Het is een illusie, en hoogmoedig, om te denken dat

Gerard_small_2
(...) Eigenlijk is de lichamelijke erotiek niet mijn wezenlijk probleem. De religieuze erotiek, mijn relaatsie met God dus, daar gaat het bij mij om. Het is een illusie, en hoogmoedig, om te denken dat wij ooit iets anders zouden kunnen zijn dan God. Ons leven is een droom en een schaduw: Gods droom en schaduw. Ons leven heeft geen zin in zichzelf, en het wordt licht, en wij zijn verdwenen. Misschien zal hij ons in Zijn onmetelijke Genade, zo kunnen doen verdwijnen, dat wij nooit bestaan hebben. Van tijd tot tijd komen er Jongens, ook door God gemaakt, dat wil zeggen officieel, maar in werkelijkheid door een paar bedienden, terwijl Hij Zelf op vakantie was: konfeksiewerk. Voor hun kont geven,


berijden, bijten nog op het nippertje de christelijke attentsie opbrengen hun meestal moeilijk en onbelangwekkend Deel te beroeren en te doen spuiten, en daarna luisteren naar klisjeematig gekwaak over hun vader, die zo naar eet, over hun hospita die hun er uit gooit over de club (het c.o.c.) die niet deugt, en over hun voorkeur voor slechte operaas en de songs van Zarah Leander. Ik ga meestal daarna wandelen, of drinken, of als het toevallig kan, naar de Mis. (Ik denk, dat God Zelf ook zo leeft, maar waar moet Die naar de Mis, de stumperd? Laat ons wegen zoeken om Hem te troosten.) Ja, ik denk toch wel, langzamerhand, dat er iets als geloof in mij woont, maar ik vrees, dat ik in volstrekte wanhoop zal moeten leven en sterven.

Nu houd ik maar eens op, en breng ik hem op de post. Laten we elkaar maar moed inspreken. Ons aller Moeder moge ons troosten. Je

Gerard Reve.

[Uit: Klein Gebrek Geen Bezwaar - Gerard Reve. (Brief aan Jan H. Greonterp, 20 februari 1968) Pag, 63/64 Veen Uitgevers.]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen