Beste Harry,



Beste Harry,

Ik ken je niet, maar gisteren hoorde ik op de radio dat je een advertentie hebt geplaatst, onderaan over de gehele breedte van de voorpagina van de Volkskrant. Als dat reden is om het nieuws mee te openen moet het wel een heel bijzondere advertentie zijn. Ik snelde naar de kiosk en zag dat je namens Een ander Joods Geluid en Stichting Initiatieven in grote koeienletters had laten afdrukken dat als Wilders het zelfde over Joden en het Oude testament had gezegd als wat hij over moslims en de Koran had uitgekraamd, dat hij dan al lang was afgeserveerd en veroordeeld tot antisemitisme. Kijk en als een jood zoiets zegt dan moet daar wel waarheid in zitten, zal de redactie van het radio 1-journaal gedacht hebben. Het is sympathiek dat je moslims die aan de maatschappelijke spanningen ten onder gaan een hart onder de riem wilt steken. Maar zou het echt, Harry? Zou Wilders inderdaad worden afgeserveerd en veroordeeld tot antisemitisme als hij hetzelfde over joden en het oude testament had gezegd?

Laten wij bij het oude testament beginnen. Ongetwijfeld zal een oproep tot verbod op het Oude Testament tot grote woede leiden, maar niet omdat het joods is maar omdat de christenen het als hun heilige boek beschouwen. Hoezeer zij eeuwen lang hun best hebben gedaan die joodse inbreng zoveel mogelijk te minimaliseren kunnen zij er niet om heen dat zij dat boek uit hetjJodendom hebben overgenomen.

Desondanks moeten Joden tot op de dag van vandaag, telkens maar weer van christenen en niet-christenen aanhoren, hoe vele malen liefdevoller de God van het Nieuwe Testament is dan die hardvochtige God der wrake uit het Oude Testament. Want dat is allemaal zo “oog om oog en tand om tand”. Dergelijke verdraaiingen en beledigingen over het Oude Testament zijn zo algemeen dat ons staatshoofd Koningin Beatrix in haar kersttoespraak zonder probleem kan zeggen dat “oog om oog” de wereld blind maakt. Terwijl dit veelvuldig misbruikte en uit de context getrokken gebod uit de Leviticus in tegenstelling tot haar negatieve connotatie, oorspronkelijk over iets heel anders gaat. Namelijk: dat iemand ongeacht zijn rang, stand of positie gestraft moet worden naar verhouding van zijn vergrijp. Ook als een meester zijn knecht iets aandoet. Iedereen gelijk voor de wet, ongehoord revolutionair in die tijd. Maar in het Christendom is dit gebod niet zonder kwaadaardigheid tot symbool gemaakt van de primitieve wraakzucht waar de oude Israelieten volgens hen voor zouden staan. Dit soort voortdurende vooroordelen en schimpscheuten over het oude testament en de wraakzuchtige God der joden zijn zo ingeburgerd dat zij niet eens meer opvallen.
Geen Jood in Nederland die daar van wakker zal liggen. Wellicht heb je het inmiddels zo geïnternaliseerd dat je het zelf bent gaan geloven? Het leidt niet tot klacht van het CIDI. Ook geen protest van Israel. maar dit terzijde.

Dan nu het antisemitisme. Als Wilders hetzelfde over Joden zou uitkramen als over moslims was hij volgens De Winter al lang afgeserveerd en als antisemiet veroordeeld. Nu wordt hij als islamofoob veroordeeld en de wereldgemeenschap inclusief Nederland werkt er hard aan om islamofobie formeel gelijk te stellen aan antisemitisme. Islamofobie kan inderdaad bijzonder onaangenaam zijn. Maar er zijn natuurlijk wel verschillen. Er zijn mij geen voorbeelden van joodse religieuze groeperingen bekend die in de jaren dertig binnen en buiten Nazi-Duitsland pochten dat zij in Europa wel even de boel zouden overnemen. Geen joden die in naam van hun geloof Duitsers vermoordden en andere Joden die dat dan weer in kranten of op radio goed gingen praten.

Daarnaast is in Nederland het beroep van islamofoob, in tegenstelling tot dat van antisemiet niet van fysieke risico’s ontbloot. Het voert helaas te ver om in dit bestek al te diep op deze verschillen in te gaan.

De vraag is echter of je heden ten dage nog wel wordt afgeserveerd als antisemiet, terwijl je als islamofoob overduidelijk wel publiekelijk wordt afgeserveerd. Opvallend bijvoorbeeld is dat een columnist als Van Doorn, die in het verleden wel eens als antisemiet is afgeserveerd, juist weer in eer en aanzien is gerezen en van alle blaam is gezuiverd. Zijn wekelijkse meningen, inclusief de voortdurende antisemitische uitglijders worden over het algemeen beschouwd als uiterst waardevolle bijdragen aan het publieke debat. Wat een volksvertegenwoordiger als Anja Meulenbelt op haar gefilterde website meldt en laat melden is ook niet mals. “Joden zijn geen volk dus waarom zouden zij recht op een staat hebben.” Niemand van statuur die de senator tegenspreekt. In jouw toelichting kom jij weer met de inmiddels veelvuldig gehoorde vergelijking dat de moslims van nu de Joden van toen zijn. De geritualiseerde herdenking van de holocaust lijkt meer en meer te worden ingezet tegen de islamofobie die Nederland in haar greep zou hebben. Maar de evidente stijging van het antisemitisme wordt stelselmatig genegeerd. Inclusief het disproportionele aandeel van personen met een islamitische achtergrond in antisemitische incidenten, zoals een Europees onderzoek laatst weer eens uitwees. Maar hoogwaardigheid bekleders passen er wel voor om er op te wijzen dat er ook moslims van nu zijn die ongeremd Joden van nu beledigen en bedreigen.

Onderwijzers in Amsterdam West kunnen tijdens lessen over de Jodenvervolging, maar beter meteen Joden van toen met Palestijnen van nu vergelijken en Joden van nu met Nazi’s van toen, willen zij een opstand in de klas voorkomen. Net als die vooroordelen over het Oude Testament zijn dergelijke vergelijkingen inmiddels zo geïnternaliseerd dat Een Ander Joods Geluid er ook in is gaan geloven. En als het Hamas Hamas alle Joden aan het gas weer eens voor een keer echt de spuigaten uitloopt dan komt Hoofd commissaris Welten van Amsterdam met de opmerking dat “Joden in dit land nu eenmaal heel veel hebben uit te leggen over de bezettingspolitiek van Israel.” Iets waar jij je ongetwijfeld onmiddellijk bij aan zal sluiten, aangezien jij in deze graag het goede voorbeeld geeft.

De realiteit is dat niet moskeeën maar juist synagogen en joodse instellingen onder bewaking en constante politiesurveillance staan. Vrome moslima’s hoeven hier niet hun hoofddoek te verbergen onder een pruik, zoals gebruikelijk was op Turkse universiteiten ten tijde van het hoofddoekverbod. Die enkele vrome Jood die hier nog rondloopt moet daarentegen wel vaak zijn keppel en zo nodig zijn peijes onder pet of muts verstoppen, wil hij ongeschonden en onbeschimpt over straat komen. Want geloof mij het aanblik van een herkenbare orthodoxe jood leidt in de regel bij vele allochtonen en autochtonen tot beduidend meer hilariteit en hatelijkheid dan het aanblik van een herkenbare orthodoxe moslim.

Een hoofddoek voor de klas is ongetwijfeld meer geaccepteerd dan een keppel met peijes. Joden die het in de Nederlandse politiek en media willen maken dienen zich ver te houden van religie en Israel of zoals jij, zich er openlijk van te distantiëren. Ik herinner mij van Hulten nog, de voormalige voorzittter van de PvdA. Naar aanleiding van het rumoer over genocide ontkennende Turken in zijn partij, zei hij in het Parool dat hij ook met aspirant joodse kandidaten even ernstig zou praten over hun standpunten over het Israelisch-Palestijns conflict en als zij dan tegen een Palestijnse staat bleken te zijn, waren zij natuurlijk niet meer welkom, analoog het ontkennen van de Armeense genocide. Voor een publieke rol is het in Nederland beter het joods-zijn te reduceren tot een gelukkig, te boven gekomen exotische afwijking uit vervlogen tijden en het verder over te laten aan het Joods Historisch Museum. Een eventuele keppel in publiek is volgens de ongeschreven code alleen toegestaan op de herdenkingfolklore van vier mei en tijdens de herdenking van Auschwitz en de februaristaking, want dan vieren wij Europeanen dat wij door de jodenmoord zoveel betere mensen zijn geworden. Nou ja, veel betere mensen..?

Wilders en de zijnen zeggen hele dwaze, vervelende dingen over moslims en de Koran. Het is inderdaad knettergek dat het je als bevolkingsgroep aangewreven wordt dat je de dierentuin te weinig bezoekt. Maar in tegenstelling tot Joden in de jaren dertig en nu krijgen moslims enorm veel steun en bijval van de overheid en het zo genoemde middenveld. En zo niet dan zijn er nog altijd de 56 staten van de OIC die Nederland dreigen met een economisch afknijpen, waarop dan naast de politiek ook nog eens het bedrijfsleven zich met knikkende knieën tegen de oppositietrapatsen van Wilders uitspreekt.

Van regeringswege bleef het echter oorverdovend stil toen Mohammed B in de borst van van Gogh een brief stak, vol smerige antisemitische aantijgingen tegen een gemeenschap die part noch deel had in Submission en de missie van Ayaan. Laat staan in het beledigen van de islam of de Koran

Nee, Harry, het is geen onverdeeld genoegen om 65 jaar na de moordpartijen, als Jood in het Nederland van nu te moeten leven. Je telkens maar weer te moeten verantwoorden voor Israel, oog om oog en Jezus aan het kruis. Alleen als je Israel met nazi-Duitsland vergelijkt lijk je er nog mee weg te komen en wordt er in de redactierubrieken vrolijk mee gesmuild. Terwijl Israel juist één van de weinige troostrijke redenen was om na de oorlog weer met goede zin de draad op te pakken. Zionisme wordt tegenwoordig moeiteloos in een adem met extreem-rechts genoemd. Voor een dergelijke onweersproken stigmatisering en omdraaiing moeten wij veel huiveriger zijn dan wat Wilders, alom weersproken, “over moslims en de Koran uitkraamt” Want voor je het weet wordt je als gehele bevolkingsgroep met Wilders en zijn ideeën geassocieerd en dat is in deze barre tijden geen goed teken.

Groet,

Barry


(Volledige naam bekend bij de redactie van Hoeiboei.)

Twaalf kamelen


Twaalf kamelen

De jongen met het perfekt half kaal geknipt, half kaal geschoren hoofd en zijn flitsende O'Neill jasje die net nog bij ons in de tram zat, blijkt met dezelfde trein te reizen als wij. Toeval. Hij herkent ons maar laat dat nauwelijks merken. Ik groet hem toch en W. en ik nemen een bank verderop plaats. Het is een doordeweekse avond en vrij laat. Hoewel we er in ons favoriete Spaanse restaurant niet om gevraagd hadden - de rekening was al betaald - stond er ineens een Carlos I voor onze neus. Die gratis bijna driedubbele bel durfden we niet te weigeren en ook niet snel achter over te slaan want daarvoor is deze cognac te lekker en te sterk. Hoe (snel) je hem ook drinkt, hij hakt er altijd in.

Ik ben niet de enige die in een uitgelaten stemming is. Schuin tegenover ons zitten twee vrouwen van rond de dertig, een stevig, mooi rond en een wat spitser type, die in een, zoals dat heet, levendig gesprek zijn verwikkeld met twee andere meisjes, maar die laatste twee kunnen W. en ik slechts horen, niet zien. Ze spreken alle vier Nederlands maar ik weet vrijwel zeker dat geen van hen in Nederland is geboren. Nederlands als voertaal voor zoveel nationaliteiten. Het klinkt fantastisch! Vooral doordat ze de taal, het Nederlands, zo zorgvuldig hanteren.

Ik krijg gelijk want de dames stellen zich aan elkaar voor. De stevige blijkt een Egyptische te zijn, haar vriendin, de magere, een Turks/Koerdische en de twee andere dames zijn spaanstalig. De Egyptische die even een blik op ons – ik kijk haar recht in het gezicht - en de jongen achter ons werpt, stelt dan vast: "Wat een internationaal gezelschap!". Wij tellen mee.

Vrouwen onder elkaar. Ze kletsen wat af. Er wordt veel gelachen en het wordt steeds hilarischer. Nu iedereen weet waar de ander vandaan komt, is de nieuwsgierigheid naar die andere landen, die andere culturen en gewoontes gewekt. Eén van de twee spaanstaligen richt zich tot de gevulde Egyptische met het pikzwarte haar en zegt: “Jij komt dus uit Egypte, ik wil je daarom iets vragen, ik heb laatst een Egyptische jongen gesproken en .... is het waar wat hij me toen vertelde?” De Egyptische wacht rustig af, ze lijkt geen type dat snel van haar stuk is gebracht. “Die Egyptische jongen zei toen tegen mij,” gaat de vraagstelster verder “Hij zei toen dat ik in zijn land twaalf kamelen waard ben. Hij kon mij kopen voor twaalf kamelen! Dan was ik zijn vrouw.” Nog voor de Spaanse haar vraag “Is dat waar?” heeft gesteld, schateren we het met z'n allen uit en W. en ik doen mee. Alleen de jongen achter ons, ik kijk nog even om, laat niets van zich horen.

Twaalf kamelen voor een vrouw! Hoe het precies komt, weet ik niet, of het ermee te maken heeft dat er in het waterige Nederland nog geen zandbak te bekennen is, laat staan een woestijn, of dat het komt doordat de Spaanse zo serieus klinkt, met veel respect voor de Egyptische cultuur, of dat het komt doordat we ons in de trein bevinden en dwars door de Randstad van Nederland rijden, of doordat de vraag in het Nederlands is gesteld, ik weet het niet precies, de Carlos 1 doet ook z'n werk natuurlijk, maar iets absurders heb ik in geen tijden gehoord.

Ik zink weg in een opgewonden gevoel van saamhorigheid dat misschien maar schijn is maar het is een lekker gevoel. Even. En dan komt nog het antwoord van de Egyptische, als toetje, als iedereen uitgelachen is, zegt zij nuchter: “Kamelen? Die jongen heeft met je brain gefuckt man. Pfftt!

Vrouwen. Heerlijke vrouwen!

Annelies van der Veer

Reacties: Twaalf kamelen

Godslastering (hoe lang nog actueel?)


Godslastering (hoe lang nog actueel?)

Het geloof is een mooi onderwerp. Ook voor atheïsten. Intellectueel Karel van het Reve liep eind jaren tachtig wel vooruit op de actuele politieke problematiek die geloofsrichtingen kunnen oproepen. Hij schreef toen: "Dat mensen goden en profeten willen aanbidden, al dan niet met gebruik van afgodsbeelden, is hun zaak. Maar anderen moeten de volle vrijheid hebben om daar smalende en lasterlijke opmerkingen over te maken. Natuurlijk is het onaardig om voortdurend gelovigen te pesten, en het is redelijk om iemands lichtgeraaktheid te ontzien, of het nu zijn gedichten, zijn moeder, zijn god, zijn inkomen of zijn oorlogsverleden betreft ­ maar je mening moet je kunnen zeggen, ook op smalende toon, lichtgeraaktheid of niet. Het zou een goede zaak zijn als D'66, in samenwerking met VVD en Partij van de Arbeid, een wetsvoorstel zou indienen waarbij de artikelen 147 en 147A van ons Wetboek van Strafrecht zouden komen te vervallen. Dan zou ons vaderland minder op Iran lijken." 1.

1. "Denkbeelden uit een dubbelleven",
biografie van Karel van het Reve door Ger Verrips.
(Open Domein nr. 42.)
Pagina 416, 417.
(Uitgeverij De Arbeiderspers - Amsterdam - Antwerpen)

Uit: De Allergrootsten

Broer Gerard Reve:

"En God Zelf zou bij mij langs komen in de gedaante van een éénjarige, muisgrijze Ezel en voor de deur staan en aanbellen en zeggen: "Gerard, dat boek van je - weet je dat Ik bij sommige stukken gehuild heb?"
"Mijn Heer en mijn God! Geloofd weze Uw Naam tot in alle Eeuwigheid! Ik houd zo verschrikkelijk veel van U", zou ik proberen te zeggen, maar halverwege zou ik al in janken uitbarsten, en Hem beginnen te kussen en naar binnen trekken, en na een geweldige klauterpartij om de trap naar het slaapkamertje op te komen, zou ik Hem drie keer achter elkaar langdurig in Zijn Geheime Opening bezitten, en daarna een present-eksemplaar geven, niet gebrocheerd, maar gebonden - niet dat gierige en benauwde - met de opdracht 'Voor de oneindige, zonder woorden'.
"

Lees hier de complete tekst: Het Ezelproces

Reacties Godslastering

Welja, noem het maar racisme

Racisme

Welja, noem het maar racisme

In de Volkskrant verscheen een kort stuk met de kop 'Nieuw: racisme zonder ras' (6-3-08) van de schrij­vers Halleh Ghorashi, bijzonder hoog­le­raar management van diversiteit en integratie aan de VU, en Thomas Spij­kerboer, hoogleraar migratierecht aan dezelfde VU. In dezelfde krant bestreed hoogleraar politieke theorie Meindert Fennema later dit idee onder de kop'Racisme zon­der ras is gevaarlij­ke onzin' (12-3-08).

Hoogleraar Spijkerboer kwamen we al tegen in mijn column 'Moreel cul­tuur­re­lativisme' op
deze blog. Hij vindt dat we niet weten wat goed en waar is en daarom mogen we immi­granten en de islam niet be­kriti­se­ren. In moreel op­zicht is hij een nihilist.

De kop van dit nieuwe artikel van hem en Ghorashi is duide­lijk: de twee schrij­vers willen
uitsluiting van de islam ra­cisme noemen. Waar­om? Racisme is heel ver­keerd en dan zou dus uit­slui­ting ván of kritiek óp de islam ook heel ver­keerd zijn.

Het idee is niet nieuw. Ik heb het al weerlegd in mijn boek Vermoord en verbannen en in de column op deze blog 'Antisemi­tisme van Geert Wilders?', dat tegen Ed van Thijn's opvatting ingaat. De is­lam is, als het christendom, een gods­dienst met uni­versele preten­ties. Leden van elk ras zijn welkom in de islam (behalve in de huidi­ge tijd mensen van jood­se origi­ne) en exemplaren van elk ras zijn in de is­lam te vin­den, ook heel wat blanke be­keer­lingen.
Stel nu dat een blan­ke de islam haat, dan zou hij men­sen van elk ras haten, ook het zij­ne. Zoiemand is geen ra­cist. Hij is een men­senhater.

Over 'racisme zonder ras' zeggen de schrijvers dat het: 'gebaseerd[is] op een homogene en statische no­tie van cultuur als grond voor uitsluiting. Bij het nieuwe racisme is het (al dan niet vermeende) culturele of religieuze verschil de basis voor ongemak, afkeuring of angst.'

Neen. Je hoeft helemaal niet te denken dat de islam nooit zal veranderen om het huidige wetssysteem van de islam, de sharia, te ver­werpen. Misschien zal die sharia ooit veranderen, maar aan zo'n toekomstbelofte hebben we in de huidige tijd niets.

Een belangrijke verandering is wel dat de islam, die vroeger tegen het judaïsme was, maar niet
anti-semi­tisch, in de vorige eeuw anti-semi­tisch, racis­tisch, is ge­worden op de moordzuchti­ge wijze van de natio­naal-socia­lis­ten. Dat blijkt onder andere uit het Hand­vest van Hamas en het stemt niet opti­mis­tisch.

Ook is het niet waar dat het slechts om verschil­len gaat en om elk punt van diversiteit. Kritiek wordt geuit op nare ver­schillen en niet elk verschil wordt bekritiseerd. Wie heeft er zich ooit tegen ge­keerd dat moslims geen alcohol mogen drinken?

Wat kunnen er veel onjuiste aannames in een korte passage zitten. Maar de ergste gevolgtrekking komt nog.

Volgens de boven geciteerde passage is de vrouw die op grond van de sexuele moraal van de islam voor hoer wordt uitge­maakt of aangerand is in een zwembad en daardoor bang is voor ortho­doxe moslims, een ra­cis­te. Ook een vrouw in Iran die door de beul gege­seld is voor on­tucht omdat zij aangifte van ver­krach­ting deed en de shiiti­sche variant van de islam al­daar afkeurt, zou een raciste zijn. Per­ver­ser waan­denkbeeld kan ik me niet voorstellen. Elke rationele on­derbou­wing ont­breekt voor deze opvatting. Het stuk is een blin­de verdedi­ging van de is­lam: niets ergs ervan wordt be­kri­tiseerd. Alleen wordt vermeld dat een van de schrijvers in Iran verplicht was een hoofd­doek te dragen. En dat wordt gebruikt om een verbod op de boerka in Nederland te ontraden (waar­over zo meteen meer)! De beschuldi­ging dat islamkri­tiek ra­cisme is, is doorzichti­ge laster.

De schrijvers doen alsof de islam uit­sluiten, d.w.z. kritiek op de islam hebben à la Geert Wilders, het uitsluiten van de moslims is. Maar men kan de islam verwerpen zonder mos­lims te ver­wer­pen. Zo lang ze geloven dat wie de Pro­feet be­ledigt ge­dood moet wor­den, maar dit niet uitvoeren, hoeven ze niet uit­ge­sloten te worden. Het verve­lende voor hen is dan wel dat ze, als ze ortho­dox zijn, bezorgd zullen den­ken slech­te moslims te zijn. In stilte of luidruchtig zullen ze juichen als een ander de moord voor hen opknapt.

En de schrijvers willen elke kritiek op de islam on­mo­ge­lijk maken. Im­mers, zij stellen:

'Discussie zelf is niet waar een democratische cultuur voor staat, maar wel voor een discussie waarin verbinding cen­traal staat. Met beledigin­gen kun je in een discussie niets bereiken behal­ve het aanwakkeren van haatgevoelens.' Dit is onwaar. Politieke partijen discussiëren in verkiezings­tijd in een democratie niet om verbindin­gen te leg­gen, maar om hun eigen standpunt te verde­di­gen en dat van ande­re partijen onderuit te halen. Pas ná de ver­kiezingsuitslag pro­beren sommi­ge ervan een com­pro­mis te bereiken ter verbin­ding.

Wat beledigen betreft, in Afghanistan is er on­langs gedemon­streerd tegen Nederland wegens een film van Geert Wilders waar­van de inhoud onbe­kend is en waarvan alleen vaststaat dat hij kritisch tegenover de islam zal zijn. Elke kritiek op de islam en zijn Pro­feet, van welke aard dan ook, is voor orthodoxe isla­mieten een bele­diging. Zij leven namelijk nog in de middel­eeuwen.

De schrijvers willen niet dat de film van Wilders verboden wordt, maar niet op grond van het principe van de vrijheid van me­ningsuiting, maar omdat het de 'chau­vinistische as­sertivi­teit' zou aanwakkeren. Dat is nog maar de vraag. Als deze toe­komstvoorspelling van assertiviteit al zou uitkomen, wat zou dat dan met chauvi­nisme te maken hebben? Het gaat om wester­se en niet specifiek Nederlandse waarden! Verbod vooraf van deze film omdat moslimlanden drei­gen met geweld - wat de regering zelf heeft opgeroe­pen door het film­plan overal met nadruk be­kend te maken en zo om pro­blemen te vragen - zou een dra­ma­ti­sche terugval van de democra­tie in Neder­land zijn, een somber stem­mend keerpunt. Deze lan­den zou­den dan nog veel meer kunnen afdwin­gen.

De schrijvers stellen een verbod van de film ge­lijk aan een verbod van de boerka, dat zij evenmin willen, want de rechten van minderhe­den moeten be­schermd wor­den.

Ja zeker, maar niet in alle op­zich­ten. Niet elke slechte gewoonte is een recht. De boerka maakt het voor vrouwen vrijwel onmo­ge­lijk aan onderwijs en werk mee te doen. Verder wor­den Fatima, Ma­rietje en Griet­je met een boerka op: een vrouw, een tweede vrouw en nog een derde vrouw. Ze zijn geen personen meer, geen individuen. (Wat ze wel zijn, is dat ze het ei­gendom van hun man zijn.) Ieder­een kan dit zien, maar deze twee schrijvers willen het niet zien.

In fluwelen taal zijn deze twee reactionaire schrijvers moreel nihilist.

René Marres

Tijdelijk

Wegwerk

Tijdelijk

Job Cohen en Wouter Bos zijn eruit: de in Nederland geldende norm was en is dat ambtenaren hun klanten (m/v) een hand geven bij de kennismaking. Dat geldt eveneens voor Amsterdamse straatcoaches die immers in dienst zijn van onze overheid.

Maar soms moet er even van deze gangbare norm, de Nederlandse niet-discriminerende beleefdheidsetiquette, worden afgeweken. Dat is het geval als er een ander, een hoger doel bereikt dient te worden. Stellen Cohen en Bos unaniem. Hun partij, de Partij van de Arbeid, bekijkt dan per geval wat het beste is. Die afwijkende norm, die afwijking, benadrukt Bos, is slechts tijdelijk, daar gaat hij wel van uit. Hoe tijdelijk precies, dat kan Bos helaas niet vertellen. Een paar maanden, een paar jaar, een paar generaties? (Bos', mijn en ieders leven is natuurlijk ook maar tijdelijk.) Gaat er aan die straatcoaches hun afwijking gewerkt worden? We weten het niet.

Wat is dat hogere doel dat zo nodig nagestreefd moet worden maar dat wij, simpele zielen zonder afwijking, niet kunnen bereiken, waar wij geen toegang toe hebben maar deze straatcoaches klaarblijkelijk wel?

Wat zijn hun kwaliteiten? Diploma's? Waar en wanneer afgestudeerd?
Wat weten die straathandelaren toch, wat kunnen zij wat anderen niet weten of kunnen? Welke onbekende taal spreken zij? Het moet een zeldzaam beroep zijn.

Als ik het goed begrijp, gaat zo'n nu nog zwaar religieus gehandicapte straatcoach bij probleemgezinnen langs in wijken waar ik niet meer woon. De ZRG-straatcoach zoekt zelf geen hulp, welnee, dat wordt niet verlangd – zijn handicap is heilig en die laat je niet thuis - hij kan en gaat hulp bieden aan ouders van wie de kinderen problemen veroorzaken in bepaalde wijken en die wijken rukken steeds verder op. Vanwege die rotjochies. De dappere, unieke straatcoach gaat, de koran heeft hij bij wijze van spreken onder zijn arm, met de ouders van deze rotjochies praten en hij geeft meteen het goede voorbeeld: geen handen schudden met de vrouw des huizes.

Als deze falende (huis)moeder goed oplet, leert ze meteen hoe ze dit voorbeeldige gedrag aan haar zonen, de rotjochies, kan overbrengen. Dan worden die jongens een stuk rustiger, dan vallen die knullen vast geen meisjes meer lastig. Is er al één probleem aangepakt. Respect voor het andere geslacht, daar ontbreekt het nogal eens aan bij die jongens, dat respect kan die straatcoach het gezin op de juiste wijze bijbrengen. Hij wel.

Koren op de molen van de orthodoxe Ahmed Marcouch. Dit moet het zijn wat hij voor ogen heeft als hij over integratie droomt. Als straks vrouwelijke politie-agenten – even de seculiere normen opzij zetten, het is maar tijdelijk – nu een hoofddoek gaan dragen, dan gaat het nog sneller de goede kant op. Dan krijgen zij ook toegang tot (en respect van natuurlijk) deze in wezen lieve jongens. Zoals het nu is, alleen met een politiepet op, gaat dat niet. Dat is echt te veel gevraagd. Even opzij zetten die gangbare norm van Bos en Cohen. Die norm is immers continu in ontwikkeling, aldus Cohen bij Buitenhof.

Als vrouwen niet onbedekt naar buiten mogen van de mannen, zet opzij die geldende norm. Als meisjes niet mogen trouwen met wie ze willen, als vrouwen niet net als mannen normaal gekleed mogen sporten, of zwemmen, fitnessen, studeren, of boodschappen doen waar mannen in de buurt zijn, zet de norm op z'n kop en zorg dat de vrouwen bedekt raken en/of alles apart mogen doen. Apart, het woord zegt het al. Bedenk daarbij, het is maar tijdelijk.

Tenminste, dat is de gedachtegang van de Partij van de Arbeid, die hiermee bewijst niet zozeer de Partij van de Allochtonen te zijn alswel de Partij van de Apartheid.

Annelies van der Veer

Reacties Tijdelijk

Democratie

Halfrond_2


Democratie

Democratie
(de (v.); vgl. -cratie) [ca. 1600 <Fr. démocratie <Gr. dèmokratia]1. staatsvorm waarin het volk (door vertegenwoordigers) zichzelf regeert en vrijelijk zijn meningen en wensen kan uiten; directe democratie, zie bij direct; vertegenwoordigende democratie, zie bij vertegenwoordigen; een parlementaire democratie, staat met een parlement waaraan de regering verantwoording verschuldigd is; een centralistische, geleide democratie, staat met een parlement dat de regering niet naar huis kan sturen.
2. gezindheid voor de democratie (1)
3. staat waarin het volk regeert.

Bron
: Van Dale, Groot Woordenboek Der Nederlandse Taal.
Dertiende, herziene uitgave door Prof. Dr. Guido Geerts en Drs. Ton den Boon.
Van Dale Lexicografie
Utrecht Antwerpen
1999

De Martelkamer

Ebru3fu


De Martelkamer

Minister Verhagen had het er maar druk mee. Meer dan dertig vertegenwoordigers van islamitische landen moest hij uitleggen waar Nederland ligt. Eh, wat vrijheid van meningsuiting betekent in onze westers geciviliseerde en verlichte wereld: je mag iedereen beledigen of hier een poging toe doen. Vandaar dat elke gek elke film mag maken die hij maar kan bedenken. Tot zover helder. Maar na ‘RESPECT’ is vrijheid van meningsuiting de nieuwste der verkrachte termen. Want vrijheid van meningsuiting?! Aan me hoela: van de Nederlandse rechter mag je je buurman niet uitmaken voor Osama bin Laden en een agent niet voor homo. En dan hebben we natuurlijk ook nog de koningin over wie je van alles mag vinden, maar dat vooral nietmag uiten. Is zelfs verboden bij wet. Majesteitsschennis. Dus vrijheid van meningsuiting, ach jongens toch. Ga iemand anders lopen bedriegen, beledigen en vooral bang maken.

Met name bang maken. Bang maken is big business. Vooral voor alle ambtenaren en politici die onder het mom van veiligheid, terrorisme, dreiging en andere gevaren de bevolking gijzelen. Wie
ons het bangst kan maken en vervolgens vol poeha maatregelen kan bedenken om die angst weg te halen, kan immers rekenen op de gunst van de kiezer. Angst creëer je door een vijand te benoemen. Balkenende en de zijnen hebben die gevonden in Nederlanders die door het kabinet gebrandmerkt zijn als allochtonen. Nep-Nederlanders. Mensen zoals ik. Zo’n dreumes van 1.60
meter, die doet alsof haar grootste wapen een toetsenbord is. In mijn kelder daarentegen – door achterlijke Amsterdammers omgedoopt tot souterrain; door mij tot martelkamer – wemelt het daarentegen van nog veel gevaarlijkere apparatuur. Gewichten (in diverse meisjesmaten), een
weegschaal (zo’n digitale waarmee je vocht, vet en spiermassa – vooral spiermassa natuurlijk – kunt meten) en wel tachtig paar schoenen. Onder andere, want dit is slechts de voorzichtige
schatting. Terrorismedreiging zit in de details, zeker met draadloos internet tot in de martelkamer.

Natuurlijk zijn er moslims die tot achterlijke en ‘mind blowing’ daden in staat zijn. Van die randdebielen die allang in beeld zijn bij de AIVD en al die geldverspillende overheidsinstanties die terreurmoslims, terreurveganisten en overige terreurmalloten het vuile werk laten opknappen. Zelf kijken ze liever de andere kant uit; kost wat minder. En creëert een prima vijand. Onze
overheid, ons kabinet, de Tweede Kamer en al hun handlangers in de steden - verzameld onder de noemer gemeenteraad, burgemeester en wethouders - zijn de grootste terroristen. Niet het
landsbelang, maar eigen belang staat voorop. Zij proberen hun macht te behouden door bangmakerij. Met succes. Dankzij het vmbo en co heeft het merendeel van de stemgerechtigden de verstandelijke ontwikkeling van een zindelijke pup. Het is dat je in een democratie al die pupjes nodig hebt om herkozen te worden op het pluche, het macht legitimerende pluche, anders
zouden ze allang in een plas water verdronken zijn. Met wat training ontwikkel je echter een prima Pavlovreactie: zeg moslim en woef! Elke puppy schiet in de angsthouding. Gelukkig heb ik in mijn martelkamer een toetsenbord. Vrijheid van meningsuiting is het mooiste marteltuig.
Na ‘RESPECT’ is vrijheid van meningsuiting de nieuwste der verkrachte termen.

Ebru Umar in Metro, 7 maart 2008

Madrid, 11 maart 2004


Een nieuw Europees Weimar: Het liberale verzet en zijn vooruitzichten (fragment)

Op de ochtend van 11 maart 2004 zat ik in Oslo aan mijn bureau te werken en luisterde ik met een half oor naar het nieuws op CNN, toen de eerste verslagen binnenkwamen van de enorme explosies in Madrid. Al snel waren er nieuwscamera's in de straten van de Spaanse hoofdstad die de schok op de gezichten van de madrileňos vastlegden terwijl ze de omvang van de gruweldaad beseften.

Jawel, dacht ik, het heeft nu ook hier toegeslagen.

Ik hield de televisie de hele dag aan en zapte tussen CNN en de BBC. Terwijl verslaggevers de beelden van dood en vernieling beschreven die te gruwelijk waren om uitgezonden te worden, dacht ik aan onze vakantie in Madrid in augustus 2000, vier jaar eerder. Ik hield van de kosmopolitische sfeer en omvang van Madrid, de solide bakstenen gebouwen en de krioelende massa. Ondanks de verzengende zomerhitte heersten er een energie en een wilskracht die me aan New York deden denken. Tegelijkertijd hing er ook een zuidelijk gevoel van plezier en tropische ongedwongenheid die Miami Beach in herinnering riep. Dat had me verrast, want als ik aan Spanje dacht zag ik een land dat gesmoord werd door fascistische onderdrukking en streng katholicisme.

Natuurlijk wist ik dat Spanje veranderd was. Generalissimo Francisco Franco, de alleenheerser sinds 1939, was in 1975 gestorven, en de door hem verkozen opvolger, koning Juan Carlos, had iedereen verbaasd door een constitutionele monarchie in het leven te roepen. De metamorfose van het Spanje na Franco wordt onveranderlijk in superlatieven beschreven. Maar boeken lezen over Spanjes transformatie was iets anders dan er rondlopen. Ik dacht aan onze perzikkleurige kamer in een eenvoudig pension bij de Puerta del Sol, onze wandelingen door schaudewrijkje straten op snikhete middagen. 's Avonds zochten we verkoeling op terrassen van cafés op de Plaza de Chueca, terwijl we aan sterke ijskoude gin-tonics nipten die de vriendelijke obers in de grote glazen schonken tot ze bijna overliepen. Ik herinnerde me de musea - het schitterende Prado, het Thyssen, het Reina Sofia, die allemaal naast elkaar op de grote, weelderige, met bomen omzoomde Paeso del Prado liggen. En aan het eind van die boulevard doemde de indrukwekkende witte granieten gevel op van het Atocha-treinstation. Daar was een forenzentrein opgeblazen en lichaamsdelen van mensen lagen rond het spoor.

De gruweldaad was nauwkeurig gepland. Om 7:39 uur, tijdens het spitsuur, waren vier bommen die in rugzakken zaten tegelijkertijd ontploft in een trein in het Atocha-station. In een trein die op dat tijdstip ook in het Atocha-station had moeten zijn, maar die vertraagd was door een rood signaal ten zuiden van het station dicht bij een straat die de Calle de Téllez heette, explodeerden drie bommen. Totaal aantal doden: 98. Twee minuten later ontploften er nog twee bommen in een trein in het El Pozo del Tio-station, twee haltes verderop. Aantal doden: 70. Een minuut later ontplofte een bom in een trein in het Santa Eugenia-station, twee haltes verwijderd van El Pozo. Aantal doden: 17. Bij elkaar waren er bijna tweeduizend mensen gewond geraakt. Andere bommen die niet tot ontploffing waren gebracht werden gevonden in treinen in Atocha, Téllez en El Pozo. Experts kwamen tot de conclusie dat de bommen in de treinen in Atocha en Téllez het hele station hadden moeten opblazen. Bij het station Alcalá de Henares, vijf haltes verwijderd van Santa Eugenia, ontdekte de politie een geparkeerd busje met ontstekers, geluidsbandjes met koranverzen en mobiele telefoons (die gebruikt waren om de bommen tot ontploffing te brengen).

Maar veel Europeanen waren verbaasd, omdat de media hen systematisch hadden voorgelogen. Herhaaldelijk was hun verteld dat Amerika zelf om 11 september had gevraagd - dat de aanval een wraak was vanwege het Amerikaanse militarisme, het neokolonialisme, de kapitalistische uitbuiting en de steun aan Israel. West-Europa, werd hun verzekerd, was wezenlijk anders dan Amerika - toleranter, vredelievender. West-Europa had meer respect voor andere naties, was gevoeliger voor de problemen betreffende de armoede in de islamitische wereld, en steunde de Palestijnse zaak. Hierom zouden Osama bin Laden en zijn aanhangers in Europa nooit dat doen wat ze in New York en Washington hadden gedaan.

Veel West-Europeanen hadden zichzelf voor de aanvallen in Madrid met deze illusies gerustgesteld. Maar gedurende de dag, terwijl de lichaamsdelen verzameld werden en toen het overduidellijk werd wie voor de aanslagen verantwoordelijk was, trokken ten minste sommige West-Euuropeanen hun kop uit het zand.

Ik had al lang geklaagd over de Europese weifelachtigheid, maar de massademonstraties van die vrijdag toonden aan dat ik me vergist had. Net als met 11 september, zo leek het, hadden de terroristen hun hand overspeeld en hun slachtoffers onderschat.

Die illusie kon ik twee dagen koesteren - tot zondag, de dag van de verkiezingen. De uitslag was nadat de stembureaus waren gesloten snel duidelijk: de terrroristen hadden gewonnen. De Spaanse kiezers waren bezweken. Op die dag ging de boodschap de wereld over dat in West-Europa terrorisme loont.
(...)

Nu Europa een eenheid is, zingt het in koor hymnen over broederschap en wil het graag de hele wereld overtuigen van de godsdienst van eeuwige vrede. Derhalve zijn het alleen de vriendelijke debatten in Brussel over het landbouwbeleid en de verpakkingsnormen en dergelijke waar ze als internationale conflicten mee te maken krijgt.

Ze komen bedrogen uit. In werkelijkheid begint Europa nu aan een ander hoofdstuk van zijn lange, gewelddadige geschiedenis. De vijand kan niet weggefantaseerd worden. En op het spel staat niet de soevereiniteit van een of twee naties, maar de moderne democratische beschaving.
(...)

Sommige redacteuren zagen de waarheid, maar huiverden bij de implicaties ervan. 'De enige reden voor de overwinning van links in Spanje,' erkende de redacteur van van het Zweedse Expresssen ' was de terreurdaad.' Maar in plaats van door te gaan op deze alarmerende weg stapten ze snel over op een aangenamer en bekender onderwerp: wit Europees racisme. 'In Spanje ademen moslims voordat ze hun huis verlaten diep in, uit angst voor verdachte blikken of erger van hun niet-islamitische landgenoten.' Onzin. Moslims in Europa hebben meer te vrezen van andere moslims dan van witte Europeanen, en dat weten ze. Dat Expressen het tegenovergestelde beweerde, was uitermate achterbaks.
(...)

Het gebrek aan verbeelding komt vooral voor bij het West-Europese establishment. De doornsee Duitse politicus, de Franse journalist of de Zweedse professor kan zich niets voorstellen bij een leven dat geleid wordt door een religieus geloof. Als ze geconfronteerd worden met het feit dat daadwerkelijk een dergelijk geloof - hoewel een bijzonder donkere en verdraaide variant - de islamist drijft, dan is hun eerste impuls meteen afwijzend. Nee, dat kan niet waar zijn. Er moet iets anders zijn. Het moet iets zijn wat betrekking op ons heeft: armoede, onderdrukking, kolonialisme. De neo-marxistische analyse wordt er snel op losgelaten. En aan deze onjuiste interpretatie van de werkelijkheid ontspringen een heleboel enorm foutieve reacties.

Uit: Terwijl Europa Sliep - Bruce Bawer
de dreiging van de radicale islam
Meulenhoff
21 euro 95

Perversie

Arabischetoestanden_kop_1
Perversie

Al jarenlang bereiken ons via kranten en nieuwsbulletins berichten over zelfmoordaanslagen. Met de oorlog in Irak en de verkiezingen in Pakistan zijn de aanslagen alleen maar toegenomen. Afgelopen week bereikte ons een zoveelste voorbeeld van deze perversie. In Het Parool las ik dat 55 mensen waren gedood bij een dubbele aanslag in Bagdad. Soms betreft zo'n bericht de ene groep idioten, lees extremisten, die de andere groep idioten afslacht, maar dit keer waren burgerslachtoffers het doelwit van de aanslagen. 'Het bloedbad in Bagdad begon met de ontploffing van een bom in de wijk Karrada, waar veel mensen op donderdag komen om hun boodschappen voor het weekeinde te doen. Nadat de eerste hulpdiensten waren gearriveerd, bracht een zelfmoordterrorist een bom tot ontploffing die de meeste slachtoffers eiste. Onder hen waren veel vrouwen en kinderen,' aldus het bericht in Het Parool. Hulpdiensten, vrouwen en kinderen als doelwit. De perversie kent werkelijk geen grenzen.

Elke keer als ik een dergelijk bericht verneem vraag ik mij af waarom het zo doodgewoon is dat deze perversie algemeen wordt geaccepteerd. Natuurlijk, westerse leiders maken hun afkeer duidelijk als ernaar gevraagd wordt, maar daar stopt het zo'n beetje. Ik weet absoluut niet of het veel zou uitmaken, maar het zou toch echt niet schadelijk zijn als vanuit de VN eens één keer een duidelijk protest werd aangetekend tegen deze waanzin. Ook zou het zo prettig zijn als niet alleen vanuit westerse landen, maar vooral ook vanuit islamitische landen een duidelijk protest werd aangetekend tegen deze perversie, een protest dat duidelijk maakt dat men diepe afschuw heeft van deze perverse interpretatie van de religie. Maar nee, men maakt zich liever kwaad om een film die nog niemand heeft gezien.

Nu zijn we ook daar al lang aan gewend, helaas, zeg ik erbij. Maar wat me nog meer stoort is dat het overwegend doodstil blijft vanuit de hoek van de zogenaamde 'intelligentsia'. Woede omtrent alles wat de Amerikanen in Irak en daarbuiten aanrichten, maar nooit eens woede om de perversie van een actie als hierboven beschreven. Ik heb niet het idee dat ik door mijn woede of protest ook maar iets kan veranderen, maar als zo'n protest nu eens wereldwijd op gang zou komen en langzaamaan zou aanzwellen, misschien dat dat enig effect zou hebben?

Al enige tijd doet het getal van 650.000 Iraakse slachtoffers de ronde. Dat getal - niemand weet waar het precies op gebaseerd is en hoe accuraat het is, maar vanuit demagogisch oogpunt is het uitermate bruikbaar - is al zo'n jaar oud, dus het zal inmiddels ongetwijfeld gestegen zijn. Wat me zo stoort is dat al de demagogen die dit getal aanhalen dat doen om hun afschuw te uiten over Amerika (en het Verenigd Koninkrijk) en daarbij stilzwijgend impliceren dat al die doden door Amerikaanse en Britse bommen en kogels om het leven zijn gekomen. Waarom nooit eens protest aantekenen tegen de perversie van een actie als hierboven aangehaald? Waarom toch altijd die stilzwijgendheid? Waarom die selectieve verontwaardiging? Natuurlijk, met de omverwerping van het regime van Saddam was de geest uit de fles en kon de jarenlang sluimerende haat tussen de Sunni's en de Sjiieten haar ware explosieve aard tonen. Critici kunnen dat feit direct terugvoeren op de inval van de Amerikanen en de Britten. Maar de meeste doden worden toch echt veroorzaakt door moslims die andere moslims afslachten.

Het is een oud verhaal en ik weet natuurlijk al lang waarom we nooit een protest horen tegen deze perversie. Maar ik reageer primair op deze waanzin. En die primaire reactie is er een van afschuw, waarbij ik me blijf afvragen waarom we niet meer protesten horen tegen deze perversie. Maar de wereld wordt bekeken door een bril die dit soort zaken onzichtbaar maakt, wel zo makkelijk als je de Amerikanen van alles de schuld wilt blijven geven, waarbij ik graag aanteken dat die hele Irak-onderneming op een hopeloos fiasco is uitgelopen. Ik ben me daar terdege van bewust, maar daar gaat het hier niet om. Het gaat hier om de vraag waarom deze perversie stilzwijgend wordt geaccepteerd door zo'n groot deel van The International Community.

Voor de zelfmoordaanslagen in Londen enkele jaren terug werd vaak het motief aangehaald dat de daders dagelijks op tv zagen 'dat de Amerikanen en Britten moslims vermoordden'. Waarom stopt dat protest als het moslims zijn die moslims vermoorden? Erger nog, als het moslims zijn die met opzet kinderen als hun doelwit kiezen? Het is waanzin en perversie die maar voortwoekert, die doodgewoon is geworden en die zeker niet verminderd wordt door een westerse 'intelligentsia' die in een fraai staaltje Fisking alle doden in Irak op het conto van de Amerikanen schrijft.

Maar ook dat is oud nieuws. Helaas.

Kees Bakhuyzen

De paniek van onze elite

Chickenrun_los

De paniek van onze elite

Hoe kunnen we deze geschiedenis ooit aan onze kleinkinderen vertellen, het verhaal over die eerste maanden van 2008? Wat zullen we ons nog herinneren? Het internetfilmpje waarin Geert Wilders een kogel door zijn kop kreeg gejaagd? De vrouw in boerka die drie uur lang wanhopig over de Nieuwendijk in Amsterdam rondzwierf omdat zogenaamd niemand haar wilde helpen bij het oprapen van sinaasappels? De strategisch deskundige die met een beroep op de veiligheid van de staat een film wilde verbieden? De tokkiefobe cartoons uit de lesbrief voor Amsterdamse scholieren? De priester die Geert Wilders - alsof hij een Sovjet-dissident was - aan een diepgaand psychiatrisch onderzoek wilde onderwerpen? Waar moet ik beginnen?

Nee, ik zal niet verder gaan met het plagiëren van Geert Maks pamflet Gedoemd tot kwetsbaarheid. Tot deze eerste regels ben ik geïnspireerd door een uitstekende column van Sylvain Ephimenco in Trouw (8 maart 2008). Daarin schrijft hij hoe de aandacht voor en de weerzin tegen Geert Wilders alle proporties te buiten gaan.

Ephimenco: “Tegenover hem staat een formidabele mobilisatie van politieke en maatschappelijke krachten. Ongeveer de hele regering en een overweldigende meerderheid van het parlement ziet hem niet zitten. Justitie volgt hem op de voet en de klachten die tegen hem zijn ingediend zijn talrijk. Culturele, religieuze en maatschappelijke organisaties hebben hem openlijk de oorlog verklaard. Maar ook individuen als beroemde advocaten, cabaretiers en andere persoonlijkheden. Om niets te zeggen van de krachten in islamitische landen, die er van dromen om de man aan stukken te scheuren. Er is niet veel nodig in dergelijke omstandigheden waar evenwicht en proportionaliteit zoek zijn, om in een lynchklimaat terecht te komen.”

Nog een paar citaten: “Het kwaad, zoals Doekle Terpstra het noemt, moet immers met alle middelen bestreden, en voor sommigen, vernietigd worden. In deze ongezonde ambiance is vereist dat de pers het hoofd koel houdt. En afstand kan nemen van emoties en partijdigheid… Helaas is dit steeds minder het geval… Bij de NOS is men zelfs overgegaan tot manipulerende actiejournalistiek. Beelden van Wilders worden vertraagd in zwart-wit voorgeschoteld, soms met een gestrekte rechterarm, om zijn vermeende fascistische karakter te onderstrepen.”

Wanneer hebben we dit eerder gezien? Precies, in het voorjaar van 2002. Toen was het NOS-verslaggever Job Frieszo die het partijprogramma van Janmaats Centrumpartij liet zien om het verderfelijke karakter van Pim Fortuyn te onderstrepen. De afgelopen maanden krijg ik voortdurend de indruk dat ik in een remake ben beland van De laatste dagen van Pim Fortuyn, maar dan met een andere cast, en hopelijk met een minder tragische afloop voor de hoofdpersoon.

Net als zes jaar geleden is de politieke elite van Nederland in een complete paniek geraakt. Toen waren het vooral de verdedigers van ‘Paars’, voorop Ad Melkert (PvdA) en Hans Dijkstal (VVD) die niet begrepen wat er aan de hand was in Nederland. Nu zijn het de politici rond het christelijk-sociale kabinet van Jan Peter Balkenende, die met hun panische gedrag het land in een crisis brengen.

Onveranderd lijkt de rol van de media, die na de vergeefse bestrijding van Fortuyn in 2002 zich nu hebben gestort in de collectieve strijd tegen Wilders, wat regelmatig uitloopt op de demonisering van de ‘slechterik’. Weer zijn het kerken, welzijnsinstellingen en antidiscriminatiebureaus die de vermeende slachtoffers van ‘het kwaad’ willen verdedigen tegen de veronderstelde slechtheid van de tegenstander. Helaas bestrijden ze Wilders niet met argumenten, maar met kreten. Alweer een parallel met 2002.

Net als in 2002 mislukken alle pogingen om de ‘racistische’ vijand terug naar zijn hok te drijven, met als gevolg dat de verontrusting en het fanatisme van de bestrijders alleen maar toenemen. Ze begrijpen het niet goed meer. Ze bedoelen het toch zo goed. Ze komen immers op voor de arme verdrukte moslims. Ieder verstandig mens moet het met hen eens zijn. En toch klimt Wilders (en/of Rita Verdonk, het verschil zien ze vaak over het hoofd) steeds weer in de peilingen. Zoals Fortuyn in 2002 steeds meer aanhang kreeg onder de kiezers, ondanks de vrijwel unanieme waarschuwingen dat het Nederlandse volk in de ban van een bijzonder verwerpelijk en racistisch individu was geraakt.

Waarom raakt de politieke, maatschappelijke en journalistieke elite steeds zo in paniek? (De paniekaanval na de moord op Theo van Gogh in november 2004 laat ik dan nog even buiten beschouwing.) Laat ik het bij een korte analyse houden. Na het afzwakken van de politieke tegenstellingen in de jaren 70 en 80 is het ideaal van de multiculturele samenleving tot een belangrijk ideologisch bindmiddel geworden in de Nederlandse samenleving. Kritiek op deze ideologie was nauwelijks mogelijk. Eventuele tegenstanders werden zonder pardon ingedeeld bij de categorie van onverbeterlijke racisten.

De elite heeft nooit gezien dat het draagvlak voor het multiculturalisme veel kleiner was dan ze dacht. De Nederlandse bevolking had - na flink wat gemopper in het begin - uiteindelijk geen moeite met de komst van nieuwe etnische groepen, maar wel onder één voorwaarde: de acceptatie van onze in de jaren 60 en 70 op de conservatieve kerken bevochten vrijzinnige, seculiere en geëmancipeerde samenleving.

Alle botsingen hebben te maken met het feit, dat een deel van de nieuwkomers de westerse waarden om religieuze motieven weigert te aanvaarden, daartoe aangemoedigd door hun eigen leiders en door het establishment, dat aanpassing aan Nederland als een ongewenste vorm van cultuurdwang beschouwt. Daar ligt de oorzaak van het oerconflict dat steeds weer oplaait, rond Fortuyn, rond Theo van Gogh, rond Ayaan Hirsi Ali, rond Rita Verdonk, rond Ehsan Jami, rond Geert Wilders.

Aan de ene kant staat een elite die alle problemen rond de orthodoxe islam wegpraat (“wij hebben ook ons Staphorst en Urk”), onvoldoende wil optreden tegen intolerante verschijnselen als boerka’s, vrouwendiscriminatie, handenweigeren en andere uitingen van de sharia, alle kritiek afdoet als ‘islamofobie’ en ‘moslims pesten’. Het ergste is dat men zo de moslimbevolking wijsmaakt dat er een soort hetze tegen haar wordt gevoerd, in plaats van de seculiere en liberale moslims te beschermen tegen het fanatisme van de orthodoxe islamaanhangers.

Aan de andere kant staat een deel van de bevolking dat zich grote zorgen maakt over de groeiende religieuze intolerantie, vaststelt dat politici het probleem niet onderkennen of wegpraten, de grijsgedraaide waarschuwingen van de media met een korrel zout neemt, en bij gebrek aan actie vanuit de gevestigde politiek in de richting van Fortuyn en Wilders wordt gedreven.

Ook in 2008 wil de elite de diepere oorzaken achter de Wilders-hype niet herkennen en erkennen. Nee, de Nederlandse bevolking keert zich als gevolg van de verkeerde toon van Geert niet massaal tegen ‘de moslims’. Bijna overal leven Nederlanders en moslimmigranten vreedzaam samen. Als er al een autochtone woede is, dan richt die zich niet allereerst op ‘de moslims’, maar bovenal op de ‘zelfislamiseerders’, de ‘weldenkende’ leiders die vertrouwde feestdagen willen opofferen, wijn uit het kerstpakket of van de talkshowtafel halen, geen Kerstmis of Sinterklaas op school meer vieren om orthodoxe moslims niet te kwetsen, of de vrouwvijandige boerka goedpraten met een beroep op vrouwenrechten en keuzevrijheid. De woede keert zich nu ook tegen het impopulaire kabinet-Balkenende-IV, dat bij voorbaat lijkt te capituleren voor de extremisten uit Iran, Afghanistan en Saoedi-Arabië.

Van die woede schrikken de machthebbers op, net als tijdens de Fortuyn-revolutie. In plaats van bij zichzelf te rade te gaan, zuchten ze over de toon van het debat en over de grilligheid van het ‘xenofobe’ en ‘islamofobe’ volk. Wouter Bos zei het al, en krijgt nu de halve Partij van de Arbeid over zich heen. “We hebben niets geleerd van 2002.”
Carel Brendel


Carel Brendel is auteur van Het verraad van links (Uitg. Aspekt) homepage

Maandag



Maandag

't Gebeurde op een novemberochtend. Jaren van gezelligheid (een sluipende gezelligheid met de daarbij horende drankjes) braken me op. Ik schudde mijn katterig hoofd en moeizaam kwam ik tot het inzicht dat ik moest stoppen met dat ritueel. Mijn studie van het caféleven was me uit de hand gelopen.

Rond 1970 begon het. In bierhuizen, knijpjes, waar het vrije woord levendig werd gebruikt, verschansten we ons.
Een stelletje rotlachers en dromers... Goochelend met woorden charmeerden we, als we de kans kregen, nieuwsgierige meisjes die naar het 'vrijgevochtene' lonkten. De drank had nog een erotische impact.
Toch sneller dan je verwachtte werd de gezelligheid in die kringetjes een verlammende aangelegenheid. Ik had al 's eerder opgemerkt: altijd dezelfde koppen in de kroeg, niet te vergeten je eigen blaséje kop.
Gevolg: conflicten vanwege de schijnrelaties - iedereen denkt iedereen te kennen, wat achterklap oplevert die niet onderdoet voor het geouwehoer in, laten we zeggen, een doorsnee straatje.

Hoewel, dat was het verraderlijke: telkens keerde het gevoel terug dat je sublieme ogenblikken beleefde. Vooral in het holst van de nacht. Je rookt een pijpje, je drinkt een glaasje, grootse werken zweven voor je geest, je zal de wereld versteld doen staan, maar o wee, de volgende ochtend heb je weer 't zuur.

'Gedaan met het gezellige doorzakken,' mompelde ik op die koude novemberdag in '74. Met krakende pas naderde ik het Roelof Hartplein terwijl een sneeuwbui me tot op het bot verkleumde.

Ik vroeg me af wat ik de afgelopen nacht had aangericht. Iemand vermoord? Dodelijke beledigingen?
Uitgesloten.... deze keer was ik van hot naar haar in een auto vervoerd en uiteindelijk lag ik in een bovenhuis, ergens achter het Concertgebouw, op een strechbed te ronken. Vaag herinnerde ik me nog een gillende vrouw in het trapportaal en Rijk de Gooyer, zingend op de wc.

Merkwaardig... liep daar toevallig niet De Gooyer, aan de overkant van het Roelof Hartplein?
Ik zag hem op z'n rug. Onmiskenbaar de gestalte van onze komiek; misschien dat-ie me kon opvrolijken.
'Rij-ijk!'
Ik snelde hem puffend achterna, dieper de Concertgebouwbuurt in. 'Rij-ijk!'
Het leek erop dat de man stokdoof was geworden. Ik had 'm ingehaald.. draaide me naar zijn gezicht toe en ik schrok me wezenloos... ik keek in een verschrikkelijk puisterige brillekop van een wildvreemde. 'Pardon, een vergissing, meneer.'

Pijnlijk... en alles deed me al pijn. Ik kon wel janken. Dat kwam van de overgevoeligheid door drank en kater, zwaarder dan ooit na het jarenlange gelummel.
Ik vermande me, ofschoon het somber in me doorknaagde.. hoe raakte ik uit die poel?
Toen (wenn der Not am höchsten ist, ist die Rettung am nächsten) hoorde ik het luchtalarm van de BB loeien; de bafaamde sirenes, klokke twaalf, op de eerste maandag van de maand. Ik vond het een zeer opbeurend geluid.

De sirenes deden me aan een avontuur denken. Of eigenlijk een avontuurtje waaruit de onopgesmukte gezelligheid sprak van de tijd dat ik me pas in de hoofdstad had gevestigd.
Tijdens het luchtalarm bedreef ik de liefde. En de nacht daarvoor.... Er zat een hele geschiedenis aan vast die zich in luttele seconden weer aan mij ontvouwde.

De opmonterende kracht van het scherpe geheugen... maar geen geklets nu. Laat ik het verhaal vertellen dat evengoed gisteren gebeurd had kunnen zijn. 'n Momentje bladstilte.

Het begon zo. Ik was ingepalmd door een beeldschone, zij het gehuwde vrouw. Het zou volkomen hemels zijn geweest indien haar man los van de affaire had gestaan.
Ik kende het echtpaar al een paar dagen.
Die nacht hadden ze me geïntroduceerd op de kunstenaarssociëteit De Kring. Zij bood me een Calvados aan en wees mij, vol naïeve trots, op enige bekende schrijvers en toneelspelers. Rijk was er ook bij. De bloeitijd van het toneel was nog niet ten einde - ze voelden zich nogal wat. Gevoileerde stemmen, en stemmen als buiken.
Aan de bar ving ik een discussie op tussen een stel schrijvers over de toekomst van de roman. Het verschilde in geen enkel opzicht van het warrige geredekavel dat je momenteel hoort. Een snufje Proust, een kwakje Flaubert, een handvol Kafka..
'Sukkeltje,' riep er één. 'Fout. Het gaat juist om de intermitterende blauwdruk van de roman.'
'Welnee, ik heb het gewoon over een pastiche van de wetmatigheid van het gevoelsleven.'
Zulke taal sloegen ze uit.

Uit De Kring wandelde ik met het echtpaar mee naar huis. In die periode had ik geen vast adres, en ik was blij dat ze me uitnodigden bij hen thuis te slapen.
Ze bewoonden de bovenste etage van een grachtenpand; knus en niet bijzonder groot. De kamer werd gevuld door een pompeus bed. Er konden vijf à zes volwassen personen in. Ik informeerde waar zich de logeerkamer bevond.
'Kom gezellig bij ons liggen,' zei de gastheer suikerzoet lachend.
'Toch geen, eh... triootje? Zo modern ben ik niet.'
'Ach nee,' zei hij. 'Je ziet maar. Ik ga slapen, en ik zal niet jaloers zijn.'
Post-Freudiaan noemde hij zich.
Naast haar onder de wol keek ik angstig naar de rug van de intellectueel die, decent afstand houdend, meteen al in diepe slaap verkeerde. Of deed-ie alsof?
In een oogwenk waren we aan het vrijen. Ik had het hard nodig... enorm grote borsten. Desondanks kon ik me, door zijn remmende aanwezigheid, niet ten volle aan het liefdesspel overgeven. Ze merkte 't en fluisterde: 'Hij vindt het heus niet erg hoor.'
Bedreven als ze was, speelde ze het klaar dat ik hem tijdelijk vergat. Tot op het meest ongelukkkige moment, links van ons, uit de sponde zich een spook in een wit hemdje verhief. Het zweefde boven ons, steunend op een hand. Geschrokken keek ik om in dat vilein glimlachende gezicht. De andere hand kwam naar voren. Zou hij me de ogen uitkrabben? Ontzettend. Hij aaide me over m'n rug.
'Fijn. Ga zo door,' sprak hij met een slaperige buiksprekerstem. 'Ga zo door.' Als een pudding zakte ik bovenop haar ineen.

Blij dat-ie de volgende morgen al vroeg was opgehoepeld naar een studiebespreking. Wat we die nacht aan erotiek te kort waren gekomen, haalden we dubbel en dwars in.
Regen tikte tegen het raam.. Ineens begonnen de luchtalarmsirenes te loeien. En daar verscheen de Post-Freudiaan andermaal ten tonele.
'Tien over twaalf zie ik op m'n klokje. Zijn jullie ngo bezig?'
'Jaloers?' vroeg ze plagerig. Dat was waar: hij mocht per se niet jaloers zijn.
'Ik bedoelde,' zei hij, 'dat we hadden afgesproken samen een broek voor mij te kopen.'
'Maar schat, het is maandag... de winkels gaan pas om één uur open. Tijd zat.'

En ik zie weer voor me hoe hij moeite deed zijn lachje niet door het zuur te laten penetreren.
Men begrijpt dat het geen duurzame relatie met haar werd. Ik was niet bestand tegen dat ''jaloerse niet-jaloerse' van de man.
De roman over een cureieuze driekhoeksverhouding (die het had kunnen worden) stierf een vroegtijdige dood. Niet verder gekomen dan pagina drie.

Ik kreeg café-restaurant Keyzer in het vizier. Die babbeltent naast het Concertgebouw. Voor ik mijn ideeën er eens gezellig zou gaan uitventen... 'Naar huis,' beet ik mezelf toe. 'Purgeren. In retraite. Als commissaris Maigret met een hete grog naar bed... TAXI!'

Johnny van Doorn


Uit: Gevecht tegen het zuur - Johnny van Doorn

Verhalen
1992
De Bezige Bij
Amsterdam

Hoofddoekprijs 2008 voor burgemeester Job Cohen

Hoofddoek_top


Hoofddoekprijs 2008 voor burgemeester Job Cohen

Ook in 2008 reiken we op Internationele Vrouwendag met veel plezier de Hoofddoekprijs uit. Het moet ons, de Jury, van het hart dat het dit jaar schier onmogelijk was de absolute winnaar aan te wijzen. Was het vorig jaar klip en klaar dat Anja Meulenbelt de Hoofddoekprijs 2007 verdiende, dit jaar is het aantal kandidaten dat terecht meedingt naar de felbegeerde Hoofddoekprijs zo overweldigend dat de jury tot het laatste moment heeft beraadslaagd.
Uiteindelijk ging de strijd tussen minister Ella Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) en de Amsterdamse burgemeester Job Cohen. Ella Vogelaar, de vrouw die niet alleen een voorstander van de hoofddoek is maar die zo ruimdenkend is dat ze zelfs de boerka vindt kunnen, is een uitstekende en voorbeeldige kandidaat. Toch is ze dit jaar op de tweede plaats geëindigd. We moedigen de minister daarom aan nog iets meer haar best te doen en om zelf een hoofddoek te gaan dragen. Met dat vanzelfsprekende en sympathieke gebaar sleept de minister deze bijzondere prijs volgend jaar vast binnen.

In 2008 gaat de Hoofddoekprijs naar een man. We zijn ons ervan bewust dat we hiermee wellicht enigszins aan positieve discriminatie doen maar we kunnen eenvoudigweg niet om Job Cohen heen. Zijn respect voor de vrouw uit zich niet alleen in het feit dat hij een liefhebber van de hoofddoek is, nee dat respect gaat veel verder, dat kent geen grenzen en er is niemand die hem van de wijs kan brengen. De burgemeester, die elke (vorm van) kritiek moeiteloos weerlegt, die a-sociaal gedrag tot halal gedrag promoveert, deze man begrijpt dat alleen uit liefde en respect voor de vrouw de boel bij elkaar kan worden gehouden. En die liefde begint bij de hoofddoek, zo eenvoudig is het. Elke man in Nederland zou daarom een voorbeeld aan hem moeten nemen, en echt niet alleen onze islamitische medeburgers.

Daarom verdient de Amsterdamse burgemeester de Hoofddoekprijs 2008!
Voor deze prijs zijn 5 hoofddoeken ontworpen en Job Cohen mag kiezen welk ontwerp daadwerkelijk uitgevoerd gaat worden. De zwarte doeken zijn handbeschilderd en bevatten de volgende teksten 1. "Alle macht aan de islamitische man". 2. "Uw vrouwen zijn een akker voor u". 3. "De hoofddoek maakt me vrij!". 4. "Sla uw ogen neer" en last but not least 5. "Noli me tangere! (Raak me niet aan!)".

En natuurlijk hebben wij er geen bezwaar tegen als de voltallige Partij van de Arbeid zich solidair verklaart en er ook één gaat dragen.

De Jury


Eerdere reacties hierr.

De merkwaardige uitleg van Arco Verburg



De merkwaardige uitleg van Arco Verburg

Arco Verburg, voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes, heeft antwoord gegeven. Nee, niet op de brief die ik hem op 8 februari heb gestuurd. Wel op schriftelijke vragen van Coos Hoebe, fractievoorzitter van GroenLinks. In de diepten van de website van het stadsdeel vond ik een concept-verslag van de raadscommissie Wonen. Prachtwijk De Baarsjes geniet landelijke bekendheid vanwege de omstreden bouwplannen voor de Westermoskee, die door Trouw-columnist Sylvain Ephimenco treffend wordt omschreven als ‘malafide megapuist’.

In het kort samengevat. Het stadsdeel heeft bezwaren (‘privacyschending’) tegen de vermelding van de naam van Enver Varisli, medewerker van het Meldpunt Moslimdiscriminatie van het stadsdeel, in een tweetal reacties uit 2006 op de kritische website Hoeiboei. In plaats van contact op te nemen met de webmaster van Hoeiboei, stelt De Baarsjes na twee jaar plotseling een ultimatum via de provider van deze site, wat tot verontrusting en boosheid bij een flink aantal bloggers leidt. Varisli is immers geen anonieme medewerker van het stadsdeel. Hij is diverse keren naar buiten getreden namens het Meldpunt, heeft een interview afgegeven aan het weekblad Elsevier en bezoekt scholen namens het stadsdeel. Het vermelden van zijn naam in verband met een poging tot censuur op de cartoons van de omstreden tekenaar Gregorius Nekschot kan daarom onmogelijk als een schending van zijn privacy worden betiteld.

Wat heeft Arco Verburg daarop te zeggen. Ik citeer woordelijk het concept-verslag van de deelraadscommissie: “De heer Hoebe (GroenLinks) begrijpt dat het stadsdeel op grond van de privacywetgeving aan de website Hoeiboei heeft gevraagd om informatie te verwijderen van een van de werknemers van het stadsdeel. Op grond van welke wetgeving is dat gebeurd? Het ging over een activiteit van het Meldpunt Moslimdiscriminatie. Namens wie treedt het meldpunt momenteel naar buiten?

De heer Verburg (portefeuillehouder) zegt dat aan de host van Hoeiboei is gevraagd de naam van een medewerker van het meldpunt te verwijderen. Dat is gedaan omdat bij de acties rond de Deense cartoons door het Meldpunt Discriminatie acties zijn ondernomen en de medewerker van het meldpunt het mikpunt is geworden van nogal stevige, grove en beledigende taal. Er is ook aangifte gedaan bij de politie van smaad. Het verzoek aan de host om gegevens te verwijderen is een eerste stap om bij het College Persoonsgegevens een zaak aanhangig te maken. Nog niet alle hosts hebben de gegevens verwijderd, en op basis van art 6 en 36 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens is men nu aan de slag, omdat deze medewerker ernstig in zijn privacy geraakt wordt. Het meldpunt ondersteunt mensen die zich gediscrimineerd voelen. Wie zich daar vervoegt wordt op de mogelijkheden gewezen om genoegdoening te krijgen en de klager moet zelf actie ondernemen. Op het moment dat de Deense cartoons speelden is er een meteen een stuurgroepvergadering geweest, waar de moskeeën hebben aangegeven zich niet te kunnen vinden in de publicaties op de sites. De medewerker moest dat afhandelen als een klacht. Men vond dat toen een verstandige werkwijze, maar hij vindt dat niet. Zo is dat toen gegaan en vervolgens zijn er nu een paar jaar later weer wat acties ondernomen.

De heer Hoebe (GroenLinks) is blij dat het meldpunt geleerd heeft hoe men in het vervolg op moet treden, en hoopt dat die werkwijze steeds gevolgd wordt, want anders zijn medewerkers onnodig kwetsbaar.”

Wat leren wij van dit antwoord? Verburg gaat niet in op de zaak, waar het eigenlijk omgaat. Hij geeft geen uitleg over de slinkse, ultimatieve poging tot censuur via de provider van Hoeiboei. Hij geeft geen toelichting over de zaak waar het om draait, de vraag of de privacy van medewerker Varisli daadwerkelijk is geschonden. Wel een warrig verhaal over de smaad waarvan aangifte is gedaan (door wie? tegen wie?). Aan welke smaad Hoeiboei schuldig zou zijn, blijft onduidelijk. Of het moet de overname zijn van een prent van Nekschot met de volgende vermelding: “Deze cartoon is gecensureerd door dhr Enver Varisli. Meldpunt Moslimdiscriminatie.” Als het gaat om deze meningsuiting - ernstiger zaken kan ik niet vinden op de site van Hoeiboei - dan zijn Verburg en zijn medewerker met hun smaadklacht bezig met een kansloze missie.

Grappig trouwens dat alles is begonnen om de Deense cartoons. Niet alleen de moellahs van Kaboel en Teheran, maar ook hun collega’s uit Amsterdam-West lopen, gesteund door een PvdA-gezagsdrager, kennelijk te hoop tegen de westerse vrijheid van meningsuiting. Uit het antwoord van Verburg blijkt dat hij nog steeds van plan is de vrijheid van meningsuiting van Hoeiboei en andere websites aan te tasten.

GroenLinkser Hoebe nam desondanks genoegen met het antwoord van Verburg. Mijn vragen blijven onbeantwoord. Arco Verburg kan binnenkort een nieuwe brief verwachten.

Carel Brendel

Brief aan Arco Verburg

Substantieel

Redbutton_top

Substantieel

Heeft u het ook gehoord, vanmorgen op het nieuws? Maanden is het stil geweest rond zijn persoon (tenzij hij weer eens in elkaar geslagen werd) maar ineens klonk zijn naam op de radio: Ehsan Jami! Vrijwel in één adem met die van Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders. NCTb-baas Tjibbe Joustra heeft vandaag het dreigingsniveau voor een terroristische aanslag in Nederland verhoogd van 'beperkt' naar 'substantieel' en daarom moest de naam van Ehsan Jami genoemd worden. Hij zwengelde destijds immers het debat over geloofsafval voor moslims in Nederland aan. Ayaan Hirsi Ali werd genoemd vanwege de hernieuwde discussie rond haar beveiliging en Geert Wilders vanwege zijn (nog niet vertoonde) koranfilm. En er was nog iets over Uruzgan. De beslissing van het kabinet om de militiare missie aldaar te verlengen, zou ook aanleiding geweest zijn voor Joustra om van alarmfase beperkt naar substantieel over te gaan. Dus goed onthouden: Ehsan Jami, Ayaan Hirsi Ali, Geert Wilders en Uruzgan.

Toch goed dat er een nationale coördinator terrorismebestrijding is.

Want als al die anderen die ons dag in dag uit al waarschuwen, politici, de media, allerlei maatschappelijke organisaties, agogen en wetenschappelijke of humanitaire raden, als die falen om u ervan te doordringen hoe we het beste vrede kunnen bereiken (of behouden zo u wilt), dan kun je maar beter een nationale coördinator terrorismebestrijding hebben die de zaken nog eens op een rij zet.

Wie faalden er zoal?

Neem bijvoorbeeld emeritus hoogleraar geschiedenis H.W. von der Dunk die duidelijk aangeeft waar de grenzen liggen om die felbegeerde vrede te bereiken. Of lees wat Anton C. Zijder­veld, emeritus hoogleraar sociologie en adviseur van het CDA te zeggen heeft over op welk moment kritiek niet meer gewenst is en geen vrede meer garandeert. De journalist Anil Ramdas kan u precies vertellen wat redelijk is en socioloog J.A.A. van Doorn legt haarfijn uit wat vrijheid van meningsuiting werkelijk inhoudt. Maar er zijn er nog veel meer die ons naar de ware vrede willen leiden: Erasmusprijswinnaar (2008) Ian Buruma, voorzitter van de HBO-raad en oud-voorzitter van het CNV Doekle Terpstra, hoogleraar migratierrecht aan de VU Thomas Spijkerboer, NRC-columnist Bas Heijne, adjunct-hoofdredacteur NRC Sjoerd de Jong, oud-commissaris van politie Joop van Riessen, hoogleraar strafrecht Ybo Buruma, schrijver Marcel Möring, cultuurhistoricus en politiek publicist Thomas von der Dunk, de historici Han van der Horst en Chris van der Heijden, Ed van Tijn, Anja Meulenbelt, Jan Peter Balkenende, Job Cohen, etc.

En natuurlijk moeten we ook de wegbereiders uit de groep nieuwkomers dankbaar zijn. Zij hebben de afgelopen jaren ongelooflijk goed maar zwaar werk verricht: Fatima Elatik , Ahmed Marcouch, Mohamed Rabbae, Tofik Dibi, Mohammed Yaakoubi, Ayhan Tonca, publicist Ali Eddaoudi (in de comments), Mohammed Benzakour, wat hebben ze afgezien de laatste jaren. Hulde!

En vergeet u de Koningin niet, de koningin die van ons allemaal is.

Want waarom zou je zaken als eerwraak ter discussie willen stellen? Waarom onnodig grieven? Waarom doodsbedreigingen bij afvalligheid of homosexualiteit aankaarten? Waarom in godsnaam het over vrouwenonderdrukking hebben? Waarom toch altijd weer polariseren?

Erken de superioriteit van het systeem/het geloof en de Mohammed Bouyeri's van deze wereld zullen in vrede met u en mij willen leven. Is het geen wonder? Vrouwen zullen, omdat ze zich volgens de jongste en enige mode kleden, eervol behandeld worden. Verkrachtingen, aanrandingen in en rondom zwembaden zullen tot de verleden tijd behoren. Diefstal eveneens. Ik garandeer het u. Smerige hondenpoep op straat? Verleden tijd. Eindelijk. Geen vrouw wordt meer voor hoer uitgescholden, er zullen geen hoeren meer zijn. Uw toekomst en vooral die van uw kinderen ziet er rooskleurig uit. Als u vindt dat ik overdrijf of - om een mode-woord te gebruiken - dat ik ben geradicaliseerd, moet u eens een kijkje nemen in de islamitische wereld, dan ziet u hoe vredig en beschaafd het er in de wereld kan toegaan.

Maar in Allah's naam, u kunt het goed maken, onderwerp u bijtijds zodat u kunt blijven doen wat u altijd al deed - althans voorlopig - daarna zal alles vanzelf gaan, daar hoeft u zich nu geen zorgen om te maken. Luister nu eindelijk naar de mensen die er verstand van hebben, die u voorgaan, zij zijn in de meerderheid en luister niet naar dat kleine, hardnekkige groepje vervloekte dwarsliggers dat terug in de tijd wil en niet open wil staan voor de eeuwige vrede. Dat is een schande! Deze mensen zullen hun verantwoordelijkheid moeten kennen en de gevolgen van hun gedrag moeten begrijpen. Maar er kan korte metten met hen gemaakt worden want dit is het echte leven, de echte wereld en geen stripboek. Het kleine groepje opstandelingen bezit geen toverdrank zoals in het stripboek Asterix en Obelix. We hebben van hen dus niets te vrezen.

Er komt een einde aan uw Fitna.

Dus geen paniek, vooral geen paniek. Dan maakt u het allemaal nog mee.

Annelies van der Veer

Reacties Substantieel

Het is ook mijn Allah

Mijnallah_2

Gnoe

Een huichelachtige moraal

Burgemeester59b9fff_1


Een huichelachtige moraal

Tijdens een herdenking van degenen die in vernieti­gingskamp Auschwitz zijn omgekomen hield de bur­ge­mees­ter van Amsterdam, Job Cohen, een toe­spraak, die op­geno­men werd in de Volkskrant (1-2-08) onder de kop 'Haat tegen de ander leidt tot Ausch­witz'. Hier­bij komt de vraag op: leidt haat tegen elke ander, ook bijvoor­beeld de ander die neo-nazi is, tot Ausch­witz? Nu ja, je mag veronderstellen dat deze vraag in de rede wel beant­woord zal worden. Co­hen zei over Ausch­witz:

'Auschwitz staat voor het ultieme kwaad dat men­sen elkaar kun­nen aandoen: de ontmenselijking van de ander, de syste­matische vernietiging van een groep op basis van ras, ge­loof en geaard­heid, waarvan in de Tweede Wereldoorlog voor­namelijk de joodse bevolking het slachtoffer werd, maar daar­naast ook de Roma, homoseksuelen geestelijk ge­handicap­ten, Jehova's Getuigen, Poolse politieke gevangenen en Russische krijgsgevangenen - eigen­lijk iedereen die niet tot het Arische ras be­hoorde vol­gens de definitie van de nazi's.'

Hierin valt vernietigen 'op basis van geloof' op. Als voorbeeld worden Jehova's Getuigen genoemd. In Neder­land werd hun werk, zoals predikatie aan de huisdeur, verboden. Enkele honderden van hen werden opgepakt, van wie ongeveer een vierde als direct gevolg hiervan omkwam. Niettemin waren er volgens Wikipedia na de oorlog niet minder van hen, maar ongeveer zes keer zoveel.

Deze vervolging van de Getuigen was dus heel iets an­ders dan de systematische ver­vol­ging van joden, die het aantal van hen in Ne­der­land de­cimeer­de. Joden wer­den in elk geval niet ver­moord op grond van hun gods­dienst, het judaïsme, m­aar op grond van hun af­stamming. Of iemand de joodse godsdienst had afgezwo­ren, maak­te de nazi's niets uit: zoiemand werd even­zeer genade­loos de gaskamer inge­dreven.

Auschwitz is niet symbolisch voor vervolging op basis van geloof, maar voor het met industriële mid­delen vermoorden van mensen op basis van origine. Waarom het van belang is dit te con­stateren komt la­ter uit.

Cohen gaat door:

'We leven nu in een andere tijd, maar angst en wantrouwen zijn sindsdien niet zo groot geweest. Angst en wantrouwen brengen mensen ertoe zich terug te trekken in de eigen groep, met uit­slui­ting van anderen. Als die uitsluiting maar ver genoeg gaat, ontstaat een ontmenselijkt beeld van de ander, verdwijnt de zorg voor de ander uit het blikveld. En waar dat in uiterste instantie toe kan leiden, is pre­cies wat ons vandaag bijeen­brengt.'

Bij wie zijn angst en wantrouwen zo groot geworden? Bij niet-islamitische vrouwen die het hoofddoekje en de boerka zien oprukken, die op straat voor hoer wor­den uitgescholden of in een zwembad aangerand? Of bij homofielen en joden die op straat afge­rost zijn? Co­hen zegt het niet, zijn moraal pre­ten­deert univer­seel te zijn. Maar wel zegt hij impliciet dat deze bange vrou­wen, homo's en joden, als ze uit wan­trouwen or­thodoxe mos­lims mij­den, die moslims uiteindelijk tot Ausch­witz ver­oorde­len. Hun eventuele angst en wan­trouwen zijn volgens Cohen immoreel. Mijns inziens is het niet of zwak optreden van burgemeester Cohen te­gen misdadi­ge, an­ti­semitische uit­latingen en gedrag immo­reel. (Zie bij­voor­beeld 'Am­ster­dams be­stuur is laf' van Hero Brink­man, Tweede Kamer­lid PVV, in de Volks­krant 29-1-08.)

Cohen gaat door:

'Wij allemaal, wie we ook zijn en wat we ook zijn, of je al lang in Nederland bent of maar kort, mogen daarom niet onver­schillig staan te­genover uitingen van haat jegens mensen die an­ders zijn, die een andere religie aanhangen, die niet tot dezelfde groep behoren.' (cursief van RM)

We begrijpen nu waarom Cohen van Auschwitz ook een sym­bool voor vernietiging op basis van religieus ge­loof wil maken. Dan kan hij de religie in het alge­meen beschermen en elke religie die zijn voorkeur heeft. Maar wat of wie zou Cohen hier op het oog heb­ben? Het hin­doeïsme of de islam die dat veelgodendom ver­foeit? Imams die in de preek in de moskee tot haat tegen onge­lovi­gen op­roe­pen? Of Geert Wilders die niet de moslims haat, maar wel zegt de ortho­doxe is­lam te haten.

Een vraagje aan Cohen: was het verkeerd om de na­tionaal-socialisten te haten? Nee, was dat niet ver­keerd? Maar waarom kleedt u uw moraal dan in algemene termen in? En als het niet verkeerd was de nazi's te haten, zou het niet mogelijk zijn dat er nog andere groepen zijn of komen die moreel even slecht zijn als de nazi's? En waren en zijn de communisten, die vol­gens een Frans zwartboek ne­gentig mil­joen slachtof­fers maakten, dan niet zo'n groep? En wat nu als de orthodoxe islam dezelfde jo­denhaat koestert als de na­zi's eens? Ja, de koning en rege­ring van Marok­ko doen dat niet, dat weten we. Maar veel ortho­doxe mos­lims wél, want dat ho­ren ze in de moskee, zeker ook hier en daar in Nederland, zoals in de door een Saoe­dische sjeik gesponsorde El Taw­heed mos­kee. Deze sjeik behoort tot de Moslim Broe­der­schap, befaamd om hun nationaal-socialistisch geïnspireerde jodenhaat. Som­mige jonge­re moslims le­ren het op internet. Ayaan Hirsi Ali werd in Ke­nia op­gevoed met het idee dat joden geen mensen zijn. U hebt ove­ri­gens ken­nis geno­men van dit soort jo­den­haat in de brief die Mo­ham­med Bou­yeri op het li­chaam van de ver­moorde Theo van Gogh vast­prik­te. En er zijn genoeg boeken en pre­ken van imams be­kend ge­wor­den waarin die dodelijke haat eruit spat. (In mijn boek Vermoord en verbannen heb ik er­uit ge­ci­teerd.)

Wat u wil is om niemand, dus ook nazis­tische jo­denha­ters niet, uit te slui­ten. Dat is uw moraal. Maar wel zijn uw multi­cul­turalistische mede­standers islamcriticus Geert Wil­ders aan het ont­men­selijken als Het Kwaad, waarna hij met plezier ge­mold kan wor­den. Gefeli­ci­teerd. U ex­ploiteert vernie­tigings­kamp Ausch­witz om mensen te pressen om ook joden­ha­ters in de armen te sluiten. Dat is een dia­lectische pres­ta­tie van for­maat. Dat is pas naas­ten­liefde!

René Marres

Islam is religie van menselijkheid dus...


(iingezonden) Uitgelicht: de Volkskrant, 4.3.2008 Mullah Mohammed Marouf

Mullah Mohammed Marouf van de universiteitsmoskee in Kaboel: "Islam is een religie van de menselijkheid. En dat moet je respecteren. Dus als iemand de islam beledigt, moet hij worden geëxecuteerd."

Heeft u ook voorbeelden van Jip-en-Janneke-verslaggeving/berichten/foto's gehoord/gezien op radio of televisie? Stuur deze, met bronvermelding, dan naar hoeiboei.web-log.nl. Gebruik het mailformulier (linksboven)

Assimilatie, het broertje van islamofobie

18_handen_schudden_1_klein

Assimilatie, het broertje van islamofobie

In zijn pamflet Gedoemd tot kwetsbaarheid schetst Geert Mak een dramatisch beeld van het fenomeen assimilatie. Aanleiding was het zogenaamde handenincident tussen minister Rita Verdonk en de salafistische imam Ahmed Salam uit Tilburg.

Mak: “Eén klein incident, ook in het najaar van 2004, was tekenend voor de nieuwe wind die was opgestoken. Toen een imam weigerde de hand te drukken van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie - supervrome moslims hebben daar net als orthodoxe joden en de aanhangers van een paar andere wereldgodsdiensten nu eenmaal moeite mee - maakte ze daar voor de televisiecamera’s een kleine demonstratie van: secondenlang bleef ze met haar lege, uitgestoken hand staan. De bewindsvrouw gedroeg zich op dat moment niet meer als minister van integratie, waarbij uitgegaan wordt van een wederzijdse aanpassing, maar van assimilatie, een bijna onvoorwaardelijke overgave aan de Nederlandse cultuur. Het handdrukincident markeerde daarmee een fundamentele koerswending van het Nederlandse beleid: wie komt, dient alles achter zich te laten. Je bent Nederlander of niet.”

In zijn boekje vertelde Mak er niet bij dat op dezelfde bijeenkomst vijftig andere imams wel degelijk de hand hadden geschud van Rita Verdonk. Waren deze imams allemaal geassimileerd? Hadden deze vijftig mensen zich onvoorwaardelijk overgegeven aan de Nederlandse cultuur en alles achter zich gelaten? Was het schudden van een vrouwelijke hand dan niet strijdig met hun islamitische geloof? Of hadden de vijftig handschuddende imams zich over hun bezwaren heengezet uit respect voor de Nederlandse fatsoensnormen?

Op deze vragen gaf Mak geen antwoord. Hij had maar één reden om het woord assimilatie in zijn pamflet te droppen. Het is namelijk een probaat middel om critici van de multiculturele samenleving in de foute hoek te zetten. Assimilatie is wat dat betreft een broertje van islamofobie. Assimilatie helpt bij het verdacht maken van mensen, die vinden dat immigranten zich moeten aanpassen aan de basisnormen en gebruiken van het gastland - net zoals de beschuldiging van islamofobie wordt ingezet om zakelijke kritiek op de islam te ontwijken en weg te zetten als ‘racistisch’. Als assimilatie en islamofobie in het debat opduiken, is de Tweede Wereldoorlog nooit ver weg.

Assimilatie is een term uit de sociologie, waarmee het geleidelijk opgaan van een minderheidsgroep in de cultuur van de meerderheid wordt aangeduid. Assimilatie is vaak het eindpunt van een vrijwillige en geleidelijke aanpassing van een groep immigranten aan het land van bestemming. Een bekend voorbeeld zijn de Italianen en Ieren in de VS, die zich in enkele generaties hebben aangepast aan de Amerikaanse cultuur. Na een soms stormachtig begin, waarin de nieuwkomers een aparte groep vormden die in eigen wijken woonden, verlieten volgende generaties hun getto’s, vermengden zich met andere bevolkingsgroepen en maakten zich de taal en gewoonten van het nieuwe land eigen. De band met het moederland werd losser en kreeg een folkloristisch karakter. Ierse Amerikanen vieren de naamdag van Sint-Patrick, Italiaanse Amerikanen houden een sterke voorkeur voor pastagerechten.

Aanpassing of vrijwillige assimilatie was vrijwel altijd het recept voor een succesvolle immigratie. De Nederlandse migratiegeschiedenis kent talloze voorbeelden van nieuwkomers, die zich binnen redelijke tijd wisten aan te passen aan de heersende poldercultuur: Duitsers, Scandinaviërs, Franse Hugenoten, Portugese en Oost-Europese Joden tijdens de Republiek, Indonesische Nederlanders na de Tweede Wereldoorlog, Surinamers na de grote immigratiegolf rond 1975.

Voor de socialistische arbeidersbeweging was aanpassing door minderheden in het verleden nooit een probleem. De SDAP bijvoorbeeld speelde een grote rol bij de emancipatie van straatarme Joden, die rond 1900 de sloppen van de oude Jodenbuurt bevolkten en snakten naar een verbetering van hun lot. Onder vooruitziende vakbondsleiders als Henri Polak en Jan van Zutphen gingen ze samenwerken met ‘christelijke’ ofwel niet-Joodse arbeiders. In een prachtig artikel over zijn grootvader, een vooraanstaande bestuurder van Polaks diamantbewerkersbond, beschrijft Max Pam hoe Polak zijn Joodse achterban stimuleerde om zich niet alleen materieel maar ook geestelijk te verheffen. “Men had niet alleen een honger naar rechtvaardigheid, maar ook een honger naar schoonheid.”

Ook buiten Nederland speelde de sociaal-democratie een belangrijke rol bij de emancipatie van de Joden. In het tsaristische Rusland bestond de Bund, korte benaming voor de Algemeyner Yidisher Arbeter Bund in Lite, Poyln un Rusland, waarin Joodse socialisten uit Litauwen, Polen en Rusland zich hadden verenigd. De Bund streefde naar integratie als Joodse minderheid in een sociaal-democratisch Rusland en keerde zich tegen het ‘reactionaire’ karakter van het traditionele Joodse leven in de getto’s. De Bundisten voerden een strijd op twee fronten: tegen de orthodoxe rabbijnen uit eigen kring en tegen het tsaristische regime dat sociale onvrede probeerde af te leiden door pogroms tegen de Joden te organiseren.

Het leven in de Joodse getto’s zou je kunnen omschrijven als een parallelle samenleving. Alleen was in dit geval de apartheid van boven opgelegd en wilden veel bewoners van deze wijken niets liever dan uit hun isolement breken en als volwaardig lid worden opgenomen in de algemene samenleving.

Met aanpassing of vrijwillige assimilatie is dus niets mis. Immigranten die zich snel de taal en gewoonten van hun nieuwe land eigen maken, hebben meer kans op succes en minder last van discriminatie dan immigranten die vasthouden aan de zeden en gewoonten van het land van oorsprong. Overigens eist vrijwel niemand in de westerse wereld een volledige assimilatie, of zoals Mak het noemt een ‘onvoorwaardelijke overgave’ aan de heersende cultuur. In het emigratieland bij uitstek, de Verenigde Staten, gaven oorspronkelijk blanke Angelsaksische protestanten de toon aan.

In de Amerikaanse smeltkroes hebben inmiddels rooms-katholieken, oosters-orthodoxen, joden en moslims hun eigen religieuze plek gekregen. Ook in Nederland hebben moslims uit Marokko, Turkije en andere landen hun moskeeën gebouwd. Niemand eist dat deze moslims hun geloof in het land van oorsprong achterlaten. De critici van het integratiebeleid verwachten wel van de nieuwkomers dat ze hun religieuze overtuiging in overeenstemming brengen met de democratische seculiere samenleving, waar scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor man en vrouw belangrijke waarden zijn.

Waarom is assimilatie dan toch op de verdachtenbank gekomen? Antwoord: omdat het net als islamofobie een containerbegrip is geworden, waarmee kritiek op de islam, het integratiebeleid of de multiculturele samenleving zonder duidelijke argumentatie kan worden bestreden. O meneer, u vindt de boerka een Middeleeuws vrouwvijandig kledingstuk? Nou, het is duidelijk dat u deze vrouwen hun keuzevrijheid niet gunt. U lijdt aan een ernstige vorm van islamofobie! Ach mevrouw, u stoort zich er aan dat een moslim in dienst van de overheid u geen hand wil geven? Weet u dan niet dat alle culturen gelijkwaardig zijn? U deugt niet want u eist volledige assimilatie van de islamitische minderheid! U vindt dat allochtonen zich moeten aanpassen? Ziet u wel, u pleit voor gedwongen assimilatie. U bent een onverbeterlijke racist!

Natuurlijk zijn het vooral conservatieve religieuze leiders die aanpassing en vrijwillige assimilatie te vuur en te zwaard bestrijden. Als migranten zich te veel naar de seculiere normen van hun nieuwe land gaan richten, raken ze hun greep op de kudde kwijt. Hun belangen vallen samen met die van de politici uit het thuisland, die invloed willen uitoefenen op de emigranten (en ook het economische belang van de vele overboekingen naar familieleden niet versmaden). Tenslotte zijn er ook in het Land van Aankomst sterke krachten die zich tegen aanpassing verzetten. Belangenbehartigers van religieuze of culture instellingen hebben er geen belang bij dat hun ‘cliënten’ op eigen benen staan en te snel integreren. Op die manier wordt hun bestaan overbodig en komen subsidies op de tocht te staan.

Assimilatie is al vroeg in het immigratiedebat ingezet als wapen om kritische geluiden tot zwijgen te brengen. In 1983 publiceerde de Socialistische Partij de brochure Gastarbeid en Kapitaal, die een groot aantal problemen rond de immigratie van Turkse en Marokkaanse gastarbeiders signaleerde - problemen die 25 jaar later nog steeds actueel zijn, zoals vijandig gedrag tegen Nederlandse vrouwen, het halen van importbruiden uit het thuisland en de aanwezigheid van conservatieve en reactionaire leiders, die aanpassing aan de Nederlandse samenleving verhinderen.

De SP pleitte er destijds voor dat de gastarbeiders zich zouden aanpassen aan de Nederlandse samenleving, daarbij geholpen door ‘kursussen’ die we vandaag de dag inburgeringscursussen zouden noemen. Als alternatief voor de migranten die hier niets voor voelden stelde zij een vertrekpremie voor, die door haar politieke tegenstanders al snel als ‘oprotpremie’ werd betiteld. Over de formulering en de onderbouwing van de SP-plannen is discussie mogelijk. Maar een serieus debat werd in 1983 niet gevoerd. De CPN zette de SP weg als een ‘linkse Janmaat-partij’. “Buitenlanders worden door de SP gedwongen tot assimilatie of vertrek, en dat heeft niets meer met socialisme te maken”, schreef het communistische dagblad De Waarheid.

Een kwart eeuw later roept de SP van Jan Marijnissen zichzelf uit tot de grote tegenstander van assimilatie. Dat gebeurt in een recente uitgave van Spanning, het tijdschrift van het wetenschappelijke bureau van de SP, waarin onder de kop ‘Wat Wilders wil’ de inhoudelijke strijd wordt aangebonden met de PVV van Geert Wilders: “Moslims moeten volgens Wilders niet integreren, maar assimileren. Zij kunnen eigenlijk alleen in Nederland blijven als zij geen moslim meer zijn”, schrijft Tweede-Kamerlid Ronald van Raak. “Nederlands genoeg? Wie niet assimileert moet van Wilders het land worden uitgezet”, staat onder een bijschrift van een foto, waarop twee moslima’s met hoofddoek te zien zijn.

Steen des aanstoots is het ‘assimilatiecontract’ voor niet-westerse allochtonen, dat Wilders in september 2006 lanceerde tijdens een interview met de nieuwszender RTL7. Het voorstel van de PVV-leider betreft niet-westerse allochtonen (een door de Nederlandse overheid uitgevonden categorie) die nog geen Nederlander zijn. Wilders wil dat ze een contract met de overheid tekenen, waarin ze beloven onze dominante waarden te respecteren, bijvoorbeeld als het gaat om de omgang met vrouwen en homo’s. Wie weigert te tekenen, moet het land uit.

Je kunt je inderdaad afvragen of zo’n assimilatiecontract zinvol is, zoals je ook kritiek kunt hebben op andere door de PVV voorgestelde maatregelen. Maar nergens in het voorstel van Wilders staat dat de ondertekenaar geen moslim mag zijn en daarom zal worden uitgezet. Van uitzetting van moslims met de Nederlandse nationaliteit is al helemaal geen sprake. In dit geval doet de demagogie van SP’er Van Raak dus niet onder voor de demagogie waarmee de CPN destijds de SP-brochure Gastarbeid en Kapitaal ten grave droeg.

Inmiddels weten we dankzij de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan dat assimilatie ‘een misdaad tegen de menselijkheid’ is, vergelijkbaar dus met de misdaden waarvoor de nazi-top na de Tweede Wereldoorlog terechtstond in Neurenberg. In een stadion in Keulen vol Turken uit Duitsland, Nederland, Frankrijk en België waarschuwde hij zijn landgenoten om zich niet al te veel aan te passen aan hun westerse omgeving.

Fundamentalist Erdogan: “Ik begrijp heel goed dat jullie tegen assimilatie zijn. Er kan van jullie niet verwacht worden dat jullie assimileren” Een Duitse vertaling van de speech was er niet. Deze simpele vorm van beleefdheid tegenover zijn Duitse gastheren kon er niet af bij de Turkse premier. Te assimilerend?

Alles overziende is het niet verwonderlijk dat de European Commission against Racism and Intolerance (ECRI), het wereldvreemde comité uit Straatsburg, niet alleen de veronderstelde islamofobie maar ook de Nederlandse discussie over assimilatie hekelt. “Uitgebreide discussies hebben plaatsgevonden over de veronderstelde mislukking van de traditionele Nederlandse benadering van integratie, omschreven als multiculturalisme, en aanzienlijke steun is geuit voor een verandering in politiek die velen beschouwen als meer, en in sommige gevallen als wezenlijk op assimilatie gericht in haar aard.” Waarop sombere regels volgen over ‘de toon van het debat’.

Net zo min als bij het begrip islamofobie definieert de ECRI wat assimilatie is, en waarom dit zo verderfelijk is. Kritiek op de islam, discussie over aanpassing, voor de Europese commissie van ex-minister Winnie Sorgdrager (D66) zijn het vervelende kwesties, die je uit de weg gaat door alles af te doen als ‘islamofobie’ en ‘assimilatie’.

Carel Brendel


Carel Brendel is auteur van Het Verraad van links (homepage)

Handje geven

Molkenboer_1902_3

Handje geven

Leve het vriendelijke knikje. Waarom zou het ineens verplicht zijn iemand een hand te geven? Een onbekende die met uitgestrekte hand op mij af komt vind ik eerlijk gezegd opdringerig: ik wil eerst weten of ik hem wel wil aanraken. Een hand is een gebaar van vertrouwelijkheid, de allereerste vorm van lijfelijk contact, en het is onzin om dat van iemand te eisen.

In 1908 verbaasde Louise Stratenus, schrijfster van een veelgelezen etiquetteboek, zich erover dat sommige mensen elkaar al bij de eerste kennismaking de hand reiken: was een kleine buiging niet voldoende? In Engeland is dat nog steeds zo; daar heerst nog de gedachte dat een handdruk iets betekent. Net als hier te lande, twee of drie eeuwen geleden. Toen stond een handdruk voor de bezegeling van vriendschap, broederschap, verzoening of akkoord. Later werd het geven van een hand een gebaar van welwillendheid, dat alleen mocht uitgaan van wie ouder of deftiger was: nóóit mocht je je hand uitsteken naar een meerdere. Nee, je wachtte bescheiden af of je een hand kréég.

Etiquette is iets fascinerends. Het is een en al cultuur, er is niets 'algemeen menselijks' aan. Wat in Amerika en Frankrijk gewoon is, is uitgesloten in Marokko of Engeland. Algemeen menselijk is alleen: vriendelijk en beleefd zijn. Hoe iemand dat uitdrukt kan verschillen.

Ileen Montijn