50 jaar na de dood van Louis-Ferdinand Céline

Kees_small-1
"We vergeten gauw, dat is onze grote ramp bij alles, en we vergeten vooral waaraan we kapot zijn gegaan, zonder ooit door te hebben hoe smerig de mensen zijn. Wanneer we aan de rand van het graf staan, moeten we niet de stoere jongens uithangen, maar we moeten ook niets vergeten, we moeten al ‘t rottige dat we bij de mensen meegemaakt hebben vertellen, precies zoals ‘t gebeurd is, en dan onze pijp uitkloppen en erin gaan liggen. Daar heb je je hele leven al je handen aan vol.” [1]

Op 30 juni 1961 leverde de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline het manuscript van zijn laatste
roman Rigodon in bij zijn uitgever Gallimard. Een dag later overleed hij aan een gesprongen slagadergezwel, 67 jaar oud. Daarmee kwam een einde aan het leven van de man die als weinig anderen het literaire landschap in de twintigste eeuw vormgaf en beïnvloedde. Zijn debuut Reis naar het einde van de nacht sloeg bij publikatie in 1932 in als een bom. Dit was een stem die nog nooit was gehoord in de literatuur. Met zijn nietsontziende grimmige maar tegelijkertijd humorvolle en bij tijd en wijle zeer humane kijk op het menselijk bestaan liet Céline een verpletterende indruk achter bij velen, waaronder Sartre en Simone de Beauvoir die hele delen van het boek uit hun hoofd kenden. De waanzin van de Eerste Wereldoorlog en het kolonialisme, de massaproduktie in de Ford-fabrieken in Detroit, maar vooral de laagheid, achterbaksheid en het gekonkel dat hij aantreft als hij als armendokter in een Parijse volksbuurt zijn patiënten bezoekt; Céline gaf een stem aan hen die voordien nauwelijks een stem hadden gehad in de literatuur. En hij deed dat in een taal die direct van de straat leek te komen. “Ik had geen methode, ik schreef gewoon maar wat”, zo zei hij, daarmee verhullend hoe hard hij aan zijn debuut had gewerkt en hoe vaak hij zijn zinnen en passages had bijgewerkt.

Met een boek dat ‘vooral geen literatuur’ mocht zijn schreef Céline een van de beste en meest invloedrijke romans van de twintigste eeuw. In de literatuur spreekt men wel van een pre- en een post-Céline tijdperk. Veel schrijvers erkenden hun schatplichtigheid aan Céline, waaronder bij ons Reve en Hermans, en in de VS de Beat Generation, Henry Miller, Kurt Vonnegut en Charles Bukowski, die Céline vanwege de ‘Reis’ de titel ‘beste schrijver van de afgelopen 2000 jaar’ gaf. In een brief aan een van zijn vrienden schreef hij dat Céline hem zinnen gaf ‘that cut like a knife’.

Oorlogsinvalide. Revolutionaire taalvernieuwer. Anarchist. Armendokter. Pornograaf. Céline vergaarde tijdens en na zijn leven vele titels. Na de Reis volgde in 1936 een nieuw meesterwerk in de vorm van zijn tweede roman
Dood op Krediet, waarin hij terugkeert naar zijn jeugdjaren in Parijs. Contradictio in terminis, maar zijn stijl wordt tegelijkertijd nog barokker en nog compacter, en de befaamde drie puntjes doen hun intrede, evenals het grand guignol-aspect dat de humor nog extra opstuwt. Céline shockeert met zijn directheid en een taal die nu werkelijk direct van de straat komt.”Ze komt overeind, omhelst me nog een keer. Ze doet alles uit…d’r blouse… d’r korset… d’r hemdje… Dan staat ze poedelnaakt voor me… een pruim dat ze heeft… iets enorms… Ze is een en al kut… ‘t Is te erg… Eigenlijk moet ik ervan kotsen… Ze pakt me bij m’n oren… Ze trekt zo hard dat ik wel naar beneden moet, me moet buigen naar dat stuk puur natuur… Ze vouwt me bijna dubbel… Ze duwt m’n neus erin… ‘t Glimt, ‘t is kleddernat, m’n hals zit onder… Ze laat me ‘t zoenen… Eerst smaakt ‘t naar vis en dan naar hondekwijl…[…] ‘Diep erin, lekker stuk van me! Rammen maar, hup! Flink hard! Zeg, is ie hard nou?... Oh! Oh! Je ragt me kapot, grote schoft… Raggen maar! Toe dan! Kom je al? Ja, toch? Oh! Oh!... Ahh! Je maakt me kapot… Smeerlap! Grote kleine viezerik!... Zeg ‘s, is ‘t goed zo?’ En wam! Ik gaf een stoot van jewelste… Ik kon niet meer!... Ik gaf ‘t op… Ze blies me in m’n smoel… M’n neus zat vol… ook al van dat gelik… knoflook… roquefort… Ze hadden worst gegeten…” [2]

Maar dan breekt de periode aan die Céline voor altijd zal blijven achtervolgen en die zorgt voor een controverse die tot vandaag voortduurt. Na een bezoek aan de Sovjet-Unie schrijft hij in 1936 een vernietigend pamflet over de communistische staat. Hij heeft een nieuwe vorm ontdekt en dit pamflet wordt gevolgd door twee anti-semitische pamfletten vol werkelijk bezeten aantijgingen tegen het Joodse volk. Céline valt in ongenade en wordt uitgekotst door de literaire wereld. Alsof dit nog niet genoeg was laat hij de twee – overigens in commercieel opzicht succesvolle – pamfletten na het begin van de Duitse bezetting nog volgen door een derde anti-semitisch pamflet.

Waar komt zijn virulente anti-semitisme vandaan? Er zijn inmiddels stapels boeken over verschenen maar een werkelijk bevredigend antwoord blijft uit. Was het het anti-semitische kleinburgerlijke milieu waarin hij opgroeide? Het anti-semitisme van zijn vader was bepaald niet ongewoon in het vooroorlogse Frankrijk. Een grote factor was Célines pacifisme als gevolg van de beelden uit de Eerste Wereldoorlog, zo treffend beschreven in de ‘Reis’, beelden die hem zouden blijven achtervolgen. Volgens hem wilden de Joden de wereld in een nieuwe oorlog storten en dat moest vóór alles worden voorkomen. Maar ook zijn liefde voor de Amerikaanse Elizabeth Craig speelde een rol. Hij droeg de ‘Reis’ aan haar op, maar hun relatie was al beëindigd en Elizabeth had een nieuwe, Joodse, geliefde gevonden.

Toen het einde van de oorlog in zicht kwam vertrok Céline met zijn vrouw Lucette Almansor, zijn vriend de acteur Robert le Vigan en de kat Bebert – zonder twijfel de beroemdste kat uit de wereldliteratuur – door het door de oorlog kapotgebombardeerde Duitsland om een veilig heenkomen te zoeken in Denemarken, waar hij vrienden en wat spaargeld had. Aan die reis danken we de ‘ondergangsmystiek’ van zijn zogenaamde ‘Duitse trilogie’,
Van het ene Slot naar het Andere (1956), Noord (1960) en Rigodon (1969). Meesterwerken volgens de een, niets vergeleken bij de eerste twee romans volgens de ander (ik sluit me overigens aan bij de eerste groep, al blijft het vroegere werk mijn voorkeur hebben). De Denen leverden de wegens collaboratie door Frankrijk gezochte Céline niet uit, maar wel belandde hij in een Deense gevangenis, wat een eenzame periode voor Lucette en Bebert inluidde. Het ‘Slot’ bracht Céline in 1956 opnieuw in de belangstelling van de literaire wereld, daar waar eerdere romans als het al even geniale Guinol’s Band (1951) volledig onterecht onopgemerkt waren gebleven. Voor Guignol’s Band koos Céline overigens het Londen van tijdens de Eerste Wereldoorlog als décor. Na zijn oorlogsverwondingen belandde hij aldaar in een milieu van hoeren en pooiers (hij werd zelf bijna pooier), en dat levert prachtige staaltjes puur Céline op: “Asjemenou! Joconde ziet d’r kans, d’r rivale tegen de vlakte! Ze gooit zich erop met d’r volle gewicht! Die zal ze d’r smoel bijwerken!...Bijten kan ze als de beste! Als ‘t maar bloedt! Cascade moet wel, boven op de kluwen!... Joconde brult ‘t hardst!... Stinktrut! Ik heb geen pruik! Toe dan rotwijf!’” [3]

Céline mat zich in zijn latere werk een slachtofferrol aan. Hij zou per ongeluk in deze ellende terechtgekomen zijn. Op een verontschuldiging voor zijn anti-semitisme was het tevergeefs wachten. Céline ging zelfs vrolijk door met zijn racistische waanbeelden, waarin nu het gele gevaar vanuit het Oosten de plaats van de Joden had ingenomen.

Verschillende mensen uit zijn naaste omgeving namen het na de oorlog voor hem op. De verzetsstrijder Robert Chamfleury vertelde hoe hij tijdens de oorlog onder Céline en Lucette woonde. Die wisten drommels goed dat er verzetsbijeenkomsten plaatsvonden, maar ze gaven nooit iets door aan de bezetter. Chamfleury nam het na de oorlog op voor zijn oude buurman, en vertelde hoe Céline een verzetsstrijder die door de Gestapo was toegetakeld met alle zorg behandelde. Maar ondanks alles blijft het anti-semitisme de zwarte bladzijde in het verhaal Céline. Zijn vrouw Lucette mag dan in haar in 2001 verschenen memoires
Céline Secret vermelden hoe geschokt Céline was toen hij na de oorlog de waarheid vernam over de omvang van de vernietiginsgkampen, het is allemaal ‘too little too late’.

De Franse overheid wilde Céline dit jaar eerherstel geven, maar stuitte op verzet vanuit de Joodse gemeenschap en Minister van Cultuur Miterrand zag van het eerherstel af. Een speciale uitgave van het maandblad
Magazine Littéraire was in februari gewijd aan de vijftigste sterfdag van Céline en die uitgave wordt deze dagen gevolgd door meer beschouwingen en tv-programma’s om nogmaals een poging te wagen meer duidelijkheid te scheppen in het enigma Céline. Ik kijk uit naar een recent verschenen boek vol herinneringen van mensen die hem gekend hebben, een boek van honderden bladzijden en tientallen portretten dat een nieuw licht moet werpen op Céline.

Céline is wel een misantroop of mensenhater genoemd, maar daarvoor schemeren tussen alle zwartgalligheid toch teveel humane momenten door in vooral het vroegere werk. Een van de mooiste fragmenten behelst zijn ontmoeting in Afrika met Alcide, een man die zes jaar in de ellende van Afrika wil blijven om geld te sparen voor zijn nichtje die geen ouders meer heeft. ‘Hij sliep onmiddelijk in bij het kaarslicht. Ik stond tenslotte op om zijn trekken eens goed bij het licht te bekijken. Hij sliep net als iedereen. Hij zag er heel gewoon uit. ‘t Zou toch niet zo gek zijn als er iets bestond waardoor je goeie mensen van slechte kon onderscheiden.’ [1]

Het is onmogelijk om in het korte bestek van een column een juist licht te werpen op en recht te doen aan Céline. Voor alles blijft hij voor mij de grootste schrijver ooit, daarin deel ik de mening van Bukowski. Het is altijd afhankelijk van het boek dat ik op dat moment in mijn handen heb, maar ondanks concurrentie van grootheden als Reve, Nabokov, Couperus of de Braziliaan Autran Dourado, staan de ‘Reis’ en
Dood op Krediet nog altijd nummer 1 en 2 op mijn imaginaire lijst van de beste boeken ooit. Voor beginners raad ik de ‘Reis’ aan, in de prachtige vertaling van E.M.Kummer. Ga daarna vooral door met Dood op Krediet en de rest, magnifiek vertaald door Frans van Woerden.

Een dag na het overlijden van Céline schoot Hemingway zich een kogel door het hoofd. Hemingway haalde wereldwijd de voorpagina’s, de dood van Céline kon op heel wat minder belangstelling rekenen. Het is veelzeggend.



[1] Louis-Ferdinand Céline: Reis naar het einde van de nacht. Vertaling E.M.Kummer. Van Oorschot, 1968.
[2] Louis-Ferdinand Céline: Dood op Krediet. Vertaling Frans van Woerden. Meulenhoff, 1979.
[3] Louis-Ferdinand Céline: Guignol’s Band. Vertaling Frans van Woerden. Meulenhoff, 1987.


6 opmerkingen:

  1. Mooi artikel! Een bijzonder mooie uitgave van De Reis is die van Van Oorschot met ruim 400 tekeningen van Jacques Tardi.DickG

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bedankt Dick. Ik heb de Tardi-uitgave van Van Oorschot, plus een Franse Tardi-uitgave van Mort a Credit.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Goed stuk. Prachtig boek ja, De Reis Naar Het Einde Van de Nacht, en toch zal ik het niet snel herlezen. Maar dat hoeft ook niet...

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Zo vergaat het mij ook...
      De Reis boezemt te veel ontzag en, ja, angst in om het opnieuw te ondergaan.

      Verwijderen
  4. Ik heb dood op krediet nu al vijf keer gelezen. Mijn vrienden lachen me uit, maar dat kan me niks schelen, binnenkort volgt de zesde keer.

    Is dit het boek dat alle andere boeken overbodig maakt...?

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Céline moet men in het frans lezen. "Gozer" voor meque dat kan toch niet.
    Wat betreft die ant-joodse polemieken, het gaat niet alleen over Joden, maar ook over het verval van het franse volk dat zich bezat aan alcoholische dranken. Hij maakte zich vooral zorgen om de anti-fascistische hysterie, gepredikt in de democratische landen. Hij kreeg gelijk: in navolging van Engeland verklaarde Frankrijk de oorlog aan Duitsland, vanwege dat belachelijke, opgeblazen Polen.
    "Eerherstel"..wat valt er te herstellen?
    De man zijn werk wordt steeds herdrukt en gelezen, zulks bewijst reeds dat zijn eer ongeschonden is.
    In ons Nederland kennen wij schrijnender gevallen.
    Jo van Ammers-Küller om een voorbeeld te noemen.
    De democraten zwijgen haar dood.

    BeantwoordenVerwijderen