "An authoritarian ruler must get a grip. The first policy that he imposes on his people shuts down free speech that expresses dissent and criticism, especially if the speech questions the leader. He takes any questioning of his opinions and decisions as a personal insult of him, the head of state, and therefore a threat to his society." (James Arlandson)

    @Hanss: inderdaad, koran en hadith voorgoed verbannen. Nog nooit zoiets compleet onzinnigs gelezen als deze geschriften. Pagina na pagina vol haat en nijd, dood en geweld... geen woord over naastenliefde.

    BeantwoordenVerwijderen