Brief Aan Mijn Bank


AAN DE AFDELING Rekening-Courant van de .........sche Bank te A.

Algeciras, 8 augustus 1963

Gerard Kornelis van het Reve, wachtend en hopend op de Voltooiing van Alle Dingen en op het Koninkrijk dat geen Einde zal kennen, aan de afdeling Rekening-Courant van de ........sche Bank N.V. te A. De Genade en Liefde van onze enige heer Jesus Christus zij met u! Ik bevestig u hierbij, uiteraard in dank, de ontvangst (hoewel waarvoor eigenlijk dank, want het is tenslotte toch mijn eigen geld; maar vooruit, niet zeuren) van uw derde geldzending, die hier onbeschadigd is aangekomen, zonder dat iemand onderweg ervan gejat heeft of een gaatje in de zak gemaakt en een paar munten naar buiten gesjord. Nee hoor, tot op de laatste cent, en dat vind ik een prestaatsie, over zo'n geweldige afstand, want het is zeker wel 3500 kilometer.

Maar alvorens mij in bijzaken te vermeien, wilde ik u verzoeken naar mij over te maken de
Somma van f 400,-- (VIERHONDERD GULDEN) en wel op
Banque Commerciale de Maroc,
Boulevard Pasteur
TANGER, Morocco
want overmorgen steek ik over. Ik zal deze brief vanavond nog posten op de sneltrein naar Madrid, al vertrekt die in plaats van om tien voor acht waarschijnijk pas tegen tienen, want al zeggen ze dat onder een dictatuur de treinen op tijd rijden - ik heb hier nog nooit een trein op tijd zien vertrekken, maar dat heeft te maken met allerlei onderhandelingen over de verhuur van kompartimentjes waarin onderweg, tegen fikse betaling uiteraard allerlei ontucht kan worden gepleegd terwijl de trein maar voortsnelt djoem djoem, djoem djoem, ze doen maar, de mensen maar ik vind het een schande, dat kan ik u verzekeren, maar ja, je kan protesteren wat je wilt, meestal lachen ze je in je gezicht uit.

Om maar een voorbeeld te noemen: vanmorgen tegen tienen ging ik, met een onderwaterluchtzwemzuiger die ademhaalt maar tegelijk ook kijkt, met een balletjespijp, naar la playa. Enfin, ik kom aan, wandel half in gedachten, zachtjes zingend, naar beneden, en zie opeens dat een stier van 800 kilo me het pad verspert, want zowat de hele kudde, een zestig stuks, waren, vermoedelijk uit verveling of wegens de aangenaam koele zeebries, uit de heuvels afgedaald tot aan de springvloedlijn waar alle begroeiing ophoudt. Wat te doen? Terug, dat kon niet, want dat zou als vrees kunnen worden uitgelegd. Een omweg maken, dat ging ook niet want dat zou als besluipen kunnen worden geïnterpreteerd, als geniepigheid bij wijze van spreken. Wat vermoedelijk wel gekund had, was gewoon dat beest bij één van de horens pakken en opzij duwen, maar u zult mij het niet euvel duiden dat ik mij daartoe niet heb kunnen brengen.

Voorlopig stond ik daar en moest ik, of ik wilde of niet, met een plotseling zeer sterke drang tot wateren, naar die horens kijken, gelijkend op de kurketrekker van een reus, op de einden als door een machinebankbewerker geslepen. En toen bedacht ik dat je soms dingen moet uitpraten, dat lees je weleens in pacifistiese kranten en zo, dus doe ik een stap dichterbij en zeg ik: 'Moet u horen. Ik moet er langs, want ik ben de Grote Kabouter. Ik moet een hoop doen - ik bedoel ik moet heel veel doen - noten verzamelen, van alles, ga maar door. Er is altijd werk aan de winkel, dat weet u zelf ook wel.' En jawel hoor: eerst de kop wat scheef, zodat ik denk dat wordt een charge en alvast de afstand tot de zee schat, maar nee hoor, hij zucht en wandelt weg, omhoog, terug de heuvels in, zijn bel dingdong doend.

Hele kudden zie je hier, en ze zijn heel lief, en dat stieren lelijk tegen mensen doen, dat is maar een sprookje, dat voortleeft in jongensboeken, met plaatjes, of in moppenblaadjes waarin dikke heren bomen invluchten, want als je ze niet sart, dan doen ze niks; trouwens, dat kun je aan hun kop wel zien, die een en al goedigheid uitstraalt. Ik vind ze ook ongelooflijk mooi, stieren, die brede borst en poten, dat schitterende lijf en die aandoenlijke vatenkwast aan hun lul, die vertedert me nog het meest. Wat een fijne schatdieren, haast even lief als de Olifant, die overigens mijn Patroon is, ook zo'n geweldig sterk dier, dat nochtans Content is zich te voeden met nederige Kruiden des Velds. Die vind ik ook geweldig lief, olifanten.

Maar het liefst zijn hier de ezels. Dat zijn zulke schatten! Maar ze hebben het heel hard. Ik geef ze altijd mijn suiker, want die gebruik ik niet als ik op terrassen koffie drink. Als God zich opnieuw in de Levende Stof gevangen geeft, zal Hij als Ezel Ezelterugkeren, hoogstens in staat een paar lettergrepen te formuleren, miskend en verguisd en geranseld, maar ik zal Hem begrijpen en meteen met Hem naar bed gaan, maar ik doe zwachtels om Zijn hoefjes, dat ik niet te veel schrammen krijg als Hij spartelt bij het klaarkomen.

Ach, soms smelt je hart, als je een ezel ziet met een ezelsveulen - wie dat ziet en dan nog God zou kunnen loochenen, dat is mij onbegrijpelijk. Want een kleine ezel is net een jonge herdershond, maar dan in het groot, en heel aandoenlijk hoog op de poten, en hij doet de hele tijd dartele schijnaanvallen op zijn moeder. Je moet gewoon huilen als je het ziet. Ik zoen ze altijd allebei op de kop, want dat moet.

Nu, ik hoop dat u allen gezond zijt. U zoudt mij eigenlijk eens moeten terugschrijven, ik bedoel samen: één gaat aan een tafel zitten, met papier, een kruikje inkt, kroontjespen, hoofd een beetje scheef, puntje van de tong tussen de tanden, en de anderen zeggen wat ze geschreven willen hebben. U moet maar gewoon schrijven wat u voelt, ik bedoel rechtstreeks uit het hart, wat er allemaal intussen gebeurd is, en vooral wie er allemaal weer dood zijn, wat dat wil ik erg graag weten.

Spanje is ook niet alles: prijst u gerust God, dat u als Nederlander geboren bent. Of het iets fijns is, op een bank te werken, dat is weer een andere zaak. Ik heb een tijdje op de Kas-Clearing van de ...........bank gewerkt, bij de heren V. & d. K. Het was wel leuk, en ik deed mijn werk wel goed, al begreep ik niet wat ik deed. Op zaterdag (toen was de Bank nog zaterdags open) mocht het 'Loromandje' niet naar boven, zoveel herinner ik me nog wel. Er was ook een keer 10 cent weg, maar die zijn later 'op onkosten' gezet, omdat het formulier 'boven al gescheurd was'. Nu, veel liefs en een fikse greep uit de kas wenst U uw trouwe cliënt

G.K. van het Reve

Verzameld Werk - Gerard Reve
Deel 2
Pagina 185/188
Uitgever L.J. Veen
Amsterdam/Antwerpen
1999

Zie ook: Het Ezelproces.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen