Door Carel Brendel
Amsterdam-Oost gaat onder Fatima Elatik van affaire naar affaire. De afgetreden stadsdeelvoorzitter kon terugkeren door een massieve lobby van de plaatselijke PvdA-leiding. Daarna volgden nieuwe toestanden met subsidies en dure debatavonden. Een nog onbekend wapenfeit: De aanstelling van een radicaliseringsexpert die zich verheugde over de moord op Theo van Gogh: “Joepie wat ben ik vandaag zo vrolijk.”
De Amsterdamse politiek kent vreemde verschijnselen. Maar het wonderlijkste van alles is wel de hardnekkigheid, waarmee
Onafhankelijk en onbaatzuchtig;
voor uw dagelijkse portie geestelijk verzet.
Hoei Boei, de enige site met zowel Gerard Reve
als Harry Potter aan haar zijde.
Academische bundels
Kijk, dat werkt zo. Het idee wordt geboren. Hoog en laag in de afdeling waar het plan is ontsproten wordt gevraagd een stuk bij te dragen. Onderzoekers en publicisten van elders worden uitgenodigd. Financiering wordt veilig gesteld. Inrichting, onderwerp en lengte van de bijdragen wordt afgesproken. Er worden nog meer auteurs benaderd. Er worden deadlines vastgesteld. Die kunnen niet te dichtbij liggen, want iedereen heeft al zo zijn plannen, en daar zat deze bundel wel zeker niet bij. Nu krijgen we een periode van rust.
Op de datum van de afgesproken deadline wordt er geen enkel artikel ingeleverd. De redacteur stuurt nu een herinnering rond, en de meeste auteurs beginnen met nadenken, en schrijven. Een paar maanden later wordt er een aantal artikelen ingeleverd. Een jaar na de deadline is het meeste vaak wel binnen. Maar wat blijkt, tot grote schrik van de eindredacteur/organisator van de bundel? De meest prestigieuze namen, die de meeste macht uitoefenen binnen de academische organisatie waar hij zelf onder valt, hebben nog niets ingeleverd.
Er breekt nu een periode van beleefd soebatten aan. Gewoon een bundel uitgeven zonder bijdragen van deze niet-inleveraars is sociaal binnen de eigen organisatie niet haalbaar. Dat zou de heersende mandarijnenstand wraakzuchtig maken. Dat zou de soebattende redacteuren persoonlijk de kop kunnen kosten, in academische zin dan altijd nog. De mandarijnen kunnen immers het voetvolk maken en breken.
De vroege inleveraars worden nu langzaam steeds bezorgder. Tegen de tijd dat de bundel verschijnt, is hun bijdrage verouderd! De vroege inleveraars zijn degenen die binnen de organisatie de minste macht en invloed hebben. Zij zouden (als ze nog jong zijn) zo’n extra publicatie er bij goed kunnen gebruiken. Gaan ze navraag te doen over de verschijning van de bundel, dan zijn ze in de ogen van de redacteur zeurpieten. Dat is nadelig voor hun carrière. Gaan ze er niet achterheen, hebben ze in het beginstadium van hun onderzoeksloopbaan weken lang niks uitgevoerd dat tot enig resultaat heeft geleid. Dat is ook nadelig, zij het minder dan zeuren. Toch kan (gelukkig alleen in zeldzame gevallen) bij een beoordeling voor een vaste aanstelling zo’n moeilijk verklaarbare periode van ogenschijnlijk niets doen een beginneling noodlottig worden.
Nu gebeurt er een wonder. Bij een kop koffie in het buitenland, tijdens een congres of een onderzoeksreis, biedt een redacteur van een gezaghebbend wetenschappelijk tijdschrift plotsklaps de mogelijkheid het stuk in dat tijdschrift te publiceren! Dat is vele malen prestigieuzer dan die suffe bundel van de eigen faculteit, maar de onmiddellijke leidinggevende raadt het sterk af om op dat aanbod in te gaan, in het belang van de sociale harmonie binnen de lokale dierentuin: ‘Als het stuk eerst in dat prestigieuze blad komt te staan, hoeft het niet meer in die bundel te komen’. Dat klopt natuurlijk.
De vroege inleveraar zucht, maar legt zich er bij neer. Uiteindelijk zou het ook raar zijn als die bundel uitkomt zonder een stuk van hem erin. En voor een geheel nieuw stuk voor die bundel is het te laat, bovendien is het verschijnen van dat nieuwe stuk even onzeker als de verschijning van die bundel als geheel. En de redacteur van de bundel zal haast zeker gaan zeggen dat het nieuwe stuk ‘niet binnen de overeengekomen opzet van de bundel past’. Een poging het oorspronkelijke stuk terug te halen en een nieuw stuk aan te leveren zou haast zeker ook als ‘gezeur’ worden opgevat, met alle noodlottige gevolgen van dien.
Vroege inleveraars die niet jong meer zijn, kunnen één ding doen: er van dromen dat er postuum ooit een bundel van hen zal worden uitgegeven met daarin alle bijdragen die ze geschreven hebben voor academische bundels die niet zijn doorgegaan omdat de machtigste mandarijnen uit het vakgebied het hebben laten afweten, vaak omdat hun huis verbouwd moest worden, of hun tuin opgeknapt.
Maar ja, die postume bundel van zo’n inleveraar-op-tijd is natuurlijk wel verouderd als-ie verschijnt. En niet alleen verouderd, hij verraadt al evenzeer dat de auteur zich niet voldoende heeft weten aan te passen aan de alleszins redelijke eisen van de organisatie die belast was met het plannen van de wetenschapsproductie.
Er verschijnen tot op de dag van vandaag academische bundels die op deze manier tot stand gekomen zijn. Ze passen binnen de hiërarchie van de academie. Het komt niet zo vaak voor dat het veelgeciteerde bestsellers worden.
HansJansen
... ons bestaan is een voortschuifelen geworden
Uit: Het Boek Van Violet En Dood - Gerard Reve, pag. 200/201, Uitg. L.J. Veen
Kerk in Actie spreekt zich zichzelf tegen inzake Israel bashing
Naar aanleiding van ons persbericht 'Wanneer stopt ook de PKN met het financieren van
Israel-bashen?' ( http://www.likud.nl/pers030. html ) is Kerk in Actie met een reactie gekomen,
onder de titel 'Kerk in Actie wil Israël niet beledigen'
Daarin staan allerlei tegenstrijdigheden en onjuistheden:
1. Over de steun aan Sabeel Nederland
Op de vraag of Kerk in Actie de Vrienden van Sabeel financieel ondersteunt wordt het volgende
antwoord gegeven:
a. "Nee, Kerk in Actie geeft geen financiële steun aan de Nederlandse stichting Vrienden van Sabeel."
b. "Wel kan er in voorkomende gevallen op omschreven activiteiten worden samengewerkt."
>>> Draai de volgorde van de punten a. en b. om en u ziet dat Kerk in Actie zichzelf tegenspreekt.
2. Over de band met Sabeel Nederland
"Deze organisatie [de Nederlandse stichting Vrienden van Sabeel] stelt zelf prioriteiten en is
verantwoordelijk voor haar eigen daden en uitspraken."
Strikt formeel klopt dit. Echter:
De vrouw waar het allemaal om ging
Over de motivatie achter het toenemende geweld in Egypte tegen christenen en hun kerken circuleren vele verhalen. Het meest gehoorde verhaal gaat over een of meerdere afvallige christenvrouwen die zich tot de islam zouden hebben bekeerd en met moslimmannen zijn getrouwd. Volgens de geruchten worden zulke vrouwen tegen hun zin in kerken gevangen gehouden. Moslims eisen hun onmiddellijke vrijlating en willen daarom de kerken bestormen en doorzoeken. Als ze worden tegengehouden gaan ze over tot geweld tegen christenen, brandstichten van hun kerken, maar ook de huizen van christenen in de buurt van de kerk worden aangevallen en beroofd.
Lees hierr verder.
De Koerdische Nakba
Door: Missing Peace
Jeruzalem, 18 mei 2011
Het voornemen om via de VN unilateraal een onafhankelijke Palestijnse staat uit te roepen zonder vredesakkoord is niet alleen een recept voor oorlog, maar zal ook gevolgen hebben voor andere uitstaande onafhankelijkheidclaims, de Koerdische voorop.
Jeruzalem, 18 mei 2011
Het voornemen om via de VN unilateraal een onafhankelijke Palestijnse staat uit te roepen zonder vredesakkoord is niet alleen een recept voor oorlog, maar zal ook gevolgen hebben voor andere uitstaande onafhankelijkheidclaims, de Koerdische voorop.
Terwijl zondag jl. de hele wereld zich bezig hield met de Palestijnse Nakba en de door Syrie en Hizbollah georganiseerde provocaties en infiltraties bij Israels noordgrens, werden in het grensgebied in Turks Koerdistan 12 Koerden gedood door het Turkse leger.
Dat gebeurde toen zij probeerden Turkije binnen te komen vanuit Irak.
In tegenstelling tot de Palestijnse Arabieren kunnen de Koerden echter niet rekenen op de sympathie en steun van de wereld bij hun streven naar een onafhankelijke Koerdische staat.
De PKK, die in sommige opzichten te vergelijken is met de PLO, staat zelfs op de lijst van terroristische organisaties.
Dit terwijl de 25 miljoen Koerden een van de oudste volken ter wereld zijn en stelselmatig worden onderdrukt in drie van de vier landen waar zij zich al 4000 jaar ophouden.
De onrust die zich verspreidde over de Arabische wereld gedurende de laatste paar maanden, houdt uiteraard ook de Koerden bezig.
De Koerdische bevolking in Turkije, Irak en Syrië heeft zich niet stil gehouden en zag in dat dit de kans was om een verbetering van hun rechten te eisen.
Gezien de ontwikkelingen met de Koerden in Iran, Turkije en Syrië en het ontbreken van enige internationale steun voor hun strijd voor onafhankelijkheid, is het maar zeer de vraag of een Koerdische opstand zal kunnen slagen.
De echte Nakba
Terwijl de ene mythe na de andere over de Palestijnse Nakba wordt geproduceerd, vond de echte Nakba plaats in Koerdistan.
Dat was in de jaren twintig van de vorige eeuw, toen de Koerden op eenzelfde wijze werden bedrogen door de geallieerden als de Joden in Palestina, maar vooral in Noord Irak tussen 1987 en 1991 tijdens de Iraakse genocide op het Koerdische volk.
(zie de time line van Koerdistan hier: http://timelines.ws/countries/ KURDISTAN.HTML)
Sadam Hoessein vermoordde in die jaren meer dan 230.000 Koerden en vernietigde 4000 Koerdische dorpen. In 1991 vluchtten een miljoen Koerden de bergen in op de grens met Turkije waar zij letterlijk in de val zaten.
Dit en de beschrijving van de onderdrukking van de Koerden hieronder maakt de ongezonde en gevaarlijk obsessie duidelijk met het Palestijnse- Israelische conflict.
De president van de PA Mahmoud Abbas, bekende gisteren in de New York Times wat zijn motieven zijn en wat het echte doel is van zijn huidige acties.
Hij deed dat in een artikel waarin hij de geschiedenis herschreef en duidelijk maakte wat hij bedoelt met ‘thuisland’ en wie voor hem het Palestijnse volk vormen. Ook maakte hij duidelijk dat hij op internationalisering van het conflict met Israel uit is en niet op vrede. Dat is volgens hem het doel van de VN erkenning van de Palestijnse staat.
Spreektekst Homophotoon NVSH ("kat met een u")
Elke sekonde worden op aarde vier mensen geboren
Elke vijf sekonden zijn het er twintig, en
Een van die twintig
Een op elke twintig die geboren worden
Een op die twintig zal, als hij een man is een
Man, en als hij een vrouw is een
Vrouw lichamelijk liefhebben
Elke vijf sekonden op deze aarde wordt iemand geboren die zal worden genoemd
Homoseksueel ('t is niet wáár!!!)
Homofiel (alsjeblieft!!!), of
Osama´s vergeten slachtoffers
Door Henryk M. Broder
Ik zit in Vik, 200 kilometer ten oosten van Reykjavik, aan de IJslandse Zonnekust en ik ben blij dat het om 22.30uur nog zo helder is dat men buiten een krant kan lezen. Het weer is geweldig, de “islendiga Kjötsupa” bij Vikurskani zeer de moeite waard, en zojuist hoorde ik van een jonge Duitse, die in IJsland woont, de zin: “Ik zoek een baan, het maakt niet uit waar!” Voordat ze naar IJsland kwam, heeft ze in Australië en Nieuw-Zeeland gewerkt, hierna gaat ze naar Schotland.
Het was een prachtige dag. Morgen zullen we Einar in Hella ontmoeten en later godsbewijzen bij Vegamot bewonderen. In IJsland respectievelijk op IJsland kun je heel gauw vergeten dat daarbuiten alleen maar idioten rondlopen die er bij een Vitello Tonnato en Château Montrose over klagen dat de Amerikanen Osama Bin Laden “in koelen bloede” zouden hebben vermoord i.p.v. hem op te pakken en voor het gerecht te brengen, bij voorkeur een Duitse rechtbank en het liefst die rechtbank, die Demjanjuk er zojuist toe heeft veroordeeld zijn levensavond in een bejaardenhuis door te brengen.
En zoals kameraad toeval het wil, struikel ik over een tekst op de CNN-homepage: “Bin Laden´s other victims: Stories from decades of terror”, waarin de aanslagen worden opgesomd, waarbij Osama de hand in het spel had. Dat zijn uiteraard veelal onbewezen vermoedens en speculaties, want er bestaat noch een lidmaatschapskaart die Osama´s lidmaatschap van Al-Qaida bewijst noch heeft men hem ooit op heterdaad betrapt.
Maar wanneer je deze tekst op de CNN-homepage hebt gelezen, dan zou je toch heel graag de decadente Osama-fans in Duitsland in hun kont willen schoppen en daarna vragen: zijn jullie nog wel helemaal goed wijs? De alerte prieelfilosoof Precht, de ouwe zak uit Kreuzberg Ströbele, de verwarde mevrouw Däubler-Gmelin, de postseniele meneer Alt.
Nou ja. Dat alles meegekregen en uitgehouden te hebben, en daarbij – afgezien van uitzonderingen van menselijke zwakheden – fatsoenlijk gebleven te zijn, dat heeft hen hard gemaakt, de Duitse “goedmenschen”. Dit is een nooit geschreven en nog te schrijven roemrijke bladzijde in hun historie.
[Link naar Broders verwijzing: Himmler, Heinrich (NSDAP) "Posener Rede", 4.10.1943.]
[Link naar Broders verwijzing: Himmler, Heinrich (NSDAP) "Posener Rede", 4.10.1943.]
Bron:
Vertaald uit het Duits door: E.J. Bron
De oude man en de veel, veel grotere zonde

“Jullie spotten met mij!” roept de oude man uit. 't Liefst staat hij op en loopt weg maar dat kan hij niet. Dat gaat niet meer zo makkelijk. Zijn heup ligt dwars. Tegenover hem zitten zijn dochter en schoonzoon, voor de rest is de gezellige gemeenschappelijke ruimte van het ouderencomplex leeg. Het is nog te vroeg voor de paar vaste gasten, die zullen later komen.
De dochter en haar man stoppen abrupt met lachen, pa's uitbarsting doet hen schrikken. Wat hebben ze verkeerd gezegd? Híj wilde toch over zijn verleden praten, over z'n ex-vrouw, hun (schoon)moeder, hij was toch degene die wilde duiden? Dat hij er op z'n 75e, zo'n 25 jaar na de scheiding, op terug wil komen, is al pijnlijk genoeg maar misschien is er dan toch sprake van enig voortschrijdend inzicht? Zo hoopt zijn dochter, enigszins tegen beter weten in. Als het hem helpt z'n hart te luchten dan willen zij best luisteren en commentaar geven. Als volwassenen, als gelijkwaardigen. Want wat heeft hij er anders aan?
Is het dan zo vreemd dat zijn dochter hem er voorzichtig op wijst – ze zal toch niet de eerste zijn van wie pa het hoort? - dat het voor haar moeder misschien niet zo prettig moet zijn geweest dat hij, ook al waren het de jaren zestig, steeds maar weer vreemd ging? Dat zijn belofte zich te beteren niets waard bleek? Dat z'n vrouw, haar moeder, er na al die jaren van opnieuw en opnieuw proberen genoeg van had gekregen?
Hoe had hij dan gewild dat ze hadden gereageerd op zijn opmerking dat hij niet anders kon omdat al die vrouwen met wie hij vreemd ging, zich aan hem hadden opgedrongen, zich hadden aangeboden, zelfs letterlijk met hun benen wijd? Dat ze níet om deze bespottelijke woorden in lachen waren uitgebarsten maar hem begripvol hadden aangekeken en 'm een klopje op zijn schouder hadden gegeven? Tuurlijk pa, je kon niet anders, je had totaal geen eigen wil in dezen. Het was allemaal voorbestemd, die vrouwen kon je niet versmaden, onmogelijk om niet met hen naar bed te gaan, en dat had allemaal niets te maken met je relatie met de vrouw met wie je toen getrouwd was. Moeder. Had hij zo'n reactie verwacht?
Het lijkt erop, want spotten, zelfs met iets bespottelijks, is in de ogen van de oude man een veel, veel grotere zonde.
Annelies van der Veer
Humor
Door Dick Gilsing
“Prachtig en je ziet ze helemaal niet zitten”, zegt Herman van Beter Horen in de nieuwste versie van de reclamespot van deze hoorspecialist. De gelukkige is Ruud Gullit die zich heeft aangediend (‘U kunt binnenlopen zonder afspraak’) met hoorproblemen. Dat wil zeggen: hij kan de mensen tijdens wedstrijdbesprekingen steeds minder goed verstaan. Het ‘begrip ‘verstaan’ is in deze context geen gelukkige keuze van reclamebureau N=5. Natuurlijk kan Gullit de spelers van Terek Grozny in Tsjetsjenië minder goed verstaan dan die van de club waarvan hij daarvoor trainer was (Los Angeles). Haha. Het feit dat Gullit nu voor de omstreden Ramzan Kadirov werkt, heeft al genoeg grappen gegenereerd en Gullit het nodige commentaar in de media opgeleverd. En wat doet iemand die dan nu anderhalf miljoen op jaarbasis verdient ook nog in een spotje van Beter Horen? De grap in het reclame-item is gebaseerd op het contrast tussen de oude en de jonge Gullit. Dit verschil wordt niet uitgelegd. We zien het. In het spotje van Beter Horen waarin Suarez figureerde was de grap gestoeld op de woorden bank en kaartje die in de voetbalwereld iets anders betekenen dan in de winkelruimte van de hoorspecialist. Bank en kaartje werden ook in beeld gebracht maar de grap bleef eigenlijk te veel in deze woordspeling hangen. De act van Gullit is leuker. Zijn haar is gemillimeterd als hij binnenkomt met zijn probleem. Herman biedt hem ter oplossing een hoortoestelletje aan om de ‘hoorleeftijd te verlagen’. En hij belooft Gullit dat hij weer zal horen als een jonge vent. In het volgende shot zien we – vanuit het perspectief van Herman - de trainer (nog steeds in diezelfde winkelruimte) staan met lange dreadlocks en een snor (zoals iedereen hem kent als voetballer). Zo zie je dat hoortoestelletje inderdaad helemaal niet zitten. Met uitgestreken gezicht (voor zover we dat nog kunnen zien) bedankt trainer Gullit de hoorspecialist Herman en hij verlaat de zaak, nagekeken door Herman. Waarna de pay-off volgt.
Humor is de laatste tien jaar een steeds meer gebruikt verleidingsmiddel in de
“Prachtig en je ziet ze helemaal niet zitten”, zegt Herman van Beter Horen in de nieuwste versie van de reclamespot van deze hoorspecialist. De gelukkige is Ruud Gullit die zich heeft aangediend (‘U kunt binnenlopen zonder afspraak’) met hoorproblemen. Dat wil zeggen: hij kan de mensen tijdens wedstrijdbesprekingen steeds minder goed verstaan. Het ‘begrip ‘verstaan’ is in deze context geen gelukkige keuze van reclamebureau N=5. Natuurlijk kan Gullit de spelers van Terek Grozny in Tsjetsjenië minder goed verstaan dan die van de club waarvan hij daarvoor trainer was (Los Angeles). Haha. Het feit dat Gullit nu voor de omstreden Ramzan Kadirov werkt, heeft al genoeg grappen gegenereerd en Gullit het nodige commentaar in de media opgeleverd. En wat doet iemand die dan nu anderhalf miljoen op jaarbasis verdient ook nog in een spotje van Beter Horen? De grap in het reclame-item is gebaseerd op het contrast tussen de oude en de jonge Gullit. Dit verschil wordt niet uitgelegd. We zien het. In het spotje van Beter Horen waarin Suarez figureerde was de grap gestoeld op de woorden bank en kaartje die in de voetbalwereld iets anders betekenen dan in de winkelruimte van de hoorspecialist. Bank en kaartje werden ook in beeld gebracht maar de grap bleef eigenlijk te veel in deze woordspeling hangen. De act van Gullit is leuker. Zijn haar is gemillimeterd als hij binnenkomt met zijn probleem. Herman biedt hem ter oplossing een hoortoestelletje aan om de ‘hoorleeftijd te verlagen’. En hij belooft Gullit dat hij weer zal horen als een jonge vent. In het volgende shot zien we – vanuit het perspectief van Herman - de trainer (nog steeds in diezelfde winkelruimte) staan met lange dreadlocks en een snor (zoals iedereen hem kent als voetballer). Zo zie je dat hoortoestelletje inderdaad helemaal niet zitten. Met uitgestreken gezicht (voor zover we dat nog kunnen zien) bedankt trainer Gullit de hoorspecialist Herman en hij verlaat de zaak, nagekeken door Herman. Waarna de pay-off volgt.
Humor is de laatste tien jaar een steeds meer gebruikt verleidingsmiddel in de
Het is vreemd, maar
(...) Het is vreemd, maar het is mij wel eens, alsof ik vroeger niet goed wakker was, als ik terugkijk. Ik bedoel vroeger wilde ik heel beroemd worden, beroemder dan wie ook. Pas later, veel later, toen ik tegen de veertig jaren oud was, begreep ik dat het onzin was, naar beroemdheid te verlangen, en te begeren voort te leven in een straatnaam die niemand meer kan thuisbrengen en in citaten in schoolagendaas, met dingen die je nooit gezegd hebt. Ik begon van lieverlede te denken: neen, roem is het niet. Geld, en de daarmede te kopen rust en afzondering, dat is belangrijk. Reizen zonder de angst van met te weinig geld te komen zitten; niet afhankelijk zijn van de gunsten van autoriteiten, huiseigenaren, uitgevers. Op de centen letten dus, en zakenman zijn. Dat heb ik gedaan, en aldus ben ik één van de twee, drie schrijvers die in Nederland van hun eigen werk leven. Maar tenslotte vond ik ook dat niet wezenlijk belangrijk. Nu denk ik: als ik iets zou kunnen schrijven, dat iemand zou ontroeren, en geven, ja, wat? Geluk? Bestaat dat wel, geluk? Alles is toch ongeluk - leven, geboren worden...? Maar als ik iets zou kunnen schrijven dat iemand in dat ongeluk zou kunnen troosten, zoals de Moeder van God, en God Zelf in de persoon van de Heilige Geest wel eens iemand kunnen troosten, dan zou dat toch iets goeds zijn, dat misschien welgevallen zou vinden bij God? Je gaat wel door veel droefheid, voordat je die afstand gevonden hebt. (...)
Gerard Reve
(Gerard Reve. Uit: Klein Gebrek Geen Bezwaar. Pag. 101. Brief aan A. Roland Holst, 30 augustus 1971.)
TV-vraaggesprek
Kijk daar zit weer een heer in 't beeld
die aan een and're heer iets vraagt.
Dit is toch iets wat nooit verveelt,
zo'n vraaggesprek is steeds geslaagd.
Zo, u ben dus meneer Van Boor.
Juist juist, en u maakt muizevallen.
Dat is wel iets bijzonders hoor.
Hoeveel wel? Noemt u eens getallen...
Zo zo, drieduizend muizevallen?
En doet u dat voor uw plezier?
Hoe lang maakt u al muizevallen?
Wel wel, sinds achttienhonderd vier?
En u bent zeker wel van plan
om door te gaan, meneer Van Boor –
met muizevallen maken dan?
O juist, u gáát er dus mee door.
Wel wel, zo zo, ik dank u, hoor,
en dit was dan meneer Van Boor.
Dat is zo fijn, voor u en mij:
ons toestel staat er niet voor niets,
er gaat geen uitzending voorbij
of Iemand vráágt aan Iemand iets.
Vertelt u eens, meneer Van Mook:
u eet alleen maar tafelkleedjes?
Zo zo, de franjes eet u ook?
O juist, bij stukjes en bij beetjes.
En mag ik vragen, sinds wanneer
eet u uitsluitend tafelkleedjes?
O, sinds Colijn. Wel, dank u zeer,
wij zijn erg dankbaar en tevreden.
Wij vonden 't interessant. U ook?
En dit was dan meneer Van Mook.
Zo gaat het elke avond verder.
Vertelt u eens, meneer Den Herder:
u klimt 's nachts altijd in de bomen?
Wel dat is interessant, meneer,
hoe bent u daar zo toe gekomen?
Hoezo, en waar en sinds wanneer?
Hoe lang verzamelt u al touwtjes?
Al veertig jaar? Is 't werkelijk waar?
Hoe lang kijkt u al naar de vrouwtjes?
O juist, al sinds uw tweede jaar.
Hoe lang springt u al over hekken?
Sinds vierendertig? Och och och...
Hoe lang zijn er al vraaggesprekken?
En Hoe Lang houden wij ze nog?
Annie M.G. Schmidt
(Uit: Tot hier toe. Gedichten en liedjes voor toneel, radio en televisie 1938-1985, pag. 38--381, uitg. Querido.)
Polygamie en Jihad
Polygamie en Jihad horen bij de officiële leer van de islam, en er is een verband tussen die twee. Wanneer er mannen meer dan één vrouw kunnen huwen, blijven er mannen over, die buiten de boot vallen. Die mannen kunnen daarentegen wel aan de vrouw komen als ze op Jihad gaan. De islam geeft moslims dan ook het recht naar bed te gaan met vrouwelijke krijgsgevangenen. Laatst was er een in Afghanistan, die na afloop een koekje had gekregen, en ze was daar heel blij mee geweest.
Het gaat niet aan om, zoals Mohammed Rabbae tijdens het Wildersproces deed, te roepen ‘ik heb maar één vrouw’. De regels en wetten van de islam staan het toe om met vier vrouwen gehuwd te zijn, en dat komt in de praktijk dan ook voor. De regels van de islam staan het bovendien toe naar bed te gaan met krijgsgevangenen, en dat komt in de praktijk ook voor.
Er zijn überhaupt minder vrouwen dan mannen in de islamitische wereld, omdat ouders hun dochters minder goed verzorgen dan hun zonen. En dat overschot aan zonen moet iets. In Lampedusa landen dan ook alleen mannen uit Tunesië, en het gerucht wil dat ze de meisjes over boord hebben gegooid, en laten verdrinken. Zonder gedegen onderzoek is daar niets over te zeggen, maar de moslimmannen die merken dat ze over zijn, zullen uit alle macht proberen dat te repareren. Desnoods in het heidense Westen waar discriminatie en islamofobie welig tieren.
Voor de inpassing van de islam in de moderne wereld zijn de officiële leerstellingen van de islam over de rechten van de vrouw dan ook van groot belang. Als de vrouw juridisch dezelfde rechten krijgt als een man, vooral het recht om een eigen partner te hebben die ze niet hoeft te delen met een ander, zoals ook een moslimman zijn vrouw niet hoeft te delen met andere mannen, dan valt de motor achter de Jihad weg. Gelijke rechten betekent misschien thuis wel oorlog, maar buiten de deur geen Jihad meer.
Strategisch kan echt niets en niemand aan de Islam tippen. Het gebruik van geweld is niet alleen doel op zichzelf, het is ook een permanente afleidingmanoeuvre. De gewelddadige Jihad als die van Osama bin Laden vertroebelt de westerse blik op de islam. Door het Jihad-spektakel ontgaat het de meeste Westerlingen dat ondertussen stilletjes elders de sharia wordt ingevoerd. Erger nog, als die spectaculaire Jihadistische bloedige acties maar worden gestopt, werken we opgelucht en vrijwillig mee aan de invoering van de sharia. Dat wil zeggen: de invoering van Jihad en polygamie.
Is jouw gewetensnood groter?
In Duitsland is een helpdeskmedewerker die het gesprek steevast beëindigt met “Jezus houdt van u”. De opdringerigheid van sommige gelovigen... Ik eindig een gesprek toch ook niet met “jouw God is dood”? De werkgever ontslaat de diepgelovige telefonist die in de baas z'n tijd zijn religie aan klanten uitvent. De vrome man stapt vervolgens naar de rechter omdat hij vindt dat zijn vrijheid van godsdienst en meningsuiting is ingeperkt. Eerst stellen rechters de man in 't gelijk maar de werkgever gaat in beroep. Met succes. De rechtbank oordeelt “dat de man niet in gewetensnood zou zijn gekomen als hij zijn vrome afscheidsgroet had weggelaten”.
Hear, hear! Interessante uitspraak. De rechter die 'religieuze gewetensnood' als meetbaar en beoordeelbaar gegeven hanteert. Dat zet me wel aan het denken want hoe meet de rechter die gewetensnood en waartegen zet hij deze af? Moeten er eerst klachten binnenkomen, en zo ja, hoeveel? Is de ene religieuze groet erger dan de andere? En hoe zwaar weegt de gewetensnood van een klant of van een collega?
Als de christen met een beroep op 'geen gewetensnood' mag worden ontslagen waarom dan niet die hoofddoekdraagster van een Almelose speelgoedzaak? Ook deze werkgever vroeg na klachten van een klant z'n werknemer de hoofddoek op het werk af te doen. Best mogelijk dat die klant in gewetensnood was geraakt omdat hij wel weet dat die doek hier door een minderheid in vrijheid kan worden gedragen maar
Lees (en reageer) evt. verder in Metro of op de Metro-site hierr.
Hear, hear! Interessante uitspraak. De rechter die 'religieuze gewetensnood' als meetbaar en beoordeelbaar gegeven hanteert. Dat zet me wel aan het denken want hoe meet de rechter die gewetensnood en waartegen zet hij deze af? Moeten er eerst klachten binnenkomen, en zo ja, hoeveel? Is de ene religieuze groet erger dan de andere? En hoe zwaar weegt de gewetensnood van een klant of van een collega?
Als de christen met een beroep op 'geen gewetensnood' mag worden ontslagen waarom dan niet die hoofddoekdraagster van een Almelose speelgoedzaak? Ook deze werkgever vroeg na klachten van een klant z'n werknemer de hoofddoek op het werk af te doen. Best mogelijk dat die klant in gewetensnood was geraakt omdat hij wel weet dat die doek hier door een minderheid in vrijheid kan worden gedragen maar
Lees (en reageer) evt. verder in Metro of op de Metro-site hierr.
Categorieën:
Annelies in Metro,
Annelies van der Veer
Filmlessen: learning or teaching
Door Dick Gilsing
Soms probeer ik jonge mensen iets te laten ontdekken in films, wat ze er in eerste instantie niet in gezien hadden. Of onbewust wel maar ze konden er nog geen betekenis aan geven. Of ze zagen het wel maar begrepen het niet als onderdeel van een geheel. Dat iets kan een detail zijn, zoals de lange camerabeweging van boven naar beneden, die begint bij een vertrekkend personage op de 12e verdieping en eindigt, wanneer dit personage het gebouw op de begane grond verlaat, ondersteund door muziek van Henny Vrienten, in Left Luggage (1998) van Jeroen Krabbé. Of de manier waarop Alain Delon in Le Samouraï (1967) van Jan-Paul Melville zijn hoed opzet en zich door de film beweegt als een roofdier, soepel en altijd op zijn hoede, klaar om toe te slaan. Of hoe Woody Allen in Annie Hall (1977) spot met de ‘wetten van de vierde wand’ door zijn semi-intellectuele verontwaardiging recht in de camera af te reageren. Of hoe we in het begin van Caché (2006)van Haneke volkomen op het verkeerde been worden gezet. Dat zijn dus details. Het kan ook gaan om het contrast tussen twee personages, komisch zoals tussen de Brooklyn-neger en de Oostduitse taxichauffeur in Night on Earth (1991) van Jim Jarmusch , of dramatisch zoals tussen Ledger en Gyllenhaal in de ‘gay cowboymovie’ Brokeback Mountain (2005) van Ang Lee. Ook kan het gaan om de ontwikkeling van een personage door de hele film heen, zoals die van Harrison Ford in Witness (1985) van Peter Weir, van een hard boiled grootsteedse politierechercheur die geweld niet schuwt tot een vreedzaam verdediger van law and order. Of de bijzondere structuur in het net in Nederland uitgekomen Blue Valentine (2010). Soms zoeken we ook naar de onderliggende symboliek van een film als geheel. Om die helder te krijgen liet ik mijn studenten onlangs twee films vergelijken die in ieder geval bij hun release controversieel waren: Schindler’s List (1993) van Spielberg en La vita ѐ bella (1997) van Begnini. We betrokken daar ook documenten bij van het in januari 2007 in De Balie in Amsterdam georganiseerde symposium over de vraag in hoeverre de Holocaust nog een moreel ijkpunt is en citaten uit het boek De Holocaust is voorbij. Afrekenen met Hitlers erfenis (2010) van Avraham Burg, voormalig parlementslid voor de Israëlische Arbeiderspartij. Evenals fragmenten uit de bij het genoemde symposium en op het IDFA-festival van december 2006 vertoonde documentaire van Marcus J. Carney, die in zijn film The end of the Neubacher Project (2006) de pijnlijke geschiedenis van zijn (Oostenrijkse) familie blootlegt, die altijd de Holocaust heeft ontkend. We kwamen dus beslagen ten ijs. En we kwamen er ook aardig uit. We vonden de douche-scѐne van Spielberg kitsch en we concludeerden dat hij Schindler indrukwekkend maar ook kritiekloos had neergezet. We vonden het documentaire zwart-wit van De Amerikaan authentieker dan de bordkartonnen sprookjeskleuren van de Italiaan. Maar we vonden het jongetje dat opgaat in het spel dat Holocaust heet, ook ontwapenend. En de verhouding tussen vader en zoon vertederend. Maar wie schetst mijn verbazing, of liever verbijstering, toen ik , en wij allemaal, erachter kwamen dat bijna 50 % van de aanwezigen niet wist, wanneer WO II precies had plaatsgevonden. Waarschijnlijk van 1930 tot 1935. Of misschien wel later. Zo ongeveer in de buurt van 1950. Er waren genoeg i-pads aanwezig om dat even te checken. Maar toch. Verbijsterend.
Er bestaat een bijzonder lezenswaardig boek, waarin filmlessen organisch zijn opgenomen. De Filmclub (2008) van David Gilmour. Wanneer deze Canadese filmcriticus merkt, dat school voor zijn puberzoon een drama dreigt te worden en dat hij hem op deze manier kwijt zal raken, doet hij hem een onconventioneel voorstel. Hij hoeft niet meer naar school. Hij hoeft ook niet te gaan werken. Maar dan moet hij wel drie films per week gaan zien, die zijn vader voor hem uitkiest. Samen zien ze van alles. Romantische komedies , de Franse Nouvelle Vague, westerns, horror, James Bond, internationale klassiekers, de film noir, rampenfilms, Fellini. Van Apocalpyse Now tot Last Tango in Paris, van Rosemary’s Baby tot Casablanca, van Blue Velvet tot Basic Instinct. Films van Hitchcock, Kurosawa en Scorcese. Films met Marlo Brando, James Dean, en Nicholson, met Audrey Hepburn, Mia Farrow, en Julia Roberts. En via de film raken ze in gesprek over het leven. Over meisjes, muziek, werk, geld, drugs, liefde en vriendschap. Ontroerend zijn de nostalgie van de vader die zijn zoon loslaat, en de verwondering van de tienerzoon die het leven ontdekt. Samen komen ze er in de Italiaanse klasieker Ladri di biciclette (1948) achter, dat we wat we als goed of kwaad betitelen laten afhangen van wat op dat moment onze behoeften zijn. En dat Le souffle au coeur (1971) van Louis Malle in wezen gaat over ‘een levensfase waarin allerlei dingen een diepe indruk maken, waarin de specie nog niet is uitgehard’ (Gilmour).
Double Healix is een organisatie in Haarlem, die lezingen en trainingen verzorgt – nationaal en internationaal - op het gebied van leiderschap en duurzaamheid, onder leiding van psychotherapeut, leiderschapstrainer, duurzaamheidsadviseur en filmkenner Manfred van Doorn. Zijn Double Healix model is gebaseerd op De held met de duizend gezichten (Ned. Vert. 1990) van Joseph Campbell (uitgewerkt door Christian Vogler in The Writers journey 3rd ed. 2007), waarin de held een aantal stadia doorloopt alvorens tot inzicht te komen. Dit verhaalmodel is heel goed vergelijkbaar met de narratieve structuur van films, waarin de hoofdpersoon een soortgelijke ontwikkeling doormaakt. Het Double Healix model kent twaalf stappen, vier meer dan in het acht- stappenmodel dat Paul Ruven en Marjan Batavier in hun boek Het geheim van Hollywood (2008) hanteren. Van Doorn is een veel gevraagd spreker en trainer die volle zalen trekt waarin hij met door hun bedrijf gestuurde employees de reis doorneemt van stap 1 (proloog) tot stap 12 (elixer), aan de hand van vele filmfragmenten. Daarbij behoort een boek (Het wiel opnieuw uitvinden, - dat wiel was volgens mij al uitgevonden), waarin de twaalf fasen in de reis uitgelegd worden, en toegelicht met vele beelden en stills uit films. De proloog (fase 1) wordt bijvoorbeeld geïllustreerd aan de hand van het begin van American Beauty (1999) waarin de slapende held niet weet dat hij zijn einde al weet. Fase Twee (oproep tot avontuur) wordt ons duidelijk gemaakt aan de hand van o.a. de oproep in een gouden doosje in Amélie (2001) . Fase vier (mentor): Van Doorn noemt de geest uit de fles in Aladdin die nieuwe mogelijkheden tevoorschijn tovert. Mij lijkt de filmoperateur (Philippe Noiret) in Nuovo Cinema Paradiso (1988) ook een hele goede. Enfin, als je in de zaal zit bij Manfred van Doorn, dan krijg je – in de loop (of reis als je wilt) van twaalf lezingen (1 stap van tweeëneenhalf uur ter waarde van 50 euro per keer) een groot aantal filmfragmenten voorgeschoteld, die alle de fasen in het verhaal van de held, en in de reis van het leven, verduidelijken. Ook Lajos Egri vergeleek in zijn standaardwerk The art of dramatic writing (1960) de plotpunten in een dramatisch verhaal met de fasen in het leven. Ook op dit punt was het wiel dus al uitgevonden. Maar goed: het is altijd leuk om filmfragmenten te bekijken. Niet meer vertoond met oude video-apparatuur, maar met de allermodernste middelen. En die d o e n het. Daar betaal je dus ook voor. Dat bedrag hebben mijn studenten er niet voor over. Hun workshops zijn gesubsidieerd. De apparatuur weigert soms dienst. Maar ze krijgen (je durft het bijna niet meer te zeggen) wel waar voor hun geld.
In dat gesubsidieerde onderwijs zitten nogal wat obstakels die goed onderwijs blokkeren. Daar staan op dit moment de kranten vol van. Met name het HBO-onderwijs heeft het zwaar te verduren. En terecht. Volgens een onderzoek van de Vereniging Medezeggenschap Hogescholen onder 11 overwegend grote hbo-instellingen blijkt dat van het personeel op een hogeschool slechts 57 % geregistreerd staat als docent. Dat percentage ligt in de werkelijkheid een stuk lager, omdat veel van hen geen of maar voor een gedeelte onderwijs geven. Zij zijn ook teamleider, coördinator, kwaliteitszorgmedewerker, voorlichter, onderwijsadviseur, toetscontroleur, ontwerper van competenties, bewaker van beheersindicatoren, en nog zo wat.
Enkele jaren geleden rekende de Tilburgse hoogleraar Jan Bouwens uit, dat op een bepaalde hogeschool bij elf opleidingen 21 % werd besteed aan onderwijs, inclusief het voorbereiden van lessen en het nakijken van werkstukken en tentamens. Verreweg het meeste geld gaat naar huisvesting. Naar kosten voor overhead. Naar representatie. En naar kwaliteitsmeting. Deze meting betreft niet zozeer de kwaliteit van een docentencorps maar vooral de mogelijkheid van inwisselbaarheid van individuele docenten. Het liefst moet elke docent alles kunnen geven. En dat kan als alle stof gegoten is in een onderwijsmal die bepaald wordt door vooraf vastgestelde beheersindicatoren en toetscriteria.
Ook in het middelbare onderwijs speelt deze scheefgroei in de verhouding overhead- onderwijs een steeds grotere rol. Getuige ook de onlangs verschenen boeken van Graa Boomsma en Jan Blokker jr. In Uit de school en Bedrog & Onbenul betogen beide schrijvers, dat het hen gaat om kennisoverdracht. Kennis, kennis, kennis. En ze wijzen de ‘terreur van het competentiegerichte leren’ af. Al decennia lang, zo schrijven beide docenten/schrijvers, is het zo dat de beleidsmakers de besluiten nemen en deze vervolgens bij de docenten neerleggen met de woorden: Nu mogen jullie zeggen hoe we het gaan implementeren. Of: uitrollen over het veld, en waar dan de piketpaaltjes moeten komen te staan. Een variant op de managementclaus die ik zelf vanaf ongeveer de eeuwwisseling talloze malen kreeg voorgehouden: dit zijn de kaders; je bent zelf professioneel genoeg om die naar behoren in te vullen. Professionaliteit betekent dan niet meer de kunst om een vak en de context daarvan over te brengen aan jonge mensen, maar de ontwikkeling van een handigheid om binnen beperkte tijd en met beperkte middelen een groot pakket van zeer uiteenlopende taken uit te voeren. Geen wonder dat behalve studenten ook kwaliteitscontroleurs dan even niet meer weten hoe je “de door jouw en jou collega’s aangevraagde camera’s “ moet spellen. “Kennisoverdracht is niet nodig”, is nog steeds een door onderwijsmanagers gebezigde kreet. Immers: “Je kunt het allemaal opzoeken.” Natuurlijk. Je kunt het allemaal opzoeken. Dat vindt Frank Furedi ook. Maar in zijn onlangs in Nederlandse vertaling (van Willem van Paassen) verschenen De terugkeer van het gezag – Waarom kinderen niets meer leren maakt hij duidelijk, dat leerlingen en studenten dat niet zo maar doen. Informatie kun je opzoeken. Maar kennis verwerf je je. Die komt niet zo maar aanwaaien. Daar moet je moeite voor doen. In ons huidige onderwijsbestel gaan we er te veel vanuit, dat kinderen, leerlingen en studenten overal en op elk moment wel iets leren. Teaching is learning geworden volgens Furedi. Ook hij stelt dat er weer kennis onderwézen moet worden door docenten die hun gezag ontlenen aan vakkennis. Niet door een enkeling maar door een team van vakbekwame docenten die elkaar niet controleren maar inspireren. Een team, want ons onderwijs kan niet rusten op die ene meester in Etre et avoir (documentaire 2002) of Entre les murs (geënsceneerde documentaire 2008). Of dichterbij: Meester Ben (documentaire 2008)) op een zwarte school in Den Haag. Hoe inspirerend hun werk ook is. Er is meer nodig. Op de eerste plaats een vakkundig docententeam, dat gestuurd wordt door inspirerende leiders. Gestuurd in de zin van gecoacht, geïnspireerd en gefaciliteerd. Gefaciliteerd met middelen als goede leslokalen en goede apparatuur, een werkbaar rooster, genoeg scholingsmogelijkheden. Dat zijn basisvoorwaarden. Waarom moeten docenten daar steeds om vragen? En dan natuurlijk een overhead die ten dienste staat van het onderwijs en de organisatie daarvan. Niet een overhead die het speeltje is van megalomane bestuurders zoals die er in de afgelopen 12 jaar te veel zijn geweest. Het is ongelooflijk hoeveel er het afgelopen decennium is scheefgegroeid: onderwijs geëxploiteerd alsof het louter een bedrijfsaangelegenheid is, een ongehoorde vorm van marktdenken dat heeft geleid tot veel te grote opleidingen met te weinig docenten, een veel te sterke ontwikkeling van het competentiegericht leren, de enorme schaalvergroting en bureaucratisering, de zogenaamd klantvriendelijke benadering van studenten bij wie te weinig een onderzoekshouding wordt aangekweekt. Het is óók ongelooflijk wat er ondanks al deze obstakels toch gepresteerd is, wat er dankzij studenten, docenten en hun directe leidinggevenden tot stand is gekomen aan waardevolle projecten en maatschappelijke bijdragen. En dan bedoel ik niet die projecten die alleen maar ter meerdere eer en glorie van bepaalde bestuurders waren opgezet.
Okee. De Tweede Wereldoorlog zoeken we op. En in deze tijd van het jaar kan toch bijna niemand ontgaan, wanneer die ook al weer was. De media vertellen het ons. En anders de meester of juffrouw in de klas. Maar het is ook belangrijk het hoe en het waarom daarvan te leren begrijpen. Dat zoek je niet zo maar even op. Daarvoor is teaching nodig. En bewuste sturing, zoals Bo Tarenskeen en Jaïr Stranders nu doen op de avond van 4 mei, na de dodenherdenking op de Dam. Vanaf 21.00 u zijn er 20 voorstellingen in verschillende theaters in Amsterdam. Waarom? T & S: Wij willen de historische achtergrond van WO II weer meer concretiseren. Door de theatervoorstellingen krijgt de geschiedenis weer betekenis, komt deze dichtbij. Als je een specifiek verhaal uit de geschiedenis tilt, wordt dat een anker. We willen de stilte op de Dam nog meer diepte geven, we hopen dat over drie á vier jaar het samenkomen in theaters op 4 mei vanzelfsprekend wordt. Niet alleen in Amsterdam. Eén van die voorstellingen is Bent van Martin Sherman (een gay love story in een concentratiekamp tijdens WO II). Ik zag begin jaren ’80 een indrukwekkende enscenering met Joop Keesmaat en Siem Vroom. Nu in De Engelenbak in de regie van Gerardjan Rijnders. Bent werd in 1997 verfilmd.
Een mooi initiatief waarbij kennis, gevoel en inzicht georganiseerd en kritisch worden doorgegeven. Teaching dus.
Soms probeer ik jonge mensen iets te laten ontdekken in films, wat ze er in eerste instantie niet in gezien hadden. Of onbewust wel maar ze konden er nog geen betekenis aan geven. Of ze zagen het wel maar begrepen het niet als onderdeel van een geheel. Dat iets kan een detail zijn, zoals de lange camerabeweging van boven naar beneden, die begint bij een vertrekkend personage op de 12e verdieping en eindigt, wanneer dit personage het gebouw op de begane grond verlaat, ondersteund door muziek van Henny Vrienten, in Left Luggage (1998) van Jeroen Krabbé. Of de manier waarop Alain Delon in Le Samouraï (1967) van Jan-Paul Melville zijn hoed opzet en zich door de film beweegt als een roofdier, soepel en altijd op zijn hoede, klaar om toe te slaan. Of hoe Woody Allen in Annie Hall (1977) spot met de ‘wetten van de vierde wand’ door zijn semi-intellectuele verontwaardiging recht in de camera af te reageren. Of hoe we in het begin van Caché (2006)van Haneke volkomen op het verkeerde been worden gezet. Dat zijn dus details. Het kan ook gaan om het contrast tussen twee personages, komisch zoals tussen de Brooklyn-neger en de Oostduitse taxichauffeur in Night on Earth (1991) van Jim Jarmusch , of dramatisch zoals tussen Ledger en Gyllenhaal in de ‘gay cowboymovie’ Brokeback Mountain (2005) van Ang Lee. Ook kan het gaan om de ontwikkeling van een personage door de hele film heen, zoals die van Harrison Ford in Witness (1985) van Peter Weir, van een hard boiled grootsteedse politierechercheur die geweld niet schuwt tot een vreedzaam verdediger van law and order. Of de bijzondere structuur in het net in Nederland uitgekomen Blue Valentine (2010). Soms zoeken we ook naar de onderliggende symboliek van een film als geheel. Om die helder te krijgen liet ik mijn studenten onlangs twee films vergelijken die in ieder geval bij hun release controversieel waren: Schindler’s List (1993) van Spielberg en La vita ѐ bella (1997) van Begnini. We betrokken daar ook documenten bij van het in januari 2007 in De Balie in Amsterdam georganiseerde symposium over de vraag in hoeverre de Holocaust nog een moreel ijkpunt is en citaten uit het boek De Holocaust is voorbij. Afrekenen met Hitlers erfenis (2010) van Avraham Burg, voormalig parlementslid voor de Israëlische Arbeiderspartij. Evenals fragmenten uit de bij het genoemde symposium en op het IDFA-festival van december 2006 vertoonde documentaire van Marcus J. Carney, die in zijn film The end of the Neubacher Project (2006) de pijnlijke geschiedenis van zijn (Oostenrijkse) familie blootlegt, die altijd de Holocaust heeft ontkend. We kwamen dus beslagen ten ijs. En we kwamen er ook aardig uit. We vonden de douche-scѐne van Spielberg kitsch en we concludeerden dat hij Schindler indrukwekkend maar ook kritiekloos had neergezet. We vonden het documentaire zwart-wit van De Amerikaan authentieker dan de bordkartonnen sprookjeskleuren van de Italiaan. Maar we vonden het jongetje dat opgaat in het spel dat Holocaust heet, ook ontwapenend. En de verhouding tussen vader en zoon vertederend. Maar wie schetst mijn verbazing, of liever verbijstering, toen ik , en wij allemaal, erachter kwamen dat bijna 50 % van de aanwezigen niet wist, wanneer WO II precies had plaatsgevonden. Waarschijnlijk van 1930 tot 1935. Of misschien wel later. Zo ongeveer in de buurt van 1950. Er waren genoeg i-pads aanwezig om dat even te checken. Maar toch. Verbijsterend.
Er bestaat een bijzonder lezenswaardig boek, waarin filmlessen organisch zijn opgenomen. De Filmclub (2008) van David Gilmour. Wanneer deze Canadese filmcriticus merkt, dat school voor zijn puberzoon een drama dreigt te worden en dat hij hem op deze manier kwijt zal raken, doet hij hem een onconventioneel voorstel. Hij hoeft niet meer naar school. Hij hoeft ook niet te gaan werken. Maar dan moet hij wel drie films per week gaan zien, die zijn vader voor hem uitkiest. Samen zien ze van alles. Romantische komedies , de Franse Nouvelle Vague, westerns, horror, James Bond, internationale klassiekers, de film noir, rampenfilms, Fellini. Van Apocalpyse Now tot Last Tango in Paris, van Rosemary’s Baby tot Casablanca, van Blue Velvet tot Basic Instinct. Films van Hitchcock, Kurosawa en Scorcese. Films met Marlo Brando, James Dean, en Nicholson, met Audrey Hepburn, Mia Farrow, en Julia Roberts. En via de film raken ze in gesprek over het leven. Over meisjes, muziek, werk, geld, drugs, liefde en vriendschap. Ontroerend zijn de nostalgie van de vader die zijn zoon loslaat, en de verwondering van de tienerzoon die het leven ontdekt. Samen komen ze er in de Italiaanse klasieker Ladri di biciclette (1948) achter, dat we wat we als goed of kwaad betitelen laten afhangen van wat op dat moment onze behoeften zijn. En dat Le souffle au coeur (1971) van Louis Malle in wezen gaat over ‘een levensfase waarin allerlei dingen een diepe indruk maken, waarin de specie nog niet is uitgehard’ (Gilmour).
Double Healix is een organisatie in Haarlem, die lezingen en trainingen verzorgt – nationaal en internationaal - op het gebied van leiderschap en duurzaamheid, onder leiding van psychotherapeut, leiderschapstrainer, duurzaamheidsadviseur en filmkenner Manfred van Doorn. Zijn Double Healix model is gebaseerd op De held met de duizend gezichten (Ned. Vert. 1990) van Joseph Campbell (uitgewerkt door Christian Vogler in The Writers journey 3rd ed. 2007), waarin de held een aantal stadia doorloopt alvorens tot inzicht te komen. Dit verhaalmodel is heel goed vergelijkbaar met de narratieve structuur van films, waarin de hoofdpersoon een soortgelijke ontwikkeling doormaakt. Het Double Healix model kent twaalf stappen, vier meer dan in het acht- stappenmodel dat Paul Ruven en Marjan Batavier in hun boek Het geheim van Hollywood (2008) hanteren. Van Doorn is een veel gevraagd spreker en trainer die volle zalen trekt waarin hij met door hun bedrijf gestuurde employees de reis doorneemt van stap 1 (proloog) tot stap 12 (elixer), aan de hand van vele filmfragmenten. Daarbij behoort een boek (Het wiel opnieuw uitvinden, - dat wiel was volgens mij al uitgevonden), waarin de twaalf fasen in de reis uitgelegd worden, en toegelicht met vele beelden en stills uit films. De proloog (fase 1) wordt bijvoorbeeld geïllustreerd aan de hand van het begin van American Beauty (1999) waarin de slapende held niet weet dat hij zijn einde al weet. Fase Twee (oproep tot avontuur) wordt ons duidelijk gemaakt aan de hand van o.a. de oproep in een gouden doosje in Amélie (2001) . Fase vier (mentor): Van Doorn noemt de geest uit de fles in Aladdin die nieuwe mogelijkheden tevoorschijn tovert. Mij lijkt de filmoperateur (Philippe Noiret) in Nuovo Cinema Paradiso (1988) ook een hele goede. Enfin, als je in de zaal zit bij Manfred van Doorn, dan krijg je – in de loop (of reis als je wilt) van twaalf lezingen (1 stap van tweeëneenhalf uur ter waarde van 50 euro per keer) een groot aantal filmfragmenten voorgeschoteld, die alle de fasen in het verhaal van de held, en in de reis van het leven, verduidelijken. Ook Lajos Egri vergeleek in zijn standaardwerk The art of dramatic writing (1960) de plotpunten in een dramatisch verhaal met de fasen in het leven. Ook op dit punt was het wiel dus al uitgevonden. Maar goed: het is altijd leuk om filmfragmenten te bekijken. Niet meer vertoond met oude video-apparatuur, maar met de allermodernste middelen. En die d o e n het. Daar betaal je dus ook voor. Dat bedrag hebben mijn studenten er niet voor over. Hun workshops zijn gesubsidieerd. De apparatuur weigert soms dienst. Maar ze krijgen (je durft het bijna niet meer te zeggen) wel waar voor hun geld.
In dat gesubsidieerde onderwijs zitten nogal wat obstakels die goed onderwijs blokkeren. Daar staan op dit moment de kranten vol van. Met name het HBO-onderwijs heeft het zwaar te verduren. En terecht. Volgens een onderzoek van de Vereniging Medezeggenschap Hogescholen onder 11 overwegend grote hbo-instellingen blijkt dat van het personeel op een hogeschool slechts 57 % geregistreerd staat als docent. Dat percentage ligt in de werkelijkheid een stuk lager, omdat veel van hen geen of maar voor een gedeelte onderwijs geven. Zij zijn ook teamleider, coördinator, kwaliteitszorgmedewerker, voorlichter, onderwijsadviseur, toetscontroleur, ontwerper van competenties, bewaker van beheersindicatoren, en nog zo wat.
Enkele jaren geleden rekende de Tilburgse hoogleraar Jan Bouwens uit, dat op een bepaalde hogeschool bij elf opleidingen 21 % werd besteed aan onderwijs, inclusief het voorbereiden van lessen en het nakijken van werkstukken en tentamens. Verreweg het meeste geld gaat naar huisvesting. Naar kosten voor overhead. Naar representatie. En naar kwaliteitsmeting. Deze meting betreft niet zozeer de kwaliteit van een docentencorps maar vooral de mogelijkheid van inwisselbaarheid van individuele docenten. Het liefst moet elke docent alles kunnen geven. En dat kan als alle stof gegoten is in een onderwijsmal die bepaald wordt door vooraf vastgestelde beheersindicatoren en toetscriteria.
Ook in het middelbare onderwijs speelt deze scheefgroei in de verhouding overhead- onderwijs een steeds grotere rol. Getuige ook de onlangs verschenen boeken van Graa Boomsma en Jan Blokker jr. In Uit de school en Bedrog & Onbenul betogen beide schrijvers, dat het hen gaat om kennisoverdracht. Kennis, kennis, kennis. En ze wijzen de ‘terreur van het competentiegerichte leren’ af. Al decennia lang, zo schrijven beide docenten/schrijvers, is het zo dat de beleidsmakers de besluiten nemen en deze vervolgens bij de docenten neerleggen met de woorden: Nu mogen jullie zeggen hoe we het gaan implementeren. Of: uitrollen over het veld, en waar dan de piketpaaltjes moeten komen te staan. Een variant op de managementclaus die ik zelf vanaf ongeveer de eeuwwisseling talloze malen kreeg voorgehouden: dit zijn de kaders; je bent zelf professioneel genoeg om die naar behoren in te vullen. Professionaliteit betekent dan niet meer de kunst om een vak en de context daarvan over te brengen aan jonge mensen, maar de ontwikkeling van een handigheid om binnen beperkte tijd en met beperkte middelen een groot pakket van zeer uiteenlopende taken uit te voeren. Geen wonder dat behalve studenten ook kwaliteitscontroleurs dan even niet meer weten hoe je “de door jouw en jou collega’s aangevraagde camera’s “ moet spellen. “Kennisoverdracht is niet nodig”, is nog steeds een door onderwijsmanagers gebezigde kreet. Immers: “Je kunt het allemaal opzoeken.” Natuurlijk. Je kunt het allemaal opzoeken. Dat vindt Frank Furedi ook. Maar in zijn onlangs in Nederlandse vertaling (van Willem van Paassen) verschenen De terugkeer van het gezag – Waarom kinderen niets meer leren maakt hij duidelijk, dat leerlingen en studenten dat niet zo maar doen. Informatie kun je opzoeken. Maar kennis verwerf je je. Die komt niet zo maar aanwaaien. Daar moet je moeite voor doen. In ons huidige onderwijsbestel gaan we er te veel vanuit, dat kinderen, leerlingen en studenten overal en op elk moment wel iets leren. Teaching is learning geworden volgens Furedi. Ook hij stelt dat er weer kennis onderwézen moet worden door docenten die hun gezag ontlenen aan vakkennis. Niet door een enkeling maar door een team van vakbekwame docenten die elkaar niet controleren maar inspireren. Een team, want ons onderwijs kan niet rusten op die ene meester in Etre et avoir (documentaire 2002) of Entre les murs (geënsceneerde documentaire 2008). Of dichterbij: Meester Ben (documentaire 2008)) op een zwarte school in Den Haag. Hoe inspirerend hun werk ook is. Er is meer nodig. Op de eerste plaats een vakkundig docententeam, dat gestuurd wordt door inspirerende leiders. Gestuurd in de zin van gecoacht, geïnspireerd en gefaciliteerd. Gefaciliteerd met middelen als goede leslokalen en goede apparatuur, een werkbaar rooster, genoeg scholingsmogelijkheden. Dat zijn basisvoorwaarden. Waarom moeten docenten daar steeds om vragen? En dan natuurlijk een overhead die ten dienste staat van het onderwijs en de organisatie daarvan. Niet een overhead die het speeltje is van megalomane bestuurders zoals die er in de afgelopen 12 jaar te veel zijn geweest. Het is ongelooflijk hoeveel er het afgelopen decennium is scheefgegroeid: onderwijs geëxploiteerd alsof het louter een bedrijfsaangelegenheid is, een ongehoorde vorm van marktdenken dat heeft geleid tot veel te grote opleidingen met te weinig docenten, een veel te sterke ontwikkeling van het competentiegericht leren, de enorme schaalvergroting en bureaucratisering, de zogenaamd klantvriendelijke benadering van studenten bij wie te weinig een onderzoekshouding wordt aangekweekt. Het is óók ongelooflijk wat er ondanks al deze obstakels toch gepresteerd is, wat er dankzij studenten, docenten en hun directe leidinggevenden tot stand is gekomen aan waardevolle projecten en maatschappelijke bijdragen. En dan bedoel ik niet die projecten die alleen maar ter meerdere eer en glorie van bepaalde bestuurders waren opgezet.
Okee. De Tweede Wereldoorlog zoeken we op. En in deze tijd van het jaar kan toch bijna niemand ontgaan, wanneer die ook al weer was. De media vertellen het ons. En anders de meester of juffrouw in de klas. Maar het is ook belangrijk het hoe en het waarom daarvan te leren begrijpen. Dat zoek je niet zo maar even op. Daarvoor is teaching nodig. En bewuste sturing, zoals Bo Tarenskeen en Jaïr Stranders nu doen op de avond van 4 mei, na de dodenherdenking op de Dam. Vanaf 21.00 u zijn er 20 voorstellingen in verschillende theaters in Amsterdam. Waarom? T & S: Wij willen de historische achtergrond van WO II weer meer concretiseren. Door de theatervoorstellingen krijgt de geschiedenis weer betekenis, komt deze dichtbij. Als je een specifiek verhaal uit de geschiedenis tilt, wordt dat een anker. We willen de stilte op de Dam nog meer diepte geven, we hopen dat over drie á vier jaar het samenkomen in theaters op 4 mei vanzelfsprekend wordt. Niet alleen in Amsterdam. Eén van die voorstellingen is Bent van Martin Sherman (een gay love story in een concentratiekamp tijdens WO II). Ik zag begin jaren ’80 een indrukwekkende enscenering met Joop Keesmaat en Siem Vroom. Nu in De Engelenbak in de regie van Gerardjan Rijnders. Bent werd in 1997 verfilmd.
Een mooi initiatief waarbij kennis, gevoel en inzicht georganiseerd en kritisch worden doorgegeven. Teaching dus.
WEL OF NIET OP DE TV?
De programma’s zijn vaak saai, zeer saai. Als het voor iemand in de studio al lastig is zijn aandacht er bij te houden, kan je gerust voorspellen dat ‘de kijkers thuis’ wellicht ook wat minder geboeid zijn. Toch is dat geen serieus bezwaar: zelfs als er weinig mensen het volhouden om te kijken, zijn het er toch altijd nog veel meer dan het aantal luisteraars dat je in een zaaltje bij elkaar kunt krijgen. Het is anderzijds natuurlijk wel een beetje gênant tegenover familie en vrienden in een programma te zitten dat echt gewoon vervelend en saai is.
Sommige programma’s zijn meer actiejournalistiek dan journalistiek. Voor een goed doel moet alles kunnen, en veel mensen zullen het wel goed vinden als een programmamaker de waarheid licht geweld aan doet ter wille van het goede. Maar soms gaat de actiejournalistiek wel heel ver, en zijn de vertoonde beelden meer actie dan journalistiek. Of helemaal geen journalistiek meer, en alleen nog maar actie, zoals de preek van de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie Joop van Riessen die bij Pauw en Witteman betoogt dat hij best een gekozen politicus wil [laten?] mollen. Presentatoren die zoiets laten gebeuren zijn meer activist dan journalist.
De cartoonist Gregorius Nekschot heeft vastgezeten, gelukkig kort, voor het geven van zijn mening over de islam. Geert Wilders staat terecht voor uitspraken die een niet-jurist moeilijk anders kan zien dan als het geven van een mening. Presentatoren, publiek en politie maken geen scherp onderscheid tussen het brengen van een bericht (‘er zijn moslims die de koran beschouwen als license to kill’) en het geven van een mening (‘de koran is een license to kill’). Wie niet kan voorspellen hoe de onvoorspelbare en niet altijd even nuchtere Nederlandse rechtspraak zal gaan reageren, kan beter niet aanschuiven in een tv-programma. Niet alleen het uitspreken van een mening kan strafbaar zijn, wat al bedenkelijk genoeg is in een vrij land, ook het brengen van een bericht kan tot tijdrovende moeilijkheden leiden.
Regelmatig op de buis verschijnen leidt tot reacties die even moeilijk te omschrijven als te verdragen zijn. ‘Stalken’ is misschien een goed woord, omdat het zo’n vaag woord is. ‘Beledigen’ of ‘bedreigen’ zijn beide woorden die in de gewone betekenissen de zaak niet helemaal dekken. Maar het dagelijks een handvol e-mail berichten ontvangen dat je een ‘ziofuck’ bent; op straat, bij de supermarkt en in het openbaar vervoer aangestaard en vervolgens vijandig aangesproken te worden; per e-mail uitgelegd te krijgen dat je als een varken geslacht moet worden, het moet je hobby maar zijn. (Om derden niet op ideeën te brengen worden de idiootste zaken uit dit genre maar weggelaten.) Leven zonder e-mail, openbaar vervoer en supermarkt is mogelijk, maar moeilijk. Gelukkig zijn er elke dag weer nieuwe mensen op de buis die de aandacht afleiden en de druk zodoende verminderen.
Er zijn dan ook vier factoren van belang bij de afweging om wel of niet op de tv willen komen: Saai, actie, justitie, stalken. Het is geen wonder dat de media zo veel begaafde jonge mensen in dienst hebben die full-time het land afbellen om interessante ‘gasten’ en ‘deskundigen’ over te halen om toch in godsnaam maar op de buis te willen komen, want zonder ‘gasten’ geen tv.
De ballade van de vermoorde politicus (1948-2002)
Zes uur, zes uur heeft geslagen
het nieuws gaat over het land
met lichte stap komt naar buiten
een man - hij zakt naar de grond
Als een boom die door de zagen
gekerfd wordt tot halfweg zijn stam
en eigener beweging omvalt
zo is, zo is deze man
Die, neergeschoten wordend - wie
o wie loste het schot? Die schoten
niet te tellen? - op zijn knieën
gaat, nog steeds rechtop
Een man ligt op het plaveisel
van het nieuwscentrum van het land
uit zijn glanzend hoofd, teer en dooraderd
komen zwarte bloedvlechten, lang
Ik zeg, zeg jullie de waarheid
die ik denk en waarin ik geloof
en ik doe, doe nooit als die anderen
minder dan ik beloof -
Een held is in alle tijden
iemand met persoonlijke moed
de moed om het publieke menen
van wie woorden smijten als stenen
als eenling te blijven weerstaan;
om je waarheid steeds weer te zeggen
geen zwijgen je op te laten leggen
held word je, je wordt niet zo geboren
het lot wijst je daartoe aan -
Het zorgvuldig pak ligt verfrommeld
das los, aan het hemd kleeft bloed
op de borstkas drukt men naar leven
en onder de schoen ligt een voet.
Zeven uur, zeven uur heeft geslagen
het nieuws dreunt over heel het land
op straat, tussen vreemden bezweken
hard sterfbed, door iedereen bekeken
zijn lijk prijkt in kleur op de krant.
Waar was jij, toen je het hoorde?
is de vraag van een vriend die mij belt;
ik stond in de keuken en verstijfde
op de radio was men verbijsterd, jij?
Ik zat, dan weer stond voor het raam
en zag het steeds donkerder worden
ons uitzicht is heden verdwenen
niets is ons meer overgebleven
twaalf uur, het heeft twaalf uur geslagen
ik heb het twaalf uur horen slaan -
Maar, op de doodse parkeerplaats
van het nieuwscentrum onder de maan
heeft het bloed, dat zich niet weg liet vegen
zijn bericht in beton neergeschreven;
Ik zal kruipen, waar ik niet kon gaan
Elly de Waard
Uit: Proeven van moord
Abonneren op:
Posts (Atom)













