Taallesje (2)




door Annelies van der Veer

Motto: Wie zonder schrijffouten is, schrijve de eerste reactie.

Weblog Elsevier verlangt van reageerders “correct en foutloos Nederlands, zodat anderen ook kunnen begrijpen wat u schrijft. Controleer dus uw grammatica en spelling voordat u uw reactie plaatst (…)”

Een dergelijke gedachtegang spreekt mij wel aan. Het is toch wel de minste inspanning die men van reageerders op weblogs kan verwachten in ruil voor een gratis en voor niks geconsumeerde tekst?

Maar wat als reageerders geen blijk geven van kennis van grammatica en spelling?

Ach, als een reageerder een keertje Reve's schrijft in plaats van Reves, dan zul je mij daar niet over horen, maar als er van de spelling van de werkwoordsvormen in de ene na de andere reactie een potje wordt gemaakt, dan vraag je je wel eens af waarom je die reactieruimte open hebt staan. Als een reageerder zich dan op dyslexie, te weinig tijd, of verblijf in het buitenland beroept, is dat te flauw voor woorden. U verlangt van ons toch ook kwaliteit?

En heus zo ingewikkeld is het niet. Moeilijke woorden zoek je maar op in het woordenboek, het systeem van de werkwoordsvormen moet je echter begrijpen en dan kun je het de rest van je leven altijd en overal, dus ook op webfora, foutloos toepassen. Een machtig gevoel dat het zelfvertrouwen enorm opkrikt. Wedden?!

Op Hoeiboei valt het taalgebruik in reacties overigens meestal wel mee, maar soms dus niet. Daarom nu een gratis taallesje. Ter leringhe ende vermaeck. Daarna kijken we naar wat reacties van U waarbij het fout ging, te weten die onder het stuk 'Grondrechten in Nederland en de islam' van arabist Jansen.

Er bestaan verschillende manieren om de spelling van de regelmatige werkwoordsvormen uit te leggen. De volgende methode werkt altijd maar je moet wel consequent (durven) zijn. Doet U dat dan gaat er een wereld voor U open.

Vooraf nog even dit, als U niet weet hoe U het hele werkwoord (infinitief) spelt, dan gaat U - hoewel U 'het systeem' beheerst - tóch fouten maken. Zoek dus eerst in het woordenboek op of het bijvoorbeeld 'beheersen' is of 'beheerzen', 'gelofen' of 'geloven', 'verhuizen' dan wel 'verhuisen' en 'veinsen' of 'veinzen'. Pas dan pas de volgende regels toe.

We beginnen met de tegenwoordige tijd, de belangrijkste en misschien wel de gemakkelijkste tijd, qua spellen van werkwoorden dan.

Het is uiterst belangrijk dat U de persoonsvorm(en) in een zin kunt vinden. Wat is de persoonsvorm? Zonder persoonsvorm heb je eigenlijk geen complete zin maar enkel een groep woorden of een uitroep, zoals “Hallo, daar!” Terwijl “bent U daar?!” meteen al een complete zin geeft met een echte persoonsvorm (bent).

Zoek dus eerst de persoonsvorm (pv) in de zin. De persoonsvorm is de enige vorm van het werkwoord die (hoorbaar) verandert als U de zin in een andere tijd zet. Van verleden tijd naar tegenwoordige tijd of andersom. De rest van de zin blijft in principe ongewijzigd, U mag geen woorden toevoegen.

Dat omzetten gaat alsvolgt in z'n werk:

Voorbeeld 0: Vond U ook dat het zo lang duurde voordat men doorhad dat er een vreselijke kern van waarheid in Geert Wilders' boodschap zat?

Deze zin staat in de verleden tijd, omgezet naar de tegenwoordige tijd wordt dat:

0.1 Vindt U ook dat het zo lang duurt voordat men doorheeft dat er een vreselijke kern van waarheid in Geert Wilders' boodschap zit?

De vetgedrukte woorden zijn veranderd en dus alle vier persoonsvormen. De juiste spelling is reeds ingevuld. Nu U!

Voorbeeld 1

1.a. Hij geloofde niet wat Hans Jansen over de islam beweerde.

Deze zin staat in de verleden tijd, zoals iedereen kan begrijpen en horen. De correcte spelling is al gegeven.
Om de persoonsvorm(en) te vinden, zet U de zin in de tegenwoordige tijd. Doe het gerust hardop, het is even wennen maar als het goed is, krijgt U:

b. Hij geloof... niet wat Hans Jansen over de islam beweer...

Twee woorden veranderen (in tijd), dus zijn er twee persoonsvormen. Heel goed! Iedereen kan de zin in de tegenwoordige tijd uitspreken maar welke letter(s) moet(en) er nu op de stippeltjes ingevuld worden? We weten al dat de zin in de tegenwoordige tijd staat, dus hoeft U alleen nog maar te weten (of U te herinneren) wat de spellingregels in het Nederlands zijn voor de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.

Welnu, de spellingregel voor de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd luidt: stam + t. Iets anders is er niet. Dat wil zeggen: de ik-vorm (eerste persoon enkelvoud) krijgt alleen de stam van het hele werkwoord (infinitief), de andere personen in het enkelvoud (jij, U, tweede persoon enkelvoud) en hij/zij, het, men, er, iedereen,... derde persoon enkelvoud) krijgen eveneens de stam met daarachter een t. (Nooit een d, hoe komt U erbij?) Stam + t dus en de meervoudsvormen (wij/jullie/zij) zijn gelijk aan het hele werkwoord (infinitief). Altijd. Heel makkelijk. Zie desgewenst Uw woordenboek voor de correcte spelling.

(De stam, het woord zegt het al, van het werkwoord is dus heel belangrijk. Heb je die gevonden dan werk je ermee voor de andere vormen. De stam is het hele werkwoord zonder -en (werken – (ik) werk), soms echter is het nodig dat er (voor de uitspraak) kleine wijzigingen worden aangebracht, maar die vinden altijd plaats vòòr die -en!)

Met deze eenvoudige gegevens, begrijpt U eigenlijk nu al dat de persoonsvorm die bij de 2e en 3e persoon enkelvoud hoort nooit op een d kan eindigen, dus hij word is hartstikke fout. Precies. Of zij vind, kan ook al niet. Dan bent U echt lui bezig, want de regel is stam + t. Alleen de stam kan op een d eindigen, want de stam is de stam: ik vind of ik word. Hier, bij 'ik' dus, een t achter willen schrijven is raar, dan doet U maar wat, want de regel is, het kan niet genoeg herhaald worden: ik krijgt alleen de stam, de andere enkelvoudsvormen stam + t.

Vergelijk: hele werkwoord = werken. Stam = (ik) werk. Jij/U/hij/zij, etc. = stam + t, dus werkt en wij/jullie/zij werken. Vrijwel niemand zal bij dit voorbeeld fouten maken. Maar waarom dan wel bij vinden of worden?

Terug naar voorbeeld 1:

1.b. Hij geloof... niet wat Hans Jansen over de islam beweer...

Het hele werkwoord (infinitief) = geloven (zie evt. het woordenboek). De stam = (ik) geloof (Let op, in het Nederlands schrijven we geen v (of z) aan het einde van een woord of lettergreep, die v wordt automatisch een f (z wordt automatisch s), en voor de uitspraak is er een extra o nodig, arme nieuwkomers, zij moeten wat extra regeltjes leren, maar dit terzijde). De stam van elk werkwoord is zoals gezegd erg belangrijk want deze is de basis voor de andere vormen. Bij jij/U/hij/zij/(het)/men krijg je in de tegenwoordige tijd dus: = stam + t, dus geloof + t = hij gelooft.

Geen d! Hoe komt U erbij, want U heeft net geleerd dat de regel voor de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd stam + t is, nooit een d. Kwestie van consequent (durven) zijn. Wie a zegt moet ook b zeggen, dus als U heeft geconstateerd dat geloofde een persoonsvorm is in de verleden tijd, en dat had U, dan moet U consequent zijn: Hij werkt, en ook hij gelooft.

In de voorbeeldzin vonden we twee persoonsvormen, er kunnen er wel veel meer zijn en die volgen uiteraard allemaal dezelfde regel.

We gaan vrolijk verder.

1.c. Hij gelooft niet wat Hans Jansen over de islam beweer...

We kijken nu naar beweer... Infinitief = beweren (zie woordenboek). De stam = ik beweer (Let op, dubbel e is nodig voor de uitspraak.) Jij/U/zij/hij/Hans Jansen = stam + t, dus beweer + t. Geen d! De regel voor de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd is nu eenmaal stam + t. Dus waar U die d vandaan haalt, is mij een raadsel. Niet doen!

Bestaat de spelling geloofd (en beweerd) dan niet? Jawel, maar dan is/zijn het dus geen persoonsvorm(en) in de tegenwoordige tijd! Wat wel, dat komt later, dat doet er nog even niet toe, we moeten niet te hard van stapel lopen, we blijven nog even bij de persoonsvormen in de tegenwoordige tijd. Het is het halve werk moet U maar denken.

Voorbeeld 2

2.a. Hij werd er gefrustreerd van dat arabist Jansen niet ophield zijn kennis van de islam te delen.

Advies: ga nooit zomaar raden naar de persoonsvorm(en), maar doe het in het begin stap voor stap. Later gaat het vanzelf sneller.

Stap 1: zoek wederom de persoonsvorm(en) in de zin, dus zet de zin in de andere tijd. Laat de zin in Uw hoofd klinken. U krijgt:

b. Hij wor... er gefrustreerd van dat Arabist Jansen niet ophou.... zijn kennis van de islam te delen.

Hoewel er in deze zin 4 werkwoordsvormen zijn, veranderen er bij de overzetting in tijd slechts 2 woorden, alleen die zijn dus de persoonsvormen! De spellingregels voor de andere werkwoordsvormen volgen later. We concentreren ons op de gevonden persoonsvormen.

De infinitief van werd = worden, dat weet iedereen, hoewel de verleden tijd onregelmatig is (uit je hoofd leren!), geldt dat niet voor de tegenwoordige tijd van het werkwoord, die volgt gewoon de regel stam + t.

Dus, stam = (ik) word, ja met een d want het hele werkwoord is worden, dus die d hoort nog bij de stam (= hele werkwoord zonder -en).
Jij/U,het etc.. = stam + t, dus word + t: hij wordt.

2.c. Hij wordt er gefrustreerd van dat Arabist Jansen niet ophou.... zijn kennis van de islam te delen.

Infinief = ophouden. Stam = (ik) houd (niet op), jij,U, ArabistJansen = stam + t = houd+t = houdt niet op.

Ja, zo is het nu eenmaal, je kunt die dt niet horen maar je moet beide letters wel schrijven, zo zit de Nederlandse spelling nu eenmaal in elkaar. Een mooi, logisch en gesloten systeem.

2.d. Hij wordt er gefrustreerd van dat Arabist Jansen niet ophoudt zijn kennis van de islam te delen.

Een mooi, logisch en gesloten systeem, schreef ik daarnet maar voor we verder gaan moet ik nu eerst een eigenaardigheid vermelden over de tegenwoordige tijd die we toch niet over het hoofd mogen zien. Soms namelijk, verdwijnt de t achter de stam. Geen paniek, dit gebeurt (ja, gebeurt met een t, want persoonsvorm in de tegenwoordige tijd!) gelukkig alleen bij het persoonlijk voornaamwoord jij (of je) als dat achter de persoonsvorm staat. Dit is het geval bij de vraag.

Eenvoudig voorbeeld. Jij woont (stam + t) in Nederland, maar Woon jij (je) ook in Nederland?
De t verdwijnt (ja, verdwijnt met een t, want persoonsvorm in de tegenwoordige tijd, dus stam + t) hier, het is niet woont jij... Helaas pindakaas. Hoe dat precies komt, weet ik niet, maar ik vermoed dat het met de uitspraak te maken heeft, het bekt gewoon niet lekker. Dan is het dus ook: jij wordt, maar word jij....

Pas wel op, want in de volgende zin heb je natuurlijk wél een t nodig: Woont je moeder in Marokko of in Nederland? Aangezien het hier niet om je/jij (2e persoon) gaat, maar om de derde persoon, namelijk je moeder = zij. Het onbeklemde je kan nu eenmaal ook als bezittelijk voornaamwoord (jouw) worden gebruikt, maar vervang je in die zin door jij en je hoort, mag ik hopen, meteen dat het niet klopt: Woont jij moeder in Marokko of in Nederland? Dus de vaak gehoorde regel 'als jij of je achter de persoonsvorm staat dan verdwijnt de t, is iets te eenvoudig gesteld, het moet echt om de 2 persoon jij (je) gaan. Bij U verandert er (ja, verandert met een t, want persoonsvorm in de tegenwoordige tijd, dus stam + t) overigens niets: U woont fijn in Amsterdam? Woont U fijn in Amsterdam?

Let goed op met werkwoorden waarbij je niet kunt horen dat de t verdwijnt: vinden, worden, branden: stam = (ik) vind, word, brand,
jij (stam + t) vindt, wordt, brandt. Maar: vind jij, word jij, brand jij.... net als: werk jij...?

U weet nu dat U, heel belangrijk, de persoonsvorm(en) in een zin kunt vinden door de zin in een andere tijd te zetten. De woorden die veranderen zijn persoonsvormen. Voor de tegenwoordige tijd weet U wat de spellingregels/vervoegingsregels zijn: stam + t voor enkelvoud en hele werkwoord (zie evt woordenboek) voor meervoud. Uitzondering: staat jij (je) als onderwerp achter de persoonsvorm (dus niet als bezittelijke voornaamwoord 'je moeder' of zelfs meewerkend voorwerp), dan verdwijnt de t. Dat is het in een nutshell.

Laten we nu kijken naar enkele reacties en analyseren waar U beter Uw best had moeten doen, al was het maar uit respect voor de schrijver Hans Jansen:

Reactie 1:

“henrillingen696” schreef: “Misschien heeft dit ook iets te maken met dat je geen andere gedachtengangen tolereerd.”

We concentreren ons op de persoonsvormen.
Stap 1: Zet de zin in een andere tijd. Dat wordt:

Misschien had dit ook iets te maken met dat je geen andere gedachtengangen tolereerde.

De regels voor de persoonsvorm in de verleden tijd komen nog, maar neem maar van mij aan dat die hier goed gespeld zijn.

Had/heeft is de eerst gevonden persoonsvorm maar die levert geen enkel probleem op voor de schrijfwijze.

Dan tolereerde. Het hele werkwoord (zie woordenboek) = tolereren. Niet alle Nederlanders weten wat dat woord betekent (ja, betekenen met een t, want persoonsvorm in de tegenwoordige tijd, dus stam + t) maar daar gaat het nu niet om, het gaat om de spelling. De stam = (ik) tolereer (extra e is nodig voor de uitspraak), jij/je/U/hij/zij = stam + t = tolereert. Jawel met een t, en geen d, hoe hypercorrect U ook wilt zijn, die d zit niet in het systeem van de spellingregels van de tegenwoordige tijd van persoonsvormen.

Reactie 2:

“latinha” schreef: “heeee... pannekoek geef nou is antwoord op de punten die HJ steld in dit artikel?”

We gaan op dezelfde wetenschappelijke wijze te werk. Zet de zin in de andere tijd:

heeee... pannekoek geef nou is antwoord op de punten die HJ stelde in dit artikel?

Inderdaad, stelde is een persoonsvorm. De infinitief is stellen, de stam = (ik) stel. jij/hij/zij/Hans Jansen = stam + t geeft: stelt. Met een t. Heus!

Reactie 3:

“jowitteroos” schreef: “en wat het hiernamaals betekend voor ale genoemde geloven”

In de andere tijd geeft deze zin:

en wat het hiernamaals betekende voor ale genoemde geloven

Slechts 1 persoonsvorm bevat deze zin, dus hoe moeilijk kan het zijn? En toch ging het fout.

Hier komt de uitleg: hele werkwoord = betekenen. Stam = (ik) 'beteken', jij/U/hij/het (het hiernamaals) = stam + t. Dus: beteken + t = betekent! We zijn weer thuis!

Oefening baart kunst, dus voordat taallesje 3 volgt (over de persoonsvorm in de verleden tijd) eerst wat oefeningen die U zelfstandig dient uit te voeren. Resultaten kunt U in de commentruimte plaatsen (of opsturen naar hoeiboei@gmail.com) U krijgt altijd antwoord.

Wees niet eigenwijs. Sla geen stappen over want dan gaat U de mist in.

Stap 1. Zet de zin in een andere tijd. Onderstreep de persoonsvorm(en).
Stap 2. Vorm de infinitief (hele werkwoord) van de gevonden persoonsvorm(en). Kijk evt. in het woordenboek.
Stap 3. Vorm de stam = ik-vorm (Let op de spelling! Een z wordt een s, een v een f aan het einde van de stam, soms moet U een klinker (a, o, u, e) toevoegen.)
Stap 4. Kijk om welke persoon (onderwerp) het in de zin gaat: ik, jij, U, het, zij, er, hij, Hans Jansen, wij, jullie, zij en pas dan de regel toe: stam + t, en voor het meervoud, het hele werkwoord.
Pas op bij je/jij wanneer die achter de persoonsvorm staan. De t verdwijnt als je het onderwerp is.

Oefening 1. Verander alle persoonsvormen in de tegenwoordige tijd vindt U hierr.

27 opmerkingen:

  1. Leuk !
    Voor de die hards: www.taalprof.web-log.nl

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bestaat de term 'romp' of heeft mijn leraar Nederlands dat zelf bedacht?
    De stam van geloven was 'geloof', de romp van geloven was 'gelov', handig bij de verleden tijd, altijd naar de romp kijken.
    Ik heb het later nog eens opgezocht, maar kan deze term nergens meer terugvinden.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Wadt een werk, Annelies ! Goet dad je hed nog op de plank hat liggen, deze oefening.

    Ik vint je voorbeelden wel een beetje vreemdt, "Hans Jansen" en je referte aan "Marokko". De hele dag krijgen we te horen dad de integratie zo geslaagt is en dad de Marokkaanse jeugt zo hoog opgeleit en geemancipeert is, en dan impliceer jij in en medt didt stuk hed tegendeel...
    Zo lees ik hedt tenminste

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Een interessant verschijnsel is ook de opkomende neiging om sterke werkwoorden zwak te vervoegen. Ik zie dat merkwaardig genoeg vaak op de sportpagina's van NRC Handelsblad (waar men zich graag een kwaliteitskrant noemt). Zo zwemde daar ooit Inge de Bruyn een wereldrecord, en loopte in plaats van liep heb ik er ook al aangetroffen. Pijnlijker wordt het als hetzelfde werkwoord als homoniem zowel een sterke als een zwakke vervoeging heeft, met verschillende betekenissen. Dan wordt het verschil niet herkend tussen pleegde en placht, en jaagde en joeg. Ik twijfel nog of dit een evolutionair verschijnsel is dan wel een blijk van slordig onderwijs.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Hahaha....wat een gezwam.

    Spelling en grammatica zijn bij uitstek de terreinen waar inferieure intellecten zich superieur kunnen wanen.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Respect, erdebe! Qua spelling en grammatica niets op aan te merken.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Vroeger, toen de de basisschool nog gewoon Lagere School heette, was dit stof voor klas 5. En als je het niet voldoende beheerste, kon je niet naar klas 6b (voorbereiding HBS en Gym).
    Onze democratisch verkozen volksvertegenwoordigers, zelf meestal niet verder reikend dan het grijze midden, de middelmatigen, hebben wel heel goed wraak genomen voor de ellende geleden in hun eigen schooltijd.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Een fout die steeds meer gemaakt wordt is het wederkerend maken van niet wederkerende werkwoorden.
    Opvallend voorbeeld: beseffen.
    Je hoort het zowel op TV en radio en leest het in krant en tijdschriften: zich beseffen.
    Die fout wordt waarschijnlijk gemaakt omdat het werkwoord met dezelfde betekenis wel wederkerend is: zich realiseren.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Nee, erdebe, wie niet ordelijk denkt schrijft ook niet ordelijk. Kijk maar op A7.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Wat een vreselijk triest artikel.

    Wat is het toch dat die Nederlandse opinieschrijvers en bladen zoveel aandacht hebben voor de juiste vorm(taal) van een reactie maar zo weinig oog voor de inhoud?

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Mijn kinderen zijn opvallend goed in het vervoegen van werkwoorden. In groep 7 en 8 kregen zij namelijk les uit een boekje uit, jawel, 1968. Jammer genoeg waren ze het rekenboekje uit hetzelfde jaar kwijt.
    Waar komt toch opeens al die dislectie vandaan, iets in het eten?

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Durf nauwelijks te reageren;een spelfout maken is zo
    gebeurd als je zit te typen.
    Mij is opgevallen dat makers van fouten in de werkwoordsvormen in de loop der jaren steeds
    agressiever reageren op kritiek en correctie('taalnazi').
    Zegt veel over de tijdgeest.
    Goede voorbeeldzinnen,trouwens.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Bij het woord 'romp' kan ik me wel iets voorstellen, maar volgens mij bestaat het niet in deze betekenis.
    Ik noem het
    'de originele stam' : wijzen > wijz in tegenstelling tot 'de aangepaste stam' : wijzen > wijz > wijs
    " maken > mak " " " " maken > mak > maak

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Even tussendoor, een romp is de basis van een lichaam. Bij een mens is de romp het deel waar de armen, benen en hoofd aan vast zitten. misschien verduidelijkt dat een beetje waar die docent het vandaan haalde. Technisch is het waarschijnlijk niet de juiste term maar wel een mooi synoniem voor stam.

    BeantwoordenVerwijderen
  15. @Aag Vandaag. Het kan zijn dat je leraar Nederlands de term 'romp' zelf heeft bedacht. Ik heb er in ieder geval in deze context nooit van gehoord en er in grammatica-boeken ook nooit iets over gelezen.

    Het is wel een zeer toepasselijke term zeg! Ik wou dat ik 'm bedacht had. Ik zal 'm onthouden. Moet een goede leraar Nederlands zijn geweest!
    Annelies

    BeantwoordenVerwijderen
  16. Annelies hartelijk dank voor het lesje.
    Zelf heb ik met veel moeite de Nederlandse taal wat onder de knie kunnen krijgen.
    Ik red mij er mee maar goed ben ik er niet in geworden en dat zal nu ook niet meer komen.
    Dat er veel mensen problemen hebben met taal is naar mijn mening niet zo raar.
    Als er iets onlogisch is dan is dat wel een taal.
    Wat mij verder opvalt is dat vrouwen doorgaans extreem goed zijn in talen.
    Spreken er met alle gemak meerdere en vaak ook erg goed.
    Wat mij ook opvalt is dat logica nu niet iets is dat erg goed samengaat met vrouwen.
    Misschien is dat ook wel de reden dat ze er erg goed in zijn.
    Gewoon uit je hoofd leren en je verder niet afvragen waarom.
    Voor de die dat niet konden hadden ze "Ezelsbruggetjes".
    Het KOFSCHIP bijvoorbeeld maar met "verhuisd" gaat dat dan weer niet op natuurlijk.

    Wil ik afsluiten met één voorbeeld om te aan te geven hoe taal onlogisch kan zijn.
    Onze zuidelijke provincie heet Noord Brabant.
    Brabant eindigt dus met een "t"
    De inwoners van Brabant zijn Brabanders en geen Brabanters dus.
    Groet,
    Bert..

    BeantwoordenVerwijderen
  17. Nog even, en het gros van de reaguurders van Hoeiboei schrijft het goedste Nederlands van allemaal!

    Soms hoop ik dat mensen mijn taal- en typefouten niet zien, dan heb ik na twee of drie correcties op 'publiceren' geklikt en dan zie ik daarna nòg een fout. Vaak is dat dan een A waar een E had moeten staan, in het Engels wordt tenslotte de E-klank ook vaak de A gebruikt.

    Taalfouten duiden op onvoldoende aandacht, zelfbeheersing of kennis, toch zijn fouten in de taal minder belangrijk ten opzichte van dat wat men wil zeggen. Als er maar geen fouten in de bedoeling zitten. "De taal is het voertuig van de geest!" sprak Driek van Wissen altijd. Als men de reis maakt en aankomt op de juiste plek dan is het voldoende. Ik bewaar ergens een paar krabbeltjes die een ontluikend persoon aan mij schreef, vol taalfouten, daar niet van, maar zeer vertederend.

    BeantwoordenVerwijderen
  18. @bmmbx
    Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Hertogdom_Brabant

    Brabant is eeuwenlang zowel met d als met t geschreven. De keus voor een t is pas gekomen toen in de 19e eeuw het Nederlands door schoolmeesters vastgelegd werd. Sindsdien hebben we ook het gedonder met -t, -d en -dt, evenals -ei- en -ij-. Voor die tijd maakte niemand zich daar druk over.

    Een braband lijkt mij een onderdeel van een kledingstuk.

    BeantwoordenVerwijderen
  19. @Frits B

    Hartelijk dank voor de link. Brabant is een prachtige provincie met een rijke historie. En..., er wonen heel gezellige Brabanders die gelukkig niet het onderdeel zijn van een kledingstuk maar gewoon inwoners zijn van een provincie.

    :-) Het ging mij ook maar om een voorbeeld.

    Om in uw denktrant voort te gaan:
    Borstplaat lijkt mij dan een onderdeel van borsten of in elk geval zou het daar iets mee te maken moeten hebben.
    Melkweg heeft dan vast iets te maken met melk en een stacaravan, daar zul je wel in moeten staan of zo iets.
    In een caravan zou ik, op zijn tijd, ook graag willen liggen maar dat kan dan denk ik niet in een stacaravan.

    Ik wilde met mijn voorbeeld enkel aangeven dat de logica in taal ver te zoeken is.
    Dan is het, naar mijn mening, ook niet zo raar dat er veel fouten gemaakt worden.
    Neem dan bijvoorbeeld een theedoek. Heeft niets te maken met thee. Het is een doek om de vaat mee af te drogen. Je zou het dus een vaatdoek moeten noemen maar dat is dan toch weer een andere doek.
    Ik ga nog even verder.
    Een kurk zit doorgaans IN een fles. Als je dan denkt dat je het snapt kom je er bij een kroonkurk weer achter dat het toch weer heel anders is. Die zit namelijk OP de fles en er niet IN. Verder lijkt die niet op een kroon en niet op een kurk.
    En dat is het lastige in de taal. Soms ligt het voor de hand maar vaak ook niet.
    Als Braband u een onderdeel van een kledingstuk lijkt, lijkt Verband dat dan ook?
    Waarom noemt men mensen die in Noord- en Zuid-Holland wonen Hollanders en de inwoners in Friesland geen Frieslanders? Inwoners van Gelderland heten toch ook Gelderlanders?
    Wie verzint toch zo iets?
    En dan die werkwoordsvormen. Dan met een "d", dan met een "t" en dan weer met "dt"

    Groet,
    Bert..

    BeantwoordenVerwijderen
  20. @Frits

    "Nee, erdebe, wie niet ordelijk denkt schrijft ook niet ordelijk."

    Ow...en blijkt dat nog ergens uit, of moeten we dat maar van je aannemen?

    Ik zie je in ieder geval niet op de site om beargumenteerd onze blijkbaar niet ordentelijke denkpatronen aan de kaak te stellen.

    Maar ja.....als je alleen maar verstand hebt van grammatica en spelling, dan is dat natuurlijk best lastig!

    BeantwoordenVerwijderen
  21. Taal is overigens niets anders dan een manier om een boodschap over te brengen.

    Dus elke taal die de boodschap overbrengt is per definitie goed!

    BeantwoordenVerwijderen
  22. Tja, als je zo redeneert als erdebe, waarom zouden we onze kinderen dan nog naar school sturen?

    BeantwoordenVerwijderen
  23. En poepen doe je ook niet overal!

    BeantwoordenVerwijderen
  24. Leuk en leerzaam artikel.Een ergerlijke fout die niet benoemd werd was in reactie twee;"Hé pannenkoek geef is antwoord" hetgeen zou moeten zijn; "Hé pannenkoek geef EENS antwoord"

    BeantwoordenVerwijderen
  25. De schrijver/ster moet zich toch realiseren dat er steeds minder wordt gelezen, met name door jongeren...!
    't k(o)fsch(i)p is trouwens tegenwoordig k(o)fsch(i)ptaxi of taxikofschip - daar durf ik geen eed op te doen.

    BeantwoordenVerwijderen
  26. Dirk zei
    Leuk !
    Voor de die hards: www.taalprof.web-log.nl

    Ik weet wel dat hier om de Nederlandse taal gaat, maar toch...

    Dat de eerste reageerder nou weer gelijk in de fout gaat met Engels!
    Dirk, het zijn echt 'diehards' één woord en niet 'die hards'. dit doet echt zeer!

    BeantwoordenVerwijderen